ESP TOYOTA PRIUS 2023 Instructieboekje (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: TOYOTA, Model Year: 2023, Model line: PRIUS, Model: TOYOTA PRIUS 2023Pages: 510, PDF Size: 109.67 MB
Page 8 of 510

De hoogspanningsonderdelen en kabels
van hybrideauto's stralen ongeveer net
zo veel elektromagnetische golven uit
als conventionele auto's met een
benzinemotor of huishoudelijke
elektronische apparatuur, ook al zijn ze
elektromagnetisch afgeschermd.
De ontvangst via een zend-/
ontvanginstallatie kan in sommige
gevallen gestoord worden.
Opslaan voertuiginformatie
De auto is uitgerust met geavanceerde
computers die bepaalde informatie
opslaan, zoals:
• Motortoerental/toerental
elektromotor (toerental tractiemotor)
• Status gaspedaal
• Status rempedaal
• Rijsnelheid
• Bedrijfsstatus van de ondersteunende
systemen
• Beelden van de camera's
Uw auto is uitgerust met camera's.
Neem voor de locatie van
registrerende camera's contact op
met een erkende Toyota-dealer of
hersteller/reparateur of een andere
naar behoren gekwalificeerde en
uitgeruste deskundige.
• Status batterijpakket (tractiebatterij)
De opgeslagen informatie is afhankelijk
van de uitvoering en de aanwezige
opties van de auto, en van de
bestemming.
Deze computers slaan geen gesprekken
of geluiden op en ze slaan alleen in
bepaalde situaties beelden van buiten
de auto op.
• Gebruik van gegevens
Toyota kan de gegevens die door deze
computer worden opgeslagen,
gebruiken om storingen vast te
stellen, onderzoek te doen en de
kwaliteit van haar producten te
verbeteren.Toyota stelt de gegevens die zijn
opgeslagen niet beschikbaar aan
derden, behalve:
– Met toestemming van de eigenaar
van de auto of, wanneer het een
leaseauto betreft, van de leaserijder
van de auto
– Op officieel verzoek van de politie,
de rechtbank of een ander
overheidsorgaan
– Voor gebruik door Toyota in een
rechtszaak
– Voor onderzoek waarbij de
gegevens niet worden gekoppeld
aan een bepaalde auto of eigenaar
• Vastgelegde beeldinformatie kan door
een Toyota-dealer of hersteller/
reparateur of een andere naar
behoren gekwalificeerde en
uitgeruste deskundige worden gewist
De beeldopnamefunctie kan worden
uitgeschakeld. Maar als de functie wordt
uitgeschakeld, zijn er geen gegevens
over de werking van het systeem
beschikbaar.
Vernietigen van uw Toyota
De airbags en de gordelspanners in uw
Toyota bevatten explosieve chemicaliën.
Wanneer uw auto wordt vernietigd terwijl
de airbags en/of de gordelspanners nog
intact zijn, kan tijdens de vernietiging een
ontploffing plaatsvinden en brand
ontstaan. Laat daarom de airbags en de
gordelspanners eerst verwijderen en
afvoeren door een erkende Toyota-dealer
of hersteller/reparateur of een andere
naar behoren gekwalificeerde en
uitgeruste deskundige.
“QR-code”
Het woord “QR-code” is een
geregistreerd handelsmerk van DENSO
WAVE INCORPORATED in Japan en
andere landen.
6
Page 26 of 510

1.1.3 Veiligheidsgordels
Controleer voordat u wegrijdt eerst of
alle inzittenden de veiligheidsgordel
dragen.
Juist gebruik van de veiligheidsgordels
• Trek de schoudergordel zo ver naar
buiten dat de gordel goed tegen de
schouder aan ligt en niet van de
schouder af glijdt of tegen de nek aan
ligt.
• Plaats het heupgedeelte van de gordel
zo laag mogelijk over de heupen.
• Stel de rugleuning af. Ga zo rechtop
mogelijk in de stoel zitten met uw rug
stevig tegen de leuning.
• Zorg ervoor dat de veiligheidsgordel
niet gedraaid zit.
Vast- en losmaken van de
veiligheidsgordel
1Maak de veiligheidsgordel vast door de
gesp in de gordelsluiting te drukken totdat
u een klik hoort.
