sport mode MAZDA MODEL CX-30 2019 Handleiding (in Dutch)

Page 15 of 759

▼Interieuruitrusting (Aanzicht A, type B)
ƒi-stop OFF schakelaar......................................................................pagina 4-19
„TCS OFF schakelaar........................................................................ pagina 4-94
…Off-Road Traction Assist schakelaar..................................................pagina 4-97
†Parkeersensorschakelaar............................................................... pagina 4-283
‡360° rondomkijkmonitorschakelaar............................................... pagina 4-216
ˆi-ACTIVSENSE schakelaar.............................................................. pagina 4-112
‰Portiervergrendelknop.................................................................... pagina 3-21
ŠPortiervergrendelschakelaar.............................................................pagina 3-18
‹Schakelaars van elektrische ruitbediening......................................... pagina 3-47
ŒVergrendelschakelaar van elektrische ruitbediening........................... pagina 3-47
Buitenspiegelschakelaars................................................................. pagina 3-42
ŽSchakelaar elektrisch bediende achterklep....................................... pagina 3-26
Positiegeheugentoetsen.................................................................. pagina 2-10
Afbeeldingenindex
Overzicht van het interieur (model met rechts stuur)
De uitrusting en de montagepositie is al naargelang het model verschillend1-9

Page 96 of 759

Vergrendeltoets
Druk voor het vergrendelen van de
portieren, de achterklep en de
afsluitklep van de brandstoftankdop op
de vergrendeltoets en de
waarschuwingsknipperlichten zullen
eenmaal knipperen.
(Met geavanceerde afstandbediende
portiervergrendelingsfunctie (Behalve
Europese modellen))
Er wordt eenmaal een pieptoon
gegeven.
OPMERKING
xWanneer op de vergrendeltoets
wordt gedrukt terwijl een portier of
de achterklep geopend is, kunnen
gesloten portieren worden
vergrendeld. Sluit elk open portier en
de achterklep om deze te
vergrendelen.
xControleer of na het indrukken van
de toets alle portieren, de achterklep
en de afsluitklep van de
brandstoftankdop vergrendeld zijn.
x(Met dubbel
portiervergrendelingssysteem)
Door de vergrendeltoets binnen 3
seconden tweemaal in te drukken
wordt het dubbel
portiervergrendelingssysteem
geactiveerd.
Zie Dubbel
portiervergrendelingssysteem op
pagina 3-14.
x(Met anti-diefstal
beveiligingssysteem)
Wanneer op de vergrendeltoets
wordt gedrukt terwijl alle portieren
en de achterklep gesloten zijn, gaan
de waarschuwingsknipperlichten
knipperen en wordt het anti-diefstal
beveiligingssysteem geactiveerd.
Ontgrendeltoets
Ty p e A
Druk voor het ontgrendelen van het
bestuurdersportier en de afsluitklep
van de brandstoftankdop op de
ontgrendeltoets en de
waarschuwingsknipperlichten zullen
tweemaal knipperen.
(Met geavanceerde afstandbediende
portiervergrendelingsfunctie (Behalve
Europese modellen))
Er wordt tweemaal een pieptoon
gegeven.

Voor het ontgrendelen van alle
portieren en de achterklep, de
ontgrendeltoets nogmaals binnen 5
seconden indrukken.
(Met geavanceerde afstandbediende
portiervergrendelingsfunctie (Behalve
Europese modellen))
Er wordt tweemaal een pieptoon
gegeven.
Ty p e B
Druk voor het ontgrendelen van de
portieren, de achterklep en de
afsluitklep van de brandstoftankdop op
de ontgrendeltoets en de
waarschuwingsknipperlichten zullen
tweemaal knipperen.
(Met geavanceerde afstandbediende
portiervergrendelingsfunctie (Behalve
Europese modellen))
Er wordt tweemaal een pieptoon
gegeven.
OPMERKING
x(Met 2-traps ontgrendelingsfunctie)
Alvorens te gaan rijden
Sleutels
3-6

