ert Alfa Romeo Giulietta 2017 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: ALFA ROMEO, Model Year: 2017, Model line: Giulietta, Model: Alfa Romeo Giulietta 2017Pages: 220, PDF Size: 4.32 MB
Page 176 of 220

Gebruik Eigenschappen SpecificatieOriginele vloeistoffen
en smeermiddelenToepassingen
Beschermingsmiddel
voor radiateursRoodgekleurd
beschermingsmiddel met
antivrieswerking, op
basis van geïnhibeerd
monoethyleenglycol met
organische formule.
Overtreft CUNA NC
956-16, ASTM D
3306 specificaties.9.55523 of MS.90032PARAFLU
UP(*)
Contractual Technical
Reference No.
F101.M01Gebruikspercentage:
50% gedestilleerd water
50%
PARAFLUUP(**)
Additief voor dieselolieAdditief voor dieselolie
met antivries en
beschermende werking
voor dieselmotoren.TUTELA DIESEL ART
Contractual Technical
Reference No. F601.L06Te mengen met diesel
(25 cc per 10 liter)
Ruitensproeiervloeistof
voor
voorruit/achterruit/
koplampenMengsel van alcohol,
water en tensioactieve
stoffen CUNA NC
956-11.9.55522 of MS.90043TUTELA PROFESSIONAL
SC 35
Contractual Technical
Reference No. F201.D02Verdund of onverdund
gebruiken voor
ruitenwissers/
ruitensproeiers
(*)BELANGRIJK Niet bijvullen of mengen met andere vloeistoffen die andere specificaties hebben dan de beschreven vloeistoffen.
(**)Wanneer het voertuig onder bijzonder extreme klimaatomstandigheden wordt gebruikt, adviseren wij een mengsel van 60%PARAFLUUPen 40%
gedemineraliseerd water.
BELANGRIJK
52)Het gebruik van producten met andere dan de hierboven aangegeven specificaties kan leiden tot beschadigingen van de motor die niet door de
garantie worden gedekt.
174
TECHNISCHE GEGEVENS
Page 178 of 220

BRANDSTOFVERBRUIK
De gegevens over het brandstofverbruik die vermeld zijn in onderstaande tabellen zijn bepaald op basis van de
typegoedkeuringstests in overeenstemming met specifieke Europese Richtlijnen.
De volgende procedures worden gebruikt om het brandstofverbruik te meten:
stadscyclus: koude start gevolgd door een gesimuleerde testrit in stadsverkeer;
cyclus op buitenwegen: frequent accelereren in alle versnellingen, waarbij een testrit op buitenwegen wordt gesimuleerd: de
snelheid varieert tussen 0 en 120 km/h;
gecombineerd brandstofverbruik: hierbij telt de waarde van de stadscyclus voor 37% en de cyclus op buitenwegen voor 63%
mee.
BELANGRIJK Het type route, de verkeerssituatie, weersomstandigheden, rijstijl, algemene conditie van de auto, uitrustingsniveau/
accessoires, gebruik van de klimaatregeling, lading van de auto, imperiaal op het dak en andere situaties die de aerodynamica kunnen
beïnvloeden, leiden tot andere verbruikscijfers dan de hier vermelde cijfers.
