ESP Hyundai Accent 2008 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2008, Model line: Accent, Model: Hyundai Accent 2008Pages: 250, PDF Size: 9.19 MB
Page 139 of 250

2HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
6
!WAARSCHUWING:
Verzeker u ervan dat de koppeling
volledig is ingetrapt als de motor bij een handgeschakelde autogestart wordt.
Anders bestaat de mogelijkheid dat
er in of buiten de auto iemand schade oploopt ten gevolge van de voor-of achteruitbeweging vande auto als de koppeling niet geheel is ingetrapt tijdens het starten.
5. Draai de contactsleutel in de stand "START" en laat de sleutel los zodra de motor aanslaat.
C050B02S-GXT Normale startprocedure
1. Breng de contactsleutel aan en
gesp de veiligheidsgordel om.
2. Zet de versnellingshandel in neutraal (handgeschakelde vers- nellingsbak) of de keuzehandel in stand P (automatische trans-missie).
3. Controleer of de controlelampen en de instrumenten goed werken nadat de contactsleutel in de stand "ON" is gedraaid.
4. Draai, bij voertuigen met een controlelamp voor het voorgloeien,de contactsleutel in de stand "ON".Eerst zal de controlelamp oplichten en daarna doven, hetgeen betekent dat het voor-gloeien heeftplaatsgevonden en de motor kan worden gestart. N.B.: Om de motor te kunnen starten
wanneer de groene verlichting reeds is gedoofd, moet de sleutel eerst weer in de stand "LOCK" worden gedraaid en daarnaopnieuw in de stand "ON" zodat de gloeibougies op temperatuur worden gebracht.
C050B01HP
Gele lamp "ON" Gele lamp "OFF"
Page 147 of 250

2HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
14
!
ANTIBLOKKEERSYSTEEM (ABS)
C120A01FC-GXT (Indien gemonteerd)
Het antiblokkeersysteem (ABS) is
ontworpen om, tijdens plotseling remmen of bij gevaarlijke wegom-standigheden, het blokkeren van een wiel te voorkomen.
Een regeleenheid registreert de
snelheid van het wiel en controleertde druk naar iedere rem. Op deze wijze zal, in een noodsituatie of bijeen glad wegdek het antiblok- keersysteem de controle over het voertuig tijdens het remmenverbeteren.
o Indien het antiblokkeersysteem in werking treedt, kan in het rempedaal een lichte reactiegevoeld worden, tijdens het remmen. Ook is een klikkend geluid in het motorcompartimentonder het rijden waarneembaar. Dit zijn normale verschijnselen ten teken dat uwantiblokkeersysteem goed functioneert. o Indien het antiblokkeersysteem
in werking treedt, kan in het rempedaal een lichte reactie gevoeld worden, tijdens het remmen. Ook is een klikkend geluid in het motorcompartiment onder het rijden waarneembaar. Dit zijnnormale verschijnselen ten teken dat uw antiblokkeersysteem goed functioneert.
o Als de auto naast de weg raakt,moet niet scherp worden teruggestuurd, maar moet de snelheid worden verminderd voordat wordt geprobeerd om deauto weer op de weg terug te krijgen.
o Nooit de geldende snelheidslimiet overschrijden.
o Als uw auto vast komt te zitten in sneeuw, modder, zand enz.,dan kan de auto mogelijk loskomen door de auto voor- enachteruit te bewegen (schommelen). Probeer dit niet als mensen of objecten zich inde buurt van de auto bevinden. Tijdens het "schommelen" kan de auto opeens voor- of achteruitbewegen als de auto loskomt en daarbij de personen of objecten in de nabijheid verwonden/beschadigen. WAARSCHUWING:
Het ABS (ESP) voorkomt geen
ongelukken als gevolg van onjuisten gevaarlijk rijgedrag. Zelfs al isde beheersing van de auto tijdens noodremmingen verbeterd, toch moet altijd een veilige afstandworden aangehouden. Onder ex- treme wegomstandigheden moet de snelheid altijd worden vermin-derd.
Onder de volgende omstandig-
heden kan de remweg voor auto'smet ABS (ESP) zelfs langer zijn dan voor auto's zonder ABS (ESP).
Page 148 of 250

