display TOYOTA PROACE VERSO 2019 Instructieboekje (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: TOYOTA, Model Year: 2019, Model line: PROACE VERSO, Model: TOYOTA PROACE VERSO 2019Pages: 505, PDF Size: 56.63 MB
Page 225 of 505

224
MEM
MEM
ProaceVerso_nl_Chap06_conduite_ed01-2019
3. Weergave van de snelheidslimiet.4. Verzoek om opslaan van de snelheid.5. Huidige ingestelde snelheid.
Weergave op het instrumentenpaneel
Weergave op het head-up display
Opslaan
F Als de snelheidsbegrenzer/snelheidsregelaar wordt ingeschakeld, worden de desbetreffende gegevens weergegeven.
Als een verkeersbord wordt gedetecteerd, geeft het systeem de snelheidslimiet weer. U kunt dan deze snelheid als ingestelde snelheid opslaan.De letters "MEM" knipperen enkele seconden op het display.
F Druk eerst op deze knop om
de voorgestelde snelheidslimiet weer te geven.
F Druk nogmaals op deze knop om deze nieuwe ingestelde snelheid te bevestigen.
Rijden
Page 226 of 505

225
GAP
MEM
ProaceVerso_nl_Chap06_conduite_ed01-2019
Bediening op het stuurwiel
6. Snelheidsbegrenzer ingeschakeld/onderbroken.7. Snelheidsbegrenzer geselecteerd.8. Ingestelde snelheid.
Snelheidsbegrenzer ("LIMIT")
De snelheidsbegrenzer voorkomt dat de auto de door de bestuurder ingestelde maximumsnelheid overschrijdt.
Bij het gebruik van de snelheidsbegrenzer moet de bestuurder te allen tijde de snelheidslimiet in acht nemen en zijn aandacht op het verkeer blijven vestigen.
Als de ingestelde maximumsnelheid is bereikt, heeft het dieper intrappen van het gaspedaal geen effect.
1. Selecteren van de snelheidsbegrenzer.2. Verlagen van de ingestelde snelheid.3. Verhogen van de ingestelde snelheid.4. Inschakelen/onderbreken van de snelheidsbegrenzing.5. Als uw auto hiermee is uitgerust, kunt u een overzicht weergeven van de opgeslagen snelheden of snelheden opslaan die door het Road Sign Assist-systeem worden voorgesteld.
Weergave op het instrumentenpaneel
De ingestelde maximumsnelheid blijft na het afzetten van het contact opgeslagen in het geheugen.
Zie het desbetreffende hoofdstuk voor meer informatie over deze toets en de adaptieve cruise control.
Zie het desbetreffende hoofdstuk
voor meer informatie over de instelbare snelheidsbegrenzer (AS L).
Head-up display
Zie het desbetreffende hoofdstuk voor meer informatie over de Road Sign Assist en in het bijzonder het opslaan van verkeersborden.
6
Rijden
Page 227 of 505

226
ProaceVerso_nl_Chap06_conduite_ed01-2019
Inschakelen / Pause
F Draai de rolknop 1 in de stand "LIMIT": de snelheidsbegrenzer is geselecteerd, maar nog niet ingeschakeld (Pause).F Schakel de snelheidsbegrenzer in door op de toets 4 te drukken, als de gewenste snelheid wordt weergegeven (standaard de laatste geprogrammeerde snelheid).F U kunt de werking van de snelheidsbegrenzer tijdelijk onderbreken door nogmaals op de toets 4 te drukken: het onderbreken wordt bevestigd op het display (Pause).
Er kan een snelheid worden ingesteld zonder de begrenzer in te schakelen.Als de functie is geselecteerd, kunt u als volgt de waarde van de snelheid wijzigen:- druk op de toets 2 of 3 om de weergegeven snelheid te verhogen of te verlagen:F herhaaldelijk kort indrukken om te
wijzigen in stappen van + of - 1 km/h,F ingedrukt houden om te wijzigen in stappen van + of - 5 km/h.
- door, indien uw auto is uitgerust met snelheidslimietherkenning, op de toets 5 te drukken:F de zes opgeslagen snelheden worden weergegeven op het touchscreen,F druk op de toets van de door u gewenste snelheid.De waarde wordt direct weergegeven op het instrumentenpaneel.Het selectiescherm wordt na enkele seconden gesloten.
Instellen van de
maximumsnelheid (instelling)Om de snelheidsbegrenzer te kunnen inschakelen moet de ingestelde snelheid minimaal 30 km/h bedragen.Het onderbreken van de snelheidsbegrenzer geschiedt eveneens via de toets.
De geprogrammeerde snelheid kan tijdelijk worden overschreden door het gaspedaal volledig in te drukken.
Laat om terug te keren naar de ingestelde maximumsnelheid het gaspedaal los tot de wagensnelheid weer beneden de ingestelde snelheid ligt.
Rijden
Page 228 of 505

