audio TOYOTA PRIUS 2023 Instructieboekje (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: TOYOTA, Model Year: 2023, Model line: PRIUS, Model: TOYOTA PRIUS 2023Pages: 510, PDF Size: 109.67 MB
Page 13 of 510

5Multi-informatiedisplay blz. 84
Display blz. 84
Energiemonitor blz. 109
Als een waarschuwingsmelding wordt
weergegeven blz. 377
6Parkeerrem blz. 167
Activeren/deactiveren blz. 167
Voorzorgsmaatregelen bij rijden in de
winter blz. 292
Waarschuwingszoemer blz. 370
7Richtingaanwijzerschakelaar blz. 166
Lichtschakelaar blz. 167
Koplampen/parkeerlichten
voor/achterlichten/dagrijverlichting
blz. 167
Mistlampen voor/mistachterlicht
blz. 172
8Schakelaar ruitenwissers en -sproeiers
blz. 173
Schakelaar achterruitenwisser en
-sproeier blz. 176
Gebruik blz. 173, blz. 176
Bijvullen van ruitensproeiervloeistof
blz. 337
9Schakelaar alarmknipperlichten
blz. 364
10Tankdopklepontgrendeling blz. 176
11Ontgrendelingshendel motorkap
blz. 328
12Ontgrendelingshendel
stuurverstelling blz. 133
13Airconditioning blz. 296
Gebruik blz. 296
Achterruitverwarming blz. 298
14Audiosysteem*
*: Raadpleeg de handleiding voor het navigatie- en multimediasysteem.
Overzicht
11
Overzicht
Page 15 of 510

1Toets TRIP blz. 67
2Afstandsbediening audiosysteem*2
3Bedieningstoetsen
instrumentenpaneel blz. 66
4Afstandsschakelaar*1blz. 210
5Toets LTA (Lane Tracing
Assist)*1blz. 196
6Cruise control-schakelaar
Cruise control*1blz. 220
Dynamic Radar Cruise Control met
volledig snelheidsbereik
*1blz. 210
7Schakelaar
snelheidsbegrenzer*1blz. 224
8Spraaktoets*2
9Telefoontoetsen*2
*1: Indien aanwezig
*2: Raadpleeg de handleiding voor het navigatie- en multimediasysteem.
Overzicht
13
Overzicht
Page 18 of 510

1Startknop blz. 157
Starten van het hybridesysteem/
wijzigen van de modi blz. 157
Noodstop van het hybridesysteem
blz. 364
Als het hybridesysteem niet gestart
kan worden blz. 407
Waarschuwingsmeldingen blz. 377
2Selectiehendel blz. 162
Wijzigen van de schakelstand blz. 162
Voorzorgsmaatregelen bij slepen
blz. 366
3Schakelaar stand P blz. 162
4Tellers blz. 66
Aflezen van de tellers/instellen van
de helderheid van de
dashboardverlichting blz. 66
Waarschuwingslampjes/
controlelampjes blz. 72
Als de waarschuwingslampjes gaan
branden blz. 370
5Multi-informatiedisplay blz. 84
Display blz. 84
Energiemonitor blz. 109
Als een waarschuwingsmelding wordt
weergegeven blz. 377
6Parkeerrem blz. 167
Activeren/deactiveren blz. 167
Voorzorgsmaatregelen bij rijden in de
winter blz. 292
Waarschuwingszoemer blz. 370
7Richtingaanwijzerschakelaar blz. 166
Lichtschakelaar blz. 167
Koplampen/parkeerlichten
voor/achterlichten/dagrijverlichting
blz. 167
Mistlampen voor/mistachterlicht
blz. 172
8Schakelaar ruitenwissers en -sproeiers
blz. 173
Schakelaar achterruitenwisser en
-sproeier blz. 176
Gebruik blz. 173, blz. 176
Bijvullen van ruitensproeiervloeistof
blz. 337
9Schakelaar alarmknipperlichten
blz. 364
10Tankdopklepontgrendeling blz. 176
11Ontgrendelingshendel motorkap
blz. 328
12Ontgrendelingshendel
stuurverstelling blz. 133
13Airconditioning blz. 296
Gebruik blz. 296
Achterruitverwarming blz. 298
14Audiosysteem*
*: Raadpleeg de handleiding voor het navigatie- en multimediasysteem.
Overzicht
16
Page 20 of 510

