audio TOYOTA 86 2022 Instructieboekje (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: TOYOTA, Model Year: 2022, Model line: 86, Model: TOYOTA 86 2022Pages: 582, PDF Size: 92.58 MB
Page 167 of 582

165
4 4-5. EyeSight
Rijden
4-5.EyeSight
*1: Indien aanwezig
*2: EyeSight is een geregistreerd handels-
merk van SUBARU CORPORATION.
Als het Pre-Crash Brake-systeem in werking
treedt, worden door EyeSight de volgende
gegevens geregistreerd en opgeslagen. Er
worden geen gesprekken of andere audioge-
gevens opgeslagen.
●Beeldgegevens van de stereocamera
●Afstand tot de voorligger
●Rijsnelheid
●Draaihoek van het stuurwiel
●Zijdelingse beweging in verhouding tot de
rijrichting
●Bedieningsstatus van het gaspedaal
●Bedieningsstatus van het rempedaal
●Stand selectiehendel
●Kilometerstand
●Gegevens met betrekking tot het ABS, de
VSC en de TRC
Toyota en derden waarmee Toyota een con-
tract heeft, kunnen de opgeslagen gegevens
opvragen en gebruiken voor R&D op automo-
tivegebied. Toyota en derden waarmee
Toyota een contract heeft, zullen de opge-
vraagde gegevens uitsluitend onder de vol-
gende voorwaarden publiceren of verstrek-
ken aan andere partijen.
• De eigenaar van de auto heeft zijn of haar
toestemming gegeven.• De publicatie/verstrekking is opgedragen
door een gerechtelijk bevel of een wettelijk
voorschrift.
• Gegevens die zodanig zijn aangepast dat
de gebruiker en de auto niet identificeer-
baar zijn, worden verstrekt aan een onder-
zoeksinstituut voor statistische verwerking
of gelijksoortige doeleinden.
EyeSight*1, 2
EyeSight is een ondersteunend
systeem dat met behulp van ver-
schillende functies de bestuurder
helpt beslissingen te nemen om
veiliger en comfortabeler te rijden,
om zo vermoeidheid van de
bestuurder te helpen voorkomen.
Aan de hand van beelden van de
stereocamera signaleert EyeSight
voertuigen, obstakels, rijstroken
en andere objecten vóór de auto.
WAARSCHUWING
Veilig rijden blijft altijd de verantwoordelijk-
heid van de bestuurder. Houd u altijd aan
alle verkeersregels en aanwijzingen, ook
al is uw auto uitgerust met EyeSight. Blijf
altijd zorgen voor een veilige afstand tus-
sen uw auto en uw voorligger en blijf goed
letten op het verkeer om u heen en op de
rijomstandigheden.
Vertrouw niet uitsluitend op de werking
van EyeSight.
EyeSight is bedoeld om de bestuurder te
helpen beslissingen te nemen om de kans
op een ongeval of schade te verkleinen en
om meer ontspannen te rijden.
Vestig wanneer u door EyeSight wordt
gewaarschuwd extra aandacht op wat zich
vóór en in de directe omgeving van uw
auto bevindt en voer de benodigde hande-
lingen uit. Dit systeem is niet ontworpen
voor ondersteuning bij het rijden bij slecht
zicht en onder extreme weersomstandig-
heden of om ongevallen te voorkomen als
de bestuurder zich niet volledig op het rij-
den en de weg concentreert. Het systeem
kan ook niet onder alle rijomstandigheden
een aanrijding helpen te voorkomen.
GR 86_OM_Europe_OM18131E_1_2203.book Page 165 Tuesday, February 22, 2022 9:51 AM
Page 236 of 582

2344-6. Gebruik van overige rijsystemen
*: Indien aanwezig
Als de remmen automatisch worden geacti-
veerd, worden door het Reverse Automatic
Braking-systeem (RAB) de volgende gege-
vens geregistreerd en opgeslagen. Er wor-
den geen gesprekken, persoonsgegevens of
andere audiogegevens opgeslagen.