2De veiligheidsgordel kan worden
losgemaakt door de ontgrendelknop in te
drukken.
Afstellen van de hoogte van het
schouderbevestigingspunt van de
veiligheidsgordel (voorstoelen)
1Duw het schouderbevestigingspunt
omlaag terwijl u de ontgrendelknop
indrukt.
2Duw het schouderbevestigingspunt
omhoog terwijl u de ontgrendelknop
indrukt.
Zet het bovenste bevestigingspunt in
de gewenste positie en laat het los als
u een klik hoort.
Gordelspanners (voorstoelen en
buitenste zitplaatsen achter)
De gordelspanners helpen bij het op hun
plaats houden van de inzittenden doordat
ze de gordels snel strak tegen het lichaam
aan trekken bij bepaalde soorten zware
frontale aanrijdingen en aanrijdingen van
opzij.
1 .1 Voor een veilig gebruik
24
Page 28 of 510

WAARSCHUWING!(Vervolg)
helemaal uittrekken over de schouder
en ervoor zorgen dat de gordel niet
over de buik loopt.
Als de veiligheidsgordel niet op de
juiste wijze gedragen wordt, kan niet
alleen de zwangere vrouw zelf, maar
ook het ongeboren kind dodelijk of
ernstig letsel oplopen bij plotseling
remmen of een aanrijding.
Mensen met fysieke beperkingen
Win medisch advies in en draag de
veiligheidsgordel op de juiste manier.
(→24)
Als er kinderen in de auto aanwezig
zijn
→46
Gordelspanners
Het waarschuwingslampje SRS gaat
branden als een gordelspanner is geacti-
veerd. De veiligheidsgordel kan in dit
geval niet meer worden gebruikt en moet
worden vervangen door een erkende
Toyota-dealer of hersteller/reparateur of
een andere naar behoren gekwalificeerde
en uitgeruste deskundige.
WAARSCHUWING!
Verstelbaar
schouderbevestigingspunt
Zorg ervoor dat de gordel goed over
het midden van de schouder ligt. De
gordel mag niet tegen de nek
aanliggen, maar ook niet van uw
WAARSCHUWING!(Vervolg)
schouder afglijden. Als u hier niet voor
zorgt, wordt de mate van bescherming
bij plotseling remmen, uitwijken of een
ongeval minder en de kans op dodelijk
of ernstig letsel groter. (→24)
Beschadiging en slijtage van
veiligheidsgordels
• Zorg ervoor dat de veiligheidsgordels
niet beschadigd raken doordat de
riem, de gesp of de gordelsluiting
bekneld raakt tussen het portier en
de carrosserie.
•
Controleer het veiligheidsgordelsy-
steem regelmatig. Let op beschadi-
gingen, zoals scheuren en rafels, en op
losse onderdelen. Gebruik een be-
schadigde veiligheidsgordel niet, maar
laat hem zo snel mogelijk vervangen.
Een beschadigde veiligheidsgordel
kan de desbetreffende inzittende niet
beschermen tegen dodelijk of ernstig
letsel.
• Controleer of de gordel en de gesp
vergrendeld zijn en of de gordel niet
gedraaid is. Neem direct contact op
met een erkende Toyota-dealer of
hersteller/reparateur of een andere
naar behoren gekwalificeerde en
uitgeruste deskundige als de
veiligheidsgordel niet goed werkt.
• Laat de stoelen, inclusief de
veiligheidsgordels, vervangen als de
auto betrokken is geweest bij een
ernstig ongeval, ook al is er geen
zichtbare schade.
• Probeer de veiligheidsgordels niet
zelf te plaatsen, verwijderen,
wijzigen, demonteren of af te
voeren. Laat eventueel
noodzakelijke reparaties uitvoeren
door een erkende Toyota-dealer of
hersteller/reparateur of een andere
naar behoren gekwalificeerde en
uitgeruste deskundige. Als de
veiligheidsgordels niet op de juiste
wijze worden gebruikt, werken ze
mogelijk niet meer naar behoren.
1 .1 Voor een veilig gebruik
26
Page 48 of 510

2. Verwijder indien mogelijk de
hoofdsteun indien deze de plaatsing
van het baby- of kinderzitje hindert.
