waarschuwing MAZDA MODEL 2 2019 Handleiding (in Dutch)

Page 302 of 827

xDirect nadat het MRCC systeem is ingesteld.
xWanneer het gaspedaal wordt ingetrapt of direct nadat het gaspedaal is losgelaten.
xEen ander voertuig snijdt in de rijstrook.
xDe volgende objecten worden niet als fysieke objecten herkend.
xVoertuigen die naderen vanuit tegenovergestelde richting.
xVoetgangers
xStilstaande objecten (stilstaande voertuigen, obstakels)
xAls een voorliggend voertuig met buitengewoon lage snelheid rijdt, bestaat de kans dat
het systeem dit niet correct bespeurt.
xTijdens het rijden met volgafstandregeling, het systeem niet instellen op tweewielige
voertuigen zoals motorfietsen en fietsen.
xGebruik het MRCC systeem niet onder omstandigheden waarbij de waarschuwingen voor
korte volgafstand veelvuldig geactiveerd worden.
xTijdens het rijden met volgafstandregeling, laat het systeem uw auto accelereren en
snelheid minderen overeenkomstig de snelheid van het voorliggende voertuig. Als het
echter voor een rijstrookverandering noodzakelijk is te accelereren of als het
voorliggende voertuig plotseling afremt waardoor u het voertuig snel dicht nadert,
accelereren met behulp van het gaspedaal of snelheid minderen met behulp van het
rempedaal afhankelijk van de omstandigheden.
xTerwijl het MRCC systeem in gebruik is, wordt dit niet geannuleerd als de keuzehendel
(automatische transmissie)/versnellingshendel (handgeschakelde versnellingsbak)
gebruikt wordt en vindt bedoeld afremmen op de motor niet plaats. Als
snelheidsvermindering vereist is, de instelling voor de rijsnelheid verlagen of het
rempedaal intrappen.
xDe remlichten branden terwijl het automatisch afremmen van het MRCC systeem in
werking is, echter het is mogelijk dat deze niet branden wanneer de auto op een aflopende
helling rijdt met de ingestelde rijsnelheid of met constante snelheid rijdt en een
voorliggend voertuig volgt.
xHet waarschuwingslampje (oranje) van het MRCC systeem gaat branden wanneer er een
defect is in het systeem.
Zie Waarschuwingslampjes op pagina 4-41.
xDe regeling van de volgafstand kan uitgeschakeld worden en het systeem kan
overgeschakeld worden op enkel kruissnelheidsregeling.
Zie Kruissnelheidsregelaarfunctie op pagina 4-153.
7LMGHQVKHWULMGHQ
L$&7,96(16(


Page 306 of 827

:LM]LJHQYDQGHLQJHVWHOGHULMVQHOKHLG
:LM]LJHQYDQGHLQJHVWHOGHULMVQHOKHLG
PHWEHKXOSYDQGH6(7VFKDNHODDU
'UXNRSGH6(7
VFKDNHODDURPWH
YHUVQHOOHQ
'UXNRSGH6(7
VFKDNHODDURPDIWH
UHPPHQ
'HLQJHVWHOGHULMVQHOKHLGYHUDQGHUWDOV
YROJWWHONHQVZDQQHHUGH6(7VFKDNHODDU
ZRUGWLQJHGUXNW
(XURSHVHPR(
GHOOHQ%HKDOYH(XUR(
SHVHPRGHOOHQ
.RUWHGUXN NPK NPK
/DQJHGUXN NPK
OPMERKING
U kunt de ingestelde rijsnelheid
bijvoorbeeld veranderen door de SET
schakelaar viermaal als volgt in te
drukken:
(Europees model)
De rijsnelheid wordt met 4 km/h verhoogd
of verlaagd.
(Behalve Europese modellen)
De rijsnelheid wordt met 20 km/h
verhoogd of verlaagd.
$FFHOHUHUHQPHWEHKXOSYDQKHW
JDVSHGDDO
7UDSKHWJDVSHGDDOLQHQGUXNGH6(7
RI
6(7
VFKDNHODDUELMGHJHZHQVWHVQHOKHLG
LQHQODDWGH]HORV$OVHHQVFKDNHODDUQLHW
JHEUXLNWNDQZRUGHQNHHUWKHWV\VWHHP
WHUXJQDDUGHLQJHVWHOGHVQHOKHLGZDQQHHU
XXZYRHWYDQKHWJDVSHGDDODIKDDOW
23*(/(7
De waarschuwingen en remregeling
functioneren niet terwijl het gaspedaal
wordt ingetrapt.
OPMERKING
xBij het accelereren met behulp van de
SET
schakelaar tijdens het rijden met
volgafstandregeling kan de ingestelde
rijsnelheid worden afgesteld, echter
acceleratie is niet mogelijk. Als er geen
voorliggend voertuig meer is, gaat de
acceleratie door totdat de ingestelde
rijsnelheid bereikt wordt. Controleer de
ingestelde rijsnelheid door te kijken
naar de weergave van de ingestelde
rijsnelheid in de Active Driving Display.
xWanneer het gaspedaal wordt ingetrapt,
verandert de kleur van de MRCC
indicatie van groen in wit.
xDe minimum instelbare snelheid is 30
km/h. Als de ingestelde rijsnelheid 30
km/h bereikt met behulp van de
schakelaarbediening, wordt het rijden
met constante snelheid aangehouden op
ongeveer 30 km/h, ook als de SET
schakelaar wordt ingedrukt. Het MRCC
systeem is niet geannuleerd.
'HDFWLYHUHQ
'RRUGH&$1&(/VFKDNHODDUWZHHPDDOLQ
WHGUXNNHQZRUGWKHW05&&V\VWHHP
JHGHDFWLYHHUG
7LMGHQVKHWULMGHQ
L$&7,96(16(