●Afstand tot het object
●Rijsnelheid
●Bedieningsstatus van het gaspedaal
●Bedieningsstatus van het rempedaal
●Stand selectiehendel
●Buitentemperatuur
●De instelling van de gevoeligheid van de
sonarsensoren
Toyota en derden waarmee Toyota een con-
tract heeft, kunnen de opgeslagen gegevens
opvragen en gebruiken voor R&D op automo-
tivegebied. Toyota en derden waarmee
Toyota een contract heeft, zullen de opge-
vraagde gegevens uitsluitend onder de vol-
gende voorwaarden publiceren of verstrek-
ken aan andere partijen.
●De eigenaar van de auto heeft zijn of haar
toestemming gegeven.
●De publicatie/verstrekking is opgedragen
door een gerechtelijk bevel of een wettelijk
voorschrift.
OPMERKING
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen
in acht voor een juiste werking van de
BSD/RCTA.
●Houd het oppervlak van de bumper
rondom de radarsensoren altijd schoon.
●Bevestig geen stickers of andere zaken
op het oppervlak van de bumper in de
buurt van de radarsensoren. Neem voor
meer informatie contact op met een
erkende Toyota-dealer of herstel-
ler/reparateur of een andere naar beho-
ren gekwalificeerde en uitgeruste des-
kundige.
●Wijzig het gedeelte van de bumper in de
buurt van de radarsensoren niet.
●Spuit het gedeelte van de bumper in de
buurt van de radarsensoren niet.
●Stel het gedeelte van de bumper in de
buurt van de radarsensoren niet bloot
aan sterke schokken. Als een sensor
niet meer goed uitgelijnd is, kan zich
een systeemstoring voordoen waarbij
het risico bestaat dat bijvoorbeeld voer-
tuigen die het detectiegebied binnenko-
men niet meer worden gesignaleerd.
Wanneer de bumper is blootgesteld aan
een sterke schok, neem dan voor een
controle contact op met een erkende
Toyota-dealer of hersteller/reparateur of
een andere naar behoren gekwalifi-
ceerde en uitgeruste deskundige.
●Haal de radarsensoren niet uit elkaar.
Reverse Automatic
Braking-systeem (RAB)*
Reverse Automatic Braking (RAB)
is een hulpsysteem om aanrijdin-
gen tijdens het achteruitrijden te
voorkomen of de schade ervan te
beperken. Als tijdens het achter-
uitrijden een muur of obstakel ach-
ter de auto wordt gesignaleerd,
waarschuwt het systeem de
bestuurder met een waarschu-
wingsgeluid en kan het de rem-
men van de auto automatisch acti-
veren.
GR 86_OM_Europe_OM18131E_1_2203.book Page 234 Tuesday, February 22, 2022 9:51 AM
Page 288 of 582

2866-1. Onderhoud en verzorging
Verwijder vuil en stof met een stof-
zuiger.
Veeg overtollig vuil en stof weg met
een zachte doek die is bevochtigd
met een verdund reinigingsmiddel.
Gebruik sop met ongeveer 5% wolreini-
gingsmiddel.
Verwijder alle sporen van het reini-
gingsmiddel grondig met een
schone, vochtige doek.
Veeg daarna het resterende vocht
van het leder af met een droge,
schone doek.
Laat de lederen bekleding drogen in
een geventileerde ruimte in de scha-
duw.
OPMERKING
●Gebruik bij het reinigen van elektrische
onderdelen, zoals de airconditioning,
alle schakelaars en toetsen en de
omgeving ervan geen chemisch reini-
gingsmiddel dat siliconen bevat (uiterst
gepolymeriseerde siliciumverbinding).
Als silicium (uiterst gepolymeriseerde
siliciumverbinding) in aanraking komt
met deze onderdelen, kunnen er storin-
gen optreden in de elektrische onderde-
len.
■Voorkomen van beschadiging van
lederen bekleding
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen
in acht om beschadiging en vroegtijdige
slijtage van lederen bekleding te voorko-
men:
●Verwijder stof en vuil onmiddellijk van
de bekleding.