Zet anders de hoofdsteun in de
hoogste stand. (→Blz. 131)
3. Voer de veiligheidsgordel door het
baby- of kinderzitje en steek de gesp
in de gordelsluiting. Controleer of de
gordel niet gedraaid is. Maak de
veiligheidsgordel goed vast aan het
baby- of kinderzitje aan de hand van
de bijgesloten handleiding.
4. Als uw baby- of kinderzitje niet is
voorzien van een vergrendelsysteem
voor de veiligheidsgordel, zet het zitje
dan vast met een blokkeerclip.
5. Beweeg het baby- of kinderzitje na
het plaatsen naar achteren en naar
voren om te controleren of het goed
vastzit. (Blz. 46)
Verwijderen van een baby- of
kinderzitje dat is vastgezet met een
veiligheidsgordel
Druk de ontgrendelknop op de
gordelsluiting in en laat de gordel
helemaal oprollen.Bij het losmaken van de gordelsluiting
komt het baby- of kinderzitje mogelijk
een stukje omhoog als gevolg van de
terugwerking van de zitting. Maak de
gordelsluiting los terwijl u het baby- en
kinderzitje tegenhoudt.
De veiligheidsgordel rolt automatisch op.
Houd de gordel vast, zodat het oprollen
rustig gebeurt.
Als er een baby- of kinderzitje wordt
geplaatst
U moet bij het plaatsen van het zitje moge-
lijk gebruikmaken van een blokkeerclip.
Volg de aanwijzingen van de fabrikant van
het baby- of kinderzitje. Als uw zitje niet
over een blokkeerclip beschikt, kunt u deze
kopen bij een erkende Toyota-dealer of
hersteller/reparateur of een andere naar
behoren gekwalificeerde en uitgeruste
deskundige: blokkeerclip voor baby- of
kinderzitje.
(onderdeelnr. 73119-22010)
WAARSCHUWING!
Als er een baby- of kinderzitje wordt
geplaatst
Neem de volgende voorzorgsmaatrege-
len in acht. Het niet in acht nemen van de
voorzorgsmaatregelen kan dodelijk of
ernstig letsel tot gevolg hebben.
• Laat kinderen niet met de
veiligheidsgordel spelen. Als de
veiligheidsgordel om de nek van het
kind draait, kan het kind stikken of
ernstig letsel oplopen. Als dit
gebeurt en de gordelsluiting niet kan
worden losgemaakt, knip de gordel
dan door met een schaar.
• Controleer of de gesp goed in de
gordelsluiting is vergrendeld en of de
veiligheidsgordel niet gedraaid is.
• Beweeg het baby- of kinderzitje naar
links en naar rechts en naar voren en
naar achteren om te controleren of
het goed is geplaatst.
•
Verstel de rugleuning niet meer nadat
het baby- of kinderzitje is geplaatst.
1 .2 Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
46
Page 51 of 510

1.3 Noodoproep
1.3.1 ERA-GLONASS/EVAK*1, 2, 3
*1: Indien aanwezig
*2: Werkt in regio's waar
noodoproepdiensten worden
aangeboden. Neem voor meer informatie
contact op met een erkende
Toyota-dealer of hersteller/reparateur of
een andere naar behoren gekwalificeerde
en uitgeruste deskundige.
*3: De systeemnaam kan per land
verschillend zijn.
Het noodoproepapparaat is een
apparaat dat in een auto is geplaatst om
(met behulp van GLONASS-signalen
[Global Navigation Satellite System] en
GPS-signalen [Global Positioning
System]) de locatie en rijrichting van de
auto te bepalen en om ervoor te zorgen
dat er bij verkeersongevallen en andere
incidenten op autowegen in de landen
waar noodoproepdiensten worden
aangeboden (niet-aanpasbare)
informatie over de auto wordt
verzameld en verzonden. Daarnaast
zorgt het apparaat via mobiele
netwerken (GSM) voor het verzenden
en ontvangen van gesproken
communicatie tussen de auto en de
ERA-GLONASS/EVAK-systeembeheerder.
Er zijn automatische noodoproepen
(automatische melding van een
aanrijding) en handmatige
noodoproepen (door het indrukken van
de toets SOS) mogelijk naar het
ERA-GLONASS/EVAK-controlecentrum.
