service Abarth 500 2008 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: ABARTH, Model Year: 2008, Model line: 500, Model: Abarth 500 2008Pages: 170, PDF Size: 2.33 MB
Page 34 of 170

33
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
WEGWIJS IN
UW AUTO
∂lucht uit de luchtroosters voor de
beenruimte voor. Doordat warme
lucht opstijgt, kan in een zo kort
mogelijke tijd de lucht in het interi-
eur worden verwarmd. Dit geeft
snel een behaaglijk gevoel.
∂+μlucht uit de luchtroosters voor de
beenruimte (warmere lucht) en de
uitstroomopeningen op het dash-
board (koelere lucht).
∂+´lucht uit de luchtroosters voor de
beenruimte en de luchtroosters
voor de voorruit en zijruiten voor.
Deze luchtverdeling zorgt voor een
goede verwarming van het interi-
eur en voorkomt het eventuele be-
slaan van de ruiten.
De ingestelde luchtverdeling wordt aan-
gegeven door een brandend lampje op de
geselecteerde knoppen.
Om de automatische regeling van de lucht-
verdeling weer in te schakelen, moet u de
knop AUTOindrukken.
Knop
-- L
Snelle ontwaseming/ontdooiing van
de voorruit en de zijruiten voor
Als u op de knop
-drukt, schakelt het
systeem automatisch alle functies in die
noodzakelijk zijn voor het snel ontdooi-
en/ontwasemen van de voorruit en de zij-
ruiten voor, d.w.z. dat het systeem:
❒de aircocompressor inschakelt wan-
neer de klimatologische omstandighe-
den dit toestaan;
❒de luchtrecirculatie uitschakelt;
❒de maximale luchttemperatuur instelt
(HI);
❒een aanjagersnelheid inschakelt op ba-
sis van de koelvloeistoftemperatuur;
❒de luchtstroom naar de voorruit en de
zijruiten voor leidt;
❒de achterruitverwarming inschakelt.
BELANGRIJK De functie blijft ongeveer
3 minuten ingeschakeld nadat de koelvloei-
stoftemperatuur boven 50°C is gekomen
(benzine-uitvoeringen) of 35°C (dieseluit-
voeringen).
ONDERHOUD VAN HET
SYSTEEM
Schakel in de winter de airconditioning 1
keer per maand gedurende 10 minuten in.
Laat voor het zomerseizoen de werking
van de airconditioning door het Abarth
Servicenetwerk controleren.De airconditioning maakt ge-
bruik van het koelmiddel
R134a. Bij lekkage is dit mid-
del niet schadelijk voor het
milieu. Gebruik in geen geval andere
middelen, zoals R12, omdat anders de
componenten van het systeem bescha-
digd kunnen worden.
ONTWASEMING/
ONTDOOIING ACHTERRUIT
Druk op de knop Mvoor het inschake-
len van deze functie: het lampje
(op het
instrumentenpaneel gaat branden als de-
ze functie wordt ingeschakeld.
De functie is voorzien van een tijdscha-
keling, waardoor de functie na 20 minuten
automatisch wordt uitgeschakeld. U kunt
de verwarming eerder uitschakelen door
nogmaals de knop
(in te drukken.
BELANGRIJK Plak geen stickers of ande-
re plaatjes op de elektrische weerstands-
draden aan de binnenzijde van de achter-
ruit, om beschadiging van de achterruit-
verwarming te voorkomen.
Page 36 of 170

35
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
WEGWIJS IN
UW AUTO
RUITEN REINIGEN
Met de rechter hendel fig. 32kunt u de
ruitenwissers/-sproeiers en achterruitwis-
ser/-sproeier bedienen.
RUITENWISSERS/-SPROEIERS
Deze werken uitsluitend als de contact-
sleutel in stand MARstaat.
De hendel kan in vijf verschillende standen
worden gezet (4 snelheidsniveaus):
Aruitenwissers uitgeschakeld.