●Stel de auto niet langdurig bloot aan
direct zonlicht. Parkeer uw auto in de
schaduw, vooral bij warm weer.
●Leg geen vinyl of plastic voorwerpen of
artikelen die was bevatten op de bekle-
ding, aangezien ze bij hoge temperatu-
ren in het interieur mogelijk aan het leer
vast blijven kleven.
■Water op de vloerbedekking
Was de vloerbedekking van de auto niet
met water.
Water dat in contact komt met elektrische
onderdelen boven of onder de vloerbedek-
king, kan schade aan de verschillende
systemen van de auto veroorzaken, bij-
voorbeeld aan het audiosysteem. Water
kan bovendien roest aan de carrosserie
veroorzaken.
■Bij het schoonmaken van de binnen-
zijde van de voorruit
Zorg ervoor dat er geen glasreiniger op de
lens terechtkomt. Raak de lens ook niet
aan. (→Blz. 169)
■Schoonmaken van de binnenzijde
van de achterruit
●Maak de achterruit niet schoon met een
ruitenreiniger; een dergelijk middel kan
de verwarmingsdraden beschadigen.
Veeg de ruit voorzichtig schoon met een
doek en lauw water. Maak de ruit in hori-
zontale richting schoon, evenwijdig aan
de verwarmingsdraden.
●Voorkom beschadiging van de verwar-
mingsdraden.
■Reinigen van het dashboard
Wanneer er kleine zandkorreltjes e.d. in
het oppervlak van het dashboard zijn
terechtgekomen en niet met een doek
kunnen worden weggeveegd, gebruik dan
een reinigingsgom. Voeg geen water toe.
Wanneer u met veel kracht het oppervlak
probeert schoon te vegen met een borstel
of spons kunnen er krassen ontstaan of
kunnen er stukken van het doek in het
oppervlak achterblijven.
Schoonmaken van lederen
bekleding
GR 86_OM_Europe_OM18131E_1_2203.book Page 286 Tuesday, February 22, 2022 9:51 AM
Page 345 of 582

343
7 7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Bij problemen
■Detectiesensor voorpassagier, contro-
lelampje veiligheidsgordel en waar-
schuwingszoemer
●Als er bagage wordt geplaatst op de pas-
sagiersstoel kan de detectiesensor het
controlelampje laten knipperen en de
waarschuwingszoemer laten klinken, ook
al zit er niemand op de passagiersstoel.
●Als er op de stoel een kussen wordt
geplaatst, werkt de sensor wellicht niet
goed, waardoor ook het waarschuwings-
lampje niet goed werkt.
■Als het motorcontrolelampje tijdens het
rijden gaat branden
Het motorcontrolelampje gaat branden als de
brandstoftank volledig leeg raakt. Vul de
brandstoftank onmiddellijk als deze leeg is.
Het motorcontrolelampje gaat na enkele rit-
ten weer uit.
Neem zo snel mogelijk contact op met een
erkende Toyota-dealer of hersteller/repara-
teur of een andere naar behoren gekwalifi-
ceerde en uitgeruste deskundige als het
motorcontrolelampje niet uitgaat.
■Waarschuwingslampje (waarschu-
wingszoemer) elektrische stuurbe-
krachtiging
Als de laadtoestand van de accu laag wordt
of de spanning tijdelijk daalt, kan het waar-
schuwingslampje van de elektrische stuurbe-
krachtiging gaan branden en kan er een
waarschuwingszoemer klinken.
■Als het waarschuwingslampje lage ban-
denspanning gaat branden
Controleer de bandenspanning en breng hem
op het juiste niveau. Het lampje gaat niet uit
als op de resetknop van het bandenspan-
ningswaarschuwingssysteem wordt gedrukt.