Page 97 of 759

xHet systeem kan worden ingesteld
op het ontgrendelen van alle
portieren, de achterklep en de
afsluitklep van de
brandstoftankdop wanneer
eenmaal op de ontgrendeltoets
wordt gedrukt.
xHet systeem kan worden ingesteld
op het ontgrendelen van het
bestuurdersportier en de
afsluitklep van de
brandstoftankdop door op de
ontgrendeltoets op de zender te
drukken, en op het ontgrendelen
van de overige portieren en de
achterklep door binnen 5
seconden nogmaals de
ontgrendeltoets in te drukken.
Zie de sectie Instellingen in het
Mazda Connect instructieboekje.
x(Automatische
hervergrendelfunctie)
Na het ontgrendelen met behulp van
de sleutel zullen alle portieren, de
achterklep en de afsluitklep van de
brandstoftankdop automatisch
vergrendeld worden als een van de
volgende handelingen niet binnen
ongeveer 30 seconden wordt
uitgevoerd. Als uw auto uitgerust is
met een anti-diefstal
beveiligingssysteem, zullen de
waarschuwingsknipperlichten
knipperen bij wijze van bevestiging.
xEen portier of de achterklep wordt
geopend.
xHet contact in een andere stand
dan uit wordt gezet.
De tijd die nodig is om de portieren
automatisch te vergrendelen kan
gewijzigd worden.
Zie de sectie Instellingen in het
Mazda Connect instructieboekje.
x(Met anti-diefstal
beveiligingssysteem)
Wanneer de portieren ontgrendeld
worden door het indrukken van de
ontgrendeltoets op de zender terwijl
het anti-diefstal beveiligingssysteem
uitgeschakeld is, zullen de
waarschuwingsknipperlichten
tweemaal knipperen om aan te
geven dat het systeem uitgeschakeld
is.
Knop elektrisch bediende achterklep
*
Houd om de achterklep te openen/
sluiten gedurende één seconde of
langer de knop voor de elektrisch
bediende achterklep ingedrukt als de
achterklep geheel gesloten/geopend
is.
De waarschuwingsknipperlichten
zullen tweemaal knipperen en de
achterklep opent/sluit nadat de
pieptonen hebben geklonken.
Raadpleeg Elektrisch bediende
achterklep op pagina 3-26 voor
informatie over de werking van de
elektrisch bediende achterklep.
Ty p e A
Ty p e B
Annuleertoets van inbraaksensor*
Druk voor het annuleren van de
inbraaksensor (onderdeel van het
anti-diefstal beveiligingssysteem)
binnen 20 seconden na het indrukken
van de vergrendeltoets op de
annuleertoets van de inbraaksensor en
de waarschuwingsknipperlichten zullen
3 maal knipperen.
Alvorens te gaan rijden
Sleutels
*Bepaalde modellen.3-7

Page 104 of 759

▼Ontgrendelen met de hulpsleutel
Alleen het bestuurdersportier kan met
behulp van de hulpsleutel ontgrendeld
worden.
Zie Sleutels op pagina 3-2.
Plaats de hulpsleutel terwijl aan de
kruk van het bestuurdersportier wordt
getrokken en draai de sleutel naar de
ontgrendelzijde. Draai de hulpsleutel
terug naar de oorspronkelijke stand
alvorens deze te verwijderen.
OPMERKING
Als u probeert het bestuurdersportier
te openen met een ongeautoriseerde
hulpsleutel, zal het slotcilinder draaien
maar wordt het portier niet
ontgrendeld.
▼Dubbel
portiervergrendelingssysteem*
Het dubbele
portiervergrendelingssysteem
voorkomt dat iemand die in uw auto
heeft ingebroken de portieren vanaf de
binnenzijde kan openen.

Raadpleeg een deskundige reparateur
(bij voorkeur een officiële
Mazda-reparateur) in het geval u
problemen heeft met het dubbele
portiervergrendelingssysteem.
WAARSCHUWING
Nooit het dubbele
portiervergrendelingssysteem in
werking stellen wanneer er zich nog
passagiers, vooral kinderen, in de
wagen bevinden:
Het is gevaarlijk als het systeem wordt
geactiveerd terwijl er zich passagiers,
vooral kinderen, in de wagen
bevinden. De passagiers kunnen de
portieren niet vanaf de binnenzijde
openen. Zij zouden opgesloten raken
en blootgesteld kunnen worden aan
extreme temperaturen. Dit kan ernstig
letsel, mogelijk met dodelijke
afloop
tot gevolg hebben.
Activeren van het systeem
1. Zet het contact uit en neem de
sleutel met u mee.
2. Sluit alle portieren en de
achterklep.
3. Druk binnen 3 seconden tweemaal
op de vergrendeltoets op de
zender. Telkens wanneer de toets
wordt ingedrukt, knipperen de
waarschuwingsknipperlichten 1
keer.
OPMERKING
x(Met geavanceerde
afstandbediende
portiervergrendelingsfunctie)
U kunt het systeem ook activeren
door het detectiegebied van de
aanraaksensor voor
portiervergrendeling binnen 3
seconden tweemaal aan te raken.
Telkens wanneer het
detectiegebied wordt aangeraakt,
knipperen de
waarschuwingsknipperlichten 1
keer.
4. Het indicatielampje gaat gedurende
ongeveer 3 seconden branden om
Alvorens te gaan rijden
Portieren en sloten
3-14*Bepaalde modellen.

