display BMW MOTORRAD K 1200 S 2007 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: BMW MOTORRAD, Model Year: 2007, Model line: K 1200 S, Model: BMW MOTORRAD K 1200 S 2007Pages: 165, PDF Size: 2.78 MB
Page 19 of 165

Instrumentenpaneel1Toerenteller
2 Snelheidsmeter
3 Controlelampen ( 20)
4 Multifunctioneel display
( 20)
5 Controlelamp DWA (SU) en
sensor voor instrumenten-
verlichting
6 Weergave selecteren
( 47)
Dagteller terugzetten
( 48)
Klok instellen ( 46)
De verlichting van het in-
strumentenpaneel is met
een automatische dag-/nachtom-
schakeling uitgerust.
217zOverzichten
Page 22 of 165

Standaard meldingenMultifunctioneel display1Klok ( 46)
2 Versnelling ( 20)
3 Koelvloeistoftemperatuur
( 20)
4 Kilometerteller ( 47)
5 Benzinevoorraad ( 20)
Controlelampen1Richtingaanwijzers links
2 Grootlicht
3 Stationair
4 Richtingaanwijzers rechtsBenzinevoorraad
De liggende balken onder
het benzinepompsymbool
geven de resterende benzine-
voorraad aan.
Na het tanken wordt nog gedu-
rende korte tijd het vorige niveau
weergegeven, voordat de weer-
gave wordt geactualiseerd.
Versnelling
De ingeschakelde versnel-
ling resp.
Nvoor neutraal
wordt weergegeven.
Als geen versnelling is in-
geschakeld, brandt boven-
dien de controlelamp voor de
neutraalstand.
Koelvloeistoftemperatuur
De dwarsbalken onder het
temperatuursymbool geven
de hoogte van de koelvloeistof-
temperatuur aan.
320zAanduidingen
Page 32 of 165

Motoroliepeil te laagSymbool oliepeil wordt
weergegeven.Check Oil
wordt weergege-
ven.
De elektronische oliepeilsensor
heeft een te laag oliepeil gecon-
stateerd.
Het juiste motoroliepeil kan al-
leen worden vastgesteld door
een controle met de oliepeilweer-
gave. Bij de volgende tankstop:
Motoroliepeil controleren
( 97)
Bij een te laag oliepeil:
Motorolie bijvullen ( 98)
Als op het display de melding
"Oliepeil controleren" verschijnt,
hoewel met de oliepeilweergave
een correct oliepeil wordt geme-
ten, is mogelijkerwijs de oliepeil-
sensor defect. Neem contact op met een spe-
cialist, bij voorkeur een BMW
Motorrad dealer.
Temperatuurwaarschuwing IJskristalsymbool wordt
weergegeven.
De bij de motorfiets gemeten
buitentemperatuur is lager dan
3°C: De temperatuurwaarschu-
wing sluit niet uit dat glad-
heid ook bij gemeten temperatu-
ren boven 3 °C kan voorkomen.
Bij lage buitentemperaturen altijd
bijzonder anticiperend rijden, met
name op bruggen en schaduwrij-
ke wegen.
Vooruitziend rijden.
ABS-waarschuwingenWeergave
ABS-waarschuwingen worden
door de ABS-waarschuwings-
lamp 1weergegeven.
In enkele landen is een afwijken-
de weergave van de waarschu-
wingslamp van het ABS mogelijk.
Mogelijke landenvarianten.
Uitgebreide informatie over het
BMW Motorrad Integral ABS is
te vinden vanaf pagina ( 82),
een overzicht van de mogelijke
330zAanduidingen
Page 47 of 165

