spiegel TOYOTA BZ4X 2023 Instructieboekje (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: TOYOTA, Model Year: 2023, Model line: BZ4X, Model: TOYOTA BZ4X 2023Pages: 586, PDF Size: 90.62 MB
Page 4 of 586

Ter informatie....................5
Over deze handleiding...............7
Zoekmethoden....................8
Overzicht.......................9
1.Veiligheid en beveiliging
1.1 Voor een veilig gebruik............22
1.1.1 Voordat u gaat rijden.........22
1.1.2 Veilig rijden..............23
1.1.3 Veiligheidsgordels..........24
1.1.4 Airbags.................28
1.2 Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen . 35
1.2.1 Handmatig in-/uitschakelsysteem
airbag..................35
1.2.2 Rijden met kinderen in de auto . . . 37
1.2.3 Baby- en kinderzitjes.........37
1.3 Noodoproep..................50
1.3.1 eCall
*..................50
1.4 Antidiefstalsysteem.............58
1.4.1 Startblokkering............58
1.4.2 Supervergrendeling
*.........59
1.4.3 Alarm*.................59
2. EV-systeem
2.1 EV-systeem..................66
2.1.1 Kenmerken EV-systeem.......66
2.1.2 Voorzorgsmaatregelen
EV-systeem..............69
2.1.3 Tips voor rijden met een batterij-
elektrische auto............74
2.1.4 Actieradius...............75
2.2 Laden......................76
2.2.1 Laaduitrusting............76
2.2.2 Vergrendelen en ontgrendelen van de
AC-laadstekker............79
2.2.3 Laadmethoden............81
2.2.4 Laadtips................83
2.2.5 Wat u moet weten voor het laden . 84
2.2.6 Procedure voor AC-laden......87
2.2.7 Procedure voor DC-laden......93
2.2.8 Gebruik van de
laadschemafunctie..........98
2.2.9 Gebruik van de “Mijn ruimte-
modus”................108
2.2.10 Solarlaadsysteem
*........1112.2.11 Wanneer de normale procedure voor
laden niet kan worden
uitgevoerd .............114
3. Voertuigstatusinformatie en
controlelampjes
3.1 Instrumentenpaneel............126
3.1.1 Waarschuwingslampjes en
controlelampjes...........126
3.1.2 Meters en tellers...........130
3.1.3 Multi-informatiedisplay......133
4. Voordat u gaat rijden
4.1 Informatie over sleutels..........140
4.1.1 Sleutels................140
4.2 Openen, sluiten en vergrendelen van de
portieren...................142
4.2.1 Portieren...............142
4.2.2 Achterklep..............147
4.2.3 Smart entry-systeem met
startknop...............162
4.3 Verstellen van de stoelen.........167
4.3.1 Voorstoelen.............167
4.3.2 Achterstoelen............168
4.3.3 Hoofdsteunen............170
4.4 Verstellen van het stuurwiel en de
spiegels....................173
4.4.1 Stuurwiel...............173
4.4.2 Binnenspiegel............174
4.4.3 Buitenspiegels............174
4.5 Openen, sluiten van de ruiten.......176
4.5.1 Elektrisch bedienbare ruiten . . . 176
4.6 Favoriete instellingen...........179
4.6.1 Ergonomisch geheugen
*......179
4.6.2 “My settings” (mijn instellingen) . 182
5. Rijden
5.1 Voordat u gaat rijden............186
5.1.1 Rijden met de auto.........186
5.1.2 Lading en bagage..........191
5.1.3 Rijden met een aanhangwagen . . 193
5.2 Rijprocedures................198
5.2.1 Startknop...............198
5.2.2 Transmissie..............202
5.2.3 Richtingaanwijzerschakelaar . . . 207
5.2.4 Parkeerrem..............208
2
Page 11 of 586

