ESP Hyundai Santa Fe 2011 Handleiding (in Dutch)

Page 208 of 410

Kenmerken van uw auto
128
4
OPMERKING BIJ
GEBRUIK USB-APPARAAT
Zorg er, om het USB-apparaat te
gebruiken, voor dat het apparaat
niet is aangesloten wanneer demotor wordt gestart en sluit hetapparaat aan nadat de motor is gestart.
Als u de motor start terwijl het USB-apparaat is aangesloten, kanhet apparaat beschadigd raken. (USB voldoet niet aan ESA.)
Als de motor wordt gestart of afgezet terwijl het externe USB-apparaat is aangesloten, werkthet apparaat mogelijk niet.
Niet-originele MP3- of WMA- bestanden worden mogelijk niet
afgespeeld.
1) Er kunnen alleen MP3- bestanden met eencompressiesnelheid tussen 8Kbps en 320 Kbps worden
afgespeeld.
2) Er kunnen alleen WMA- muziekbestanden met eencompressiesnelheid tussen 8
Kbps en 320 Kbps wordenafgespeeld.
(Vervolg)
(Vervolg) Voorkom statische elektriciteit bij het aansluiten of losnemen vanhet externe USB-apparaat.
Een gecodeerde MP3-speler wordt niet herkend.
Afhankelijk van het type extern USB-apparaat, wordt het apparaatmogelijk niet herkend.
Wanneer de geformatteerde byte/sector-instelling van het
externe USB-apparaat niet 512byte of 2048 byte is, zal hetapparaat niet worden herkend.
Het USB-apparaat mag uitsluitend geformatteerd zijn
volgens FAT 12/16/32.
USB-apparaten zonder USB IF autorisatie worden mogelijk nietherkend.
Steek geen lichaamsdelen of externe voorwerpen in de USB-aansluiting.
Als u het USB-apparaat in korte tijd herhaaldelijk aansluit en weerlosneemt, kan het apparaat defect
raken.
U hoort mogelijk een vreemd geluid bij het aansluiten oflosnemen van het USB-apparaat.
(Vervolg)(Vervolg) Als u het externe USB-apparaat tijdens het afspelen losneemt,kan het apparaat beschadigdraken of niet goed meer werken.
Sluit daarom het externe USB-apparaat aan wanneer de motor is afgezet of wanneer het
audiosysteem in een andereweergave staat.
Afhankelijk van het type en de capaciteit van het externe USB-apparaat of het bestandstype dat
in het apparaat is opgeslagen,kan de benodigde tijd voor het herkennen van het apparaatvariëren, zodat u mogelijk moet
wachten. Dit duidt echter niet opeen storing.
Gebruik het USB-apparaat niet voor andere doeleinden dan hetafspelen van muziekbestanden.
Het gebruik van USB-toebehoren als een lader of een verwarmingdie gebruikmaken van USB I/F kan de prestaties negatief beïnvloeden
of storingen veroorzaken.
(Vervolg)