■Het waarschuwingslampje lage banden-
spanning gaat mogelijk branden door
een natuurlijke oorzaak
Het waarschuwingslampje lage bandenspan-
ning gaat mogelijk branden door een natuur-
lijke oorzaak, zoals het onvermijdelijke span-
ningsverlies dat op den duur optreedt of een
veranderde bandenspanning die veroorzaakt
wordt door temperatuurveranderingen. In dat
geval zal het waarschuwingslampje na een
paar minuten uitgaan als de banden weer op
de juiste spanning gebracht zijn.
■Omstandigheden waaronder het ban-
denspanningswaarschuwingssysteem
mogelijk niet juist werkt
→Blz. 304
■Als het waarschuwingslampje lage ban-
denspanning regelmatig gaat branden
nadat het gedurende 1 minuut heeft
geknipperd
Als het waarschuwingslampje lage banden-
spanning regelmatig gaat branden nadat het
gedurende 1 minuut geknipperd heeft wan-
neer het contact AAN wordt gezet, laat het
systeem dan controleren door een erkende
Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een
andere naar behoren gekwalificeerde en uit-
geruste deskundige.
■Waarschuwingszoemer
In sommige gevallen is de zoemer niet hoor-
baar door omgevingsgeluiden of geluid van
het audiosysteem.
WAARSCHUWING
■Als de waarschuwingslampjes van
het ABS en het remsysteem blijven
branden
Breng de auto onmiddellijk op een veilige
plaats tot stilstand en neem contact op met
een erkende Toyota-dealer of herstel-
ler/reparateur of een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
De auto kan tijdens het remmen extreem
onstabiel worden en het ABS-systeem
treedt mogelijk niet in werking. Dit kan lei-
den tot een ongeval met dodelijk of ernstig
letsel tot gevolg.
■Als het waarschuwingslampje elektri-
sche stuurbekrachtiging gaat bran-
den
De besturing kan extreem zwaar aanvoe-
len. Als het stuurwiel zwaarder werkt dan
gebruikelijk, houd het dan stevig vast en
oefen meer kracht uit dan anders.
■Als het waarschuwingslampje lage
bandenspanning gaat branden
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen
in acht. Als u dat niet doet, kunt u de
macht over het stuur verliezen. Dit kan lei-
den tot een ongeval met dodelijk of ernstig
letsel tot gevolg.
●Zet de auto zo snel mogelijk stil op een
veilige plaats. Breng de banden meteen
op spanning.
GR 86_OM_Europe_OM18131E_1_2203.book Page 343 Tuesday, February 22, 2022 9:51 AM
Page 346 of 582

3447-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
■Waarschuwingsmeldingen
De hieronder uitgelegde waarschuwingsmel-
dingen verschillen mogelijk van de werkelijke
meldingen overeenkomstig de bedrijfscondi-
ties en voertuigspecificaties.
■Waarschuwingszoemer
In sommige gevallen is de zoemer niet hoor-
baar door omgevingsgeluiden of geluid van
het audiosysteem.
WAARSCHUWING
●Als, nadat de banden op spanning zijn
gebracht, het waarschuwingslampje
lage bandenspanning opnieuw gaat
branden, kan dit erop duiden dat er een
band lek is. Controleer de banden.
Repareer een lekke band met de ban-
denreparatieset.
●Vermijd plotselinge stuurbewegingen en
hard remmen. De banden kunnen
beschadigd raken, waardoor u de con-
trole over het stuurwiel of de remmen
kunt verliezen.
■Als u een klapband krijgt of als er
plotseling een lek ontstaat
Het kan zijn dat het bandenspannings-
waarschuwingssysteem niet meteen in
werking treedt.
OPMERKING
■Ervoor zorgen dat het bandenspan-
ningswaarschuwingssysteem goed
werkt
Monteer geen banden met verschillende
specificaties of van verschillende merken,
anders werkt het bandenspanningswaar-
schuwingssysteem mogelijk niet goed.
Als er een
waarschuwingsmelding
wordt weergegeven
Het multi-informatiedisplay waar-
schuwt bij systeemstoringen en
onjuist uitgevoerde handelingen,
of geeft meldingen over noodzake-
lijk onderhoud weer. Voer de juiste
herstelprocedure uit wanneer er
een melding verschijnt.
