service FIAT 500 2018 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: FIAT, Model Year: 2018, Model line: 500, Model: FIAT 500 2018Pages: 224, PDF Size: 3.92 MB
Page 78 of 224

KENNISMAKING MET DE AUTO
76
Om de Uconnect™ LIVE services te
kunnen gebruiken, is het volgende
noodzakelijk:
❒ Download de Uconnect™ LIVE
App uit “App Store” of “Google
play” op uw compatibele
smartphone, en zorg ervoor dat de
gegevensverbinding is
ingeschakeld.
❒ Registreer u op Uconnect™ LIVE
App, www.DriveUconnect.eu of op
de website www.fiat.it.
❒ Start deUconnect™ LIVE App op
de smartphone en voer uw
gegevens in.
Ga, voor meer informatie over de
beschikbare services voor uw markt,
naar de website
www.DriveUconnect.eu.
Eerste toegang tot het voertuig
Zodra u de Uconnect™LIVEApp hebt
gelanceerd en uw gegevens hebt
ingevoerd, moet u de Bluetooth®
koppeling tussen uw smartphone en
de autoradio uitvoeren, zoals
beschreven in het hoofdstuk “Mobiele
telefoon koppelen” om toegang te
krijgen tot de Uconnect™ LIVE
services in uw voertuig.
De lijst van ondersteunde mobiele
telefoons is beschikbaar op
www.driveuconnect.eu.Wanneer het registreren is voltooid, zijn
de aangesloten services beschikbaar
door te drukken op het pictogram
Uconnect™ op de radio.
Wanneer de activering is afgerond,
wordt de gebruiker hiervan op de
hoogte gebracht met een bericht. Als
een persoonlijk profiel nodig is voor de
services, kunnen uw accounts worden
aangesloten via de Uconnect™ LIVE
App, of in uw persoonlijke zone op
www.driveUconnect.eu.
Gebruiker niet aangesloten
Als de gebruiker de mobiele telefoon
niet registreert met het Bluetooth®-
systeem, dan toont het radiomenu bij
het drukken op de toets Uconnect™
uitgeschakelde pictogrammen, met
uitzondering van eco:Drive.
Meer informatie over de eco:Drive™
functie is beschikbaar in het speciale
hoofdstuk.
Instelling van Uconnect™ services
die kan worden beheerd via
de radio
Het gedeelte “Instellingen” kan worden
geraadpleegd via het pictogram in
het radiomenu bestemd voor de
Uconnect™ LIVE services. In deze
sectie kan de gebruiker de
systeemopties controleren en naar
eigen voorkeur wijzigen.Systemen updaten
Als een update voor het Uconnect™
LIVE systeem beschikbaar is terwijl de
Uconnect™ services worden
gebruikt, dan wordt de gebruiker
hiervan op de hoogte gebracht via een
bericht op het radioscherm.
De update omvat het downloaden van
de nieuwe softwareversie voor het
beheer van de Uconnect™ LIVE
services.
De update wordt uitgevoerd met
behulp van de gegevensverbinding van
de geregistreerde smartphone. De
gebruiker wordt op de hoogte
gebracht van de gegenereerde
verkeershoeveelheid.
De Uconnect™ LIVE app
De Uconnect™ LIVE App moet
worden geïnstalleerd op uw
smartphone om toegang te krijgen tot
de op het voertuig aangesloten
diensten. Deze applicatie kan worden
gebruikt om toegang te krijgen tot uw
profiel en om uw Uconnect™ LIVE
ervaring aan uw persoonlijke wensen
aan te passen.
De App kan worden gedownload via
de “App Store” of “Google Play”.
Page 79 of 224

77
Om veiligheidsredenen kan de App niet
worden geopend wanneer de telefoon
is geregistreerd met de autoradio.
Persoonlijke gegevens (e-mail en
wachtwoord) zijn vereist om toegang
te krijgen tot de Uconnect™ LIVE
radioservices, daarom is de inhoud van
uw persoonlijke account beveiligd en
kan deze alleen worden geopend door
de echte gebruiker.
Aangesloten services die kunnen
worden geraadpleegd op het
voertuig
De Uconnect™ LIVE services
beschikbaar in het radiomenu kunnen
verschillen afhankelijk van de markt.
De eco:Drive™ en my:Car applicaties
zijn ontwikkeld om de rijervaring van de
klant te verbeteren en daarom zijn ze
verkrijgbaar op alle markten waar
toegang tot de Uconnect™ LIVE
services mogelijk is.
Ga voor meer informatie naar de
website www.DriveUconnect.eu.
Als het navigatiesysteem in de
autoradio wordt geïnstalleerd, dan
wordt bij toegang tot de Uconnect™
LIVE services het gebruik van de
TomTom LIVE services geactiveerd.
Raadpleeg voor meer informatie over
de LIVE-functies het betreffende
hoofdstuk.eco:Drive™
Met de eco:Drive™ applicatie kan uw
rijgedrag in realtime worden
weergeven, zodat u uw rijstijl kunt
verbeteren voor wat betreft
brandstofverbruik en uitstoot.
Daarnaast kunnen de gegevens
worden opgeslagen op een USB-
flashdrive en kan een gegevensanalyse
worden gemaakt op uw pc dankzij de
eco:Drive™ desktopapplicatie,
beschikbaar op www.fiat.it of
www.DriveUconnect.eu.
Het rijgedrag wordt geëvalueerd door
middel van vier indexen die de
volgende parameters controleren:
❒ Acceleratie
❒ Deceleratie
❒ Schakelen
❒ Snelheid
eco:Drive™ display
Druk op de toets eco:Drive™ om van
deze functie gebruik te maken.
Er wordt een scherm weergegeven op
het display van de autoradio met de 4
hierboven beschreven indexen. Deze
indexen zijn grijs totdat het systeem
genoeg gegevens heeft om de rijstijl te
analyseren.Zodra voldoende gegevens
beschikbaar zijn, nemen de indexen op
basis van de beoordeling 5 kleuren
aan: donkergroen (zeer goed),
lichtgroen, geel, oranje en rood (zeer
slecht).
“Huidige trip index” verwijst naar de
volledige waarde die in realtime is
berekend op grond van het
gemiddelde van de beschreven
indexen.
Deze index geeft de eco-vriendelijkheid
van de rijstijl weer: van 0 (laag) tot 100
(hoog).
Bij langdurige stilstand toont het
display het gemiddelde van de indexen
tot dat moment (”Gemiddelde index”)
dan worden de indexen weer gekleurd
in real time zodra het voertuig weer
gestart wordt.
Om de gemiddelde gegevens te
controleren van een vorige trip (een
“trip” is een cyclus die begint wanneer
de contactsleutel wordt aangezet
totdat hij weer wordt uitgezet),
selecteer de knop “Vorige Trip” (fig. 4).
De gegevens van de vorige trip kunnen
ook worden weergegeven door op de
toets “Details” (Gegevens) te drukken,
waarna de reisduur (tijd en afstand) en
de gemiddelde snelheid worden
weergegeven.
Page 95 of 224

93
SIRI EYES FREE
(alleen beschikbaar bij iPhone 4S en
hoger en compatibele iOS)
Nadat u het voor Siri ingeschakelde
apparaat heeft gekoppeld aan
Uconnect™ de
}knop op het stuurwiel
ingedrukt houden en dan loslaten.
Na een dubbele piep, kunt u
gebruikmaken van Siri, om naar muziek
te luisteren, oproepen te doen,
tekstberichten te lezen en meer.
Uconnect™ LIVE-
SERVICES
Druk op de knop Uconnect™ om
toegang te krijgen tot de apps van
Uconnect™ LIVE.
De beschikbare services hangen af van
de configuratie van de auto en de
markt.
Om de services van Uconnect™ LIVE
te gebruiken, moet u de Uconnect™
LIVE-app downloaden van Google
Play of de Apple Store en registreren
met gebruik van de app of op
www.DriveUconnect.eu.
Eerste toegang tot het voertuig
Zodra u de Uconnect™ LIVEApp
hebt gelanceerd en uw gegevens hebt
ingevoerd, moet u de Bluetooth®
koppeling tussen uw smartphone en
de autoradio uitvoeren, zoals
beschreven in het hoofdstuk “Mobieletelefoon koppelen” om toegang te
krijgen tot de Uconnect™ LIVE
services in uw voertuig.
Wanneer het registreren is voltooid, zijn
de aangesloten services beschikbaar
door te drukken op het pictogram
Uconnect™ LIVEop de radio.
Voordat u de aangesloten services
kunt gebruiken, moet u eerst de
Bluetooth®koppeling uitvoeren,
daarna de activeringsprocedure
voltooien door de aanwijzingen op te
volgen die verschijnen in de
Uconnect™ LIVEapp.
Instelling van Uconnect™ LIVE
services die kunnen worden
beheerd via de radio
In het radiomenu Uconnect™ LIVE
kan het onderdeel
“SettInstellingenings” worden geopend
door op het pictogram te drukken.
In deze sectie kan de gebruiker de
systeemopties controleren en naar
eigen voorkeur wijzigen.
Systeemupdates
Als een update voor het Uconnect™
LIVEsysteem beschikbaar is terwijl de
Uconnect™ LIVEservices worden
gebruikt, dan wordt u hiervan op de
hoogte gebracht via een bericht op het
radioscherm.
Aangesloten services die kunnen
worden geraadpleegd op het
voertuig
De eco:Drive™ en my:Car applicaties
zijn ontwikkeld om de rijervaring van de
klant te verbeteren en daarom zijn ze
verkrijgbaar op alle markten waar
toegang tot de Uconnect™ LIVE
services mogelijk is. Als het
navigatiesysteem in de autoradio wordt
geïnstalleerd, dan wordt bij toegang tot
de Uconnect™ LIVE services het
gebruik van de “Live” services
geactiveerd.
eco:Drive™
Met de eco:Drive™ applicatie kan uw
rijgedrag in realtime worden
weergeven, zodat u uw rijstijl kunt
verbeteren voor wat betreft
brandstofverbruik en uitstoot.
Daarnaast kunnen de gegevens
worden opgeslagen op een USB-
flashdrive en kan een gegevensanalyse
worden gemaakt op uw pc dankzij de
eco:Drive™ desktopapplicatie,
beschikbaar op
www.DriveUconnect.eu.
Het rijgedrag wordt geëvalueerd door
middel van vier indexen die de
volgende parameters controleren:
acceleratie, deceleratie, schakelen,
snelheid
Page 98 of 224

KENNISMAKING MET DE AUTO
96
Apple CarPlay en Android Auto
verlaten
Als de applicatie CarPlay is
ingeschakeld, hebt u nog steeds
toegang tot de inhoud van het
Uconnect™-systeem door de
bediening te gebruiken die op het
display beschikbaar en zichtbaar is.
Om terug te keren naar de inhoud van
het Uconnect™-systeem als de
applicatie Android Auto is
ingeschakeld, moet de laatste optie op
de systeembalk van Android Auto
worden geselecteerd en daarna "Terug
naar Uconnect".
Om de sessie van Apple CarPlay of
Android Auto te beëindigen, moet de
smartphone fysiek van de
USB-aansluiting worden losgemaakt.
INSTELLINGEN
Druk op de toets Instellingen op het
display om het hoofdmenu Instellingen
weer te geven.
OPMERKING De weergegeven
menu-items hangen van de versie af.
Het menu bestaat indicatief uit de
volgende onderwerpen:
❒ Taal;
❒ Weergave;
❒ Meeteenheid;
❒ Spraakopdrachten;❒ Klok & Datum;
❒ Veiligheid & Hulp bij rijden
(voor bepaalde versies/markten);
❒ Portieren+Vergrendeling;
❒ Opties uitschakeling motor;
❒ Audio;
❒ Telefoon/Bluetooth®;
❒ Configuratie Radio;
❒ Terug naar standaardinstellingen;
❒ Persoonlijke gegevens wissen.
NAVIGATIE
(alleen Uconnect 7” HD
Nav LIVE)
Druk op de knop “Nav” om de kaart
voor navigatie weer te geven op het
display.
OPMERKING: Het volume van het
navigatiesysteem kan alleen worden
aangepast tijdens de navigatie als er
gesproken aanwijzingen zijn
ingeschakeld.
Hoofdnavigatiemenu
Tik in de navigatieweergave op de
hoofdmenuknop om het menu te
openen.
❒
“Zoek”: selecteer deze knop om te
zoeken naar een adres, een plaats of
een POI (Point Of Interest), en plan
vervolgens een route naar de locatie.
❒ Selecteer de “Huidige route” om de
geplande route te bewerken of te
verwijderen.
❒ U kunt “Mijn plaatsen” gebruiken
om een verzameling nuttige of
favoriete adressen te maken.
De volgende items zijn altijd
beschikbaar in “Mijn plaatsen”:
“Thuis” en “Recente
bestemmingen”.
❒ Selecteer de “Parkeer” knop om
parkeerplaatsen te vinden.
❒ Selecteer de “Weer” of
“Waarschuwingen voor flitsers”
knop om informatie over het weer te
krijgen om de positie van de flitsers
te zien.
OPMERKING De functies “Weer” en
“Waarschuwingen voor flitsers” zijn
alleen actief als TomTom Services is
geactiveerd. Anders wordt de knop
grijs weergegeven en is de functie niet
beschikbaar.
❒ Selecteer “Benzinestation” om
tankstations te vinden.
❒ Selecteer de grafische knop
“TomTom Services” om de
activeringsstatus te bekijken van de
volgende diensen (inschrijving
vereist): “Verkeersinformatie”,
“Flitsers”, “Weer”, “Online zoeken”.
Page 99 of 224

97
Selecteer deze knop om het
“Instellingen”-menu te
openen;
Selecteer deze knop om het
“Help”-menu te openen. Het
“Help”-menu bevat informatie
over Uconnect™ systeem,
bijvoorbeeld de kaartversie,
het serienummer van het
apparaat en de juridische
kennisgeving.
Selecteer deze knop om
terug te gaan naar de
navigatieweergave.
Selecteer deze knop om de
spraakopdrachten te
activeren.
Selecteer Uit om geen
spraakopdrachten meer te
horen. U ontvangt nog wel
informatie zoals
verkeersinformatie en
waarschuwingsgeluiden.
Tip: u kunt de
waarschuwingsgeluiden
deactiveren door het
selecteren van
“Instellingen”, dan “Geluiden
en waarschuwingen”.
Selecteer deze knpo om de
schermhelderheid te
verhogen en de kaart in
helderdere kleuren weer te
geven.
Als u in het donker rijdt of in
een tunnel, is het scherm
beter te zien en leiden de
kleuren minder af als er
donkerdere kleuren worden
gebruikt.
Tip: het systeem schakelt
automatisch tussen een dag-
en nachtweergave, afhankelijk
van het tijdstip. U kunt dit
uitschakelen door “Uiterlijk” te
selecteren in het menu
“Instellingen” en de optie
“Schakel naar nachtkleuren”
uit te schakelen als het
donker is.
Kaarten updaten met
Mopar® Map Care
Voor optimale prestaties moet het
navigatiesysteem regelmatig worden
geüpdatet. Daarom biedt de dienst
Mopar® Map Care eens per drie
maanden een nieuwe kaartupdate.
De updates kunnen worden
gedownload van de website
maps.mopar.eu en rechtstreeks in het
navigatiesysteem van uw auto worden
geïnstalleerd. Alle updates zijn gratis gedurende 3
jaar na de datum waarop de garantie
van de auto ingaat. Het
navigatiesysteem kan ook worden
geüpdatet door het Fiat
Servicenetwerk (de dealer kan kosten
in rekening brengen voor het updaten
van het navigatiesysteem).
SPRAAKOPDRACHTEN
OpmerkingVoor talen die niet door
het systeem worden ondersteund, zijn
geen spraakopdrachten beschikbaar.
Om gebruik te maken van
spraakopdrachten, op de toets
}op
het stuurwiel drukken en de
spraakopdracht die u wilt activeren
uitspreken.
Algemeen
De volgende spraakopdrachten
kunnen gegeven worden na het
indrukken van de toets op het
stuurwiel
}:
❒ Help
❒ Annuleren
❒ Herhalen
❒ Spraakbegeleiding
Telefoon
De volgende spraakopdrachten
kunnen gegeven worden na het
indrukken van de toets op het
stuurwiel
}:
❒ Bellen
Page 101 of 224

99
MOPAR® CONNECT
(waar aanwezig)
Met deze diensten hebt u uw voertuig
altijd onder controle en ontvangt u
assistentie in het geval van een
ongeval, diefstal of pech.
Om van deze diensten gebruik te
kunnen maken, dient u het Mopar®
Connect-apparaat op uw voertuig uit
het land te installeren (lijst beschikbaar
op de website www.driveuconnect.eu)
en het te activeren door de
aanwijzingen te volgen die u hebt
ontvangen op het e-mailadres dat u
hebt opgegeven toen u het voertuig
hebt opgehaald.
Om de verbonden diensten te
gebruiken moet u de Uconnect™ LIVE
App downloaden of naar de portal
www.driveuconnect.eu gaan.
U kunt alle details over de diensten in
de sectie Mopar® Connect van de
portal www.driveuconnect.eu vinden.
PRIVACY-MODUS
In de privacy-modus kunt u de
diensten “Auto zoeken”, “Gebied
melden” en “Snelheid melden”
uitschakelen, waardoor geregistreerde
klanten hun auto gedurende een vaste
tijdsduur kunnen lokaliseren.
BELANGRIJK De tracering van de
voertuigpositie blijft actief voor de
assistentiediensten, waar voorzien, in
het geval van een ongeval of diefstal
van het voertuig, maar dit is voor de
klant niet zichtbaar.
Activeringsprocedure
PRIVACY-MODUS
Ga als volgt te werk:
❒ noteer het huidige totale
kilometrage (in km);
❒ zorg dat het instrumentenpaneel uit
staat;
❒ Stuur het volgende tekstbericht
naar +393424112613: “PRIVACY
PRIVACY ZFA3340000P123456
12532). Het chassisnummer vindt u
in het kentekenbewijs;❒ wacht alvorens de motor te starten
op het tekstbericht waarin
bevestigd wordt dat de Privacy-
modus geactiveerd is en dat
aangeeft wanneer die verloopt.
Na ontvangst van deze bevestiging
kunt u op weg gaan zonder dat het
voertuig gevolgd wordt, tot het
moment dat de aangegeven tijd is
verstreken.
Als de Privacy-modus tijdens een rit
verloopt, zal die verlengd worden tot
het moment dat de motor wordt
uitgeschakeld (instrumentenpaneel uit).
Indien u een tekstbericht ontvangt dat
uw verzoek is mislukt, moet u zich
ervan bewust zijn dat het voertuig
zichtbaar zal blijven voor de
geregistreerde klant.
Als u tijdens de activering twijfels of
problemen krijgt, raadpleeg dan de
FAQ op de portal
www.driveuconnect.eu of neem
contact op met het Fiat
Servicenetwerk of de klantenservice.
Page 104 of 224

VEILIGHEID
102
Druk op knop C fig. 67 om de riem los
te laten.
Begeleid de gordel tijdens het
teruglopen, zodat hij niet draait.
De oprolautomaat kan blokkeren als
het voertuig op een steile helling staat:
dit is normaal.
Bovendien blokkeert de oprolautomaat
als de gordel snel word uitgetrokken of
bij hard remmen, botsingen en bij
bochten die op hoge snelheid worden
genomen.
De achterbank is voorzien van
driepuntsveiligheidsgordels met
oprolautomaat.
OPMERKING Leg de achterste
veiligheidsgordels om zoals getoond in
fig. 68.
67DVDF0S041c
BELANGRIJK Als de
achterbankleuning na het neerklappen
weer in de normale stand wordt
geplaatst, controleer dan of de
veiligheidsgordels zodanig geplaatst
zijn dat ze klaar voor gebruik zijn.
SBR-SYSTEEM
(voor bepaalde versies/markten)
Het SBR-systeem waarschuwt de
passagiers op de voorstoel en
achterbank (voor bepaalde
versies/markten) als hun
veiligheidsgordel niet is omgelegd. Het
systeem signaleert niet vastgemaakte
veiligheidsgordels met visuele
waarschuwingen
(waarschuwingslampjes branden op
het instrumentenpaneel en
pictogrammen op het display) en een
geluidssignaal (zie de volgende
paragrafen).
68DVDF0S0056c
OPMERKING Neem contact op met
het Fiat Servicenetwerk om dit
geluidssignaal permanent te laten
uitschakelen. Het geluidssignaal kan te
allen tijde via het display van het Set-
up-menu weer ingeschakeld worden.
Werking controlelampje
veiligheidsgordels
Het systeem waarschuwt de
bestuurder en de passagier op de
voorstoel als hun veiligheidsgordel niet
is vastgemaakt, als volgt:
❒ knipperend
gedurende circa 100 seconden.
❒ zodra de cyclus klaar is, blijft het
lampje constant branden totdat de
veiligheidsgordels omgelegd zijn.
VOORAANSPANNERS
Het voertuig is uitgerust met
veiligheidsgordels voor met
gordelspanners, die bij een heftige
frontale botsing perfecte aansluiting
garanderen van de veiligheidsgordels
aan het lichaam van de inzittende
voordat de blokkeringswerking begint.
Page 120 of 224

VEILIGHEID
118
Zijairbag
(voor bepaalde versies/markten)
Deze bestaan uit twee onmiddellijk
opblaasbare kussens die zich in de
rugleuning van de voorstoelen
bevinden, fig. 83, en die het bekken, de
borst en schouders van de inzittenden
bij middelzware zijdelingse botsingen
beschermen.
Hoofdairbag
(voor bepaalde versies/markten)
Dit bestaat uit twee “gordijn”-airbags
achter de zijbekleding van het plafond
afb. 84 en afgedekt door bekleding.
Dankzij het grote oppervlak dat zij in
opgeblazen toestand beslaan, kunnen
zij bij flankbotsingen het hoofd van de
passagiers voorin beschermen en voor
bepaalde markten van de passagiers
achterin.
83DVDF0S055c
Belangrijke opmerkingen
Het systeem biedt de beste
bescherming bij een zijdelingse botsing
als de passagier correct op zijn stoel zit,
zodat de hoofdairbag zo goed mogelijk
opgeblazen kan worden.
De frontairbags en/of zijairbags kunnen
geactiveerd worden bij krachtige stoten
aan de onderzijde van de carrosserie
(bijv. heftige botsing tegen drempels of
stoepranden, grote gaten of
verzakkingen in het wegdek etc.).
84DVDF0S0218c
Als de airbag geactiveerd wordt,
ontsnapt een kleine hoeveelheid poeder.
Dit poeder is niet schadelijk en duidt niet
op het begin van een brand. Verder kan
het oppervlak van de opgeblazen airbag
en het interieur van het voertuig zijn
bedekt met een fijn poederlaagje: dit
poeder kan irriterend zijn voor ogen en
huid. Na aanraking onmiddellijk wassen
met water en neutrale zeep.
Als een of meerdere
veiligheidsvoorzieningen zijn geactiveerd
ten gevolge van een ongeval, neem dan
contact op met het Fiat Servicenetwerk
om deze veiligheidsvoorzieningen te laten
vervangen en om de werking van het
systeem te laten controleren.
De controle, reparatie en vervanging van
airbags mag uitsluitend door een Fiat
Servicenetwerk worden uitgevoerd.
Als de auto wordt gesloopt, moet het
airbagsysteem onbruikbaar worden
gemaakt door het Fiat Servicenetwerk.
Gordelspanners, frontairbags en
zijairbags worden op verschillende
manieren geactiveerd, afhankelijk van het
type botsing. Als een of meerdere van
deze voorzieningen niet in werking
treden, dan duidt dat niet op een storing
in het systeem.
Page 126 of 224

STARTEN EN RIJDEN
124
INSCHAKELING/UITSCHA
KELING SYSTEEM
Het systeem inschakelen:
❒ druk op de
A knop (CANC/RES) fig. 92 en houd
deze ingedrukt, of
❒ als de voertuigsnelheid tussen de 30
tot 130 km/h ligt, draai dan ring B
omhoog of omlaag.
De functie wordt geactiveerd met de
huidige snelheid ingesteld als de
snelheidslimiet. Wanneer het apparaat
is ingeschakeld, wordt dit aangeduid
door het symbool dat wordt
getoond op het display samen met de
laatst ingestelde snelheid.
Het systeem uitschakelen:
druk op de CANC/RES A knop fig. 92.
Uitschakeling van het apparaat wordt
aangeduid door de instelling die
vervangen wordt door het woord
CANC.
Het systeem uitschakelen:
❒ druk op de
A knop (CANC/RES) fig. 92 en houd
deze ingedrukt, of
❒ als de voertuigsnelheid tussen de 30
tot 130 km/h ligt, draai dan ring B
omhoog of omlaag.
DE GEPROGRAMMEERDE
SNELHEID
OVERSCHRIJDEN
Als het gaspedaal volledig wordt
ingetrapt, kan de geprogrammeerde
snelheid overschreden worden, ook als
het systeem is ingeschakeld
(bijv. om in te halen).
Het systeem is uitgeschakeld tot de
snelheid onder de ingestelde limiet
zakt, daarna wordt het weer
automatisch ingeschakeld.
KNIPPEREN VAN DE
GEPROGRAMMEERDE
SNELHEID
In de volgende gevallen gaat de
geprogrammeerde snelheid knipperen:
❒ wanneer het gaspedaal volledig is
ingetrapt en het voertuig de
geprogrammeerde snelheid heeft
overschreden;
❒ inschakeling van het systeem na het
instellen van een limiet lager dan de
werkelijke snelheid van het voertuig;
(met geluidswaarschuwing);
❒ wanneer het apparaat de
voertuigsnelheid niet kan beperken
door de helling van de weg
(met geluidswaarschuwing);
❒ in het geval van een abrupte
acceleratie.
HET SYSTEEM
UITSCHAKELEN
Om het systeem uit te schakelen, ring
C fig. 92 naar de 0 positie draaien.
Automatisch uitschakelen van
systeem
Het systeem wordt automatisch
uitgeschakeld in geval van een
systeemstoring. Neem in dat geval
contact op met het Fiat
Servicenetwerk.
AUTOMATISCH
RESETTEN VAN DE
INGESTELDE SNELHEID
Met de Speed Limiter ingeschakeld en
door op de knop A CANC/RES fig. 92
te drukken bij een hogere snelheid dan
de ingestelde waarde, zal het
motorkoppel worden beperkt zoals
vereist om die waarde te bereiken,
indien deze waarde niet bereikt is
binnen 20 seconden na het indrukken
van de knop.
Page 129 of 224

127
STARTEN MET
HULPACCU
26) 13)
Als de accu leeg is, kan de motor
gestart worden met een hulpaccu met
dezelfde of een iets hogere capaciteit
dan de lege accu.
BELANGRIJK Wacht, nadat de
contactsleutel naar STOP is gedraaid
en het bestuurdersportier is gesloten,
minstens een minuut voordat u de
elektrische voeding van de accu
loskoppelt en vervolgens weer aansluit.
Ga als volgt te werk:
Trek de handrem aan van beide
voertuigen en zet de versnellingsbak
in de vrijstand. verbind de
plusklemmen (+teken bij de klem) van
de beide accu’s met een geschikte
startkabel. Sluit met een tweede
startkabel de minklem –van de
hulpaccu aan op een massapunt E
op
de motor of de versnellingsbak van de
auto die gestart moet worden; Start de
motor. Neem, als de motor gestart is,
de kabels in omgekeerde volgorde los.
Als de motor na enkele pogingen niet
start, blijf dan niet proberen maar neem
contact op met het Fiat
Servicenetwerk. BELANGRIJK Verbind de minklemmen
van de twee accu’s niet rechtstreeks
met elkaar: eventuele vonken kunnen
het explosieve gas ontsteken dat uit de
accu kan ontsnappen.
Als de hulpaccu in een andere auto is
geïnstalleerd, moet accidenteel contact
tussen de metalen delen van beide
auto’s vermeden worden.
Voor versies met
Start&Stop-systeem
Wanneer men met een hulpaccu moet
starten, mag de minkabel (–) van de
hulpaccu NOOIT worden aangesloten
op de minpool (–) van de accu in de
auto, maar uitsluitend op een
massapunt op de motor of op de
versnellingsbak.
NOODGEVALLEN
98DVDF0S061c
Wij adviseren om in een noodsituatie het gratis telefoonnummer te bellen dat in het garantieboekje is vermeld.
U kunt zich ook verbinden met de site www.fiat500.com om de dichtstbijzijnde dealer van het Fiat
Servicenetwerk te zoeken.