Page 211 of 410

4131
Kenmerken van uw auto
1. Keuzetoets INFO
Geeft de informatie van het huidige
afgespeelde bestand weer in de volgordeFILE NAME ➟TITLE ➟ARTIST ➟
ALBUM ➟FOLDER ➟TOTAL FILE ➟
NORMAL DISPLAY ➟FILE NAME ➟...
(Geeft geen informatie weer als het
bestand niet over deze gegevensbeschikt.)
2. Toets
vooruitspoelen/achteruitspoele
n met of zonder geluid,
volgend/vorig muziekstuk
Druk gedurende maximaal 0,8
seconden op de toets [TRACK ] om
vanaf het begin van het huidige
muziekstuk af te spelen. Druk de toets
maximaal 0,8 seconden in en druk detoets binnen 1 seconde opnieuw in om
het vorige muziekstuk af te spelen.
Druk de toets ten minste 0,8 seconden
in om het muziekstuk versneld in
achterwaartse richting af te spelen.
Druk de toets [SEEK ] maximaal
0,8 seconden in om naar het volgende
muziekstuk te gaan. Druk de toets tenminste 0,8 seconden in om het
muziekstuk versneld in voorwaartse
richting af te spelen. 3. Toets RANDOM
Druk deze toets maximaal 0,8 seconden
in om de RDM-modus te activeren en
druk deze toets ten minste 0,8 seconden
in om de ALL RDM-modus te activeren.
RDM : Alleen de bestanden in een map
worden in willekeurige volgordeafgespeeld.
ALL RDM : Alle bestanden op een
USB-apparaat worden in willekeurige
volgorde afgespeeld.
4. Toets REPEAT
Druk deze toets maximaal 0,8 seconden
in om de RPT-modus te activeren en
druk deze toets ten minste 0,8 seconden
in om de FLD RPT-modus te activeren.
RPT : Alleen een bestand wordtherhaaldelijk afgespeeld.
FLD RPT : Alleen bestanden in een
map worden herhaaldelijk afgespeeld. 5. Keuzetoets USB
Als er een USB-apparaat is aangesloten,
wordt hiermee naar de weergave van de
muziekbestanden op het USB-apparaat
overgeschakeld. Als er geen CD geplaatst
is of geen extern apparaat is aangesloten,
wordt gedurende 3 seconden "NO Media"
weergegeven en keert het systeem terug
naar de vorige modus.
6. Toets FLDR
Als op de toets [FOLDER ] wordt
gedrukt, gaat het systeem naar de
submap van de huidige map en geeft
het het eerste muziekstuk in de map
weer. Druk op de knop TUNE/ENTER
om naar de weergegeven map te
gaan. Het eerste muziekstuk in de map
zal worden afgespeeld.
Als op de toets [CAT ] wordt
gedrukt, gaat het systeem naar dehoofdmap en geeft het het eerste
muziekstuk in de map weer. Druk op
de knop TUNE/ENTER om naar de
weergegeven map te gaan.

Page 212 of 410

Kenmerken van uw auto
132
4
7. Knop SEARCH/ENTER
Draai deze knop rechtsom om de
muziekstukken na het muziekstuk dat
wordt afgespeeld weer te geven.
Draai deze knop linksom om de
muziekstukken vóór het muziekstuk dat
wordt afgespeeld weer te geven. Druk op
de knop om een muziekstuk over te
slaan en het gekozen muziekstuk af tespelen.
8. Keuzetoets SCAN
Hiermee worden de eerste 10 seconden
van ieder muziekstuk in het USB-
apparaat afgespeeld. Druk opnieuw op
de toets om de scanfunctie te annuleren.

Page 214 of 410

Kenmerken van uw auto
134
4
Als een iPod met het aparte kabeltje
wordt aangesloten op de multimedia-
aansluiting in de console rechts van de
bestuurdersstoel. Wanneer de iPod wordt
aangesloten, zal het iPod-icoon in de
linker bovenhoek van het scherm worden
weergegeven.
1. Keuzetoets INFO
Geeft de informatie weer van het bestand
dat op dat moment wordt afgespeeld in
de volgorde TITLE ➟ARTIST ➟ALBUM
➟ NORMAL DISPLAY ➟TITLE ➟...
(Geeft geen informatie weer als het
bestand niet over deze gegevensbeschikt.) 2.Toets
vooruitspoelen/achteruitspoelen
met of zonder geluid,
volgend/vorig muziekstuk
Druk gedurende maximaal 0,8 seconden op de toets [TRACK ] om
vanaf het begin van het huidige
muziekstuk af te spelen. Druk de toets
maximaal 0,8 seconden in en druk detoets binnen 1 seconde opnieuw in om
het vorige muziekstuk af te spelen.
Druk de toets ten minste 0,8 seconden
in om het muziekstuk versneld in
achterwaartse richting af te spelen.
Druk de toets [SEEK ] maximaal 0,8 seconden in om naar het volgende
muziekstuk te gaan.
Druk de toets ten minste 0,8 seconden
in om het muziekstuk versneld in
voorwaartse richting af te spelen.
3. Toets RANDOM
Druk de toets maximaal 0,8 seconden in
om het afspelen in willekeurige volgorde
van de muziekstukken in de huidige
categorie in of uit te schakelen. Druk detoets ten minste 0,8 seconden in om alle
muziekstukken in een album op de iPod
in willekeurige volgorde af te spelen.
Druk opnieuw op de toets om de functie
te annuleren. 4. Toets REPEAT
Hiermee wordt het muziekstuk opnieuw afgespeeld.
5. Keuzetoets iPod
Als er een iPod is aangesloten, wordt
hiermee van de CD-weergave naar de
weergave van de muziekbestanden op
de iPod overgeschakeld. Als er geen CD
geplaatst is of geen extern apparaat is
aangesloten, wordt gedurende 3
seconden "NO Media" weergegeven en
keert het systeem terug naar de vorige
modus.
6. Keuzetoets categorie
Hiermee gaat het systeem naar de
categorie boven de categorie die wordt
afgespeeld op de iPod. Druk op de knop
MENU (voorkeuzetoets 6) om naar de
weergegeven categorie te gaan (het
muziekstuk af te spelen). U kunt een
categorie lager dan de gekozen
categorie doorzoeken. De volgorde van
de iPod-categorie is SONG
(muziekstuk), ALBUMS (albums),
ARTISTS (artiesten), GENRES (genres)
en iPod.

