Verlichting Hyundai Getz 2007 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2007, Model line: Getz, Model: Hyundai Getz 2007Pages: 217, PDF Size: 7.52 MB
Page 111 of 217

HET RIJDEN MET UW HYUNDAI 2- 3
!
C020A02O-GXT ALVORENS DE MOTOR TE STARTEN Voer alvorens de motor te starten altijd de volgende controles uit:
1. Controleer de wagen op lekke banden, olie- of koelvloeistofle-kkage of andere tekenen vanmogelijke problemen.
2. Controleer of alle ruiten en lampen
schoon zijn.
3. Controleer na het instappen of de
handrem is aangetrokken.
4. Controleer de stand van de achteruitkijkspiegel en de buitens-piegels en controleer of ze schoonzijn.
5. Controleer of de stoel, rugleuning en hoofdsteun in de juiste stand staan.
6. Controleer of alle portieren gesloten zijn.
7. Gesp uw veiligheidsgordel om en controleer of alle inzittenden deveiligheidsgordel hebben omge- gespt.
8. Schakel verlichting en accessoires uit die niet benodigd zijn. C030A02A-GXT START-/CONTACTSLOT MET STUURSLOT De motor starten
o Zet bij de handgeschakelde
versnellingsbak de versnelling- shandel in neutraal en druk hetkoppelingspedaal volledig in.
o Zet bij een automatische
transmissie de keuzehandel in de stand "P" (parkeerstand).
o Draai de contactsleutel in de stand "START" en laat hem los zodra demotor aanslaat. Bedien de startmotor niet langer dan 15 seconden achtereen.
N.B.: Om veiligheidsredenen kan de motor alleen worden gestart als dekeuzehandel in de stand "P" of "N" staat (automatische transmissie).
9. Controleer met de contactsleutel in
de stand "ON" of de betreffende controlelampen branden en of ervoldoende brandstof in de tank aanwezig is.
WAARSCHUWING (ALLEEN DIESELMOTOR):
Om zorg te dragen voor voldoende
vacuum voor de rembekrachtiging bij een koude start, is hetnoodzakelijk de motor na het starten even stationair te laten lopen.
!WAARSCHUWING
Zorg altijd voor degelijk schoeisel
tijdens het rijden met de auto. Het wordt afgeraden schoenen tedragen met hoge hakken of schoenen met een groot loopoppervlak zoals "moon en"snowboots" om te voorkomen dat de pendalen niet goed bediend kunnen worden.
TB holl-2.p65 7/9/2007, 11:55 AM
3
Page 114 of 217

2- 6 HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
!
Gele lamp "OFF"
Gele lamp "ON" WAARSCHUWING:
Verzeker u ervan dat de koppeling
volledig is ingetrapt als de motor bij een handgeschakelde auto gestart wordt.
Anders bestaat de mogelijkheid dat
er in of buiten de auto iemandschade oploopt ten gevolge van de voor-of achteruitbeweging vande auto als de koppeling niet geheel is ingetrapt tijdens het starten.
C050B01S-GXT NORMALE STARTPROCEDURE
1. Breng de contactsleutel aan en
gesp de veiligheidsgordel om.
2. Zet de versnellingshandel in
neutraal (handgeschakelde vers- nellingsbak) of de keuzehandel in stand P (automatische trans-missie).
3. Controleer of de controlelampen
en de instrumenten goed werkennadat de contactsleutel in de stand "ON" is gedraaid.
4. Draai, bij voertuigen met een controlelamp voor het voorgloeien, de contactsleutel in de stand "ON".Eerst zal de controlelamp oplichten en daarna doven, hetgeen betekent dat het voor-gloeien heeftplaatsgevonden en de motor kan worden gestart. C050B01HP
N.B.: De groene verlichting zal na een
hepaalde tijd vanzelf doven. Het voorgloeien wordt dan beëindigdom de accu niet onnodig te belasten.
Om de motor te kunnen starten
wanneer de groene verlichting reeds is gedoofd, moet de sleuteleerst weer in de stand "LOCK" worden gedraaid en daarna opnieuw in de stand "ON" zodatde gloeibougies op temperatuur worden gebracht. 5. Draai de contactsleutel in de stand
"Start" en laat de sleutel los zodra de motor aanslaat.
TB holl-2.p65 7/9/2007, 11:55 AM
6
Page 117 of 217

HET RIJDEN MET UW HYUNDAI 2- 9
o Let er op dat de wagen geheel stil
staat voordat de achteruit- versnelling wordt ingeschakeld,anders kan de versnellingsbak worden beschadigd. Druk voor het inschakelen van de achteruit-versnelling het koppelingspedaal geheel in, zet de versnellingshandel in neutraal en schakel vervolgensde achteruit in.
o Wees bijzonder voorzichtig bij het rijden op een glad wegdek. Dit geldt vooral bij het remmen, optrekken of het schakelen. Opeen glad wegdek en bij het abrupt wijzigen van het motortoerental kunnen de aangedreven wielen degrip verliezen waardoor de wagen in een slip raakt. De hoogwaardige Hyundai auto-
matische transmissie heeft vier versnellingen vooruit en één achteruit en een conventioneel schakelpatroon, zoals hieronder afgebeeld. Bijingeschakelde verlichting is eveneens de gekozen keuzestand verlicht. C090A01A-GXTAUTOMATISCHE TRANSMISSIE
HTB185
LET OP:
Schakel nooit de standen "R" of "P" in als de wagen nog rijdt.
!
!WAARSCHUWING:
o Voorkom hoge bochtsnelheden.
o Maak geen snelle stuurwielbewegingen, zoals plotseling van rijbaan veranderen of snelle scherpe bochten.
o Draag altijd veiligheidsgordels.
Bij een ongeval heeft een inzittendedie geen veiligheidsgordel gebruikt duidelijk meer kans op ernstig letsel dan iemand die wel eenveiligheidsgordel gebruikt.
o Als bij hogere snelheden de macht over het stuur verloren gaat, neemt de kans op omkantelen sterk toe.
o De macht over het stuur gaat vaak verloren als twee of meer wielennaast de weg komen en de bestuurder het stuur te ver verdraaitom weer op de weg terug te komen.
o Als de auto naast de weg raakt, moet niet scherp worden teruggestuurd, maar moet de snelheid worden verminderdvoordat wordt geprobeerd om de auto weer op de weg terug te krijgen.
o Nooit de geldende snelheidslimiet overschrijden.
TB holl-2.p65 7/9/2007, 11:55 AM
9
Page 129 of 217

HET RIJDEN MET UW HYUNDAI 2- 21
SC190A1-FX HET GEBRUIK VAN DE VERLICHTING Controleer de verlichting regelmatig
en houd de lampglazen schoon. Bij slecht zicht overdag is het aan te bevelen het dimlicht in te schakelen.Hierdoor ziet u niet alleen beter, maar wordt u ook beter gezien.
SC200A1-FXRIJDEN MET AANHANGER OF
SLEPEN
Bij het slepen of voor het rijden met
een aanhanger moeten de wettelijkevoorschriften worden opgevolgd. Deze voorschriften wijzigen van land totland. Raadpleeg uw Hyundai dealer voor nadere informatie.
LET OP:
Verleen met uw auto geen
sleephulp tijdens de eerste 2000 km, zodat de motor goed kan inrijden.
Als deze raadgeving niet wordt
opgevolgd kan het ernstige schade aan motor en transmissie totgevolg hebben.
! YC200C4-AX Remsysteem aanhangwagen Als uw aanhanger voorzien is van
een remsysteem, moet dit voldoen aan de wettelijke voorschriften. Zorg ervoor dat het op de juiste manier is gemonteerd en dat het goed werkt. YC200B2-AX Trekhaken Kies een trekhaak die geschikt is voor de aanhanger die getrokken moet worden. De gemonteerde trekhaak moet de kogeldrukgelijkmatig overbrengen op het chas- sis van de wagen. De trekhaak moet stevig worden aangebracht door een hiervoor bevoegd bedrijf. GEBRUIK GEENTREKHAAK VOOR TIJDELIJKE MONTAGE EN GEBRUIK NOOIT EEN TREKHAAK DIE ALLEEN AANDE BUMPER IS GEMONTEERD.
N.B.: Als met een aanhanger wordt gereden moeten tengevolge van de extra belasting de onderhoud-swerkzaamheden met kortere tussenpozen worden uitgevoerd. Zie hoofdstuk "Onderhouds-voorschriften" bij "Onderhoud onder zware bedrijfsomstan- digheden" op bladzijde 5-7.
LET OP:
o Sluit nooit het remsysteem van de aanhanger rechtstreeks aan op het remsysteem van de wagen.
o Bij bet rijden met een aanhanger op een steile helling (meer dan6%) moet worden gelet op dekoelvloeistoftemperatuurmeter. Mocht de naald van de meter zich voorbij "H" (HOT) bewegen,dan moet zo snel mogelijk worden gestopt. Laat de motor vervolgens stationair draaien tothij is afgekoeld.
!
TB holl-2.p65 7/9/2007, 11:55 AM
21
Page 131 of 217

HET RIJDEN MET UW HYUNDAI 2- 23
!
Max.
aanhangergewicht
5. Maximum toelaatbare overbouw
van trekhaak : 690mm. kg
LET OP:
De volgende specificaties worden aanbevolen bij het rijden met aanhanger. Het gewicht van debeladen aanhanger mag de onderstaande waarde om veilig- heidsredenen niet overschrijden.
! Trekstand
44
Omgeremd Aanhangwagen
700
1.000
1.100 1.100 900
1.100
450
Handges-
chakelde
versnell-ingsbak
Automatische transmissie
1,1L 1,4L1,6L
Diesel
1,4L1,6L
Ger- emd
WAARSCHUWING:
Het onjuist beladen van de
aanhanger en de wagen kan het rijgedrag en het remvermogennadelig beïnvloeden. Hierdoor kunnen ongevallen ontstaan die tot ernstige verwondingen kunnenleiden. C190F02A-GXT Tips voor het rijden met aanhanger of het slepen van eenauto
1. Controleer vóór het wegrijden de
trekhaak, de veiligheidskabel en de werking van de normale verlichting, de remlichten en de richtingaanwijzers van deaanhanger.
2. Rijd met aangepaste snelheid
(maximaal 80 km/h).
3. Rijden met een aanhanger kost
meer brandstof dan rijden zonderaanhanger.
4. Om gebruik te kunnen maken van het remmend vermogen van de motor en om te zorgen dat de accu goed geladen blijft, mag erniet gereden worden in de vijfde versnelling (handgeschakelde versnelling-sbak) of in overdrive(automatische transmissie).
5. Zorg ervoor dat de belading van
de aanhanger goed vast zit omschuiven van de belading tijdens het rijden te voorkomen.
6. Controleer de bandenspanning van de wagen en de aanhanger. Te lage bandenspanning kan hetrijgedrag nadelig beïnvloeden.
HTB312
Bevestigingspunt
TB holl-2.p65
7/9/2007, 11:55 AM
23
Page 132 of 217

2- 24 HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
aanhangerrem handmatig om de werking te controleren. Op deze manier kunnen tegelijkertijd deelektrische verbindingen getest worden.
10.Controleer tijdens de rit regelmatig de bevestiging van de lading, de werking van de verlichting en deremmen.
11.Vermijd ruw wegrijden, fel
accelereren en bruusk afremmen.
12.Vermijd scherpe bochten en het
snel veranderen van rijstrook.
13.Vermijd het langdurig of vaak afremmen. Hierdoor kunnen deremmen oververhit raken waardoorde remwerking afneemt.
14.Schakel bij het afdalen van een helling naar een lagere versnelling om gebruik te maken van de remmende werking van de motor. Bij langdurig heuvelopwaarts rijden moet worden teruggeschakeld naar een lagere versnelling en metgematigde snelheid worden gereden om de kans op overbelasting en oververhitting vande motor te verkleinen. 15. Houd de wagen tijdens een stop
bij heuvelopwaarts rijden niet opzijn plaats door gas te geven.Hierdoor kan de automatische transmissie oververhit raken. Gebruik de voetrem of deparkeerrem.
N.B.: Controleer bij het rijden met
aanhanger de olie in de transmissie vaker.
!
Controleer ook de bandenspanning van het reservewiel.
7. De wagen/aanhanger-combinatie heeft meer last van zijwind en turbulentie. Als u gepasseerd wordtdoor een groot voertuig, houd dan de snelheid constant en het stuur rechtuit. Verminder snelheid als dewervelingen te sterk zijn om zo uit de turbulentie van het andere voertuig te komen.
8. Neem bij het parkeren van de wagen/aanhanger-combinatie,vooral op een helling, alle normalevoorzorgsmaatregelen in acht. Draai de voorwielen richting stoeprand, trek de parkeerremstevig aan en schakel de eerste of achteruitversnelling in (handgeschakelde versnellingsbak)of de parkeerstand (automatische transmissie). Breng bovendien wielblokken aan voor de wielenvan de aanhanger.
9. Als de aanhanger is voorzien van een elektrisch remsysteem moet de remwerking als volgt gecontroleerd worden: breng dewagen/aanhanger-combinatie in beweging en bedien de LET OP:
Als bij het rijden met aanhanger
oververhitting plaatsvindt (temper-atuurmeter gaat naar het rode gebied), kunnen de volgendemaatregelen de oververhitting verminderen of opheffen:
1. Zet de airconditioning uit.
2. Matig de snelheid.
3. Schakel bij het heuvelopwaar- tsrijden een lagere versnelling in.
4. Laat de motor bij fileverkeer
tijdens stilstaan versneldstationair draaien met de transmissie in neutraal of de parkeerstand.
TB holl-2.p65 7/9/2007, 11:55 AM
24
Page 134 of 217

3- 2 IN GEVAL VAN PECH
SD020A1-FX ALS DE MOTOR NIET AANSLAAT SD020B1-FX Als de startmotor niet of langzaam ronddraait
1. Let er bij een automatische transmissie op dat de keuzehandel in de stand "N" of "P" staat. Trekde handrem aan.
2. Controleer of de accupolen schoon zijn en de klemmen goed vast zitten.
3. Schakel de interieurverlichting in. Als de verlichting zwakker wordt ofuitgaat bij het starten van de mo- tor, is de accu ontladen.
4. Probeer de motor niet te starten
door de wagen aan te duwen of teslepen. Zie de richtlijnen voor "Starten met hulpstartkabels" op de volgende pagina's. SD020C1-FX Als de startmotor ronddraait,
maar de motor slaat niet aan:
1. Controleer het brandstofpeil.
2. Controleer alle aansluitingen, op de bobine en de bougies.Vervang loszittende aansluitingen.
3. Controleer de brandstofleiding in de motorruimte.
4. Als de motor nog niet aanslaat, neem dan contact op met uw Hyundai dealer.
LET OP:
De motor mag niet worden gestartdoor de wagen te duwen of te slepen.Dit kan schade veroorzaken.Bovendien kan door het aanduwenof-slepen de katalysator te heet worden waardoor brandgevaar ontstaat.
!
HTB165 HTB221
TB holl-3.p65
7/9/2007, 11:55 AM
2
Page 135 of 217

IN GEVAL VAN PECH 3- 3
!
HTB218
AD020D1-AX Wat te doen als de motor tijdens
het rijden afslaat
1. Laat de snelheid geleidelijk afnemen, blijf rechtuitrijden. Zet de wagen langs de kant wan de weg op een veilige plaats.
2. Schakel de waarschuwings- knipperlichten in.
3. Probeer de motor te starten. Als de motor niet aanslaat, raadpleegdan "ALS DE MOTOR NIETAANSLAAT".
D020A02A-AXT STARTEN MET HULPSTART- KABELS WAARSCHUWING:
Het starten met hulpstartkabels kan
gevaarlijk zijn. Het niet exact opvolgen van de richtlijnen kanernstige verwondingen of schade aan de wagen tot gevolg hebben! Roep in geval van twijfel des-kundige hulp in. Accu's bevatten zwavelzuur dat giftig en in hoge mate corrosief is. Draag bij hetstarten met hulpstartkabels een bril en let erop dat accuvloeistof niet in aanraking komt met de huid, uw kleding of de wagen.
Hulpaccu
Ontladen accu o Als hulpaccu moet een 12-volt accu
worden gebruikt. Probeer in geval van twijfel de wagen niet te startenm.b.v. hulpstartkabels.
o Volg bij het starten m.b.v. hulpstartkabels en een ontladen accu de volgende richtlijnen exact op:
1. Staat de hulpaccu in een andere wagen, dan mogen de twee wagens niet met elkaar in aanraking komen.
2. Schakel alle onnodige verlichting en accessoires in beide wagensuit.
3. Start de motor van de wagen met de hulpaccu en laat deze enkeleminuten draaien. Laat de motor in deze wagen tijdens het starten m.b.v. startkabels draaien met2000 t/min.
4. Sluit de klemmen van de hulpstartkabel aan in de volgordezoals in de afbeelding wordt weergegeven. Sluit één klem van de hulpstartkabel aan op depluspool of kabel van de ontladen accu. Sluit vervolgens het andere eind van dezelfde kabel aan op depluspool of kabel van de hulpaccu.
o Als accuzuur op de huid of in de
ogen komt, spoel dan de desbetreffende plaats gedurende tenminste 15 minuten met wateraf. Raadpleeg direct een arts. Moet u naar een eerste hulppost worden vervoerd, houd de desbetreffendeplaats dan m.b.v. een spons of doek met water nat.
o Bij het starten met hulpstartkabels produceert een accu een explosiefgas. Rook niet en voorkom open vuur of vonken.
TB holl-3.p65 7/9/2007, 11:55 AM
3
Page 164 of 217