Page 309 of 827

▼.UXLVVQHOKHLGVUHJHODDUIXQFWLH
7HUZLMOGH]HIXQFWLHLQZHUNLQJLVZRUGW
GHYROJDIVWDQGUHJHOLQJXLWJHVFKDNHOGHQ
ZHUNWDOOHHQGH
NUXLVVQHOKHLGVUHJHODDUIXQFWLH
'HULMVQHOKHLGNDQRSKRJHUGDQRQJHYHHU
NPKZRUGHQLQJHVWHOG
*HEUXLNGHNUXLVVQHOKHLGVUHJHODDUIXQFWLH
RSVQHOZHJHQHQRYHULJHDXWRZHJHQ
ZDDUELMQLHWYHHOKHUKDDOGHDFFHOHUDWLHHQ
VQHOKHLGVPLQGHULQJYHUHLVWLV
:$$56&+8:,1*
Gebruik de kruissnelheidsregelaarfunctie
niet in de volgende locaties:
Anders kan dit een ongeluk tot gevolg
hebben.
¾Wegen met scherpe bochten en met druk
verkeer waar er onvoldoende ruimte is
tussen de voertuigen. (Rijden onder deze
omstandigheden met gebruik van de
kruissnelheidsregelaarfunctie is niet
mogelijk)
¾Steile afdalingen (het is mogelijk dat de
ingestelde snelheid wordt overschreden
omdat niet voldoende op de motor kan
worden afgeremd)
¾Gladde wegen zoals met ijs of sneeuw
bedekte wegen (de banden kunnen gaan
slippen waardoor u de macht over het
stuur kunt verliezen).
Rijd altijd voorzichtig:
De waarschuwingen en remregeling zullen
na het uitschakelen van de
volgafstandregeling niet functioneren en
het systeem wordt overgeschakeld naar
alleen de kruissnelheidsregelaarfunctie.
Trap het rempedaal in om snelheid te
minderen overeenkomstig de
verkeerssituatie en houd een veiliger
afstand aan ten opzichte van uw
voorligger en rijd altijd voorzichtig.
2YHUVFKDNHOHQQDDUGH
NUXLVVQHOKHLGVUHJHODDUIXQFWLH
:DQQHHUGH02'(VFKDNHODDUZRUGW
LQJHGUXNWWRWGDWKHWV\VWHHPRYHUVFKDNHOW
QDDUGHKRRIGLQGLFDWLHYDQGH
NUXLVVQHOKHLGVUHJHODDU ZLW WHUZLMOKHW
05&&V\VWHHPLVLQJHVFKDNHOGVFKDNHOW
KHWV\VWHHPRYHUQDDUGH
NUXLVVQHOKHLGVUHJHODDUIXQFWLH
:DQQHHUKHWV\VWHHPRYHUVFKDNHOWQDDUGH
NUXLVVQHOKHLGVUHJHODDUIXQFWLHZRUGWGH
KRRIGLQGLFDWLHYDQGH
NUXLVVQHOKHLGVUHJHODDU ZLW LQGH
LQVWUXPHQWHQJURHSHQGH$FWLYH'ULYLQJ
'LVSOD\JHWRRQGRPGHEHVWXXUGHUDOV
YROJWRSGHKRRJWHWHVWHOOHQ
x'HLQVWHOLQGLFDWLH JURHQ YDQKHW
05&&V\VWHHPRIGHKRRIGLQGLFDWLH
ZLW YDQKHW05&&V\VWHHPJDDWXLWHQ
GHKRRIGLQGLFDWLHYDQGH
NUXLVVQHOKHLGVUHJHODDU ZLW OLFKWRS
7LMGHQVKHWULMGHQ
L$&7,96(16(