227
MEM
ProaceVerso_nl_Chap06_conduite_ed01-2019
Bij snel accelereren, bijvoorbeeld in een steile afdaling, kan de snelheidsbegrenzer niet altijd voorkomen dat de ingestelde snelheid wordt overschreden.De snelheidsbegrenzer wordt dan tijdelijk uitgeschakeld en de ingestelde snelheid knippert op het display.Als de ingestelde snelheid zonder ingreep van de bestuurder wordt overschreden, knippert de snelheid in combinatie met een geluidssignaal.
Het knipperen van streepjes wijst op een storing in de snelheidsbegrenzer.Laat het direct nakijken door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
StoringTijdelijk overschrijden van
de ingestelde snelheid
Uitschakelen
F Om het geprogrammeerde toerental tijdelijk te overschrijden, drukt u het gaspedaal volledig in.De werking van de snelheidsregelaar wordt tijdelijk onderbroken en de weergegeven ingestelde snelheid knippert.Als de ingestelde snelheid zonder ingreep van de bestuurder wordt overschreden (bijvoorbeeld in een steile afdaling), knippert de snelheid in combinatie met een geluidssignaal.Zodra de wagensnelheid weer is gedaald tot beneden de ingestelde snelheid, werkt de snelheidsbegrenzer weer en stopt het knipperen van de snelheid.
F Draai de knop 1 in de stand "0". De informatie van de snelheidsbegrenzer wordt niet meer weergegeven.
- door het indrukken van toets 5, indien uw auto is uitgerust met Road Sign Assist:F de opgeslagen snelheid verschijnt op het instrumentenpaneel,F druk nogmaals op de toets 5 om de snelheid op te slaan.De waarde wordt direct op het instrumentenpaneel weergegeven.
Zie het desbetreffende hoofdstuk voor meer informatie over de Road Sign Assist.
Bij gebruik van matten die niet zijn goedgekeurd door Toyota kan de werking van de snelheidsbegrenzer worden gehinderd.Om te voorkomen dat de pedalen blijven hangen:- controleer of de mat goed is bevestigd,- gebruik nooit meer dan één mat per plaats.
6
Rijden
Page 230 of 505

229
ProaceVerso_nl_Chap06_conduite_ed01-2019
Bij een auto met handgeschakelde versnellingsbak moet minimaal de derde of vierde versnelling zijn ingeschakeld.
Als uw auto is uitgerust met een automatische transmissie of elektronisch gestuurde versnellingsbak, moet minimaal de tweede versnelling zijn ingeschakeld.
6. Snelheidsregeling onderbroken/hervat.7. Snelheidsregelaar geselecteerd.8. Ingestelde snelheid.
Weergave op het instrumentenpaneel
Weergave op het head-up display
Inschakelen
F Draai de rolknop 1 in de stand "CRUISE": de snelheidsregelaar is geselecteerd, maar nog niet ingeschakeld (Pause).F Druk op de toets 2 of 3: de actuele snelheid van uw auto wordt de ingestelde snelheid.De snelheidsregelaar is geactiveerd (ON).
Door het gaspedaal in te trappen, kan de ingestelde snelheid tijdelijk worden overschreden.Om weer terug te keren naar de ingestelde snelheid is het voldoende het gaspedaal los te laten tot de wagensnelheid weer gelijk is aan de geprogrammeerde snelheid.
Het inschakelen van de snelheidsregelaar geschiedt handmatig: daar voor moet de auto met een snelheid van minstens 40 km/h rijden.
6
Rijden
Page 231 of 505