Deze service is verplicht krachtens de
technische voorschriften van de
douane-unie.
Systeemonderdelen
1Microfoon
2Toets SOS*
3Controlelampjes
*: Deze toets is bestemd voor
communicatie met de
ERA-GLONASS/EVAK-systeembeheerder.
Andere SOS-toetsen van overige
systemen van een auto hebben geen
betrekking op het apparaat en zijn niet
bestemd voor communicatie met de
ERA-GLONASS/EVAK-systeembeheerder.
Noodoproepdiensten
Automatische noodoproepen
Als een airbag wordt geactiveerd, belt het
systeem automatisch het ERA-
GLONASS/EVAK-controlecentrum.
*De
medewerker van het controlecentrum
ontvangt de locatie van de auto, het
tijdstip waarop het ongeval plaatsvond
en het VIN van de auto, en probeert de
inzittenden van de auto te spreken om de
ernst van de situatie te beoordelen. Als
de inzittenden niet in staat zijn om te
communiceren, behandelt de
medewerker de oproep als een
noodgeval, neemt hij of zij contact op met
de dichtstbijzijnde hulpdiensten (112,
enz.) en verzoekt hij of zij om assistentie
ter plaatse.
*: In sommige gevallen kan er geen
oproep worden verzonden. (→50)
1 .3 Noodoproep
49
1
Veiligheid en beveiliging
Page 55 of 510

Tijdens normaal rijden
De auto wordt voornamelijk aangedreven
door de benzinemotor. De elektromotor
(tractiemotor) laadt zo nodig het
batterijpakket (tractiebatterij) op.
Tijdens sterk accelereren
Wanneer het gaspedaal volledig wordt
ingetrapt, wordt de energie van het
batterijpakket (tractiebatterij)
toegevoegd aan de energie die de
benzinemotor levert via de elektromotor
(tractiemotor).
Tijdens het remmen (regeneratief
remmen)
De wielen drijven de elektromotor
(tractiemotor) aan, waardoor energie
wordt opgewekt en het batterijpakket
(tractiebatterij) wordt opgeladen.
Waarschuwingssysteem naderende
auto
Als u rijdt met uitgeschakelde
benzinemotor, wordt er een geluid, dat
aangepast wordt aan de rijsnelheid,
afgespeeld om mensen in de buurt te
waarschuwen dat de auto nadert. Het
geluid stopt als de rijsnelheid hoger
wordt dan ongeveer 25 km/h.
Regeneratief remmen
• In de volgende situaties wordt
kinetische energie omgezet in
elektrische energie en wordt er een
afremmingskracht gegenereerd
terwijl tegelijkertijd het batterijpakket
(tractiebatterij) wordt opgeladen.
– Het gaspedaal wordt losgelaten
terwijl er wordt gereden in stand D
of B.
– Het rempedaal wordt ingetrapt
terwijl er wordt gereden in stand D
of B.
• Auto's met benzineroetfiltersysteem:
Als het benzineroetfiltersysteem
(→blz. 285) in werking is om het
uitlaatgasfilter te regenereren, wordt
het batterijpakket (tractiebatterij)
mogelijk niet opgeladen.Hybridesysteemindicator
De hybridesysteemindicator geeft het
uitgaande vermogen en het
regeneratieniveau van het
hybridesysteem weer. (→Blz. 87)
Omstandigheden waarin de
benzinemotor mogelijk niet wordt
uitgeschakeld
De benzinemotor wordt automatisch
gestart en uitgeschakeld. Hij wordt
echter onder de volgende
omstandigheden mogelijk niet
automatisch uitgeschakeld
*:
• Tijdens de opwarmfase van de
benzinemotor
• Tijdens het opladen van het
batterijpakket (tractiebatterij)
• Als de temperatuur van het
batterijpakket (tractiebatterij) hoog
of laag is
• Als de verwarming is ingeschakeld
*:Afhankelijk van de omstandigheden
wordt de benzinemotor mogelijk ook
niet automatisch uitgeschakeld in
andere dan de hiervoor genoemde
situaties.
Opladen van het batterijpakket
(tractiebatterij)
Omdat het batterijpakket (tractiebatterij)
indien nodig door de benzinemotor wordt
opgeladen, hoeft het niet door een
externe bron te worden opgeladen. Als de
auto echter gedurende lange tijd wordt
geparkeerd, wordt het batterijpakket
(tractiebatterij) langzaam ontladen.