Page 317 of 827

OPMERKING
x(Wanneer het tijdstip van de besturingshulpfunctie is ingesteld op “Laat”)
xHet LAS&LDWS systeem functioneert niet totdat het systeem witte (gele)
rijstrookstrepen aan de linker- of rechterzijde bespeurt.
xWanneer het systeem een witte (gele) rijstrookstreep enkel aan één zijde bespeurt, zal
het systeem geen waarschuwingen activeren voor de rijstrookstreep aan de zijde die niet
bespeurd wordt. De waarschuwing is enkel voor de rijstrookafwijking aan de zijde die
bespeurd wordt.
x(Wanneer het tijdstip van de besturingshulpfunctie is ingesteld op “Vroeg”)
xWanneer het tijdstip van de besturingsassistentie is ingesteld op “Vroeg”, functioneert
het LAS&LDWS systeem niet totdat het systeem links en rechts witte (gele)
rijstrookstrepen bespeurt. Wanneer het systeem witte (gele) rijstrookstrepen enkel aan
de linker of rechterzijde bespeurt, functioneert het systeem enkel bij een
rijstrookafwijking aan de zijde die bespeurd wordt.
xDe besturingsassistentie wordt uitgevoerd zodat de auto om en nabij het midden van de
rijstrook blijft rijden, echter, afhankelijk van omstandigheden zoals bochten in de weg,
hellingsgraad, golvingen en rijsnelheid, bestaat de kans dat het systeem de auto niet bij
het midden van de rijstrook kan houden.
xAls u uw handen van het stuurwiel afneemt (het stuurwiel niet vasthoudt), wordt het
waarschuwingsgeluid geactiveerd en wordt een alarmmelding aangegeven in de Active
Driving Display of gaat het waarschuwingslampje in de instrumentengroep branden.

Met Active Driving Display Zonder Active Driving Display
Als u het stuurwiel licht vasthoudt, is het mogelijk dat het systeem afhankelijk van de
rijomstandigheden bespeurt dat u het stuurwiel heeft losgelaten (het stuurwiel niet langer
vasthoudt) ook al is dit niet het geval en dat er een bericht in de Active Driving Display
verschijnt.
xHet tijdstip waarbij de rijstrookafwijkingswaarschuwing wordt geactiveerd en de
besturingshulpfunctie wordt uitgevoerd varieert.
xDe volgende instellingen voor het LAS&LDWS systeem kunnen worden gewijzigd. Zie
Gebruikersinstellingen op pagina 9-15.
xBesturingshulpfunctie in werking/buiten werking
xUitschakelgevoeligheid (waarschijnlijkheid van besturingshulp)
7LMGHQVKHWULMGHQ
L$&7,96(16(