Bwissen met interval.
Clangzaam continu wissen.
Dsnel continu wissen.
Etussenslag (onvergrendelde stand).
In stand E werken de ruitenwissers, zolang
u de hendel met de hand in deze stand
houdt. Als u de hendel loslaat, springt de-
ze direct weer in stand Aen schakelen de
ruitenwissers automatisch uit.“Intelligente wis-/wasregeling”
Als u de hendel naar het stuur trekt (on-
vergrendelde stand), schakelen de ruiten-
sproeiers in.
Als u de hendel aangetrokken houdt, dan
worden in een beweging de ruitenwis-
sers/-sproeiers ingeschakeld; de ruitenwis-
sers schakelen automatisch in als u de hen-
del langer dan een halve seconde aange-
trokken houdt. De ruitenwissers blijven
nog enkele slagen werken, nadat u de hen-
del loslaat; na enige seconden volgt nog
een “reinigingsslag”. “FOLLOW ME HOME” SYSTEEM
Met dit systeem kan de ruimte voor de au-
to een bepaalde tijd worden verlicht.
Inschakelen
U schakelt deze functie in door de con-
tactsleutel in stand STOPte draaien of
uit te nemen en de linker hendel binnen
2 minuten na het uitzetten van de motor
naar het stuur te trekken.
Telkens als u de hendel bedient, blijft de
verlichting 30 seconden langer branden,
tot een maximum van 210 seconden; hier-
na schakelt de verlichting automatisch uit.
Telkens als de hendel wordt bediend, gaat
het controlelampje
3op het instru-
mentenpaneel branden en verschijnt op
het display de tijd dat de functie actief blijft.
Het lampje gaat branden als de hendel
voor het eerst bediend wordt en blijft
branden totdat de functie automatisch
wordt uitgeschakeld. Telkens als de hen-
del wordt bediend, wordt alleen de inscha-
keltijd van de verlichting verlengd.
Uitschakelen
Houd de hendel langer dan 2 seconden
naar het stuur getrokken.
F0S032Abfig. 32
Gebruik de ruitenwissers niet
om opgehoopte sneeuw of ijs
van de voorruit te verwijde-
ren. In die omstandigheden
grijpt, als de ruitenwissers te zwaar
worden belast, de beveiliging in, die er-
voor zorgt dat de ruitenwisser enkele
seconden worden uitgeschakeld. Als
hierna de werking niet wordt hervat,
wendt u dan tot het Abarth Servicenet-
werk.
Page 37 of 170

36
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
WEGWIJS IN
UW AUTO
Brandduurregeling van de
interieurverlichting (middelste
stand van het lampenglas)
Er zijn drie brandduurregelingen:
❒iedere keer als een portier wordt ge-
opend, gaat de verlichting 3 min. branden;
❒als de contactsleutel uit het contactslot
wordt genomen binnen twee minuten na
het uitzetten van de motor, gaat de ver-
lichting ongeveer 10 seconden branden;
❒als de portieren worden ontgrendeld
(met de afstandsbediening of met de sleu-
tel in het slot van het bestuurdersportier),
gaat de verlichting ongeveer 10 seconden
branden.
De verlichting kan op twee manieren wor-
den uitgeschakeld:
❒als alle portieren worden gesloten, wordt
de brandduurregeling van drie minuten
uitgeschakeld en gaat de verlichting 10 se-
conden branden. De werking van de
brandduurregeling wordt onderbroken
als de contactsleutel in stand MARwordt
gedraaid;
❒als de portieren worden vergrendeld (met
de afstandsbediening of met de sleutel in
het slot van het bestuurdersportier),
dooft de verlichting.
❒de interieurverlichting schakelt na 15 min.
automatisch uit om de accu te sparen.
BAGAGERUIMTEVERLICHTING
Het lampje gaat automatisch branden als u de
bagageruimte opent en dooft als de bagage-
ruimte wordt gesloten.
