dashboard Seat Arona 2018 Handleiding (in Dutch)
Page 4 of 332
Gerelateerde video's
De essentie: Openen en sluiten ››› pag. 15
www.seat.com/youtube-af/ibiza/essentials-lockingDe essentie: Interieur van de auto ››› pag. 18, ››› pag.
20, ››› pag. 23
www.seat.com/youtube-af/ibiza/essentials-insidecar
De essentie: Motorkap ››› pag. 17
www.seat.com/youtube-af/ibiza/essentials-bonnetDe essentie: Wielen ››› pag. 64, ››› pag. 65
www.seat.com/youtube-af/ibiza/essentials-wheels
De essentie: Klimaatregeling ››› pag. 51
www.seat.com/youtube-af/ibiza/essentials-aircondDe essentie: Dashboard ››› pag. 31, ››› pag. 45, ››› pag.
47
www.seat.com/youtube-af/ibiza/essentials-dashboard
Page 23 of 332
De essentie
Voorairbags Afb. 20
Bestuurdersairbag in het stuurwiel. Afb. 21
Bijrijdersairbag in het dashboard. De frontairbag van de bestuurder bevindt
z
ic
h in het
stuurwiel ››› afb. 20 en die van de
bijrijder in het dashboard ››› afb. 21. De air-
bags zijn gemarkeerd met het opschrift "AIR-
BAG".
De airbagafdekkingen worden bij het active-
ren van de bestuurders- en bijrijdersairbag
geopend en blijven aan het stuurwiel en het
dashboard zitten ››› afb. 20, ››› afb. 21.
Het frontairbagsysteem biedt in combinatie
met de veiligheidsgordels extra bescherming
op hoofd- en borsthoogte van de bestuurder en bijrijder in geval van zware frontale bot-
sing
en.
De speciaal ontwikkelde airbag maakt het
mogelijk dat het gas onder het gewicht van
de inzittende gericht wegstroomt. Op deze
wijze worden het hoofd en het bovenlichaam
beschermd en door de airbag opgevangen.
Na een aanrijding is de luchtzak derhalve zo
ver leeggelopen dat het zicht naar voren weer
vrij is.
οͺ
››› pag. 89 21
Page 24 of 332
De essentie
Frontairbag aan bijrijderszijde buiten
werking stellen* Afb. 22
Schakelaar voorairbag aan bijrijders-
zijde. Afb. 23
Centraal deel van het dashboard: con-
trolelampje voor buiten werking gestelde bij-
rijdersairbag. Om de voorairbag van de bijrijder buiten
werking te stellen: β
Contact uitschakelen.
β Open het portier aan de voorpassagierszij-
de.
β Voer de sleutelbaard in de gleuf in die voor-
zien is op de schakelaar voor uitschakeling
van de bijrijdersairbag ››› afb. 22 . De sleutel
moet c
a. 3/4 van zijn lengte ingevoerd wor-
den, tot tegen de aanslag.
β Draai de sleutel zachtjes om de stand op
οοο
te plaatsen. Indien u moeilijkheden on-
dervindt, controleert u of de sleutel tot de
aanslag is ingestoken.
β Bijrijdersportier sluiten.
β Controleer of het controlelampje οοο οΉ bij
ingeschakeld contact blijft branden bij het
opschrift οοοοο
οοο
ο οοο οοο οοο οΉ in het midden
van het dashboard ››› afb. 23.
οͺ
››› in De bijrijdersvoorairbag in- en uit-
schakelen* op pag. 92
ο©››› pag. 91 Zijairbags*
Afb. 24
Zij-airbag in de bestuurdersstoel. Afb. 25
Zijairbag volledig opgeblazen in het
linker deel van de wagen. De zijairbags zitten in de rugleuningvulling
van de bestuurdersstoel
››› afb. 24 en van de
b ijrijder
sstoel. De inbouwplaatsen zijn ge-
markeerd door het opschrift "AIRBAG" boven-
aan de rugleuningen. 22
Page 33 of 332
De essentie
De auto starten C ont
act
slot Afb. 37
Standen van de contactsleutel. Contact inschakelen: sleutel in het contact
p
l
aatsen en mot
or starten.