BRANDSTOFVERBRUIK VOLGENS GELDENDE EUROPESE RICHTLIJNEN (liter/100 km)
Versies Stadsverkeer Buiten de stad Gecombineerd
1,4 Turbo Benzine8,1 5,1 6,2
1.4 Turbo Benzine/LPG 120 pk
10,8
(*)/ 8,4(**)6,7(*)/ 5,1(**)8,2(*)/ 6,3(**)
1.4 Turbo MultiAir 150 pk7,4 4,4 5,5
1.4 Turbo MultiAir 163 pk TCT
(***)/170 HP TCT6,3 4,1 4,9
1750 Turbo Benzine 240 pk
(***)9,5 5,2 6,8
1.6 JTD
M115 pk(***)
(****)4,9/4,7(*****)3,3/3,2(*****)3,9/3,8(*****)
1.6 JTDM120 pk(****)4,9/4,7(*****)3,3/3,2(*****)3,9/3,8(*****)
(*) Op LPG
(**) Op benzine
(***) Voor bepaalde versies/markten
(****) Voor versies met handmatige versnellingsbak of TCT
(*****) ECO-versie
176
TECHNISCHE GEGEVENS
Page 181 of 220

RICHTLIJNEN VOOR DE BEHANDELING VAN HET VOERTUIG AAN HET EINDE VAN DE LEVENSDUUR
(waar aanwezig)
Al jaren zet FCA zich volledig in voor de bescherming van het milieu via de continue verbetering van de productieprocessen en de
realisatie van producten die steeds "eco-compatibeler" zijn. Om de klanten de best mogelijke service te garanderen in
overeenstemming met de milieuwetgeving en conform de Europese richtlijn 2000/53/EG inzake de behandeling van voertuigen aan
het einde van hun levensduur, biedt FCA haar klanten de mogelijkheid hun auto aan het einde van zijn levensduur zonder extra kosten
in te leveren. De Europese richtlijn bepaalt namelijk dat het voertuig kan worden ingeleverd zonder kosten voor de laatste houder of
eigenaar als het voertuig geen of een negatieve marktwaarde heeft.
Voor de kosteloze inlevering van het voertuig aan het einde van zijn levensduur kunt u als u een andere auto gaat aanschaffen, zich tot
een van onze dealers of tot een door FCA goedgekeurd inzamelings- en verwerkingsbedrijf wenden. Deze bedrijven zijn zorgvuldig
geselecteerd en bieden kwaliteitsservice voor de inzameling, verwerking en recycling van afgedankte auto’s met respect voor het
milieu.
Voor meer informatie over deze inzamelings- en verwerkingsbedrijven kunt u zich wenden tot een FCA Servicepunt, het
telefoonnummer in het garantieboekje bellen of naar de websites van de verschillende merken van FCA gaan.
179
Page 183 of 220

In dit hoofdstuk worden de belangrijkste functies beschreven van
de infotainment Uconnect™ 5" Radio LIVE en Uconnect™ 6,5"
Radio Nav LIVE infotainment die in het voertuig gemonteerd
kunnen zijn.
MULTIMEDIA
TIPS, BEDIENING EN ALGEMENE INFORMATIE ...........182
Uconnect™ 5” Radio LIVE.........................183
Uconnect™ 6.5” Radio Nav LIVE.....................195
Page 184 of 220

TIPS, BEDIENING EN ALGEMENE
INFORMATIE
TIPS
Verkeersveiligheid
Zorg ervoor dat u weet hoe de
verschillende systeemfuncties gebruikt
moeten worden voordat u gaat rijden.
Lees de gebruiksaanwijzingen van het
systeem zorgvuldig door voordat u gaat
rijden.
146) 147)
Ontvangstomstandigheden
Tijdens het rijden veranderen de
ontvangstomstandigheden voortdurend.
De ontvangst kan gestoord worden door
de aanwezigheid van bergen, gebouwen
of bruggen, vooral wanneer u ver
verwijderd bent van de zender.
BELANGRIJK Het volume kan toenemen
wanneer verkeersinformatie of nieuws
wordt ontvangen.
Zorg en onderhoud
53) 54)
Neem de volgende
voorzorgsmaatregelen in acht zodat het
systeem optimaal blijft werken:
gebruik nooit alcohol, benzine of
producten op petroleumbasis om het
scherm van het display te reinigen;
het display is gevoelig voor krassen,
vloeistoffen en reinigingsmiddelen. Het
display mag niet in contact komen metscherpe of harde voorwerpen die het
oppervlak ervan kunnen beschadigen.
Oefen tijdens het reinigen geen druk uit
op het display;
voorkom dat vloeistoffen in het
systeem komen: dit kan het systeem op
onherstelbare wijze beschadigen.
