airbag Alfa Romeo MiTo 2016 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: ALFA ROMEO, Model Year: 2016, Model line: MiTo, Model: Alfa Romeo MiTo 2016Pages: 280, PDF Size: 8.53 MB
Page 129 of 280

Breng geen stickers of andere voorwerpen op het
stuurwiel, op het dashboard in de zone van de
passagiersairbag, op de zijkant van de dakbekleding
en op de stoelen aan. Plaats nooit voorwerpen (bijv. mobiele
telefoons) op het dashboard aan passagierszijde, omdat deze het
correct openen van de airbag kunnen hinderen en tevens de
inzittenden ernstig kunnen verwonden.
FRONTAIRBAG BESTUURDERSZIJDE
Deze bestaat uit een onmiddellijk opblaasbaar kussen dat in een
speciale ruimte in het midden van het stuurwiel is geplaatst fig. 103.
Rijd altijd met de handen op de stuurwielrand zodat
de airbag indien nodig ongehinderd opgeblazen kan
worden. Rijd niet met voorover gebogen lichaam. Ga
goed rechtop zitten en steun tegen de rugleuning.
FRONTAIRBAG AAN PASSAGIERSZIJDE
Deze bestaat uit een onmiddellijk opblaasbaar kussen dat in een
speciale ruimte in dashboard is opgeborgen fig. 104: deze airbag
heeft een groter volume dan de bestuurdersairbag.
ZEER GEVAARLIJK Plaats NOOIT een kinderzitje tegen de
rijrichting in op de passagiersstoel van auto's met een
actieve passagiersairbag. Bij een ongeval, hoe klein ook,
kan de airbag ernstig letsel en zelfs de dood van het kind
tot gevolg hebben. Daarom moet de passagiersairbag altijd
uitgeschakeld worden als een kinderzitje tegen de rijrichting in
gemonteerd wordt op de voorste passagiersstoel. Bovendien moet de
voorste passagiersstoel zo ver mogelijk naar achteren zijn geschoven
om te voorkomen dat het kinderzitje eventueel in aanraking komt met
het dashboard. Schakel de passagiersairbag onmiddellijk weer in als
het kinderzitje is verwijderd.
fig. 103A0J0047fig. 104A0J0050
125
WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN RIJDEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 130 of 280

FRONTAIRBAG PASSAGIER EN
KINDERZITJES
Plaats NOOIT een kinderzitje achterstevoren op de
passagiersstoel van auto's met een actieve
passagiersairbag. Bij een ongeval, hoe klein ook, kan
de airbag ernstig letsel en zelfs de dood van de baby tot gevolg
hebben.
NeemALTIJDde aanwijzingen vermeld op het etiket op de zonneklep
aan passagierszijde in acht fig. 105.
fig. 105A0J0450
126
WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN RIJDEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 131 of 280

FRONTAIRBAG PASSAGIER EN KINDERZITJES: WAARSCHUWING
fig. 106A0J0451
127
WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN RIJDEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 132 of 280

KNIE-AIRBAG BESTUURDERSZIJDE
Deze airbag is opgenomen in een speciale ruimte onder het stuurwiel
fig. 107. Deze biedt extra bescherming in het geval van een frontale
botsing.
Uitschakeling airbags aan passagierszijde: frontairbag
en zijairbag ter bescherming van bekken, borst en
schouders (zijairbag)
Als een kind in een kinderzitje dat achterstevoren op de voorstoel is
geplaatst vervoerd moet worden, schakel dan de frontairbag en
zijairbag voor bescherming van bekken, borst en schouders aan
passagierszijde (zijairbag) uit.
Als de airbags uitgeschakeld zijn, gaat er een lampje
branden in
de bekleding boven de achteruitkijkspiegel fig. 108.
Voor het uitschakelen van deze airbags, raadpleeg de
paragraaf “Menuopties” in het hoofdstuk
“Kennismaking met de auto”.
ZIJAIRBAGS (ZIJAIRBAG -
HOOFDAIRBAG)
Om de bescherming van de inzittenden in geval van flankbotsingen te
verbeteren, is de auto uitgerust met zijairbags die borst en schouders
van bestuurder en voorpassagier beschermen en hoofdairbags die het
hoofd van de inzittenden voor- en achterin beschermen
(gordijnairbags).
Als de zijairbags niet worden opgeblazen bij andere soorten
aanrijdingen (frontale botsingen, kop-staartaanrijdingen, over de kop
slaan enz.), betekent dit niet dat het systeem slecht functioneert.
ZIJAIRBAGS VOORIN (ZIJAIRBAGS)
Deze bestaan uit twee soorten kussens die zich in de rugleuning van
de voorstoelen bevinden fig. 109 en die het bekken, de borst en
schouders van de inzittenden bij middelzware zijdelingse botsingen
beschermen.
fig. 107A0J0056fig. 108A0J0402
128
WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN RIJDEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 133 of 280

