airbag Abarth 500 2008 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: ABARTH, Model Year: 2008, Model line: 500, Model: Abarth 500 2008Pages: 170, PDF Size: 2.33 MB
Page 4 of 170

DASHBOARD
De aanwezigheid en de opstelling van de bedieningsorganen, de instrumenten en de controle-/waarschuwingslampjes kunnen per uit-
voering verschillen.
1. Uitstroomopening aan zijkant – 2. Linker hendel: bediening buitenverlichting – 3. Turbodrukmeter – 4. Instrumentenpaneel en
controle-/waarschuwingslampjes – 5. Montagevoorbereiding voor draagbaar navigatiesysteem – 6. Rechter hendel: bediening rui-
tenwissers, achterruitwisser, trip computer – 7. Uitstroomopeningen in het midden – 8. Opbergvak/autoradio – 9. Airbag passa-
gierszijde – 10. Opbergvak/verborgen documentenvakje – 11. Bediening verwarming/ventilatie/airconditioning – 12. Elektrische
ruitbediening – 13. Dashboardkastje - 14. Versnellingspook – 15. Knie-airbag (KNEE BAG) – 16. Airbag bestuurderszijde.
3
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
WEGWIJS IN
UW AUTO
F0S0001Abfig. 1
Page 21 of 170

20
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
WEGWIJS IN
UW AUTO
OpmerkingHet “Geprogrammeerd on-
derhoudsschema” voorziet elke 30.000
km (of iedere 18.000 mijl) in een service-
beurt; deze weergave verschijnt automa-
tisch als de sleutel in stand MARstaat,
vanaf 2.000 km (of gelijke waarde in mijl).
De weergave wordt elke 200 km (of ge-
lijke waarde in mijl) opnieuw weergege-
ven. Onder de 200 km wordt de weerga-
ve met kleinere intervallen weergegeven.
De weergave is afhankelijk van de inge-
stelde meeteenheid in km of mijl. Als u
dicht bij de volgende servicebeurt bent en
u de contactsleutel in stand MARdraait,
verschijnt op het display het opschrift
“Service” gevolgd door het aantal kilome-
ters/mijlen dat resteert tot de volgende
servicebeurt. Wendt u tot het Abarth Ser-
vicenetwerk voor het uitvoeren van de
werkzaamheden van het “Onderhouds-
schema” en voor het op nul zetten van de-
ze weergave (reset).Bag passagier
Inschakeling/Uitschakeling
van de frontairbag aan
passagierszijde en de zij-airbag
voor de bescherming van
borstkas/bekken (sidebag)
(indien aanwezig)
Met deze functie kan de airbag aan passa-
gierszijde worden in- en uitgeschakeld.
Ga als volgt te werk:
– druk op de knop MENU
ESCen druk,
na het verschijnen op het display van het
bericht (Bag pass: Off) (voor uitschakelen)
of het bericht (Bag pass: On) (voor in-
schakelen) door op de knop
+of –te
drukken, nogmaals op de knop MENU
ESC;
– op het display verschijnt het bericht om
de instelling te bevestigen;
– selecteer door het indrukken van de
knop
+of –(Ja) (voor bevestiging van de
inschakeling/uitschakeling) of (Nee) (om
te annuleren);
– druk kort op de knop MENU
ESC; er
verschijnt een bevestiging van de gekozen
instelling en er wordt teruggekeerd naar
het menuscherm of, wanneer de knop
even ingedrukt wordt gehouden, naar het
beginscherm zonder op te slaan.Dagverlichting (D.R.L.)
Met deze functie kunt u de dagverlichting
in- of uitschakelen.
Ga voor het in- of uitschakelen van deze
functie als volgt te werk:
– druk kort op de knop MENU
ESC; op
het display verschijnt een submenu;
– druk kort op de knop MENU
ESC; op
het display knippert On of Off, afhankelijk
van de instelling;
– druk op de knop
+of –om de keuze
uit te voeren;
– druk kort op de knop MENU
ESCom
terug te keren naar het scherm van het sub-
menu of houd de knop even ingedrukt om
terug te keren naar het scherm van het
hoofdmenu zonder op te slaan;
– druk nogmaals lang op de knop MENU
ESCom terug te keren naar het begin-
scherm of het hoofdmenu, afhankelijk van
waar u zich in het menu bevindt.
