airbag FIAT FULLBACK 2017 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: FIAT, Model Year: 2017, Model line: FULLBACK, Model: FIAT FULLBACK 2017Pages: 332, PDF Size: 10.46 MB
Page 143 of 332

Omdat we bij frontale botsingen
gemakkelijk van positie veranderen, is
het belangrijk altijd de veiligheidsgordel
naar behoren te dragen. Uw
veiligheidsgordel zorgt ervoor dat u
tijdens de eerste fasen van het
opblazen van de airbag op een veilige
afstand van het stuurwiel en het
instrumentenpaneel blijft. De eerste fase
van het opblazen van de airbag is het
krachtigst en zou ernstig of dodelijk
letsel kunnen veroorzaken. Bovendien
zijn de veiligheidsgordels in uw voertuig
uw primaire beschermingsmiddel in
geval van een botsing. De SRS-airbags
zijn ontworpen als aanvullende
bescherming. Zorg er daarom voor uw
eigen veiligheid en die van alle
inzittenden voor dat iedereen zijn
veiligheidsgordel naar behoren draagt.
De frontairbags en de knie-airbag
aan bestuurderszijde GAAN
WELLICHT NIET OPEN als...
De carrosserie van het voertuig is
ontworpen om de inzittenden bij
bepaalde soorten frontale botsingen
veilig te houden. (De voorkant van de
carrosserie kan enorm vervormen, door
de absorptie van de botskracht) Onder
dergelijke omstandigheden gaan de
frontairbags en de knie-airbag aan
bestuurderszijde wellicht niet open,
ongeacht de vervorming en schade aan
de carrosserie van het voertuig.
Voorbeelden van een aantal
gebruikelijke omstandigheden worden
weergegeven in de afbeelding.1. Bij botsingen met palen, bomen of
andere smalle objecten. 2. Als het
voertuig onder de achterkant van een
vrachtwagen schuift 3. Schuine
frontale botsingen
Zorg ervoor dat u altijd uw
veiligheidsgordel naar behoren draagt,
aangezien de frontairbags en de
knie-airbag aan bestuurderszijde de
inzittende niet tegen alle soorten
frontale botsingen beschermen.
De frontairbags en de knie-airbag
aan bestuurderszijde ZIJN NIET
ONTWORPEN OM OPEN TE GAAN
als...
De frontairbags en de knie-airbag aan
bestuurderszijde zijn niet ontworpen om
open te gaan onder omstandigheden
waarin ze de inzittende niet de
gebruikelijke bescherming kunnen
bieden.
Dergelijke omstandigheden worden
weergegeven in de afbeelding.1. Staartbotsingen 2. Flankbotsingen
3. Als het voertuig op de zijkant of het
dak kantelt
Zorg ervoor dat u altijd uw
veiligheidsgordel naar behoren draagt,
aangezien de frontairbags en de
knie-airbag aan bestuurderszijde de
inzittende niet tegen alle soorten
botsingen beschermen.
De frontairbags en de knie-airbag
aan bestuurderszijde ZOUDEN
OPEN KUNNEN GAAN als...
De frontairbags en de knie-airbag aan
bestuurderszijde zouden open kunnen
gaan als de onderkant van het voertuig
betrokken raakt bij een middelmatige
tot ernstige botsing (schade aan het
onderstel).
Voorbeelden van een aantal
gebruikelijke omstandigheden worden
weergegeven in de afbeelding.
228AHA103143229AHA103156
141
Page 144 of 332

1. Botsing met een verhoogd
verkeerseiland of stoeprand 2. Als het
voertuig over een diepe kuil/put rijdt
3. Als het voertuig een steile helling
afrijdt en de grond raakt
Aangezien de frontairbags en de
knie-airbag aan bestuurderszijde door
bepaalde soorten onverwachte
botsingen, waarbij u eenvoudig uit
positie gebracht kunt worden, open
kunnen gaan, zoals weergegeven in de
afbeelding, is het van belang dat u uw
veiligheidsgordel altijd naar behoren
draagt. Uw veiligheidsgordel zorgt
ervoor dat u tijdens de eerste fasen van
het opblazen van de airbag op een
veilige afstand van het stuurwiel en het
instrumentenpaneel blijft. De eerste fase
van het opblazen van de airbag is het
krachtigst en zou ernstig of dodelijk
letsel kunnen veroorzaken, als u er in
deze fase mee in contact komt.