Page 215 of 410

4135
Kenmerken van uw auto
7. Knop SEARCH/ENTER
Wanneer u de knop rechtsom draait,
worden de muziekstukken (categorieën)
na het muziekstuk dat wordt afgespeeld
(categorie op hetzelfde niveau)
weergegeven. Wanneer u de knop
linksom draait, worden de
muziekstukken (categorieën) vóór het
muziekstuk dat wordt afgespeeld
(categorie op hetzelfde niveau)
weergegeven.
Druk op de toets om naar het
weergegeven muziekstuk in de categorieSONG te luisteren.✽✽AANWIJZING VOOR
GEBRUIK VAN iPod
Sommige iPod-modellen ondersteunen het
communicatieprotocol mogelijk niet
waardoor de bestanden nietafgespeeld kunnen worden.(Ondersteunde iPod-modellen: mini,
4G, photo, nano, 5G.)
De zoekvolgorde of de afspeelvolgorde van muziekstukken kan bij de iPodverschillen van die van hetaudiosysteem.
Reset de iPod als deze tijdens het gebruik vastloopt. (Resetten:Raadpleeg de handleiding van deiPod.)
Wanneer de batterijen zwak zijn, werkt de iPod mogelijk niet goed.
OPMERKING BIJ
GEBRUIK VAN iPod
U hebt een apart voedingskabeltje
nodig voor de iPod om de iPod via
de toetsen van het audiosysteemte bedienen. Aansluiting via een standaard iPod USB-kabel wordtniet ondersteund, dus gebruik
deze niet met het audiosysteemvan de auto.
Wanneer u het apparaat via een iPod-kabeltje aansluit, moet u de
plug volledig insteken omstoringen in de communicatie te voorkomen.
Wanneer u de geluidseffecten van de iPod en het audiosysteem
aanpast, zullen de effecten vanbeide apparaten elkaar overlappen en kan degeluidskwaliteit afnemen of
verstoord raken.
Schakel de equalizerfunctie van de iPod uit wanneer u degeluidssterkte van het audiosysteem aanpast en zet de
equalizer van het audiosysteem uit wanneer u die van de iPodgebruikt.
(Vervolg)

Page 217 of 410

5
Vóór het rijden / 5-3
Standen contactslot / 5-4
Toets engine start/stop / 5-8Handgeschakelde transmissie / 5-14Automatische transmissie / 5-17
Vierwielaandrijving (4WD) / 5-24Remsysteem / 5-31
Cruise control-systeem / 5-42 Actief ECO-systeem / 5-47 Brandstofbesparing / 5-48
Rijden onder speciale rijomstandigheden / 5-50
Rijden in de winter / 5-55
Rijden met een aanhanger / 5-59Massa van de auto / 5-69
Rijden met uw auto