Menu verlaten
Laatste functie waarmee de instellingen uit
het menuscherm worden afgesloten.
Druk kort op de knop MENU
ESCom
terug te keren naar het beginscherm zon-
der op te slaan.
Als u de knop
–indrukt, wordt terugge-
keerd naar het eerste menupunt (Beep
Snelheid).
Page 64 of 170

63
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
WEGWIJS IN
UW AUTO
VEILIGHEID
VEILIGHEIDSGORDELS ..................................................... 64
SBR-SYSTEEM........................................................................ 64
GORDELSPANNERS............................................................ 65
KINDEREN VEILIG VERVOEREN..................................... 67
MONTAGEVOORBEREIDING VOOR
“ISOFIX”-KINDERZITJE ..................................................... 71
FRONTAIRBAGS ................................................................. 73
ZIJ-AIRBAGS (Sidebags - Headbags) ................................ 75
V V
E E
I I
L L
I I
G G
H H
E E
I I
D D
Page 68 of 170

67
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
WEGWIJS IN
UW AUTO
VEILIGHEID
HOE U DE
VEILIGHEIDSGORDELS IN
OPTIMALE STAAT HOUDT
Voor het juiste onderhoud van de veilig-
heidsgordels moeten de volgende aanwij-
zingen zorgvuldig worden opgevolgd:
❒zorg dat de gordel goed uitgetrokken
en niet gedraaid is; controleer ook of
de oprolautomaat zonder haperingen
werkt;
❒vervang de gordels na een ongeval, ook
al zijn ze ogenschijnlijk niet beschadigd.
Vervang de gordels ook als de gordel-
spanners in werking zijn geweest;
❒u kunt de gordels met de hand wassen
met water en een neutrale zeep. Spoel
ze uit en laat ze in de schaduw drogen.
Gebruik geen bijtende, blekende of
kleurende middelen. Vermijd het ge-
bruik van alle chemische producten die
het weefsel van de gordel kunnen aan-
tasten;
❒voorkom dat vocht in de oprolauto-
maat komt: de werking van de oprol-
automaten is alleen gegarandeerd als ze
niet nat zijn geweest;
❒vervang de gordels bij tekenen van slij-
tage of beschadigingen.
KINDEREN VEILIG
VERVOEREN
Voor optimale bescherming bij een onge-
val moeten alle inzittenden zittend reizen
en beschermd worden door goedgekeur-
de veiligheidssystemen.
Dit geldt met name voor kinderen.
Dit is een wettelijk voorschrift volgens
richtlijn 2003/20/EU in alle lidstaten van de
Europese Unie.
Het hoofd van kleine kinderen is in ver-
houding met de rest van het lichaam gro-
ter en zwaarder dan dat van volwassenen,
terwijl spieren en botstructuur nog niet
volledig zijn ontwikkeld.
Daarom moeten kleine kinderen door an-
dere systemen beschermd worden dan
door de veiligheidsgordels.
De resultaten van het onderzoek over de
optimale bescherming van kleine kinderen
zijn opgenomen in de Europese ECE/R44-
voorschriften die wettelijk verplicht zijn.
De systemen zijn onderverdeeld in vijf
groepen:
Groep 0 - gewicht tot aan 10 kg
Groep 0+ gewicht tot aan 13 kg
Groep 1 gewicht: 9- 18 kg
Groep 2 gewicht: 15-25 kg
Groep 3 gewicht: 22-36 kg
ZEER GEVAARLIJK: Monteer
absoluut geen kinderzitje ach-
terstevoren op de passagiers-
stoel voor als de frontairbag
aan passagierszijde is inge-
schakeld. Als bij een ongeval
de airbag in werking treedt (opblaast),
kan dit ernstig letsel en zelfs de dood
tot gevolg hebben. Wij raden u aan kin-
deren altijd op de zitplaatsen achter
te vervoeren, omdat die plaatsen bij een
ongeval de meeste bescherming bieden.
