ABS Alfa Romeo MiTo 2012 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: ALFA ROMEO, Model Year: 2012, Model line: MiTo, Model: Alfa Romeo MiTo 2012Pages: 262, PDF Size: 5.31 MB
Page 148 of 262

VEILIGHEID147
2
FRONTAIRBAG AAN PASSAGIERSZIJDE fig. 16
Deze is in een daarvoor bestemde ruimte in het dashboard geplaatst.
Rijd altijd met beide handen op de stuurwielrand,zodat bij het in werking treden van de airbag, hetsysteem niet wordt gehinderd door obstakels. Rijd
niet met voorover gebogen lichaam, maar ga goed recht- op zitten en steun tegen de rugleuning.
fig. 16A0J0050m
Monteer absoluut geen kinderzitje achterstevorenop de passagiersstoel voor als de airbag aan pas-sagierszijde is ingeschakeld. Als bij een ongeval deairbag in werking treedt (opblaast), kan dit ern-stig letsel en zelfs de dood tot gevolg hebben, on-
geacht de zwaarte van het ongeluk. Als er geen andere mogelijkheid is, moet altijd de airbag aan passagierszij-de uitgeschakeld worden als het kinderzitje op de passa-giersstoel voor wordt geplaatst. Bovendien moet de pas-sagiersstoel zo ver mogelijk naar achteren zijn geschovenom te voorkomen dat het kinderzitje eventueel in aan-raking komt met het dashboard. Ook als het niet wette-lijk verplicht is, raden wij u aan, voor een optimale be-scherming van de volwassenen, de airbag onmiddellijkweer in te schakelen zodra er geen kinderen meer ver-voerd worden.
Page 152 of 262

VEILIGHEID151
2
De geldigheidsduur van de pyrotechnische ladingen die van het spiraalmechanisme zijn vermeld ophet betreffende plaatje in het dashboardkastje.
Wendt u vóór het verstrijken van deze periode tot het Alfa Romeo Servicenetwerk om de gordelspanner te la-ten vervangen.
Reis niet met voorwerpen op schoot of voor deborst en houd vooral geen pijp, potlood enz. inde mond. Bij een ongeval waarbij de airbag in wer-
king treedt, kan dit ernstig letsel veroorzaken.
Laat bij diefstal of een poging tot diefstal, bij be- schadiging of als de auto bij een overstroming on-der water is geweest, het airbagsysteem door het
Alfa Romeo Servicenetwerk controleren.
Bedenk dat als de contactsleutel in stand MAR staat, ook bij uitgezette motor de airbags geacti-veerd kunnen worden als de auto wordt aange-
reden door een andere auto. Daarom mogen, ook als de auto stilstaat, absoluut geen kinderen op de passagiers-stoel voor worden geplaatst. Als de contactsleutel echterin stand STOP staat, wordt bij een ongeval geen enkel be-veiligingssysteem (airbag of gordelspanners) geactiveerd;als een systeem niet in werking treedt, betekent dit nietdat het systeem niet goed werkt.
Als u de contactsleutel in stand MAR draait, gaathet lampje
“(met ingeschakelde frontairbag aan
passagierszijde) enige seconden branden en ver-
volgens enige seconden knipperen, om aan te geven dat de airbag aan passagierszijde bij een ongeval wordt ge-activeerd. Hierna moet het lampje doven.
De frontairbag treedt in werking als de botsingzwaarder is dan een botsing waarbij alleen de gor-delspanners worden geactiveerd.
Bij aanrijdingen die tussen die twee drempelwaarden in liggen, treden alleen de gordelspanners in werking.
Page 162 of 262

STARTEN EN RIJDEN161
3
TREKHAAK MONTEREN
Wendt u voor de montage van de trekhaak tot het Alfa Romeo Ser-
vicenetwerk.
WINTERBANDEN
Gebruik winterbanden die dezelfde maat hebben als de standaard
geleverde banden. Het Alfa Romeo Servicenetwerk kan u advise-
ren welke band het meest geschikt is voor het doel waarvoor u
hem wilt gebruiken.
Gebruik deze banden uitsluitend op wegen met sneeuw of ijzel.
De specifieke eigenschappen van winterbanden verminderen aan-
zienlijk als de profieldiepte minder is dan 4 mm. In dat geval is het
veiliger ze te vervangen.
Monteer op alle vier de wielen dezelfde banden (zelfde merk en
profieldiepte) voor meer veiligheid tijdens het rijden en remmen en
voor een betere bestuurbaarheid. Keer de draairichting van de ban-
den niet om.
Het ABS werkt niet op het remsysteem van de aan-hanger. Wees daarom extra voorzichtig op gladdewegen.
Voer in geen geval modificaties aan het remsys-teem van de auto uit. Het remsysteem van de aan-hanger moet geheel onafhankelijk van het hy-
draulisch remsysteem van de auto worden bediend.
Page 166 of 262