Page 106 of 759

xU raakt tegelijkertijd het
detectiegebied van de
aanraaksensor voor
portiervergrendeling en het
detectiegebied van de
aanraaksensor voor
portierontgrendeling aan.
xU raakt het detectiegebied van de
aanraaksensor aan terwijl u
handschoenen draagt.
xVreemde bestanddelen zoals
sneeuw of ijs hebben zich aan het
detectiegebied van de
aanraaksensor vastgehecht.
xU trekt aan de portierkruk direct
nadat u het detectiegebied van de
aanraaksensor hebt aangeraakt.
xHet systeem kan in werking treden
wanneer de portierkruk aan de
buitenzijde of een voorportier wordt
bespat met water in een
autowasinstallatie of door regen
terwijl de zender binnen
werkingsbereik is.
xAls het systeem niet functioneert
terwijl u het detectiegebied van de
aanraaksensor goed hebt
aangeraakt, laat u de aanraaksensor
eenmaal los en raakt u na ongeveer
3 seconden het detectiegebied van
de aanraaksensor weer aan.
Vergrendelen
Raak het detectiegebied van de
aanraaksensor voor
portiervergrendeling aan terwijl aan
alle onderstaande voorwaarden
voldaan is om te vergrendelen.
xHet contact is op OFF gezet.xAlle portieren zijn gesloten.xU draagt de zender bij u.
De volgende locaties worden
vergrendeld door het detectiegebied
van de aanraaksensor voor
portiervergrendeling aan te raken.
xAlle portierenxAfsluitklep van brandstoftankdopxAchterklep
Bij het vergrendelen gaan de
waarschuwingsknipperlichten eenmaal
branden.
(Behalve Europese modellen)
Er klinkt eenmaal een zoemtoon.
Ontgrendelen
Raak het detectiegebied van de
aanraaksensor voor
portierontgrendeling aan terwijl aan
alle onderstaande voorwaarden
voldaan is om te ontgrendelen.
xHet contact is op OFF gezet.xHet bestuurdersportier is
vergrendeld.
xEr zijn 3 seconden of meer
verstreken sinds de portieren werden
vergrendeld.
xU draagt de zender bij u.
Ty p e A
(Ontgrendelen vanuit het
bestuurdersportier)
De volgende locaties worden
ontgrendeld door het detectiegebied
van de aanraaksensor voor
portierontgrendeling van het
bestuurdersportier aan te raken.
xBestuurdersportierxAfsluitklep van brandstoftankdop
OPMERKING
xDe te ontgrendelen locatie kan
worden gewijzigd.
Alvorens te gaan rijden
Portieren en sloten
3-16

Page 107 of 759

Zie de sectie Instellingen in het
Mazda Connect instructieboekje.
Bij het ontgrendelen gaan de
waarschuwingsknipperlichten
tweemaal branden.
(Behalve Europese modellen)
Er klinkt tweemaal een zoemtoon.