Kinderzitjes mogen beslist nooit op de
voorstoel gemonteerd worden bij auto’s
die zijn uitgerust met een airbag aan
passagierszijde. Als bij een ongeval de
airbag in werking treedt (opblaast), kan
dit ernstig letsel en zelfs de dood tot ge-
volg hebben, ongeacht de zwaarte van
het ongeluk. Als er geen andere moge-
lijkheid is, kunnen kinderen op de voor-
stoel aan passagierszijde worden ver-
voerd bij auto’s die zijn uitgerust met
een uitschakelbare frontairbag aan pas-
sagierszijde. In dit geval moet u er ab-
soluut zeker van zijn dat de airbag is uit-
geschakeld door te controleren of het
waarschuwingslampje
Fop het in-
strumentenpaneel brandt (zie “Fron-
tairbag aan passagierszijde” in het
hoofdstuk “Frontairbags”). Bovendien
moet de stoel zo ver mogelijk naar ach-
teren zijn geschoven om te voorkomen
dat het kinderzitje eventueel in aanra-
king komt met het dashboard.
ATTENTIE
Page 71 of 170

70
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
WEGWIJS IN
UW AUTO
VEILIGHEID
GESCHIKTHEID VAN DE ZITPLAATSEN VOOR HET GEBRUIK VAN
DE KINDERZITJES
De Abarth voldoet aan de nieuwe Europese 2000/3/EU-richtlijnen voor de mon-
tage van kinderzitjes op de verschillende plaatsen in de auto. Zie de volgende tabel:
Passagier PassagierGroep Gewicht voor achter
Groep 0, 0+ tot 13 kg U U
Groep 1 9-18 kg U U
Groep 2 15-25 kg U U
Groep 3 22-36 kg U U
Legenda:
U = geschikt voor “Universele” kinderzitjes overeenkomstig de Europese ECE/R44-
voorschriften voor de aangegeven “groepen”.Hieronder zijn de richtlijnen voor een vei-
lig vervoer van kinderen aangegeven:
❒Wij raden u aan de kinderzitjes altijd op
de zitplaatsen achter te monteren, om-
dat die plaatsen bij een ongeval de
meeste bescherming bieden.
❒Als de frontairbag aan passagierszijde
buiten werking wordt gesteld, moet al-
tijd gecontroleerd worden of de airbag
daadwerkelijk is uitgeschakeld: het be-
treffende lampje
“(geel) op het
instrumentenpaneel moet continu bran-
den.
❒Houdt u bij de montage van het kin-
derzitje strikt aan de instructies. De fa-
brikant is verplicht deze instructies bij
te leveren. Bewaar de instructies samen
met het instructieboekje in de auto.
Monteer geen gebruikte kinderzitjes
waarvan de gebruiksaanwijzingen ont-
breken.
❒Controleer of de gordels goed zijn vast-
gemaakt door aan de gordelband te trek-
ken.
Page 72 of 170

71
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
WEGWIJS IN
UW AUTO
VEILIGHEID
❒Ieder veiligheidssysteem is bedoeld voor
slechts een kind: vervoer nooit twee kin-
deren in een systeem.
❒Controleer altijd of de gordel niet langs
de nek van het kind loopt.
❒Zorg er tijdens de rit voor dat het kind
geen afwijkende houding aanneemt of
de gordels losmaakt.
❒Vervoer kinderen nooit in uw armen,
ook geen pasgeboren kinderen. Nie-
mand is sterk genoeg om ze bij een on-
geval vast te houden.
❒Na een ongeval moet het zitje door een
nieuw exemplaar worden vervangen.
Monteer geen kinderzitje op
de voorstoel aan de passa-
gierszijde als deze is uitgerust met een
frontairbag, omdat kinderen nooit op
de voorstoel vervoerd mogen worden.
ATTENTIE
In het Abarth Lineaccessori-programma is
een “Isofix Universeel” “Duo Plus”-kin-
derzitje beschikbaar.