1Toets TRIP blz. 67
2Afstandsbediening audiosysteem*2
3Bedieningstoetsen
instrumentenpaneel blz. 66
4Afstandsschakelaar*1blz. 210
5Toets LTA (Lane Tracing
Assist)*1blz. 196
6Cruise control-schakelaar
Cruise control*1blz. 220
Dynamic Radar Cruise Control met
volledig snelheidsbereik
*1blz. 210
7Schakelaar
snelheidsbegrenzer*1blz. 224
8Spraaktoets*2
9Telefoontoetsen*2
*1: Indien aanwezig
*2: Raadpleeg de handleiding voor het navigatie- en multimediasysteem.
Overzicht
18
Page 59 of 510

• Uw auto kan storingen veroorzaken in
niet-originele audio-onderdelen.
Batterijpakket (tractiebatterij)
De levensduur van het batterijpakket
(tractiebatterij) is niet onbeperkt. De
levensduur van het batterijpakket
(tractiebatterij) kan veranderen
afhankelijk van de rijstijl en de
rijomstandigheden.
Declaration of conformity
De uitstoot van waterstof van dit model
voldoet aan reglement ECE100 (voor de
veiligheid van elektrisch aangedreven
auto's met batterijen).
WAARSCHUWING!
Voorzorgsmaatregelen
hoogspanningssysteem
Deze auto heeft zowel
hoogspanningssystemen (wissel- en
gelijkspanning) als een 12V-systeem.
Gelijk- en wisselspanning zijn zeer
gevaarlijk en kunnen ernstige
brandwonden en elektrische schokken
veroorzaken die dodelijk of ernstig
letsel tot gevolg kunnen hebben.
• Verwijder of vervang nooit
hoogspanningscomponenten,
hoogspanningskabels en de stekkers
ervan, raak ze niet aan en haal ze niet
uit elkaar.
• Het hybridesysteem wordt na het
starten heet, aangezien het systeem
gebruikmaakt van hoogspanning.
Wees alert op zowel hoogspanning
als hoge temperaturen en volg altijd
de aanwijzingen op de
waarschuwingslabels op.
WAARSCHUWING!(Vervolg)
• Open nooit de klep onder de
rechterzijde van de achterstoel
waarachter zich de servicestekker
bevindt. De servicestekker, waar
hoogspanning op staat, wordt alleen
gebruikt bij onderhoud aan de auto.
WAARSCHUWING!
Waarschuwingen voor het geval de
auto bij een ongeval betrokken raakt
Neem de volgende
voorzorgsmaatregelen in acht om de
kans op dodelijk of ernstig letsel te
beperken:
• Duw of sleep uw auto indien mogelijk
van de weg, activeer de parkeerrem,
zet de selectiehendel in stand P en
schakel het hybridesysteem uit.
• Raak de onderdelen, kabels en
stekkers waar hoogspanning op
staat niet aan.
• Als binnen of buiten de auto
elektrische bedrading blootligt, kan
er een elektrische schok optreden.
Raak blootliggende elektrische
bedrading nooit aan.
• Raak bij een eventuele
vloeistoflekkage de vloeistof niet
aan omdat het geconcentreerde
alkalische elektrolyt uit het
batterijpakket (tractiebatterij) kan
zijn. Spoel vloeistof die op uw huid of
in uw ogen terecht is gekomen direct
af met veel water of, indien mogelijk,
met boorwater. Schakel onmiddellijk
medische hulp in.
• Stap zo snel mogelijk uit als er brand
uitbreekt in de hybrideauto. Gebruik
nooit een brandblusser die niet is
bedoeld voor het blussen van brand
als gevolg van een elektrische
storing. Zelfs het gebruik van een
geringe hoeveelheid water om te
blussen kan al gevaarlijk zijn.
1 .4 Hybridesysteem
57
1
Veiligheid en beveiliging
Page 87 of 510

