airbag Abarth Grande Punto 2010 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: ABARTH, Model Year: 2010, Model line: Grande Punto, Model: Abarth Grande Punto 2010Pages: 206, PDF Size: 3.12 MB
Page 108 of 206

107
DASHBOARD
EN BEDIENING
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
VEILIGHEID
BELANGRIJK De frontairbags en/of zij-air-
bags kunnen ook worden geactiveerd bij
krachtige stoten aan de onderzijde van de
carrosserie, bijvoorbeeld bij zware bots-
ingen tegen drempels of stoepranden of
obstakels op het wegdek of als de auto te-
recht komt in grote gaten of verzakkingen
in het wegdek.
BELANGRIJK Als de airbags in werking
treden, ontsnapt een beetje rook. Deze
rook is niet schadelijk en duidt niet op
brand; bovendien kan het oppervlak van
het opgeblazen kussen en het interieur van
de auto bedekt zijn met een laagje poeder:
dit poeder kan de huid en de ogen irrite-
ren. Als u hiermee in aanraking bent ge-
komen, moet u zich met neutrale zeep en
water wassen.
De geldigheidsduur van de pyrotechnische
lading en van het spiraalmechanisme is ver-
meld op het betreffende plaatje in het
dashboardkastje. Na deze periode moe-
ten ze door het Abarth Servicenetwerk
worden vervangen.
BELANGRIJK Na een ongeval waarbij een
of meerdere airbags zijn geactiveerd, dient
u contact op te nemen met het Abarth
Servicenetwerk om de geactiveerde air-
bags te laten vervangen en de werking van
het systeem te laten controleren.
Alle controlewerkzaamheden, reparaties
en vervanging van het airbagsysteem moe-
ten door het Abarth Servicenetwerk wor-
den uitgevoerd.Aan het einde van de lange levensduur van
uw auto, moet u contact opnemen met het
Abarth Servicenetwerk om het systeem
buiten werking te laten stellen. Bovendien
moet bij verkoop van de auto de nieuwe
eigenaar op de hoogte gesteld worden van
het gebruik en de instructies, en moet hij
het instructieboekje ontvangen.
BELANGRIJK Het in werking treden van
de gordelspanners, de frontairbags en de
zij-airbags voor wordt door de elektro-
nische regeleenheid bepaald, afhankelijk
van het type ongeval. Als een van deze on-
derdelen niet wordt geactiveerd, dan hoeft
dit niet op een storing in het systeem te
duiden.
Steun niet met het hoofd, de
armen of de ellebogen tegen
het portier, de ruiten of in het gebied
van de headbag (Window Bag) om
verwondingen tijdens het opblazen te
voorkomen.
ATTENTIE
Steek nooit het hoofd, de ar-
men of ellebogen uit het
raam.
ATTENTIE
ALGEMENE OPMERKINGEN
Als u de contactsleutel in
stand MAR draait en het
lampje
¬gaat niet branden of blijft
branden tijdens het rijden (en er ver-
schijnt ook een bericht op het instel-
bare multifunctionele display), dan is
er mogelijk een storing in de veilig-
heidssystemen; in dat geval kunnen de
airbags of gordelspanners niet geacti-
veerd worden bij een ongeval of, in een
zeer beperkt aantal gevallen, niet op
de juiste wijze geactiveerd worden.
Voordat u verder rijdt, dient u contact
op te nemen met het Abarth Service-
netwerk om het systeem direct te laten
controleren.
ATTENTIE
Bedek de rugleuning van de
stoelen voor en achter niet
met hoezen of kleden die niet zijn voor-
bereid op het gebruik met sidebags.
ATTENTIE
Reis niet met voorwerpen op
schoot of voor de borst en
houd vooral geen pijp, potlood enz.
in de mond. Bij een ongeval waarbij
de airbag in werking treedt, kan dit
ernstig letsel veroorzaken.
ATTENTIE
Page 109 of 206

