ESP Hyundai Azera 2011 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2011, Model line: Azera, Model: Hyundai Azera 2011Pages: 304, PDF Size: 33.4 MB
Page 9 of 304

F9
1. Schakelaar
koplampafstelling ............................... 1-86
2. Schakelaar mistachterl icht ................................... 1-82
3. Schakelaar elektronisch stabiliteits programma (ESP)
(Indien gemonteerd) .. ............................................ 2-13
4. Regelknop instrumenteverlichting .........................1-89
5. Hendel voor stuurwielverstelling in hoogte- en
lengterichting ...................................................... 1-117
6. Ontgrendelingshefboom motorkap ......................1-110
7. Sigarettenaansteker ............................................. 1-898. Asbak
voor ........................................................... 1-91
9. Stoelverwarming (Indien gemonteerd) ...................1-28
10. Schakelaar voor de jaloezie van de achterruit
(Indien gemonteerd) ............................................ 1-116
11. Digitale klok .......................................................... 1-88
12. Gordelwaarschuwingslamp (passagiersstoel voor)
(Indien gemonteerd) .............................................. 1-66
13. Schakelaar waarschuwingsknipperlichtinstallatie ....1-87
14. Electrisch aansluitpunt (Indien gemonteerd) ......... 1-90
LET OP:
Als u gebruik maakt van een luchtverfrisser in uw auto mag deze niet op of aan het dashboard worden geplaatst. Als lekkage optreedt van de vloeistof van de luchtverfrisser op deze onderdelen (instrumentenpaneel, dashboard of aanjager), kunnen ze worden beschadigd. Als lekkage van de luchtverfrisservloeistof optreedt op deze onderdelen moet dit onmiddellijkmet water worden afgespoeld.
!
N.B.: De schakelaarplaatsing van nr. 1 tot nr. 4 kan overeenkomstig de opties zijn aangepast.
Page 11 of 304

F11
1. Elektrobox
instrumentenpaneel .............................6-23
2. Instrumentenpaneel ............................................... 1-58
3. Parkeerrempedaal ............................................... 1-104
4. Rempedaal ............................................................. 2-4
5. Gaspedaal ............................................................. 2-4
6. Multischakelaar verlichting/ Schakelaar mistlampen voor .........................1-79/1-82
7. Toets audioafstandsbediening .............................1-118
8. Claxon/SRS airbag (bestuurdersijde) ...........1-115/1-47
9. Hoofdschakelaar automatische snelheidsregeling (Indien gemonteerd) ............................................ 1-12110. Schakelaar ruitenwissers/ruitensproeiers
..............1-83
11. Audiosysteem ..................................................... 1-139
12. Airbag voor passagierszijde ..................................1-47
13. Bedieningsorganen verwarming/airconditioning
(Indien gemonteerd) ............................................ 1-125
14. Dashboardkastje ................................................... 1-99
15. Opbergkastje ......................................................... 1-99
16. Keuzehandel/Versnellingshandel ............................ 2-7
17. Bekerhouder .......................................................... 1-91
18. Middenconsole .................................................... 1-100
LET OP:
Als u gebruik maakt van een luchtverfrisser in uw auto mag deze niet op of aan het dashboard worden geplaatst. Als lekkage optreedt van de vloeistof van de luchtverfrisser op dezeonderdelen (instrumentenpaneel, dashboard of aanjager), kunnen ze worden beschadigd. Als lekkage van de luchtverfrisservloeistof optreedt op deze onderdelen moet dit onmiddellijk met water worden afgespoeld.
!
Page 14 of 304

1BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
2
B010A02CM-GXT Tank uitsluitend loodvrije ben- zine Voor optimale prestaties van uw auto raden wij aan om ongelode benzine met een octaangetal (RON) hoger dan 95/ AKI (Anti Knock Index) hoger dan 91 tetanken. U kan gebruik maken van ongelode benzine met een octaangetal (RON) 91~94 / AKI 87~90, maar hierdoorkunnen de prestaties van de auto iets minder worden. Het tanken van loodhoudende benzine heeft eenonherstelbare beschadiging van de katalysator en een onvoldoende werking van het emissieregelsysteem tot gevolg. Bovendien kan dit hogeonderhoudskosten met zich meebrengen. Om vergissingen bij het tanken tevoorkomen past het vulpistool voor loodhoudende benzine niet in de vulopening van uw Hyundai.BRANDSTOFVOORSCHRIFTEN
Dieselmotor Dieselbrandstof Gebruik voor de dieselmotor alleen bij het benzinestation verkrijgbaredieselbrandstof die aan de EN 590-norm of vergelijkbaar voldoet. (EN staat voor “European Norm”).Gebruik geen dieselbrandstof die bestemd is voor de scheepvaart, lichte stookoliën of niet-goedgekeurdebrandstoftoevoegingen, aangezien dit de slijtage zal bespoedigen en de motor en het brandstofsysteem kan beschadigen. Het gebruik van niet-goedgekeurde brandstoffen en/ofbrandstoftoevoegingen heeft een beperking van de garantie tot gevolg. Het cetaangetal van de dieselbrandstof voor uw auto moet hoger zijn dan 51. Als er twee soorten diesel leverbaar zijn,moet afhankelijk van de temperatuur worden gekozen voor zomer- of winterdiesel.
o Boven -5°C (23°F) ... Zomerkwaliteitdieselbrandstof
o Onder -5°C (23°F) ... Winterkwaliteit dieselbrandstof Zorg ervoor dat de brandstoftank niet leeg raakt. Als de motor door brandstoftekort afslaat, moeten debrandstofcircuits volledig worden ontlucht voordat de motor weer kan worden gestart.
LET OP:
Zorg ervoor dat er geen benzine ofwater in de brandstoftankterechtkomt. Als dat wel het geval is, moet de brandstoftank worden brandstofsysteem worden ontlucht om schade aan de brandstofpomp en de motor te voorkomen.
!
! LET OP: - Dieselmotor
Het is raadzaam de aanbevolen die- sel voor dieselauto's uitgerust met een DPF-systeem te gebruiken. Het gebruik van diesel met een hoogzwavelgehalte (meer dan 50 ppm zwavel) en niet-gespecificeerde toevoegingen kan ertoe leiden dathet DPF-systeem beschadigd raakt en er witte rook wordt uitgestoten.
Page 45 of 304

1
BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
33
B170A04A-AXT IN HOOGTE VERSTELBARE VEILIGHEIDSGORDELS, VOOR
U kunt de hoogte van de schoudergordel- verankering in een van de vier positiesinstellen. Als de hoogte te dicht bij de hals is ingesteld, heeft u niet de optimale bescherming. Het schoudergedeeltemoet zodanig worden ingesteld dat hij over de borst loopt en over de schouder, dichter bij het portier dan bij de hals.Verplaats de verankering van de veiligheidsgordel naar boven of naar beneden om de hoogte in de gewenstestand af te stellen. Trek de verankering omhoog om hem hoger in te stellen.
HTG2058 Druk hem naar beneden met ingedrukte hoogteinstelknop om de verankering teverlagen. Laat de knop los om de verankering te vergrendelen. Probeer de verankeringte verplaatsen om te controleren of hij goed is vergrendeld.
!WAARSCHUWING:
o Het verstelmechanisme moet tijdens het rijden zijn vergrendeld.
o Een onjuiste afstelling van de
schouderhoogte van de veiligheidsgordel kan er toe leiden dat de gordel niet optimaal functioneert bij een aanrijding. B180A02TG-GXT 3-PUNTS VEILIGHEIDSGORDELGordel omgespen Trek de gordel gelijkmatig uit het oprolmechanisme en steek de slottong in het slot. De slottong moet hoorbaaraangrijpen. De lengte van de veiligheidsgordel past zich automatisch aan de zitpositie aan.Het oprolmechanisme blokkeert de veiligheidsgordel bij een noodstop of een aanrijding, maar ook bij abruptebewegingen naar voren. Gordel vastmaken. Controleer of de gordel goed isvergrendeld en niet is verdraaid.
B180A01NF
Page 49 of 304

1
BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
37
B235G01TG
B230F01A-GXT Op middelste plaats op achterbank aanbrengen
o Als het veiligheidssysteem voor
kinderen niet in gebruik is, moet het in de bagageruimte wordenopgeborgen of zodanig worden vastgezet dat het bij sterk afremmen of een aanrijding nietnaar voren wordt geslingerd.
o Kinderen die te groot zijn voor het
veiligheidssysteem voor kinderen,moeten op de achterbank in de aanwezige gordel zitten.
o Zorg ervoor dat het schouderdeel van de buitenste driepuntsgordelin het midden over de schouder loopt en nooit voor de nek of achterde rug is geplaatst. Door het kind dichterbij het gordelslot te laten zitten kan deligging van het schouderdeel van de veiligheidsgordel soms worden verbeterd. Het schootdeel van dedriepuntsgordel moet zo laag en strak mogelijk om de heupen van het kind liggen. Gebruik de middelste veiligheidsgordelom het veiligheidssysteem voorkinderen, zoals afgebeeld, te bevestigen. Probeer na het aanbrengen het kinderzitje voor- en achteruit en zijdelings tebewegen om te controleren of het goed door de gordel wordt vastgehouden. Als het zitje kan worden bewogen moetde lengte van de veiligheidsgordel worden gewijzigd. Haak vervolgens de haak van de bevestigingsband in de bevestigingen zet het zitje vast. Raadpleeg altijd de aanwijzingen van de fabrikant voordat het veiligheidssysteem voor kinderen inuw auto wordt aangebracht.
o Als de veiligheidsgordel niet
volledig passend is voor het kind, moet een goedgekeurde zitblokop de achterbank worden gebruikt, zodat de zithoogte van het kind wordt aangepast aan de aanwezigeveiligheidsgordel.
o Laat nooit een kind op de zitting
staan of knielen.
o Gebruik nooit een babydrager of kinderzitje dat over de rugleuning"haakt"; het kan bij een aanrijdingonvoldoende bescherming geven.
o Laat onder het rijden een inzittende
nooit een kind in de armen houden;hierdoor kan het kind bij een aanrijding of een sterke afremming ernstig gewond raken. Hetvasthouden van een kind tijdens het rijden biedt geen enkele vorm van bescherming, zelfs niet als debetreffende persoon de veiligheidsgordel heeft omgegespt.
o Wanneer het kinderzitje niet cor- rect is bevestigd, neemt de kansop ernstige of dodelijk letsel bijeen ongeval sterk toe.
Page 54 of 304

1BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
42
!WAARSCHUWING:
o Breng geen kinderzitje met gebruikmaking van de ISOFIX bevestigingspunten op de middelste zitplaats op de achterbank aan. De ISOFIX bevestigingspunten worden alleen voor de linker en rechter buitenste zitplaats geleverd. Gebruik de ISOFIX-bevestigingspunten niet op de verkeerde manier door een kinderzitje op de middelste zitplaats aan de ISOFIX bevestigingspunten te bevestigen.De ISOFIX gordels van het kinderzitje zijn misschien niet sterkgenoeg om bij een ongeval hetzitje op de middelste zitplaats vast te houden en kunnen breken, met ernstig of dodelijk letsel als gevolg.
o Als gebruik wordt gemaakt van
het "ISOFIX"-systeem om eenkinderzitje op de achterbank teinstalleren, dan moeten de metalengespen vast in de gordelsluitingenworden geplaatst en moet de riemachter het kinderzitje worden getrokken, zodat het kind een losse veiligheidsriem niet kan bereiken.
LET OP:
Zorg dat het materiaal van de veiligheidsgordel achter tijdens het plaatsen niet beschadigd wordt of bekneld raakt tussen de ISOFIX- bevestigingen.
2. Bevestig de haak van de bovenste bevestigingsband aan de houder aan en trek de band aan om het zitje goed vast te zetten. Raadpleeg "Kinderzitje met Tether Anchorage Systeem bevestigen" op bladzijde 1-40.!
OTG030304
Kinderzitje aanbrengen
1. Druk het slot van het zitje bij het
aanbrengen in de ISOFIX bevestiging. Er moet een "klik" hoorbaar zijn.
Page 55 of 304

1
BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
43
B180B01NF-AXT Veiligheidsgordel met gordel- spanner Uw Hyundai is voorzien van veiligheidsgordels met gordelspanners voor de bestuurder en de voorpassagier. De gordelspanner zorgt er bij een zware frontale aanrijding voor dat de veiligheidsgordel strak tegen het lichaam van de inzittende wordt getrokken. De gordelspanners kunnen worden geactiveerd met de airbags.
Door losse metalen gespen kan het kind mogelijk een niet-uitgetrokken veiligheidriembereiken, waardoor het kind in hetzitje verwurgd zou kunnen worden met ernstige verwondingen of zelfs de dood als gevolg.
o Bevestig niet meer dan één
kinderzitje met een enkelvoudigegordel aan het onderstebevestigingspunt. Door dehogere belasting kunnen debevestigingspunten of kan degordel breken, met ernstig of dodelijk letsel als gevolg.
o Bevestig ISOFIX of ISOFIX vergelijkbare kinderzitjes alleen op de afgebeelde plaatsen.
o Volg altijd de montage- en gebruiksvoorschriften van de fabrikant van het kinderzitje op.
OED030300Als de auto plotseling tot stilstand wordt gebracht of als de inzittende te snelnaar voren beweegt, dan zal de gordelblokkering blokkeren. Bij bepaalde frontale botsingen wordt degordelspanner geactiveerd en wordt de gordel strakker tegen het lichaam van de inzittende getrokken. Ook deslotspanner (die zich in het gordelslot bevindt) trekt de gordel in het gordelslot.
!
LET OP:
Plaats geen voorwerpen nabij het slot. Als voorwerpen nabij het slotworden geplaatst, dan kan dit van invloed zijn op de werking van de slotspanner en neemt kans oppersoonlijk letsel tijdens een botsing toe. Als het systeem een overmatige span- ning van de veiligheidsgordel aanbestuurders- of voorpassagierszijde signaleert als de gordelspanner wordt ingeschakeld, dan zal detrekkrachtbegrenzer in de gordelspanner de druk op de betreffende gordel iets verlagen.
Page 56 of 304

1BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
44
WAARSCHUWING:
Om maximaal te profiteren van de veiligheidsgordel met gordelspanner:
1. Gesp de veiligheidsgordel altijd cor- rect om.
2. Stel de veiligheidsgordel correct af.!
N.B.:
o Zowel de gordelspanner voor de bestuurder als de voorpassagier worden onder bepaaldeomstandigheden bij een frontale aanrijding geactiveerd. De gordelspanners kunnen alleenworden geactiveerd, of als de frontale aanrijding ernstig genoeg is, samen met de airbags.
o Bij het activeren van de gordelspanners is er een hard geluidhoorbaar en komt fijne stof (dat oprook kan lijken) vrij in de auto. Dit is normaal en niet gevaarlijk.
o Hoewel het ongevaarlijk is kan de huid door de fijne stof geïrriteerdraken en moet het niet gedurende langere tijd worden ingeademd.Daarom moeten de handen en het gezicht zorgvuldig worden gewassen nadat bij een aanrijdingde gordelspanners zijn geactiveerd.
Het systeem van veiligheidsgordels met gordelspanner bestaat uit de volgendebelangrijke onderdelen. De montageplaatsen zijn in de afbeelding aangegeven.
1. SRS airbag controlelamp
2. Gordelspanner
3. SRS regeleenheid
4. Gordelslotspanner(Indien gemonteerd) B180B01TG
1
2
3
Airbageenheid voor bestuurderszijde
Airbageenheid voor passagierszijde
4
Page 65 of 304

1
BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
53
B990B02TG-AXT Zij-airbag (Indien gemonteerd) Uw Hyundai is uitgerust met zijairbags voor of zijairbags achter. Deze airbagheeft tot taak om de bestuurder en/of voorpassagiers extra bescherming te geven naast de werking van alleen deveiligheidsgordel. De zij-airbags zijn ontworpen om in werking te treden bij een aanrijding van opzij, afhankelijkvan de ernst van de aanrijding, de hoek, de snelheid en het aanrijdingspunt. De airbags zijn nietontworpen om bij alle aanrijdingen van opzij in werking te treden. B990B02LZ
B990B01TG
Zij-airbag sensor
Belangrijke veiligheidsmaatre- gelen betreffende het zij-airbagsysteem Onderstaande opmerkingen over de veiligheid van het systeem moeten altijdin acht worden genomen om de kans op verwondingen tijdens een ongeval zo klein mogelijk te maken
WAARSCHUWING:
o De zij-airbags vormen een aanvulling op de driepunts veiligheidsgordels van de bestuurder en de voorpassagier, maar vervangt deze niet. Daarommoet de veiligheidsgordel altijd worden gedragen als u in de auto zit. De zij-airbags wordenalleen geactiveerd bij bepaalde botsingen aan de zijkant die ernstig genoeg zijn om letsel teveroorzaken.
o Voor de beste bescherming van het zij-airbagsysteem en omverwondingen bij het in werkingtreden van de zij-airbag te voorkomen, moeten de beide inzittenden van de voorstoelenrechtop zitten met de veiligheidsgordel correct vastgegespt. De handen van debestuurder moeten in de standen 9:00 en 3:00 uur op het stuurwiel worden gehouden. De armen enhanden van de voorpassagiers moeten in de schoot worden gehouden.!
Page 71 of 304

1
BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
59
1. Controlelamp elektronische motorregeling (MIL)
2. Controlelamp oliedruk
3. Controlelamp laadstroom
4. "Passagiersairbag OFF"-lamp (Indien gemonteerd)
5. Airbag systeem
6. Toerenteller
7. Controlelamp richtingaanwijzers
8. Controlelamp grootlicht
9. Controlelampen elektonisch stabiliteitsprogramma (ESP) (Indien gemonteerd)
10. Verlichting schakelkwadrant van automatische transmissie
11. Controlelamp automatische snelheidsregeling (Indien gemonteerd)
12. Controlelamp mistlampen, voor
13. Indicator ingeschakelde cruise controle (Indien gemonteerd) 14. Snelheidsmeter
15. Waarschuwingslamp laag ruitensproeiervloeistofniveau
16. Controlelamp niet goed gesloten achterklep
17. Controlelamp voorgloeien (Dieselmotor)
18. Controlelamp startbeveiliging
19. Waarschuwingslamp water in brandstoffilter
(Dieselmotor)
20. Koelvloeistoftemperatuurmeter
21. Controlelamp ABS systeem
22. Controlelamp niet goed gesloten portieren
23. Gordel-waarschuwingslamp (Bestuurder)
24. Controlelamp remsysteem/aangetrokken parkeerrem
25. Kilometerteller / Boordcomputer
26. Controlelamp benzinereserve
27. Benzinemeter