PLAFONDVERLICHTING
PLAFONDVERLICHTING VOOR
Het lampenglas kan in drie standen staan:
❒rechterzijde ingedrukt: verlichting altijd
ingeschakeld
❒linkerzijde ingedrukt: verlichting altijd uit-
geschakeld
❒middelste stand (neutraal): de verlichting
wordt automatisch in-/uitgeschakeld bij
het openen/sluiten van de portieren.
BELANGRIJK Controleer voordat u de au-
to verlaat of de schakelaar in de middelste
stand staat. Op deze manier dooft de interi-
eurverlichting bij het sluiten van de portieren,
en voorkomt u dat de accu ontlaadt.
Bij enkele uitvoeringen schakelt de verlichting
alleen automatisch in of uit als het portier aan
bestuurderszijde wordt geopend of gesloten.
Als de portieren met de afstandsbediening
worden ontgrendeld, gaat de verlichting on-
geveer 10 seconden branden. Als de portie-
ren met de afstandsbediening worden ver-
grendeld, dooft de plafondverlichting.
ACHTERRUITWISSER/-
SPROEIER
Deze werken uitsluitend als de contact-
sleutel in stand MARstaat.
Als u de draaiknop in stand
'zet, scha-
kelt de achterruitwisser in.
Als u bij ingeschakelde ruitenwissers de
draaiknop in stand
'zet, schakelt de ach-
terruitwisser in die, in dit geval, gelijktijdig
werkt (in de verschillende standen) met
de ruitenwissers voor maar met een lage-
re frequentie. Als u bij ingeschakelde rui-
tenwissers de achteruit inschakelt, gaat au-
tomatisch ook de achterruitwisser lang-
zaam continu wissen.
De werking stopt als de achteruit wordt
uitgeschakeld.
“Intelligente wis-/wasregeling”
Als u de hendel naar het dashboard duwt
(onvergrendelde stand), schakelt de ach-
terruitsproeier in.
Als u de hendel aangetrokken houdt, dan
worden in een beweging de achterruitwis-
ser/-sproeier ingeschakeld; de achterruit-
wisser schakelt automatisch in als u de
hendel langer dan een halve seconde aan-
getrokken houdt.
De achterruitwisser blijft nog enkele sla-
gen werken, nadat u de hendel loslaat; na
enige seconden volgt nog een “reinigings-
slag”.
Gebruik de achterruitwisser
niet om opgehoopte sneeuw
of ijs van de achterruit te ver-
wijderen. In die omstandighe-
den grijpt, als de achterruitwisser te
zwaar wordt belast, de beveiliging in,
die ervoor zorgt dat de wisser enkele se-
conden worden uitgeschakeld. Als hier-
na de werking niet wordt hervat, wendt
u dan tot het Abarth Servicenetwerk.
Page 52 of 170

51
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
WEGWIJS IN
UW AUTO
KOPLAMPEN
KOPLAMPEN AFSTELLEN
Goed afgestelde koplampen zijn belangrijk
voor het comfort en de veiligheid van uzelf
en de overige weggebruikers. Bovendien
zijn er wettelijke voorschriften met be-
trekking tot de koplampafstelling.
Voor optimaal zicht en zichtbaarheid moe-
ten de koplampen op de juiste wijze zijn
afgesteld.
Wendt u voor controle of afstelling tot
het Abarth Servicenetwerk.
Controleer de afstelling van de koplampen
telkens als het gewicht of de plaats van de
lading wijzigt.
IMPERIAAL/
SKIDRAGER
BEVESTIGINGSPUNTEN
De bevestigingspunten bevinden zich op
de in fig. 55aangegeven plaatsen.
Om de bevestigingspunten voor te ge-
bruiken, moet de dop Aworden verwij-
derd, die bereikbaar is bij geopend por-
tier. De bevestigingspunten achter Bzijn
te vinden overeenkomstig de maten die
zijn afgebeeld in fig. 56.