HOOFDAIRBAGS (WINDOW BAGS)
De twee gordijnairbags zitten achter de dakbekleding aan de
zijkanten en zijn afgedekt met speciale afwerkingselementen fig. 110.
Dit type airbag is ontworpen om het hoofd van de inzittenden voorin
en achterin te beschermen bij flankbotsingen, dankzij het grote
oppervlak dat in opgeblazen toestand wordt beslagen.
Bij lichte flankbotsingen is het opblazen van de hoofdairbags niet
vereist.
Bij lichte frontale botsingen (waarbij de bescherming van de
omgelegde gordel volstaat) worden de airbags niet opgeblazen. Om
die reden moeten veiligheidsgordels steeds worden omgelegd.
Het systeem biedt de beste bescherming bij een zijdelingse botsing als
de passagier correct op zijn stoel zit, zodat de hoofdairbag zo goed
mogelijk opgeblazen kan worden.
Hang geen harde voorwerpen aan de kledinghaken of
de steunhandgrepen.
Steun niet met het hoofd, de armen of de ellebogen
tegen het portier, de ruiten of in het gebied van de
hoofdairbag om mogelijke verwondingen tijdens het
opblazen te voorkomen.
Steek nooit het hoofd, de armen of ellebogen uit het
raam.
BELANGRIJK
Reinig de stoelen niet met water of stoom onder druk (met de hand of
in een automatisch wasapparaat).
De front- en/of zijairbags kunnen in werking treden bij heftige
botsingen tegen de onderkant van de auto (bijv. botsing met treden,
trottoirbanden, kuilen of verkeersdrempels, enz.).
fig. 109A0J0103fig. 110A0J0051
129
WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN RIJDEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 134 of 280

Als de airbag geactiveerd wordt, ontsnapt een kleine hoeveelheid
poeder: dit poeder is niet schadelijk en duidt niet op het begin van een
brand. Dit poeder kan echter de huid en ogen irriteren: was ze in dit
geval met neutrale zeep en water.
Alle werkzaamheden aan airbags (controle, reparatie en vervanging)
moeten door het Alfa Romeo Servicenetwerk worden uitgevoerd.
Als de auto wordt gesloopt, moet het airbagsysteem onbruikbaar
gemaakt worden door het Alfa Romeo Servicenetwerk.
Gordelspanners en airbags worden op verschillende manieren
geactiveerd, afhankelijk van het type botsing. Als een of meerdere van
deze voorzieningen niet in werking treden, dan duidt dat niet op een
storing in het systeem.
Als de contactsleutel naar MAR wordt gedraaid en het
lampje
gaat niet branden of blijft branden tijdens
het rijden (bij sommige versies samen met de melding
op de display), dan is er mogelijk een storing in de
veiligheidssystemen. In dat geval kunnen de airbags of
gordelspanners niet geactiveerd worden bij een ongeval of, in
een zeer beperkt aantal gevallen, op verkeerde wijze
geactiveerd worden. Laat het systeem onmiddellijk controleren
door het Alfa Romeo Servicenetwerk alvorens verder te rijden.
Reis niet met voorwerpen op schoot of voor de borst
en houd niets in de mond (pijp, pen, etc.). Dit kan
ernstig letsel veroorzaken als de airbag in werking
treedt.
Laat bij diefstal of poging tot diefstal, vandalisme of
overstromingen het airbagsysteem door het Alfa
Romeo Servicenetwerk controleren.
Als de contactsleutel in de stand MAR staat en de
motor is afgezet, kunnen de airbags ook geactiveerd
worden als de auto door een andere auto wordt
aangereden. Daarom mag, wanneer de passagiersairbag is
ingeschakeld, en ook al staat de auto stil, GEEN tegen de
rijrichting in gemonteerd kinderzitje op de voorstoel gemonteerd
worden. Als bij een botsing de airbag wordt opgeblazen, kan
dit leiden tot ernstig letsel en zelfs tot de dood van het kind.
Daarom moet de passagiersairbag altijd uitgeschakeld worden
als een kinderzitje tegen de rijrichting in gemonteerd wordt op
de voorste passagiersstoel. Bovendien moet de voorste
passagiersstoel zo ver mogelijk naar achteren zijn geschoven om
te voorkomen dat het kinderzitje eventueel in aanraking komt
met het dashboard. Schakel de passagiersairbag onmiddellijk
weer in als het kinderzitje is verwijderd. Onthoud tevens dat als
de sleutel in de stand STOP staat, bij een ongeval geen enkel
veiligheidssysteem (airbags of gordelspanners) geactiveerd
wordt. In dat geval duidt de uitgebleven activering niet op een
storing van het systeem.
130
WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN RIJDEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 135 of 280