108
DASHBOARD
EN BEDIENING
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
VEILIGHEID
Rijd altijd met beide handen
op de stuurwielrand, zodat bij
het in werking treden van de airbag,
het systeem niet wordt gehinderd door
obstakels. Rijd niet met voorover ge-
bogen lichaam maar ga goed rechtop
zitten en steun tegen de rugleuning.
ATTENTIE
Bedenk dat als de contact-
sleutel in stand MAR staat,
ook bij uitgezette motor de airbags ge-
activeerd kunnen worden als de auto
wordt aangereden door een andere
auto. Daarom mogen, ook als de au-
to stilstaat, absoluut geen kinderen op
de passagiersstoel voor worden ge-
plaatst. Als de contactsleutel echter in
stand STOP staat, wordt bij een on-
geval geen enkel beveiligingssysteem
(airbag of gordelspanners) geactiveerd;
als een systeem niet in werking treedt,
betekent dit niet dat het systeem niet
goed werkt.
ATTENTIE
De stoelen mogen niet met water
worden afgenomen of met stoom
worden gereinigd (met de hand of in
een automatisch wasapparaat).
De frontairbag treedt in wer-
king als de botsing zwaarder
is dan een botsing waarbij alleen de
gordelspanners worden geactiveerd.
Bij aanrijdingen die tussen die twee
drempelwaarden in liggen, treden al-
leen de gordelspanners in werking.
ATTENTIE
Haak geen harde voorwer-
pen aan de kledinghaakjes
en aan de steunhandgrepen.
ATTENTIE
De airbag is geen vervanging
voor de veiligheidsgordels,
maar een aanvulling. Omdat de fron-
tairbags niet worden geactiveerd bij
frontale botsingen bij lage snelheid,
bij zijdelingse aanrijdingen en als de
auto van achter wordt aangereden of
over de kop slaat, worden in deze ge-
vallen de inzittenden uitsluitend door
de veiligheidsgordels beschermd. De
gordels moeten dus altijd gedragen
worden.
ATTENTIE
Als u de contactsleutel in
stand MAR draait, gaat het
lampje “(met ingeschakelde fron-
tairbag aan passagierszijde) enige se-
conden branden en vervolgens enige
seconden knipperen, om aan te geven
dat de airbag aan passagierszijde bij
een ongeval wordt geactiveerd. Hier-
na moet het lampje doven.
ATTENTIE
Laat bij diefstal of een poging
tot diefstal, bij beschadiging
of als de auto bij een overstroming on-
der water is geweest, het airbagsys-
teem door het Abarth Servicenetwerk
controleren.
ATTENTIE
De stoelen mogen niet met
water worden afgenomen of
met stoom worden gereinigd (met de
hand of in een automatisch wasap-
paraat).
ATTENTIE
Page 122 of 206

121
DASHBOARD
EN BEDIENING
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
LAMPJES EN
BERICHTEN
ALGEMENE OPMERKINGEN ........................................... 122
TE LAAG REMVLOEISTOFNIVEAU ............................... 122
AANGETROKKEN HANDREM ...................................... 122
STORING AIRBAGSYSTEEM ............................................ 123
TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR ............. 123
TE LAGE MOTOROLIEDRUK ......................................... 124
NIET OMGELEGDE VEILIGHEIDSGORDELS .............. 124
STORING EBD ..................................................................... 124
STORING EOBD-SYSTEEM .............................................. 125
AIRBAG PASSAGIERSZIJDE UITGESCHAKELD ......... 126
STORING ABS ..................................................................... 126
BRANDSTOFRESERVE ....................................................... 126
DEFECTE BUITENVERLICHTING .................................. 127
MISTACHTERLICHTEN ..................................................... 127
STORING ESP ....................................................................... 127
BUITENVERLICHTING EN DIMLICHTEN ................... 128
FOLLOW ME HOME .......................................................... 128
RICHTINGAANWIJZER LINKS ....................................... 128
RICHTINGAANWIJZER RECHTS ................................... 128
MISTLAMPEN VOOR ......................................................... 128
SPORT BOOST-FUNCTIE INGESCHAKELD................ 128
GROOTLICHT ..................................................................... 128CONTROLE BANDENSPANNING ............................... 129
TE LAGE BANDENSPANNING ...................................... 129
BANDENSPANNING NIET AANGEPAST AAN
SNELHEID............................................................................... 129
KANS OP GLADHEID ....................................................... 130
BEPERKTE ACTIERADIUS.................................................. 130
ASR-SYSTEEM........................................................................ 130
SNELHEIDSLIMIET OVERSCHREDEN............................ 130
ACCU WORDT NIET VOLDOENDE OPGELADEN . 131
NIET GOED GESLOTEN PORTIEREN........................... 131
STORING ELEKTRONISCHE STARTBLOKKERING . 131
VERSLETEN REMBLOKKEN.............................................. 132
CRUISE-CONTROL............................................................. 132
ALGEMENE STORINGSMELDING.................................. 132
L L
A A
M M
P P
J J
E E
S S
E E
N N
B B
E E
R R
I I
C C
H H
T T
E E
N N
Page 124 of 206

