lock Hyundai Azera 2011 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2011, Model line: Azera, Model: Hyundai Azera 2011Pages: 304, PDF Size: 33.4 MB
Page 21 of 304

1
BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
9
B040C02Y-AXT Van buitenaf Vergrendelen
De portieren kunnen zonder gebruik van een sleutel worden vergrendeld. Ga hierbij als volgt te werk: zet aan debinnenzijde de slotschakelaar in de stand "LOCK", zodat het rode merkteken op de schakelaar niet meerzichtbaar is, vervolgens kan het portier worden gesloten. Het portier kan niet worden vergrendeldals bij gesloten voorportieren de sleutel zich nog in het contactslot bevindt. Dit is normaal. B040C01TG
B040B01A-AXT Portieren met behulp van sleutel afsluiten en openen
o Het portier wordt vergrendeld en
ontgrendeld met behulp van een sleutel.
o Vergrendelen geschiedt door de sleutel naar de voorzijde van dewagen te draaien en ontgrendelendoor hem naar de achterzijde van de wagen te draaien.
PORTIERSLOTEN
!
B040A01NF-AXT
WAARSCHUWING:
o Niet goed gesloten portieren kunnen gevaarlijk zijn. Controleer alvorens weg te rijden, vooral als zich kinderen in de wagen bevinden, of alle portieren goedzijn gesloten. Hierdoor wordt voorkomen dat de portieren tijdens het rijden abusievelijk wordengeopend. Bovendien wordt op deze manier, in combinatie met het juiste gebruik van deveiligheidsgordels, voorkomen dat inzittenden in geval van een ongeluk naar buiten wordengeslingerd.
o Let er alvorens een portier te
openen op dat geen verkeer vanachteren komt.
o Bij een ongeval wordt het portier
automatisch ontgrendeld.
OTG040006
Ontgrendelen
Vergrendelen
Page 22 of 304

1BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
10
B040D01NF-AXT Portieren van binnenuit afsluiten
HTG2009
Vergrendelen
Ontgrendelen
WAARSCHUWING:
Trek niet aan de binnenhandgreep als met de auto wordt gereden. Alsaan de binnenhandgreep wordt getrokken, dan kan het portier worden geopend en kan u uit de auto wordengeworpen en gewond raken of dodelijk verongelukken.!
N.B.:
o Als het portier is afgesloten is de rode markering op de vergrendelingsknop niet zichtbaar.
o Het bestuurders- en passagiersportier kunnen wordengeopend door aan debinnenhandgreep te trekken, ook als de vergrendelingsknop in de "LOCK"-stand staat.
Voor het afsluiten van de wagen van binnenuit is het voldoende het portier te sluiten en de vergrendelingsknop in de"LOCK"-stand te drukken. Hierna is het niet meer mogelijk het portier met de binnen- of buitenhandgreep te openen.
N.B.:
o Als het portier op deze wijze wordt
vergrendeld, moet erop worden gelet dat de sleutel niet in de autoachterblijft.
o Om diefstal te voorkomen, moet
altijd de contactsleutel wordenverwijderd en moeten alle portieren worden vergrendeld als de auto onbewaakt achterblijft.
Page 23 of 304

1
BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
11
!
N.B:
o Als de achterzijde van deze
schakelaar wordt ingedrukt worden alle portieren ontgrendeld.
o Als het voorste deel van de slotschakelaar aan bestuurders-of voorpassagierszijde wordtingedrukt, dan worden alle portieren vergrendeld.
o Het bestuurders- en voorpassagiersportier kunnenworden geopend door aan de binnenhandgreep te trekken, ookals het voorste deel van de centrale portiervergrendeling aan de bestuurders- ofvoorpassagierszijde is ingedrukt om de portieren te vergrendelen.
o Als de portieren meerdere keren snel achter elkaar worden ver- enontgrendeld met de sleutel of de slotschakelaar, dan is het mogelijkdat het systeem tijdelijk niet werkt. Hierdoor wordt het circuit beschermd en wordt beschadigingvan componenten voorkomen. WAARSCHUWING:
Wees voorzichtig bij het bedienen van de slotschakelaar of de binnenhandgreep van het portier alseen kind op de stoel van de voorpassagier zit. Als een kind het portier ontgrendelt, dan is hetmogelijk dat het portier per ongeluk open gaat. Als dit tijdens de rit gebeurt, dan is het mogelijk dat hetkind uit de auto valt en ernstig gewond raakt of overlijdt.
B040G02NF-AXT Centrale deurvergrendeling De slotschakelaar bevindt zich op de armleuningen van de bestuurder en voorpassagier. Door de slotschakelaarin te drukken wordt het systeem bediend. Als een portier is geopend en de schakelaar is ingedrukt "LOCK"-stand),dan wordt dit portier vergrendeld als het wordt gesloten.
OTG040823
Bestuurderszijde
Passagierszijde
Vergrendelen OntgrendelenVergrendelen
Ontgrendelen
Page 26 of 304

1BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
14
N.B.: Als het systeem is uitgeschakeld terwijl de "DOOR"-schakelaar van de interieurverlichting wordt ingedrukt,dan gaat de interieurverlichting 30 seconden branden.
!LET OP:
De alarminstallatie kan alleen met de afstandsbediening worden uitgeschakeld. Kan de installatie nietmet de afstandsbediening worden uitgeschakeld, ga dan als volgt te werk:
1. Ontgrendel en open het portier met de sleutel; hierdoor wordt het alarm ingeschakeld.
2. Steek de sleutel in het contactslot
en draai de sleutel in de stand"START".
Nadat de bovenstaande handelingenzijn uitgevoerd, wordt de alarminstallatie uitgeschakeld.
! LET OP:
Breng geen wijzigingen aan in het antidiefstalsysteem. Hierdoor kan dit defect raken. Laat het systeem indiennodig controleren en repareren door een officiële HYUNDAI-dealer. Storingen veroorzaakt door onjuisteafstelling of eigenhandige aanpassingen van het antidiefstalsysteem vallen niet onderde fabrieksgarantie.
B070D02TG-GXT Uitschakelfase Het systeem wordt op de volgende wijze uitgeschakeld: Het bestuurders- of passagiersportier wordt ontgrendeld door het indrukkenvan de "UNLOCK" (
) toets van de
afstandsbediening. Na het uitvoeren van de bovenge- noemde handelingen knipperen de richtingaanwijzers tweemaal om aan tegeven dat het systeem is uitgeschakeld. N.B.: Ondanks dat het systeem is uitgeschakeld, zal de alarm-LED toch doorlopend knipperen. Plaats de sleutel in het contactslot om de LEDuit te schakelen. Als niet binnen 30 seconden de portieren, het kofferdeksel of de motorkap worden geopend of de sleutel in het contactslot wordt gestoken, dan wordt het systeemopnieuw geactiveerd.
Page 32 of 304

1BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
20
N.B.: De elektrisch bediende ruiten kunnen nog gedurende 30 seconden worden bediend, nadat het contactslot in destand "ACC" of "LOCK" is gedraaid, of als de sleutel uit het contactslot is verwijderd. Als gedurende deze 30seconden de voorportieren worden geopend, dan kunnen de ruiten niet meer worden bediend en moet hetcontactslot opnieuw in de stand "ON" worden gezet.
!WAARSCHUWING:
o Zorg ervoor dat bij het sluiten van een ruit geen hoofd, handen of het lichaam bekneld raakt.
o Probeer nooit de hoofdschakelaar
op het bestuurdersportier en deafzonderlijke schakelaar op het betreffende portier tegelijkertijd in tegengestelde richting tebedienen. Als dit gebeurt, dan stopt de ruitbeweging en kan de ruit niet meer worden geopend ofgesloten.
o Laat kinderen niet alleen in de
auto achter. Verwijder voor hunveiligheid altijd de contactsleutel.
LET OP:
o De ruitbeveiliging werkt alleen als automatisch sluiten wordt gebruikt. De ruitbeveiliging werkt niet als de ruit wordt gesloten door de ruitschakelaar halfomhoog te trekken.
o Als een voorwerp kleiner dan 4
mm doorsnede bekneld raakttussen de ruit en de bovenste ruitsponning, dan is het mogelijk dat de ruitbeveiliging dit nietsignaleert en niet werkt. Controleer daarom eerst of er geen voorwerpen/lichaamsdelen uit deruitsponning steken, voordat de ruit wordt gesloten.
B060C01TG-GXT Klembeveiliging (Bestuurder) Als er tijdens de opwaartse beweging van de ruit een voorwerp of lichaamsdeeltussen de ruit en het portier komt, wordt de extra weerstand opgemerkt door het systeem en zal de ruit stoppen.Vervolgens zal de ruit ongeveer 30 cm zakken, zodat het voorwerp kan worden verwijderd.
Page 39 of 304