In het Lineaccessori-programma is een im-
periaal/skidrager opgenomen die speciaal
voor de achterklep is ontwikkeld.
BELANGRIJK U dient zich strikt aan de aan-
wijzingen te houden die in het pakket zijn
meegeleverd. De montage moet altijd door
deskundige personen worden uitgevoerd.
fig. 55
A
F0S055Ab
Controleer na enkele kilo-
meters opnieuw of de beves-
tigingsbouten nog goed vastzitten.
ATTENTIE
Overschrijd nooit het maxi-
mum draagvermogen (zie
hoofdstuk “Technische gege-
vens”).
Verdeel de lading gelijkmatig
en houd tijdens de rit reke-
ning met een verhoogde zij-
windgevoeligheid.
Houdt u strikt aan de wette-
lijke bepalingen betreffende
de maximale afmetingen.
ATTENTIE
fig. 56
30 mm
130 mm
F0S056Ab
Page 53 of 170

52
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
WEGWIJS IN
UW AUTO
KOPLAMPVERSTELLING fig. 57
De auto is uitgerust met een elektrische
koplampverstelling, die werkt met de con-
tactsleutel in stand MARen ingeschakeld
dimlicht.
Als de auto beladen is, helt hij achterover.
Het gevolg is dat de lichtbundel meer naar
boven schijnt.
In dit geval moeten de koplampen worden
versteld met de knoppen +en –.
Het display toont de stand gedurende de
koplampverstelling.MISTLAMPEN VOOR
AFSTELLEN
(indien aanwezig)
Wendt u voor controle of afstelling tot
het Abarth Servicenetwerk.
KOPLAMPAFSTELLING IN HET
BUITENLAND
De dimlichten zijn afgesteld voor gebruik
in het land waarin de auto is verkocht. In
die landen waarin aan de andere zijde van
de weg wordt gereden, moet om het te-
gemoetkomende verkeer niet te verblin-
den, een gedeelte van de koplampen wor-
den afgeplakt overeenkomstig de wetge-
ving van het land waarin u rijdt.
fig. 57
M E N UE S C
F0S057Ab
Correcte standen op basis van de
beladingsgraad
Stand 0- een of twee personen op de
voorstoelen.
Stand 1- vier personen.
Stand 2- vier personen + bagage.
Stand 3- bestuurder + maximale lading in
de bagageruimte.
Page 54 of 170

53
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
WEGWIJS IN
UW AUTO
ACTIVERING VAN HET
SYSTEEM
Als het ABS in werking is getreden, merkt
de bestuurder dit aan een trilling in het
rempedaal, die gepaard gaat met enig ge-
luid: dit geeft aan dat het noodzakelijk is uw
snelheid aan te passen aan de beschikbare
grip op het wegdek.ABS
(indien aanwezig)
Het ABS dat geïntegreerd is in het rem-
systeem, voorkomt dat tijdens het remmen
de wielen blokkeren, ongeacht de condi-
tie van het wegdek en de pedaaldruk, en
verhindert daarmee het doorslippen van
een of meerdere wielen. Hierdoor blijft de
auto bestuurbaar, zelfs bij noodstops.
Het systeem wordt gecompleteerd met
een elektronische remdrukverdeling EBD
(Electronic Braking Force Distribution),
die de remdruk verdeelt tussen de voor-
en achterwielen.
BELANGRIJK Voor een maximale werking
van het remsysteem is een inrijperiode no-
dig van ongeveer 500 km: in deze perio-
de moet bruusk, herhaaldelijk en langdu-
rig remmen worden vermeden.
Als het ABS in werking
treedt, merkt u dat aan een
trilling in het rempedaal. Verlaag de
remdruk niet maar houd het rempe-
daal juist goed ingetrapt; op deze ma-
nier hebt u de kortste remweg in re-
latie tot de conditie van het wegdek.