123
DASHBOARD
EN BEDIENING
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
LAMPJES EN
BERICHTEN
STORING
AIRBAGSYSTEEM
(rood)
Als u de contactsleutel in stand MAR
draait, gaat het lampje branden. Na enke-
le seconden moet het lampje doven.
Als het lampje continu blijft branden, geeft
dit een storing in het airbagsysteem aan.
Op het display verschijnt de bijbehorende
melding.
¬
Als u de contactsleutel in
stand MAR draait en het
lampje
¬gaat niet branden of blijft
branden tijdens het rijden, dan is er
mogelijk een storing in de veilig-
heidssystemen; in dat geval kunnen
de airbags of gordelspanners niet ge-
activeerd worden bij een ongeval of,
in een zeer beperkt aantal gevallen,
niet op de juiste wijze geactiveerd
worden. Voordat u verder rijdt, dient
u contact op te nemen met het
Abarth Servicenetwerk om het sys-
teem direct te laten controleren.
ATTENTIE
Een defect lampje ¬(lamp-
je gedoofd) wordt aangege-
ven doordat het lampje voor de uit-
geschakelde frontairbag aan passa-
gierszijde “langer dan de normale
4 seconden knippert.
ATTENTIE
TE HOGE
KOELVLOEISTOF-
TEMPERATUUR (rood)
Als u de contactsleutel in stand MAR
draait, gaat het lampje branden. Na enke-
le seconden moet het lampje doven.
Het lampje gaat branden als de motor te
warm is.
Als het lampje gaat branden, moeten de
volgende maatregelen worden genomen:
❒bij normale rij-omstandigheden:
stop de auto, zet de motor uit en con-
troleer of het niveau van de koel-
vloeistof in het reservoir niet onder
het MIN-merkteken staat. Als dit wel
het geval is, wacht dan enkele minuten
zodat de motor kan afkoelen, open
vervolgens langzaam en voorzichtig de
dop, vul koelvloeistof bij en controleer
of de koelvloeistof tussen het MIN-
en MAX-merkteken staat. Contro-
leer ook of er geen vloeistof weglekt.
Als bij het starten van de motor het
lampje opnieuw gaat branden, wendt
u dan tot het Abarth Servicenetwerk.
ç
❒Als de auto onder zware bedrijf-
somstandigheden wordt gebruikt
(bijvoorbeeld het bergopwaarts trek-
ken van een aanhanger of met volbe-
laden auto): verlaag de snelheid en
breng, als het lampje blijft branden, de
auto tot stilstand. Wacht 2 tot 3 mi-
nuten met draaiende motor en geef
iets gas voor een snellere circulatie van
de koelvloeistof. Zet vervolgens de
motor uit. Controleer het vloeistofni-
veau zoals hiervoor beschreven.
BELANGRIJK Bij zware bedrijfsomstan-
digheden is het raadzaam de motor enke-
le minuten te laten draaien met iets inge-
trapt gaspedaal voordat u de motor uitzet.
Op het display verschijnt de bijbehorende
melding.
Page 127 of 206

126
DASHBOARD
EN BEDIENING
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
LAMPJES EN
BERICHTEN
ç
BRANDSTOFRESERVE
(geel)
Als u de contactsleutel in stand
MARdraait, gaat het lampje branden. Na
enkele seconden moet het lampje doven.
Het lampje gaat branden als er nog onge-
veer 7 liter brandstof aanwezig is.
BELANGRIJK Als het waarschuwings-
lampje knippert, dan is er een storing in
het systeem. Wendt u in dit geval tot het
Abarth Servicenetwerk om het systeem te
laten controleren. STORING ABS
(geel)
Als u de contactsleutel in stand
MARdraait, gaat het lampje branden. Na
enkele seconden moet het lampje doven.
Het lampje gaat branden als het systeem
defect of niet beschikbaar is. In dat geval
blijft het remsysteem normaal werken,
maar zonder de mogelijkheden van het
ABS. Rijd voorzichtig verder en wendt u
zo snel mogelijk tot het Abarth Service-
netwerk.
Op het display verschijnt de bijbehorende
melding.
>“
AIRBAG
PASSAGIERSZIJDE
UITGESCHAKELD
(geel)
Het lampje “brandt als de frontairbag aan
passagierszijde is uitgeschakeld.
Als u bij ingeschakelde frontairbag aan pas-
sagierszijde de contactsleutel in stand
MARdraait, gaat het lampje “ongeveer
4 seconden branden en vervolgens 4 se-
conden knipperen. Hierna moet het lamp-
je doven.
Het lampje “geeft boven-
dien eventuele storingen van
het lampje
¬aan. Dit wordt aange-
geven door het langer knipperen van
het lampje “dan de normale 4 se-
conden. In dit geval kan het lampje
¬geen storingen in de airbag-/gor-
delspannersystemen aangeven. Voor-
dat u verder rijdt, dient u contact op
te nemen met het Abarth Servicenet-
werk om het systeem direct te laten
controleren.
ATTENTIE
Page 154 of 206

