set FIAT DUCATO 2007 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: FIAT, Model Year: 2007, Model line: DUCATO, Model: FIAT DUCATO 2007Pages: 282, PDF Size: 10.42 MB
Page 21 of 282

20
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
DIGITAAL DISPLAY
BEGINSCHERM fig. 16
Op het beginscherm kan het volgende
worden weergegeven:
AStand koplampverstelling (alleen als
het dimlicht is ingeschakeld).
BTijd (altijd weergegeven, ook bij uit-
genomen contactsleutel en gesloten
voorportieren).
CKilometerteller (weergave kilometer/
mijltotaalteller) en informatie Trip
computer.
OpmerkingBij uitgenomen contactsleu-
tel wordt bij het openen van een van de
voorportieren het display verlicht en
wordt enkele seconden de tijd en de ki-
lometer- of mijltotaalteller weergegeven.BEDIENINGSKNOPPEN fig. 17
▲Om het scherm en de keuzemoge-
lijkheden naar boven te doorlopen of
de weergegeven waarde te verhogen.
MODEKort indrukken voor toegang
tot het menu en/of naar het vol-
gende scherm te gaan of de keu-
ze te bevestigen.
Even ingedrukt houden om te-
rug te keren naar het begin-
scherm.
▼Om het scherm en de keuzemoge-
lijkheden naar beneden te doorlopen
of de weergegeven waarde te verla-
gen.OpmerkingBij de knoppen ▲en ▼
hangt de werking van het volgende af:
Setup-menu
– binnen het menu kunt u het menu naar
boven of beneden doorlopen;
– tijdens het instellen kunt u de waarde ver-
hogen of verlagen.
fig. 16F0N0016mfig. 17F0N0017m
Page 22 of 282

21
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
SETUP-MENU fig. 18
Het menu bestaat uit een aantal functies
dat “cyclisch” wordt weergegeven. De
functies kunnen met de knoppen ▲en ▼
worden gekozen, waarna u de volgende
keuzemogelijkheden kunt selecteren of in-
stellingen (setup) kunt uitvoeren.
Het setup-menu kan worden ingeschakeld
door de knop MODEkort in te drukken.
Door de knoppen ▲en ▼telkens in te
drukken, kunt u de lijst van het setup-
menu doorlopen.
De werking is afhankelijk van het geselec-
teerde menupunt.Een menupunt selecteren
– als u de knop MODEkort indrukt, kunt
u in het menu de instelling selecteren die
u wilt wijzigen;
– met de knop ▲of ▼(door de knop tel-
kens in te drukken) kan de nieuwe instel-
ling worden geselecteerd;
– als u de knop MODEkort indrukt, kunt
u de instelling opslaan en tegelijkertijd te-
rugkeren naar het eerder geselecteerde
menupunt.
“Klokje instellen” selecteren
– druk kort op de knop MODEom de
eerste eenheid (uren) te wijzigen;
– met de knop ▲of ▼(door de knop tel-
kens in te drukken) kan de nieuwe instel-
ling worden geselecteerd;
– als u de knop MODEkort indrukt, kunt
u de instelling opslaan en tegelijkertijd ver-
dergaan naar het volgende onderdeel van
het instelmenu (minuten);
– na het instellen van de tijd keert u te-
rug naar het eerder geselecteerde menu-
punt.Als u de knop MODE even ingedrukt houdt:
– als u zich in het menu bevindt, dan ver-
laat u het setup-menu;
– als u zich in een menu-onderdeel be-
vindt, dan verlaat u dat menu-onderdeel;
– worden alleen de reeds opgeslagen in-
stellingen bewaard (reeds bevestigd door
het indrukken van de knop MODE).
Het setup-menu heeft een tijdregeling; als
het menu na het verstrijken van een
bepaalde tijd wordt afgesloten, dan blijven
alleen de reeds opgeslagen instellingen
bewaard (reeds bevestigd door het kort
indrukken van de knop MODE).