Centraal waarschuwingslampje
Het centrale waarschuwingslampje gaat
ook branden of knipperen om aan te
geven dat er op dat moment een melding
wordt weergegeven op het multi-informa-
tiedisplay.
Multi-informatiedisplay
Volg de instructies van de melding op het
multi-informatiedisplay op.
A
GR 86_OM_Europe_OM18131E_1_2203.book Page 344 Tuesday, February 22, 2022 9:51 AM
Page 362 of 582

3607-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
3Sluit de positieve startkabelklem aan op van uw auto en sluit de klem aan de
andere zijde van de positieve startkabel aan op van de tweede auto. Sluit
vervolgens de negatieve kabelklem aan op van de tweede auto en sluit de
klem aan de andere zijde van de negatieve startkabel aan op .
Pluspool (+) accu (uw auto)
Pluspool (+) accu (tweede auto)
Minpool (-) accu (tweede auto)
Sluit de startkabel aan op een massapunt van uw auto zoals aangegeven in de
afbeelding.
4Start de motor van de tweede auto.
Verhoog het motortoerental iets en
laat de motor gedurende ongeveer
5 minuten met het verhoogde toe-
rental draaien om de accu van uw
auto op te laden.
5Open en sluit een van de portieren
terwijl het contact UIT staat.
6Houd het motortoerental van de
tweede auto constant en start de
motor van uw auto door het contact
AAN te zetten.7Verwijder de startkabels in exact de
omgekeerde volgorde van aanslui-
ten als de motor van uw auto aan-
geslagen is.
Laat, nadat de motor van uw auto aan-
geslagen is, de auto zo snel mogelijk
nakijken door een erkende Toyota-dea-
ler of hersteller/reparateur of een
andere naar behoren gekwalificeerde
en uitgeruste deskundige.
■Starten van de motor als de accu leeg is
De motor kan niet worden gestart door de
auto aan te duwen.
■Voorkomen van ontlading van de accu
●Zet de koplampen en het audiosysteem uit
als de motor niet draait.
A
B
C
D
A
C
D
GR 86_OM_Europe_OM18131E_1_2203.book Page 360 Tuesday, February 22, 2022 9:51 AM
Page 391 of 582

389Alfabetische index
Alfabetische index
A
Aan audiosysteem gekoppelde
weergave .............................................. 97
Aan navigatiesysteem gekoppelde
weergave .............................................. 97
ABS (antiblokkeersysteem) ................. 256
Waarschuwingslampje ...................... 337
Accessoireaansluitingen ..................... 279
Accu
Accu controleren ............................... 298
Als de accu ontladen is ..................... 359
Voorbereidingen en controles
bij rijden in de winter ....................... 260
Waarschuwingslampje ...................... 336
Achterklep ............................................. 106
Afstandsbediening............................. 108
Bagageruimteverlichting .................... 108
Ontgrendelschakelaar achterklep ..... 108
Smart entry-systeem
met startknop .................................. 108
Voorzieningen bagageruimte ............ 276
Achterlichten
Lampen vervangen ........................... 321
Lichtschakelaar ................................. 153
Vermogen .......................................... 375
Achterruitverwarming .......................... 266
Achterstoelen ....................................... 119
Achteruitrijcamera................................ 244
Achteruitrijlicht
Lampen vervangen ........................... 321
Vermogen .......................................... 375
Actieradius .............................................. 94
Active Sound Control (ASC)................ 152
Actueel brandstofverbruik..................... 94
Adaptive Cruise Control ...................... 185
Waarschuwingsmelding .................... 344
Afgelegde afstand .................................. 94
Afmetingen............................................ 368
Afstandsbediening
Batterij vervangen ............................. 316
Energiebesparende functie ............... 110
Vergrendelen/ontgrendelen ............... 101
Airbags
Airbags ................................................ 32
De juiste houding achter het stuur ...... 27
Plaats van airbags............................... 33
Waarschuwingslampje SRS .............. 337Airconditioning
Automatische airconditioning ............ 264
Interieurfilter ...................................... 314
Alarm ....................................................... 81
Waarschuwingszoemer..................... 335
Alarmknipperlichten
