esc Alfa Romeo Giulia 2017 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: ALFA ROMEO, Model Year: 2017, Model line: Giulia, Model: Alfa Romeo Giulia 2017Pages: 232, PDF Size: 3.89 MB
Page 64 of 232

Gele symbolen
Symbool Wat betekent dat?
STORING ENGINE IMMOBILIZER-SYSTEEM/ INBRAAKPOGING
Storing Engine Immobilizer-systeem
Het symbool gaat branden om een storing van de Engine Immobilizer-systeem aan te geven.
Neem zo snel mogelijk contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk.
Inbraakpoging
Het symbool gaat branden wanneer de startinrichting in de stand AAN wordt gezet, om een mogelijke inbraakpoging die
gedetecteerd is door het alarmsysteem aan te geven.
Elektronische sleutel niet herkend
Dit symbool wordt ingeschakeld wanneer de motor wordt gestart en de elektronische sleutel niet wordt herkend door het
systeem.
Storing alarmsysteem
Dit symbool verschijnt om een storing van het alarmsysteem aan te geven.
KANS OP GLAD WEGDEK
Het symbool gaat branden wanneer de buitentemperatuur tot of onder de 3 °C is gedaald.
MOTOROLIE IS VERSLECHTERD
(indien aanwezig)
Het symbool wordt slechts korte tijd weergegeven.
BELANGRIJK Na de eerste melding zal, bij elke start van de motor, het symbool blijven knipperen zoals hiervoor is beschreven
totdat de olie wordt ververst.
Het knipperen van het symbool moet niet als een storing in het voertuig worden beschouwd, maar wil de bestuurder erop wijzen
dat de motorolie z.s.m. dient te worden ververst. De verslechtering van de motorolie kwaliteit wordt versneld als het voertuig
veel gebruikt wordt voor korte ritten, waardoor de bedrijfstemperatuur van de motor niet bereikt kan worden.
Neem zo snel mogelijk contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk.
19)
BELANGRIJK
19)Wanneer het symbool gaat branden, moet de verslechterde motorolie zo spoedig mogelijk, en in elk geval binnen 500 km nadat het symbool
voor het eerst ging branden, ververst worden. Het niet naleven van deze instructie kan leiden tot ernstige beschadiging van de motor en de garantie
ongeldig maken. Wanneer dit symbool gaat branden, betekent dit niet dat het oliepeil in de motor te laag is; u hoeft dus geen motorolie toe te
voegen als het lampje begint te knipperen.
62
KENNISMAKING MET HET INSTRUMENTENPANEEL
Page 66 of 232

Symbool Wat betekent dat?
STORING BUITENVERLICHTING
Het symbool gaat branden om een storing in een van de volgende verlichting aan te geven: dagverlichting (DRL's) / parkeerlichten
/ richtingaanwijzers aanhanger (indien aanwezig) / verlichting aanhanger (indien aanwezig); stadslichten / richtingaanwijzers /
mistlamp / achteruitrijlicht / remlichten / kentekenplaatverlichting.
De storing kan veroorzaakt zijn door een doorgebrande lamp, zekering, of een onderbroken elektrische verbinding.
Vervang de lamp of de betrokken zekering. Neem contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk.
STORING KEYLESS START-SYSTEEM
Het symbool gaat branden in geval van een storing van het Keyless Start-systeem.
Neem zo snel mogelijk contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk.
STORING AFSLUITER VAN DE BRANDSTOFTOEVOER
Het symbool gaat branden in geval van een storing van de afsluiter van de brandstoftoevoer.
Neem zo snel mogelijk contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk.
STORING LANE DEPARTURE WARNING-SYSTEEM (LDW)
Het symbool gaat branden als er zich een storing van het Lane Departure Warning-systeem voordoet.
Neem zo snel mogelijk contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk.
SLIJTAGE OP REMBLOKKEN
Gaat branden wanneer de remblokken hun slijtagegrens hebben bereikt.
Neem zo snel mogelijk contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk.
BELANGRIJK Gebruik altijd originele of gelijkwaardige onderdelen omdat het Integrated Brake System (IBS) storingen kan
detecteren.