(Ontgrendelen vanuit het
voorpassagiersportier)
De volgende locaties worden
ontgrendeld door het detectiegebied
van de aanraaksensor voor
portierontgrendeling van het
voorpassagiersportier aan te raken.
xAlle portierenxAfsluitklep van brandstoftankdopxAchterklep
Bij het ontgrendelen gaan de
waarschuwingsknipperlichten
tweemaal branden.
(Behalve Europese modellen)
Er klinkt tweemaal een zoemtoon.
Ty p e B
De volgende locaties worden
ontgrendeld door het detectiegebied
van de aanraaksensor voor
portierontgrendeling aan te raken.
xAlle portierenxAfsluitklep van brandstoftankdopxAchterklep
OPMERKING
x(Met 2-traps ontgrendelingsfunctie)
De te ontgrendelen locatie kan
worden gewijzigd.
Zie de sectie Instellingen in het
Mazda Connect instructieboekje.
Bij het ontgrendelen gaan de
waarschuwingsknipperlichten
tweemaal branden.
(Behalve Europese modellen)
Er klinkt tweemaal een zoemtoon.
OPMERKING
xKijk of alle portieren en de
achterklep goed vergrendeld zijn.
Beweeg de achterklep even op en
neer zonder de elektrisch bediende
achterklepopener in te drukken om
te controleren of de achterklep niet
open is blijven staan.
x(Europese modellen)
De instelling kan zodanig veranderd
worden dat een pieptoon hoorbaar
wordt voor bevestiging wanneer de
portieren, de afsluitklep van de
brandstoftankdop en de achterklep
vergrendeld/ontgrendeld worden
met behulp van een aanraaksensor.
(Behalve Europese modellen)
Er klinkt een zoemtoon voor
bevestiging wanneer de portieren,
de afsluitklep van de
brandstoftankdop en de achterklep
vergrendeld/ontgrendeld worden
met behulp van de aanraaksensor.
Indien gewenst, kan de zoemtoon
worden uitgeschakeld.
Het volume van de zoemtoon kan
eveneens veranderd worden. Zie de
sectie Instellingen in het Mazda
Connect instructieboekje.
x(Met anti-diefstal
beveiligingssysteem)
De waarschuwingsknipperlichten
knipperen wanneer het anti-diefstal
beveiligingssysteem in staat van
paraatheid is gebracht of
uitgeschakeld wordt.
Zie Anti-diefstal beveiligingssysteem
op pagina 3-56.
Alvorens te gaan rijden
Portieren en sloten
3-17

Page 148 of 759

xHet contact op ON zetten zonder de
startdrukknop te gebruiken.
Als het systeem opnieuw in werking
wordt gesteld, zal de verlichting en de
claxon geactiveerd worden totdat het
bestuurdersportier of de achterklep
met de zender ontgrendeld wordt.
OPMERKING
xDe achterklep kan niet worden
geopend terwijl het anti-diefstal
beveiligingssysteem is ingeschakeld.
xAls de accu uitgeput raakt terwijl het
anti-diefstal beveiligingssysteem in
staat van paraatheid is, zal de
sirene/claxon geactiveerd worden en
zullen de
waarschuwingsknipperlichten gaan
knipperen wanneer de accu geladen
of vervangen wordt.
▼In staat van paraatheid brengen
van het systeem
1. De ruiten en het schuifdak* goed
sluiten.
OPMERKING
(Met inbraaksensor)
Ook als een ruit of het schuifdak* is
open blijven staan, kan het systeem
in staat van paraatheid gebracht
worden, echter zelfs het
gedeeltelijk open laten staan van de
ruiten of het schuifdak
* kan een
uitnodiging zijn tot diefstal, en wind
die in de auto blaast zou het alarm
kunnen activeren.
De functie van de inbraaksensor
kan ook geannuleerd worden.
Zie Annuleren van de inbraaksensor
(Met inbraaksensor) op pagina
3-59.
2. Zet het contact op OFF.
3. Zorg er voor dat de motorkap, de
portieren en de achterklep gesloten
zijn.
4. Druk op de vergrendeltoets op de
zender.
De waarschuwingsknipperlichten
zullen eenmaal knipperen.
Het anti-diefstal
beveiligingssysteem kan ook als
volgt worden ingeschakeld:
Druk op de
portiervergrendelschakelaar “

terwijl een van de portieren open
staat en sluit vervolgens alle
portieren.
(Met geavanceerde
afstandbediende
portiervergrendelingsfunctie)
Raak het detectiegebied van de
aanraaksensor voor
portiervergrendeling aan.
Het
beveiligingssysteemindicatielampje
in de instrumentengroep gaat
gedurende 20 seconden tweemaal
per seconde knipperen.
5. Na 20 seconden is het systeem
volledig in staat van paraatheid.
OPMERKING
xHet anti-diefstal
beveiligingssysteem kan ook in
staat van paraatheid gebracht
worden door het activeren van de
automatische
hervergrendelfunctie terwijl alle
portieren, de achterklep en de
motorkap gesloten zijn.
Zie Zender op pagina 3-5.
Alvorens te gaan rijden
Beveiligingssysteem
3-58*Bepaalde modellen.