Zie voor meer informatie over de mon-
tage en/of het gebruik van het kinderzit-
je, het “Instructieboekje” dat bij het kin-
derzitje wordt geleverd.
MONTAGEVOOR-
BEREIDING VOOR
ISOFIX-KINDERZITJE
De auto is voorbereid op de montage van
“Isofix Universeel”-kinderzitjes; een nieuw
gestandaardiseerd Europees systeem voor
het vervoeren van kinderen.
Er kan ook een mengvorm worden geko-
zen, een traditioneel kinderzitje en een
Isofix-kinderzitje. In fig. 9is een voorbeeld
gegeven van het kinderzitje. Het Isofix Uni-
verseel-kinderzitje is er voor drie ge-
wichtsgroepen: 1. Voor de andere groe-
pen is er een specifiek Isofix-kinderzitje
dat alleen kan worden gebruikt als het spe-
ciaal voor deze auto ontworpen, getest en
goedgekeurd is (zie de lijst met auto’s die
bij het kinderzitje geleverd wordt).
Vanwege het verschillende bevestigings-
systeem, moet het kinderzitje aan de daar-
voor bestemde onderste metalen beugels
A-fig. 10worden bevestigd. Deze bevin-
den zich tussen de rugleuning en zitting
van de achterbank. Verwijder daarna de
hoedenplank en bevestig de bovenste riem
(bij het kinderzitje geleverd) aan de beu-
gel B-fig. 11tussen de rugleuning van de
achterbank en de bekleding van de baga-
geruimte.
Bedenk dat bij Isofix Universeel-kinder-
zitjes, alle zitjes gebruikt kunnen worden
die goedgekeurd zijn volgens de ECE
R44/03-richtlijn “Isofix Universeel”.
fig. 9F0S068Ab
Page 74 of 170

73
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
WEGWIJS IN
UW AUTO
VEILIGHEID
AIRBAG
De auto is uitgerust met frontairbags aan
bestuurders- en passagierszijde voor, een
knie-airbag aan bestuurderszijde en zij-air-
bags voor (sidebags - headbags).
FRONTAIRBAGS
De frontairbags (bestuurder, passagier,
knie-airbag bestuurder) beschermen de in-
zittenden voor bij middelzware en zware
frontale botsingen, door het opblazen van
een luchtkussen tussen de inzittende en
het stuurwiel of het dashboard.
Als de airbags niet worden geactiveerd bij
andere soorten botsingen (zijdelings, van
achter, over de kop slaan enz), betekent
dit niet dat het systeem niet goed func-
tioneert.
Bij een frontale botsing zorgt een regeleen-
heid ervoor, indien nodig, dat het kussen
wordt opgeblazen.
Het kussen blaast onmiddellijk op, waar-
door het lichaam van de inzittenden voor
wordt opgevangen en de kans op letsel be-
perkt wordt. Direct daarna loopt het kus-
sen weer leeg.
De frontairbags (bestuurder, passagier,
knie-airbag bestuurder) zijn geen vervan-
ging voor de veiligheidsgordels, maar een
aanvulling. Draag dus altijd veiligheidsgor-
dels. Bovendien is het dragen van veilig-heidsgordels wettelijk verplicht in Euro-
pa (en in de meeste landen daarbuiten).
Bij een ongeval kan een inzittende die geen
veiligheidsgordel heeft omgelegd, in contact
komen met een airbag die nog niet volledig
opgeblazen is. Hierdoor wordt de inzit-
tende minder door de airbag beschermd.
De frontairbags kunnen in de volgende ge-
vallen niet worden geactiveerd:
❒bij frontale botsingen, met een ander
deel van de auto dan het front, tegen
makkelijk vervormbare objecten (bijv.
als het voorspatbord tegen de vangrail
komt);
❒als de auto onder andere auto’s of vei-
ligheidsvoorzieningen schuift (bijvoor-
beeld onder vrachtwagens of de vang-
rail);
omdat geen enkele aanvullende bescher-
ming wordt geboden op de veiligheids-
gordels. Als de airbags in deze gevallen niet
geactiveerd worden, betekent dit niet dat
het systeem niet goed functioneert.