STORING AUTOMATISCHE INSCHAKELING GROOTLICHT (Automatic High Beam)
(indien aanwezig)
Het symbool gaat branden om een storing van de automatische inschakeling van het grootlicht aan te geven.
Neem zo snel mogelijk contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk om de storing op te lossen.
INWERKINGTREDING BRANDSTOFAFSLUITSYSTEEM
Het symbool gaat branden in geval van de activering van de afsluiter van de brandstoftoevoer.
Zie, om het brandstofafsluitsysteem weer in te schakelen, de beschrijving in het deel "Brandstofafsluitsysteem" in het hoofdstuk
"Noodgevallen". Neem contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk als de brandstoftoevoer nog niet hersteld kan worden.
STORING PARKEERSENSOREN
Gaat branden wanneer het systeem is uitgevallen of niet beschikbaar is.
Neem contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk om de installatie te laten controleren.
64
KENNISMAKING MET HET INSTRUMENTENPANEEL
Page 67 of 232

Symbool Wat betekent dat?
STORING REGELEENHEID LICHTEN AANHANGER
Het symbool gaat branden om de storing van de regeleenheid, die de verlichting van de aanhanger regelt weer te geven.
Controleer of de stekker van de lichten van de aanhanger correct is aangesloten. Als bij de volgende start van de motor de storing
blijft aanhouden, wend u dan zo snel mogelijk tot het Alfa Romeo Servicenetwerk om de installatie te laten controleren.
STORING AUDIOSYSTEEM
Het symbool gaat branden om een storing van het audiosysteem aan te geven.
Neem zo snel mogelijk contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk om de storing op te lossen.
KOPPELINGSPEDAAL
(indien aanwezig)
Gaat branden om de bestuurder erop te wijzen dat deze het koppelingspedaal moet intrappen om de motor te starten.
Het koppelingspedaal intrappen.
RUITENSPROEIERVLOEISTOFPEIL
Het wordt enkele seconden weergegeven om aan te geven dat het ruitensproeiervloeistofpeil van de voorruit en koplampen
sproeiers (indien aanwezig) laag is.
Vul de vloeistof bij: om dit te doen, raadpleeg het gedeelte "Peilcontrole" in het hoofdstuk "Onderhoud en verzorging". Gebruik
uitsluitend de vloeistoffen met de voorgeschreven eigenschappen aangeduid in "vloeistoffen en smeermiddelen" in het
hoofdstuk "Technische gegevens".
65
Page 68 of 232

Symbool Wat betekent dat?
WATER IN DIESELFILTER (Dieselversies)
Het symbool brandt constant tijdens het rijden om aan te geven dat er water in het dieselfilter is waargenomen.20)
REINIGING DPF (roetfilter) bezig (alleen dieselversies met DPF)
Dit symbool verschijnt wanneer de startinrichting in de stand AAN wordt gezet, dit moet enkele seconden later verdwijnen.
Het symbool gaat continu branden om te waarschuwen dat het DPF-systeem bezig is met het reinigen van de opgehoopte
vervuilende roetdeeltjes doormiddel van regeneratie.
Het symbool zal niet bij elke DPF-regeneratie gaan branden, maar alleen als de rijomstandigheden van dien aard zijn dat de
bestuurder hiervan op de hoogte zou moeten zijn.
Om het symbool te laten doven dient het voertuig tot aan het einde van het regeneratieproces in beweging te blijven. Een
regeneratieproces duurt gemiddeld 15 minuten. De optimale omstandigheden om het regeneratieproces te voltooien worden
bereikt door de voertuigsnelheid op 60 km/h te houden met een motortoerental van 2000 tpm of meer.
Als dit symbool gaat branden, wijst dit niet op een storing en hoeft het voertuig dus niet naar een werkplaats te worden gebracht.
BELANGRIJK
20)Water in het brandstofcircuit kan het inspuitsysteem ernstig beschadigen en de motor onregelmatig doen draaien. Als het symboolwordt
weergegeven, zo snel mogelijk contact opnemen met het Alfa Romeo Servicenetwerk om het systeem af te laten tappen. Als de bovengenoemde
aanwijzingen onmiddellijk voorkomen na het tanken, kan het zijn dat er tijdens het tanken water in de tank terecht is gekomen: zet de motor
onmiddellijk uit en neem contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk.
Symbool Wat betekent dat?
OVERVERHITTING OLIE AUTOMATISCHE VERSNELLINGSBAK
Het symbool gaat branden bij oververhitting van de versnellingsbak na bijzonder zwaar gebruik. In dit geval worden de
motorprestaties beperkt.
Wacht met het uitzetten van de motor of stationair tot het symbool verdwijnt.
STORING SPEED LIMITER-SYSTEEM
Tijdens het rijden gaat het symbool branden om een storing in het Speed Limiter-systeem te signaleren.
Neem zo snel mogelijk contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk om de storing op te lossen.
TE LAAG PEIL MOTORKOELVLOEISTOF (indien aanwezig)
Als het symbool gaat branden, geeft dit een te laag motorkoelvloeistofpeil aan.
Bijvullen zoals beschreven in het hoofdstuk "Onderhoud en verzorging"
66
KENNISMAKING MET HET INSTRUMENTENPANEEL
Page 69 of 232

Symbool Wat betekent dat?
DOP BRANDSTOFTANK
(indien aanwezig)
Gaat branden als de brandstoftankdop open of niet goed afgesloten is.
Draai de benzinetankdop goed aan.
STORING ELEKTRISCHE PARKEERREM
Het inschakelen van het symbool, samen met een bericht op het beeldscherm, geeft een storing weer in het elektrische
parkeerremsysteem.
Deze storing kan de auto gedeeltelijk of compleet blokkeren omdat de parkeerrem ingeschakeld zou kunnen blijven, ook al zijn
deze automatisch of handmatig uitgeschakeld met de betreffende bedieningen. In deze omstandigheden kunt u de parkeerrem
uitschakelen volgens de nooduitschakelprocedure beschreven in het hoofdstuk "In een Noodgeval".
Als u nog in de auto kunt rijden (parkeerrem is niet ingeschakeld), rijd dan naar het dichtstbijzijnde Alfa Romeo Servicenetwerk en
denk eraan bij het uitvoeren van manoeuvres en bedieningen, dat de elektrische parkeerrem niet operationeel is.
30)
STORING ACTIVE CRUISE CONTROL-SYSTEEM
Als tijdens het rijden het waarschuwingslampje gaat branden, duidt dit op een storing in het Active Cruise Control-systeem.
Neem contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk om de installatie te laten controleren.
BELANGRIJK
30)Indien zich een storing voordoet bij hard remmen kunnen de achterwielen blokkeren en kan het voertuig gaan slippen.
Symbool Wat betekent dat?
ALGEMENE INDICATIE
Signaleert informatie en storingen.
De begeleidende berichten beschrijven de storing.
STORING VIERWIELAANDRIJVING
Dit symbool wordt ingeschakeld om een storing van het vierwielaandrijvingssysteem aan te geven.
Neem zo snel mogelijk contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk om de storing op te lossen.
STORING AFS-SYSTEEM
Het symbool verschijnt om storing in het systeem van automatische richtingverlichting aan te geven.
Laat het systeem onmiddellijk controleren door een Alfa Romeo Servicenetwerk.
67
Page 71 of 232

Groene symbolen
Symbool Wat betekent dat?
DIMLICHTEN (op het 7” TFT-display)
Het symbool gaat branden wanneer het dimlicht wordt ingeschakeld.
AUTOMATISCHE INSCHAKELING DIMLICHT (op 7" TFT-display)
Het symbool gaat branden wanneer het dimlicht automatisch wordt ingeschakeld.
ACTIVERING START & STOP EVO
Het symbool gaat branden wanneer het Start & Stop Evo-systeem (afzetten van de motor) wordt geactiveerd.
Het symbool gaat uit wanneer de motor weer wordt gestart (raadpleeg de paragraaf “Start & Stop Evo” in het hoofdstuk “Starten
en rijden” voor de manier waarop de motor kan worden gestart).
CRUISE CONTROL-SYSTEEM
Het symbool gaat branden wanneer de Cruise Control-systeem wordt geactiveerd.
ACTIVE CRUISE CONTROL-SYSTEEM
Het symbool gaat branden wanneer het Active Cruise Control-systeem wordt geactiveerd.
Blauwe symbolen
Symbool Wat het betekent
AUTOMATISCH GROOTLICHT (op 7" TFT-display)
Het symbool gaat branden wanneer het automatisch grootlicht wordt ingeschakeld.
GROOTLICHT (op 7" TFT display)
Het symbool gaat branden wanneer het grootlicht wordt ingeschakeld.
69
Page 73 of 232

Dit hoofdstuk is bijzonder belangrijk. Hierin worden de
veiligheidssystemen beschreven waarmee het voertuig is
uitgerust en aanwijzingen over hoe deze op de juiste wijze gebruikt
moeten worden.
VEILIGHEID
ACTIEVE VEILIGHEIDSSYSTEMEN...................72
RIJHULPSYSTEMEN............................76
BESCHERMINGSSYSTEMEN INZITTENDEN..............86
VEILIGHEIDSGORDELS . .........................86
SBA (Gordelwaarschuwing) SYSTEEM..................88
GORDELSPANNERS.............................89
KINDERZITJES................................91
AANVULLEND VEILIGHEIDSSYSTEEM (SRS) - AIRBAGS.....103
Page 74 of 232

ACTIEVE
VEILIGHEIDSSYSTEMEN
Het voertuig kan voorzien zijn van de
volgende actieve
veiligheidsvoorzieningen:
ABS (antiblokkering van de wielen);
DTC (Regeling aandrijflijn);
ESC (Electronic Stability Control)
(Elektronische Stabiliteitsregeling);
TC (Traction Control) (Tractieregeling);
PBA (Hydraulic Brake Assist)
(Hydraulische remondersteuning);
HSA (Hill Starting Assist)
(Ondersteuning bij wegrijden op een
helling);
AST (Alfa™ Steering Torque);
ATV (Alfa™ Active Torque Vectoring).
Zie de volgende pagina's voor de
beschrijving van de werking van deze
systemen.
ABS (Anti-lock Braking System)
Dit systeem, dat deel uitmaakt van het
remsysteem, voorkomt het blokkeren of
slippen van een of meerdere wielen op
alle soorten wegdek en ongeacht de
kracht van de remwerking, zodat het
voertuig ook tijdens paniekremmen
onder controle gehouden kan worden en
de remweg wordt geoptimaliseerd.Het systeem grijpt in tijdens het remmen
wanneer de wielen dreigen te blokkeren
tijdens paniekremmen of onder slechte
adhesiecondities, waarbij blokkering
vaker kan voorkomen.
Het systeem verhoogt tevens de
controleerbaarheid en stabiliteit van het
voertuig wanneer op oppervlakken met
verschillende grip voor de wielen aan
rechter- en linkerzijde of in bochten
wordt geremd.
Het geheel wordt aangevuld met het
EBD-systeem (Electronic Braking Force
Distribution) dat voor de verdeling van de
remkracht tussen de voor- en de
achterwielen zorgt.
Inwerkingtreding van het systeem
De ABS uitgerust op dit voertuig is
voorzien van de "Brake-by-wire"-functie
(Remsysteem - IBS). Wanneer dit
systeem wordt de rempedaalbesturing
gegeven door het intrappen van het
rempedaal niet hydraulisch maar
elektronisch overgebracht, daarom is de
lichte pulsatie die gevoeld kon worden op
het pedaal bij het traditionele systeem,
niet langer voelbaar.
32) 33) 34) 35) 36) 37)
DTC-SYSTEEM (Regeling aandrijflijn)(indien aanwezig)
Sommige versies van dit voertuig zijn
uitgerust met een vierwielaandrijving
(AWD), met automatische
activering/deactivering, die u een
optimale rijmanier geven voor ontelbare
rijcondities en wegoppervlakken. Het
systeem reduceert slippen van de banden
tot een minimum, herverdeelt
automatisch het koppel naar de voorste
en achterste wielen, waar nodig.