Menu-iconenInhoud Bladzijde
Aan audiosysteem gekoppelde weergave
De instellingen van het audiosysteem kunnen worden gewijzigd.Blz. 97
Instelscherm airconditioning
De instellingen van de airconditioning kunnen worden gewijzigd.Blz. 97
Informatie ondersteunende systemen
De informatie met betrekking tot ondersteunende systemen,
zoals de LTA (Lane Tracing Assist)
*1en het Dynamic Radar Cruise
Control-systeem met volledig snelheidsbereik*1, wordt weerge-
geven.Blz. 99
Weergave waarschuwingsmelding*2
De waarschuwingsmeldingen worden weergegeven.Blz. 100
Weergave instellingen
De instellingen van voertuigfuncties, de weergave op het instru-
mentenpaneel, enz. kunnen worden gewijzigd.Blz. 100
*1: Indien aanwezig
*2: Als er een waarschuwingsmelding is die kan worden weergegeven, verandertde
kleur van in oranje.
Basishandelingen
1. Druk op
ofvan de
bedieningstoetsen van het
instrumentenpaneel en selecteer het
icoon van het gewenste item.
Het geselecteerde icoon licht op en er
wordt overgeschakeld op het
informatiescherm.
Als split screen is geselecteerd voor
het hoofdscherm of de RSA (Road
Sign Assist)
*en de
snelheidsbegrenzer*zijn
uitgeschakeld, kan het subscherm van
het hoofdscherm ook worden
geselecteerd. (→Blz. 82)
*: Indien aanwezig
2. Druk op
ofvan de
bedieningstoetsen van het
instrumentenpaneel om de informatie
op het display te wijzigen.3. Druk op
op schermen waar een
item geselecteerd of bevestigd moet
worden.
Druk op schermen met weergaven van
tabs op
om de weergave van de tab
te selecteren en druk opofvan
de bedieningstoetsen van het
instrumentenpaneel om de weergave
op het scherm te wijzigen.
4. Druk op
om terug te keren naar het
vorige scherm.
2.1 Instrumentenpaneel
85
2
Instrumentenpaneel
Page 99 of 510

Aan audiosysteem gekoppelde
weergave
De informatie over de op dat moment
geselecteerde audiobron wordt
weergegeven.De afbeelding dient slechts als voorbeeld
en wijkt mogelijk af van het werkelijke
scherm.
Druk om de audiobron te wijzigen op
om het keuzescherm voor de
audiobron weer te geven, druk opofvan de bedieningstoetsen van het
instrumentenpaneel en selecteer de
gewenste audiobron en druk vervolgens
op
.
Druk op
op het keuzescherm voor de
audiobron om het selecteren van de
audiobron te annuleren.
Instelscherm airconditioning
De instellingen van de airconditioning kunnen worden gecontroleerd op het scherm en
worden gewijzigd met de bedieningstoetsen van het instrumentenpaneel.
Druk op het instelscherm van de airconditioning op
ofvan de bedieningstoetsen
van het instrumentenpaneel om de informatie op het display te wijzigen.
Raadpleeg 296 voor meer informatie over de airconditioning.
Schermweergaven en instellingen die kunnen worden gewijzigd
Onderwerp Instellingen
1Eco Score (score
airco)→Blz. 98
2Ingestelde tempe-
ratuurVerandert overeenkomstig de bediening van de bedieningstoet-
sen van het instrumentenpaneel*1
2.1 Instrumentenpaneel
97
2
Instrumentenpaneel
Page 118 of 510