VEILIGHEIDSINSTELLINGEN
Kijk alleen naar het scherm wanneer dit
nodig en veilig is. Als u langere tijd naar
het scherm moet kijken, ga dan de weg af
en parkeer op een veilige plek, zodat u
niet tijdens het rijden wordt afgeleid.
Stop onmiddellijk met het gebruik van
het systeem in geval van een storing.
Anders kan het systeem beschadigd
raken. Neem zo snel mogelijk contact op
met het Alfa Romeo Servicenetwerk om
het systeem te laten repareren.
BELANGRIJK
146)Volg onderstaande
veiligheidsvoorschriften, want anders
kunnen de inzittenden ernstig gewond raken
of kan het systeem beschadigd raken.
147)Als het volume te hoog staat, kan dat
gevaarlijk zijn. Stel het volume zo af dat
omgevingsgeluiden (bijv. claxons,
ambulances, politievoertuigen enz.) nog
hoorbaar zijn.
BELANGRIJK
53)Maak het glas van het voorpaneel en
display alleen schoon met een zachte,
schone, droge, anti-statische doek.
Reinigings- en polijstmiddelen kunnen het
oppervlak beschadigen. Gebruik nooit
alcohol, benzine en afgeleide producten.
54)Gebruik het display niet als basis voor
steunen met zuignappen of kleefmiddelen
voor externe navigatiesystemen,
smartphones of dergelijke apparaten.
182
MULTIMEDIA
Page 190 of 220

ingedrukt om snel door de lijst van
stations te lopen.
De toets "Browse" wordt gebruikt om
het volgende te tonen:
de lijst van alle DAB-stations;
de lijst van de stations gefilterd op
"Genres";
de lijst van de stations gefilterd op
"Ensembles" (broadcastgroep).
Instelling van de voorkeuzes
De voorkeuzes zijn bij alle systeemmodi
beschikbaar en worden geactiveerd door
een van de voorkeuzetoetsen op het
bovenste gedeelte van het display aan te
raken.
Als op een radiostation is afgestemd dat
opgeslagen moet worden, druk dan op de
betreffende voorkeuzetoets en houd
deze ingedrukt totdat ter bevestiging
een geluidssignaal wordt afgegeven.
Het systeem kan maximaal
12 radiostations in elke modus opslaan:
er worden 3 radiostations in de bovenste
zone weergegeven.
Druk op de toets "Alle" op het display om
alle radiostations die in de gekozen
golfband zijn opgeslagen te tonen.
Audio
Druk op de toets INSTELLINGEN op het
frontpaneel om het menu "Audio" te
openen, blader door het menu, maak uwkeuze en druk vervolgens op de optie
"Audio" op het display.
Via het menu "Audio" kunnen de volgende
regelingen worden gemaakt:
"Equalizer" (voor bepaalde
versies/markten): om de bas, en de
instellingen voor lage, middelhoge en
hoge tonen aan te passen;
"Balance/Fade" (om audiobalans
rechts/links en voor/achter te regelen);
"Volume/Snelheid" (uitgezonderd
versies met hifi-systeem) automatische
snelheidsafhankelijke volumeregeling;
"Loudness" (voor bepaalde
versies/markten): verbetert de
audiokwaliteit bij lage volumes;
"Auto-On Radio": de opties van radio
aan, radio uit of herstel de toestand toen
de contactsleutel de laatste keer naar
STOP werd gedraaid.
"Radio Off Delay": houdt de radio een
bepaalde tijd ingeschakeld nadat de
contactsleutel naar STOP is gedraaid.
MEDIA-MODUS
In dit hoofdstuk worden de manieren van
interactie beschreven voor CD,
Bluetooth®, AUX en USB/iPod.
Druk op de toets "Bron" om de gewenste
audiobron uit de beschikbare bronnen te
selecteren.Nummer wijzigen (volgende/vorige)
Druk kort op deknop of druk
op
het stuurwiel of anders draai de
BROWSE ENTER knop rechtsom om het
volgende nummer te spelen. Druk kort op
de toetsof druk
op het wiel of
anders draai de BROWSE ENTER knop
rechtsom om terug te gaan naar het begin
van het nummer of terug te gaan naar het
begin van het nummer of naar het begin
van het vorige nummer als deze minder
dan 8 seconden is afgespeeld.