NOODGEVALLEN165
4
Het noodreservewiel is specifiek voor de auto:
monteer het niet op andere auto’s en monteer
geen reservewielen van andere auto’s. Het noodre-
servewiel mag alleen in noodgevallen worden gebruikt.
Het noodreservewiel moet zo kort mogelijk gebruikt wor-
den en er mag niet sneller dan 80 km/h mee worden
gereden. Op het noodreservewiel is een sticker aange-
bracht waarop de belangrijkste aanwijzingen en de be-
perkingen staan vermeld met betrekking tot het gebruik
van het noodreservewiel. Deze sticker mag absoluut niet
worden verwijderd of afgedekt. Op het noodreservewiel
mag nooit een wieldeksel worden gemonteerd.
WIEL VERWISSELEN
ALGEMENE AANWIJZINGEN
De auto is uitgerust met de reparatieset „Fix&Go automatic”: zie
voor het gebruik van deze voorziening de paragraaf „Fix&Go Au-
tomatic”.
Als alternatief voor de reparatieset „Fix&Go Automatic” kan de au-
to zijn uitgerust met een noodreservewiel: zie voor het verwisse-
len van het wiel de volgende pagina’s.
Attendeer het overige wegverkeer op de stil-
staande auto m.b.v.: de waarschuwingsknipper-
lichten, de gevarendriehoek enz. Tijdens het ver-
wisselen van een wiel moeten alle inzittenden de auto
hebben verlaten, vooral als de auto zwaar beladen is,
en op een veilige afstand van het verkeer wachten, tot-
dat het wiel verwisseld is. Blokkeer de wielen met ste-
nen of andere voorwerpen als de auto schuin op een hel-
ling of op een slecht wegdek staat.
Page 167 of 262

166NOODGEVALLEN
De krik dient uitsluitend voor het verwisselen van
een wiel van de auto waarbij de krik geleverd is
of voor auto’s van hetzelfde model. Gebruik de
krik niet voor het opkrikken van andere auto’s. En beslist
nooit voor het uitvoeren van werkzaamheden onder de
auto. Als de krik niet juist geplaatst wordt, kan de opge-
krikte auto van de krik vallen. Op een sticker op de krik
is het maximum hefvermogen aangegeven; de krik mag
nooit voor een zwaardere last worden gebruikt. Het
noodreservewiel is niet geschikt voor de montage van
sneeuwkettingen. Als u een lekke voorband (aangedre-
ven wiel) hebt en er moet met sneeuwkettingen worden
gereden, dan moet u een wiel van de achteras afhalen en
daarvoor in de plaats het noodreservewiel monteren. Zo
hebt u op de vooras twee normale wielen waarop uw
sneeuwkettingen kunt monteren.
Door een verkeerde montage kan het wieldeksel
tijdens het rijden loslaten. Maak het ventiel abso-
luut niet open. Plaats geen enkel stuk gereedschap
tussen velg en band. Controleer regelmatig de spanning
van de banden en van het noodreservewiel (zie hoofd-
stuk „6”).
Bij een gemonteerd noodreservewiel veranderen
de rij-eigenschappen van de auto. Vermijd met vol
gas optrekken, bruusk remmen en hoge snelhe-
den in de bochten. Het noodreservewiel heeft een le-
vensduur van ongeveer 3000 km. Na deze afstand moet
de band van het noodreservewiel vervangen worden door
een nieuwe band van hetzelfde type. Monteer nooit een
normale band op de velg van het noodreservewiel. Laat
het verwisselde wiel zo snel mogelijk repareren en mon-
teren. Gebruik nooit twee of meer noodreservewielen.
Smeer voor montage de schroefdraad van de wielbou-
ten niet met vet: de bouten kunnen loslopen.
Page 177 of 262

