Lamp Hyundai Getz 2007 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2007, Model line: Getz, Model: Hyundai Getz 2007Pages: 217, PDF Size: 7.52 MB
Page 114 of 217

2- 6 HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
!
Gele lamp "OFF"
Gele lamp "ON" WAARSCHUWING:
Verzeker u ervan dat de koppeling
volledig is ingetrapt als de motor bij een handgeschakelde auto gestart wordt.
Anders bestaat de mogelijkheid dat
er in of buiten de auto iemandschade oploopt ten gevolge van de voor-of achteruitbeweging vande auto als de koppeling niet geheel is ingetrapt tijdens het starten.
C050B01S-GXT NORMALE STARTPROCEDURE
1. Breng de contactsleutel aan en
gesp de veiligheidsgordel om.
2. Zet de versnellingshandel in
neutraal (handgeschakelde vers- nellingsbak) of de keuzehandel in stand P (automatische trans-missie).
3. Controleer of de controlelampen
en de instrumenten goed werkennadat de contactsleutel in de stand "ON" is gedraaid.
4. Draai, bij voertuigen met een controlelamp voor het voorgloeien, de contactsleutel in de stand "ON".Eerst zal de controlelamp oplichten en daarna doven, hetgeen betekent dat het voor-gloeien heeftplaatsgevonden en de motor kan worden gestart. C050B01HP
N.B.: De groene verlichting zal na een
hepaalde tijd vanzelf doven. Het voorgloeien wordt dan beëindigdom de accu niet onnodig te belasten.
Om de motor te kunnen starten
wanneer de groene verlichting reeds is gedoofd, moet de sleuteleerst weer in de stand "LOCK" worden gedraaid en daarna opnieuw in de stand "ON" zodatde gloeibougies op temperatuur worden gebracht. 5. Draai de contactsleutel in de stand
"Start" en laat de sleutel los zodra de motor aanslaat.
TB holl-2.p65 7/9/2007, 11:55 AM
6
Page 121 of 217

HET RIJDEN MET UW HYUNDAI 2- 13
!
SC140A1-FX OPMERKINGEN MET
BETREKKING TOT DE REMMEN nat en zal er meer druk op hetrempedaal moeten worden uitgeoefend of trekt de wagen bijhet remmen naar één kant. Druk, om de remmen te drogen, licht op het rempedaal totdat de wagenweer normaal remt. Heeft dit geen resultaat, zet de wagen dan zo snel mogelijk stil en bel uwHyundai dealer voor assistentie.
o Plaats de versnellingshandel niet in neutraal als u bergafwaarts rijdt. Dit kan gevaarlijk zijn. Houd altijd een versnelling ingeschakeld, remde wagen af en schakel vervolgens naar een lagere versnelling zodat op de motor kan worden afgeremd.
o Laat uw voet niet op het rempedaal rusten. Dit kan gevaarlijk zijndoordat de remmen hierdoor teheet kunnen worden en niet meer optimaal functioneren.
o Als u een lekke band krijgt, druk dan licht op het rempedaal. Zodra u voldoende snelheid heeftverminderd en het zonder gevaar mogelijk is, rijd de wagen dan van de weg af en breng hem totstilstand. Als uw wagen is uitgerust met een automatische transmissie laat hem dan niet "kruipen".
WAARSCHUWING:
Plaats geen voorwerpen op de
hoedenplank achter de achterbank. Bij een aanrijding of plotseling afremmen kunnen dergelijkevoorwerpen naar voren schuiven waardoor de wagen wordt bescha- digd of inzittenden verwondingenkunnen oplopen.
o Controleer voor het wegrijden of de
handrem is vrij gezet en de controlelamp voor de handrem niet brandt.
o Bij het rijden in de regen of door water en nadat de wagen isgewassen, kunnen de remmen nat worden. Natte remmen zijngevaarlijk! Natte remmen hebben een langere remweg tot gevolg en de wagen kan naar één kanttrekken. Rij voorzichtig als u vermoedt dat de remmen nat zijn. Wanneer de wagen niet normaalremt, zijn de remmen waarschijnlijk Vermijd dit door uw voet op het rempedaal te houden wanneer de wagen tot stilstand is gekomen.
o Wees voorzichtig bij het parkeren
op een helling. Trek de handremaan en plaats de keuzehandel in stand "P" (automatische trans- missie) of in de eerste of achteruitversnelling (handgeschakelde versnelling-sbak). Als u de wagen op een helling parkeert, draai dande voorwielen in een zodanige stand dat de wagen niet kan wegrollen. Leg zonodig blokkenvoor of achter de wielen.
o Een aangetrokken handrem kan vastvriezen. Deze kans isaanwezig wanneer zich sneeuw of ijs om of bij de achterremmen heeft opgehoopt of als de remmennat zijn. Als u denkt dat deze kans aanwezig is, zet de wagen dan tijdelijk op de handrem en zet deversnellingshandel in neutraal resp. Bij automatische transmissie in stand "P". Blokkeer deachterwielen zodat de wagen niet kan wegrollen. Zet daarna de handrem vrij.
TB holl-2.p65 7/9/2007, 11:55 AM
13
Page 124 of 217

2- 16 HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
C310B01JM-AXT ESP AAN/UIT Als het ESP actief is, dan knippert de ESP-lamp in het instrumentenpaneel.Als de regeling wordt uitgeschakeldm.b.v. de ESP-schakelaar, dan gaat de ESP-OFF-lamp continu branden. Als het ESP is uitgeschakeld, dankan de stabiliteitsregeling niet geactiveerd worden. Pas daarom uw rijstijl aan. Druk voor het inschakelenvan de regeling opnieuw de schakelaar in. De ESP-OFF-lamp moet nu doven. N.B.: Het ESP wordt automatisch weer ingeschakeld nadat de motor isuitgezet en opnieuw is gestart. C310D01JM-AXT Controle- en waarschuwingslampen De lampen moeten gaan branden als de contactsleutel op "ON" of "START" is gezet. Vervolgens moeten de lampen na drie seconden doven.Laat de auto controleren door eenHyundai dealer als de lampen nietgaan branden of de ESP- of ESP- OFF-lamp niet na 3 seconden uitgaat. Als een storing optreedt tijdens de rit, dan wordt dit aangegeven door eenbrandende ESP-OFF-lamp.Als de ESP-OFF-lamp brandt, parkeeruw auto dan op een veilige plek enzet de motor uit.Start vervolgens de motor opnieuw encontroleer of de ESP-OFF-lamp dooft. Als de lamp blijft branden nadat de motor is gestart, laat dan uw auto door een Hyundai dealer controleren.
!WAARSCHUWING:
De elektronische stabiliteitsregeling is alleen een hulpmiddel; alle normale voorzorgsmaatregelen bijhet rijden in slecht weer of op een wegdek met weinig grip moeten in acht worden genomen.
TB holl-2.p65 7/9/2007, 11:55 AM
16
Page 129 of 217

HET RIJDEN MET UW HYUNDAI 2- 21
SC190A1-FX HET GEBRUIK VAN DE VERLICHTING Controleer de verlichting regelmatig
en houd de lampglazen schoon. Bij slecht zicht overdag is het aan te bevelen het dimlicht in te schakelen.Hierdoor ziet u niet alleen beter, maar wordt u ook beter gezien.
SC200A1-FXRIJDEN MET AANHANGER OF
SLEPEN
Bij het slepen of voor het rijden met
een aanhanger moeten de wettelijkevoorschriften worden opgevolgd. Deze voorschriften wijzigen van land totland. Raadpleeg uw Hyundai dealer voor nadere informatie.
LET OP:
Verleen met uw auto geen
sleephulp tijdens de eerste 2000 km, zodat de motor goed kan inrijden.
Als deze raadgeving niet wordt
opgevolgd kan het ernstige schade aan motor en transmissie totgevolg hebben.
! YC200C4-AX Remsysteem aanhangwagen Als uw aanhanger voorzien is van
een remsysteem, moet dit voldoen aan de wettelijke voorschriften. Zorg ervoor dat het op de juiste manier is gemonteerd en dat het goed werkt. YC200B2-AX Trekhaken Kies een trekhaak die geschikt is voor de aanhanger die getrokken moet worden. De gemonteerde trekhaak moet de kogeldrukgelijkmatig overbrengen op het chas- sis van de wagen. De trekhaak moet stevig worden aangebracht door een hiervoor bevoegd bedrijf. GEBRUIK GEENTREKHAAK VOOR TIJDELIJKE MONTAGE EN GEBRUIK NOOIT EEN TREKHAAK DIE ALLEEN AANDE BUMPER IS GEMONTEERD.
N.B.: Als met een aanhanger wordt gereden moeten tengevolge van de extra belasting de onderhoud-swerkzaamheden met kortere tussenpozen worden uitgevoerd. Zie hoofdstuk "Onderhouds-voorschriften" bij "Onderhoud onder zware bedrijfsomstan- digheden" op bladzijde 5-7.
LET OP:
o Sluit nooit het remsysteem van de aanhanger rechtstreeks aan op het remsysteem van de wagen.
o Bij bet rijden met een aanhanger op een steile helling (meer dan6%) moet worden gelet op dekoelvloeistoftemperatuurmeter. Mocht de naald van de meter zich voorbij "H" (HOT) bewegen,dan moet zo snel mogelijk worden gestopt. Laat de motor vervolgens stationair draaien tothij is afgekoeld.
!
TB holl-2.p65 7/9/2007, 11:55 AM
21
Page 160 of 217