Stuur ver- en ontgrendelen
β Stuur vergrendelen: contactsleutel verwij-
deren uit het
contact en draaien aan het
stuur tot het blokkeert. In wagens met auto-
matische versnellingsbak zet u voor het ver-
wijderen van de sleutel de versnellingshen-
del in stand P. Zo nodig drukt u op de toets
voor keuzehendelvergrendeling en laat u die
daarna los.
β Stuur ontgrendelen: contactsleutel inste-
ken en draaien t
erwijl u het stuur in de rich-
ting aangegeven door de pijl draait. Indien
het stuur niet gedraaid kan worden, komt dit
mogelijk omdat de blokkering actief is. Contact inschakelen/uitschakelen, voor-
gloeien
β
Contact inschakelen: sleutel in stand 2 draaien.
β
Contact uitschakelen: sleutel in stand 1 draaien.
β
Dieselwagens ο€: bij in
g
eschakeld contact
wordt voorgegloeid.
Starten van de motor
β Handgeschakelde versnellingsbak: trap het
koppelin
gspedaal helemaal in en zet de ver-
snellingshendel in neutrale stand.
β Automatische versnellingsbak: trap het
rempedaal
in en zet de keuzehendel in stand
P of N.
β Sleutel naar stand 3 draaien. De contact-
s l
eut
el keert automatisch terug naar stand
2 . Hierbij geen gas geven.
St ar
t/s
top-systeem*
Bij het stoppen en loslaten van het koppe-
lingspedaal, zet het start-stopsysteem* de
motor uit. Het contact blijft ingeschakeld.
οͺ
››› in Standen van de contactsleutel op
pag. 178
ο©››› pag. 178 Lichten en zicht
Ger el
at
eerde video Afb. 38
Dashboard Lichtschakelaar
Afb. 39
Dashboard: lichtschakelaar. β
Schakelaar naar de gewenste stand draai-
en ››
›
afb. 39. » 31
Page 34 of 332
De essentieSym-
boolContact uitge-
schakeld.Contact aan ο
Mistlampen, dim-
licht en stadslicht
uit.Licht uit of daglicht
ontstoken.
οοοο
De oriëntatielichten
"Coming home" en
"Leaving home"
kunnen branden.Automatische regeling
van het dimlicht en
daglicht.
ο¨
Stadslichten aan.Dagrijverlichting inge-
schakeld.
ο₯
Dimlicht uitDimlicht aan.
ο© Mis
tlampen: schakelaar naar het eerste
p
unt trekken, vanaf de standen οοοο, ο¨ of
ο₯.
ο Mistachterlicht: volledig trekken aan scha-
kelaar vanaf de standen οοοο, ο¨ of ο₯.
Mistlampen uitschakelen: schakelaar indruk-
ken of draaien naar stand ο°.
ο©
››› pag. 147 Knipperlicht- en grootlichthendel
Afb. 40
Knipperlicht- en grootlichthendel. Hendel in de gewenste stand zetten:
Rec
ht
er knipperlicht: rechter parkeerlicht
(contact uitgeschakeld).
Linker knipperlicht: linker parkeerlicht
(contact uitgeschakeld).
Grootlicht ingeschakeld: controlelampje
ο€ brandt in het instrumentenpaneel.
Grootlichtsignaal: brandt met ingedrukte
hendel. Controlelampje ο€ brandt.
Hendel in basisstand voor uitgeschakeld.