171) 172) 173) 174) 175) 176) 177) 178) 179) 180)
Zijairbagsysteem
(indien aanwezig)
De zijairbags (A) bevinden zich in de
rugleuningen van de bestuurdersstoel
en de voorste passagiersstoel. De
zijairbags zijn ontworpen om alleen
open te gaan bij flankbotsingen, zelfs
als er geen passagier in de voorstoel
zit.Het etiket dat hier wordt weergegeven
is aangebracht in de rugleuningen met
een zijairbag.
230AHA103169231AHA105701
232AHA105714
233AHA103198
234AHA103202
142
VEILIGHEID
Page 145 of 332

Grdijnairbagsysteem (waar
aanwezig)
181) 182)
De gordijnairbags bevinden zich in de
voorstijlen en dakstijlen. De
gordijnairbags zijn ontworpen om alleen
open te gaan bij flankbotsingen, zelfs
als er geen passagiers op de voorstoel
of de achterbank zitten.
Wanneer de airbagcontrole-unit
detecteert dat het voertuig omrolt,
zullen de gordijnairbags ook open gaan
(indien zo uitgerust).
Opengaan zijairbags en
gordijnairbags*
De zijairbags en gordijnairbags
ZIJN ONTWORPEN OM OPEN TE
GAAN als...
De zijairbags en gordijnairbags zijn
ontworpen om open te gaan als het
voertuig betrokken raakt bij een
middelmatige tot ernstige botsing in het
midden van de passagiersruimte.De gebruikelijke omstandigheden
worden weergegeven in de afbeelding.
1 — Middelmatige tot strenge botsing
tegen het midden van de zijstructuur
van de carrosserie.
2 — Wanneer omrollen van het voertuig
wordt gedetecteerd (Alleen
gordijnairbag, indien aanwezig).
De veiligheidsgordels in uw voertuig zijn
uw primaire beschermingsmiddel in
geval van een botsing. De
SRS-zijairbags en gordijnairbags zijn
ontworpen als aanvullende
bescherming.
Zorg er daarom voor uw eigen veiligheid
en die van alle inzittenden voor dat
iedereen zijn veiligheidsgordel naar
behoren draagt.De zijairbags en gordijnairbags
GAAN WELLICHT NIET OPEN als...
De carrosserie van het voertuig is
ontworpen om de inzittenden bij
bepaalde soorten flankbotsingen veilig
te houden. (De zijkant van de
carrosserie kan enorm vervormen, door
de absorptie van de botskracht) Onder
dergelijke omstandigheden gaan de
zijairbags en gordijnairbags wellicht niet
open, ongeacht de vervorming en
schade aan de carrosserie van het
voertuig.
Voorbeelden van een aantal
gebruikelijke omstandigheden worden
weergegeven in de afbeelding.
235AJA102937
236AH3101226
237AHA103231
143
Page 146 of 332

1. Flankbotsingen op een andere
plaats dan de passagiersruimte. 2. Als
een motor of ander klein voertuig tegen
de zijkant van het voertuig botst. 3. Bij
botsingen met palen, bomen of andere
smalle objecten. 4. Bij schuine
flankbotsingen. 5. Als het voertuig op
de zijkant of het dak kantelt.
Zorg ervoor dat u altijd uw
veiligheidsgordel naar behoren draagt,
aangezien de zijairbags en
gordijnairbags de inzittende niet tegen
alle soorten flankbotsingen
beschermen.
De zijairbags en gordijnairbags
ZIJN NIET ONTWORPEN OM OPEN
TE GAAN als...
De zijairbags en gordijnairbags zijn niet
ontworpen om open te gaan onder
omstandigheden waarin ze de
inzittende niet de gebruikelijke
bescherming kunnen bieden. Dergelijke
omstandigheden worden weergegeven
in de afbeelding.1. Frontale botsingen
2. Staartbotsingen 3. Over de kop
slaan *
* - Indien aanwezig
Zorg ervoor dat u altijd uw
veiligheidsgordel naar behoren draagt,
aangezien de zijairbags en
gordijnairbags de inzittende niet tegen
alle soorten botsingen beschermen.
183) 184) 185) 186) 187) 188) 189) 190) 191)
Onderhoud SRS
192) 193) 194) 195) 196)
Opmerking Volg de plaatselijke
wetgeving en neem contact op met het
Fiat Servicenetwerk, om het
airbagsysteem op een veilige manier uit
elkaar te nemen, als uw voertuig
gesloopt moet worden.
238AHA103244
239AHE100469
240AA0082019
241AHA105727
144
VEILIGHEID
Page 147 of 332

BELANGRIJK
157)Bedek bij auto's met zijairbags de
rugleuning van de voor- en achterstoelen
niet met extra hoezen.
158)Reis niet met voorwerpen op schoot
of voor de borst en houd niets in de mond
(pijp, pen, enz.). Dit kan ernstig letsel
veroorzaken als de airbag in werking treedt.
159)Laat bij diefstal of poging tot diefstal,
vandalisme of overstromingen het
airbagsysteem door het Fiat
Servicenetwerk controleren.
160)Reinig de stoelen niet met water of
stoom onder druk (met de hand of in een
automatisch autowasstraat).
161)De frontairbag heeft een hogere
activeringsdrempel dan die van de
gordelspanners. Bij aanrijdingen die tussen
deze twee drempelwaarden liggen, treden
alleen de gordelspanners in werking.
162)Airbags worden met een extreem
hoge snelheid opgeblazen. In bepaalde
situaties kan contact met een opengaande
airbag leiden tot schaafwonden,
bloeduitstortingen, lichte snijwonden en
dergelijke.163)HET IS HEEL BELANGRIJK DAT U
FATSOENLIJK IN UW STOEL ZIT. Een
bestuurder of voorpassagier die te dichtbij
het stuurwiel of het instrumentenpaneel zit
op het moment dat de airbag opengaat,
kan ernstig of dodelijk letsel oplopen.
Airbags worden zeer snel en met veel
kracht opgeblazen. De bestuurder en
voorpassagier zouden ernstig of dodelijk
letsel op kunnen lopen, als ze niet
fatsoenlijk zitten of vastzitten op het
moment dat de airbag wordt opgeblazen,
omdat de airbags dan geen adequate
bescherming bieden.
164)Ga niet op de rand van uw stoel zitten
of met uw onderbenen te dichtbij het
instrumentenpaneel, en houd uw hoofd of
borst niet te dichtbij het stuurwiel of het
instrumentenpaneel. Leg uw voeten of
benen niet op of tegen het
instrumentenpaneel.
165)Rijd altijd met de handen op de rand
van het stuurwiel zodat de airbag indien
nodig ongehinderd opgeblazen kan
worden. Rijd niet met voorover gebogen
lichaam. Houd de rug goed rechtop tegen
de rugleuning gedrukt.
166)Plaats baby's en kleine kinderen altijd
op de achterbank en zet ze goed vast in
een geschikt kinderzitje. De achterbank is
de veiligste plek voor baby's en kinderen.
167)Baby's en kleine kinderen mogen
nooit los worden vervoerd, tegen het
instrumentenpaneel staan of in uw armen
of op schoot worden gehouden. Hierdoor
zouden ze in geval van een botsing, en
zelfs als de airbag wordt opgeblazen,
ernstig of dodelijk letsel kunnen oplopen.
Ze moeten altijd fatsoenlijk in een geschikt
kinderzitje zitten. Zie het gedeelte
"Kinderzitje" van dit Instructieboek.168)Plaats NOOIT een kinderzitje tegen de
rijrichting in op de passagiersstoel van
auto's met een actieve passagiersairbag.
Bij een ongeval, hoe klein ook, kan de
airbag ernstig letsel en zelfs de dood van
het kind tot gevolg hebben. Daarom moet
de passagiersairbag altijd uitgeschakeld
worden als een kinderzitje tegen de
rijrichting in gemonteerd wordt op de
voorste passagiersstoel. Bovendien moet
de voorste passagiersstoel zo ver mogelijk
naar achteren zijn geschoven om te
voorkomen dat het kinderzitje eventueel in
aanraking komt met het dashboard.
Schakel de passagiersairbag onmiddellijk
weer in als het kinderzitje is verwijderd.
169)Oudere kinderen moeten ook
fatsoenlijk en indien nodig op een verhoger
zitten en de veiligheidsgordel naar behoren
dragen.
170)Zeer gevaarlijk! Gebruik NOOIT een
kinderzitje dat achterstevoren geplaatst
moet worden, op een voorstoel met een
GEACTIVEERDE FRONTAIRBAG; hierdoor
kan het KIND ERNSTIG of DODELIJK
LETSEL oplopen.
171)Breng geen accessoires aan
waardoor het indicatielampje niet goed te
zien is, en dek het indicatielampje niet af
met een sticker. Hierdoor zou u de status
van het passagiersairbagsysteem niet
kunnen controleren.
145
Page 148 of 332

172)Draai altijd de contactschakelaar naar
de stand "LOCK" of zet de
bedieningsmodus op "OFF", voordat de
aan-/uitschakelaar van de frontairbag aan
passagierszijde wordt bediend, om het
risico op ernstig of dodelijk letsel te
verkleinen. Als u dit niet doet, zou dit
nadelige gevolgen voor de werking van de
airbag kunnen hebben; wacht ten minste
60 seconden nadat u de contactschakelaar
in de stand "LOCK" of de
bedieningsmodus op "OFF" hebt gezet,
voordat u de aan-/uitschakelaar van de
frontairbag aan passagierszijde bedient.
Het SRS-airbagsysteem is ontworpen om
genoeg spanning vast te houden om de
airbag op te blazen; neem na bediening
van de de aan-/uitschakelaar van de
frontairbag aan passagierszijde altijd de
sleutel uit de schakelaar. Als u dit niet doet,
zou dit kunnen leiden tot een onjuiste stand
van de aan-/uitschakelaar van de
frontairbag aan passagierszijde; schakel de
aan-/uitschakelaar van de frontairbag aan
passagierszijde alleen UIT als een
kinderzitje op de voorste passagiersstoel is
aangebracht; installeer geen kinderzitje op
de voorste passagiersstoel, als het
indicatielampje "OFF" niet gaat branden,
terwijl de aan-/uitschakelaar van de
frontairbag aan passagierszijde is
uitgeschakeld. We raden u aan het
systeem te laten nakijken bij een Fiat
Servicepunt; laat niemand op de voorste
passagiersstoel zitten als het
indicatielampje "OFF" blijft branden, terwijl
de aan-/uitschakelaar van de frontairbag
aan passagierszijde AAN is gezet. We
raden u aan het systeem te laten nakijken
bij een Fiat Servicepunt.173)Breng geen stickers of andere
voorwerpen op het stuurwiel, op het
dashboard in de zone van de
passagiersairbag en op de stoelen aan.
Plaats nooit voorwerpen (bijv. mobiele
telefoons) op het dashboard aan
passagierszijde, omdat deze het correct
openen van de passagiersairbag kunnen
hinderen en tevens de inzittenden ernstig
kunnen verwonden.
174)Plaats niets op of bevestig niets aan
het instrumentenpaneel boven het
dashboardkastje. Als de airbag wordt
opgeblazen zou dit een inzittende kunnen
raken en verwonden.
175)Bevestig geen accessoires aan of zet
geen accessoires voor de voorruit. Deze
objecten zouden het opblazen van de
airbag kunnen verhinderen of inzittenden
kunnen verwonden als de airbag wordt
opgeblazen.
176)Bevestig geen extra sleutels of
accessoires (harde, puntige of zware
voorwerpen) aan de contactsleutel.
Dergelijke voorwerpen zouden het
opblazen van de knie-airbag aan
bestuurderszijde kunnen verhinderen of
weg kunnen vliegen en ernstig letsel
kunnen veroorzaken als de airbag wordt
opgeblazen.
177)Bevestig geen accessoires aan de
onderkant van het instrumentenpaneel aan
bestuurderszijde. Dergelijke voorwerpen
zouden het opblazen van de knie-airbag
aan bestuurderszijde kunnen verhinderen
of weg kunnen vliegen en ernstig letsel
kunnen veroorzaken als de airbag wordt
opgeblazen.178)Plaats geen pakketten, huisdieren of
andere voorwerpen tussen de airbags en
de bestuurder of de voorpassagier. Dit zou
van invloed kunnen zijn op de werking van
de airbag of letsel kunnen veroorzaken als
de airbag wordt opgeblazen.
179)Direct na het opblazen van de airbag,
zijn verschillende componenten van het
airbagsysteem heet. Raak deze
componenten niet aan. Er bestaat een
risico op brandwonden.
180)Het airbagsysteem is ontworpen om
één keer te werken. Als de airbags
eenmaal opgeblazen zijn geweest, werken
ze niet meer. Ze moeten dan naar behoren
worden vervangen en we raden u aan het
volledige airbagsysteem bij een Fiat
Servicepunt te laten nakijken.
181)Hang geen harde voorwerpen aan de
kledinghaken of de steunhandgrepen.
182)Steun niet met het hoofd, de armen of
de ellebogen tegen het portier, de ruiten of
in het gebied van de Hoofdairbag om
mogelijke verwondingen tijdens het
opblazen te voorkomen.
183)De airbag vervangt niet de
veiligheidsgordels, maar verhoogt hun
doeltreffendheid. Omdat de frontairbags
niet worden ingeschakeld bij frontale
botsingen bij lage snelheden, zijdelingse
botsingen, botsingen achterop en over de
kop slaan, worden de inzittenden in die
gevallen uitsluitend door de
veiligheidsgordels beschermd, die dus altijd
gedragen moeten worden.
146
VEILIGHEID
Page 149 of 332

184)De zijairbags en gordijnairbags zijn
ontworpen als aanvulling op de
veiligheidsgordels aan bestuurders- en
passagierszijde, in geval van bepaalde
flankbotsingen. Veiligheidsgordels moeten
altijd naar behoren worden gedragen en de
bestuurder en passagier dienen goed naar
achteren en rechtop op de stoel te zitten,
zonder tegen de ruit of het portier te
leunen.
185)De zijairbag en gordijnairbag worden
met veel kracht opgeblazen. De bestuurder
en passagier dienen hun armen niet uit het
raam te steken, en dienen niet tegen het
portier te leunen, om het risico op ernstig
of zelfs dodelijk letsel door het opblazen
van de zijairbag en gordijnairbag te
verkleinen.
186)Sta niet toe dat de achterpassagiers
de rugleuning van een van de voorstoelen
vasthoudt, om het risico op letsel tijdens
het opengaan van de zijairbag te
verkleinen. Wees extra voorzichtig met
kinderen.
187)Plaats geen objecten in de buurt van
of voor de rugleuning van een van de
voorstoelen. Ze zouden het opblazen van
de zijairbag kunnen verhinderen en letsel
kunnen veroorzaken als ze door het
voertuig vliegen door het opengaan van de
airbag.
188)Breng geen stoelhoezen op
voorstoelen met zijairbags aan. Laat
stoelen met zijairbags niet opnieuw
bekleden. Hierdoor zou het opengaan van
de airbag verhinderd kunnen worden.189)Bevestig geen microfoon (A) of enig
ander toestel of object om het gedeelte
waar de gordijnairbags (B) worden
geactiveerd, zoals de voorruit, de
portierruiten, de voor- en achterstijlen en
de plafondhandgrepen. Als de
gordijnairbags worden opgeblazen, slingert
de microfoon of ander toestel met grote
kracht weg of wordt het opblazen van de
gordijnairbags verhinderd, wat kan leiden
tot ernstig of dodelijk letsel.
190)Laat kinderen niet tegen of in de buurt
van het voorportier leunen, zelfs niet als het
kind in een kinderzitje zit. Bovendien dient
het hoofd van het kind niet tegen of in de
buurt van het gebied te leunen waar de
zijairbag en gordijnairbag zich bevinden. Dit
is gevaarlijk als de zijairbag en gordijnairbag
worden opgeblazen. Door niet-naleving van
deze instructies zou het kind ernstig of
dodelijk letsel kunnen oplopen.
191)We raden u aan om werkzaamheden
rondom en op het zijairbag- en
gordijnairbagsysteem te laten verrichten bij
een Fiat Servicepunt.
192)We raden u aan onderhoud op of in
de buurt van componenten van het SRS te
laten verrichten bij een Fiat Servicepunt.
Onjuist verrichte werkzaamheden aan de
SRS-componenten of -bedrading zou
kunnen leiden tot abusievelijk opengaan
van de airbags, of zou de werking van het
SRS kunnen annuleren; beide situaties
zouden tot ernstig letsel kunnen leiden.193)Modificeer niet het stuurwiel, de
oprolautomaat van de veiligheidsgordel of
enige andere SRS-componenten.
Vervanging van het stuurwiel of
modificaties van de voorbumper of de
structuur van de carrosserie kunnen
nadelige gevolgen hebben voor de werking
van het SRS en leiden tot letsel.
194)Als uw voertuig schade heeft
opgelopen, raden we u aan het SRS te
laten controleren om een veilige werking te
garanderen.
195)Modificeer niet de voorstoelen,
middenstijl en tunnelconsole op voertuigen
met zijairbags. Dit kan nadelige gevolgen
hebben voor de werking van het SRS en
leiden tot letsel.
196)Als u scheuren, krassen of schade
waarneemt op het gedeelte waar de airbag
is ondergebracht, dient u het te laten
controleren bij een Fiat Servicepunt.
147
Page 257 of 332

Vervanging zekering
328) 329) 330) 331) 332) 333)
179)
1. Zet altijd, voordat u een zekering
vervangt, het desbetreffende elektrische
circuit uit en zet de contactschakelaar
in de stand "LOCK" of de
bedieningsmodus op "OFF".
2. Neem de zekeringtrekker (A) uit de
binnenkant van het zekeringenkastje in
de motorruimte.
3. Raadpleeg de tabel met de
belastingscapaciteit van de zekering,
om de zekering te controleren die is
betrokken bij het probleem.B. Zekering OK
C. Zekering gesprongen
Opmerking Als een systeem niet werkt
maar de zekering die bij dat systeem
hoort intact is, zou er sprake kunnen
zijn van een storing elders in het
systeem. We raden u aan het voertuig
na te laten kijken.
4. Zet met de zekeringtrekker een
nieuwe zekering met hetzelfde
vermogen erin.
BELANGRIJK
328)Vervang een zekering nooit door een
exemplaar met een grotere stroomsterkte
(ampère); BRANDGEVAAR. Als een
hoofdzekering (MEGA-FUSE, MIDIFUSE)
doorbrandt, neem dan contact op met het
Fiat Servicenetwerk.
329)Als de nieuwe zekering weer binnen
korte tijd springt, raden we u aan het
elektrische systeem te laten nakijken om de
oorzaak te achterhalen en het probleem te
verhelpen.
330)Gebruik nooit een zekering met een
grotere capaciteit dan gespecificeerd, of
een alternatief (zoals een kabel of folie).
Hierdoor zou de bedrading van het circuit
oververhit kunnen raken en brand kunnen
veroorzaken.
331)Vervang een doorgebrande zekering
nooit door metalen draden of ander
materiaal.
332)Controleer voordat een zekering
wordt vervangen, of de contactsleutel
verwijderd is en of alle stroomverbruikers
uitstaan en/of zijn ontkoppeld.
333)Als een hoofdzekering voor
veiligheidssystemen (airbagsysteem,
remsysteem), vermogenssystemen
(motorsysteem, transmissiesysteem) of de
stuurinrichting doorbrandt, neem dan
contact op met het Fiat Servicenetwerk.