Page 149 of 759

xHet systeem wordt buiten
werking gesteld wanneer binnen
20 seconden na het indrukken
van de vergrendeltoets een van
de volgende handelingen wordt
uitgevoerd:
xOntgrendelen van een van de
portieren.
xOpenen van een van de
portieren.
xOpenen van de motorkap.xWanneer het contact op ON
wordt gezet.
Voor het opnieuw in staat van
paraatheid brengen van het
systeem, de procedure voor het
in staat van paraatheid brengen
nogmaals uitvoeren.
xWanneer de portieren
vergrendeld worden door het
indrukken van de vergrendeltoets
op de zender terwijl het
anti-diefstal beveiligingssysteem
in staat van paraatheid is, zullen
de waarschuwingsknipperlichten
eenmaal knipperen om aan te
geven dat het systeem in staat van
paraatheid is.
▼Annuleren van de inbraaksensor
(Met inbraaksensor)
Als het anti-diefstal
beveiligingssysteem in staat van
paraatheid gebracht is wanneer er
sprake is van een van onderstaande
omstandigheden, de inbraaksensor
annuleren om te voorkomen dat het
alarm onnodig geactiveerd wordt.
xWanneer de auto wordt
achtergelaten terwijl er zich een
beweegbaar object, passagiers of
huisdieren in bevinden.
xWanneer u een voorwerp in de auto
achterlaat dat heen en weer kan
rollen, zoals bijvoorbeeld wanneer
de auto bij transport op een schuin
aflopende, onstabiele ondergrond
geplaatst wordt.
xWanneer kleine voorwerpen/
accessoires in de auto zijn
opgehangen, kleding aan een
kledinghaak is opgehangen of
andere voorwerpen zijn aangebracht
die gemakkelijk binnen in de auto
kunnen bewegen.
xBij het parkeren op een plaats waar
zich sterke trillingen of harde
geluiden voordoen.
xBij het gebruik van een hogedruk of
automatische autowasinstallatie.
xWanneer voortdurend schokken en
trillingen van hagel of donder en
bliksem op de auto worden
overgebracht.
xPortieren vergrendeld worden terwijl
een ruit of het schuifdak* is open
blijven staan.
xEen extra verwarming of apparaat
dat luchtstromen en trillingen
produceert in gebruik is, terwijl het
anti-diefstal beveiligingssysteem in
staat van paraatheid gebracht is.
OPMERKING
Als een portier of de achterklep
gedurende 30 seconden gesloten blijft,
zullen alle portieren en de achterklep
automatisch hervergrendeld worden
en zal het
anti-diefstalbeveiligingssysteem in staat
van paraatheid gebracht worden zelfs
als een ruit en het schuifdak
* is open
blijven staan.
Voor het annuleren van de
inbraaksensor, de toets op de zender
binnen 20 seconden na het indrukken
van de vergrendeltoets indrukken.
De waarschuwingsknipperlichten
zullen 3 maal knipperen.
Alvorens te gaan rijden
Beveiligingssysteem
*Bepaalde modellen.3-59

Page 187 of 759

op het stuurwiel wordt
uitgeoefend. Oefen geen kracht
meer uit op het stuurwiel om de
motor te laten stoppen.).
xDe auto wordt door het intrappen
van het rempedaal tot stilstand
gebracht.
xEr wordt niet gereden op een
helling.
xDe auto wordt niet plotseling tot
stilstand gebracht.
OPMERKING
Onder de volgende omstandigheden
duurt het enige tijd voordat de motor
wordt stopgezet
xDe accu is om een of andere reden
uitgeput geraakt, zoals wanneer er
langere tijd niet met de auto is
gereden.
xDe omgevingstemperatuur is hoog of
laag.
xNadat de accupolen om een of
andere reden zijn losgekoppeld,
zoals voor het vervangen van de
accu.
x(SKYACTIV-D 1.8)
Nadat roetdeeltjes (PM) door het
dieseldeeltjesfilter zijn verwijderd.
Motor herstart niet
Als na het stoppen van de motor de
volgende handelingen worden
uitgevoerd, zal om veiligheidsredenen
de motor niet herstarten. Start in
dergelijke gevallen de motor met
behulp van de normale methode.
x(Europees model)
xDe motorkap geopend wordt.xDe veiligheidsgordel van de
bestuurder is losgemaakt en het
bestuurdersportier wordt geopend.
x(Met M Hybrid)
xAutomatische transmissie
De veiligheidsgordel van de
bestuurder is losgemaakt en het
bestuurdersportier wordt geopend.
xHandgeschakelde versnellingsbak
Het bestuurdersportier wordt
geopend.
De tijd dat de motor stop staat is kort
of het duurt lang voordat de motor de
volgende keer wordt gestopt
xDe omgevingstemperatuur is hoog of
laag.
xDe accu is uitgeput.xHet stroomverbruik van de
elektrische onderdelen van de auto is
hoog.
Wanneer de motor is gestopt, herstart
de motor automatisch
Onder de volgende omstandigheden
herstart de motor automatisch.
xDe i-stop OFF schakelaar wordt
ingedrukt totdat de zoemer klinkt.
xDe airconditioning wordt bediend
met de luchtstroomfunctie in de
stand
.xDe temperatuurinstelknop van de
airconditioning staat in de stand voor
maximale verwarming of maximale
koeling (A/C ON).
x(Automatische airconditioning)
De interieurtemperatuur verschilt in
hoge mate van de ingestelde
temperatuur van de airconditioning.
xHet rempedaal wordt op een helling
een weinig losgelaten en de auto
begint in beweging te komen.
xSinds het stoppen van de motor zijn
er twee minuten verstreken.
xDe accu is uitgeput.x(Automatische transmissie)
Tijdens het rijden
Motor start/stop
4-17