176NOODGEVALLEN
❍als u er niet in slaagt binnen 5 minuten de bandenspanning op
ten minste 1,8 bar te krijgen, koppel dan de compressor los
van het ventiel en de contactdoos en verplaats vervolgens de
auto ongeveer 10 meter naar voren of naar achteren, zodat
de afdichtvloeistof in de band verdeeld wordt; pomp de band
vervolgens weer op;
fig. 18A0J0116m
❍als u tijdens het herstellen van de bandenspanning er niet in
slaagt de spanning op ten minste 1,8 bar te brengen, mag niet
verder worden gereden; wendt u tot het Alfa Romeo Service-
netwerk;
❍stop na ongeveer 10 minuten en controleer opnieuw de ban-
denspanning: vergeet niet de handrem aan te trekken;
❍als de bandenspanning ten minste 1,8 bar bedraagt, moet de
correcte bandenspanning worden hersteld (met draaiende mo-
tor en aangetrokken handrem), en kan verder worden gere-
den. Rijd zeer voorzichtig naar een vestiging van het Alfa
Romeo Servicenetwerk.
Plaats de sticker op een voor de bestuurder goed
zichtbare plaats om aan te geven dat de band be-
handeld is met de snelle bandenreparatieset.
Rijd voorzichtig vooral in bochten. Rijd niet harder dan
80 km/h. Vermijd bruusk accelereren en remmen.Als de bandenspanning onder 1,8 bar is gedaald,
mag niet verder worden gereden: de snelle ban-
denreparatieset Fix & Go automatic kan de ver-
eiste wegligging niet garanderen omdat de band te erg
beschadigd is. Wendt u tot het Alfa Romeo Servicenetwerk.
U moet absoluut aangeven dat de band is gere-
pareerd met de snelle bandenreparatieset. Over-
handig de informatiefolder aan het personeel dat
de band moet repareren die behandeld is met de ban-
denreparatieset.
Page 216 of 262

5
ONDERHOUD EN ZORG215
MOTOROLIE
Controleer of het niveau tussen het MIN- en MAX-merkteken op de
peilstok staat A-fig. 1-2-3-4-5-6.
Als het olieniveau dicht bij of onder het MIN-merkteken staat, moet
via de olievulopening B motorolie tot aan het MAX-merkteken wor-
den bijgevuld.
Vul nooit olie bij met andere specificaties dan deolie waarmee de motor is gevuld.
Afgewerkte motorolie en het vervangen motoro-liefilter bevatten stoffen die schadelijk zijn voorhet milieu. Wendt u voor het verversen van de mo-
torolie en het vervangen van de filters tot het Alfa Romeo Servicenetwerk.
MOTORKOELVLOEISTOF
Draai bij een te laag niveau dop C-fig. 1-2-3-4-5-6 van het reser-
voir los en vul de in hoofdstuk „6” voorgeschreven vloeistof bij.
Het motorkoelsysteem gebruikt PARAFLUUP-koel-
vloeistof. Gebruik voor het eventueel bijvullen vloeistof met dezelfde specificaties als waarmee
het motorkoelsysteem is gevuld. PARAFLU
UP-koelvloeistof
kan niet worden gemengd met welke andere koelvloei- stof dan ook. Als dit toch gebeurt, mag de motor absoluutniet worden gestart en moet u zich tot het Alfa Romeo Ser-vicenetwerk wenden.
Vervang de dop zo nodig alleen door een exem-
plaar van hetzelfde type, anders kan de werking van het systeem in gevaar worden gebracht. Draai
bij een warme motor de dop van het expansiereservoir nooit los: gevaar voor verbranding.
Motorolieverbruik
Als richtlijn geldt een maximaal motorolieverbruik van ongeveer
400 gram per 1000 km. De motor van een nieuwe auto moet nog
worden ingereden. Dit betekent dat het motorolieverbruik pas na
de eerste 5000 ÷ 6000 km stabiliseert.
Het olieniveau mag nooit het MAX-merktekenoverschrijden.
Page 217 of 262

216ONDERHOUD EN ZORG
REMVLOEISTOF
Controleer of de remvloeistof nog op het maximum niveau staat.
Draai bij een te laag niveau dop E-fig. 1-2-3-4-5-6 van het reser-
voir los en vul de in hoofdstuk „6” voorgeschreven vloeistof bij.
Voorkom contact tussen de zeer corrosieve vloei-stof en de lak. Als remvloeistof wordt gemorst, moetde lak onmiddellijk met water worden afgespoeld.
RUITEN-/KOPLAMPSPROEIERVLOEISTOF
Draai bij een te laag niveau dop D-fig. 1-2-3-4-5-6 van het reser-
voir los en vul de in hoofdstuk „6” voorgeschreven vloeistof bij.
Rijd niet met een leeg ruitensproeierreservoir: deruitensproeiers zijn van fundamenteel belang vooreen optimaal zicht. Enkele in de handel verkrijg-
bare ruitensproeiervloeistoffen zijn licht ontvlambaar: in de motorruimte bevinden zich warme onderdelen die bijcontact de vloeistof kunnen doen ontbranden.
De remvloeistof is giftig en zeer corrosief. Als perongeluk remvloeistof wordt gemorst, moeten debetreffende delen onmiddellijk worden gewassen
met water en neutrale zeep en daarna met veel water worden afgespoeld. Bij inslikken dient onmiddellijk eenarts te worden geraadpleegd.
Het symboolπop het reservoir geeft aan dat syn-
thetische remvloeistof en geen minerale vloeistof moet worden gebruikt. Het gebruik van minerale
vloeistoffen moet absoluut worden vermeden, omdat de rubbers in het remsysteem door deze vloeistoffen wordenbeschadigd.
Page 226 of 262