416AA0109871
417AA0110129
418AA0087304
255
Page 329 of 332

ALFABETISCH
REGISTER
Aandachtig doorlezen...........2
Aanhangwagens trekken........83
Aansteker..................86
Accu....................281
Achterbank.................38
Achterklep..................35
Achterportieren met kinderslot
(dubbele cabine)............34
Achterruitverwarmingsschakelaar . . .75
Achterste differentieelslot.......190
Achteruitkijkcamera...........215
Achteruitkijkspiegel............45
Achteruitkijkspiegels...........45
Actieve veiligheidssystemen......148
Afmetingen voertuig...........299
Airbag aanvullend
veiligheidssysteem (SRS)......137
Airconditioning met automatische
klimaatregeling.............67
Airconditioningssysteem.........61
Algemeen onderhoud..........284
Asbak....................86
Automatische versnellingsbak. . . .171
Banden..................290
Banden en wielen............312
Bekerhouder................90
Belading...................83Belangrijke adviezen voor gebruik
van de airconditioning.........74
Besturing onder slechte
rijomstandigheden..........246
Brandstofkeuze..............92
Brandstofverbruik............319
Buitenspiegels...............46
Buitenverlichting..............49
Centrale portiervergrendeling.....32
Claxonschakelaar.............44
Combinatieschakelaar koplampen
en dimlicht................49
Contactslot.................27
Cruise control...............199
De binnenkant van het voertuig
reinigen.................285
De buitenkant van het voertuig
reinigen.................287
De koplampen afdekken.........54
De motor starten en afzetten.....161
Dead Lock-systeem...........33
Dieselroetfilter...............80
Digitale klok.................87
Easy Select 4WD............177
Een band vervangen..........235
Elektrisch systeem............311
Elektrische ruitbediening.........77
Elektronische startonderbreker.....14
Emissie...................319
Era Glonass................221Etiketten op het voertuig........295
Flessenhouder..............90
Gebruik van het Instructieboek
.....3
Gebruik van het voertuig onder
zware omstandigheden.......272
Geprogrammeerd
onderhoudsschema.........267
Gereedschap, krik en
krikhandgreep.............231
Gewichten.................306
Gordelspanners.............121
Grafische inhoudsopgave.........9
Handgeschakelde versnellingsbak
.169
Hendel richtingaanwijzers........52
Het brandstofsysteem ontluchten . .230
Hoofdsteunen...............41
Hoogte- en diepteverstelling
stuurwiel.................43
Instrumenten................97
Interieuruitrusting.............85
Interieurverlichting.............55
ISOFIX-plaatsen.............126
Jashaak...................91
Katalysator.............80,275
Keyless invoersysteem..........15
Keyless Operation-systeem.......18
Kinderzitjes.............123 ,126
Koppelingsvloeistof...........280
Page 330 of 332

Krachtbegrenzer.............121
Laadruimte.................83
Label met sleutelnummer........14
Lampen vervangen...........256
Luchtfilter..................75
Luchtroosters................61
Make-upspiegel.............86
Motorkoelvloeistof............276
Motorolie..................275
Motorruimte.................81
Motorschakelaar..............27
Motorspecificaties............297
Multi-informatiedisplay..........97
Niveaus controleren..........273
Nivelleringsschakelaar koplampen . . .52
Noodstart.................227
Opbergvakken..............88
Ophanghaakje...............90
Oververhitting van de motor......229
Parkeerrem................159
Parkeren..................160
Pech met het voertuig.........226
Periodieke controles..........272
Plafondhandgreep.............90
Portieren...................30
Remvloeistof...............279Rijden, alcohol en drugs........156
Rijhulpsysteem..............152
Rijstrookwaarschuwing (LDW). . . .211
Ruit......................77
Ruitensproeiervloeistof.........278
Ruitenwisser................57
SBR-systeem..............119
Schakelaar alarmknipperlichten....53
Schakelaar mistlampen.........53
Schakelaar ruitenwisser en
-sproeier.................57
Slepen...................243
Sleutels...................14
Smeltzekeringen.............248
Snelheidsbegrenzer...........205
Sport-functie...............171
Start&Stop-systeem...........165
Stoelen....................37
Stoelverstelling...............37
Stopcontact................87
Stuurbekrachtigingsolie.........280
Stuurslot...................43
Stuurwiel...................43
Super Select 4WD II...........183
Veilige rijtechnieken...........156Veiligheidsgordels
Gebruik
................117
veiligheidssystemen...........148
Veranderingen/wijzigingen aan het
voertuig..................5
Verwarming / handmatige
airconditioning.............64
Vloeistoffen en smeermiddelen. . . .316
Voertuigprestaties............305
Voorstoelen.................37
Voorzorgsmaatregelen voor
onderhoud...............266
Voorzorgsmaatregelen voor
voertuigverzorging..........285
Vulinhouden................313
Waarschuwingen voor gebruik van
voertuigen met
vierwielaandrijving..........197
Werking van de turbocompressor . .165
Werking van de vierwielaandrijving . .193
Wisserblad vervangen.........283
Zekeringen................248
Zijairbags.................142
Zonnekleppen...............85
Zuinig rijden................155
ALFABETISCH REGISTER
Largo Senatore G. Agnelli, 3 - 10040
Volvera - Torino (Itali ) FCA Italy S.p.A. - MOPAR
- Technical Services - ServiceEngineering
Druknummer 603.91.224NL -03/2017 - 2 ë
Editie