Page 320 of 827

x'HDXWRPDDNWHHQVFKHUSHERFKW
x'HDXWRPDDNWHHQERFKWPHWHHQRQMXLVWHVQHOKHLG
OPMERKING
xHet LAS&LDWS systeem blijft stand-by totdat het de witte (gele) strepen aan zowel de
linker- als de rechterzijde of aan een van beide zijden bespeurt.
xWanneer het systeem een witte (gele) rijstrookstreep enkel aan één zijde bespeurt, zal het
systeem geen waarschuwingen activeren voor de rijstrookstreep aan de zijde die niet
bespeurd wordt.
xDe afstand- en waarschuwingsgevoeligheid die door het systeem wordt gebruikt om de
mogelijkheid van een rijstrookafwijking te bepalen kan gewijzigd worden.
Zie Veranderen van de instelling (Gebruikersinstellingen) op pagina 9-15.
5LMVWURRNVWUHSHQGLVSOD\
:DQQHHUKHW/$6 /':6V\VWHHPZLWWH JHOH VWUHSHQDDQ]RZHOGHOLQNHUDOVGH
UHFKWHU]LMGHEHVSHXUWHQRSHUDWLRQHHOZRUGWZRUGHQGHULMVWURRNVWUHSHQDDQJHJHYHQLQGH
$FWLYH'ULYLQJ'LVSOD\
$XWRPDWLVFKHXLWVFKDNHOLQJ
2QGHUGHYROJHQGHRPVWDQGLJKHGHQZRUGWKHW/$6 /':6V\VWHHPJHDQQXOHHUG+HW
/$6 /':6V\VWHHPZRUGWELMKHWRSHUDWLRQHHOZRUGHQDXWRPDWLVFKRSQLHXZ
LQJHVFKDNHOG
x'HWHPSHUDWXXUELQQHQLQGHFDPHUDLVKRRJRIODDJ
x'HYRRUUXLWURQGRPGHFDPHUDLVEHVODJHQ
x'HYRRUUXLWURQGRPGHFDPHUDZRUGWGRRUHHQREVWDNHOJHEORNNHHUGZDDUGRRUKHW
XLW]LFKWQDDUYRUHQEHOHPPHUGZRUGW
$XWRPDWLVFKHDQQXOHULQJYDQZDDUVFKXZLQJHQ
:DQQHHUGHYROJHQGHKDQGHOLQJHQZRUGHQXLWJHYRHUGEHSDDOWKHW/$6 /':6V\VWHHP
GDWGHEHVWXXUGHUGHEHGRHOLQJKHHIWYDQULMVWURRNWHZLVVHOHQHQZRUGWGHZHUNLQJYDQKHW
V\VWHHPDXWRPDWLVFKJHDQQXOHHUG+HW/$6 /':6V\VWHHPZRUGWQDGHKDQGHOLQJ
DXWRPDWLVFKKHUYDW
x+HWVWXXUZLHOZRUGWDEUXSWJHGUDDLG
x+HWUHPSHGDDOZRUGWLQJHWUDSW
x+HWJDVSHGDDOZRUGWLQJHWUDSW
9RRUKHWXLWVFKDNHOHQYDQGHDXWRPDWLVFKHXLWVFKDNHOJHYRHOLJKHLGVIXQFWLH

Page 321 of 827

x'HDXWRNUXLVWHHQULMVWURRNVWUHHS
▼8LWVFKDNHOLQJYDQKHWV\VWHHP
'UXNZDQQHHUGHULMVWURRNDVVLVWHQW /$6
HQKHW
ULMVWURRNDIZLMNLQJVZDDUVFKXZLQJVV\VWHHP
/':6 ]LMQXLWJHVFKDNHOGGH
ULMVWURRNDVVLVWHQW /$6 HQ
ULMVWURRNDIZLMNLQJVZDDUVFKXZLQJVV\VWHHP
/':6 2))VFKDNHODDULQ
+HWLQGLFDWLHODPSMHYDQGH
ULMVWURRNDVVLVWHQW /$6 HQ
ULMVWURRNDIZLMNLQJVZDDUVFKXZLQJVV\VWHHP
/':6 2))VFKDNHODDUJDDWDDQ
OPMERKING
xIn de volgende gevallen worden de
rijstrookassistent (LAS) en het
rijstrookafwijkingswaarschuwingssystee
m (LDWS) automatisch geannuleerd en
gaat het rijstrookassistent (LAS) en
rijstrookafwijkingswaarschuwingssystee
m (LDWS) OFF indicatielampje
branden. Laat uw auto bij een
deskundige reparateur (bij voorkeur een
officiële Mazda-reparateur) controleren.
xWanneer er een defect is in de
stuurbekrachtiging.
xWanneer er een defect is in de DSC.
xWanneer er een defect is in de
vooruitrijcamera (FSC).
xWanneer het contact op OFF wordt
gezet, wordt de systeemtoestand
aangehouden die bestond alvorens deze
werd uitgeschakeld. Als bijvoorbeeld het
contact op OFF wordt gezet terwijl de
rijstrookassistent gebruiksklaar is, zal
het systeem gebruiksklaar zijn wanneer
het contact de volgende keer op ON
gezet wordt.
:DQQHHUGHULMVWURRNDVVLVWHQW /$6 HQKHW
ULMVWURRNDIZLMNLQJVZDDUVFKXZLQJVV\VWHHP
/':6 ZRUGHQJHDQQXOHHUGZRUGHQGH
ULMVWURRNVWUHSHQQLHWODQJHULQGH$FWLYH
'ULYLQJ'LVSOD\DDQJHJHYHQ
7LMGHQVKHWULMGHQ
L$&7,96(16(


