sloten Hyundai Kona 2018 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2018, Model line: Kona, Model: Hyundai Kona 2018Pages: 540, PDF Size: 9.01 MB
Page 118 of 540

3-34
Kenmerken van uw auto
Indien uw auto is uitgerust met een
schuifdak, kunt u dit met behulp van
de schakelaar in de dakconsole
open- en dichtschuiven of kantelen.
Het schuifdak kan elektrisch geopend, gesloten en gekanteld
worden wanneer het contact in standON staat.
Het schuifdak kan worden bediend
tot ongeveer 30 seconden nadat het
contact in stand ACC of LOCK/OFF
is gezet of de contactsleutel is
verwijderd.
Wanneer het voorportier echter
geopend wordt, kan het schuifdak
niet bediend worden, zelfs niet
binnen de periode van 30 seconden.Informatie
• In een koud en nat klimaat werkt het schuif-/kanteldak mogelijk niet
door bevriezingsverschijnselen.
• Veeg na het wassen van de auto en na een regenbui het schuifdak eerst
droog alvorens het te openen.
• Bedien de hendel niet meer alshet schuifdak volledig is
geopend, gesloten of gekanteld.
Hierdoor kunnen de motor en
andere onderdelen beschadigdraken.
• Zorg er bij het verlaten van uw auto voor dat het schuif-
/kanteldak volledig is gesloten.
Als het schuif-/kanteldak open
blijft, kan sneeuw of regen in het
interieur komen of kan de auto
worden gestolen.
AANWIJZING
i
SCHUIFDAK (INDIEN VAN TOEPASSING)
OOS047021
•Verstel het schuifdak of het
zonnescherm niet tijdens het
rijden. Hierdoor kunt u de
controle over de auto
verliezen, waardoor een
ongeluk met ernstig letsel of
schade het gevolg kan zijn.
•Zorg ervoor dat hoofden,
andere lichaamsdelen en
voorwerpen zich op een
veilige afstand bevinden
voordat u het schuifdakbedient.
•Steek tijdens het rijden uw
hoofd, armen of andere
lichaamsdelen niet door het
schuifdak naar buiten, om
ernstig letsel te voorkomen.
•Laat kinderen nooit zonder
toezicht achter terwijl de
sleutel zich in de auto bevindt.
Kinderen die zonder toezicht
achterblijven, kunnen het
schuifdak bedienen wat toternstig letsel kan leiden.
•Ga niet boven op de auto
zitten. U kunt dan gewond
raken of schade aan de auto
veroorzaken.
WAARSCHUWING
Page 119 of 540

3-35
Kenmerken van uw auto
3
Schuifdak openen en sluiten
Openen :
Druk de schakelaar van het schuifdak naar achteren in de eerste
stand. Laat de schakelaar los als uwilt dat het schuifdak stopt. Sluiten :
Druk de hendel van het schuifdak
naar voren in de eerste stand. Laat
de schakelaar los als u wilt dat hetschuifdak stopt.
Schuifdak open-/dichtschuiven
Door de schakelaar voor het schuifdak naar achteren of naar
voren tot de tweede positie te
drukken opent of sluit het schuifdak
volledig, ook als de schakelaar wordt
losgelaten. Om het schuifdak in de
gewenste positie te stoppen terwijl
het in beweging is, drukt u de
schakelaar naar achteren of naar
voren en laat u hem vervolgens weer
los.Informatie
Om het windgeruis tijdens het rijden
te beperken, adviseren wij u te rijden
met het schuifdak iets gesloten
(ongeveer 7 cm voor de stand
maximaal open).
Klembeveiliging (indien van toepassing)
Als een obstakel gesignaleerd wordt
tijdens het automatisch sluiten van
het schuifdak, keert de
bewegingsrichting automatisch om
en stopt het schuifdak, zodat het
voorwerp verwijderd kan worden.
De klembeveiliging werkt niet als er
een klein obstakel tussen het
glaspaneel en de schuifdakrand
aanwezig is.
Controleer voor het sluiten altijd of er
geen lichaamsdelen of voorwerpen
door het schuifdak naar buiten zijn
gestoken.
iOOS047022
OLFC044035CN
Page 121 of 540

