Mist Hyundai Kona 2018 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2018, Model line: Kona, Model: Hyundai Kona 2018Pages: 540, PDF Size: 9.01 MB
Page 274 of 540

4-33
Multimediasysteem
4
Informatie
• Er kunnen maximaal 20 favorieten worden opgeslagen voor elk
gekoppeld Bluetooth ®
-apparaat.
• U hebt toegang tot de favorieten wanneer het Bluetooth ®
-apparaat
van waaruit ze zijn gekoppeld, is
verbonden.
• Het audiosysteem downloadt geen favorieten van Bluetooth ®
-
apparaten. Favorieten moeten voor
gebruik worden opgeslagen.
• Voordat u favorieten kunt toevoegen, moeten ze eerst worden
gedownload.
• Opgeslagen favorieten worden niet bijgewerkt, ook niet wanneer de
contacten van het aangesloten
Bluetooth ®
-apparaat worden
gewijzigd. In dat geval moeten de
favorieten worden verwijderd en
opnieuw worden toegevoegd.Belgeschiedenis
Druk op de toets [PHONE]van het
audiosysteem Selecteer
[Belgeschiedenis] De
oproepgeschiedenis wordt
weergegeven.
(1) Belgeschiedenis: Geeft de gedownloade oproepgeschiedenis
weer.
Wanneer u een favoriet
selecteert, kunt u deze bellen.
(2) SGespreksduur: Geeft de tijdsduur van het gesprek weer.
Menu
Druk op de toets [MENU] en
selecteer de gewenste functie.
• Alle gesprekken: Geeft de volledige oproepgeschiedenis
weer.
• Gemiste gesprekken: Geeft de gemiste oproepen weer.
• Uitgaande gesprekken: Geeft de uitgaande oproepen weer.
• Uitgaande gesprekken: Geeft de binnenkomende oproepen weer.
• Downloaden: De oproepgeschiedenis vanaangesloten Bluetooth ®
-apparaten
wordt gedownload.
Informatie
• Er worden maximaal 50 gebelde nummers, ontvangen oproepen en
gemiste oproepen opgeslagen.
• Wanneer de meest recente oproepgeschiedenis wordt
ontvangen, wordt de bestaande
oproepgeschiedenis gewist.
i
i
Page 364 of 540

5-86
Rijden met uw auto
Waarschuwingslampje en -melding
Check LKA
Bij een storing in het systeem
verschijnt er gedurende enkele
seconden een melding. Als het
probleem blijft bestaan, gaat het
controlelampje storing LKA-systeem
branden.
Controlelampje storing LKA-systeem
Het controlelampje
storing LKA-systeem
(geel) zal gaan brandenals het LKA-systeem niet
goed werkt. We adviseren u hetsysteem te laten controleren door
een officiële Hyundai-dealer.
Handel bij een probleem met het
systeem als volgt:
• Zet de motor uit en vervolgens weer aan en schakel het systeem in.
• Controleer of het contact in stand ON staat.
• Controleer of het systeem wordt beïnvloed door het weer (mist,
zware regenval, enz.).
• Controleer of de lens van de camera vuil is.
Is het probleem niet opgelost, dan
raden we u aan het systeem door
een officiële HYUNDAI-dealer na te
laten kijken.
In de volgende gevallen zal het
LKA-systeem zich niet in de status
ENABLED (ingeschakeld) bevinden
en wordt het stuurwiel niet bediend:
• De richtingaanwijzer is aan voordat er van rijstrook gewisseld wordt.
Als u van rijstrook wisselt zonder
de richtingaanwijzer te gebruiken,
wordt het stuurwiel mogelijkbediend.
• Er wordt niet in het midden van de rijstrook gereden wanneer het
systeem is ingeschakeld of direct
na het wisselen van rijstrook.
• De ESC (elektronische stabiliteits- regeling) of het VSM (VehicleStability Management) is
geactiveerd.
• De auto maakt een scherpe bocht.
• De rijsnelheid is lager dan 60 km/h of hoger dan 180 km/h.
• De auto wisselt abrupt van rijstrook.
• De auto remt plotseling af.
• Er is slechts één rijstrook- markering gesignaleerd.
• De rijstrook zeer breed of smal is.
• De auto maakt een scherpe bocht.
• De auto remt plotseling af.
OOS057084R
Page 366 of 540

5-88
Rijden met uw auto
• U rijdt op een steile helling, overeen heuvel of op een bochtige
weg.
• Slechte wegomstandigheden zorgen voor overmatige trillingen
tijdens het rijden.
• De omgevingstemperatuur van de binnenspiegel is hoog als gevolg
van direct zonlicht, enz.
Als het zicht vooruit slecht is
• De voorruit of de cameralens van het LKAS wordt geblokkeerd door
vuil e.d.
• De voorruit is beslagen; een helder zicht op de weg is niet mogelijk.
• Door het plaatsen van objecten op het dashboard, enz.
• De sensor kan de rijstrook niet waarnemen als gevolg van mist,
zware regenval of sneeuw.Wijzigen functie LKA-systeem
De bestuurder kan overschakelen van het LKA-systeem naar het Lane
Departure Warning-systeem (LDW) ofin de modus LKA-systeem wisselen
tussen Standaard LKA en Actieve
LKA op het LCD-display. Ga naar
"Gebruikersinstellingen →
Bestuurdershulp →LKA (Hulp bij
rijbaan aanhouden) →LDW
(Waarschuwing bij
rijbaanwissel/Standaard LKA/ActieveLKA)". Het systeem is automatisch ingesteld op Standaard LKA als ergeen functie is geselecteerd.
Lane Departure Warning
Het LDW-systeem waarschuwt debestuurder zichtbaar en hoorbaar als
het systeem signaleert dat de auto
de rijstrook verlaat. Het stuurwiel
wordt niet bediend.
Standaard LKA
De Standaard LKA-modus helpt de
bestuurder de auto op de rijstrook te
houden. Het bedient nagenoeg nooithet stuurwiel als de auto goed op de
rijstrook rijdt. Als de auto de rijstrook
dreigt te verlaten, begint het het
stuurwiel echter wel te bedienen.
Actieve LKA
De modus Actieve LKA biedt een
intensievere bediening van het
stuurwiel in vergelijking met de
modus Standaard LKA. De ActieveLKA-modus kan helpen bij het
tegengaan van vermoeidheid bij debestuurder door te helpen de auto in
het midden van de rijstrook tehouden.
Page 450 of 540

7
Zekeringen ............................................................7-36Vervangen zekering zijpaneel......................................7-37
Vervangen zekering motorruimte ...............................7-39
Zekering-/relaiskast ......................................................7-41
Gloeilampen ..........................................................7-54 Vervangen van gloeilamp koplamp,
Statische verlichting Low Beam Assist, parkeerlicht,
richtingaanwijzer en dagrijverlichting .......................7-55
Mistlampen voor..............................................................7-59
Afstellen van koplamp en mistlamp voor (Europa) 7-59
Lamp richtingaanwijzer opzij vervangen ..................7-64
Vervangen van lamp achterlicht ..................................7-64
Gloeilamp derde remlicht vervangen..........................7-66
Vervangen van gloeilamp kentekenplaatverlichting7-66
Gloeilamp interieurverlichting vervangen .................7-67
Onderhoud exterieur ...........................................7-68 Exterieur, onderhoud .....................................................7-68
Onderhoud interieur .......................................................7-73
Emissieregelsysteem............................................7-76 Carterventilatiesysteem .................................................7-76
Brandstofdampafzuigsysteem .....................................7-77
Emissieregelsysteem ......................................................7-77
Page 503 of 540

7-55
7
Onderhoud
Vervangen van gloeilamp
koplamp, Statische verlichting
Low Beam Assist, parkeerlicht,
richtingaanwijzer en
dagrijverlichting
Type A
(1) Koplamp (grootlicht)
(2) Koplamp (dimlicht)
(3) Dagrijverlichting (indien vantoepassing)/parkeerlicht
(4) Richtingaanwijzer
(5) Mistlampen voor (indien van toepassing) • Behandel halogeenlampen altijd
voorzichtig om krassen te
voorkomen. Voorkom contact met
vloeistoffen wanneer de lampen
branden.
• Raak het glas nooit met de vingers aan. Door achtergebleven vet kan
de lamp te heet worden en
knappen wanneer deze brandt.
• De lamp mag alleen in gemonteerde toestand worden
ingeschakeld.
• Vervang een beschadigde of gebarsten lamp direct en gooi deze
niet zomaar weg.
•Behandel halogeenlampen
voorzichtig. Halogeenlampen
bevatten gas onder druk,zodat er kleine glasdeeltjes
vrijkomen die letsel kunnen
veroorzaken als de lampbreekt.
•Draag bij het vervangen van een lamp een veiligheidsbril.
Laat de lamp alvorens hem te
vervangen afkoelen.
WAARSCHUWING
OLMB073042L
OOS077033
Page 505 of 540

