reset Peugeot Expert VU 2009 Handleiding (in Dutch)

Page 35 of 225

34
Cockpit
Als u na deze handeling de accu wilt
loskoppelen, vergrendel dan de auto
en wacht minimaal vijf minuten. Het resetten
van de onderhoudsindicator zal anders niet
worden opgeslagen.
Op 0 zetten
Het PEUGEOT-netwerk zet de
onderhoudsindicator na elke
onderhoudscontrole weer op 0.
Als u zelf de onderhoudscontrole
van uw auto heeft uitgevoerd, kan de
onderhoudsindicator op de volgende wijze
op 0 gezet worden:
- zet het contact af,
- druk op de resetknop van de dagteller
en houd deze ingedrukt,
- zet het contact aan.
De kilometerteller begint terug te tellen.
Laat de knop los als de onderhoudsindicator

"=0" aangeeft; de sleutel verdwijnt.
Motorolieniveaumeter
Bij het aanzetten van het contact wordt eerst
de onderhoudsindicator weergegeven en
vervolgens gedurende enkele seconden het
motorolieniveau. Olieniveau correct
Te weinig olie
Als de aanduiding
"OIL"
knippert in combinatie
met het verklikkerlampje
service, een
geluidssignaal en een melding op het display,
is het motorolieniveau te laag, waardoor
ernstige motorschade kan ontstaan.
Controleer het olieniveau met de peilstok.
Als blijkt dat het olieniveau te laag is, moet
olie worden bijgevuld.
Storing
motorolieniveaumeter
Als de aanduiding

"OIL --" knippert, duidt
dit op een storing in
de motorolieniveaumeter. Raadpleeg het
PEUGEOT-netwerk.
Een controle van het olieniveau is
alleen betrouwbaar als de auto op
een vlakke, horizontale ondergrond staat
en de motor minstens 15 minuten niet heeft
gedraaid. Oliepeilstok
A
= maxi, het oliepeil mag nooit
boven dit niveau uitkomen. Een te
hoog oliepeil kan schade aan de
motor veroorzaken.
Raadpleeg in dat geval zo snel
mogelijk het PEUGEOT-netwerk .

B = mini, als het oliepeil niet
boven dit niveau uitkomt, moet
het voor de motor van uw auto
voorgeschreven type motorolie
worden bijgevuld via de vuldop.
Nulstelling dagteller
Druk, terwijl het contact aan
is, de knop in tot de nullen
verschijnen.
Dimmer dashboardverlichting
Druk, tijdens het branden
van de verlichting, op de
knop om de sterkte van
de dashboardverlichting te
veranderen. Als de verlichting de zwakste
(of felste) stand heeft bereikt, laat dan de knop
los en druk deze vervolgens opnieuw in om de
verlichting weer feller (of zwakker) te maken.
Laat de knop los zodra de gewenste
lichtsterkte is bereikt.

Page 36 of 225

34
Cockpit
Als u na deze handeling de accu wilt
loskoppelen, vergrendel dan de auto
en wacht minimaal vijf minuten. Het resetten
van de onderhoudsindicator zal anders niet
worden opgeslagen.
Op 0 zetten
Het PEUGEOT-netwerk zet de
onderhoudsindicator na elke
onderhoudscontrole weer op 0.
Als u zelf de onderhoudscontrole
van uw auto heeft uitgevoerd, kan de
onderhoudsindicator op de volgende wijze
op 0 gezet worden:
- zet het contact af,
- druk op de resetknop van de dagteller
en houd deze ingedrukt,
- zet het contact aan.
De kilometerteller begint terug te tellen.
Laat de knop los als de onderhoudsindicator

"=0" aangeeft; de sleutel verdwijnt.
Motorolieniveaumeter
Bij het aanzetten van het contact wordt eerst
de onderhoudsindicator weergegeven en
vervolgens gedurende enkele seconden het
motorolieniveau. Olieniveau correct
Te weinig olie
Als de aanduiding
"OIL"
knippert in combinatie
met het verklikkerlampje
service, een
geluidssignaal en een melding op het display,
is het motorolieniveau te laag, waardoor
ernstige motorschade kan ontstaan.
Controleer het olieniveau met de peilstok.
Als blijkt dat het olieniveau te laag is, moet
olie worden bijgevuld.
Storing
motorolieniveaumeter
Als de aanduiding

"OIL --" knippert, duidt
dit op een storing in
de motorolieniveaumeter. Raadpleeg het
PEUGEOT-netwerk.
Een controle van het olieniveau is
alleen betrouwbaar als de auto op
een vlakke, horizontale ondergrond staat
en de motor minstens 15 minuten niet heeft
gedraaid. Oliepeilstok
A
= maxi, het oliepeil mag nooit
boven dit niveau uitkomen. Een te
hoog oliepeil kan schade aan de
motor veroorzaken.
Raadpleeg in dat geval zo snel
mogelijk het PEUGEOT-netwerk .