Noodstopsignaal ............................... 256
Antennes (Smart entry-systeem
met startknop) ................................... 109
Antiblokkeersysteem (ABS) ................ 256
Waarschuwingslampje ...................... 337
Antidiefstalsysteem
Alarm .................................................. 81
Startblokkering .................................... 79
Supervergrendeling ............................ 80
ASC (Active Sound Control) ............... 152
Automatische airconditioning ............ 264
Automatische transmissie .................. 143
Handgeschakelde modus ................. 146
Paddle shift-schakelaars........... 145, 146
Automatische verlichting .................... 153
Automatische verticale
koplampverstelling............................ 154
B
Baby- en kinderzitjes
Kinderzitjes, definitie ........................... 56
Kinderzitjes, plaatsen.......................... 65
Met een bevestigingspunt voor
de bovenste gordel ........................... 68
Rijden met kinderen in de auto ........... 56
Vastgezet met een onderste
ISOfix-bevestigingspunt ................... 67
Bagageruimteverlichting ..................... 108
Banden
Als uw auto een lekke band heeft ..... 345
Bandenmaat ..................................... 375
Bandenreparatieset .......................... 345
Bandenspanning ............................... 312
Bandenspannings-
waarschuwingssysteem ................. 303
Bandenspanningsweergavefunctie ... 303
Controle ............................................ 301
Sneeuwkettingen .............................. 262
Vervangen......................................... 308
Waarschuwingslampje ...................... 342
Winterbanden ................................... 260
Wisselen van banden ....................... 303
GR 86_OM_Europe_OM18131E_1_2203.book Page 389 Tuesday, February 22, 2022 9:51 AM
Page 394 of 582

392Alfabetische index
K
Kentekenplaatverlichting
Lampen vervangen ........................... 321
Lichtschakelaar ................................. 153
Kilometerteller ........................................ 90
Klembeveiliging
Elektrisch bedienbare ruiten .............. 126
Klok.................................................... 88, 91
Knie-airbags............................................ 32
Knop wijzigen weergave ........................ 90
Koelsysteem ......................................... 297
Oververhitting van de motor .............. 362
Koelvloeistof
Controle ............................................. 297
Inhoud ............................................... 372
Voorbereidingen en controles
bij rijden in de winter ....................... 260
Koelvloeistoftemperatuurmeter ............ 88
Koplampen
Extended Headlight
Lighting-systeem............................. 155
High Beam Assist-systeem ............... 156
Lampen vervangen ........................... 321
Lichtschakelaar ................................. 153
Vermogen .......................................... 375
Krik
Bij de auto geleverde krik .................. 346
Plaatsen van een garagekrik............. 294
Krikslinger............................................. 346
L
Lampen
Vervangen ......................................... 321
Lane Departure Warning ...................... 214
Lane Sway Warning.............................. 216
Lead Vehicle Start Alert ....................... 218
Lekke band
Auto's zonder een reservewiel .......... 345
M
Bandenspannings-
waarschuwingssysteem .................. 303
Make-upspiegels .................................. 280
Make-upverlichting............................... 280
Menu-iconen ........................................... 93
Meters ...................................................... 88Mistachterlichten
Lampen vervangen ........................... 321
Schakelaar ........................................ 159
Mistlampen ........................................... 159
Schakelaar ........................................ 159
Motor
Als de motor niet wil aanslaan .......... 355
Als uw auto in geval van nood
tot stilstand moet worden
gebracht ......................................... 326
Contact (startknop) ........................... 139
Identificatienummer .......................... 369
Motorkap ........................................... 293
Motorruimte....................................... 295