6. EENVOUDIG ONDERHOUD
MOTORRUIMTE ............................................................................. 6-2
ALGEMENE CONTROLES ............................................................. 6-5
VOORZORGSMAATREGELEN BIJ HET ONDERHOUD ............. 6-6
OLIEPEIL CONTROLEREN ........................................................... 6-7 KOELVLOEISTOFCONTROLEREN EN VERVERSEN ..............6-10
LUCHTFILTER VERVANGEN ...................................................... 6-12
RUITENWISSERS RUITENWISSERBLADEN ............................6-12
OLIEPEIL IN VERSNELLINGSBAK CONTROLEREN ................6-15
VLOEISTOFPEIL AUTOMATISCHE TRANSMISSIE CONTROLEREN ....................................................................... 6-16
HET REMSYSTEEM CONTROLEREN ... .....................................6-18
ONDERHOUD AIRCONDITIONING ............................................6-20
INTERIEURLUCHTFILTER VERVANGEN ..................................6-21
V-RIEMEN CONTROLEREN ........................................................ 6-23
ZEKERINGEN CONTROLEREN EN VERVANGEN ...................6-25
VLOEISTOFPEIL STUURBEKRACHTIGING ..............................6-29
KOPLAMPEN AFSTELLEN .......................................................... 6-30
VERVANGEN VAN DE GLOEILAMPEN VAN DE KOPLAMPEN ...................................................................... 6-32
BESCHRIJVING ZEKERINGHOUDER .......................................6-37
6
TB holl-6.p65 7/9/2007, 11:57 AM
1
Page 189 of 217

6- 30 EENVOUDIG ONDERHOUD
G290A02FC-GXT KOPLAMPEN AFSTELLEN Bij het afstellen van de koplampen
moet de volgende procedure worden aangehouden.
1. Controleer of de spanning van alle
banden correct is.
2. Plaats de auto op een vlakke vloer
en druk de voorbumper en de achterbumper enkele malen naar beneden. Plaats de auto op een afstand van 3 meter van de muur.
3. Zorg ervoor dat de auto niet is beladen (het peil van dekoelvloeistof en de motorolie moetcorrect zijn en de brandstoftank gevuld; reservewiel, krik en gereedschap moeten zich op hunplaats bevinden).
4. Reinig de koplampglazen en schakel het dimlicht in.
Brandstoffilter ontluchten Als u doorgereden bent totdat de tank
leeg was, of als het brandstoffilter vervangen is, zorg er dan voor dat ervanuit de brandstoftank brandstof in het filter gepompt wordt, omdat de motor anders moeilijk start.
1) Verwijder de ontluchtingsdop van
het brandstoffilter.
2) Pomp op en neer tot er brandstof
uit de opening komt.
N.B.:
o Vang de brandstof bij het ontluchten op met een doekje.
o Verwijder eventuele brandstofresten rondom hetbrandstoffilter en de inspuitpomp vóór het starten van de motor, om brand te voorkomen.
o Controleer ten slotte of er
nergens brandstof lekt.
!WAARSCHUWING:
Verwijder zorgvuldig alle water dat
uit het filter is afgetapt, omdat de brandstof in het water totontbranding zou kunnen komen.
G300A02TB-GXT AFTAPPEN VAN WATER IN HET BRANDSTOFFILTER(DIESELMOTOR) Als de waarschuwingslamp voor het brandstoffilter tijdens het rijden gaat branden, betekent dit dat zich waterin het brandstoffilter heeft verzameld. N.B.: Het wordt aanbevolen water verzameld in het brandstoffilter te laten verwijderen door een Hyundai-dealer.
HTB287
TB holl-6.p65
7/9/2007, 11:57 AM
30
Page 190 of 217

EENVOUDIG ONDERHOUD 6- 31
G290B01TB-GXT Koplamp na vervanging afstellen Wanneer bij een auto de voorzijde van de carrosserie is gerepareerd en de koplamp is vervangen, moet deafstelling van de lichtbundel met behulp van een lichte wand worden gecontroleerd, zoals in de afbeeldingwordt getoond. Schakel hierbij het dimlicht in.
HTB269
Verticale afstelling
5. Open de motorkap.
6. Teken op een lichte wand verticale lijnen (door het midden van elke koplamp) en een horizontale lijn(door het midden van beide koplampen).
Trek vervolgens een lijn 30 mm
(1.18 in.) onder de eerder getrokken horizontale lijn. 7. Stel m.b.v. een kruiskopsch-
roevendraaier de horizontalebegrenzing van het dimlicht vanelke koplamp zodanig af dat deze gelijk ligt met de onderste getrokken lijn.
- VERTICALE AFSTELLING
8. Stel m.b.v. een kruiskopschroe- vendraaier het punt waar de schuine begrenzing begint zodanig af dat deze op de verticale lijn- HORIZONTALE AFSTELLING.
G290B01HR-1
L W
H
H Begrenzing- slijn
Basislijn
"P"
Horizontale lijn
30mm (1,18 in.) Verticale lijn
Horizontale afstelling
TB holl-6.p65
7/9/2007, 11:57 AM
31
Page 191 of 217

6- 32 EENVOUDIG ONDERHOUD
1. Stel de koplampen zodanig af dat
de horizontale lijn van de lichtbundel parallel is met de hartlijnvan de auto en dat het hoekpunt overeenkomt met het punt "P" in de afbeelding.
2. De streeplijnen in de afbeelding
geven het midden van dekoplampen aan.
"H"Horizontale hartlijn van de koplamp
vanaf de vloer : 656 mm (26,8 in.)
"W"Hartafstand tussen de koplampen : 1.100 mm (43,3 in.) "L" Afstand tussen de koplampen en
de wand waarop de lichtbundels worden geprojecteerd : 3,000 mm (118 in.) G270A01TB-GXT VERVANGEN VAN DE GLOEI-
LAMPEN VAN DE KOPLAMPEN
Gloeilamp van koplamp Voordat de gloeilamp van een
koplamp wordt vervangen, moet de schakelaar in de stand "OFF" staan.
De volgende paragraaf geeft aan,
hoe de gloeilampen kunnen wordenbereikt om ze te kunnen vervangen. De defecte gloeilamp moet wordenvervangen door een gloeilamp van hetzelfde type en wattage. 1. Laat de gloeilamp afkoelen. Draag
oogbescherming.
2. Houd de gloeilamp altijd bij de lampfitting vast en voorkom dat het glas wordt aangeraakt.
3. Maak de elektrische aansluiting aan de achterzijde van de koplamplos van de lamphouder.
4. Verwijder de stofkap.
! LET OP:
Let erop dat de lampen niet in
contact komen met petroleum- houdende producten zoals motorolie, benzine etc. HTB5009
TB holl-6.p65
7/9/2007, 11:57 AM
32
Page 192 of 217

EENVOUDIG ONDERHOUD 6- 33
G270C01TB-GXT Kofferruimteverlichting
1. Verwijder de afdekking met een (-) schroevendraaier.
HTB282
!
5. Druk de borgveer los en verwijderde gloeilamp.
HTB5010
6. Verwijder de afscherming van de nieuwe gloeilamp en breng hem zodanig aan dat de lampfitting inde opening van de koplamp past. G270B01TB-GXT Richtingaanwijzer/parkeerlicht voor
1. Maak de stekker los van de lamp. 2. Vervang de lamp door een nieuwe.
HTB5011 Druk de borgveer op zijn plaats, breng de stofkap aan en sluit de elektrische bedrading aan.
7. Gebruik de afscherming en de doos om de oude gloeilamp op te ruimen.
8. Controleer de koplampafstelling.
WAARSCHUWING:
Deze halogeen gloeilamp bevat gas
onder druk en kan onder invloedvan schokken uit elkaar spatten. Draag daarom een veiligheidsbril als een dergelijke gloeilamp wordtvervangen. Let erop dat geen krassen of schuurplekken op de lamp kunnen ontstaan en dat delamp niet met vloeistoffen in aanraking komt als hij wordt ontstoken. De lamp mag alleen inwerking worden gesteld als hij zich in de reflector bevindt. Vervang de koplamp als deze is beschadigd ofscheurtjes vertoont. Houd de lamp buiten bereik van kinderen en lever de oude gloeilamp in bij dedaarvoor bestemde adressen.
TB holl-6.p65 7/9/2007, 11:57 AM
33
Page 193 of 217

6- 34 EENVOUDIG ONDERHOUD
G270D01TB-GAT Achterlichtunit
2. Maak de stekker los.
HTB284
HTB283
3. Vervang de lamp door een nieuwe. 1. Verwijder de afdekking met een (+)
schroevendraaier
2. Maak de stekker los.
HTB5013
HTB5014 (1)
(2)
(3)
3. Vervang de lamp door een nieuwe.
G270E01A
(1) Rem-/achterlicht (2) Richtingaanwijzer (3) Achteruitrijlicht
G270E01A-GXT Zijknipperlicht
1. Druk het knipperlicht richting de voorzijde van de auto en verwijderhet.
TB holl-6.p65 7/9/2007, 11:57 AM
34