Page 27 of 282

BEDIENINGSKNOPPEN fig. 20
▲Om het scherm en de keuzemoge-
lijkheden naar boven te doorlopen of
de weergegeven waarde te verhogen.
MODEKort indrukken voor toegang
tot het menu en/of naar het vol-
gende scherm te gaan of de keu-
ze te bevestigen.
Even ingedrukt houden om te-
rug te keren naar het begin-
scherm.
▼Om het scherm en de keuzemogelijk-
heden naar beneden te doorlopen of
de weergegeven waarde te verlagen.
MULTIFUNCTIONEEL
DISPLAY (indien
aanwezig)
Het multifunctionele display kan alle nut-
tige en noodzakelijke informatie tijdens de
rit weergeven:
BEGINSCHERM fig. 19
Op het beginscherm kan het volgende
worden weergegeven:
ADatum.
BKilometerteller (weergave kilometer/
mijltotaalteller).
CTijd (altijd weergegeven, ook bij uit-
genomen contactsleutel en gesloten
voorportieren).
DBuitentemperatuur.
EStand koplampverstelling (alleen als
het dimlicht is ingeschakeld).
OpmerkingBij het openen van een
voorportier wordt het display verlicht en
wordt enkele seconden de tijd en de
kilometer-/mijltotaalteller weergegeven.
fig. 19F0N0018m
OpmerkingBij de knoppen ▲en ▼
hangt de werking van het volgende af:
Lichtsterkte interieur autoregelen
– als de buitenverlichting is ingeschakeld
en het beginscherm wordt weergegeven,
dan kunt u hiermee de lichtsterkte in het
interieur regelen.
Setup-menu
– binnen het menu kunt u het menu naar
boven of beneden doorlopen;
– tijdens het instellen kunt u de waarde ver-
hogen of verlagen.
fig. 20F0N0017m
26
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
Page 28 of 282

27
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
SETUP-MENU fig. 21
Het menu bestaat uit een aantal functies
dat “cyclisch” wordt weergegeven. De
functies kunnen met de knoppen ▲en ▼
worden gekozen, waarna u de volgende
keuzemogelijkheden kunt selecteren of in-
stellingen (setup) kunt uitvoeren. Bij en-
kele onderdelen (Klokje en Meeteenheid
instellen) is er een submenu.
Het setup-menu kan worden geactiveerd
door de knop MODEkort in te drukken.
Door de knop ▲of ▼telkens in te druk-
ken, kunt u de lijst van het setup-menu
doorlopen.
De werking is afhankelijk van het geselec-
teerde menupunt.
Een menupunt selecteren in het hoofdmenu
zonder submenu:
– als u de knop MODEkort indrukt, kunt
u in het hoofdmenu de instelling selecte-
ren die u wilt wijzigen;
– met de knop ▲of ▼(door de knop tel-
kens in te drukken) kan de nieuwe instel-
ling worden geselecteerd;
– als u de knop MODEkort indrukt, kunt
u de instelling opslaan en tegelijkertijd
terugkeren naar het eerder geselecteerde
menupunt in het hoofdmenu.“Datum” en “Klokje instellen” selecteren:
– als u de knop MODEkort indrukt, kunt
u de instelling selecteren die u wilt wijzi-
gen (bijv. uren/minuten of jaar/maand/
dag);
– met de knop ▲of ▼(door de knop tel-
kens in te drukken) kan de nieuwe instel-
ling worden geselecteerd;
– als u de knop MODEkort indrukt, kunt
u de instelling opslaan en tegelijkertijd door-
gaan naar het volgende menupunt. Als dit
menupunt het laatste is, dan wordt terug-
gekeerd naar het daarvoor geselecteerde
menupunt.