ATTENTIE
Als het ABS in werking
treedt, dan is de grip van de
banden op het wegdek beperkt: u
dient uw snelheid te verlagen en aan
te passen aan de beschikbare grip.
ATTENTIE
Het ABS maakt zoveel mo-
gelijk gebruik van de be-
schikbare grip maar kan deze niet
verhogen. Daarom moet op gladde
weggedeelten altijd voorzichtig wor-
den gereden en mogen er geen on-
nodige risico’s worden genomen.
ATTENTIE
STORINGSMELDINGEN
Storing in ABS
Bij een storing brandt het waarschu-
wingslampje
>op het instrumentenpa-
neel en verschijnt er een melding op het
instelbare multifunctionele display (indien
aanwezig) (zie het hoofdstuk “Lampjes en
berichten”).
In dat geval blijft het remsysteem normaal
werken, maar zonder de mogelijkheden
van het ABS. Rijd voorzichtig naar de
dichtstbijzijnde werkplaats van het Abarth
Servicenetwerk om het systeem te laten
controleren.
Page 55 of 170

54
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
WEGWIJS IN
UW AUTO
Als alleen het waarschu-
wingslampje xop het in-
strumentenpaneel gaat branden en
op het instelbare multifunctionele dis-
play (indien aanwezig) verschijnt ook
een melding, stop dan onmiddellijk en
wendt u tot het Abarth Servicenet-
werk. Als er vloeistof lekt uit het hy-
draulische systeem, wordt de werking
van zowel het conventionele remsys-
teem als het ABS in gevaar gebracht.
ATTENTIEESP-SYSTEEM
(Electronic Stability
Program)
Dit systeem bewaakt de stabiliteit van de
auto als de wielen hun grip verliezen,
waardoor de auto beter op koers blijft.
De werking van het ESP is uitermate nuttig
als de grip op het wegdek wisselt.
Het ESP beschikt naast ASR (anti-door-
slipregeling van de aangedreven wielen die
werkt op de remmen en de motor) en
HILL HOLDER (automatisch werkende
wegrijhulp op hellingen) ook over MSR (re-
geling van het afremmen op de motor tij-
dens terugschakelen), HBA (automatische
remdrukverhoger bij noodstops) en TTC
(regeling voor overbrenging van motor-
koppel op de wielen).
ACTIVERING VAN HET
SYSTEEM
Bij activering gaat het lampje
áop het in-
strumentenpaneel knipperen, om de be-
stuurder er op te wijzen dat de auto de
stabiliteit en de grip dreigt te verliezen. Storing in EBD
Bij een storing branden de waarschu-
wingslampjes
>en xop het instru-
mentenpaneel en verschijnt er een mel-
ding op het instelbare multifunctionele dis-
play (indien aanwezig) (zie het hoofdstuk
“Lampjes en berichten”).
In dit geval kunnen bij krachtig remmen de
achterwielen vroegtijdig blokkeren waar-
door de auto kan slippen. Rijd zeer voor-
zichtig naar de dichtstbijzijnde werkplaats
van het Abarth Servicenetwerk om het
systeem te laten controleren.
Page 56 of 170

55
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
WEGWIJS IN
UW AUTO
De prestaties van het ESP-
systeem mogen de bestuur-
der er niet toe verleiden onnodige en
onverantwoorde risico’s te nemen. De
rijstijl moet altijd zijn aangepast aan
het wegdek, het zicht en het verkeer.
De verantwoordelijkheid voor de ver-
keersveiligheid ligt altijd en overal bij
de bestuurder van de auto.
ATTENTIE
Inschakeling van het systeem
Het ESP wordt automatisch ingeschakeld
als de motor wordt gestart en kan niet
worden uitgeschakeld.