2
HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
15
o Op wegen met een ruwe wegdek
of als ze zijn bedekt met grind of sneeuw.
o Bij het rijden met sneeuwket-
tingen.
o Op wegen waar kuilen in het wegdek aanwezig zijn of waar dehoogte van het wegdek ongelijk is.
Op deze wegen moet met verminderde snelheid worden gereden. De veiligheidsvoorzieningen van een auto met ABS (ESP) mogen niet worden uitgeprobeerd bij hogesnelheid of in bochten. Hierdoor kan de veiligheid van uzelf of van anderen in gevaar komen.
ELEKTRONISCHE STABILITEITSREGELING(ESP) De elektronische stabiliteitsregeling (ESP) is een elektronisch systeemdat de bestuurder helpt bij het onder controle houden van de auto onder kritische omstandigheden. Het is geen vervanging voor een veilige rijstijl. Factoren zoals snelheid, de conditie van de weg en de manierwaarop de bestuurder de auto bestuurt, zijn van invloed op de mate waarin het ESP kan voorkomen dat decontrole wordt verloren. Het blijft uw verantwoordelijkheid om met redelijke snelheden te rijden en bochten tenemen en een ruime veiligheidsmarge in acht te nemen.
LET OP:
Als wordt gereden met eenafwijkende velg- of bandenmaat is het mogelijk dat het ESP niet juistwerkt. Als banden worden vervangen, zorg er dan voor dat deze dezelfde maat hebben als deoude banden.
!
C310A01JM-AXT (Indien gemonteerd) De elektronische stabiliteitsregeling
(ESP: Electronic Stability Program) dient voor het stabiel houden van de auto in bochten. Het ESP controleert waar u heen stuurt en waar de auto inwerkelijkheid heengaat. ESP bedient de remmen van de
afzonderlijke wielen en regelt hetmotormanagementsysteem, zodat de auto stabiel blijft.
B310A01MC
Page 149 of 250

2HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
16
!WAARSCHUWING:
De elektronische stabiliteitsregeling
is alleen een hulpmiddel; alle normale voorzorgsmaatregelen bijhet rijden in slecht weer of op een wegdek met weinig grip moeten in acht worden genomen.
C310B01JM-AXT ESP AAN/UIT Als het ESP actief is, dan knippert de ESP-lamp in het instrumentenpaneel.Als de regeling wordt uitgeschakeldm.b.v. de ESP-schakelaar, dan gaat de ESP-OFF-lamp continu branden. Als het ESP is uitgeschakeld, dankan de stabiliteitsregeling niet geactiveerd worden. Pas daarom uw rijstijl aan. Druk voor het inschakelenvan de regeling opnieuw de schakelaar in. De ESP-OFF-lamp moet nu doven. N.B.: Het ESP wordt automatisch weer ingeschakeld nadat de motor isuitgezet en opnieuw is gestart. C310D01JM-AXT Controle- en waarschuwingslampen De lampen moeten gaan branden als de contactsleutel op "ON" of "START" is gezet. Vervolgens moeten delampen na drie seconden doven.Laat de auto controleren door eenHyundai dealer als de lampen nietgaan branden of de ESP- of ESP- OFF-lamp niet na 3 seconden uitgaat. Als een storing optreedt tijdens de rit, dan wordt dit aangegeven door eenbrandende ESP-OFF-lamp.Als de ESP-OFF-lamp brandt, parkeeruw auto dan op een veilige plek en zet de motor uit. Start vervolgens de motor opnieuw en controleer of de ESP-OFF-lamp dooft. Als de lamp blijft branden nadat de motor is gestart, laat dan uw auto door een Hyundai dealer controleren.
PARKEERHULP
C400A03P-GXT (Indien gemonteerd) De parkeerhulp waarschuwt de
bestuurder tijdens het achteruitrijden met een signaal zodra de afstand tussen de auto en een voorwerp achter de auto minder dan 120 cm wordt.Het systeem dient slechts als hulpmiddel vermindert niet de noodzaak om voorzichtig te rijden.Het bereik van de parkeersensoren is beperkt en niet alle voorwerpen worden even goed opgemerkt. Blijf daaromaltijd alert tijdens het achteruitrijden.
OMC025109
Sensor
Page 152 of 250