Stuurslot vergrendelen
Als de motorfiets op de zij-
standaard staat, is het van
de ondergrond afhankelijk of het
stuur naar links of naar rechts
wordt gedraaid. Op een horizon-
tale ondergrond staat de motor-
fiets echter stabieler als het stuur
tegen de linker aanslag staat in
plaats van tegen de rechter aan-
slag.
Op een horizontale ondergrond
het stuur altijd tegen de linker
aanslag draaien om het stuurslot
te vergrendelen. Het stuur naar links of rechts
draaien.
Sleutel in stand
3draaien, hier-
bij het stuur wat bewegen.
Contact, verlichting en alle cir-
cuits uitgeschakeld.
Stuurslot vergrendeld.
De sleutel kan worden verwij-
derd.
Elektronische
wegrijbeveiligingDiefstalbeveiligingDe elektronische wegrijbeveili-
ging verhoogt de beveiliging te-
gen diefstal van uw BMW motor-
fiets - zonder dat daarvoor iets
ingesteld of geactiveerd hoeft te
worden. Deze beveiliging zorgt
ervoor dat de motor alleen met
de bij de motorfiets behorende
sleutels kan worden gestart. Ook
kunt u sleutels afzonderlijk door
uw BMW Motorrad dealer laten
blokkeren, bijvoorbeeld indien u een sleutel bent kwijtgeraakt.
Met een geblokkeerde sleutel
kan de motor niet meer worden
gestart.
Elektronica in de sleutelDe elektronica in de motorfiets
wisselt via een ringantenne in het
contactslot voor elke motorfiets
individuele en continu wisselende
signalen met de elektronica in de
sleutel uit. Pas als de sleutel als
"bevoegd" is herkend, geeft de
motorelektronica het starten vrij.
Indien een reservesleutel
aan de hoofdsleutel is be-
vestigd, kan de elektronica "ge-
ïrriteerd" raken en wordt er geen
toestemming gegeven voor het
starten van de motor. Op het
multifunctioneel display wordt de
waarschuwing
EWS
weergege-
ven.
Bewaar uw reservesleutel altijd
apart van uw contactsleutel.
445zBediening
Page 52 of 165

Toets1bedienen.
Met iedere toetsbediening wor-
den uitgaande van de actuele
waarde in de onderstaande volg-
orde weergegeven: Omgevingstemperatuur Gemiddelde snelheid
Gemiddeld verbruik
Actieradius
Oliepeilaanduiding
Bandenspanningswaarden (SU)
OmgevingstemperatuurAls de motorfiets stilstaat kan de
warmte van de motor de meting
van de omgevingstemperatuur
1
beïnvloeden. Als de invloed van
de warmte van de motor te groot
wordt, wordt tijdelijk
--
op het
display weergegeven. Als de omgevingstempe-
ratuur tot beneden 3 °C
daalt, verschijnt een waarschu-
wing voor mogelijke gladheid
door ijsvorming. De eerste keer
dat de temperatuur beneden de-
ze waarde daalt, wordt ongeacht
de displayinstelling automatisch
overgeschakeld op de tempera-
tuurweergave.
Gemiddelde snelheidBij de berekening van de ge-
middelde snelheid 1wordt de
verstreken tijd vanaf de laatste
"RESET" gebruikt. Niet meege-
rekend worden onderbrekingen
450zBediening
Page 55 of 165

De symbolen betekenen:OK
: Oliepeil correct.
CHECK
: Bij de volgende
tankstop het oliepeil controleren.
---
: Geen meting mogelijk (niet
aan genoemde voorwaarden vol-
daan).
Wordt andere informatie
van de boordcomputer op-
geroepen, dan blijft dit symbool
weergegeven, tot het oliepeil
weer als correct wordt herkend.
Na het opnieuw inschakelen van
het contact wordt de laatst ge-
meten toestand gedurende 5
seconden weergegeven.
Als ondanks een correct
oliepeil in het oliepeilglas,
op het display permanent de
melding "Ölstand prüfen" (oliepeil
controleren) wordt weergegeven,
is mogelijkerwijs de oliepeilsen-
sor defect. In dit geval kunt u contact opnemen met uw BMW
Motorrad dealer.
Bandenspanningscon-
trole RDC
SU
Bandenspanningen
weergevenContact inschakelen.
Toets
1zo vaak bedienen, tot
op het display de bandenspan-
ningen worden weergegeven. De bandenspanningen worden
met de tekst
RDC P
weergege-
ven. De linker waarde geeft de
bandenspanning van het voorwiel
aan, de rechter waarde de ban-
denspanning van het achterwiel.
Direct na het inschakelen van het
contact wordt
-- --
weergege-
ven, omdat het overdragen van
de bandenspanningswaarde pas
boven een snelheid van 30 km/h
begint.
De bandenspanningen worden
afwisselend met de klok weerge-
geven.
453zBediening
Page 64 of 165