Wanneer de contactsleutel naar de stand MAR wordt
gedraaid, gaat het waarschuwingslampje
(bij
actieve frontairbag aan passagierszijde) enkele
seconden knipperen, om eraan te herinneren dat de
passagiersairbag bij een botsing geactiveerd wordt. Hierna moet
het lampje doven.
De activeringsdrempel van de frontairbag is hoger dan
die van de gordelspanners. Bij aanrijdingen die tussen
deze twee drempelwaarden liggen, treden alleen de
gordelspanners in werking.
De airbag vervangt niet de veiligheidsgordels, maar
verhoogt hun doeltreffendheid. Omdat de frontairbags
niet worden geactiveerd bij frontale botsingen bij lage
snelheden, zijdelingse botsingen, botsingen achterop en over de
kop slaan, worden in deze gevallen de inzittenden uitsluitend
door de zijairbags en de veiligheidsgordels beschermd, die dus
altijd gedragen moeten worden.
131
WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN RIJDEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 168 of 280

Neem contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk
als de zekering opnieuw doorbrandt.
Vervang een zekering nooit door een exemplaar met
een hogere stroomsterkte (ampère); BRANDGEVAAR.
Als een hoofdzekering (MAXI-FUSE, MEGA-FUSE,
MIDI-FUSE) doorbrandt, neem dan contact op met het
Alfa Romeo Servicenetwerk.
Alvorens een zekering te vervangen, moet men
controleren of de contactsleutel uit het slot is genomen
en of alle stroomverbruikers uit staan en/of zijn
uitgeschakeld.
Als een hoofdzekering voor veiligheidsinrichtingen
(airbagsysteem, remsysteem), motorsystemen
(motorsysteem, transmissiesysteem) of stuurinrichting
doorbrandt, neem dan contact op met het Alfa Romeo
Servicenetwerk.
164
WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN RIJDEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 274 of 280

Dagverlichting (DRL) ........................... 59
Dashboardkastverlichting
– lamp vervangen .............................. 161
Dashboard .......................................... 3
De auto langdurig stallen ...................... 141
De motor starten .................................. 132
De motor starten .................................. 142
– Rollend starten ................................ 143
– Starten met hulpaccu ....................... 142
Derde remlicht
– lamp vervangen .............................. 159
De sleutels ........................................... 35
– Code-card ...................................... 35
– Sleutel met afstandsbediening........... 36
– Sleutel zonder afstandsbediening ..... 35
Diefstalalarm ....................................... 40
Dieselfilter ........................................... 189
Dieselroetfilter (DPF) ............................. 109
Dimlicht
– lamp vervangen .............................. 157
Display................................................ 20
DPF (roetfilter) ...................................... 109
DST systeem (Dynamic Steering
Torque) .............................................. 92
Dynamic suspension (actief
schokdempersysteem) ......................... 99Een lamp vervangen ........................... 153
– Algemene instructies ........................ 153
Een wiel vervangen .............................. 143
“Electronic Q2” (“E-Q2”) .................... 92
Elektrische ruitbediening ...................... 79
– Bedieningselementen ....................... 79
Elektrisch stuurbekrachtiging ................. 101
EOBD-systeem ..................................... 100
ESC (Electronic Stability Control)
systeem ............................................. 90
Extra verwarming................................. 59
Fix&Go Automatic kit .......................... 149
"Follow me home" systeem .................. 61
Frontairbag bestuurderszijde ............... 125
Frontairbag passagierszijde .................. 125
Frontairbags ........................................ 124
Gear Shift Indicator ............................ 21
Gebruik van de versnellingsbak............. 135
Geprogrammeerd onderhoud................ 174
Geprogrammeerd onderhoudsschema ... 175
Gewichten ........................................... 221
Gordelspanners ................................... 114
– Krachtbegrenzers ............................ 114
Grootlicht ............................................ 61– lamp vervangen .............................. 157
Grootlichtsignaal .................................. 61
Handrem ........................................... 134
Herconfigureerbaar multifunctioneel
display .............................................. 20
Hill Holder ........................................... 90
Hoofdairbags (window bags) ................ 129
Hoofdsteunen....................................... 45
– “Anti-Whiplash” voorziening............ 46
– Hoofdsteunen achter ........................ 46
– Hoofdsteunen voor .......................... 45
Identificatiegegevens
– Chassisnummer ............................... 200
– identificatieplaatje carrosserielak ...... 200
– motorcode ...................................... 200
– typeplaatje met
identificatiegegevens ....................... 199
Imperiaal/skidrager ............................. 86
Inbouwvoorbereiding voor "Isofix"
kinderzitje ......................................... 121
Installatie van elektrische/
elektronische systemen ........................ 101
Instaplichten in de spiegels
– lamp vervangen .............................. 162
Instapverlichting ................................... 62
– lamp vervangen .............................. 161
270
WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN RIJDEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 275 of 280