Als u de knop MODE even ingedrukt houdt:
– als u zich in het hoofdmenu bevindt, dan
verlaat u het setup-menu;
– als u zich op een ander punt in het menu
bevindt (instellen van een onderdeel in een
submenu, in een submenu of instellen van
een onderdeel in het hoofdmenu), dan
keert u terug naar het hoofdmenu;
– worden alleen de reeds opgeslagen in-
stellingen bewaard (reeds bevestigd door
het indrukken van de knop MODE).
Het setup-menu heeft een tijdregeling; als
het menu na een bepaalde tijd wordt af-
gesloten, dan worden alleen de reeds op-
geslagen instellingen bewaard (reeds be-
vestigd door het kort indrukken van de
knop MODE). Een menupunt selecteren in het hoofdmenu
met submenu:
– als u de knop MODE kort indrukt,
wordt het eerste menupunt van het sub-
menu weergegeven;
– met de knop ▲of ▼(door de knop tel-
kens in te drukken) kunt u alle menupun-
ten van het submenu doorlopen;
– als u de knop MODEkort indrukt, kunt
u het weergegeven menupunt van het sub-
menu selecteren en verschijnt het be-
treffende setup-menu;
– met de knop ▲of ▼(door de knop tel-
kens in te drukken) kan de nieuwe instel-
ling van dit menupunt in het submenu
worden geselecteerd;
– als u de knop MODEkort indrukt, kunt
u de instelling opslaan en tegelijkertijd te-
rugkeren naar het eerder geselecteerde
menupunt in het submenu.
Page 34 of 282

33
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
Volumeregeling knoppen
(Vol. toetsen)
Het akoestische signaal dat klinkt bij het
indrukken van de knoppen MODE, ▲of
▼, kan worden ingesteld op 8 niveaus.
Ga voor het instellen van het gewenste
volume als volgt te werk:
– druk kort op de knop MODE; op het
display knippert het "niveau" van het in-
gestelde volume;
– druk op de knop ▲of ▼om de instel-
ling uit te voeren;
– druk kort op de knop MODE om terug
te keren naar het menuscherm of houd de
knop even ingedrukt om terug te keren
naar het beginscherm zonder op te slaan.Herinschakeling buzzer voor
melding SBR-systeem (Buzz.
gordels)
De functie wordt alleen weergegeven als
het SBR-systeem door de Fiat-dealer is uit-
geschakeld (zie de paragraaf “SBR-sys-
teem” in het hoofdstuk “Veiligheid”).
Geprogrammeerd onderhoud
(Service)
Met deze functie kan worden weergege-
ven hoeveel kilometers nog resteren
voordat een servicebeurt moet worden
uitgevoerd.
Ga voor het raadplegen van deze aanwij-
zingen als volgt te werk:
– druk kort op de knop MODE; op het
display knippert de afstand in km of mijl,
afhankelijk van de instelling (zie de para-
graaf “Meeteenheid”);
– druk kort op de knop MODEom terug
te keren naar het menuscherm of houd de
knop even ingedrukt om terug te keren
naar het beginscherm.OpmerkingHet “Geprogrammeerd On-
derhoudsschema” heeft van de motoruit-
voering afhankelijke onderhoudsinterval-
len; deze weergave verschijnt automatisch
als de contactsleutel in stand MARstaat,
vanaf 2000 km (of 1240 mijl) voor een ser-
vicebeurt en wordt elke 200 km (of 124
mijl) herhaald. Op dezelfde wijze worden
berichten betreffende olieverversen her-
haald. Met de knoppen ▲of ▼kan af-
wisselend de informatie over het gepro-
grammeerd onderhoud en het oliever-
versen worden weergegeven. Onder de
200 km wordt de weergave met kleinere
intervallen weergegeven. De weergave is
afhankelijk van de ingestelde meeteenheid
in km of mijl. Als u dicht bij de volgende
servicebeurt bent en u de contactsleutel
in stand MARdraait, verschijnt op het dis-
play het opschrift "Service" gevolgd door
het aantal kilometers/mijlen dat resteert
tot de volgende servicebeurt. Wendt u tot
de Fiat-dealer voor het uitvoeren van de
werkzaamheden van het "Onderhouds-
schema" en voor het op nul zetten van de-
ze weergave (reset).