Elektronische
demperinstelling
ESA
SU
InstellingenMet behulp van de elektronische
demperinstelling ESA kunt u uw
motorfiets op comfortabele wijze
aanpassen aan de verschillende
beladingssituaties en ondergron-
den.
De demperinstelling wordt in het
multifunctionele display in het ge-
deelte1weergegeven, de veer-
voorspanning in het gedeelte 2.
Gedurende de weergave van de ESA-waarden wordt de weergave
van de kilometerteller niet weer-
gegeven. Drie veervoorspannin-
gen kunnen met drie demperin-
stellingen worden gecombineerd,
om de motorfiets optimaal aan
de belading en de ondergrond
aan te passen.
Instelling van de
veervoorspanningDe ESA-regeleenheid is met een
overbelastingszekering uitge-
rust, die bij te hoog stroomver-
bruik de instelprocedure voor de
veervoorspanning onderbreekt.
Vooral bij lage temperaturen en
hoge belading kan kortstondig
een verhoogd stroomverbruik en
zodoende onderbreking van de
instelprocedure optreden.
BMW Motorrad adviseert, bij
temperaturen onder 0 °C een
duopassagier pas te laten op-
stappen nadat de instelling voor
rijden met duopassagier is vol-
tooid. Evenzo adviseert BMW
Motorrad bij een zeer lange ver-
stelslag (verstelling van "rijden
zonder passagier" naar "rijden
met duopassagier en bagage")
de motorfiets te ontlasten.
De ESA-melding knippert tot de
instelprocedure is afgesloten.
Een onderbroken instelprocedure
wordt automatisch voorgezet, zo-
dra het stroomverbruik daalt, bijv.
door de hierboven beschreven
maatregelen.
Instelling oproepenContact inschakelen.
462zBediening
Page 74 of 165

Remwerking
Remvloeistofpeil, voor en ach-
ter
Werking van de koppeling
Koppelingsvloeistofpeil
Demperinstelling en veervoor-
spanning
Profieldiepte en bandenspan-
ning
Veilige bevestiging van de kof-
fer en bagage
Met regelmatige tussenpozen: Motoroliepeil (bij iedere
tankstop)
Remblokslijtage (bij elke derde
tankstop)StartenZijstandaardBij een uitgeklapte zijstandaard
en een ingeschakelde versnel-
ling kan de motor niet worden
gestart. Als de motor in de neu-
traalstand wordt gestart en als vervolgens bij uitgeklapte zijstan-
daard een versnelling wordt inge-
schakeld, slaat de motor af.
VersnellingsbakDe motor kan in de neutraalstand
of met ingeschakelde versnelling
met bediende koppeling worden
gestart. De koppeling pas be-
dienen na het inschakelen van
het contact, anders kan de motor
niet worden gestart. In de neu-
traalstand brandt de controlelamp
voor de neutraalstand groen en
geeft de versnellingsindicatie op
het multifunctioneel display N
aan.
Motor startenNoodstopschakelaar
1in be-
drijfsstand A.
Contact inschakelen.
Pre-Ride-Check wordt uitge-
voerd. ( 73)
ABS-zelfdiagnose wordt uitge-
voerd ( 73)
Met SU Automatische
stabiliteitsregeling (ASC): Contact inschakelen.
Pre-Ride-Check wordt uitge-
voerd. ( 73)
ABS-zelfdiagnose wordt uitge-
voerd ( 73)
572zRijden
Page 88 of 165