2
HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
19
!
SC140A1-FX
WAARSCHUWING:
Plaats geen voorwerpen op de hoedenplank achter de achterbank. Bij een aanrijding of plotseling afremmen kunnen dergelijkevoorwerpen naar voren schuiven waardoor de wagen wordt bescha- digd of inzittenden verwondingenkunnen oplopen.
o Controleer voor het wegrijden of de handrem is vrij gezet en de controlelamp voor de handrem niet brandt.
o Bij het rijden in de regen of door
water en nadat de wagen is gewassen, kunnen de remmen nat worden. Natte remmen zijn gevaarlijk! Natte remmen hebben een langere remweg tot gevolg en de wagen kan naar één kant trekken. Rij voorzichtig als u vermoedt dat de remmen nat zijn. Wanneer de wagen niet normaal remt, zijn de remmen waarschijnlijk nat en zal er meer druk op het rempedaal moeten worden uitgeoefend of trekt de wagen bij het remmen naar één kant. Druk,
OPMERKINGEN MET BETREKKING TOT DE REMMEN
om de remmen te drogen, licht op het rempedaal totdat de wagen weernormaal remt. Heeft dit geenresultaat, zet de wagen dan zosnel mogelijk stil en bel uw Hyundai dealer voor assistentie.
o Plaats de versnellingshandel niet in neutraal als u bergafwaarts rijdt. Dit kan gevaarlijk zijn. Houd altijdeen versnelling ingeschakeld, remde wagen af en schakel vervolgensnaar een lagere versnelling zodat op de motor kan worden afgeremd.
o Laat uw voet niet op het rempedaal rusten. Dit kan gevaarlijk zijn doordat de remmen hierdoor te heetkunnen worden en niet meeroptimaal functioneren.
o Als u een lekke band krijgt, druk dan licht op het rempedaal. Zodra u voldoende snelheid heeft verminderd en het zonder gevaarmogelijk is, rijd de wagen dan vande weg af en breng hem totstilstand. Als uw wagen is uitgerustmet een automatische transmissie laat hem dan niet "kruipen". Vermijd dit door uw voet op het rempedaalte houden wanneer de wagen tot stilstand is gekomen. o Wees voorzichtig bij het parkeren
op een helling. Trek de handrem aan en plaats de keuzehandel in stand "P" (automatische trans- missie) of in de eerste of achteruitversnelling (handgeschakelde versnellingsbak). Als u de wagen op een helling parkeert, draai dande voorwielen in een zodanige stand dat de wagen niet kan wegrollen. Leg zonodig blokken voor of achterde wielen.
o Een aangetrokken handrem kan vastvriezen. Deze kans isaanwezig wanneer zich sneeuw of ijs om of bij de achterremmen heeft opgehoopt of als de remmen natzijn. Als u denkt dat deze kans aanwezig is, zet de wagen dan tijdelijk op de handrem en zet deversnellingshandel in neutraal resp. Bij automatische transmissie in stand "P". Blokkeer de achterwielenzodat de wagen niet kan wegrollen. Zet daarna de handrem vrij.
o Een voertuig met een automatische versnellingsbak mag nooit met de voet op het gaspedaal tot stilstandgehouden worden op een helling. Gebruik daar altijd de rem of handrem voor.
Page 155 of 250

2HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
22
SC170E1-FX Gebruik zonodig "winterolie" Voor sommige klimaten is het aan te bevelen bij koud weer een "winterolie" met lagere viscositeit te gebruiken.Zie hoofdstuk 9 voor de aanbevolen oliesoorten. Raadpleeg in geval van twijfel uw Hyundai dealer. SC170F2-FX Bougies en ontstekingssysteem controleren Controleer de bougies en vervang ze zonodig. Controleer tevens de bedrading en de componenten vanhet ontstekingssysteem. Vervang beschadigde onderdelen.SC170G1-FXSloten tegen bevriezing
beschermen
Om het bevriezen van de sloten te
voorkomen zijn speciale producten bijuw dealer verkrijgbaar. Ook als een slot bevroren is, kan dit metdoeltreffende middelen worden ontdooid. Soms is het mogelijk een bevroren slot te ontdooien door desleutel te verwarmen.
N.B.: Het temperatuurgebied waarin de
sleutel voor de startblokkering kan worden gebruikt, bedraagt –40 °Ctot 80 °C. Als de sleutel van de startblokkering tot boven 80 °C wordt verwarmd om een bevrorenslot te openen, kan de transpon- der in de sleutelkop worden beschadigd.
SC170C1-FX Koelvloeistof Het koelsysteem van uw Hyundai is gevuld met ethyleenglycol. Gebruik geen andere koelvloeistof aangezien ethyleenglycol corrosie van hetkoelsysteem tegengaat, uw water- pomp smeert en bevriezing voorkomt. Het systeem moet worden bijgevuldovereenkomstig het onderhoud- soverzicht in hoofdstuk 5. Laat voor de winter de koelvloeistof controlerenm.b.t. het vriespunt.
N.B.: Sneeuwkettingen zijn niet altijd wettelijk toegestaan. Raadpleeg degeldende wettelijke bepalingen voor het monteren van sneeuwkettingen. SC170D1-FX Accu en accukabels controleren Controleer visueel de accu en de accukabels zoals beschreven inhoofdstuk 6. De staat van de accu kan worden gecontroleerd door uw Hyundai dealer.
Page 174 of 250

3IN GEVAL VAN PECH
12ALS UW AUTO MOET WORDEN GESLEEPT
D060J01E-GXT Nadat een wiel is verwisseld Breng altijd de ventieldop aan nadat u de bandenspanning heeftgecontroleerd of gewijzigd. Als de dop niet wordt aangebracht kan de kern van het ventiel door vuil of vochtbeschadigen waardoor de band langzaam spanning verliest. Raakt u een ventieldop kwijt, vervang hemdan zo snel mogelijk. Controleer altijd of de lekke band correct in de kofferruimte is aangebracht en berg de krik en degereedschappen op. D080A01O-GXT Als uw auto moet worden gesleept,
laat dit dan doen door uw Hyundai dealer of door een gespecialiseerdeautosleepdienst. Zo voorkomt u dat uw auto beschadigd raakt tijdens het slepen. Bovendien zijn professionelesleepdiensten op de hoogte van de plaatselijke regels ten aanzien van slepen. In ieder geval is het belangrijkdat u deze informatie overhandigt aan de chauffeur van de sleepwagen, om schade aan uw auto te voorkomen.Er moet een systeem met veiligheidskettingen worden gebruikt, en alle plaatselijke wetten moeten inacht worden genomen.
Het verdient aanbeveling dat uw auto
wordt gesleept met een wiellift en verrijdbare plateaus of op een auto- ambulance met alle wielen van degrond.
! LET OP:
o Uw auto kan beschadigd raken als hij onjuist wordt gesleept!
o Controleer of de transmissie in neutraal staat.
o Als de motor niet start, ontgrendel dan het stuurslot door de sleutel in het contactslot inde stand "ACC" te zetten.
D060J02MC
Page 180 of 250

4CORROSIEBESCHERMING EN ONDERHOUD VAN DE CARROSSERIE
2CORROSIE VOORKOMEN
SE020A1-FX Door toepassing van de meest geavanceerde technologie bij het ontwerp en construeren ter bestrijdingvan corrosie, produceert Hyundai wagens van hoogstaande kwaliteit. Bij de bescherming tegen corrosie opden lange duur is het echter van belang dat de eigenaar hier aan meewerkt. SE020B1-FX Oorzaken van corrosie De meest voorkomende oorzaken van corrosie zijn:
o Pekel, modder en vocht dat zich aan de onderzijde van de wagen verzamelt.
o Beschadigingen aan de lak of coat- ing door steenslag, grind, krassenof deuken die het onbeschermde metaal blootstellen aan corrosie. SE020C1-FXRisicogebieden Bescherming tegen corrosie is vooral
belangrijk wanneer u in een gebied woont waar uw wagen regelmatig wordtblootgesteld aan corrosieve invloeden. De meest voorkomende oorzaken van versnelde corrosie zijn pekel,chemische stoffen, zeelucht en industriële vervuiling. Ook hoge temperaturen kunnen de
oorzaak van corrosie zijn als de desbetreffende delen van de carrosserie niet goed worden geventileerd, waardoor het vocht zichtkan verzamelen. Om genoemde redenen is het van groot belang dat uw wagen schoon is en vrij vanmodder of ander vuil. Dit geldt niet alleen voor het zichtbare gedeelte, maar vooral voor de onderzijde vande wagen.
SE020D1-FX Vocht Bij vocht bestaat de grootste kans op
corrosie.
Bijvoorbeeld, in een omgeving met
een hoge vochtigheidsgraad. Vooral bij temperaturen vlak onder het vriespunt, is de kans op corrosie groot.Onder deze omstandigheden blijven de corrosieve materialen over een langere periode aanwezig, doordat hetvocht slechts langzaam verdampt. Ook modder is vaak de oorzaak van corrosie, doordat het slechts langzaamdroogt, waardoor vocht lang met de carrosserie in aanraking blijft.
Page 181 of 250

4
CORROSIEBESCHERMING EN ONDERHOUD VAN DE CARROSSERIE
3CORROSIE VOORKOMEN
SE030A1-FX Corrosievorming kan worden
voorkomen door op het volgende te letten:
SE030B1-FX Houd uw wagen schoon De beste manier om corrosie tegen te
gaan is uw wagen schoon te houden en vrij van corrosieve materialen.
Hierbij is de wagenonderzijde van groot
belang.
o Als de wagen wordt gebruikt in
gebieden waar veel gladheid- bestrijdingsmiddelen worden gebruikt, in kustgebieden, in gebieden met industrievervuiling,zure regen etc. moet u extra zorg besteden aan de bestrijding van corrosie. In de winter moet dewagen tenminste éénmaal aan de onderzijde worden schoongespoten. Ook na de winterperiode moet eropworden gelet dat de onderzijde van de wagen goed schoon is. o Bij het schoonspuiten van de
onderzijde moet erop worden gelet dat ook de componenten onder de spatschermen en andere niet zichtbare delen schoon zijn. Doedit grondig. Aangekoekt vuil dat niet geheel wordt verwijderd zal corrosievorming versnellen en niettegengaan. Hogedrukreinigers en stoomreinigers zijn zeer geschikt voor het verwijderen van aangekoektvuil.
o Bij het reinigen van de onderzijde
van portieren, dorpels enlangsdragers moet erop worden gelet dat de afvoergaten open blijven, zodat vocht kan ontsnappenen niet wordt ingesloten. SE030C1-FX Houd uw garage droog Parkeer uw wagen niet in een vochtige, slecht geventileerde garage. Een dergelijke ruimte versneltcorrosievorming. Dit geldt vooral als u uw wagen in de garage wast of als u een natte of met sneeuw, modder ofijs bedekte wagen in de garage parkeert. Zelfs een verwarmde garage kan corrosie versnellen als hij nietgoed is geventileerd, zodat het vocht kan verdampen. SE030D1-FX Houd het lakwerk in goede conditie Krasjes in de lak moeten zo snel mogelijk worden bijgewerkt teneinde roestvorming op de desbetreffende plaatsen tegen te gaan. Als het "kale"metaal zichtbaar is, is het aan te bevelen uw wagen voor reparatie naar een erkende werkplaats te brengen.
Page 182 of 250

4CORROSIEBESCHERMING EN ONDERHOUD VAN DE CARROSSERIE
4ONDERHOUD VAN DE CARROSSERIE
SE040A2-FX Uw wagen wassen Was uw wagen niet als de carrosserie
warm is. Was de wagen altijd in de schaduw.
Was uw wagen regelmatig. Stof en
vuil kunnen krassen in de lakveroorzaken als het niet tijdig wordtverwijderd. Luchtvervuiling of zure regen heeft een chemische inwerking op de lak en de sierlijsten tot gevolgals ze lang op het oppervlak blijven zitten. Als u in kustgebieden woont of in gebieden waar veel gladheidbe-strijdingsmiddelen worden gebruikt of luchtvervuiling voorkomt, moet bijzondere aandacht aan de onderzijdevan de wagen worden besteed. Spoel uw wagen met veel water af zodat stof en los vuil wordt verwijderd. 'sWinters, of als de wagen door modder is gereden, moet ook de onderzijde grondig worden gereinigd. Gebruik eenharde waterstraal waardoor alle vuilafzetting wordt weggespoeld. Gebruik een shampoo van eengerenommeerd merk en volg de gebruiksaanwijzing op. Onderhoudsmiddelen voor de carrosserie zijn bij uw dealer of autoaccessoirewinkel verkrijgbaar.Gebruik geen huishoudmiddelen, ben-zine, sterke oplosmiddelen ofschurende producten omdat deze het oppervlak aantasten. Gebruik een schone spons, spoel hem regelmatig uit en oefen niet teveeldruk uit. Maak hardnekkig vuil goed nat en was slechts kleine oppervlakken. Voor het reinigen vande banden moet een harde borstel worden gebruikt. De wieldoppen moeten m.b.v. een schone spons ofeen zachte doek en water worden gereinigd. Voor het reinigen van alu- minium velgen moet een zachte zeepof een niet agressief reinigingsmiddel worden gebruikt. Gebruik geen cleaner. Behandel aluminium velgen metspeciaal daarvoor verkrijgbare producten. Doordat aluminium door corrosie wordt aangetast, moeten delichtmetalen velgen vooral in de win- ter worden beschermd. Als pekel is gestrooid, moeten de velgen grondigworden gereinigd.
SE030E1-FX Vergeet het interieur niet Vocht dat zich onder vloermatten of bekleding kan verzamelen kan de oorzaak van corrosie zijn. Controleerregelmatig of de matten resp. de bekleding droog zijn.