1 .4 Hybridesysteem
53
1
Veiligheid en beveiliging
Page 70 of 510

1. Druk opofvan de
bedieningstoetsen van het
instrumentenpaneel op het scherm
en selecteer.
2. Druk op
om de cursor weer te
geven.
3. Druk op
ofvan de
bedieningstoetsen van het
instrumentenpaneel om de
helderheid van de verlichting van het
instrumentenpaneel aan te passen.
1Donkerder
2Helderder
Druk als het aanpassen is voltooid opom terug te keren naar het vorige
scherm.
Informatie automatisch weergegeven
Bepaalde informatie wordt automatisch
weergegeven overeenkomstig de
bediening van de startknop, de
voertuigconditie, enz.
Starten van het hybridesysteem
Als het hybridesysteem start, wordt op de
2 schermen een startanimatie
weergegeven.Als de animatie is afgelopen, wordt
overgeschakeld naar het normale scherm.
De startanimatie wordt onder een van de
volgende omstandigheden gestopt.
• Als een andere schakelstand dan P
wordt geselecteerd
• Als het Simple Intelligent Parking
Assist-systeem (indien aanwezig)
wordt ingeschakeld
Na het tanken (indien aanwezig)
Als na het tanken het contact AAN wordt
gezet, wordt het instelscherm voor de
benzineprijs* weergegeven op het
multi-informatiedisplay.
Stel na het tanken de benzineprijs altijd
zo in, dat de functie “Eco Savings”
(eco-besparing) (→blz. 93) op de juiste
wijze werkt.
Instellingen met betrekking tot de
functie “Eco Savings” (eco-besparing)
kunnen worden gewijzigd in de “Meter
Customize”-instellingen (persoonlijke
voorkeursinstellingen
instrumentenpaneel). (→Blz. 102)
*: Als er een te kleine hoeveelheid
brandstof getankt is, wordt dit scherm
mogelijk niet weergegeven. (→Blz. 83)
Als de ondersteunende systemen in
werking zijn
Bij het gebruik van ondersteunende
systemen, zoals het Dynamic Radar
Cruise Control-systeem met volledig
snelheidsbereik
*(→blz. 210) en de LTA
(Lane Tracing Assist)*(→blz. 196),
wordt informatie met betrekking tot elk
2.1 Instrumentenpaneel
68
Page 88 of 510

Rij-informatie
Door als
is geselecteerd opofvan de bedieningstoetsen van het
instrumentenpaneel te drukken kan de
volgende informatie worden
weergegeven.
• Energiemonitor (→blz. 85)
• Hybridesysteemindicator (→blz. 87)
• “Fuel Consumption Record” (overzicht
brandstofverbruik) (→blz. 90)
• “Drive monitor” (aandrijflijnmonitor)
(→blz. 92)
• “Eco Savings” (eco-besparing)
(→blz. 93)
• “Eco-Diary” (eco-logboek) (→blz. 95)
• Weergave AWD (alleen
AWD-uitvoeringen)
Energiemonitor
De energiemonitor kan worden gebruikt
om de rijstatus van de auto, de
bedrijfsstatus van het hybridesysteem
en de energieregeneratiestatus te
controleren.
Als er energie stroomt, verschijnt er een
pijl en beweegt er een helder lichtpunt
om de richting van de energiestroom te
laten zien. Als er geen energie stroomt,
wordt het heldere lichtpunt niet
weergegeven.
1Benzinemotor
2Elektromotor (tractiemotor)
3Batterijpakket (tractiebatterij)
4Wiel
5Helder lichtpunt dat de energiestroom
laat zien
Als voorbeeld worden alle pijlen in de
afbeelding getoond, maar de
werkelijke inhoud van het scherm zal
anders zijn.
(Voorbeeld display)
• Als het batterijpakket (tractiebatterij)
wordt opgeladen, beweegt het
heldere lichtpunt richting
3.
• Tijdens het rijden beweegt het
heldere lichtpunt van
1of2(of
beide, afhankelijk van de situatie)
richting
4.*
• Tijdens het rijden draaien de
afgebeelde wielen.