Page 322 of 827

▼5LMVWURRNDIZLMNLQJVZDDUVFKXZLQJ
$OVKHWV\VWHHPEHSDDOWGDWGHNDQVEHVWDDWGDWGHDXWRYDQ]LMQULMVWURRNDIZLMNWZRUGWGH
ULMVWURRNDIZLMNLQJVZDDUVFKXZLQJ ZDDUVFKXZLQJV]RHPWRRQUDPPHOJHOXLG

RI
VWXXUZLHOWULOOLQJ JHDFWLYHHUGHQZRUGWGHULFKWLQJZDDULQKHWV\VWHHPEHSDDOWGDWGHDXWR
DIZLMNWDDQJHJHYHQLQGH$FWLYH'ULYLQJ'LVSOD\
$OVKHWV\VWHHPEHSDDOWGDWGHDXWRYDQ]LMQULMVWURRNJDDWDIZLMNHQYHUDQGHUWGHNOHXUYDQ
GHULMVWURRNVWUHHSDDQGH]LMGHGLHGRRUKHWV\VWHHPZRUGWEHVSHXUGYDQZLWQDDURUDQMHHQ
JDDWGHULMVWURRNVWUHHSNQLSSHUHQ
Waarschuwingslampje (Knippert)Active Driving Display
OPMERKING
xAls u het rijstrookafwijkingswaarschuwingsgeluid op zoemtoon/rammelgeluid*1 hebt
ingesteld, bestaat de kans dat het waarschuwingsgeluid niet hoorbaar is, afhankelijk van
de omgevingsgeluiden.
xAls u het rijstrookafwijkingswaarschuwingssysteem hebt ingesteld op stuurwieltrilling,
bestaat de kans dat afhankelijk van de toestand van het wegdek de trilling niet voelbaar
is.
xWanneer de instelling voor de besturingsassistentie gewijzigd wordt naar operationeel,
kunnen de waarschuwingen op activeren/niet-activeren worden ingesteld. (Wanneer de
instelling voor de besturingsassistentie gewijzigd wordt naar niet-operationeel, kunnen de
waarschuwingen niet op niet-activeren worden ingesteld.)
Zie Veranderen van de instelling (Gebruikersinstellingen) op pagina 9-15.
xHet LAS en LDWS systeem kan gewijzigd worden naar de volgende instellingen, ongeacht
of de besturingsassistentie op operationeel/niet-operationeel is ingesteld. Controleer
tijdens het rijden altijd de status van de instellingen en verander de instellingen indien
nodig.
Zie Veranderen van de instelling (Gebruikersinstellingen) op pagina 9-15.
xStuurwieltrilling: Sterk/zwak
xWaarschuwingsgeluidvolume
xSoorten waarschuwingen (stuurwieltrilling/pieptoon/rammelgeluid*1)
*1 Een rammelstrook is een reeks groeven in het wegdek die op regelmatige afstand zijn
aangebracht en die wanneer het voertuig er over heen rijdt een trilling en rammelgeluid
teweegbrengen om de bestuurder te waarschuwen dat het voertuig de rijstrook verlaat.
7LMGHQVKHWULMGHQ
L$&7,96(16(