5
ONDERHOUD EN ZORG225
INTERIEUR
Controleer af en toe of er onder de vloerbedekking geen water is
blijven staan, waardoor roestvorming op de bodem veroorzaakt
zou kunnen worden.
STOELEN EN STOFFEN BEKLEDING
Verwijder stof met een zachte borstel of een stofzuiger. Voor een
nog betere reiniging van de stoffen bekleding raden wij u aan de
borstel vochtig te maken. Reinig de zittingen met een vochtige
spons en een oplossing van neutrale zeep.
MET LEER BEKLEDE ZITPLAATSEN
(optional voor bepaalde uitvoeringen/markten)
Verwijder droog vuil met een zeemleer of een iets vochtige doek,
zonder hard te drukken.
Dep een vochtige vlek of vet met een droge en absorberende doek
en wrijf daarbij niet. Behandel de plek vervolgens met een doek
of zeem bevochtigd met water en een neutrale zeep.
Als de vlek nog niet verwijderd is, behandel de vlek dan met een
speciaal schoonmaakmiddel, waarbij de instructies op de verpak-
king strikt moeten worden opgevolgd.
BELANGRIJK Gebruik nooit alcohol. Controleer of de gebruikte
schoonmaakmiddelen geen alcohol of daarvan afgeleide produc-
ten bevatten, ook niet in geringe hoeveelheden.
KUNSTSTOF INTERIEURDELEN
Wij raden u aan om de kunststof interieurdelen te reinigen met een
doek bevochtigd met water en een neutrale zeep zonder schuur-
middel. Voor het verwijderen van vet- of hardnekkige vlekken moe-
ten speciale schoonmaakmiddelen zonder oplosmiddelen worden
gebruikt, die het visuele effect en de kleur van de componenten
niet wijzigen.
BELANGRIJK Gebruik nooit alcohol of benzine om het glas van
het instrumentenpaneel of andere kunststof onderdelen schoon
te maken.
Page 245 of 262

244TECHNISCHE GEGEVENS
Loodvrije benzine ten minste
95 R.O.N. (specificatie EN228)
Mengsel van gedemineraliseerd
water en 50% PARAFLU
UP(▲)
SELENIA StAR P.E.
TUTELA CAR TECHNYX
(uitvoering 1.4 Benzine, 1.4 Multi Air,
1.4 Turbo Benzine,1.4 Turbo Multi Air
135pk, 1.3 JTD
M-2)
TUTELA CAR MATRYX
(uitvoering 1.4 Turbo Benzine 155pk)
TUTELA TRANSMISSION GEARFORCE
(uitvoering 1.4 Turbo Multi Air 170pk
Quadrifoglio Verde, 1.6 JTD
M)
TUTELA TOP 4
Mengsel van water en vloeistof
TUTELA PROFESSIONAL SC 35
VULLINGSTABEL
(▲) Voor extreem koude klimatologische omstandigheden raden wij een mengsel a\
an van 60% PARAFLUUPen 40% gedemineraliseerd water.
(***) De waarden tussen haakjes hebben betrekking op de uitvoeringen m\
et koplampsproeiers.
45 –
5 - 7 –
5,2 –
2,75 2,4 2,9 2,6
1,6 –
–0,5
2,2
(4,5) –45 –
5 - 7 –
6,0 –
3,1 2,65
3,5 3,0
1,87 1,7
–0,5
2,2
(4,5) –45 –
5 - 7 –
5,2 –
3,1 2,65
3,4 2,9
1,6 –
–0,5
2,2
(4,5) –
1.4 Multi Air 1.4 Turbo1.4 Benzine Voorgeschreven
Multi Air brandstof fen en originele
liter kg liter kg liter kgsmeermiddelen
Brandstoftank:incl. een reserve van:
Motorkoelsysteem
– met airconditioning:
Motorcarter:
Carter en oliefilter:
Versnellingsbak/differentieel:
Hydraulisch remcircuitmet ABS:
Reservoir ruitensproeiers voor /
achter /koplampsproeiers: (***)