Nummers snel vooruit-/terugspoelen
Houd de toetsingedrukt om het
gekozen nummer snel vooruit te spoelen
of de toetsom het nummer snel
achteruit te spoelen.
Nummer kiezen (Browse)
De keuzeopties hangen af van het
aangesloten apparaat of het ingebrachte
CD-type.
OPMERKING
Bluetooth®apparaten
bieden niet de mogelijkheid van bladeren
door de nummers met gebruik van
bovenstaande categorieën.
OPMERKING Deze toets kan voor
bepaalde
Apple®apparaten
uitgeschakeld zijn.
Druk op de toets "Browse" om deze
functie te activeren voor de bron die
afgespeeld wordt.
Draai aan de toets/knop BROWSE
188
MULTIMEDIA
Page 192 of 220

BELANGRIJK
148)Bij het plaatsen van een apparaat
(USB of iPod) in de USB-poort, controleren
of dit de bediening van de handrem niet
hindert.
AUX-bron
149)
Als een apparaat wordt ingebracht met
een AUX-stekker, dan begint het systeem
de aangesloten AUX-bron af te spelen als
deze reeds op weergave is ingesteld.
Stel het volume in met de toets/knop
op het voorpaneel of met de
volume-instelknop op het aangesloten
apparaat.
Zie voor wat betreft de functie "Selectie
audiobron", het hoofdstuk "Media".
BELANGRIJK: de functies van het
apparaat dat is verbonden met de
AUX-aansluiting worden rechtstreeks
door het apparaat geregeld.
BELANGRIJK
149)Bij het plaatsen van een apparaat in de
AUX-aansluiting, controleren of dit de
bediening van de handrem niet hindert.
TELEFOONMODUS
Activering telefoonmodus
Druk op de toets PHONE op het
voorpaneel om de Telefoonmodus in te
schakelen.
Een bericht op het display bevestigt
aansluiting van de telefoon.
OPMERKING Als u de lijst met mobiele
telefoons en ondersteunde functies wilt
te raadplegen, gaat u naar de website
www.DriveUconnect.eu.
Belangrijkste functies
Met de toetsen op het display kan men:
het telefoonnummer kiezen (met
behulp van het grafische toetsenbord op
het display);
de contacten in het telefoonboek van
de mobiele telefoon weergeven en bellen;
de contacten uit de registers van
vorige gesprekken weergeven en bellen;
een maximum van 10 telefoons/
audioapparaten koppelen om de toegang
en de verbinding eenvoudiger en sneller
te maken;
gesprekken van het systeem naar de
mobiele telefoon en andersom
overzetten en het geluid van de
microfoon uitschakelen bij
privégesprekken.
Om de lijst met mobiele telefoons en
ondersteunde functies te zien, kunt u
naar de website www.driveuconnect.eugaan of kunt u bellen met de
klantenservice (het nummer kan per land
verschillen: raadpleeg de tabel in de
paragraaf "Telefoonlijst klantenservice"
in de bijlagenUconnect™).
Mobiele telefoon koppelen
Ga als volgt te werk voor het koppelen
van de mobiele telefoon:
schakel de functieBluetooth®in op de
mobiele telefoon;
druk op de toets PHONE op het
frontpaneel;
als er nog geen telefoon aan het
systeem gekoppeld is, toont het display
een speciaal scherm;
selecteer "Ja" om het koppelen te
starten, zoek dan hetUconnect™-
apparaat op de mobiele telefoon;
voer, als de mobiele telefoon hierom
vraagt, de PIN-code getoond op het
display van het systeem in op het
toetsenbord van uw telefoon of bevestig
de op de mobiele telefoon getoonde PIN;
vanuit het scherm "Telefoon" kan de
mobiele telefoon altijd gekoppeld
worden door op de knop "Instelling." te
drukken: druk op de knop "Toestel toev."
en ga verder zoals hierboven beschreven;
selecteer "Ja" of "Nee" bij het verzoek
de mobiele telefoon te koppelen als
favoriet apparaat;
OPMERKING Na het updaten van de
telefoonsoftware voor eigen bediening
190
MULTIMEDIA
Page 194 of 220

De beschikbare services hangen af van de
configuratie van de auto en de markt.