Page 327 of 827

▼:DDUVFKXZLQJV]RHPHUVQHOKHLGVEHJUHQ]HU
$DQJHJHYHQLQLQVWUXPHQWHQJURHS
$OVGHULMVQHOKHLGGHLQJHVWHOGHVQHOKHLGPHWRQJHYHHUNPKRIPHHURYHUVFKULMGWZRUGWHU
FRQWLQXHHQZDDUVFKXZLQJVJHOXLGJHJHYHQHQJDDWGH$6/WHJHOLMNHUWLMGNQLSSHUHQ+HW
ZDDUVFKXZLQJVJHOXLGNOLQNWHQGHGLVSOD\NQLSSHUWWRWGDWGHULMVQHOKHLGDIQHHPWWRWGH
LQJHVWHOGHVQHOKHLGRIPLQGHU
$DQJHJHYHQLQ$FWLYH'ULYLQJ'LVSOD\
$OVGHULMVQHOKHLGGHLQJHVWHOGHVQHOKHLGPHWRQJHYHHUNPKRIPHHURYHUVFKULMGWOLFKWGH
DFKWHUJURQGYDQGH$6/ LQGLFDWLHLQJHVWHOGHVQHOKHLG RUDQMHRSHQNQLSSHUWNHHU
%RYHQGLHQZRUGWWHJHOLMNHUWLMGHHQZDDUVFKXZLQJVJHOXLGJHDFWLYHHUG'HLQGLFDWLHVWRSWPHW
NQLSSHUHQHQEOLMIWFRQVWDQWDDQDOVGHULMVQHOKHLGGHLQJHVWHOGHVQHOKHLGPHWRQJHYHHU
NPKRIPHHUEOLMIWRYHUVFKULMGHQHQGHLQGLFDWLHHQKHWZDDUVFKXZLQJVJHOXLGEOLMYHQDDQ
WRWGDWGHVQHOKHLGYDQGHDXWRWRWGHLQJHVWHOGHVQHOKHLGRIODJHULVYHUPLQGHUG
&RQWUROHHURIGHRPJHYLQJYHLOLJLVHQVWHOGHULMVQHOKHLGDIGRRUKHWUHPSHGDDOLQWH
WUDSSHQ+RXGRRNHHQYHLOLJHUDIVWDQGDDQWHQRS]LFKWHYDQDFKWHURSNRPHQGHYRHUWXLJHQ

Active Driving Display Display in de instrumentengroep
23*(/(7
(Met kruissnelheidsregelaar)
Als de ingestelde snelheid ten opzichte van de huidige ingestelde rijsnelheid verlaagd wordt
door het indrukken van de SET/- of RES/+ schakelaar, wordt de waarschuwingszoemer
gedurende ongeveer 30 seconden niet geactiveerd als de rijsnelheid 3 km/h sneller is dan de
nieuw ingestelde snelheid. Wees voorzichtig de ingestelde snelheid niet te overschrijden.
(Met Mazda Radar Cruise Control (MRCC) systeem)
Als de ingestelde snelheid ten opzichte van de huidige ingestelde rijsnelheid verlaagd wordt
door het indrukken van de SET- of RES schakelaar, wordt de waarschuwingszoemer
gedurende ongeveer 30 seconden niet geactiveerd als de rijsnelheid 3 km/h sneller is dan de
nieuw ingestelde snelheid. Wees voorzichtig de ingestelde snelheid niet te overschrijden.
7LMGHQVKHWULMGHQ
L$&7,96(16(


