airbag off MAZDA MODEL 3 HATCHBACK 2015 Handleiding (in Dutch)

Page 78 of 741

2–54
Belangrijke veiligheidsuitrusting
SRS airbags
Schakelaarstanden
Controleer alvorens te gaan rijden altijd met de hulpsleutel of de deactiveringsschakelaar
van de voorpassagiersairbag in de juiste stand staat al naargelang uw vereisten.
WAARSCHUWING
Laat de sleutel niet in de deactiveringsschakelaar van de voorpassagiersairbag zitten:
Onbedoeld uitschakelen van de deactiveringsschakelaar van de voorpassagiersairbag
is gevaarlijk. Bij een ongeluk zal de voorpassagier niet goed beveiligd zijn. Dit kan
ernstig letsel met mogelijk dodelijke afl oop veroorzaken. Gebruik om onbedoeld
uitschakelen te voorkomen voor het bedienen van de deactiveringsschakelaar van de
voorpassagiersairbag altijd de hulpsleutel die bewaard wordt in de zenderbehuizing
die op dat moment gebruikt wordt. Plaats na het deactiveren van de airbag de
hulpsleutel terug in de zenderbehuizing. Op deze manier blijft de sleutel niet in de
deactiveringsschakelaar van de voorpassagiersairbag zitten.
OPMERKING
Plaats na het bedienen van deactiveringsschakelaar van de voorpassagiersairbag de
hulpsleutel terug in de zenderbehuizing.
UIT
De voorpassagiersvoorairbag, zij-airbag en veiligheidsgordelvoorspanner van
voorpassagierszitting zijn buiten werking.
Overschakelen naar de OFF positie
1. Steek de sleutel in de deactiveringsschakelaar van de voorpassagiersairbag en draai de
sleutel rechtsom totdat de sleutel naar OFF wijst.
2. Verwijder de sleutel.
3. Kijk of het airbag-uitgeschakeld indikatielampje blijft branden wanneer het contact op
ON staat.
De voor- en zij-airbags van de voorpassagierszitting en ook het voorspannersysteem van
de veiligheidsgordels blijven uitgeschakeld totdat de deactiveringsschakelaar van de
voorpassagiersairbag naar de stand ON gedraaid wordt.
/C\FCA'(&0#A'FKVKQPKPFD

Page 99 of 741

*Bepaalde modellen.3–13
Alvorens te gaan rijden
Portieren en sloten
OPMERKING
  De buitensluitingpreventiefunctie
voorkomt dat u uwzelf uit de auto
kunt buitensluiten.
(Europees model) Alle portieren en de achterklep/
het kofferdeksel zullen automatisch
ontgrendeld worden als deze
vergrendeld worden met behulp van
de centrale portiervergrendeling
wanneer een van de portieren
geopend is.
 Als alle portieren gesloten zijn
zullen alle portieren vergrendeld
worden, alhoewel de achterklep/het
kofferdeksel open staat.
(Behalve Europese modellen) Alle portieren en de achterklep/
het kofferdeksel zullen automatisch
ontgrendeld worden als deze
vergrendeld worden met behulp van
de centrale portiervergrendeling
wanneer een van de portieren of de
achterklep geopend is.
OPMERKING
 

(Portierontgrendel(regel)systeem
met collisiedetectie)*
 Dit systeem ontgrendelt automatisch
de portieren in het geval de auto
bij een ongeluk is betrokken om
de passagiers in staat te stellen het
voertuig onmiddellijk te verlaten
en te voorkomen dat zij binnenin
opgesloten raken. In het geval
de auto een botsing te verwerken
krijgt die krachtig genoeg is om de
airbags op te blazen en het contact
is ingeschakeld, worden ongeveer
6 seconden na het tijdstip van het
ongeval alle portieren automatisch
ontgrendeld.
 Het is mogelijk dat de portieren
niet ontgrendelen afhankelijk van
hoe de botsing wordt opgevangen,
de kracht van de botsing en andere
omstandigheden die zich bij het
ongeval voordoen.
 Als systemen die verband houden
met de portieren of de accu defect
zijn geraakt, zullen de portieren niet
ontgrendelen.
/C\FCA'(&0#A'FKVKQPKPFD