1
BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
27
Parkeerhulp-functie (Indien gemonteerd)
!
Opgeslagen stand activeren
1. Zet de keuzehandel in de stand "P".
2. Als de "1"- of "2"-knop wordt ingedrukt,
dan wordt de onder deze knop opgeslagen stand automatisch ingesteld.
LET OP:
Onder de volgende omstandigheden wordt het I.M.S. niet geactiveerd.
o Als de snelheid van de auto hoger is dan 3 km/h.
o Als de stoel wordt versteld.
o Als de keuzehandel in een andere
stand dan "P" staat.
In de volgende situaties wordt deopgeslagen positie geactiveerd wanneer het contact wordt ingeschakeld.
o Wanneer het bestuurdersportier wordt geopend.
o Wanneer het bestuurdersportier wordt geopend en gesloten.
OTG040828E L/R
: Als de keuzeschakelaar voor de
buitenspiegelverstelling in de stand "L of R" staat, dan bewegen beide spiegels naar beneden.
Neutral : Als de keuzeschakelaar voor
de buitenspiegelverstelling inde middelste stand staat, dan worden de buitenspiegels nietnaar beneden versteld als met de auto achteruit wordt gereden.
N.B.: Als het contactslot in de stand "LOCK" staat en de keuzehendelwordt in een andere stand dan "R" gezet of als de keuzeschakelaar voor de buitenspiegelverstelling in demiddelste stand wordt gezet, dan keren de buitenspiegels automatisch terug in de oorspronkelijke stand.
Als de auto achteruit rijdt, dan bewegende buitenspiegels naar beneden, zodatveilig achteruit ingeparkeerd kan worden. De werking van de buitenspiegels is afhankelijk van de stand van deschakelaar (1) voor de buitenspiegelverstelling.
Page 62 of 304

1BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
50
Passagiersairbag voor
B240B05L
WAARSCHUWING:
o Het in werking treden van de airbag gaat gepaard met een luide knal, terwijl eveneens enige rook vrijkomt. Dit is normaal en is niet gevaarlijk. De rook die bijhet in werking treden van de airbag vrijkomt kan echter huidirritatie veroorzaken. Na eenaanrijding waarbij de airbag in werking is getreden, moeten de handen en het gezicht grondigmet lauwwarm water en een milde zeep worden gewassen.
!
o Het airbagsysteem kan alleenworden gebruikt als het contactslot op "ON" staat.Als het airbagsysteem niet juist werkt, dan:
(1) Gaat de SRI niet branden als
het contactslot in de stand "ON" wordt gezet of als de motor is gestart.
(2) Knippert de SRI gedurende één seconde en blijft branden nade ongeveer 6 seconden dievolgen op het inschakelen van het contactslot ("ON") of het starten van de motor.
(3) Gaat de SRI branden tijdens de rit.
Als dit gebeurt, laat dan de autoonmiddellijk door een Hyundai dealer controleren.o Alvorens een zekering te vervangen of een accukabel los te maken, moet de contactsleutel in de stand "LOCK" worden gedraaid of worden verwijderd. Vervangnooit zekering nummer 12 als de contactsleutel in de stand "ON' staat. Als deze waarschuwing nietwordt opgevolgd, gaat de onderhoudsindicatie branden.
Page 82 of 304

1BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
70
B260Q01NF-GXT Cruise control controlelamp(Indien gemonteerd)
De CRUISE-waarschuwingslamp in het instrumentenpaneel gaat branden als de AAN/UIT-schakelaar van desnelheidsregeling op het stuur wordt ingedrukt. De lamp gaat niet branden als de AAN/UIT-schakelaar nogmaals wordt ingedrukt. Vanaf pagina 1-118 wordt informatie verstrekt over het gebruikvan de automatische snelheidsregeling.
B260R01TG-GXT Indicator ingeschakelde cruise controle(Indien gemonteerd)
De SET-controlelamp in het instrumentenpaneel gaat branden als de "-/SET"- of de "RES/+"-schakelaarwordt ingedrukt. De SET-controlelamp gaat niet branden als de "CANCEL"- schakelaar van de snelheidsregelingwordt ingedrukt of als het systeem is uitgeschakeld. Zie pagina 1-119 "Snelheidsregeling uitschakelen". B260U01TB-GXT
Controlelamp immobi-
lizer (Diefstalbeveiliging)
Deze controlelamp gaat enkeleseconden branden nadat decontactsleutel in stand "ON" is gedraaid. U kunt nu de motor starten. De controlelamp dooft zodra de motor loopt.Als de controlelamp dooft voordat de motor wordt gestart, moet u de contactsleutel in stand "LOCK" draaienen de motor opnieuw starten. Als de controlelamp gedurende 5 seconden gaat knipperen wanneer de sleutel instand "ON" wordt gedraaid, betekent dit dat het imobilizersysteem niet werkt. Raadpleeg de uitleg van de "Limphome"-procedure (noodloopproce-dure, zie pag. 1-7) of wend u tot uw Hyundai- dealer.
B260S01MC-GXT Controlelamp
voorgloeien
(Dieselmotor)
De controlelamp gaat oranje branden als het contactslot in de "ON" stand wordt gedraaid. De motor kan wordengestart nadat de controlelamp voor het voorgloeien is gedoofd. De duur van het branden varieert met dekoelvloeistoftemperatuur, luchttemperatuur en conditie van de accu. N.B.: Als de motor niet na 10 seconden start, draai dan de contactsleutel eerstin de stand "LOCK", zet hem vervolgens weer in de "START" stand om het opnieuw te proberen.
! LET OP:
Als de voorgloeilamp blijft branden of gaat knipperen nadat hetvoorgloeien is voltooid of tijdens de rit, laat dan het systeem zo snel mogelijk door een Hyundai dealercontroleren.
Page 126 of 304

1BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
114
De uitstapverlichting gaat branden zodra het portier geopend wordt om het in- enuitstappen te vergemakkelijken. Als de portieren worden ontgrendeld met de afstandsbediening blijft de verlichtinggedurende ongeveer 30 seconden branden als het portier niet geopend wordt. De interieurverlichting gaatongeveer 30 seconden na het sluiten van het portier langzaam uit. Als het contact in stand ON staat of alle portierenzijn vergrendeld, zal de interieurverlichting echter onmiddellijk uitgaan.
OTG040743
UITSTAPVERLICHTING
(Indien gemonteerd) Als er een portier wordt geopend en het contact in stand ACC of LOCK staat,blijft de verlichting nog ongeveer 20 minuten branden. Als er echter een portier wordt geopend terwijl het con-tact in stand ON staat, blijft de verlichting continu branden.WAARSCHUWINGSLAMP IN PORTIER
B620A01TG-AXT
Een rode lamp gaat branden wanneer het portier wordt geopend. Zo wordt hetuitstappen vergemakkelijkt en worden andere weggebruikers gewaarschuwd.
B620A01TG
Page 156 of 304

1BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
144
1. CD-sleuf Plaats de CD met het etiket naar boven gericht en duw deze voorzichtig in desleuf. Wanneer het contact in stand ACC of ON staat en het audiosysteem uit staat, wordt dit automatischingeschakeld wanneer de CD wordt geplaatst. Deze CD-speler kan CD's met een diameter van 12 cm afspelen.Maar als VCD's of data-CD's worden geplaatst, verschijnt de foutmelding "Reading Error" en wordt de CDuitgeworpen. 2. Controlelampje CD Wanneer het contact in stand ACC of ON staat en er een CD wordt geplaatst, gaat dit controlelampje branden.Wanneer de CD wordt uitgeworpen, dooft het controlelampje. 3. Uitwerptoets CD Druk op deze toets
om de CD tijdens
het afspelen uit te werpen. Deze toets wordt uitgeschakeld wanneer hetcontact in stand LOCK staat. 4. Toets CD/AUX Als er een extern apparaat is aangesloten, wordt hiermee de AUX-modus ingeschakeld en wordt het geluid van dat apparaat afgespeeld. Als er geen CD is geplaatst of geen externapparaat is aangesloten, wordt gedurende 5 seconden "NO Media" weergegeven en keert het systeem terugnaar de vorige modus.
5. Toets automatisch
muziekstuk zoeken
o Druk gedurende maximaal 0,8 seconde op de toets [SEEK
] om
de cd vanaf het begin van het huidige muziekstuk af te spelen.
o Druk gedurende maximaal 0,8 seconde op de toets [SEEK
] en
druk vervolgens binnen 1 seconde nogmaals op de toets om het vorige muziekstuk af te spelen.
o Druk gedurende ten minste 0,8 seconde op de toets [SEEK
] om
het huidige muziekstuk versneld terug te spoelen.
o Druk gedurende maximaal 0,8 seconde op de toets [SEEK
] om
het volgende muziekstuk af te spelen. o Druk gedurende ten minste 0,8
seconde op de toets [SEEK
] om
het huidige muziekstuk versneld af te spelen.
6. Toets INFO Hiermee wordt informatie weergegeven over het huidige muziekstuk in de volgorde TITEL CD ➟ CD ARTIEST ➟
TITEL MUZIEKSTUK ➟ ARTIEST
MUZIEKSTUK ➟ TOTALE AANTAL
MUZIEKSTUKKEN ➟ Afspeelscherm
➟ TITEL CD ➟ ···. (Wordt niet
weergegeven wanneer deze informatieniet op de CD beschikbaar is.) 7. Knop TUNE/ENTER Draai deze knop rechtsom om de muziekstukken na het huidige muziekstuk weer te geven. Draai deze knop linksom om demuziekstukken vóór het huidige muziekstuk weer te geven. Druk op de knop om het weergegevenmuziekstuk af te spelen. Door op de toets TUNE/ENTER te drukken, kunt u schakelen tussen de BASS, MIDDLE, TREBLE, FADER of BALANCE-modi.