dashboard Hyundai Genesis Coupe 2011 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2011, Model line: Genesis Coupe, Model: Hyundai Genesis Coupe 2011Pages: 377, PDF Size: 35.65 MB
Page 72 of 377

Veiligheidsysteem van uw auto
54
3
C041100ABK
Onderhoud aan aanvullend veiligheidssysteem
Het aanvullend veiligheidssysteem is
nagenoeg onderhoudsvrij en bevat geen
onderdelen waaraan u zelf veilig
onderhoud kunt plegen. Als het
waarschuwingslampje air bag niet
gaat branden of constant brandt, laat uw
auto dan zo snel mogelijk controleren
door een officiële HYUNDAI-dealer.
Alle werkzaamheden aan het aanvullend
veiligheidssysteem, zoals het
verwijderen, het plaatsen of het
repareren ervan, of werkzaamheden aan
het stuurwiel, het paneel boven het
dashboardkastje, voorstoelen en dakrails
moeten uitgevoerd worden door een
officiële HYUNDAI-dealer. Een onjuiste
behandeling van het airbagsysteem kan
leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
WAARSCHUWING
Modificaties aan onderdelen van het aanvullend veiligheidssysteem of de
bedrading, inclusief het
aanbrengen van stickers, enz. opafdekkappen of modificaties aan
de carrosseriestructuur kunnen
ertoe leiden dat het systeem niet
goed werkt, waardoor letsel kanontstaan.
Reinig de afdekkappen van de airbags alleen met een zachte,
droge doek of met een doek die
bevochtigd is met schoon water.
Oplos- en reinigingsmiddelen
kunnen het materiaal van deafdekkappen aantasten en de
werking van het systeem in
negatieve zin beïnvloeden.
(Vervolg)(Vervolg)
Er mogen geen objecten op of inde buurt van de airbags in het
stuurwiel, op hetinstrumentenpaneel of op het
dashboardpaneel boven het
dashboardkastje worden
geplaatst omdat dergelijke
voorwerpen letsel kunnen
veroorzaken als de airbags bij
een aanrijding geactiveerd
worden.
Als de airbags geactiveerd zijn, moeten ze vervangen worden
door een officiële HYUNDAI-
dealer.
Stel de onderdelen van het airbagsysteem niet bloot aan
schokken en neem de bedrading
van het airbagsysteem ook niet
los. Als u dat wel doet kunt u
letsel oplopen omdat de airbags
onverwacht geactiveerd kunnen
worden of juist niet geactiveerd
worden wanneer dat wel nodig is.
(Vervolg)
Page 118 of 377

443
Kenmerken van uw auto
D150100AUN
Dashboardverlichting
Met behulp van de schakelaar kan de
verlichtingssterkte voor het dashboard
geregeld worden wanneer de
parkeerlichten of de dimlichten branden.Meters
D150201AUN
OBK049028
OBK049029
OBK049130L
OBK049129L
Type A
Type B
Type C
OBK049030
OBK049128L
OBK049127L
Type D
Type E
Type F
Page 140 of 377

465
Kenmerken van uw auto
Welkomstfunctie koplampen
(indien van toepassing)
Als u waneer de koplampen zijn
ingeschakeld of in de stand AUTO staan
en alle portieren (en de achterklep) zijn
gesloten op de ontgrendeltoets van de
afstandsbediening (of de Smart Key)
drukt, gaat het parkeerlicht gedurende
ongeveer 15 seconden branden. Als u op
de vergrendel- of ontgrendeltoets van de
afstandsbediening (of de Smart Key)
drukt, dooft het parkeerlicht direct.D190400AUN
Bediening verlichting
De lichtschakelaar heeft een stand voor
het dimlicht en het parkeerlicht.
Draai, om de verlichting te bedienen, de
knop op het uiteinde van de
combischakelaar naar een van de
volgende standen: (1) Stand O / OFF
(2) Stand parkeerlicht(3) Stand dimlicht
(4) Stand automatische verlichting(indien van toepassing) D190401ABH
Stand parkeerlicht ( )
Als de lichtschakelaar in de stand
parkeerlicht staat (1e stand), branden de
achterlichten, de kenteken
-plaatverlichting. de dashboardverlichting
en het controlelampje van het achterlicht,
(indien van toepassing)
OBK049046N
OAM049041
Type B Type A
OBK049045N
OBK049045
Type B Type A
Page 141 of 377