Als “A New Key has been Registered
Contact Your Dealer for Details” (Er is
een nieuwe sleutel geregistreerd.
Neem contact op met dealer voor meer
informatie.) wordt weergegeven op het
multi-informatiedisplay
Deze melding wordt weergegeven elke
keer dat het bestuurdersportier wordt
geopend als de portieren van buitenaf
worden ontgrendeld gedurende
ongeveer 10 dagen nadat er een nieuwe
elektronische sleutel is geregistreerd.
Neem contact op met een erkende
Toyota-dealer of hersteller/reparateur of
een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitgeruste
deskundige als de melding wordt
weergegeven, maar u geen nieuwe
elektronische sleutel hebt geregistreerd,
om te controleren of er een onbekende
elektronische sleutel (anders dan de
sleutels die u in uw bezit hebt) is
geregistreerd.
Als een verkeerde sleutel wordt
gebruikt
De slotcilinder zal vrij kunnen draaien.
OPMERKING
Voorkomen van beschadiging van de
sleutel
• Laat de sleutels niet vallen, stel ze niet
bloot aan sterke schokken en buig ze
niet.
• Stel de sleutels niet langdurig bloot
aan hoge temperaturen.
• Voorkom dat de sleutels nat worden
en reinig ze niet in een ultrasoon
reinigingsbad of iets dergelijks.
• Bevestig geen metaalhoudende of
magnetische voorwerpen aan de
sleutels en houd de sleutels uit de
buurt van dergelijke voorwerpen.
• Haal de sleutels niet uit elkaar.
• Plak geen stickers o.i.d. op het
oppervlak van de elektronische
sleutel.
OPMERKING(Vervolg)
• Houd de sleutels uit de buurt van
apparaten die magnetische velden
opwekken, bijvoorbeeld
televisietoestellen, audiosystemen en
inductiekookplaten.
• Houd de sleutels uit de buurt van
medische apparatuur, zoals
laagfrequente therapeutische
uitrusting en therapeutische
apparaten met microgolven, en zorg
ervoor dat u de sleutels niet bij u
draagt als u medische hulp ontvangt.
De elektronische sleutel bij u dragen
Houd de elektronische sleutel altijd ten
minste 10 cm uit de buurt van
ingeschakelde elektrische apparaten.
Radiogolven die worden uitgezonden
door elektrische apparaten die zich
minder dan 10 cm van de elektronische
sleutel vandaan bevinden, kunnen de
correcte werking van de sleutel
hinderen.
In geval van storingen in het Smart
entry-systeem met startknop of
andere problemen met de sleutel
Breng uw auto, inclusief alle
elektronische sleutels die bij uw auto zijn
geleverd, naar een erkende
Toyota-dealer of hersteller/reparateur
of een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitgeruste
deskundige.
Wanneer u een elektronische sleutel
verliest
Als de elektronische sleutel zoek blijft,
wordt het risico aanzienlijk groter dat de
auto wordt gestolen. Ga onmiddellijk
met alle overgebleven elektronische
sleutels die bij uw auto zijn geleverd naar
een erkende Toyota-dealer of
hersteller/reparateur of een andere naar
behoren gekwalificeerde en uitgeruste
deskundige.
3.1 Gebruik van de sleutel
116
Page 128 of 510