3-37
Kenmerken van uw auto
3
Zonnescherm
Het zonnescherm wordt automatisch met het glaspaneel geopend
wanneer dit openschuift. U moet hetechter handmatig sluiten.
Het zonnescherm schuift
gelijktijdig met het schuifdak
open. Laat het zonnescherm niet
dichtzitten als het schuifdak
geopend is.
Schuifdak resetten
Het schuifdak moet in de volgende
gevallen worden gereset:
- De accu is ontladen of deaccukabels zijn losgenomen
geweest, of de schuifdakzekering
is vervangen of verwijderd
- De bedieningshendel van het schuifdak is niet op de juistemanier bediend
Voer de volgende stappen uit om hetschuifdak te resetten:
1.Zet het contact in stand ON om de motor te starten. Geadviseerd
wordt het schuifdak te resetten bij
draaiende motor.
2.Druk de schakelaar naar voren. Het schuifdak sluit geheel of
kantelt, afhankelijk van de conditie
van het schuifdak.
3.Laat de schakelaar los totdat het schuifdak niet meer beweegt. 4.Druk de schakelaar ongeveer 10
seconden naar voren.
- Als het schuifdak in geslotenpositie staat :
Het glaspaneel zal kantelen en iets omhoog en omlaag
bewegen.
- Als het schuifdak in gekantelde positie staat :
Het glaspaneel zal iets omhoog
en omlaag bewegen.
Laat de schakelaar niet los voordat
de procedure is voltooid.
Als u de schakelaar loslaat voordat
de procedure is voltooid, moet de
procedure worden herhaald vanafstap 2.
AANWIJZING
OAD045037
Page 122 of 540

3-38
Kenmerken van uw auto
5.Druk binnen 3 seconden deschakelaar naar voren totdat het
schuifdak als volgt werkt : Omlaag kantelen →openschuiven
→ dichtschuiven.
Laat de schakelaar niet los voordat
de procedure is voltooid.
Als u de schakelaar loslaat voordat
de procedure is voltooid, moet de
procedure worden herhaald vanafstap 2.
6.Laat de schakelaar los als de gehele procedure is voltooid. (Het schuifdaksysteem is gereset.) Informatie
• Als het schuifdak niet wordt gereset wanneer de accu losgenomen of
ontladen is geweest, of wanneer de
desbetreffende zekering
doorgebrand is, werkt het schuifdak
mogelijk niet goed.
• Voor meer informatie adviseren we u contact op te nemen met een
officiële HYUNDAI-dealer.Waarschuwingslampje open
schuif-/kanteldak
(indien van toepassing)
• Als de bestuurder de motoruitschakelt wanneer het schuifdak
niet volledig is gesloten, klinkt er
gedurende ongeveer 3 seconden
een waarschuwingszoemer en
verschijnt er een waarschuwing op
het LCD-display.
• Als de bestuurder de motor uitschakelt en het portier opent
wanneer het schuifdak niet volledig
is gesloten, wordt er een
waarschuwing geopend schuifdak
op het LCD-display weergegeven
tot het portier wordt gesloten of tot
het schuifdak volledig is gesloten.
Sluit het schuifdak goed wanneer u
de auto verlaat.
i
Page 124 of 540

3-40
Kenmerken van uw auto
Motorkap sluiten
1. Controleer de volgende puntenalvorens de motorkap te sluiten :
• Of alle vuldoppen correct zijn teruggeplaatst.
• Of er geen handschoenen, doeken of andere brandbare
materialen in de motorruimte zijn
achtergebleven.
2. Zet de steun vast in de clip om te voorkomen dat hij gaat rammelen.
3. Laat de motorkap zakken (tot ongeveer 30 cm boven zijn
gesloten positie) en druk hem
stevig in het slot. Controleer altijd
nogmaals of de motorkap goed is
vergrendeld.
Als de motorkap iets kan wordenopgetild, is hij niet goed
vergrendeld. Open hem nogmaals
en sluit hem met meer kracht.
Achterklep
Achterklep openen
Zorg ervoor dat de selectiehendel in
stand P (parkeren) staat en activeer
de parkeerrem.
Voer vervolgens één van de
volgende handelingen uit:
1. Ontgrendel alle portieren met de ontgrendeltoets voor de portieren
op uw afstandsbediening of Smart
Key. Druk op de toets op de
achterklepgreep en open de
achterklep.
•Controleer voor het sluiten
van de motorkap of er geenzaken in de motorruimte zijn
achtergebleven.
•Controleer altijd nogmaals of de motorkap goed is
vergrendeld alvorens met deauto te gaan rijden.
Controleer of er geen waar-
schuwingslampje geopendemotorkap brandt of een
melding weergegeven wordtop het instrumentenpaneel.Als de motorkap niet
vergrendeld is terwijl de auto
in beweging is, zal de zoemer
klinken om de bestuurder te
waarschuwen dat de
motorkap niet volledig
vergrendeld is. Het rijden met
een geopende motorkap kan
het zicht in zijn geheel
belemmeren, hetgeen kan
leiden tot een ongeval.
•Verplaats de auto niet als de motorkap omhoog staat
omdat dan het zicht
belemmerd wordt, hetgeen
kan leiden tot een ongeval, ende motorkap naar beneden
kan vallen of beschadigd kan
worden.
WAARSCHUWING
OOS047027
Page 125 of 540