153
DASHBOARD
EN BEDIENING
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
NOODGEVALLEN
5
7,5
5
5 12
9
3
10
VERBRUIKERS ZEKERING AMPÈRAGE
Voeding INT voor verlichting knoppenpanelen, regeleenheid parkeersensoren,
bandenspanningscontroleregeleenheid, spiegelmotoren elektrisch verstelbare spiegels,
regensensor, opendak-regeleenheid, aansluiting my-port infotelematica
Airbagregeleenheid
Instrumentenpaneel
Voeding INT voor rempedaalschakelaar (normaal gesloten contact),
koppelingspedaalschakelaar, interieurverwarming, convergence-regeleenheid,
inbouwvoorbereiding autoradio
Page 199 of 206

198
DASHBOARD
EN BEDIENING
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Identificatiegegevens .......................... 182
Imperiaal/skidrager.............................. 73
Inbouwvoorbe-reiding
navigatiesysteem (My Port)............. 88
Instapverlichting................................... 55
Instrumenten ....................................... 14
Instrumentenpaneel ........................... 13
Interieur ................................................ 179
Interieuruitrusting .............................. 58
Isofix (kinderzitje) ............................... 102
"Isofix Universeel"-kinderzitje ......... 102
Kentekenplaatverlichting ................. 145
Kinderen veilig vervoeren ................ 97
Klimaatregeling, automatische
tweezone-regeling............................. 40
Koelvloeistoftemperatuurmeter ..... 15
Koplampen ........................................... 74
Koppeling ............................................. 185
Lak ........................................................ 177
Lampjes en berichten ......................... 121
Luchtfilter ............................................. 170
Luchtroosters ...................................... 34
Mechanische sleutel .......................... 10
Mistachterlichten- bedieningsknop .............................. 56
- gloeilamp vervangen ..................... 144
Mistlampen
- bedieningsknop .............................. 55
- gloeilamp vervangen ..................... 143
Montagevoorbereiding voor
"Isofix Universeel"-kinderzitje ....... 102
Motor starten
- motor opwarmen na het starten 111
- motor uitzetten ............................. 111
- noodstart ........................................ 134
- rollend starten ............................... 134
- start-/contactslot ........................... 13
- starten met een hulpaccu ............ 134
- startprocedure................................ 110
- code ................................................. 182
- identificatiecode ............................ 184
- technische specificaties ............... 184
Motorkap ............................................. 71
Motorolie
- niveau controleren ....................... 167
- technische specificaties ................ 193
- verbruik ........................................... 167
Motorruimte Display, instelbaar
Dop van brandstoftank ...................... 89
EOBD (systeem) ............................... 83
EOBD-systeem ................................... 83
ESP (systeem) ...................................... 78
Extra accessoires ................................ 88
Fiat CODE-startblokkering ............. 7
Fix&Go automatic .............................. 135
Frontairbags ......................................... 103
Gebruik van de handgeschakelde
versnellingsbak .................................. 113
Gewichten ............................................ 191
Gloeilamp (vervangen van een lamp)
- algemene aanwijzingen ................. 139
- lamptypen ....................................... 139
Gordelspanners .................................. 94
Grootlicht
- bediening ......................................... 47
- gloeilamp vervangen ..................... 142
- grootlichtsignaal ............................. 47
Handrem ............................................. 112
Handschoenenvak .............................. 59
Hoofdsteun........................................... 30
Page 201 of 206

200
DASHBOARD
EN BEDIENING
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Waarschuwingsknipperlichten ....... 55
Wielen
- wieluitlijning .................................... 187
Wielophanging .................................... 186
Wieluitlijning ........................................ 187
Wisserbladen voor en achter .......... 174
Zekeringen (vervangen) ................... 148
Zij-airbags ............................................. 106
Zitplaatsen
- omklappen (zitplaatsen achter) .. 29
- reinigen ............................................ 179
- verstellen ........................................ 28
Zonnekleppen ..................................... 61 Toerenteller ........................................ 14
TPMS-systeem ..................................... 84
Transmissie .......................................... 185
Trekken van aanhangers
- trekhaak monteren ....................... 118
Trekkrachtbegrenzers ....................... 94
Tripcomputer ...................................... 25
Typeplaatjes
- carrosserielak ................................. 183
- identificatiegegevens ..................... 182
Veiligheid ............................................. 91
Veiligheidsgordels
- algemene opmerkingen ................ 95
- gebruik ............................................. 92
- onderhoud ...................................... 97
- trekkrachtbegrenzers ................... 94
Velgen..................................................... 187
Verbruik
- brandstof ......................................... 195
- motorolie ........................................ 167
Versnellingsbak
- gebruik van de handgeschakelde
versnellingsbak ............................... 113
Vloeistoffen en smeermiddelen ....... 193