Page 250 of 410

Rijden met uw auto
34
5
Laat de auto controleren door een
officiële HYUNDAI-dealer als de
parkeerrem niet of niet helemaal in de
vrijstand terugkeert.
Controleer of het waarschuwingslampje
van het remsysteem werkt door het
contact in stand ON te zetten (start de
motor niet). Dit lampje gaat branden
wanneer het contact in stand START of
ON wordt gezet en de parkeerrem is
geactiveerd.
Zorg ervoor dat de parkeerrem voor het
wegrijden vrij is en controleer of het
waarschuwingslampje van het
remsysteem niet brandt.
Als het waarschuwingslampje van het
remsysteem blijft branden nadat de
parkeerrem vrij is en de motor draait, kan
er een storing in het remsysteem zijn. Laatdit direct controleren. Breng de auto indien mogelijk direct tot
stilstand. Als dat niet mogelijk is, rijdt dan
erg voorzichtig door naar een plaats waar
u wel kunt stoppen.E070300AFD
Antiblokkeersysteem (ABS)
WAARSCHUWING
Gebruik stand P niet in plaats van de parkeerrem om de auto op zijn
plaats te houden. Activeer de
parkeerrem EN zet de
versnellingspook in de 1e
versnelling of de
achteruitversnelling
(handgeschakelde transmissie)
of zet de selectiehendel in stand
P (automatische transmissie).
Laat kinderen en personen die niet bekend zijn met de auto niet
aan de parkeerrem komen. Als de
parkeerrem per ongeluk wordt
gedeactiveerd, kan er ernstigletsel ontstaan.
Bij het parkeren van de auto moet altijd de parkeerrem worden
geactiveerd om te voorkomen dat
de auto zich onbedoeld in
beweging zet, waardoor de
inzittenden of voetgangers letselop zouden kunnen lopen.
W-75
WAARSCHUWING
ABS (of ESP) kan geen ongelukken
voorkomen die het gevolg zijn van
gevaarlijk rijgedrag. Hoewel de autobij een noodstop beter onder
controle gehouden kan worden, is
het toch noodzakelijk voldoende
afstand tot uw voorligger te
bewaren. U moet uw rijsnelheidaltijd aanpassen aan deomstandigheden en zo nodig uw
snelheid verlagen.
De remweg van auto’s met ABS (of
ESP) kan in de volgende situaties
langer zijn dan van auto’s zonder
een dergelijk systeem.
Rijd in dergelijke situaties met een
gereduceerde snelheid:
Op slechte wegen, wegen met steenslag of wegen die met sneeuw bedekt zijn.
Als er sneeuwkettingen gemonteerd zijn.
(Vervolg)

Page 251 of 410

535
Rijden met uw auto
Het ABS registreert continu de snelheid
van de wielen. Zodra de wielen dreigen
te blokkeren, vermindert het ABS de
hydraulische remdruk op de wielen.
In dat geval is een tikkend geluid hoorbaar in het remsysteem en kan het
rempedaal gaan trillen. Dit is normaal.
Het betekent dat het ABS in werking isgetreden. Om in een noodsituatie het maximale rendement uit het ABS te halen, dient u
niet zelf “pompend” te gaan remmen.
Trap het rempedaal zo hard mogelijk in
en laat het ABS verder het werk doen.
✽✽AANWIJZING
Na het starten van de motor en het
wegrijden kan er in de motorruimte een
klikkend geluid hoorbaar zijn. Dat is
normaal en geeft aan dat het ABS op de
juiste manier werkt.
Zelfs met het antiblokkeersysteem heeft uw auto nog steeds voldoende
remweg nodig. Bewaar altijd een
veilige afstand tot de auto voor u.
Rem altijd af voor een bocht. Het antiblokkeersysteem kan geen
ongevallen voorkomen die het gevolg
zijn van te snel rijden.
Op wegen met los grind of wegen die niet vlak zijn kan het
antiblokkeersysteem voor een langere
remweg zorgen dan bij auto’s zonder
antiblokkeersysteem.(Vervolg)
Op wegen met kuilen of methoogteverschillen.
Probeer de werking van het ABS
(of ESP) van uw auto niet uit bij
hoge snelheden of tijdens het
nemen van een bocht. Hiermee
kunt u zichzelf en anderen in
gevaar brengen.