*: De weergave is afhankelijk van de
rijstatus.
Status batterijpakket (tractiebatterij)
• De weergave is onderverdeeld in
8 niveaus, afhankelijk van de
ladingstoestand van het
batterijpakket (tractiebatterij).
1Bijna leeg
2Vol
• De status van het batterijpakket
(tractiebatterij) wordt ook
weergegeven op het volgende
scherm, maar de informatie op het
display is hetzelfde.
– Subscherm van het hoofdscherm
(→blz. 83)
– Hybridesysteemindicator (→blz. 87)
– Head-up display (indien aanwezig)
(→blz. 105)
2.1 Instrumentenpaneel
86
Page 95 of 510

*1: Als het gemiddelde brandstofverbruik wordt gereset (→blz. 82), wordt het display van
de “Drive monitor” (aandrijflijnmonitor) eveneens gereset.
*2: Als de dagteller wordt gereset (→blz. 82), wordt het display van de “Drive monitor”
(aandrijflijnmonitor) eveneens gereset.
*3: Telkens als het hybridesysteem wordt gestart, wordt dit item gereset.
“Eco Savings” (eco-besparing) (indien
aanwezig)
Informatie over de “Gasoline Price”
(benzineprijs)
*1en informatie over de
“COMP. Consumption” (vergelijking
verbruik) wordt geregistreerd in de
“Meter Customize”-instellingen
(persoonlijke voorkeursinstellingen
instrumentenpaneel) (→blz. 102),
waardoor het mogelijk is 2 soorten
informatie met betrekking tot het
benzineverbruik weer te geven.
SAVINGS (besparing)
Als er geen informatie over de auto die
wordt gebruikt om het brandstofverbruik
te vergelijken (“COMP. Consumption”
(vergelijking verbruik)), wordt ingevoerd
en het brandstofverbruik van deze auto
volgens de kilometerstand van de
dagteller
*2hoger is dan dat van de
vergelijkende auto, wordt een schatting*3
van de brandstofkostenbesparing
weergegeven.
FUEL COST (brandstofkosten)
Als er geen informatie over de auto die
wordt gebruikt om het brandstofverbruik
te vergelijken (“COMP. Consumption”
(vergelijking verbruik)), wordt ingevoerd,
wordt een schatting
*3van de
brandstofkostenbesparing weergegeven
overeenkomstig de kilometerstand van
de dagteller
*2.
*1: Om het overzicht van SAVINGS
(besparing) en FUEL COST
(brandstofkosten) weer te geven is
informatie over de “Gasoline Price”
(benzineprijs) nodig.
*2: De weergave kan worden gewijzigd
van de geschiedenis van de
kilometerstand naar de geschiedenis per
maand. (→Blz. 94)
*3: De weergegeven hoeveelheid is
slechts een schatting en kan afwijken van
de werkelijke hoeveelheid.
2.1 Instrumentenpaneel
93
2
Instrumentenpaneel
Page 96 of 510

Lezen van het display
1Afgelegde afstand dagteller*
2Schatting van brandstofbesparing
voor weergegeven afgelegde afstand*
3Schatting van de benodigde uitgaven
voor brandstof om de op dat moment
weergegeven afstand af te leggen
*
4Schatting van de uitgaven voor
brandstof om de op dat moment
weergegeven afstand af te leggen (uw
auto)
*
5Schatting van de uitgaven voor
brandstof om de op dat moment
weergegeven afstand af te leggen
(vergelijkende auto)
*
*: Als de dagteller wordt gereset (→blz. 82), wordt het overzicht “Eco Savings”
(eco-besparing) eveneens gereset.
Controle van het overzicht per maand
De weergave op het display kan worden
gewijzigd naar TRIP (dagteller) of
“Monthly” (maandelijks) door op
te
drukken terwijl de weergave van de tab is
geselecteerd en vervolgens op
ofvan de bedieningstoetsen van het
instrumentenpaneel te drukken.
Met behulp van de weergave “Monthly”
(maandelijks) kunnen de overzichten per
maand voor SAVINGS (besparing) en
FUEL COST (brandstofkosten) worden
gecontroleerd.
De eenheden die op het display worden aangegeven, kunnen per model/type verschillend
zijn.
2.1 Instrumentenpaneel
94