Instrumentenpaneel .............................. 4
– Herconfigureerbaar
multifunctioneel display.................... 5
– Multifunctioneel display ................... 4
Interieur (reiniging)............................... 197
Interieuruitrusting ................................. 71
Kentekenverlichting
– lamp vervangen .............................. 160
Klimaatcomfort .................................... 49
– Uitstroomopeningen/roosters ........... 49
Klimaatregeling / verwarming .............. 50
Knie-airbag bestuurderszijde ................ 128
Koelvloeistoftemperatuurmeter ............... 6
Koplampen .......................................... 87
– Hoogteregeling koplampen .............. 87
– Koplampafstelling in het
buitenland ...................................... 88
– lamp vervangen .............................. 157
– Lichtbundel afstellen......................... 87
Koplampsproeiers ................................ 194
Koppeling............................................ 209
Krik ..................................................... 144
Lampen
– typen lampen .................................. 155
Lampjes op instrumentenpaneel ............. 6lamp vervangen ............................ 158-159
– interieurverlichting........................... 160
Lamp vervangen
– buitenverlichting .............................. 157
Lichtunits
– achterlichtunits (lamp vervangen)...... 159
– koplampunits (lamp vervangen) ........ 157
Luchtfilter ............................................. 189
Menuopties ....................................... 24
Milieubescherming ............................... 109
Mistachterlichten/achteruitrijlicht ........... 159
Mistachterlicht ...................................... 70
Mistlampen voor ............................. 70-158
Montage universeel isofix kinderzitje ..... 121
Motorcodes - carrosserieversies ............. 201
Motorkap ............................................ 84
– Openen .......................................... 84
– Sluiten ............................................ 85
Motor .................................................. 203
– code............................................... 200
– vloeistofniveau van het
motorkoelsysteem ............................ 187
Motorolie
– niveau controleren ........................... 187
– verbruik .......................................... 187
Motorruimte– reinigen .......................................... 197
MSR .................................................... 91
Multifunctioneel display ........................ 20
Niveaus controleren ........................... 181
Onderhoud en zorg
– intensief gebruik van de auto ........... 180
– periodieke controles......................... 180
Opbergvak .......................................... 71
Opheffen van het voertuig .................... 172
Parkeer-/dagverlichting (DRL)
– lamp vervangen .............................. 157
Parkeerlichten ...................................... 60
Parkeer-/remlichten .............................. 159
Parkeersensoren ................................... 102
Parkeren .............................................. 134
– Handrem ........................................ 134
Plafondverlichting................................. 67
– Bagageruimteverlichting .................. 68
– Dashboardkastverlichting ................. 69
– Instapverlichting .............................. 68
– In-/uitstapverlichting in de
spiegels .......................................... 68
– Plafondverlichting voor .................... 67
Plafondverlichting voor
– lamp vervangen .............................. 160
271
WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN RIJDEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER