lock FIAT FREEMONT 2012 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: FIAT, Model Year: 2012, Model line: FREEMONT, Model: FIAT FREEMONT 2012Pages: 356, PDF Size: 8.41 MB
Page 48 of 356

1st Pressselecteert, ontgrendelen alle portieren bij
de eerste keer indrukken op de UNLOCK-toets op de
afstandsbediening. OPMERKING: Wanneer het voertuig is uitgerust
met het "Enter-N-Go-systeem" voor sleutelloze toe-
gang en het EVIC is geprogrammeerd om alle portieren
na eenmaal drukken te ontgrendelen, dan zullen alle
portieren worden ontgrendeld, ongeacht welke por-
tierhandgreep wordt vastgepakt. Als "Driver Door 1st
Press" (Ontgrendel bestuurdersportier na één keer
drukken) is geprogrammeerd, wordt alleen het be-
stuurdersportier ontgrendeld wanneer dit wordt vast-
gepakt. Wanneer bij Passive Entry de functie "Driver
Door 1st Press" (Ontgrendel bestuurdersportier na
één keer drukken) is geprogrammeerd en de hand-
greep meer dan één keer wordt aangeraakt, wordt het
bestuurdersportier geopend. Wanneer de functie
"Ontgrendel bestuurdersportier na één keer drukken"
is geselecteerd en het bestuurdersportier is geopend,
dan kunnen de overige portieren ontgrendeld worden
met behulp van de ontgrendel-/vergrendelschakelaar in
het voertuig (of gebruik de afstandsbediening).
Passive Entry (voor bepaalde uitvoeringen/ markten)
Met deze functie kunt u de portieren van uw auto
vergrendelen en ontgrendelen zonder dat u op de
afstandbediening de vergrendel- en ontgrendelknop-
pen hoeft in te drukken. Druk, om uw keuze te maken,
op de schermtoets Passive Entry. Druk vervolgens op de schermtoets met de pijl naar links. Raadpleeg
“Keyless Enter-N-Go” in “Uw auto”.
Opties bij stilstaande motor
Stroom bij stilstaande motor (voor bepaalde
uitvoeringen/markten)
Wanneer deze functie is geselecteerd, blijven de elek-
trisch bedienbare ruiten, de radio, het Uconnect™
telefoonsysteem (voor bepaalde uitvoeringen/
markten), DVD-videosysteem (voor bepaalde
uitvoeringen/markten), het elektrisch bedienbare
schuifdak (voor bepaalde uitvoeringen/markten) en de
aansluitcontacten nog maximaal 10 minuten werken
nadat de contactschakelaar in de stand OFF is gezet.
Door het openen van een voorportier wordt deze
functie uitgeschakeld. Druk, om de status van de En-
gine Off Power Delay functie te veranderen, op de
schermtoets 0 seconden, 45 seconden, 5 minuten of
10 minuten. Druk daarna op de schermtoets met de pijl
naar links.
Uitschakelvertraging koplampen (voor bepaalde uitvoeringen/markten)
Als u deze functie selecteert, kunt u kiezen of bij
uitstappen de koplampen nog 30, 60 of 90 seconden
blijven branden. Druk, om de status van de Headlight
Off Delay te veranderen op de schermtoets 0, 30, 60 of
90. Druk daarna op de schermtoets met de pijl naarlinks.
42
UW AUTOVEILIGHEIDCORRECT
GEBRUIK VAN
DE AUTOWAARSCHU-
WINGSLAMPJES
EN MELDINGENNOODGEVALLENONDERHOUD
TECHNISCHE
SPECIFICATIES
INHOUD
Page 79 of 356

Achterin geblokkeerd
Wanneer op de schermtoets Rear Temperature Lock
op het Uconnect Touch™ scherm wordt gedrukt,
wordt een vergrendelsymbool op het scherm achterin
weergegeven. De temperatuur en luchtverdeling ach-
terin worden vanaf door het Uconnect Touch™ sys-
teem geregeld.De inzittenden op de tweede zitrij kunnen de ATC-
regelknoppen achterin niet bedienen tenzij de toets
Rear Temperature Lock is afgezet.(afb. 46)
Bediening klimaatregeling achterin 4.3 scherm
1 — Schermtoets Blower
Up (Aanjager hoger) 5 — Schermtoets Done
(Voltooid)
2 — Schermtoets Mode(Modus) 6 — Schermtoets Rear
Lock (Achterin geblok-
keerd)
3 — Schermtoets Tempera-
ture (Temperatuur) 7 — Schermtoets Rear Off
(Achterin uit)
4 — Schermtoets Blower
Down (Aanjager lager)
(afb. 47)
Bediening klimaatregeling achterin 8.4 scherm
1 — Schermtoets Rear
Auto (Achterin automa-tisch) 6 — Schermtoets Blower
Up (Aanjager hoger)
2 — Schermtoets Rear
Lock (Achterin geblok-
keerd) 7 — Schermtoets Mode(Modus)
3 — Schermtoets Front
Climate (Klimaat voorin) 8 — Schermtoets Blower
Down (Aanjager lager)
4 — Schermtoets Tempera-
ture Up (Temperatuur ho-ger) 9 — Schermtoets Rear Off
(Achterin uit)
5 — Schermtoets Tempera-
ture Down (Temperatuurlager) 73
UW AUTOVEILIGHEIDCORRECT
GEBRUIK VAN
DE AUTOWAARSCHU-WINGSLAMPJES
EN MELDINGENNOODGEVALLENONDERHOUD TECHNISCHE
SPECIFICATIESINHOUD
Page 80 of 356

Het ATC-systeem achterin bevindt zich in de hemelbe-
kleding in het midden van de auto. (afb. 48)
Druk op de knop Rear Temperature Lock op hetUconnect Touch™ scherm. Hierdoor wordt het
pictogram "Temperatuur achterin geblokkeerd" in de
temperatuurregelknop achterin uitgeschakeld.
Stel de regelknoppen voor de aanjager, temperatuur en modus achterin af voor het grootste comfort.
De ATC wordt geselecteerd door de aanjagerknop achterin linksom te draaien naar de stand AUTO. Zodra de gewenste temperatuur wordt aangegeven,
zorgt het systeem dat dit comfortniveau wordt bereikt
en automatisch wordt gehandhaafd. Zodra het systeem
eenmaal volgens uw comfortniveau is ingesteld, hoeven
de instellingen niet opnieuw te worden aangepast. U
ervaart het meeste gebruiksgemak wanneer u het sys-
teem automatisch zijn gang laat gaan. OPMERKING:
De temperatuurinstellingen hoeft u
niet aan te passen voor een warm of koud voertuig.
Het systeem kiest zelf automatisch de temperatuur, de
luchtdistributie en de aanjagersnelheid om zo snel
mogelijk te voorzien in comfort.
AANJAGERKNOP ACHTERIN
U kunt de aanjagerknop achterin handmatig instellen
op de stand "off" of op elke gewenste aanjagersnelheid
door de knop van laag naar hoog te draaien. Zo kunnen
de passagiers achterin de luchthoeveelheid regelen die
naar het achtercompartiment van de auto wordt ge-
voerd.(afb. 48) Onderdelen ATC-regeling achterin
1 - Aanjagersnelheid 3 - LUCHTDISTRIBUTIE achter
2 – Temperatuur achter 4 - Blokkering temperatuur
achterin
74
UW AUTOVEILIGHEIDCORRECT
GEBRUIK VAN
DE AUTOWAARSCHU-
WINGSLAMPJES
EN MELDINGENNOODGEVALLENONDERHOUD
TECHNISCHE
SPECIFICATIES
INHOUD
Page 87 of 356

Signal On" (Richtingaanwijzer aan) op de EVIC (voor
bepaalde uitvoeringen/markten) en klinkt er een con-
tinu geluidssignaal.
LANE CHANGE ASSIST (Makkelijk van
rijstrook veranderen)
Tik de hendel eenmaal naar boven of beneden zonder
hem in de klikstand te duwen; het knipperlicht (rechts
of links) knippert driemaal en schakelt dan automatischuit.
DIMLICHT/GROOTLICHTSCHAKELAAR
Druk de multifunctionele hendel van u weg om het
grootlicht in te schakelen. Trek de multifunctionele
hendel naar u toe om terug om het dimlicht weer in te
schakelen.
PASSEERSIGNAAL
U kunt met uw koplampen een lichtsignaal geven aan
een ander voertuig door de multifunctionele hendel
heel even naar u toe te trekken. Hierdoor wordt het
grootlicht ingeschakeld tot u de hendel weer loslaat. BINNENVERLICHTING
De interieurverlichting wordt ingeschakeld wanneer
een portier wordt geopend.
Om te voorkomen dat de accu leegraakt, wordt de
interieurverlichting automatisch uitgeschakeld 10 mi-
nuten nadat u de contactschakelaar in de stand LOCK
hebt gezet. Dit gebeurt als de interieurverlichting met
de hand werd ingeschakeld of als er een portier open-
staat. Dit geldt ook voor de verlichting in het hand-schoenenkastje, maar niet voor de verlichting in de
bagageruimte. Als u de interieurverlichting weer wilt
inschakelen, zet u de contactschakelaar in de stand ON
of zet u de schakelaar van de interieurverlichting uit en
daarna weer aan. DIMSCHAKELAARS
De dimmerknop maakt deel uit van de koplampscha-
kelaar en bevindt zich aan de linkerzijde van het instru-
mentenpaneel. (afb. 52)
Door bij ingeschakelde parkeerlichten of koplampen de
linker dimschakelaar naar boven te draaien neemt de
intensiteit van de instrumentenverlichting toe.
(afb. 52)
Dimschakelaar
81
UW AUTOVEILIGHEIDCORRECT
GEBRUIK VAN
DE AUTOWAARSCHU-WINGSLAMPJES
EN MELDINGENNOODGEVALLENONDERHOUD TECHNISCHE
SPECIFICATIESINHOUD
Page 93 of 356

Als de achterruitwisser is ingeschakeld wanneer het
contactslot in de stand LOCK wordt gezet, keert de
ruitenwisser automatisch in de ruststand terug. Wan-
neer u de motor weer wordt gestart, zal de wisser
weer gaan werken volgens de stand van de schakelaar.
Schakel de achterruitwisser uit als u
door een autowasstraat rijdt . Er kan
schade aan de achterruitwisser worden
veroorzaakt als de achterruitwisser ingeschakeld
blijft .
Laat bij koud weer de achterruitenwisser eerst
in de beginstand terugkeren vóór u het contact
uitzet en zorg dat de achterruitenwisserschake-
laar uitstaat . Als u de schakelaar van de achter-
ruitenwisser niet uitzet en de wisser vastvriest aan
de ruit , kan de wissermotor beschadigd raken
wanneer de auto weer wordt gestart .
Verwijder altijd opeengehoopte sneeuw als dit
verhindert dat de wisserbladen terugkeren naar
de ruststand. Wanneer u de ruitenwisserschake-
laar uitzet en de wisserbladen kunnen niet terug-
keren naar de ruststand, kan dit schade toebren-
gen aan de achterruitenwissermotor.
ACHTERRUITVERWARMING De knop van de achterruitverwarming bevindt
zich op het bedieningspaneel van de klimaatre-
geling. Druk op deze knop om de achterruitverwar-
ming en de buitenspiegelverwarming (voor bepaalde
uitvoeringen/markten) in te schakelen. Een controle-
lampje in de knop gaat branden om aan te geven dat de
(afb. 57) Achterruitwisser/-sproeier bedienen
87UW AUTOVEILIGHEIDCORRECT
GEBRUIK VAN
DE AUTOWAARSCHU-WINGSLAMPJES
EN MELDINGENNOODGEVALLENONDERHOUD TECHNISCHE
SPECIFICATIESINHOUD
Page 103 of 356

De bak kan eenvoudig worden gereinigd door de bak,
zoals is afgebeeld, aan de openingen op te tillen en hem
te verwijderen. (afb. 71)ELEKTRISCHE AANSLUITCONTACTEN
In de middenconsole onder de radio bevindt zich een
aansluitcontact van 12 volt (13 amp). Op dit aansluit-
contact staat spanning wanneer de contactschakelaar
in de stand ON/RUN of ACC staat. (afb. 72)
Dit aansluitcontact wordt ook gebruikt als gewone
aanstekerbus.
Om het verwarmingselement te
sparen, mag de aansteker niet ingedrukt wor-
den gehouden in de verhittingsstand.
In het opbergvak in de middenconsole bevindt zich het
tweede aansluitcontact van 12 volt (13 amp). Op dit
aansluitcontact staat spanning wanneer de contact-
schakelaar in de stand ON/RUN, ACC of LOCK staat.
(afb. 73)(afb. 71) Uitneembare bak
(afb. 72)Voorste 12 volt-aansluitcontact
97
UW AUTOVEILIGHEIDCORRECT
GEBRUIK VAN
DE AUTOWAARSCHU-WINGSLAMPJES
EN MELDINGENNOODGEVALLENONDERHOUD TECHNISCHE
SPECIFICATIESINHOUD
Page 104 of 356

Aan de achterzijde van de middenconsole bevindt zich
het derde aansluitcontact van 12 volt. Op dit aansluit-
contact staat spanning wanneer de contactschakelaar
in de stand LOCK, ON of ACC staat. (afb. 74)
Op het linker bekledingspaneel van de bagageruimte
bevindt zich het vierde aansluitcontact van 12 volt. Op
dit aansluitcontact staat spanning wanneer de contact-
schakelaar in de stand ON of ACC staat. (afb. 75)(afb. 73)12 volt-aansluitcontact middenconsole
(afb. 74) 12 volt-aansluitcontact achterbank(afb. 75)
Aansluitcontact bagageruimte
98
UW AUTOVEILIGHEIDCORRECT
GEBRUIK VAN
DE AUTOWAARSCHU-
WINGSLAMPJES
EN MELDINGENNOODGEVALLENONDERHOUD
TECHNISCHE
SPECIFICATIES
INHOUD
Page 111 of 356

WAARSCHUWING!
Voor uw persoonlijke veiligheid en be-
veiliging in geval van een ongeluk moet u
de portieren tijdens het rijden vergrendelen en
wanneer u het voertuig parkeert en verlaat .
Neem altijd de sleutelhouder mee uit de auto
wanneer u de portieren vergrendeld. Gebruik
zonder toezicht van de aanwezige uitrusting in de
auto kan ernstig letsel of de dood tot gevolg
hebben.
Kinderen nooit alleen in het voertuig laten.
Kinderen zonder toezicht achterlaten in een auto
is om verschillende redenen gevaarlijk. Kinderen
of derden kunnen ernstige of dodelijke verwon-
dingen oplopen. Laat de sleutelhouder niet in het
contact achter. Een kind zou de elektrische raam-
bediening of andere schakelaars kunnen bedie-
nen of de auto in beweging kunnen brengen.
Centrale portiervergrendeling
Op het bekledingspaneel van beide voorportieren
vindt u een knop voor elektrische portiervergrende-
ling. Met deze schakelaar kunt u de portieren en de
achterklep elektrisch vergrendelen en ontgrendelen.
(afb. 82)
De portieren worden niet vergrendeld als u de ver-
grendelknop indrukt terwijl de sleutelhouder zich in de
auto bevindt en een voorportier is geopend. Hierdoor wordt voorkomen dat u per ongeluk de sleutelhouder
achterlaat in de auto. Na het verwijderen van de sleu-
telhouder of sluiten van het portier werken de sloten
weer zoals gebruikelijk. Als een portier is geopend en
het contactslot staat in de stand LOCK of ACC, klinkt
een gong om u eraan te herinneren de sleutelhouder te
verwijderen.
Automatische portiervergrendeling (voor
bepaalde uitvoeringen/markten)
De automatische portiervergrendeling is standaard uit-
geschakeld. Wanneer deze ingeschakeld is, worden de
portieren automatisch vergrendeld als de rijsnelheid
hoger is dan 24 km/u. De automatische portiervergren-
deling kan door de erkende dealer in of buiten werking
worden gesteld op schriftelijk verzoek van de klant.
Bezoek uw erkende servicedealer.
(afb. 82)
Plaats van de schakelaar voor portiervergrendeling
105
UW AUTOVEILIGHEIDCORRECT
GEBRUIK VAN
DE AUTOWAARSCHU-WINGSLAMPJES
EN MELDINGENNOODGEVALLENONDERHOUD TECHNISCHE
SPECIFICATIESINHOUD
Page 112 of 356

Automatisch portieren ontgrendelen bij
uitstappen
Bij auto's met elektrische vergrendeling worden de
portieren automatisch ontgrendeld, wanneer:
1. de functie voor het automatische ontgrendelen vande portieren bij uitstappen is ingeschakeld.
2. de auto in de versnelling staat en de auto tot stilstand is gekomen,
3. de versnellingsbak in NEUTRAL of PARK staat,
4. het bestuurdersportier is geopend,
5. de portieren niet al eerder werden ontgrendeld,
6. de auto stilstaat.
Raadpleeg voor het veranderen van de huidige instel-
lingen "Uconnect Touch™ instellingen" in "Uw auto"
voor meer informatie. OPMERKING: Gebruik de functie voor het automa-
tisch ontgrendelen van portieren in overeenstemming
met de plaatselijke geldende wettelijke voorschriften.
Programmeren van de functie automatisch
portieren ontgrendelen bij uitstappen
U kunt de functie voor het automatisch ontgrendelen
van de portieren bij uitstappen als volgt in- of uitscha-
kelen:
Raadpleeg voor voertuigen die zijn uitgerust met Uconnect Touch™ “Uconnect Touch™ instellingen”
in “Uw auto” voor meer informatie. Ga bij voertuigen zonder Uconnect Touch™ als
volgt te werk:
1. Ga in de auto zitten en sluit alle portieren.
2. Steek de ingebouwde sleutel in het contact.
3. Schakel het contact binnen 15 seconden viermaal heen en weer tussen de standen LOCK en ON/
RUN en zet de schakelaar na de vierde keer in de
stand LOCK (start de motor niet). Start echter
niet de motor.
4. Druk binnen 30 seconden op de schakelaar voor centrale portiervergrendeling om de portieren te
ontgrendelen.
5. Een geluidssignaal geeft aan dat de programmering voltooid is.
OPMERKING: Als er geen geluidssignaal klinkt, be-
vindt het systeem zich niet in de programmeermodus
en moet u de procedure nogmaals uitvoeren.
6. Herhaal deze stappen als u de vorige instelling voor
deze functie wenst te herstellen.
OPMERKING: Gebruik de functie voor het automa-
tisch ontgrendelen van portieren in overeenstemming
met de plaatselijke geldende wettelijke voorschriften.
KINDERSLOTEN — ACHTERPORTIEREN
Voor de veiligheid van kleine kinderen die op de ach-
terste zitplaatsen meerijden, zijn de achterportieren
voorzien van een kinderslot.
106
UW AUTOVEILIGHEIDCORRECT
GEBRUIK VAN
DE AUTOWAARSCHU-
WINGSLAMPJES
EN MELDINGENNOODGEVALLENONDERHOUD
TECHNISCHE
SPECIFICATIES
INHOUD
Page 113 of 356

Activeren van het kinderslot
1. Open het achterportier.
2. Steek de punt van de noodsleutel (of een soortgelijkvoorwerp) in het kinderslot en draai het slot naar de
stand LOCK. (afb. 83) (afb. 84)
3. Herhaal stappen 1 en 2 voor het andere achterpor- tier.
OPMERKING: Wanneer het kinderslot is geacti-
veerd, kan het portier alleen met de portiergreep van
buitenaf worden geopend, ook als de ontgrendelknop
aan de binnenzijde in de ontgrendelde stand staat.
WAARSCHUWING!
Zorg dat bij een aanrijding niemand in
de auto wordt opgesloten. Vergeet niet
dat u de achterportieren uitsluitend van buitenaf
kunt openen als het kinderslot ingeschakeld is.
Als u deze waarschuwing niet opvolgt , kan dit
ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben.
OPMERKING:
Controleer na het activeren van het kinderslot altijd
of het portier niet van binnenuit kan worden geopend.
Als u in een noodsituatie de auto moet verlaten
terwijl het systeem is geactiveerd, trekt u de vergren-
delknop omhoog naar de ontgrendelde stand, draait u
(afb. 83) Plaats van het kinderbeveiligde portierslot
(afb. 84) Functie kinderslot
107
UW AUTOVEILIGHEIDCORRECT
GEBRUIK VAN
DE AUTOWAARSCHU-WINGSLAMPJES
EN MELDINGENNOODGEVALLENONDERHOUD TECHNISCHE
SPECIFICATIESINHOUD