Oververhitting ................................... 362
Stand ACC ........................................ 142
Starten van de motor ........................ 139
Startknop .......................................... 139
Toerenteller ......................................... 88
Uitschakelsysteem brandstofpomp ... 334
Motorcontrolelampje ........................... 336
Motorkap
Openen ............................................. 293
Motorolie
Controle ............................................ 296
Inhoud ............................................... 370
Voorbereidingen en controles
bij rijden in de winter....................... 260
Waarschuwingslampje ...................... 336
Motorolietemperatuurmeter .................. 94
Multi-informatiedisplay.......................... 92
Aan audiosysteem gekoppelde
weergave .......................................... 97
Aan navigatiesysteem
gekoppelde weergave ...................... 97
Bandenspanning ............................... 303
Bedieningstoetsen
instrumentenpaneel .......................... 93
Informatie voor sportief rijden ............. 95
Instellingen.......................................... 98
Menu-iconen ....................................... 93
Pop-updisplay ..................................... 92
Rij-informatie....................................... 94
Waarschuwingsmeldingen ................ 344
N
Noodstopsignaal .................................. 256
GR 86_OM_Europe_OM18131E_1_2203.book Page 392 Tuesday, February 22, 2022 9:51 AM
Page 463 of 582

GR86_Navi_OM18131E_(EE)
1
7 6
5
4
3
2
8
9
Beknopte
handleiding•Overzicht
Basisfuncties• Informatie die moet worden gelezen voordat u het systeem
gaat gebruiken
• Het Bluetooth
®-apparaat aansluiten
Instellingen• Bluetooth®-instellingen
• Overige instellingen
Telefoon• Bediening van de telefoon
(handsfree-systeem voor mobiele telefoons)
Apps•Apple CarPlay
•Android Auto
Audio• Luisteren naar de radio
• Muziek luisteren en video's bekijken
Spraakcommando-
systeem• Bediening van het spraakcommandosysteem
Wat moet u
doen als...• Problemen oplossen
Overzicht• Verklaring
Index• Alfabetisch zoeken
PZ49X-18131-NL
GR 86_OM_Europe_OM18131E_1_2203.book Page 1 Wednesday, February 2, 2022 12:52 PM
Page 464 of 582

2INHOUDSOPGAVE
Inleiding ..................................................4
Over deze handleiding............................5
1-1. Basisfuncties
Overzicht toetsen ..........................8
Beginscherm .................................9
Statusicoon .................................10
Instellingsscherm ........................11
2-1. Basisinformatie
Opstartscherm ............................14
Touchscreen................................15
Beginscherm ...............................16
Invoeren van letters
en cijfers/scrollen ......................17
Afstellen scherm .........................18
2-2. Connectiviteitsinstellingen
Aansluiten/loskoppelen van
een USB-geheugen/
draagbaar apparaat ..................19
Registreren/aansluiten van
een Bluetooth
®-apparaat ..........19
3-1. Bluetooth
®-instellingen
Bluetooth
®-instellingen ...............24
3-2. Overige instellingen
Algemene instellingen .................29
Geluidsinstellingen ......................36
Radio-instellingen .......................37
Onderhoudsinstellingen ..............384-1. Bediening telefoon
(handsfree-systeem voor
mobiele telefoons)
Telefoonscherm ...........................42
Basishandelingen ........................43
Bellen met de Bluetooth
®-
telefoon .....................................45
Ontvangen van oproepen op
de Bluetooth
®-telefoon .............48
Telefoongesprek voeren via
de Bluetooth
®-telefoon .............48
Berichtfunctie Bluetooth
®-
telefoon .....................................49
5-1. Vóór gebruik van applicaties
Vóór gebruik van applicaties .......56
5-2. Apple CarPlay
Apple CarPlay .............................58
5-3. Android Auto
Android Auto................................60
6-1. Basishandelingen
Basishandelingen ........................64
6-2. Bediening radio
AM-radio/FM-radio ......................67
DAB .............................................69
1Beknopte handleiding
2Basisfuncties
3Instellingen
4Telefoon
5Apps
6Audio
GR 86_OM_Europe_OM18131E_1_2203.book Page 2 Wednesday, February 2, 2022 12:52 PM