Page 328 of 827

OPMERKING
Wanneer het systeem tijdelijk wordt geannuleerd door het volledig intrappen van het
gaspedaal, toont de ASL-display de annuleringsdisplay. Zelfs als de rijsnelheid de
ingestelde snelheid met ongeveer 3 km/h of meer overschrijdt terwijl de annuleringsdisplay
wordt getoond, wordt er geen waarschuwingsgeluid gegeven.
▼$FWLYHULQJGHDFWLYHULQJ
OPMERKING
Wanneer het contact op OFF wordt gezet, wordt de systeemtoestand aangehouden die
bestond alvorens het werd uitgeschakeld.
Als bijvoorbeeld het contact uit wordt gezet terwijl de ASL in werking is, zal het systeem
gebruiksklaar zijn wanneer het contact de volgende keer op ON gezet wordt.
$FWLYHULQJ
'UXNRSGH02'(VFKDNHODDURPKHWV\VWHHPWHEHGLHQHQ+HW$6/VFKHUPZRUGW
ZHHUJHJHYHQHQGHKRRIGLQGLFDWLHYDQGH$6/ ZLW JDDWEUDQGHQ
OPMERKING
Wanneer na het indrukken van de MODE schakelaar de kruissnelheidsregelaar of het
Mazda Radar Cruise Control (MRCC) systeem in werking is gesteld, de MODE schakelaar
nogmaals indrukken om over te schakelen naar de ASL.
'HDFWLYHULQJ
9RHUGHYROJHQGHEHGLHQLQJXLWRPKHWV\VWHHPWHGHDFWLYHUHQ
:DQQHHUHHQNUXLVVQHOKHLGLVLQJHVWHOG LQVWHOLQGLFDWLH ZLW LQGLFDWLHODPSMH JURHQ
YDQ$6/JDDWEUDQGHQ
+RXGGH2))&$1&(/VFKDNHODDUODQJLQJHGUXNWRIGUXNPDDORSGH2))&$1&(/
VFKDNHODDU+HW$6/VFKHUPZRUGWQLHWODQJHUJHWRRQGHQGHLQVWHOLQGLFDWLH ZLW KHW
LQGLFDWLHODPSMH JURHQ YDQGH$6/JDDWXLW
:DQQHHUJHHQNUXLVVQHOKHLGLVLQJHVWHOG $6/KRRIGLQGLFDWLH ZLW JDDWEUDQGHQ
'UXNRSGH2))&$1&(/VFKDNHODDU+HW$6/VFKHUPZRUGWQLHWODQJHUJHWRRQGHQGH
$6/KRRIGLQGLFDWLH ZLW JDDWXLW
OPMERKING
Wanneer de MODE schakelaar wordt ingedrukt terwijl de ASL in werking is, schakelt het
systeem over naar de kruissnelheidsregelaar of het Mazda Radar Cruise Control (MRCC)
systeem.
7LMGHQVKHWULMGHQ
L$&7,96(16(


Page 333 of 827

23*(/(7
Schakel in de volgende gevallen het systeem uit om abusievelijk functioneren te voorkomen:
¾De auto wordt gesleept of sleept een ander voertuig.
¾De auto staat op een rollenbank.
¾Bij het rijden op slechte wegen of op plaatsen met dicht gras of off-road.
Zie Stopzetten van de werking van het Advanced Smart City Brake Support (Advanced SCBS)
remhulpsysteem op pagina 4-179 voor informatie over het uitschakelen van het Advanced
SCBS systeem.
OPMERKING
xHet Advanced SCBS-systeem functioneert onder de volgende omstandigheden.
xDe motor draait.
xHet Smart City Brake Support (SCBS) waarschuwingslampje (oranje) gaat niet
branden.
x(Object is voorliggend voertuig)
De rijsnelheid ligt tussen ongeveer 4 en 80 km/h.
x(Object is een voetganger)
De rijsnelheid ligt tussen ongeveer 10 en 80 km/h.
xHet Advanced SCBS-systeem wordt niet uitgeschakeld.
xOnder de volgende omstandigheden bestaat de kans dat het Advanced SCBS-systeem niet
normaal functioneert:
xHet Advanced SCBS-systeem zal niet functioneren als de bestuurder opzettelijk gebruik
maakt van de rijbedieningsorganen (gaspedaal en stuurwiel).
xAls er de kans bestaat op gedeeltelijk contact met een voorliggend voertuig.
xBij het rijden op een glad wegdek, zoals op natte wegen of met sneeuw of ijzel overdekte
wegen.
xHet remvermogen wordt nadelig beïnvloed als gevolg van lage temperaturen of natte
remmen.
xDe auto rijdt met dezelfde snelheid als het voorliggende voertuig.
xHet gaspedaal wordt ingetrapt.
xHet rempedaal wordt ingetrapt.
xHet stuurwiel wordt gedraaid.
xDe keuzehendel wordt bediend.
xIn de volgende gevallen kan het Advanced SCBS-systeem functioneren.
xVoorwerpen op de weg bij de ingang van een bocht.
xVoertuigen die tijdens het maken van een bocht in de tegenovergestelde rijstrook
passeren.
7LMGHQVKHWULMGHQ
L$&7,96(16(


Page:   < prev 1-10 11-20 21-30 31-40 41-50 51-60 61-70 71-80 ... 90 next >