230
ProaceVerso_nl_Chap06_conduite_ed01-2019
Onderbreken
Het onderbreken van de snelheidsregelaar geschiedt handmatig met de toets, door het rem- of koppelingspedaal in te trappen of om veiligheidsredenen, door activering van de ESC.
- druk, indien uw auto is uitgerust met snelheidslimietherkenning, op de toets 5:F de opgeslagen snelheid verschijnt op het instrumentenpaneel,
F druk nogmaals op de toets 5 om de snelheid op te slaan.De waarde wordt direct op het instrumentenpaneel weergegeven.Zie het desbetreffende hoofdstuk voor meer informatie over de Road Sign Assist.
Als de snelheidsregelaar is ingeschakeld, kunt de werking er van tijdelijk onderbreken door op de toets 4 te drukken: op het display wordt de onderbreking aangegeven (Pause).
Als de snelheidsregelaar is ingeschakeld, kunt u vervolgens de snelheid wijzigen:- met behulp van de toetsen 2 of 3:F herhaaldelijk kort indrukken om te wijzigen in stappen van + of - 1 km/h,F ingedrukt houden om te wijzigen in stappen van + of - 5 km/h.
Wijzigen van de oorspronkelijke
(ingestelde) snelheid
- door, indien uw auto is uitgerust met snelheidslimietherkenning, op de toets 5 te drukken:F de zes opgeslagen snelheden worden
weergegeven op het touchscreen,F selecteer een waarde: deze verschijnt op het instrumentenpaneel.Het selectiescherm wordt na enkele seconden gesloten.De wijziging is opgeslagen.
Rijden
Page 234 of 505

233
ProaceVerso_nl_Chap06_conduite_ed01-2019
Als uw auto is uitgerust met een automatische transmissie of elektronisch gestuurde versnellingsbak, moet minimaal de tweede versnelling zijn ingeschakeld.
Bij een auto met handgeschakelde versnellingsbak moet minimaal de derde of vierde versnelling zijn ingeschakeld.
7. Snelheidsregeling onderbroken/hervat.8. Snelheidsregelaar geselecteerd of bijstelfase van de wagensnelheid.9. Ingestelde snelheid.
Weergave op het instrumentenpaneel
Head-up display
De adaptieve cruise control wordt handmatig ingeschakeld. Hier voor moet de rijsnelheid tussen de 40 en 150 km/h zijn.Als de ingestelde snelheid voor de cruise control hoger is dan 150 km/h, schakelt de adaptieve cruise control over naar de normale cruise control-modus (zonder automatische regeling van een veilige tussenafstand).
Inschakelen
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer informatie over het head-up display.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer informatie over de snelheidsregelaar.
De adaptieve cruise control moet worden geselecteerd in het menu “Driving” (rijden).
F Draai de rolknop 1 in de stand "CRUISE": de snelheidsregelaar is geselecteerd, maar nog niet ingeschakeld (Pause).F Druk op een van de toetsen 2 of 3: de actuele snelheid van uw auto wordt de ingestelde snelheid.De snelheidsregelaar is geactiveerd (ON).
6
Rijden
Page 241 of 505

240
ProaceVerso_nl_Chap06_conduite_ed01-2019
Het autonome noodstopsysteem werkt niet:- als de voorbumper van de auto is beschadigd,- binnen 10 seconden na de laatste keer dat het systeem in werking is getreden,- bij een storing in het elektronische stabiliteitsprogramma,
Werkingslimieten
In de volgende gevallen is het raadzaam de functie uit te schakelen via het configuratiemenu van de auto:- bij een schok op de voorruit ter hoogte van de detectiecamera,- als de auto een aanhanger of caravan trekt,- als lading op de imperiaal boven de voorruit uitsteekt (bijvoorbeeld een ladder),- als de auto wordt gesleept bij draaiende motor,- als het noodreser vewiel (indien aanwezig) is gemonteerd,- als de auto tijdens onderhoud in de werkplaats op een rollenbank wordt getest,- als de auto in een automatische wasstraat wordt gewassen,- als de remlichten niet werken.
Na een aanrijding wordt het systeem automatisch uitgeschakeld. Neem contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige om het systeem te laten nakijken.
Forward collision warning
Afhankelijk van de door het systeem gedetecteerde kans op een aanrijding en de geselecteerde stand voor de waarschuwing kunnen meerdere waarschuwingsniveaus worden geactiveerd en weergegeven op het instrumentenpaneel.
Dit waarschuwingsniveau is gebaseerd op de afstand in tijd tussen uw auto en de voorligger.
Niveau 1: waarschuwing door middel van visuele signalen die aangeeft dat de afstand tot de voorligger zeer klein is.Wanneer de auto de voorligger nadert, wordt een melding weergegeven om de bestuurder aan te sporen op te letten.
Deze informatie wordt tevens weergegeven op het head-up display.Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer informatie over het head-up display.
Rijden
Page 267 of 505