7-57
7
Onderhoud
Type B
(1) Koplamp (dimlicht/grootlicht)
(2) Statische verlichting Low BeamAssist
(3) D a g r i j v e r lichting/parkeerlicht
(indien van toepassing)
(4) Richtingaanwijzer(5) Mistlampen voor (indien van toepassing) • Behandel halogeenlampen altijd
voorzichtig om krassen te
voorkomen. Voorkom contact met
vloeistoffen wanneer de lampen
branden.
• Raak het glas nooit met de vingers aan. Door achtergebleven vet kan
de lamp te heet worden en
knappen wanneer deze brandt.
• De lamp mag alleen in gemonteerde toestand worden
ingeschakeld.
• Vervang een beschadigde of gebarsten lamp direct en gooi deze
niet zomaar weg.
Koplamp
We adviseren u, als de LED-
verlichting niet werkt, de auto te latencontroleren door een officiële
Hyundai-dealer.
OOS077052•Behandel halogeenlampen
voorzichtig. Halogeenlampen
bevatten gas onder druk,zodat er kleine glasdeeltjes
vrijkomen die letsel kunnen
veroorzaken als de lampbreekt.
•Draag bij het vervangen van een lamp een veiligheidsbril.
Laat de lamp alvorens hem te
vervangen afkoelen.
WAARSCHUWING
OLMB073042L
Page 507 of 540

7-59
7
Onderhoud
Mistlampen voor
(indien van toepassing)
1. Draai de bevestigingspennen vande onderplaat los en verwijder de
onderplaat.
2. Steek uw hand in de opening achter de voorbumper.
3. Neem de voedingsstekker los van de aansluiting.
4. Verwijder de fitting uit het huis door deze linksom te draaien tot
de nokjes van de fitting in lijn
liggen met de uitsparingen van het
huis. 5. Plaats een nieuwe fitting in de
behuizing door de nokjes op defitting in lijn te brengen met de
uitsparingen in de behuizing. Duw
de fitting in de behuizing en draaide fitting rechtsom.
Afstellen van koplamp en
mistlamp voor (Europa)
Afstellen van koplamp
1. Breng de banden op de voorgeschreven spanning en
verwijder alle lading uit de auto
behalve het reservewiel en het
gereedschap. Laat iemand in autoplaatsnemen op debestuurdersstoel. 2. De auto moet op een vlakke
ondergrond staan.
3. Trek verticale lijnen (lijnen die door het hart gaan van de
respectievelijke koplamp) en een
horizontale lijn (die door het hart
gaat van de koplamp) op het
scherm.
4. Controleer of de accu voldoende geladen is, schakel de koplampen
in en stel de koplampen zo af dat
het helderste gedeelte van de
lichtbundel op de horizontale en
verticale lijnen valt.
5. Draai de schroevendraaier rechtsom of linksom om de
dimlichtbundel naar links of rechts
te verstellen. Draai de
schroevendraaier rechtsom of
linksom om de dimlichtbundel
omhoog of omlaag te verstellen.
Verdraai de schroevendraaierrechtsom of linksom om de
grootlichtbundel omhoog of
omlaag te verstellen.
OOS077059L
■Type halogeen■Type LED
OOS077060L/OOS077061L
Page 508 of 540

7-60
Onderhoud
Afstellen mistlampen vóór
Het afstellen van de mistlampen vóór
gaat op dezelfde wijze als bij de
koplampen. Controleer of de accu
voldoende geladen is, schakel demistlampen vóór in en stel de
mistlampen af. Verdraai de
schroevendraaier rechtsom of
linksom om de lichtbundel omhoog of
omlaag te verstellen.
OOS077062L
Page 510 of 540

7-62
Onderhoud
Dimlicht (links)
1. Stel het dimlicht af zonder dat er iemand in de auto zit.
2. De begrenzingslijn moet samenvallen met de begrenzingslijn in de afbeelding.
3. Bij het afstellen van het dimlicht moet de afstelling in verticale richting worden gedaan na het afstellen in horizontalerichting.
4. Als de auto is uitgerust met koplampverstelling, moeten de koplampen worden afgesteld met de schakelaar voor de koplampverstelling in stand 0.
OOS077065L
■
Gebaseerd op een scherm van 10 meter
1 : Verticale lijn door hart gloeilamp linker mistlamp
2: Horizontale lijn door hart gloeilamp mistlamp
3: Begrenzingslijn
4: Hartlijn auto
5: W3 (mistlamp voor)
6: Verticale lijn door hart gloeilamp rechter mistlamp
7: H3 (mistlamp voor)
8: GROND
Page 511 of 540

7-63
7
Onderhoud
Mistlamp vóór
1. Stel de mistlampen voor af terwijl de bestuurder in de auto zit.
2. De begrenzingslijn moet in het toegestane gebied vallen (gearceerde gedeelte).
OOS077065L
■
Gebaseerd op een scherm van 10 meter
Verticale lijn door hart gloeilamp linker mistlamp
2: Horizontale lijn door hart gloeilamp mistlamp
3: Begrenzingslijn
4: Hartlijn auto
5: W3 (mistlamp voor)
6: Verticale lijn door hart gloeilamp rechter mistlamp
7: H3 (mistlamp voor)
8: GROND