Om brandstofbesparing tot een
maximum te verhogen, gaat het voertuig
met AWD automatisch over op
achtervierwielaandrijving (RWD)
wanneer de weg en de
milieuomstandigheden zodanig zijn dat
de banden daardoor niet gaan slippen.
Wanneer de weg en de
milieuomstandigheden betere tractie
vereisen, gaat het voertuig automatisch
in de AWD-modus.
38)
De rijmodus, RWD of AWD, wordt
getoond op het
instrumentenpaneeldisplay.
BELANGRIJK Als het storingssymbool
van het systeem inschakelt na het
starten van de motor of tijdens het rijden,
betekent dit dat het AWD-systeem niet
goed werkt. Het waarschuwingsbericht
72
VEILIGHEID
Page 75 of 232

activeert vaak, het wordt aanbevolen om
de onderhoudswerkzaamheden te
verrichten.
39)
ESC-SYSTEEM (Electronic Stability
Control)
Het ESC-systeem verbetert de
richtingscontrole en stabiliteit van de
auto onder diverse rijomstandigheden.
Het ESC-systeem corrigeert het
onderstuur en overstuur van de auto door
de remkracht naar de juiste wielen te
sturen. Ook het door de motor geleverde
koppel kan verlaagd worden om de
controle over het voertuig te behouden.
Het ESC-systeem maakt gebruikt van de
in de auto gemonteerde sensoren om de
baan te bepalen die de bestuurder wil
volgen en vergelijkt deze met de
werkelijke baan van de auto. Wanneer de
werkelijke baan afwijkt van de gewenste
baan, grijpt het ESC-systeem in om het
overstuur of onderstuur van het voertuig
te corrigeren.
Overstuur: treedt op wanneer de auto
meer draait dan overeenkomstig de hoek
van het stuurwiel zou moeten.
Onderstuur: treedt op wanneer het
voertuig minder draait dan
overeenkomstig de hoek van het
stuurwiel zou moeten.Inwerkingtreding van het systeem
De ingreep van het systeem wordt
aangegeven door het knipperen van het
lampje ESC op het instrumentenpaneel,
om de bestuurder te waarschuwen dat de
stabiliteit en de grip van het voertuig
kritiek zijn.
40) 41) 42) 43) 44)
TC-SYSTEEM (Traction Control)
Het systeem grijpt automatisch in als één
of beide aandrijfwielen slippen, grip
verliezen op natte wegen (aquaplaning)
en bij het optrekken op glad, besneeuwd
of met ijzel bedekt wegdek. Afhankelijk
van de slipomstandigheden kunnen twee
verschillende regelsystemen worden
geactiveerd:
als beide aangedreven wielen
doorslippen, grijpt het ASR-systeem in
door het door de motor doorgegeven
vermogen te reduceren;
als slechts één aangedreven wiel slipt,
wordt de BLD-functie (Brake Limited
Differential) geactiveerd, waardoor het
wiel dat slipt automatisch afgeremd
wordt (de werking van een
zelfblokkerend differentieel wordt
gesimuleerd). Hierdoor wordt het
motorkoppel dat overgebracht wordt op
het wiel dat niet slipt verhoogt.Inwerkingtreding van het systeem
De ingreep van het systeem wordt
aangegeven door het knipperen van het
lampje ESC op het instrumentenpaneel,
om de bestuurder te waarschuwen dat de
stabiliteit en de grip van het voertuig
kritiek zijn.
45) 46) 47) 48) 49)
PBA-SYSTEEM (Panic Brake Assist)
Het PBA-systeem is ontworpen om het
remvermogen van het voertuig tijdens
noodremmen te verbeteren.
Het systeem detecteert het
noodremmen door de snelheid en de
kracht waarmee het rempedaal wordt
ingetrapt te controleren en past
vervolgens de optimale remdruk toe. Dit
kan de remweg verkorten en dus vormt
het PBA-systeem een aanvulling op het
ABS.
Er wordt maximale assistentie van het
PBA-systeem verkregen als het
rempedaal zeer snel wordt ingetrapt.
Tevens moet het rempedaal continu, dus
niet intermitterend, ingetrapt worden
tijdens het remmen, om zo veel mogelijk
uit het systeem te halen. Verminder niet
de druk op het rempedaal zolang geremd
moet worden.