266
Eco-mode
De eco-mode bepaalt de maximale gebruiksduur van een aantal functies om te voorkomen dat de accu ontladen raakt.Nadat de motor is afgezet, kunt u een aantal elektrische functies zoals het audio- en telematicasysteem, de ruitenwissers, dimlichten, plafonniers, ... nog in totaal maximaal 40 minuten gebruiken.
Inschakelen van de eco-mode
Een melding op het display van het
instrumentenpaneel geeft aan dat de eco-mode is ingeschakeld en worden de actieve functies in de ruststand gezet.Als u op het moment dat de eco-mode wordt ingeschakeld aan het telefoneren bent, kan het gesprek nog gedurende ongeveer 10 minuten worden voortgezet via de handsfree set van uw autoradio.
Uitschakelen van de eco-mode
De functies worden automatisch weer ingeschakeld als de motor gestart wordt.Start om de functies direct weer te kunnen gebruiken de motor en laat deze draaien:- minder dan tien minuten om de functies ongeveer vijf minuten te kunnen gebruiken,- meer dan tien minuten om de functies ongeveer dertig minuten te kunnen gebruiken.Neem de tijd die nodig is voor het starten van de motor in acht om een juiste lading van de accu te garanderen.Vermijd het herhaaldelijk en continu starten van
de motor om de accu bij te laden.Als de accu ontladen is, kan de motor niet gestart worden.Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer informatie over de 12V-accu.
Spaarfase
De spaar fase stuurt de elektrische functies van de auto aan om het ontladen van de accu te voorkomen.Tijdens het rijden kunnen in verband met de laadtoestand van de accu enkele functies (airconditioning, achterruitverwarming, ...) tijdelijk worden uitgeschakeld.Deze functies worden automatisch ingeschakeld zodra de laadtoestand van de accu dit toelaat.
Praktische informatie
Page 276 of 505

275
Aftappen van het systeem
Deze koelvloeistof hoeft niet ver verst te worden.
Type koelvloeistof
Gebruik de door de fabrikant voorgeschreven koelvloeistof.
Het controleren en bijvullen moet altijd worden uitgevoerd bij koude motor.Een te laag koelvloeistofniveau kan leiden tot ernstige motorschade.
Als de buitentemperatuur hoog is, is het raadzaam de motor, als de auto stilstaat, 1 - 2 minuten stationair te laten draaien om de koeling te vergemakkelijken.
Vermijd langdurig huidcontact met afgewerkte olie en andere vloeistoffen.De meeste van deze vloeistoffen zijn bijtend en schadelijk voor de gezondheid.
Gooi afgewerkte olie en andere vloeistoffen niet in het riool, in het water of op de grond.Breng gebruikte olie naar een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige (Frankrijk) of naar een bevoegd afvalverwijderingsstation.
Afgewerkte producten
Bijvullen
Dit additief moet worden bijgevuld door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Niveau brandstofadditief
(diesel met roetfilter)
Een te laag additiefniveau wordt aangegeven door dit verklikkerlampje in combinatie met een geluidssignaal en een melding op het display van het instrumentenpaneel.
Type ruiten- en koplampsproeiervloeistof
Voor een optimale reiniging en om het bevriezen van de sproeiers te voorkomen is het (bij)vullen van het reser voir met water niet toegestaan.
Niveau ruiten- en
koplampsproeiervloeistof
Wanneer uw auto is voorzien van koplampsproeiers, wordt een te laag vloeistofniveau van de ruiten- en koplampsproeiers aangegeven door een geluidssignaal en een melding op het display van het instrumentenpaneel.Vul bij de eerstvolgende gelegenheid het reservoir bij.
Onder winterse omstandigheden is het raadzaam ruitensproeier vloeistof op basis van ethanol of methanol te gebruiken.
7
Praktische informatie