Page 188 of 759

Het stationair draaien van de motor
wordt gestopt terwijl de auto tot
stilstand wordt gebracht
xHet gaspedaal wordt ingetrapt
terwijl de keuzehendel in de stand
D of M (niet in blokkeermodus
voor tweede versnelling) staat.
xDe keuzehendel wordt verplaatst
naar de stand R.
xDe keuzehendel wordt vanuit de
stand N of P naar de stand D of M
(niet in blokkeermodus voor
tweede versnelling) verplaatst.
xHet stuurwiel wordt gedraaid
terwijl de keuzehendel in de stand
D of M (niet in blokkeermodus
voor tweede versnelling) staat.
xDe keuzehendel staat in de stand
M en de blokkeermodus voor de
tweede versnelling is gekozen.
xHet stuurwiel wordt gedraaid.
Het stationair draaien van de motor
wordt gestopt tijdens het rijden
xDe keuzehendel staat in een
andere stand dan stand D.
xHet gaspedaal wordt ingetrapt.xDe sportstand is geselecteerd.xHet stuurwiel wordt gedraaid.x(Handgeschakelde versnellingsbak
(Met M Hybrid))
xDe versnellingshendel wordt
verplaatst naar de stand R.
xHet rempedaal wordt ingetrapt
met de versnellingshendel in de
neutraalstand.
xHet gaspedaal wordt ingetrapt.xDe versnellingshendel wordt in een
andere stand dan de neutraalstand
gezet terwijl het rempedaal wordt
losgelaten en het
koppelingspedaal wordt ingetrapt.
xDe veiligheidsgordel van de
bestuurder is niet vastgemaakt.
x(Behalve Europees model)
x(Handgeschakelde
versnellingsbak)
Wanneer de versnellingshendel in
de neutraalstand staat, de
veiligheidsgordel van de
bestuurder wordt losgemaakt, het
bestuurdersportier wordt geopend
of de motorkap wordt geopend.
x(Automatische transmissie)
Wanneer de keuzehendel in de
stand P of N, of het D/M-bereik,
staat, de veiligheidsgordel van de
bestuurder wordt losgemaakt, het
bestuurdersportier wordt geopend
of de motorkap wordt geopend.
De keuzehendel wordt bediend
terwijl het stationair draaien van de
motor is gestopt en de auto tot
stilstand is gebracht (automatische
transmissie)
Als de motor gestopt is en de
keuzehendel vanuit de stand D of M
(niet in blokkeermodus voor tweede
versnelling) verplaatst wordt naar de
stand N of P, herstart de motor niet
wanneer het rempedaal wordt
losgelaten. De motor herstart als het
rempedaal nogmaals wordt ingetrapt
of de keuzehendel naar de stand D, M
(niet in blokkeermodus voor tweede
versnelling) of R wordt verplaatst.
(Houd met het oog op de veiligheid
tijdens het verplaatsen van de
keuzehendel altijd het rempedaal
ingetrapt.)
Als de keuzehendel vanuit de stand D
of M (niet in blokkeermodus voor
tweede versnelling) naar de stand N of
P wordt verplaatst en de
veiligheidsgordel van de bestuurder
wordt losgemaakt en het
bestuurdersportier wordt geopend,
herstart de motor.
De accupolen zijn losgekoppeld
Tijdens het rijden
Motor start/stop
4-18

Page:   1-10 11-20 next >