οͺ
››› in Knipperlicht- en grootlichthendel
op pag. 149
ο©››› pag. 149 1
2
3
4 Alarmlichten
Afb. 41
Dashboard: schakelaar voor alarm-
lic ht
en. Ingeschakeld, bijvoorbeeld:
β Bij het naderen van een file
β In een noodsituatie
β Wagen staat stil wegens pech
β Bij het slepen of gesleept worden
οͺ
››› in Alarmlichten οΎ op pag. 152
ο©››› pag. 151 32
Page 49 of 332
De essentie
Controlelampjes In het in
s
trumentenpaneel Afb. 53
Gerelateerde vi-
deo: Dashboar
d Afb. 54
Instrumentenpaneel, in het dashboard. Rode lampjes
ο
Centrale waarschuwingslampje:
extra weergave op het display
van het instrumentenpaneel–
ο§
parkeerrem ingeschakeld›››
pag. 185 ο¨ ο²
niet verder rijden!
remvloeistofpeil te laag of sto-
ring in het remsysteem››› pag. 185 ο
licht op of knippert:ο² Niet verder rijden!
Storing in stuurinrichting.››› pag. 202 οͺ
de bestuurder of voorpassagier
heeft de veiligheidsgordel niet
om.›››
pag. 81 ο«
Trap het rempedaal in!›››
pag. 223 Gele lampjes
ο
Centrale waarschuwingslampje:
extra weergave op het display
van het instrumentenpaneel–»
47
Page 51 of 332
De essentie
ο₯ ο² Niet verder rijden!
De motoroliedruk is te laag.››› pag. 288 ο¦
Storing aan de accu.›››
pag. 294 ο½
Rijlicht geheel of gedeeltelijk
defect.›››
pag. 108
Fout in het systeem van de
bochtenverlichting.››› pag. 147 ο·
Roetfilter verstopt.›››
pag. 207 ο§
Knippert: storing bij de detec-
tie van het oliepeil. Handma-
tig controleren.
›››
pag. 288
Ingeschakeld: motoroliepeil
te laag. ο
storing aan de versnellings-
bak.›››
pag. 201 οοοο
Startblokkering actief.›››
pag. 180 ο€
Service-intervalindicatie.›››
pag. 43 οͺ
Mobiele telefoon gekoppeld
via Bluetooth met origineel
handsfree apparaat.
›››
pag. 126
››› pag. 131
››› brochure
Audio- of
navigatie-
systeem ο
Indicatie ladingstoestand ac-
cu mobiele telefoon. Uitslui-
tend beschikbaar voor appa-
raten die zijn gemonteerd af
fabriek.
ο
IJzelwaarschuwing. Buiten-
temperatuur is lager dan +4°C
(+39°F).›››
pag. 42 ο¦
Start-stopsysteem ingescha-
keld.
›››
pag. 209 ο§Start-stopsysteem niet be-
schikbaar.
ο
οο
Staat van rijden met laag ver-
bruik›››
pag. 121 ο©
›››
pag. 120 In het dashboard
Afb. 56
Controlelampje voor het buiten werk-
in g s t
ellen van de bijrijdersairbag. οοο
οΉ
De voorairbag van de bijrijder is
uitgeschakeld (οοοοο
οοο
ο οοο οοο
οοο οΉ).
››› pag.
91 οο
οΆ
De voorairbag van de bijrijder is
ingeschakeld (οοοοο
οοο
ο οοο οοο
οο οΆ).
››› pag.
91 οͺ
››› in De bijrijdersvoorairbag in- en uit-
schakelen* op pag. 92
ο©››› pag. 91 Versnellingshendel
Sc h
ak
elbak Afb. 57
Schema van een handmatige versnel-
lin g met
5 of
6 standen. In de versnellingshendel zijn de standen van
de
v
er
snellingen aangeduid ››› afb. 57.
β Houd het koppelingspedaal helemaal inge-
trapt.
β Z
et de versnellingshendel in de gewenste
stand.
β Laat
het koppelingspedaal los. » 49
Page 54 of 332
De essentie1TemperatuurDe linker- en rechterzijde kunnen afzonderlijk worden geregeld: draai aan de regelknop om de temperatuur in te stellen.
2VentilatorHet vermogen van de ventilator wordt automatisch geregeld. Druk op de knoppen om ook de ventilator handmatig te regelen.