Storingsmeldingen
Bij een storing in het systeem wordt het
systeem automatisch uitgeschakeld en gaat
lampje
áop het instrumentenpaneel con-
tinu branden. Bovendien verschijnt er een
melding op het instelbare multifunctione-
le display (indien aanwezig). Wendt u in
dit geval tot het Abarth Servicenetwerk.HILL HOLDER-SYSTEEM
Dit systeem is geïntegreerd in het ESP-sys-
teem en schakelt automatisch in als:
❒omhoog: de auto stilstaat op een hel-
ling van meer dan 2% met draaiende
motor, ingetrapt rempedaal en ver-
snellingsbak in vrij of als een andere ver-
snelling dan de achteruit is ingeschakeld.
❒omlaag: de auto stilstaat op een helling
van meer dan 2% met draaiende motor,
ingetrapt rempedaal en als de achteruit
is ingeschakeld.
Tijdens het wegrijden zorgt de regeleen-
heid van het ESP ervoor dat de wielen ge-
remd blijven, totdat het noodzakelijke mo-
torkoppel is bereikt om weg te rijden (of
maximaal 2 seconden), zodat u meer tijd
heeft om uw rechter voet van het rem-
pedaal naar het gaspedaal te verplaatsen.
Als u na 2 seconden niet bent weggere-
den, schakelt het systeem automatisch uit
en wordt de remdruk geleidelijk verlaagd.
Tijdens deze fase kunt u een typisch schu-
rend geluid horen. Dit geluid betekent dat
de auto ieder moment in beweging kan
komen.Storingsmeldingen
Bij een storing in het systeem brandt het
waarschuwingslampje áop het instru-
mentenpaneel en verschijnt er een mel-
ding op het instelbare multifunctionele dis-
play (indien aanwezig) (zie hoofdstuk
“Lampjes en berichten”).
BELANGRIJK Het Hill Holder-systeem is
geen handrem; verlaat dus nooit de auto
zonder de handrem aan te trekken, de
motor uit te zetten en de eerste versnel-
ling in te schakelen.
Als eventueel met het
noodreservewiel wordt gere-
den, dan blijft het ESP ingeschakeld.
Blijf er echter rekening mee houden
dat het noodreservewiel kleiner is dan
de normale band en dat daarom de
grip lager is dan bij de andere banden
van de auto.
Voor de juiste werking van het ESP-
en ASR-systeem is het noodzakelijk
dat de banden van alle wielen van
hetzelfde merk en type zijn. De ban-
den moeten in perfecte conditie zijn
en de voorgeschreven afmetingen
hebben.
ATTENTIE
Page 58 of 170

57
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
WEGWIJS IN
UW AUTO
BELANGRIJK Na het verhelpen van de
storing moet het Abarth Servicenetwerk
voor een complete controle van het sys-
teem, tests uitvoeren op een testbank en,
zo nodig, een proefrit maken die eventu-
eel een langere afstand kan omvatten.EOBD-SYSTEEM
Met het EOBD-systeem (European On
Board Diagnosis) kan een doorlopende
diagnose worden uitgevoerd op die com-
ponenten op de auto die van invloed zijn
op de emissie. Bovendien meldt het sys-
teem, door het branden van het lampje
U
op het instrumentenpaneel en het ver-
schijnen van een melding op het instelba-
re multifunctionele display (indien aanwe-
zig) (zie het hoofdstuk “Lampjes en be-
richten”) dat de betreffende componen-
ten defect zijn.
Het doel is:
❒de werking van het systeem controle-
ren;
❒signaleren wanneer door een storing de
emissies boven de wettelijk vastgestel-
de drempelwaarde uitkomen;
❒signaleren wanneer het noodzakelijk is
defecte componenten te vervangen.
Het systeem beschikt verder nog over een
diagnosestekker die het mogelijk maakt,
na het aansluiten van speciale apparatuur,
de door de regeleenheid opgeslagen sto-
ringscodes en de specifieke parameters
voor de diagnose en werking van de mo-
tor te lezen.