Om deUconnect ™LIVEservices te
gebruiken moet u deUconnect ™LIVE
app downloaden van Google Play of de
Apple Store en registreren met gebruik
van de app of op www.DriveUconnect.eu.
Eerste toegang tot het voertuig
Zodra u deUconnect™LIVEApp hebt
gelanceerd en uw gegevens hebt
ingevoerd, moet u de
Bluetooth®
koppeling tussen uw smartphone en de
autoradio uitvoeren, zoals beschreven in
het hoofdstuk "Mobiele telefoon
koppelen" om toegang te krijgen tot de
Uconnect™LIVEservices in uw voertuig.
Wanneer het registreren is voltooid, zijn
de aangesloten services beschikbaar
door te drukken op het pictogram
Uconnect™LIVEop de radio.
Voordat u de aangesloten services kunt
gebruiken, moet u eerst de
Bluetooth®
koppeling uitvoeren, daarna de
activeringsprocedure voltooien door de
instructies op te volgen die verschijnen in
deUconnect™LIVEapp.
Instellingen van de Uconnect™LIVE
services die via de autoradio kunnen
worden beheerd
Uit het speciale radiomenu voor
Uconnect™LIVE serviceskunt u toegang
krijgen tot de sectie "Instellingen" met
het pictogram
In deze sectie kunt u desysteemopties controleren en deze
wijzigen naar uw eigen voorkeur.
Systeemupdates
Als een update voor hetUconnect™LIVE
systeem beschikbaar is terwijl de
Uconnect™LIVEservices worden
gebruikt, dan wordt de gebruiker hiervan
op de hoogte gebracht via een bericht op
het radioscherm.
Aangesloten services die kunnen
worden geraadpleegd op het voertuig
De Efficient Drive en my:Car applicaties
zijn ontwikkeld om de rijervaring van de
klant te verbeteren en daarom zijn ze
verkrijgbaar op alle markten waar
toegang tot deUconnect™LIVEservices
mogelijk is.
Als het navigatiesysteem in de autoradio
wordt geïnstalleerd, dan wordt bij
toegang tot deUconnect™LIVEservices
het gebruik van de "Live" services
geactiveerd.
Efficient Drive
Met de Efficient Drive-applicatie kan uw
rijgedrag in realtime worden weergeven,
zodat u uw rijstijl kunt verbeteren voor
wat betreft brandstofverbruik en
uitstoot.
Het rijgedrag wordt geëvalueerd door
middel van vier indexen die de volgende
parameters controleren: acceleratie,
deceleratie, schakelen, snelheidWeergave van de Efficient Drive
Druk op de knop Efficient Drive om van
deze functie gebruik te maken.
Er wordt een scherm weergegeven op de
radio met de 4 indexen: Acceleratie,
deceleratie, snelheid en schakelen. Deze
indexen zijn grijs totdat het systeem
genoeg gegevens heeft om de rijstijl te
analyseren. Zodra voldoende gegevens
beschikbaar zijn, nemen de indexen op
basis van de beoordeling 5 kleuren aan:
donkergroen (zeer goed), lichtgroen, geel,
oranje en rood (zeer slecht).
Na langdurige stilstand toont het display
de gemiddelde van de indexen tot dat
moment (de "Gemiddelde index"), waarna
de indexen in realtime opnieuw kleuren
zodra het voertuig opnieuw gestart
wordt.
my:Car
met my:Car kunt altijd u de "gezondheid"
van uw voertuig bewaken.
my:Car kan storingen in realtime
detecteren en de gebruiker informeren
wanneer het onderhoudsinterval
verlopen is. Druk op de knop "my:Car" om
van deze toepassing gebruik te maken.