Plaats geen stickers of ande-
re objecten op het stuurwiel,
op het dashboard ter hoogte van de
airbag aan passagierszijde of op de
zijkant van de hemelbekleding en de
stoelen. Plaats geen voorwerpen op
het dashboard aan de passagierszijde
(bijv. een mobiele telefoon), omdat
deze het correct openen van de air-
bag aan passagierszijde kunnen hin-
deren en de inzittenden ernstig kun-
nen verwonden.
ATTENTIE
De frontairbags aan bestuurders- en pas-
sagierszijde en de knie-airbag aan be-
stuurderszijde zijn ontworpen voor een
optimale bescherming van de inzittenden
voor met omgelegde veiligheidsgordels.
Als de airbags volledig opgeblazen zijn, vul-
len zij het grootste deel van de ruimte tus-
sen het stuurwiel en de bestuurder, tussen
de onderste bescherming van de stuurko-
lom en de knieën van de bestuurder en
tussen het dashboard en de voorpassagier.
Bij lichte frontale aanrijdingen (waarbij de
werking van de veiligheidsgordel vol-
doende is) worden de airbags niet geacti-
veerd. Daarom moeten de veiligheidsgor-
dels altijd worden gedragen; ook omdat
ze bij frontale aanrijdingen er altijd voor
zorgen dat de inzittende in de juiste stand
wordt gehouden.
Page 75 of 170

74
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
WEGWIJS IN
UW AUTO
VEILIGHEID
ZEER GEVAARLIJK: Monteer
absoluut geen kinderzitje
achterstevoren op de passa-
giersstoel voor als de airbag
aan passagierszijde is inge-
schakeld. Als bij een ongeval
de airbag in werking treedt (opblaast),
kan dit ernstig letsel en zelfs de dood
tot gevolg hebben. Als er geen ande-
re mogelijkheid is, moet in ieder geval
de airbag aan passagierszijde uitge-
schakeld worden als het kinderzitje op
de passagiersstoel voor wordt ge-
plaatst. Bovendien moet de stoel zo
ver mogelijk naar achteren zijn ge-
schoven om te voorkomen dat het kin-
derzitje eventueel in aanraking komt
met het dashboard. Ook als het niet
wettelijk verplicht is, raden wij u aan,
voor een optimale bescherming van
de volwassenen, de airbag onmiddel-
lijk weer in te schakelen zodra geen
kinderen meer vervoerd worden.
ATTENTIE
FRONTAIRBAG AAN
BESTUURDERSZIJDE fig. 12
Deze bestaat uit een opblaasbaar kussen
dat in een daarvoor bestemde ruimte in
het midden van het stuurwiel is geplaatst.
fig. 12F0S071Abfig. 13F0S072Ab
FRONTAIRBAG AAN
PASSAGIERSZIJDE fig. 13
Deze bestaat uit een opblaasbaar kussen
met een groter volume dan dat aan be-
stuurderszijde. Het kussen is in een daar-
voor bestemde ruimte in het dashboard
geplaatst.
Page 76 of 170

75
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
WEGWIJS IN
UW AUTO
VEILIGHEID
KNIE-AIRBAG AAN
BESTUURDERSZIJDE fig. 14
Deze bestaat uit een opblaasbaar kussen
dat in een daarvoor bestemde ruimte on-
der de onderste kap van de stuurkolom is
geplaatst, ter hoogte van de knieën van de
bestuurder, voor extra bescherming van
de bestuurder bij een frontale aanrijding.FRONTAIRBAG EN SIDEBAG
AAN PASSAGIERSZIJDE
HANDMATIG UITSCHAKELEN
Als het absoluut noodzakelijk is een kind
op de passagiersstoel voor te vervoeren,
moeten de frontairbag en de sidebag aan
passagierszijde worden uitgeschakeld.
Het waarschuwingslampje
“op het dash-
board blijft continu branden totdat de
frontairbag en de zij-airbag (sidebag) aan
passagierszijde opnieuw worden inge-
schakeld.