3-41
Kenmerken van uw auto
3
2. Houd de ontgrendeltoets voor deachterklep op de afstandsbediening
of de Smart Key ingedrukt. Druk op
de toets op de achterklepgreep en
open de achterklep.
3. Druk op de toets op de achterklepgreep en open de
achterklep terwijl u de Smart Key
bij u draagt.Achterklep sluiten
Laat de achterklep zakken en druk
hem vervolgens aan totdat hij
vergrendeld wordt. Probeer de
achterklep omhoog te trekken
zonder op de toets op de
achterklepgreep te drukken om tecontroleren of hij goed dichtzit. Informatie
Sluit de achterklep altijd voordat u
gaat rijden, om schade aan de
gasveren van de achterklep en de
bevestigingsmaterialen te voorkomen.
In een koud en nat klimaat werken
de achterklepvergrendeling en
achterklepmechanismen mogelijkniet goed door
bevriezingsverschijnselen.
AANWIJZING
i
Houd de achterklep tijdens het
rijden altijd volledig gesloten.
Als met een (gedeeltelijk)
geopende achterklep wordt
gereden, kunnen schadelijke
uitlaatgassen, die
koolmonoxide (CO) bevatten, in
het interieur binnendringen.
WAARSCHUWING
OOS047028
Page 126 of 540

3-42
Kenmerken van uw auto
Noodontgrendeling achterklep
Uw auto is uitgerust met een
ontgrendelhendel aan de onderzijde
van de achterklep om de achterklep
in geval van nood vanaf de
binnenzijde van de auto te kunnen
openen. Als iemand per ongeluk
ingesloten is in de bagageruimte. De
achterklep kan geopend worden
door de volgende handelingen uit te
voeren:
1. Steek de sleutel in het gat.
2. Druk de ontgrendelhendel met desleutel naar rechts.
3. Druk de achterklep omhoog.
•Vervoer NOOIT personen in de
bagageruimte van de auto. Als
de achterklep gedeeltelijk of
volledig gesloten is en de
persoon niet uit de
bagageruimte kan komen, kanernstig letsel optreden door
ventilatiegebrek, uitlaatgassen,snel toenemende warmte of
door blootstelling aan kou.
Daarnaast is de bagageruimte
zeer gevaarlijk tijdens een
ongeval, aangezien deze geen
deel uitmaakt van de
veiligheidskooi, maar tot de
kreukelzone van de auto
behoort.
•Houd de portieren en de
achterklep vergrendeld en
bewaar de sleutels buiten het
bereik van kinderen. Ouderszouden hun kinderen moeten
wijzen op de gevaren die het
spelen in de bagageruimte
met zich meebrengt.
WAARSCHUWING
Raak het onderdeel dat de
achterklep ondersteunt (de
gasveer) niet aan. Vervorming
van dit onderdeel kan leiden tot
schade aan het voertuig en kan
de veiligheid in gevaar brengen.
WAARSCHUWING
OOS047085OOS047029
Page 128 of 540

3-44
Kenmerken van uw auto
Informatie
Tik zachtjes op de tankdopklep of
druk er voorzichtig tegenaan als deze
is vastgevroren om het ijs te breken en
open daarna de tankdopklep. Wrik de
tankdopklep niet los. Spuit de
omgeving van de tankdopklep indien
nodig in met goedgekeurde
ruitontdooier (gebruik geen
koelvloeistof) of zet de auto op een
warme plaats om het ijs te laten
smelten.
Sluiten van de tankdopklep
1. Plaats de dop terug en draai hem rechtsom totdat hij eenmaal klikt.
2. Sluit de tankdopklep en zorg ervoor dat hij goed dichtzit.
Informatie
De tankdopklep wordt niet gesloten als
het bestuurdersportier vergrendeld is.
Als u het bestuurdersportier tijdens het
tanken vergrendelt, ontgrendel het dan
voordat u de tankdopklep sluit.
i
i•Stap niet in de auto nadat u
begonnen bent met tanken. U
kunt statisch geladen raken
door het aanraken van of
wrijven tegen een voorwerp of
stof dat/die statische
elektriciteit kan produceren.
Een ontlading van statische elektriciteit kanbrandstofdampen doenontbranden en brand
veroorzaken. Als u tijdens het
tanken toch terug in de auto
moet stappen, raak ook dan
met de blote hand even een
metalen deel van de auto aan,
op voldoende afstand van de
vulopening, het vulpistool of
een andere benzinebron, om
mogelijk gevaarlijke statische
elektriciteit af te voeren.
•Zet bij het tanken altijd de selectiehendel in stand P
(parkeren) (Double clutch-
transmissie) of schakel de
eerste versnelling of de
achteruitversnelling (handge-
schakelde transmissie) in,
activeer de parkeerrem en zethet contact in stand
LOCK/OFF.
Benzine is licht ontvlambaar en
explosief. Het niet opvolgen
van deze richtlijnen kan totERNSTIG LETSEL leiden:
•Lees alle waarschuwingen bij
het tankstation en neem ze in
acht.
•Kijk vóór het tanken altijd of
er een noodknop voor het
afsluiten van de brandstof isbij de brandstofpomp.
•Raak, voordat u het vulpistool
aanraakt, met de blote hand
altijd even een metalen deel
van de auto aan, op
voldoende afstand van de
vulopening, het vulpistool of
een andere benzinebron, om
statische elektriciteit af te
voeren.
•Maak tijdens het tanken geen
gebruik van een mobiele
telefoon. Elektrische stroom
en/of elektronische storing
van mobiele telefoons kanbrandstofdampen doenontbranden.
WAARSCHUWING
Page 155 of 540