Het Smart entry-systeem met startknop
kan niet worden gebruikt als de
energiebespaarmodus is ingeschakeld.
Druk op een van de toetsen van de
elektronische sleutel om de functie te
annuleren.
Omstandigheden die de werking
kunnen beïnvloeden
Het Smart entry-systeem met startknop,
de afstandsbediening en de startblokke-
ring maken gebruik van zwakke radio-
golven. In de volgende situaties kunnen
storingen optreden in de communicatie
tussen de elektronische sleutel en de auto,
waardoor het Smart entry-systeem met
startknop, de afstandsbediening en de
startblokkering mogelijk niet goed
werken: (Oplossingen:→
blz. 408)
• Wanneer de batterij van de
elektronische sleutel leeg is
•
In de buurt van een televisiezendmast,
elektriciteitscentrale, tankstation, ra-
diozender, videowall, luchthaven of an-
dere locatie waar sterke radiogolven of
elektromagnetische velden aanwezig zijn
• Wanneer de elektronische sleutel
tegen een van de volgende metalen
voorwerpen wordt gehouden of
erdoor wordt bedekt
– Kaarten met aluminiumfolie
– Sigarettenpakjes met
aluminiumfolie erin
– Metalen portemonnees of tassen
– Muntgeld
– Metalen handwarmers
– Media zoals CD's en DVD's
• Als er een andere sleutel met
afstandsbediening (die radiogolven
uitzendt) in de buurt gebruikt wordt
• Als u de elektronische sleutel bij u
draagt samen met de volgende
apparaten die radiogolven uitzenden
–
Een draagbare radio, mobiele tele-
foon, draadloze telefoon of andere
draadloze communicatiemiddelen
– De elektronische sleutel of een
afstandsbediening van een andere
auto die radiogolven uitzendt– Computers of pda's
– Digitale audioapparatuur
– Draagbare spelcomputers
• Als een metalen coating of metalen
voorwerpen aan de achterruit zijn
bevestigd
• Wanneer de elektronische sleutel in
de buurt van een batterijlader of
elektronische apparaten wordt
gehouden
Aanwijzing voor de instapfunctie
• Zelfs als de elektronische sleutel zich
binnen het detectiegebied bevindt,
werkt het systeem in de volgende
gevallen mogelijk niet juist:
– De elektronische sleutel bevindt
zich te dicht bij de ruit of
buitenportiergreep, te dicht bij de
grond of te hoog als de portieren
worden vergrendeld of ontgrendeld.
– De elektronische sleutel ligt op het
dashboard, op de vloer of in een
portiervak of het dashboardkastje
wanneer het hybridesysteem wordt
gestart of de stand van het contact
wordt gewijzigd.
•
Laat de elektronische sleutel niet boven
op het dashboard of in de buurt van de
portiervakken liggen wanneer u de auto
verlaat. Afhankelijk van de ontvangst
van de radiogolven wordt door de
antenne mogelijk waargenomen dat de
sleutel zich buiten de auto bevindt en
kunnen de portieren worden
vergrendeld vanaf de buitenzijde,
waardoor de elektronische sleutel
mogelijk in de auto wordt opgesloten.
• Zolang de elektronische sleutel zich
binnen het detectiegebied bevindt,
kunnen de portieren door een
willekeurige persoon worden
ontgrendeld en vergrendeld.
• Zelfs als de elektronische sleutel zich
buiten de auto bevindt, kan het
hybridesysteem mogelijk worden
gestart als de elektronische sleutel
zich in de buurt van de ruit bevindt.
3.2 Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
126
Page 160 of 510

3. Druk kort en krachtig op de startknop.
Eén keer kort en stevig indrukken van
de startknop is voldoende om deze te
bedienen. U hoeft de startknop niet
ingedrukt te houden.
Als het controlelampje READY gaat
branden, werkt het hybridesysteem
normaal.
Houd het rempedaal ingetrapt tot het
controlelampje READY brandt.
Het hybridesysteem kan vanuit iedere
stand van het contact worden gestart.
4. Controleer of het controlelampje
READY brandt.
Als het controlelampje READY eerst
knippert en vervolgens blijft branden
en de zoemer klinkt, dan start het
hybridesysteem normaal. Wanneer
het controlelampje READY uit is, kunt
u niet wegrijden. Als het
controlelampje READY brandt, kunt u
wegrijden, zelfs als de
verbrandingsmotor niet draait. (De
benzinemotor start of stopt
automatisch in overeenstemming met
de toestand van de auto.)
Uitschakelen van het hybridesysteem
1. Breng de auto volledig tot stilstand.
2. Activeer de parkeerrem. (→Blz. 167)
3. Selecteer stand P. (→Blz. 163)
Controleer of de
schakelstandindicator P aangeeft.
(→Blz. 162)
4. Druk op de startknop.
Het hybridesysteem stopt.5. Laat het rempedaal langzaam
opkomen en controleer of er niets
meer wordt weergegeven op het
display in het instrumentenpaneel.
De weergave van het
instrumentenpaneel dooft nadat het
hybridesysteem is uitgeschakeld.
(→Blz. 160)
Wijzigen van de standen van het
contact
De stand kan worden gewijzigd door op
de startknop te drukken zonder het
rempedaal in te trappen. (De stand
verandert iedere keer dat op de knop
wordt gedrukt.)
1Uit
De alarmknipperlichten kunnen
worden gebruikt.
2Stand ACC
Sommige elektrische componenten
zoals het audiosysteem kunnen
worden gebruikt.
“Accessory” (stand ACC) wordt
weergegeven op het hoofdscherm.
3AAN
Alle elektrische componenten
kunnen worden gebruikt.
“Ignition ON” (contact AAN) wordt
weergegeven op het hoofdscherm.
4.2 Rijprocedures
158