Overzicht
Exterieur
APortieren blz. 142
Vergrendelen/ontgrendelen blz. 142
Openen/sluiten van de zijruiten
blz. 176
Vergrendelen/ontgrendelen met de
mechanische sleutel blz. 468
Waarschuwingsmeldingen blz. 449
BAchterklep blz. 147
Vergrendelen/ontgrendelen blz. 149
Openen/sluiten van de achterklep
blz. 149
Elektrisch bedienbare
achterklep
*1blz. 150
Waarschuwingsmeldingen blz. 449
CBuitenspiegels blz. 174
Verstellen van de spiegelhoek
blz. 175
Inklappen van de buitenspiegels
blz. 175
Ontwasemen van de spiegels blz. 361
DRuitenwissers voor blz. 222
Voorzorgsmaatregelen bij rijden in de
winter blz. 351
Voorkomen van bevriezing
(voorruitverwarming)
*1blz. 361
Voorzorgsmaatregelen voor de
wasstraat (ruitenwisser met
regensensor)
*1blz. 391
EKleppen laadaansluiting blz. 76
Laadmethoden blz. 81
FBanden blz. 406
Bandenmaat/bandenspanning
blz. 482
Winterbanden/sneeuwkettingen
blz. 351
Controleren/wisselen/
bandenspanningswaarschuwingssysteem
blz. 406
In geval van een lekke band blz. 455
De vorm van de koplampen wijkt mogelijk af, afhankelijk van de uitvoering, enz.
OVERZICHT MET AFBEELDINGEN
9
OVERZICHT MET AFBEELDINGEN
Page 15 of 586

AToetsen ergonomisch
geheugen*blz. 179
BSchakelaars centrale vergrendeling
blz. 146
CSchakelaars ruitbediening blz. 176
DSchakelaars buitenspiegels blz. 174
EBlokkeerschakelaar ruitbediening
blz. 179
*Indien aanwezig
ABedieningstoetsen
instrumentenpaneel blz. 134
BToets TEL*1blz. 134
CCruise control-schakelaar
Dynamic Radar Cruise Control
blz. 256Cruise control blz. 263
Snelheidsbegrenzer
*2blz. 265
DToets LTA blz. 244, blz. 248
EAfstandsbediening audiosysteem*1
FSpraaktoets*1
*1Raadpleeg de handleiding voor het multimediasysteem.
*2Indien aanwezig
OVERZICHT MET AFBEELDINGEN
13
OVERZICHT MET AFBEELDINGEN
Page 17 of 586

Dak (auto's met linkse besturing)
ABinnenspiegel blz. 174
BZonnekleppen*1blz. 379
CMake-upspiegels blz. 379
DSchakelaars elektrisch bedienbaar
zonnescherm*2blz. 378
EInterieurverlichting*3blz. 370
Leeslampjes blz. 371
FToets SOS blz. 51
GUitschakeltoets
inbraaksensor*2blz. 61
Uitschakeltoets inbraaksensor en
hellingsensor
*2blz. 61
*1Gebruik NOOIT een tegen de rijrichting in geplaatst baby- of kinderzitje op een stoel
met een INGESCHAKELDE AIRBAG, omdat het KIND anders DODELIJK of ERNSTIG
LETSEL kan oplopen als de airbag wordt geactiveerd. (→Blz. 39)
*2Indien aanwezig
*3De afbeelding toont de voorzijde, maar ze zijn ook aan de achterzijde geplaatst.
OVERZICHT MET AFBEELDINGEN
15
OVERZICHT MET AFBEELDINGEN
Page 20 of 586

AToetsen ergonomisch
geheugen*blz. 179
BSchakelaars centrale vergrendeling
blz. 146
CSchakelaars ruitbediening blz. 176
DSchakelaars buitenspiegels blz. 174
EBlokkeerschakelaar ruitbediening
blz. 179
*Indien aanwezig
ABedieningstoetsen
instrumentenpaneel blz. 134
BToets TEL*1blz. 134
CCruise control-schakelaar
Dynamic Radar Cruise Control
blz. 256Cruise control blz. 263
Snelheidsbegrenzer
*2blz. 265
DToets LTA blz. 244, blz. 248
EAfstandsbediening audiosysteem*1
FSpraaktoets*1
OVERZICHT MET AFBEELDINGEN
18
Page 22 of 586

Dak (auto's met rechtse besturing)
ABinnenspiegel blz. 174
BZonnekleppen*1blz. 379
CMake-upspiegels blz. 379
DSchakelaars elektrisch bedienbaar
zonnescherm*2blz. 378
EInterieurverlichting*3blz. 370
Leeslampjes blz. 371
FToets SOS blz. 51
GUitschakeltoets
inbraaksensor*2blz. 61
Uitschakeltoets inbraaksensor en
hellingsensor
*2blz. 61
*1Gebruik NOOIT een tegen de rijrichting in geplaatst baby- of kinderzitje op een stoel
met een INGESCHAKELDE AIRBAG, omdat het KIND anders DODELIJK of ERNSTIG
LETSEL kan oplopen als de airbag wordt geactiveerd. (→Blz. 39)
*2Indien aanwezig
*3De afbeelding toont de voorzijde, maar ze zijn ook aan de achterzijde geplaatst.
OVERZICHT MET AFBEELDINGEN
20
Page 25 of 586