Kenmerken van uw auto
66
4
D190402AEN
Stand dimlicht ( )
Als de lichtschakelaar in de stand dimlicht staat (2e stand), gaan de
koplampen, de achterlichten, de
kentekenplaatverlichting en de
dashboardverlichting branden.
✽✽
AANWIJZING
Om de verlichting in te kunnen schakelen moet het contact in stand ON staan.
D190403AUN
Stand automatische verlichting
(indien van toepassing)
Als de lichtschakelaar in stand AUTO
staat, worden de achterlichten en
koplampen automatisch in- of
uitgeschakeld, afhankelijk van hoe
donker het buiten is.
OBK049047N
OAM049042
Type B Type A
OBK049048
Type B Type A
OBK049048N
OPMERKING
Bedek de sensor (1) op het
dashboard nooit, zodat eenoptimale werking van de automatische verlichtinggegarandeerd blijft.
Reinig de sensor niet met een ruitenreiniger. Deze laat eendunne laag achter op de sensor,waardoor deze niet meer goed
werkt.
Als de voorruit van uw auto getint glas heeft of is voorzien van eenmetaalhoudende coating,functioneert het automatische
verlichtingssysteem mogelijk nietgoed.
Page 150 of 377

475
Kenmerken van uw auto
D210300ABH
Bagageruimteverlichting
De bagageruimteverlichting gaat
branden zodra de achterklep wordtgeopend.D210500AUN
Verlichting dashboardkastje
De verlichting in het dashboardkastje
gaat branden als het dashboardkastje
wordt geopend.
De verlichting in het dashboardkastje
werkt alleen als de parkeerlichten of
koplampen in de stand ON staan.D210600ABK
Verlichting make-upspiegel
Als u de zonneklep naar beneden trekt,
kunt u door het indrukken van de
schakelaar de make-upspiegelverlichting
in- en uitschakelen.
: Inschakelen van de verlichting.
O : Uitschakelen van de verlichting.
OBK049056
OPMERKING
De bagageruimteverlichting brandt
zolang de achterklep is geopend.Sluit de achterklep volledig na
gebruik van de bagageruimte om tevoorkomen dat het laadsysteemonnodig ontladen raakt.
OPMERKING
Schakel de verlichting na gebruik
uit met de schakelaar om tevoorkomen dat het laadsysteem onnodig ontladen raakt.
OBK049057OTD049088
Page 154 of 377

479
Kenmerken van uw auto
D230101ABK
Luchtcirculatie
U kunt de richting van de luchtstroom via
het ventilatiesysteem regelen door op de
toets te drukken.
De lucht kan naar de voetenruimte, naar de uitstroomopeningen in het dashboard
of naar de voorruit stromen. Er worden
vijf symbolen gebruikt om de standenVENTILEREN, BI-LEVEL,
VERWARMEN, ERWARMEN/
ONTWASEMEN en ONTWASEMEN aante duiden.
Stand FACE (B, D)
De lucht stroomt naar de romp en naar
het hoofd. Daarnaast kan iedere
uitstroomopening versteld worden om de
richting van de luchtstroom te wijzigen.
Stand BI-LEVEL (B, D, C)
De lucht stroomt naar het hoofd en naar
de voetenruimte.
Stand FLOOR (C, A, D)
De meeste lucht stroomt naar de
voetenruimte en een klein gedeelte
stroomt naar de voorruit en de
zijruitontwaseming.
Stand FLOOR/DEFROST (A, C, D)
De meeste lucht stroomt naar de
voetenruimte en de voorruit en een kleingedeelte stroomt door de
zijruitontwaseming.
Stand DEFROST (A, D)
De meeste lucht stroomt naar de voorruiten een klein gedeelte stroomt door de
zijruitontwaseming.
Page 155 of 377