Page 36 of 282

35
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
TRIP COMPUTER
Algemene informatie
Met de “Trip computer” kan, als de con-
tactsleutel in stand MARstaat, op het dis-
play informatie worden weergegeven over
de werking van de auto. Deze functie be-
staat uit “Trip A” en “Trip B” die onaf-
hankelijk van elkaar werken en betrekking
hebben op de hele rit van de auto.
Beide functies kunnen op nul worden ge-
zet (reset - begin van een nieuwe rit).
“Trip A” geeft informatie over:
– Buitentemperatuur
– Autonomie (actieradius)
– Afgelegde afstand
– Gemiddeld verbruik
– Huidig verbruik
– Gemiddelde snelheid
– Reistijd.“Trip B”, alleen aanwezig op het multi-
functionele display, geeft informatie over:
– Afgelegde afstand B
– Gemiddeld verbruik B
– Gemiddelde snelheid B
– Reistijd B.
Opmerking De functie “Trip B” kan
worden uitgeschakeld (zie de paragraaf
“Trip B”). De gegevens “Autonomie” en
“Huidig verbruik” kunnen niet op nul wor-
den gezet.
Weergegeven gegevens
Buitentemperatuur
Geeft de buitentemperatuur in de auto
aan.
Autonomie (actieradius)
Geeft het aantal kilometers aan dat nog
gereden kan worden met de brandstof
in de brandstoftank, waarbij ervan uit
wordt gegaan dat de rijstijl niet verandert.
Op het display verschijnt de indicatie
“- - - -” als:
– de actieradius kleiner is dan 50 km (of
30 mijl)
– de auto langere tijd met draaiende mo-
tor stilstaat.
Afgelegde afstand
Geeft de afstand aan die de auto heeft af-
gelegd vanaf het begin van een nieuwe rit. Menu verlaten
Laatste functie waarmee de instellingen uit
het menuscherm worden afgesloten.
Druk kort op de knop MODEom terug
te keren naar het beginscherm zonder op
te slaan.
Als u de knop ▼indrukt, wordt terugge-
keerd naar het eerste menupunt (Beep
Snelheid).
Page 37 of 282

Gemiddeld verbruik
Geeft het gemiddelde brandstofverbruik
aan vanaf het begin van een nieuwe rit.
Huidig verbruik
Geeft doorlopend de wijziging in het
brandstofverbruik aan. Als de auto stilstaat
met draaiende motor wordt
“- - - -” op het display weergegeven.
Gemiddelde snelheid
Geeft de gemiddelde snelheid van de
auto aan op basis van de tijd die verstre-
ken is vanaf het begin van een nieuwe rit.
Reistijd
Geeft de verstreken tijd aan vanaf het be-
gin van een nieuwe rit.
BELANGRIJK Als er geen informatie is,
verschijnt bij alle functies op de Trip com-
puter de aanduiding “- - - -” in plaats van
de waarde. Wanneer de normale werking
weer hersteld is, worden de waarden van
de functies weer op normale wijze weer-
gegeven. De waarden die voor de storing
werden weergegeven, worden niet op nul
gezet en er wordt geen nieuwe rit
begonnen.
fig. 22F0N0019m
Bedieningsknop TRIP fig. 22
Met de knop TRIP, aan het uiteinde van
de rechter hendel, krijgt u, als de con-
tactsleutel in stand MARstaat, toegang
tot de hiervoor beschreven gegevens en
kunnen de gegevens op nul worden gezet
om een nieuwe rit te beginnen:
– kort indrukken voor weergave van de
verschillende gegevens;
– even ingedrukt houden voor het op nul
zetten (reset) en het beginnen van een
nieuwe rit.