B = mini, als het oliepeil niet
boven dit niveau uitkomt, moet
het voor de motor van uw auto
voorgeschreven type motorolie
worden bijgevuld via de vuldop.
Nulstelling dagteller
Druk, terwijl het contact aan
is, de knop in tot de nullen
verschijnen.
Dimmer dashboardverlichting
Druk, tijdens het branden
van de verlichting, op de
knop om de sterkte van
de dashboardverlichting te
veranderen. Als de verlichting de zwakste
(of felste) stand heeft bereikt, laat dan de knop
los en druk deze vervolgens opnieuw in om de
verlichting weer feller (of zwakker) te maken.
Laat de knop los zodra de gewenste
lichtsterkte is bereikt.

Page 77 of 225

75
Spiegels en ruiten
ERGONOMIE en COMFORT
3
ELEKTRISCH BEDIENBARE RUITEN

1. Schakelaar ruitbediening bestuurderszijde

2. Schakelaar ruitbediening passagierszijde De elektrische ruitbediening wordt
uitgeschakeld:
- ongeveer 45 seconden na het afzetten
van het contact.
- als bij afgezet contact een voorportier wordt geopend. Resetten
Nadat de accukabels los zijn geweest, moet
de ruitbediening opnieuw gereset worden.
Open de ruit volledig en sluit de ruit. Telkens
als de schakelaar omhoog wordt getrokken,
sluit de ruit enkele centimeters.
Laat de schakelaar los en trek hem opnieuw
omhoog totdat de ruit volledig is gesloten.
Tijdens deze handelingen is de beveiliging
tegen beknellen uitgeschakeld.
Handbediening
Duw of trek de schakelaar tot aan het zware
punt om de ruit te openen of te sluiten.
De ruit stopt zodra de schakelaar wordt
losgelaten.
Automatische bediening
Duw of trek de schakelaar voorbij het zware
punt. Als u de schakelaar hebt losgelaten,
opent of sluit de ruit volledig. Druk nogmaals
op de schakelaar om het openen of sluiten
te stoppen. Beveiliging tegen beknellen
(volgens uitvoering)
Als de ruit sluit en tegen een obstakel stuit,
stopt de ruit en gaat deze direct gedeeltelijk
weer open.
Als de ruit niet wil sluiten, druk dan op de
schakelaar om de ruit helemaal te openen.
Trek vervolgens binnen 4 seconden de
schakelaar omhoog tot de ruit volledig is
gesloten.
Tijdens deze handelingen is de beveiliging
tegen beknellen uitgeschakeld. Gebruiksvoorschrift
Wanneer tijdens het bedienen van de ruit
iets tussen de ruit en de sponning bekneld
raakt, moet de ruit weer worden geopend.
Druk daarvoor op de desbetreffende
schakelaar.
Wanneer de bestuurder de ruit aan de
passagierszijde bedient, moet hij ervan
verzekerd zijn dat niets het correcte sluiten
van de ruit verhindert.
De bestuurder moet ervan verzekerd zijn dat
de passagiers op de juiste manier gebruik
maken van de elektrische ruitbediening.
Zorg ervoor dat kinderen zich tijdens het
bedienen van de ruit niet kunnen bezeren.
U kunt de ruiten op twee manieren
bedienen:

Page 143 of 225

9.2
01 BASISFUNCTIES
Uitwerpen van de CD.
Aan/uit. Draaiknop volumeregeling.
Source: selecteren van de geluidsbron: radio, Jukebox, CD, CD-wisselaar en AUX (indien geactiveerd in het confi guratiemenu). Kopiëren van de CD naar de harde schijf.
Mode: selecteren van de weergave op het display van de functies TRIP, TEL, NAV of AUDIO. Dark: donker maken van het display door herhaaldelijk indrukken, tot het volledig zwart is. Druk opnieuw op de toets om het display weer helder te maken. Resetten van het systeem.
Band: selecteren van het golfbereik: FM1, FM2, FMast e n AM. TA: functie "TA - Verkeersinformatie" aan/uit. PTY: functie "Programmatype" aan/uit door lang indrukken .
Alfanumeriek toetsenbord van de telefoon voor de desbetreffende functies: nummer kiezen, bellen, ophangen, invoeren. Leeuw : direct toegang tot het dienstenmenu van LeeuwLeeuw"PEUGEOT".
ESC: annuleren van de bewerking. Terug naar de vorige selectie.
Menu: weergeven van het algemene menu. Audio-instellingen.
List: weergeven van de beschikbare radiozenders, weergeven van CD-tracks of MP3/USB/Jukebox-afspeel lijsten. Bijwerken van de lijst met beschikbare zenders.
Navigatiepaneel: selecteren van de bovengenoemde opties, of stapsgewijs of snel vooruit. Als op de navigatieknop wordt gedrukt, wordt de geselecteerde optie wel bevestigd, maar niet opgeslagen.
Lang indrukken noodzakelijk.
Raadpleeg hoofdstuk 10 voor een compleet overzicht van de beschikbare menu's.

Page 172 of 225

07
1
2
2
2
9.31
Als de knop meerdere keren wordt ingedrukt, worden de verschillende functies van de boordcomputer achtereenvolgend weergegeven op het display.
Resetten Druk de knop langer dan twee seconden in zodra het gewenste traject wordt aangegeven.
BOORDCOMPUTER
DIAGNOSE AUTO
- Het tabblad "auto": De actieradius, het huidige brandstofverbruik en de resterende afstand. - Het tabblad "1" (traject 1) met: De gemiddelde snelheid, het gemiddelde brandstofverbruik en de berekende afgelegde afstand op traject "1". - Het tabblad "2" (traject 2) met dezelfde gegevens voor een tweede traject.
SNELKEUZE
DIAGNOSE AUTO
WAARSCHUWINGENLOGBOEK
STATUS VAN DE FUNCTIES
RESET CONTROLESYSTEEM BANDENSPANNING
km
Boordcomputer
Ogenblikkelijke info. 860
Actieradius
km
l/100

Page 185 of 225

9.42
1
5
10
01
2
346
13
11
9
1415
7812
1
6
1. Aan/Uit. Afspelen CD/SD-kaart pauzeren, geluidsweergave rad io onderdrukken. Lang indrukken: resetten van het systeem.
2. Volumeregeling.
3. Toegang tot het menu RADIO. Weergave van het zenderoverzicht.
4. Toegang tot het menu MUSIC. Weergave van titels.
Lang indrukken: toegang tot de instellingen: geluidsverdeling voor/achter, links/rechts, lage-/hogetonenregeling, sfeerinstellingen, loudness, automatische volumecor rectie, standaardinstellingen.
5. Toegang tot het menu SETUP. Lang indrukken: toegang tot het GPS-bereik en de d emo-mode.
6. Toegang tot het menu TELEFOON. Weergave van d e gesprekslijst.
7. Toegang tot het menu MODE. Selecteren van het achtereenvolgens weergeven van: Radio, Kaart, NAV (tijdens navigatie), Telefoon (tijdens een gesprek), Boordcomputer. Lang indrukken: Black Panel mode (DARK).
8. Toegang tot het menu NAVIGATIE. Weergave van de laatst gekozen bestemmingen.
9. Toegang tot het menu VERKEER. Weergave van de a ctuele verkeersinformatie.
10. ESC: huidige bewerking afbreken.
11. CD uitwerpen.
12. Selecteren van de vorige/volgende radiozender in het overzicht. Selecteren van de vorige/volgende CD. Selecteren van de vorige/volgende MP3-afspeellijst . Selecteren van het vorige/volgende item in een lijst.
13. Selecteren van de vorige/volgende radiozender. Selecteren van de vorige/volgende titel van een CD of vorig/volgend MP3-bestand. Selecteren van het vorige/volgende item in een lijst.
14. Toetsen 1 t/m 6: Selecteren van een in het geheugen opgeslagen radiozender. Selecteren van een CD in de CD-wisselaar. Lang indrukken: in het geheugen opslaan van de hui dige radiozender.
15. SD-kaartlezer.
16. Draaiknop voor het selecteren van (menu-)items op het display. Kort indrukken: bevestigen.
BASISFUNCTIES
BEDIENINGSPANEEL Kleurennavigatiesysteem met Bluetooth cark it