EENVOUDIG ONDERHOUD 6- 5
SG020C1-FX Interieur De volgende punten moeten worden gecontroleerd voordat met de wagen wordt gereden:
o Werking van de verlichting
o Werking van de ruitenwissers
o Werking van de claxon
o Werking van de aanjager (en
airconditioning, indien gemonteerd)
o Werking en toestand van de stuurinrichting
o Werking en toestand van de spiegels
o Werking van de richtingaanwijzers
o Werking van het gaspedaal
o Werking van de remmen, incl. de
handrem
o Werking van de handgeschakelde
versnellingsbak, incl. de koppeling
o Werking van de automatische transmissie, incl. het parkeer-mechanisme
o Toestand en werking van de
stoelverstelling
o Toestand en werking van de veiligheidsgordels
o Bediening van de zonnekleppen
SG020A1-FX ALGEMENE CONTROLES Motorruimte Onderstaande punten moeten
regelmatig worden gecontroleerd:
o Motoroliepeil en conditie
o Transmissieoliepeil en conditie
o Remvloeistofpeil
o Koelvloeistofpeil
o Peil in sproeierreservoir
o Toestand van V-riem
o Toestand van koelvloeistofslangen
o Toestand van luchtfilterelement
o Toestand van uitlaatsysteem
o Vloeistoflekkage
(op of onder componenten)
o Peil en conditie van stuurbekrach- tigingsvloeistof SG020B1-FX Buitenzijde Onderstaande punten moeten
maandelijks worden gecontroleerd:
o Uiterlijk van de wagen
o Toestand van de velgen en
bevestiging van de wielmoeren
o Toestand van het uitlaatsysteem
o Toestand en werking van de verlichting
o Toestand van de voorruit
o Conditie van de ruitenwissers
o Conditie van de lak en eventuele corrosie
o Vloeistoflekkage
o Toestand van portier en motorkapscharnieren
o Bandenspanning en conditie (incl. reservewiel)
TB holl-6.p65 7/9/2007, 11:57 AM
5
Page 184 of 217

EENVOUDIG ONDERHOUD 6- 25
G200A01L G200B01E-AXT Zekeringen vervangen De zekeringhouder voor de verlichting
en de elektrische verbruikers bevindt zich aan de achterzijde van de multibox aan de linkerzijde van debestuurder. In de zekeringhouder zijn het amperage en de beveiligde cir- cuits aangegeven. Als de verlichtingof andere elektrische accessoires uitvallen, moet de zekering worden gecontroleerd. De zekering isdoorgebrand wanneer de metalen strip in de zekering is gesmolten. Ga in dit geval als volgt te werk:
SG200A1-FX ZEKERINGEN CONTROLEREN EN VERVANGEN Een zekering vervangen
GoedDoorge- brand
Een zekering smelt zodra het circuit vanaf de accu overbelast raakt, waardoor schade aan de bedradingwordt voorkomen (dit kan worden veroorzaakt door een kortsluiting in het systeem). In dit geval moet destoring door een Hyundai dealer worden opgespoord, het systeem worden gerepareerd en de zekeringworden vervangen. De zekeringen bevinden zich in een houder naast de accu. LET OP:
Gebruik bij het vervangen van een
zekering altijd een nieuwe zekeringmet hetzelfde amperage. Gebruiknooit een stuk draad of een zekering met een hoger amper- age. Dit kan ernstige schade enbrand tot gevolg hebben.
HTB180
!
TB holl-6.p65 7/9/2007, 11:57 AM
25