Nieuwe rit
Begint als een reset is uitgevoerd:
– “handmatig” door de gebruiker d.m.v.
het indrukken van de betreffende knop;
– “automatisch” wanneer de “afgelegde af-
stand” de waarde 3999,9 km of 9999,9 km,
afhankelijk van het geïnstalleerde display,
bereikt of wanneer de “reistijd” de waar-
de 99.59 (99 uur en 59 minuten) bereikt;– iedere keer als de accu losgekoppeld is
geweest.
BELANGRIJK Als u het systeem op nul zet
terwijl het scherm van “Trip A” wordt
weergegeven, dan worden alleen de ge-
gevens van “Trip A” op nul gezet.
BELANGRIJK Als u het systeem op nul zet
terwijl het scherm van “Trip B” wordt
weergegeven, dan worden alleen de ge-
gevens van “Trip B” op nul gezet.
Procedure voor het begin van een
rit
Voor het op nul zetten (reset) moet u,
met de sleutel in stand MAR, langer dan
2 seconden op de knop TRIPdrukken.
Trip verlaten
De functie Trip verlaten: houd de knop
MODElanger dan 2 seconden ingedrukt.
36
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
Page 77 of 282

76
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
“FOLLOW ME HOME” SYSTEEM
Met dit systeem kan de ruimte voor de au-
to een bepaalde tijd worden verlicht.
Inschakelen fig. 68
U schakelt deze functie in door de con-
tactsleutel in stand STOPte draaien of
uit te nemen, en de linker hendel binnen
2 minuten na het uitzetten van de motor
naar het stuur te trekken.
Telkens als u de hendel bedient, blijft de
verlichting 30 seconden langer branden,
tot een maximum van 210 seconden; hier-
na schakelt de verlichting automatisch uit. Als de hendel wordt bediend, gaat het
controlelampje 3op het instrumen-
tenpaneel branden en verschijnt er een be-
richt op het display (zie het hoofdstuk
“Lampjes en berichten”) gedurende de tijd
dat de functie actief blijft. Het lampje gaat
branden als de hendel voor het eerst be-
diend wordt en blijft branden totdat de
functie automatisch uitschakelt. Telkens
als de hendel wordt bediend, wordt alleen
de inschakeltijd van de verlichting ver-
lengd.
Uitschakelen
Houd de hendel langer dan 2 seconden
naar het stuur getrokken.
SCHEMERSENSOR (automatisch
inschakelende koplampen)
(indien aanwezig)
Deze sensor is in staat om de verschillen
in sterkte van het omgevingslicht waar te
nemen op basis van de ingestelde gevoe-
ligheid: hoe hoger de gevoeligheid, hoe
minder buitenlicht er nodig is om de ver-
lichting in te schakelen. De gevoeligheid
van de sensor kan worden ingesteld via
het “Setup-menu” van het display.Inschakelen fig. 69
Draai de draaiknop in stand
2A:op deze
manier gaan, afhankelijk van de sterkte van
het buitenlicht, de buitenverlichting en de
dimlichten automatisch branden.
Uitschakelen
Als via de sensor het commando voor uit-
schakeling wordt gegeven, wordt het dim-
licht uitgeschakeld en vervolgens, na on-
geveer 10 seconden, de buitenverlichting.
De schemersensor is niet in staat om mist
te signaleren. Daarom moet bij mist de
verlichting handmatig worden ingescha-
keld.
fig. 68F0N0036mfig. 69F0N0037m
Page 94 of 282

93
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
knipperen de richtingaanwijzers twee
keer. Als u de metalen baard in het slot
van het bestuurdersportier linksom draait
fig. 109, kunt u alle portieren/deuren ont-
grendelen.