3-71
Kenmerken van uw auto
3
Portier, motorkap, achterklepopen
Deze waarschuwing wordt
weergegeven om aan te geven dat
een van de portieren, de motorkap of
de achterklep geopend is.
Schuifdak open (indien van toepassing)
Deze waarschuwing wordt weerge-
geven als u de motor uitschakeltterwijl het schuifdak is geopend. Sluit het schuif-/kanteldak goed
wanneer u de auto verlaat.
Verlichtingsmodus
Dit controlelampje geeft aan welke
verlichtingsmodus er is geselecteerd
met de lichtschakelaar.
Controleer, voordat u gaat rijden, of
de portieren/ motorkap/achterklep
geheel gesloten zijn. Controleer of
er geen waarschuwingslampje
geopende portieren/motorkap
/achterklep brandt of een melding
weergegeven wordt op hetinstrumentenpaneel.
OPMERKING
OOS047112OOS047113
OPDE046120
Page 165 of 540

3-81
Kenmerken van uw auto
3
• Auto ontgrendelen
- Uitschakelen: de automatischeportierontgrendeling wordt
uitgeschakeld.
- Auto uitgeschakeld: alle portieren worden automatisch ontgrendeldals het contact in de stand OFF
wordt gezet. (indien uitgerust met
Smart Key)
- Bij verwijderen sleutel: alle portieren worden automatisch
ontgrendeld als de contactsleutel
uit het contactslot wordt
verwijderd. (indien uitgerust metafstandsbediening)
- In stand P zetten: Alle portieren worden automatisch ontgrendeld
wanneer de selectiehendel van de
in stand P (parkeren) wordt gezet.
-
Bestuurdersportier ontgrendeld: alle
portieren worden automatisch
ontgrendeld als het
bestuurdersportier wordt ontgrendeld.
• Terugkoppeling claxon
Per attivare o disattivare l'avviso
blocco porte.
Als de terugkoppeling door de claxon is
geactiveerd, klink nadat de portieren
zijn vergrendeld met de vergrendeltoets
van de afstandsbediening, wanneer u
deze toets binnen 4 seconden
nogmaals indrukt eenmaal een
geluidssignaal ter bevestiging dat alle
portieren zijn vergrendeld (indien
uitgerust met afstandsbediening).
4. Lichten
• One-touch passeerknipperlicht
- Uit: De functie one-touch passeerknipperlicht wordt uitge-
schakeld.
- 3, 5, 7 keer knipperen: De richtingaanwijzers knipperen 3, 5 of
7 keer wanneer de combischakelaar
iets omhoog of omlaag wordt
bewogen.
Zie "Verlichting" in dit hoofdstuk
voor meer informatie. • Follow me home-verlichting
In- en uitschakelen van de follow me
home-functie.
Zie "Verlichting" in dit hoofdstuk
voor meer informatie.
5. Geluid
• Volume parkeerhulpsysteem
- Zachter/Louder
Instellen volume parkeerhulpsysteem.
• Welkomstgeluid
In- en uitschakelen van het
welkomstgeluid.
6. Handig
• Welkom spiegel
In- en uitschakelen van de functie
"Welkom spiegel".
Wanneer alle portieren (en de
achterklep) zijn gesloten en
vergrendeld, worden de
buitenspiegels uitgeklapt wanneer
het onderstaande wordt gedaan.