Op het display verschijnt een scherm met
de "care:Index" sectie, waarin alle
gedetailleerde informatie over de status
van het voertuig wordt getoond. Druk op
de knop "Actieve waarschuwingen" om de
192
MULTIMEDIA
Page 195 of 220

informatie (indien aanwezig) over de
storingen van het voertuig te tonen die
het branden van een
waarschuwingslampje tot gevolg hadden.
INSTELLINGEN
Druk op toets +INSTELLINGEN op het
frontpaneel voor de weergave van het
menu "Instellingen".
OPMERKING De weergegeven
menu-items hangen van de versie af.
Display;
Klok & Datum;
Veiligheid/Hulp (voor bepaalde
uitvoeringen/markten);
Lichten (voor bepaalde
versies/markten);
Portieren & Vergrendelingen;
Audio;
Telefoon/Bluetooth;
Radio
Terug naar Stand.inst.
INFORMATIE ACTIVERING RIJMODUS
(DNA)
Deze functie kan gebruikt worden om te
selecteren of Alfa DNA-berichten wel
("ON") of niet ("OFF") op het display
weergegeven moeten worden.
SPRAAKOPDRACHTEN
Spraakopdrachten gebruiken
De
knop activeert de "Telefoon"
spraakherkenningmodus, er is een "piep"en het display toont een scherm met tips
dat de gebruiker uitnodigt een opdracht
uit te spreken.
Als de
knop wordt ingedrukt tijdens
een systeemspraakbericht, activeert dit
de “Radio/Media”
spraakherkenningsmodus die de radio
controleert en de USB/iPod/CD en
MP3 players.
Om er zeker van te zijn dat de
spraakopdrachten altijd door het
systeem herkend worden, wordt
geadviseerd de volgende tips te volgen:
spreek met een normaal stemvolume;
wacht altijd op de "piep"
(waarschuwingssignaal) alvorens te
spreken;
probeer indien mogelijk het geluid in
het inzittendencompartiment tot een
minimum te beperken. Het is ook
raadzaam om de ramen en het schuifdak
te sluiten (voor bepaalde versies/
markten).
voor een optimale werking wordt
geadviseerd de ramen en het schuifdak
te sluiten (voor bepaalde versies/
markten) om storingen van buiten te
voorkomen;
WAARSCHUWING De spraakopdrachten
moeten altijd uitgesproken worden onder
veilige rijomstandigheden, in
overeenstemming met de voorschriftendie in het land waar u rijdt gelden en door
de mobiele telefoon op correcte wijze te
gebruiken.
Multiple choice
In sommige specifieke gevallen kan het
systeem niet op eenduidige wijze de
uitgesproken spraakopdracht bepalen en
vraagt om uit een maximum van vier
alternatieven te kiezen.
Het systeem stelt een genummerde lijst
voor van de beschikbare alternatieven en
vraagt de gebruiker het bijbehorende
nummer te noemen.
Lijst van spraakopdrachten
ALGEMENE spraakopdrachten:
HELP
ANNULEER
HERHAAL
SPRAAKBEGELEIDING
Spraakopdrachten TELEFOON
OPROEP
KIES
OPNIEUW BELLEN
BEL TERUG
LAATSTE OPROEPEN
UITGAANDE OPROEPEN
GEMISTE OPROEPEN
INKOMENDE OPROEPEN
TOON TELEFOONBOEK
ZOEKEN
TOON BERICHTEN
193
Page 196 of 220

TEKSTBERICHT spraakopdrachten:
TEKSTBERICHT STUREN NAAR
TEKSTBERICHT STUREN NAAR
TOON BERICHTEN
HANDSFREE BELLEN
spraakopdrachten:
STUREN NAAR NUMMER
STUREN
HANDSFREE DEACTIVEREN
MOBIELE TELEFOON STIL AAN/UIT
Spraakopdrachten RADIO AM/FM/DAB:
AFSTEMMEN OP
/
AFSTEMMEN OP DAB KANAAL
Spraakopdrachten MEDIA
NUMMER AFSPELEN