3LuchtverdelingDe luchtstroom wordt automatisch ingesteld op een comfortabele waarde. Deze kan ook handmatig worden ingeschakeld met de knoppen
3.
4Weergave van de gekozen temperatuur voor de linker- en rechterzijde van de wagen en voor de ventilatorsnelheid.οΊ
OntwasemingsfunctieDe aangezogen buitenlucht wordt naar de voorruit geleid en de circulatiefunctie wordt automatisch uitgeschakeld. Om de voorruit sneller te ont-
wasemen, wordt vocht onttrokken uit de lucht bij temperaturen boven ca. +3°C (+38°F) en draait de ventilator op optimaal vermogen.
ο±
De lucht wordt via de roosters in het dashboard naar het bovenlichaam geleid.
ο²
Luchtverdeling naar de voetenruimte.
ο¨
Luchtverdeling naar boven.
ο
Achterruitverwarming: werkt enkel wanneer de motor draait en wordt pas na maximaal 10 minuten automatisch uitgeschakeld.
ο»
Luchtrecirculatie
ο ο‘
Toets voor de stoelverwarming
οΎ
De knop indrukken om het koelsysteem aan of uit te zetten.
οοοο
Druk op de toets οοοο om de instelling aan de bestuurderszijde op de voorpassagierszijde toe te passen. Bedien de temperatuurregelaar voor de
passagierszijde als u de temperatuur aan die zijde afzonderlijk wilt instellen. οοοο
Automatische regeling van temperatuur, ventilatie en luchtverdeling.
UitschakelenDruk op de toets οοο of zet de ventilator handmatig op ο°.
52
Page 56 of 332
De essentie3Luchtverdeling
ο
: Ontwasemingsfunctie. De luchtstroom wordt naar de voorruit geleid. De luchtcirculatiefunctie wordt automatisch uitgeschakeld of niet ge-
start. Verhoog het vermogen van de ventilator om de voorruit zo snel mogelijk te ontwasemen. Het aircosysteem wordt automatisch ingeschakeld
om de lucht te drogen.
ο±: De lucht wordt via de roosters in het dashboard naar het bovenlichaam geleid.
ο²: Luchtverdeling naar de voetenruimte.
ο·: Luchtverdeling naar de voorruit en de voetenruimte. ο
Achterruitverwarming: werkt alleen wanneer de motor draait en wordt maximaal na 10 minuten automatisch uitgeschakeld.
ο»
Luchtrecirculatie
οΎ
De knop indrukken om het koelsysteem aan of uit te zetten.
ο‘ ο
Toets voor de stoelverwarming
οͺ
››› in Algemene aanwijzingen op
pag. 169
ο©››› pag. 174 54
Page 57 of 332
De essentie
Hoe werkt de verwarming en frisse lucht? Afb. 63
In de middenconsole: bedieningselemen-
ten v
oor verwarming en ventilatie. De betreffende toets indrukken om een con-
c
r
et
e functie in te schakelen. Om de functie
uit te schakelen, nogmaals op de toets druk-
ken. De led in elk bedieningselement gaat bran-
den om aan te gev
en dat de betreffende
functie van een bedieningselement ingescha-
keld is.
1TemperatuurDraai aan de regelknop om de temperatuur in te stellen. De gewenste temperatuur mag niet lager zijn dan die van de buitenlucht, omdat dit
systeem de lucht niet kan koelen of ontvochtigen.
2VentilatorNiveau 0: uitgeschakelde aanjager en airconditioning (handmatig)
Niveau 4: maximum ventilatorsnelheid.
3Luchtverdeling ο
: Ontwasemingsfunctie. De luchtstroom wordt naar de voorruit geleid.
ο±: De lucht wordt via de roosters in het dashboard naar het bovenlichaam geleid.
ο²: Luchtverdeling naar de voetenruimte.
ο·: Luchtverdeling naar de voorruit en de voetenruimte.
ο
Achterruitverwarming: werkt alleen wanneer de motor draait en wordt maximaal na 10 minuten automatisch uitgeschakeld.»
55