Deze controle kan ook worden uitge-
voerd door de verkeerspolitie.Als u de contactsleutel in stand
MAR draait en het lampje
Ugaat niet branden of het gaat
branden of knipperen tijdens
het rijden (er verschijnt ook een melding
op het instelbare multifunctionele dis-
play - indien aanwezig), wendt u dan zo
snel mogelijk tot het Abarth Service-
netwerk. De werking van het lampje
Ukan worden gecontroleerd met behulp
van speciale apparatuur van de ver-
keerspolitie. Houdt u aan de wetgeving
van het land waarin u rijdt.
Page 59 of 170

58
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
WEGWIJS IN
UW AUTO
STORINGSMELDINGEN
Eventuele storingen in het systeem wor-
den aangegeven door het branden van het
lampje
gop het instrumentenpaneel (er
verschijnt ook een melding op het instel-
bare multifunctionele display - indien aan-
wezig) (zie het hoofdstuk “Lampjes en be-
richten”).
Bij een storing in het systeem blijft de au-
to mechanisch bestuurbaar.
BELANGRIJK In bepaalde omstandighe-
den kan door externe factoren het lamp-
je
gop het instrumentenpaneel gaan
branden.
ELEKTRISCHE STUUR-
BEKRACHTIGING
“DUALDRIVE”
De auto is uitgerust met “Dualdrive” elek-
trische stuurbekrachtiging. De elektrische
stuurbekrachtiging werkt alleen als de con-
tactsleutel in stand MARstaat en de mo-
tor draait. De elektrische stuurbekrachti-
ging verlaagt de benodigde stuurkracht,
waardoor het rijden in de stad en par-
keermanoeuvres bijzonder eenvoudig
worden.
BELANGRIJK Als de contactsleutel snel
wordt gedraaid, kan de volledige werking
van de stuurbekrachtiging na 1-2 secon-
den worden bereikt.
Als de SPORT-functie wordt ingeschakeld
(zie paragraaf “Bedieningsorganen” in dit
hoofdstuk), dan wordt ook de elektrische
stuurbekrachtigingaangepast, waardoor er
meer kracht nodig is voor het draaien van
het stuur voor een optimaal stuurgevoel.
Het is streng verboden om
de-/montagewerkzaamhe-
den uit te voeren, waarvoor wijzigin-
gen in de stuurinrichting of de stuur-
kolom vereist zijn (bijv. bij montage
van een diefstalbeveiliging). Hierdoor
kunnen de prestaties van het systeem,
de garantie en de veiligheid in gevaar
worden gebracht en voldoet de auto
niet meer aan de typegoedkeuring.
ATTENTIEIn dat geval moet u onmiddellijk de auto
stilzetten, de motor ongeveer 20 secon-
den uitzetten en vervolgens de motor
weer starten. Als het lampje
gblijft bran-
den en de melding op het instelbare mul-
tifunctionele display (indien aanwezig) blijft
weergegeven, wendt u dan zo snel moge-
lijk tot het Abarth Servicenetwerk.
BELANGRIJK De benodigde stuurkracht
kan toenemen bij langdurige parkeer-
manoeuvres; dit is een normaal verschijn-
sel om oververhitting van de motor voor
de stuurbekrachtiging te voorkomen, in
deze situatie zijn er geen reparaties ver-
eist. Als u de auto een volgende keer weer
gebruikt, zal de stuurbekrachtiging weer
normaal werken.
Zet altijd de motor uit en
verwijder de contactsleutel
uit het contactslot, zodat het stuur-
wiel wordt vergrendeld, voordat er
onderhoudswerkzaamheden worden
uitgevoerd, vooral als de auto met de
wielen los van de grond staat. Als dit
niet mogelijk is (als de sleutel in stand
MAR moet staan of de motor moet
draaien), moet de hoofdzekering van
de elektrische stuurbekrachtiging
worden verwijderd.
ATTENTIE