Page 227 of 741

*Bepaalde modellen.4–63
Tijdens het rijden
Transmissie
Gebruik van de
stuurversnellingschakelaar*
Voor het opschakelen naar een hogere
versnelling met behulp van de
stuurversnellingschakelaars, de UP
schakelaar (
) eenmaal met uw
vingers naar u toe trekken.
UP schakelaar
(+/OFF)
WAARSCHUWING
Houd uw handen op de rand van het
stuurwiel wanneer u met uw vingers
de stuurversnellingschakelaars bedient
(model met 6-versnellingsbak):
Het plaatsen van uw handen binnen
de rand van het stuurwiel bij gebruik
van de stuurversnellingschakelaars is
gevaarlijk. Als de bestuurdersairbag bij
een botsing geactiveerd zou worden,
zou deze tegen uw handen kunnen
slaan en letsel veroorzaken.
OPMERKING
  Tijdens langzaam rijden is het
mogelijk dat de versnellingen niet
automatisch opgeschakeld worden.
  Laat in de handbediende
overschakelfunctie de motor niet met
de naald van de toerentalmeter in de
RODE ZONE draaien. Wanneer het
motortoerental hoog is, bestaat de
kans dat automatisch een versnelling
hoger ingeschakeld wordt om de
motor te beschermen.
  Wanneer het gaspedaal volledig
wordt ingedrukt, zal de transmissie
terugschakelen naar een lagere
versnelling, afhankelijk van de
rijsnelheid.
  De stuurversnellingschakelaar kan
tijdelijk gebruikt worden als de
keuzehendel tijdens het rijden in de
stand D staat. De automatische
overschakelfunctie wordt weer terug
ingesteld wanneer de UP schakelaar
(
) voldoende lang naar
achteren getrokken wordt.
Handbediend terugschakelen
Terugschakelen van de versnellingen is
mogelijk met behulp van de keuzehendel
of de stuurversnellingschakelaars
* .
Model met 4-versnellingsbak: M4 : M3
: M2 : M1
Model met 6-versnellingsbak: M6 : M5
: M4 : M3 : M2: M1
/C\FCA'(&0#A'FKVKQPKPFD

Page 536 of 741

*Bepaalde modellen.5–170
Interieurvoorzieningen
Interieuruitrusting
Onderste laadcompartiment *
Til de kofferdekselmat op.
(Hatchback)
(Sedan)
Achterste kledinghaken
WAARSCHUWING
Hang nooit zware of scherpe
voorwerpen aan de steungrepen en
kledinghaken:
Het hangen van zware of puntige
voorwerpen zoals een kleerhanger aan
de steungrepen of kledinghaken is
gevaarlijk, aangezien deze in het geval
van activering van een gordijn-airbag
van hun plaats kunnen vliegen en een
inzittende kunnen raken, wat ernstig of
dodelijk letsel tot gevolg kan hebben.
Hang kleding steeds zonder kleerhangers
op aan de kledinghaken en steungrepen.
Kledinghaak
/C\FCA'(&0#A'FKVKQPKPFD

Page 730 of 741

10–2
Index
1
120 km/h waarschuwingszoemer ........ 7-59
A
Aanbevolen olie .................................. 6-23
Aanbevolen smeermiddelen .................. 9-7
Aanpasbaar voorverlichtingssysteem
(AFS)................................................. 4-117
AFS OFF indikatielampje ........... 4-117
AFS OFF schakelaar ................... 4-117
Accu .................................................... 6-41
Inspectie van het niveau van het accu-
elektroliet....................................... 6-43
Laden ............................................. 6-44
Onderhoudspunt ............................ 6-43
Technische gegevens ....................... 9-6
Vernieuwen .................................... 6-44
Accu is uitgeput .................................. 7-24
Starten met een hulpaccu .............. 7-24
Achterklep ........................................... 3-24
Achterruitensproeier ........................... 4-88
Achterruitenwisser .............................. 4-88
Achterruitverwarming ......................... 4-89
Achterruit ...................................... 4-89
Achterste kledinghaken ..................... 5-170
Achteruitkijkmonitor ......................... 4-185
Afstelling van de beeldkwaliteit ... 4-193
Afwijking tussen de werkelijke
wegsituatie en het weergegeven
beeld ............................................ 4-192
Gebruik van de
achteruitkijkmonitor .................... 4-189
Gebruik van de display................ 4-188
Overschakelen naar de
achteruitkijkmonitordisplay ........ 4-186
Plaats van
achteruitparkeercamera ............... 4-186
Weergavebereik op het scherm ... 4-187
Achterzitting ......................................... 2-9
Actief rijden display ............................ 4-43
Afmetingen ......................................... 9-10
Afstandbediende portiervergrendeling ... 3-4
Afstandherkenninghulpsysteem
(DRSS) .............................................. 4-135
Indikatie op display ..................... 4-136
Afstelbare snelheidsbegrenzer .......... 4-149
Afstelbare
snelheidsbegrenzerdisplay........... 4-150
Hoofdindikatielampje van afstelbare
snelheidsbegrenzer (oranje) ........ 4-151
Indikatielampje van instelfunctie van
afstelbare snelheidsbegrenzer
(groen) ......................................... 4-151
Instellen van het systeem ............ 4-153
In-/uitschakelen van het systeem... 4-152
Tijdelijk annuleren van het
systeem ........................................ 4-154
Waarschuwingspieptoon
snelheidsbegrenzer ...................... 4-152
Airbagsystemen ................................... 2-46
Als de actief rijden display niet
functioneert ......................................... 7-62
Als een waarschuwingslampje gaat
branden of knipperen .......................... 7-36
Anti-blokkeer remsysteem (ABS) ....... 4-99
Anti-diefstal beveiligingssysteem (Met
inbraaksensor) ..................................... 3-51
Anti-diefstal beveiligingssysteem (Zonder
inbraaksensor) ..................................... 3-56
Anti-wielspin regeling (TCS) ........... 4-100
TCS/DSC indikatielampje ........... 4-101
Asbak ................................................ 5-171
Audiobedieningsschakelaar
Afstellen van het volume .............. 5-76
Audio-uit toets ............................... 5-77
Zoektoets ....................................... 5-76
Audio-installatie .................................. 5-19
AUX/USB/iPod modus ................. 5-78
Antenne ......................................... 5-19
Audiobedieningsschakelaar........... 5-75
Audioset (Type A/Type B) ............ 5-34
Audioset (Type C/Type D) ............ 5-51
Bedieningstips voor
audio-installatie ............................. 5-20
/C\FCA'(&0#A'FKVKQPKPFD