WAARSCHUWING!(Vervolg)
• Schakel het EV-systeem uit,
selecteer stand P en trap elk pedaal
helemaal in, om er zeker van te zijn
dat de vloermat de bediening van de
pedalen niet hindert.
1.1.2 Veilig rijden
Om veilig te kunnen rijden, moet u vooraf
de stoel in de juiste positie zetten en de
spiegels afstellen.
De juiste houding achter het stuur
APas de hoek van de rugleuning zo aan
dat u rechtop zit en niet voorover
hoeft te leunen om te kunnen sturen.
(→Blz. 167)
BPas de zitting zo aan dat u de pedalen
helemaal kunt intrappen en dat uw
armen licht gebogen zijn wanneer u
het stuurwiel vasthoudt. (→Blz. 167)
CVergrendel de hoofdsteun met het
midden zo dicht mogelijk bij de
bovenkant van uw oren. (→Blz. 170)
DDraag de veiligheidsgordel op de
juiste wijze. (→Blz. 25)
WAARSCHUWING!
Neem de volgende
voorzorgsmaatregelen in acht. Het niet
in acht nemen van de
voorzorgsmaatregelen kan dodelijk of
ernstig letsel tot gevolg hebben.
• Verstel de bestuurdersstoel niet
tijdens het rijden. Als u dat wel doet,
kunt u de controle over de auto
verliezen.
WAARSCHUWING!(Vervolg)
• Plaats geen kussen tussen de
bestuurder of voorpassagier en de
rugleuning. Gebruik van een kussen
kan ertoe leiden dat de zithouding
niet correct is, waardoor het effect
van de veiligheidsgordel en de
hoofdsteun in negatieve zin kan
worden beïnvloed.
• Plaats geen voorwerpen onder de
voorstoelen. Voorwerpen onder de
voorstoelen kunnen klem komen te
zitten in de stoelslede, waardoor de
stoelen wellicht niet goed
vergrendeld worden. Dit kan leiden
tot een ongeval en ook kan het
stelmechanisme beschadigd raken.
• Houd u altijd aan de wettelijke
maximumsnelheid wanneer u op de
openbare weg rijdt.
• Neem, wanneer u lange afstanden
rijdt, geregeld een pauze voordat u
zich moe begint te voelen. Als u zich
tijdens het rijden moe of slaperig
voelt, moet u zichzelf niet dwingen
om verder te rijden, maar direct een
pauze nemen.
Juist gebruik van de veiligheidsgordels
Controleer voordat u wegrijdt eerst of alle
inzittenden de veiligheidsgordel dragen.
(→Blz. 25)
Gebruik een passend baby- of kinderzitje
tot het kind groot genoeg is om de
veiligheidsgordel van de auto op de juiste
wijze te dragen. (→Blz. 37)
Afstellen van de spiegels
Zorg ervoor dat u de achterkant van uw
auto goed kunt zien door de binnen- en
buitenspiegels op de juiste wijze af te
stellen. (→Blz. 174, blz. 174)
1 .1 Voor een veilig gebruik
23
1
Veiligheid en beveiliging
Page 128 of 586

3.1 Instrumentenpaneel
3.1.1 Waarschuwingslampjes en controlelampjes
De waarschuwingslampjes en controlelampjes op het instrumentenpaneel en de
buitenspiegels informeren de bestuurder over de status van de diverse systemen van de
auto.
Waarschuwingslampjes en controlelampjes die op het instrumentenpaneel worden
weergegeven
Om de functie van alle lampjes uit te leggen, zijn in de volgende afbeelding alle
waarschuwingslampjes en controlelampjes brandend afgebeeld.
Waarschuwingslampjes
Waarschuwingslampjes informeren de
bestuurder over storingen in de
aangegeven systemen van de auto.
(Rood)Waarschuwingslampje
remsysteem
*1(→blz. 442)
(Geel)Waarschuwingslampje
remsysteem
*1(→blz. 442)
Laadstroomcontrole-
lampje*2(→blz. 442)
Waarschuwingslampje
SRS*1(→blz. 443)
Waarschuwingslampje
ABS*1(→blz. 443)
Waarschuwingslampje on-
juiste bediening pedaal*2
(→blz. 443)
(Rood)Waarschuwingslampje
elektrische stuurbekrachti-
ging*1(→blz. 443)
(Geel)Waarschuwingslampje
elektrische stuurbekrachti-
ging*1(→blz. 443)
Waarschuwingslampje
tractiebatterij ontladen
(→blz. 444)
3.1 Instrumentenpaneel
126
Page 130 of 586