Kenmerken van uw auto
80
4
Uitstroomopeningen dashboard
De uitstroomopening kan afzonderlijk
worden geopend of gesloten met het
horizontale wieltje. Draai het wieltje
volledig omlaag om de uitstroomopening
te sluiten. Draai het wieltje omhoog omde uitstroomopening te openen in de
gewenste stand.
Met de hendel in de ventilatieroosters kunt
u de richting van de luchtstroom uit deze
ventilatieroosters afstellen, zoals in de
afbeelding is aangegeven. D230102ABK
Temperatuurregelknop
Met de temperatuurregelknop kunt u de
temperatuur regelen van de lucht die uit
het ventilatiesysteem stroomt. Draai de
knop naar rechts voor warme of hete
lucht in het passagierscompartiment en
naar links voor koelere lucht.
Draai de temperatuurregelknop geheel
naar links om MAX A/C te selecteren. In
deze stand worden de airconditioning en
de stand RECIRCULATIE automatischgeselecteerd.D230103AEN
Luchttoevoertoets
De luchttoevoer wordt gebruikt om de
stand BUITENLUCHT of de stand
RECIRCULATIE te kiezen.
Druk op de desbetreffende toets om de
stand van de luchttoevoer te wijzigen.
OBK049103OBK049066OBK049104
Page 160 of 377

485
Kenmerken van uw auto
D230300BEN Interieurfilter
(indien van toepassing)
Het interieurfilter, dat achter het
dashboardkastje is gemonteerd, filtert de
lucht die via het verwarmings- enairconditioningssysteem naar het
interieur wordt gevoerd. Als het filter in de
loop van de tijd verstopt raakt door stof
en andere verontreinigingen, neemt de
luchttoevoer via de uitstroomopeningen
af en kan de voorruit aan de binnenzijdebeslaan, ook al is de stand
BUITENLUCHT gekozen. Laat, als dat
het geval is, het interieurfilter vervangen
door een officiële HYUNDAI-dealer.
✽✽AANWIJZING
Page 162 of 377

487
Kenmerken van uw auto
D240100ABK
Automatische verwarming en
airconditioning
Het automatisch verwarmings- en
ventilatiesysteem wordt bediend door
eenvoudigweg de gewenste temperatuurin te stellen.
De volautomatische temperatuurregeling
regelt het verwarmen en het koelen als
volgt:
1. Druk op toets AUTO. De te gebruikenuitstroomopeningen, de aanjagersnelheid, de luchtinlaat en de
airconditioning worden automatisch
geregeld op basis van de gekozen
temperatuur. 2. Stel de temperatuurtoets in op de
gewenste temperatuur. Wanneer de
laagst mogelijke temperatuur wordtingesteld, zal de airconditioning
continu blijven werken.
3. Schakel de automatische werking uit door op een willekeurige toets behalve
de temperatuurregeltoets te drukken.
Wanneer u op de toets MODE, A/C,
achterruitverwarming, luchttoevoer of
aanjager drukt, kan de gekozen
functie handmatig worden bediend. De
overige functies blijven automatisch
werken.
Voor uw gemak en om de effectiviteit van
het verwarmings- en ventilatiesysteem te
verbeteren kunt u de toets AUTO
gebruiken en de temperatuur instellen op
23°C.
✽✽ AANWIJZING
Bedek de sensor op het dashboard nooit, zodat een optimale werking van het
verwarmings- en airconditionings
-systeem gegarandeerd blijft.
OBK049062OBK049061
Page 164 of 377

489
Kenmerken van uw auto
Stand FLOOR/DEFROST (A, C, D)
De meeste lucht stroomt naar de
voetenruimte en de voorruit en een kleingedeelte stroomt door de
zijruitontwaseming.
Stand FLOOR (A, C, D)
De meeste lucht stroomt naar de
voetenruimte en een klein gedeelte
stroomt naar de voorruit en de
zijruitontwaseming.
Stand BI-LEVEL (B, D, C)
De lucht stroomt naar het hoofd en naar
de voetenruimte.
Stand FACE (B, D)
De lucht stroomt naar de romp en naar
het hoofd. Daarnaast kan iedere
uitstroomopening versteld worden om de
richting van de luchtstroom te wijzigen. Stand DEFROST (A, D)
De meeste lucht stroomt naar de voorruit en een klein gedeelte stroomt door de
zijruitontwaseming
Uitstroomopeningen dashboard
De uitstroomopening kan afzonderlijk
worden geopend of gesloten met het
horizontale wieltje. Draai het wieltje
volledig omlaag om de uitstroomopening
te sluiten. Draai het wieltje omhoog omde uitstroomopening te openen in de
gewenste stand.
Met de hendel in de ventilatieroosters kunt
u de richting van de luchtstroom uit deze
ventilatieroosters afstellen, zoals in de
afbeelding is aangegeven.
OBK049065OBK049066