Het PBA-systeem wordt uitgeschakeld
wanneer het rempedaal wordt losgelaten.
50) 51) 52)
73
Page 76 of 232

HSA-SYSTEEM (Hill Start Assist)
(Ondersteuning bij wegrijden op een
helling)
Dit systeem is een integraal onderdeel
van het ESC-systeem en assisteert de
bestuurder bij het wegrijden op hellingen
in de volgende gevallen:
op een helling- als het voertuig auto
stilstaat op een weg met een
hellingsgraad van meer dan 5% met
draaiende motor, ingetrapt rempedaal en
de versnellingsbak in de vrijstand of met
ingeschakelde versnelling (andere dan
achteruit);
op een afdaling: als het voertuig
stilstaat op een weg met een
hellingspercentage van meer dan 5% met
draaiende motor, ingetrapt rempedaal en
de versnellingsbak in de achteruit
geschakeld.
Tijdens het wegrijden houdt de
regeleenheid van het ESC-systeem de
wielen geremd, totdat het nodige
motorkoppel is bereikt om te kunnen
wegrijden, of in ieder geval maximaal
2 seconden, zodat de bestuurder de tijd
heeft om de rechtervoet van het
rempedaal naar het gaspedaal te
verplaatsen.
Als na twee seconden niet wordt
weggereden, wordt het systeem
automatisch uitgeschakeld en wordt de
remdruk geleidelijk gereduceerd. Tijdens
deze fase kan een typisch mechanischremgeluid gehoord worden, wat aangeeft
dat de auto zich begint te verplaatsen.
53) 54)
AST-SYSTEEM (Alfa™ Steering Torque);
55)
De AST-functie gebruikt de integratie
van het ESC-systeem in de elektrische
stuurbekrachtiging om het
veiligheidsniveau van het hele voertuig te
verhogen.
In kritieke situaties (remmen in
verschillende gripomstandigheden),
regelt het ESC-systeem via de
AST-functie de besturing om een
aanvullende koppelverdeling te
implementeren op het stuurwiel, om de
bestuurder de meest correcte
manoeuvre voor te stellen.
De gecoördineerde actie van de remmen
en de stuurinrichting verhoogt het gevoel
van veiligheid en controle over het
voertuig.
ATV-SYSTEEM (Alfa™ Active Torque
Vectoring).
De dynamische rijcontrole wordt gebruikt
om het aandrijfkoppel tussen de wielen
van dezelfde as te optimaliseren en te
balanceren. Het ATV-systeem verbetert
de grip in bochten en stuurt meer
aandrijfkoppel naar het externe wiel.
Hierdoor rijdt het externe wiel in een
bocht meer dan de interne wielen endraait daardoor sneller, stuurt een
hogere druk naar het externe achterwiel
en zorgt er zo voor dat de auto stabieler
wordt en niet hoeft te lijden onder een
fenomeen met de naam "onderstuur".
Onderstuur treedt op wanneer tijdens
een bocht een auto ertoe neigt het
ingestelde traject te verbreden. In die
situatie wordt de laterale acceleratie
waaraan de auto is onderworpen hoger
dan de grip van de banden, die de auto
niet in het door de bestuurder ingestelde
traject kunnen houden via de stuurhoek
bepaald door het draaien aan het stuur.
BELANGRIJK
32)Een inrijperiode van ongeveer 500 km
(310 mijl) is vereist om het beste uit het
remsysteem te halen: vermijd tijdens deze
periode bruusk, herhaaldelijk of langdurig
remmen.
33)Als het ABS-systeem ingrijpt, dan
betekent dit dat de limiet van de grip van de
banden op het wegdek is bereikt: verlaag de
snelheid en pas deze aan de beschikbare
grip aan.
34)Het ABS kan niet de door het wegdek
geboden grip boven de limieten van de
natuurkundige wetten laten toenemen.
35)Het ABS kan geen ongelukken
voorkomen, waaronder ongelukken wegens
overmatige snelheid in bochten, rijden op
wegdek met weinig grip of aquaplaning.
74
VEILIGHEID