Page 733 of 741

10–5
Index
i-stop waarschuwingszoemer .............. 7-57
In de volgende gevallen wordt een
waarschuwingszoemer geactiveerd ..... 7-54
120 km/h waarschuwingszoemer ... 7-59
i-ELOOP waarschuwingspieptoon ... 7-57
i-stop waarschuwingszoemer ........ 7-57
Rijsnelheidsalarm .......................... 7-57
Sleutel-in-auto-achtergelaten
waarschuwingspieptoon (Met
geavanceerde afstandbediende
portiervergrendelingsfunctie) ........ 7-56
Sleutel-in-bagageruimte-achtergelaten
waarschuwingspieptoon (Met
geavanceerde afstandbediende
portiervergrendelingsfunctie) ........ 7-56
Sleutel-uit-auto-verwijderd
waarschuwingspieptoon ................ 7-56
Verzoekschakelaar-buiten-werking
waarschuwingspieptoon (met
geavanceerde afstandbediende
portiervergrendelingsfunctie) ........ 7-56
Waarschuwingen van Mazda Radar
Cruise Control (MRCC) systeem
... 7-58
Waarschuwingsgeluid
rijstrookafwijkingwaarschuwingssysteem
(LDWS)
......................................... 7-58
Waarschuwingspieptoon
buitentemperatuur ......................... 7-57
Waarschuwingspieptoon elektronische
stuurvergrendeling ......................... 7-58
Waarschuwingspieptoon van
snelheidsbegrenzer ........................ 7-58
Waarschuwingspieptoon voor niet-
uitgeschakeld contact (STOP) ....... 7-55
Waarschuwingszoemer
motortoerental ............................... 7-59
Waarschuwingszoemer
rijbaanveranderingcontrolesysteem
(RVM) ........................................... 7-58
Waarschuwingszoemer van
stuurbekrachtiging ......................... 7-59
Waarschuwingszoemer voor
bandenspanning ............................. 7-57 Waarschuwingszoemer voor systeem
van airbag/voorspanners van voorste
veiligheidsgordels ......................... 7-54
Waarschuwingszoemer voor
veiligheidsgordel ........................... 7-55
Waarschuwing voor botsing .......... 7-59
Waarschuwing voor niet-
uitgeschakelde verlichting ............. 7-54
Indikatielampjes .................................. 4-49
Gloeibougie ................................... 4-52
Lage
motorkoelvloeistoftemperatuur ..... 4-52
Sleutel ............................................ 4-52
Inhouden ............................................... 9-8
Inrijden ................................................ 3-60
Installatie van niet-originele onderdelen en
accessoires ............................................. 8-3
Instrumentengroep .............................. 4-28
Instrumentenpaneelverlichting ............ 4-32
Interieurverlichting ........................... 5-162
Bagageruimteverlichting ............. 5-162
Kaartleeslampen .......................... 5-162
Kofferruimteverlichting .............. 5-162
Plafondlampen............................. 5-162 K
Kaartleeslampen ................................ 5-162
Kilometerteller en dagteller ................ 4-29
Kindersloten van achterportieren ........ 3-24
Kinderzitje
Categorieën kinderzitjes ................ 2-32
Installeren van een kinderzitje ...... 2-32
Installeren van kinderzitjes ........... 2-41
Tabel voor geschiktheid van
kinderzitjes voor diverse
zitposities....................................... 2-38
Voorzorgsmaatregelen bij gebruik van
een kinderzitje ............................... 2-27
Klimaatregelsysteem ............................. 5-2
Automatische airconditioning ....... 5-10
Automatische airconditioning met
tweevoudige werkingszone ........... 5-14
/C\FCA'(&0#A'FKVKQPKPFD

Page:   < prev 1-10 11-20