Controlelampjes
De controlelampjes informeren de
bestuurder over de bedrijfsstatus van de
verschillende systemen van de auto.
Controlelampje richting-
aanwijzers (→blz. 207)
Controlelampje achterlicht
(→blz. 213)
Controlelampje grootlicht
(→blz. 215)
Controlelampje AHS (indien
aanwezig) (→blz. 215) con-
trolelampje AHB (indien
aanwezig) (→blz. 219)
Controlelampje mistachter-
licht (→blz. 222)
Waarschuwingslampje
PCS*1, 2(→blz. 235)
(*4)
Controlelampje cruise con-
trol (→blz. 263)
(*4)
Controlelampje Dynamic
Radar Cruise Control
(→blz. 256)
(*4)
Controlelampje LDA
(→blz. 252)
(*4)
Controlelampje snelheids-
begrenzer (indien aanwe-
zig) (→blz. 265)
BSM-indicatoren in de bui-
tenspiegels*1, 5(indien aan-
wezig) (→blz. 270, blz. 275,
blz. 288)
Controlelampje LDA OFF*2
(→blz. 252)
(*4)
Controlelampje LTA
(→blz. 244)
Controlelampje Driving
Assist-informatie*1, 2
(→blz. 270, blz. 288,
blz. 293, blz. 296)
Controlelampje Toyota Par-
king Assist-sensor OFF*1, 2
(indien aanwezig)
(→blz. 279)
(Knippert)Controlelampje Traction
Control
*1(→blz. 347)
Controlelampje VSC OFF*1,
2
(→blz. 347)
Controlelampje laadkabel
(→blz. 83)
Controlelampje Smart
entry-systeem met start-
knop
*3(→blz. 198)
Controlelampje READY
(→blz. 198)
Waarschuwingslampje par-
keerrem (→blz. 208)
Controlelampje stand-
bystand Brake Hold-
systeem
*1(→blz. 211)
Controlelampje Brake Hold-
systeem in werking*1
(→blz. 211)
Controlelampje lage bui-
tentemperatuur*7
(→blz. 131)
Controlelampje antidief-
stalsysteem (→blz. 58,
blz. 59)
3.1 Instrumentenpaneel
128
Page 131 of 586

Controle-
lampje PAS-
SENGER AIR
BAG
*1, 6
(→blz. 35)
Controlelampje ECO-
modus (→blz. 342)
Controlelampje SNOW-
modus (indien aanwezig)
(→blz. 341)
Controlelampje Downhill
Assist Control (indien aan-
wezig) (→blz. 346)
Controlelampje Grip Con-
trol (indien aanwezig)
(→blz. 346)
Indicator ingestelde snel-
heid Grip Control (indien
aanwezig) (→blz. 346)
Controlelampje regenera-
tieboost (→blz. 206)
(*8)
Controlelampje SNOW/
DIRT-modus (indien aan-
wezig) (→blz. 346)
(*8)
Controlelampje D.SNOW/
MUD-modus (indien aan-
wezig) (→blz. 346)
*1Deze lampjes gaan branden als het
contact AAN wordt gezet om aan te
geven dat er een systeemcontrole wordt
uitgevoerd. Ze doven nadat het
EV-systeem is gestart of nadat er enkele
seconden verstreken zijn. Er kan een
storing in een systeem aanwezig zijn als
een lampje niet gaat branden of niet
uitgaat. Laat de auto nakijken door een
erkende Toyota-dealer of hersteller/
reparateur of een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitgeruste
deskundige.
*2Dit lampje gaat branden wanneer het
systeem wordt uitgeschakeld.
*3Dit lampje brandt op het multi-
informatiedisplay en er wordt een
melding weergegeven.
*4Afhankelijk van de bedrijfsconditie
wijzigen de kleur en de manier waarop
het controlelampje brandt/knippert.
*5Dit lampje gaat branden in de
buitenspiegels.
*6Dit lampje brandt in de dakconsole.
*7Wanneer de buitentemperatuur
ongeveer 3°C of lager is, gaat het
controlelampje gedurende 10 seconden
knipperen en blijft daarna branden.
*8Afhankelijk van de bedrijfsconditie
wijzigt de kleur van het lampje.
3.1 Instrumentenpaneel
129
3
Voertuigstatusinformatie en controlelampjes