toestand leiden. Dit kan door de
BWM Motorrad ASC niet gecon-
troleerd worden.Bandenspanningscon-
trole RDC
SU
WerkingIn elke band bevindt zich een
sensor die de temperatuur en
de spanning in de band meet en
deze informatie naar de regeleen-
heid stuurt.
De sensoren zijn voorzien van
een centrifugaalkrachtregelaar die
het overbrengen van de meet-
waarden pas vanaf een snelheid
van circa 30 km/h vrijgeeft. Voor-
dat voor het eerst de banden-
spanning wordt ontvangen, wordt
op het display voor elke band
--
weergegeven. Nadat de motor-
fiets stilstaat worden de meet-
waarden nog gedurende circa 15
minuten door de sensoren door-
gegeven.De regeleenheid kan vier senso-
ren verwerken, daardoor kunnen
twee sets wielen met RDC-sen-
soren worden gebruikt. Als een
RDC-regeleenheid is gemonteerd
zonder dat de wielen zijn voor-
zien van sensoren, wordt een
storingsmelding gegeven.
TemperatuurcompensatieDe bandenspanningen worden
op het multifunctioneel display
gecompenseerd voor de tempe-
ratuur weergegeven, ze gelden
voor een bandentemperatuur van
20 °C. Omdat de bandenspan-
ningsmeters op het tankstations
geen temperatuurafhankelijke
bandenspanning weergeven, zal
deze in de meeste gevallen niet
overeenkomen met de op het
multifunctioneel display weerge-
geven waarde.
Bandenspanningsberei-
kenDe RDC-regeleenheid maakt on-
derscheid tussen drie op de mo-
torfiets afgestemde bandenspan-
ningsbereiken:
Bandenspanning binnen de
toelaatbare tolerantie.
Bandenspanning in het grens-
gebied van de toelaatbare tole-
rantie.
Bandenspanning buiten de toe-
laatbare tolerantie.
686zTechniek in detail
Page 117 of 165

LampenAlgemene aanwijzingenEen defecte gloeilamp wordt
op het display door het sym-
bool lampdefect aangegeven.
Bij een defect aan het rem- of
het achterlicht brandt bovendien
de algemene waarschuwingslamp
geel. Bij een defect aan het ach-
terlicht wordt als vervanging het
remlicht gebruikt door de licht-
sterkte van de tweede gloei- spi-
raal tot achterlichtniveau terug
te brengen. Een defect aan het
achterlicht wordt bovendien op
het display aangegeven.Een defecte lamp bij een
motorfiets vormt een vei-
ligheidsrisico, omdat de machine
door andere verkeersdeelnemers
sneller over het hoofd wordt ge-
zien.
Defecte gloeilampen zo snel mo-
gelijk vervangen; bij voorkeur al- tijd een set geschikte reserve-
lampen meenemen.
Gloeilampen staan onder
druk, beschadigingen kun-
nen tot verwondingen leiden.
Bij het verwisselen van lampen
bescherming voor ogen en han-
den dragen.
In het hoofdstuk "Techni-
sche gegevens" vindt u een
overzicht van de op uw motor-
fiets aanwezige lampen.
Het glas van de nieuwe
gloeilamp niet met de blote
vingers aanraken. Voor het aan-
brengen een schone droge doek
gebruiken. Vuilafzettingen, voor-
al olie en vetten, beïnvloeden de
warmte-afvoer. Oververhitting
en een kortere levensduur van
de gloeilampen zijn hiervan het
gevolg.
Gloeilamp dimlicht
vervangen
Bij de volgende werkzaam-
heden kan een onveilig ge-
plaatste motorfiets omvallen.
Erop letten dat de motorfiets ste-
vig staat.
De motorfiets neerzetten en
erop letten dat de ondergrond
vlak en stevig is.
Contact uitschakelen. Om een betere toegang te
krijgen het stuur naar links
draaien.
8115zOnderhoud