Page 253 of 410

537
Rijden met uw auto
Het ESP-systeem (Electronic Stability
Program) is een elektronisch systeem
dat ontworpen is om de auto onderongunstige omstandigheden beter onder
controle te kunnen houden. Het systeem
is geen vervanging voor een veilig
rijgedrag. Zaken als snelheid, conditie
van de weg en stuurcommando’s van de
bestuurder hebben invloed op de mate
waarin het ESP verlies van controle over
de auto kan voorkomen. Het blijft te allen
tijde de verantwoordelijkheid van debestuurder de snelheid aan te passen
aan de omstandigheden en te zorgen
voor een juiste veiligheidsmarge.
In dat geval is een tikkend geluid hoorbaar in het remsysteem en kan het
rempedaal gaan trillen. Dit is normaal.
Het betekent dat het ESP in werking isgetreden.
✽✽AANWIJZING
Na het starten van de motor en het
wegrijden kan er in de motorruimte een
klikkend geluid hoorbaar zijn. Dat is
normaal en geeft aan dat het ESP op de
juiste manier werkt.
E070501AUN-EE
Werking voertuigstabiliteitsregeling
Voertuigstabiliteitsregeling ingeschakeld wordt gezet, gaan de controlelampjes ESP en ESP
OFF gedurende ongeveer 3
seconden branden, waarna
de voertuigstabiliteitsregeling
wordt ingeschakeld.
Houd, om de
voertuigstabiliteitsregeling uit
te schakelen, de schakelaarESP OFF ten minste 0,5
seconden ingedrukt nadat het
contact in stand ON is gezet.(Het controlelampje ESP
OFF gaat branden.) Druk op
de schakelaar ESP OFF om
de voertuigstabiliteitsregeling
in te schakelen (hetcontrolelampje ESP OFFdooft).
motor is mogelijk een zacht
tikkend geluid hoorbaar. Dit isde automatische
zelfdiagnosefunctie van de
voertuigstabiliteitsregeling en
duidt niet op een storing.
WAARSCHUWING
Rijd niet harder dan de toestand
van de weg toelaat en neem
bochten niet met een te hoge
snelheid. De
voertuigstabiliteitsregeling (ESP)
kan aanrijdingen niet voorkomen.
Te hoge bochtensnelheden,abrupte uitwijkmanoeuvres enaquaplaning op een nat wegdekkunnen nog steeds leiden tot
ernstige ongelukken. Alleen een
bestuurder die veilig en oplettend
rijdt kan aanrijdingen voorkomendoor manoeuvres te vermijden die
kunnen leiden tot het verlies van
grip van de banden. Neem ook bij
een auto die is uitgerust met ESP
de normale voorzorgsmaatregelen
in acht en pas uw snelheid altijdaan aan de omstandigheden.
-

Page 254 of 410

Rijden met uw auto
38
5
In werking
Als de voertuigstabiliteitsregeling
in werking treedt, gaat hetcontrolelampje ESP knipperen.
devoertuigstabiliteitsregeling
werkt, voelt u mogelijk lichte
trillingen in de auto. Dit wordt
veroorzaakt door het
aansturen van de remmen en
is normaal.
gladde weg neemt het
motortoerental mogelijk niet
toe, ondanks dat u het
gaspedaal intrapt. E070502AUN-EE
Voertuigstabiliteitsregeling
uitschakelen
Voertuigstabiliteitsregeling uitgeschakeld
de voertuigstabiliteitsregeling
uit te schakelen. Hetcontrolelampje ESP OFF
gaat branden.
blijft uitgeschakeld, ook als uhet contact in stand LOCK
zet. Pas wanneer de motor
opnieuw wordt gestart, zal de
voertuigstabiliteitsregeling
automatisch weer worden
ingeschakeld. E070503ACM
Controlelampje
Als het contact in stand ON wordt gezet,
gaat het controlelampje branden. Als hetsysteem in orde is dooft het lampje na
enige tijd weer.
Het controlelampje ESP knippert als het
ESP werkt of gaat branden als het ESP
niet in werking treedt. Het controlelampje ESP OFF gaat
branden als het ESP wordt uitgeschakeld
met de schakelaar.
â– 
ESP indicator light
â–  ESP OFF indicator light

Page:   < prev 1-10 11-20 21-30 31-40 41-50 next >