BELANGRIJK Raadpleeg voor het hand-
matig uitschakelen van de frontairbag en
zij-airbag (sidebag) aan passagierszijde, de
paragrafen “Multifunctioneel display” en
“Instelbaar multifunctioneel display” in het
hoofdstuk “Wegwijs in uw auto”.
ZIJ-AIRBAGS
(Sidebags - Headbags)
SIDEBAG fig. 15
De sidebag is een kussen dat zich snel op-
blaast en bevindt zich in de rugleuning van
de voorstoel. De sidebag heeft tot doel
het bovenlichaam en het bekken van de in-
zittenden te beschermen bij middelzwa-
re en zware zijdelingse aanrijdingen.
fig. 14F0S073Ab
Page 77 of 170

76
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
WEGWIJS IN
UW AUTO
VEILIGHEID
Steun niet met het hoofd, de
armen of de ellebogen tegen
het portier, de ruiten of in het gebied
van de headbag om verwondingen tij-
dens het opblazen te voorkomen.
Steek nooit het hoofd, de armen of de
ellebogen uit het raam.
ATTENTIE
HEADBAG fig. 16
De headbag is een “gordijn”-systeem, dat
zich aan de zijkant in de hemelbekleding
bevindt en dat is afgedekt met een af-
werklijst. De headbags bieden bescher-
ming aan het hoofd van de inzittenden
voor tijdens een zijdelingse botsing, dank-
zij het grote effectieve oppervlak van de
kussens.BELANGRIJK De inzittende wordt bij een
zijdelingse botsing optimaal door het sys-
teem beschermd als hij/zij in de juiste po-
sitie in de stoel zit. Hierdoor kan de head-
bag op de juiste wijze worden opgeblazen.
BELANGRIJK De frontairbags en/of zij-air-
bags kunnen worden geactiveerd bij krach-
tige stoten aan de onderzijde van de carros-
serie, bijvoorbeeld bij zware botsingen tegen
drempels of stoepranden of obstakels op het
wegdek, of als de auto terecht komt in gro-
te gaten of verzakkingen in het wegdek.
BELANGRIJK Als de airbags in werking
treden, ontsnapt een beetje rook. Deze
rook is niet schadelijk en duidt niet op
brand; bovendien kan het oppervlak van
het opgeblazen kussen en het interieur van
de auto bedekt zijn met een laagje poeder:
dit poeder kan de huid en de ogen irrite-
ren. Als u hiermee in aanraking bent ge-
komen, moet u zich met neutrale zeep en
water wassen. De geldigheidsduur van de
pyrotechnische lading en die van het spi-
raalmechanisme zijn vermeld op het be-
treffende plaatje op het bestuurderspor-
tier. Laat voor het verstrijken van deze
termijn het systeem door het Abarth Ser-
vicenetwerk vervangen.
fig. 16F0S075Ab
fig. 15F0S074Ab
BELANGRIJK Na een ongeval waarbij een
of meerdere veiligheidssystemen zijn geacti-
veerd, dient u contact op te nemen met het
Abarth Servicenetwerk om de geactiveerde
onderdelen te laten vervangen en de wer-
king van het systeem te laten controleren.
Alle controlewerkzaamheden, reparaties
en de vervanging van de airbag moeten
door het Abarth Servicenetwerk worden
uitgevoerd. Aan het einde van de lange le-
vensduur van uw auto, moet u contact op-
nemen met het Abarth Servicenetwerk
om het systeem buiten werking te laten
stellen. Bovendien moet bij verkoop van
de auto de nieuwe eigenaar op de hoog-
te gesteld worden van het gebruik en de
instructies, en moet hij het instructie-
boekje ontvangen.
BELANGRIJK Het in werking treden van
de gordelspanners, de frontairbags en de
zij-airbags wordt door de elektronische
regeleenheid bepaald, afhankelijk van het
type ongeval. Als een van deze onderde-
len niet in werking treedt, dan duidt dat
niet op een storing in het systeem.