Portierver-/ontgrendeling vanuit
het interieur
Druk op de knop A-fig. 110om de por-
tieren/deuren te vergrendelen en op de
knop Bom de portieren/deuren te ont-
grendelen. De portieren (voor en achter)
worden centraal ver-/ontgrendeld. Als de
portieren/deuren vergrendeld zijn, brandt
het lampje op de knop A; als de knop B
wordt ingedrukt, worden alle portie-
ren/deuren ontgrendeld en dooft het
lampje. Als de portieren/deuren zijn ont-
grendeld, is het lampje gedoofd; als de
knop wordt ingedrukt, worden alle por-
tieren/deuren vergrendeld. De portier-
vergrendeling wordt alleen ingeschakeld
als alle portieren goed gesloten zijn.
fig. 109F0N0059mfig. 110F0N0047m
fig. 111F0N0132m
een van de achterdeuren van binnenuit
wordt geopend met de handgreep, dan
wordt de betreffende deur ontgrendeld.
Bij een onderbreking in de elektrische
voeding (doorgebrande zekering, losge-
koppelde accu enz.) kunnen de portie-
ren/deuren altijd met de hand worden ver-
grendeld.
Als u harder dan 20 km/h rijdt, worden al-
le portieren automatisch vergrendeld als
in het setup-menu deze functie is inge-
schakeld (zie de paragraaf “Multifunctio-
neel display” in dit hoofdstuk).
TOETS LAADRUIMTE fig. 111
De vergrendeling wordt aangegeven door
een lampje op de toets.
Het lampje gaat in de volgende gevallen
branden:
❒iedere keer nadat met de toets zelf of
met de toets Øop het dashboard het
commando voor vergrendeling is ge-
geven;
❒als het instrumentenpaneel wordt
ingeschakeld;
❒als een van de voorportieren wordt
geopend;
❒als de portieren bij 20 km/h worden
vergrendeld (indien ingeschakeld in
het menu).
Het lampje dooft als een van de deuren
van de laadruimte wordt geopend of als
het commando voor portierontgrendeling
wordt gegeven (laadruimte of centraal), of Als de portieren/deuren zijn vergrendeld
met behulp van:
❒de afstandsbediening;
❒het portierslot;
kunt u de portieren/deuren niet meer ont-
grendelen met de knop
A-fig. 110op het
schakelaarpaneel op het dashboard.
BELANGRIJK Als de centrale portierver-
grendeling is ingeschakeld en een van de
voorportieren wordt van binnenuit ge-
opend met de handgreep, dan wordt de
portiervergrendeling uitgeschakeld. Als
Page 116 of 282

115
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
VEILIGHEID
Controleer na het afstellen
altijd of de beugel in één van
de vaste posities is geblokkeerd. Laat
hiervoor de knop los en trek de gor-
del omlaag, zodat het bevestigings-
punt blokkeert, als dit nog niet heeft
plaatsgevonden.
ATTENTIE
Veiligheidsgordel met rolautomaat
voor middelste zitplaats voor
De middelste zitplaats van de tweezits-
bank is voorzien van een geïntegreerde
driepunts-veiligheidsgordel (rolautomaat
op stoel).
fig. 3F0N0156m
SBR-SYSTEEM
De auto is uitgerust met het SBR-systeem
(Seat Belt Reminder), dat bestaat uit een
akoestisch waarschuwingssysteem dat, sa-
men met het knipperende lampje
waarschuwt als de veiligheidsgordel niet is
omlegd.
Het akoestische signaal kan tijdelijk (tot-
dat de motor wordt uitgezet) worden uit-
geschakeld. Ga hiervoor als volgt te werk:
❒maak de veiligheidsgordel aan be-
stuurderszijde vast;
❒draai de contactsleutel in stand MAR;
❒wacht langer dan 20 seconden en
maak dan ten minste een van de vei-
ligheidsgordels los.
Wendt u tot de Fiat-dealer om het sys-
teem permanent uit te schakelen.
Op uitvoeringen met een digitaal display
kan het SBR-systeem uitsluitend weer
worden geactiveerd door de Fiat-dealer.
Op uitvoeringen met multifunctioneel dis-
play kan het SBR-systeem ook weer wor-
den geactiveerd via het setup-menu.