Sleutel Hyundai Kona 2018 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2018, Model line: Kona, Model: Hyundai Kona 2018Pages: 540, PDF Size: 9.01 MB
Page 154 of 540

3-70
Kenmerken van uw auto
Sleutel niet in het voertuig(Smart Key-systeem)
Deze waarschuwingsmelding wordt
weergegeven als u met het contact in
stand ACC of ON het portier opent of
sluit terwijl de Smart Key zich niet in
de auto bevindt. Er klinkt een
waarschuwingsgeluid als u het
portier sluit terwijl de Smart Key zich
in de auto bevindt.
De melding attendeert u erop dat u
altijd de Smart Key bij u moet hebben.
Sleutel niet gevonden (Smart Key-systeem)
Deze waarschuwingsmelding wordt
weergegeven als u de startknop
indrukt terwijl de Smart Key niet isgedetecteerd.
Druk op de STARTknop met desleutel (Smart Key-systeem)
Deze waarschuwingsmelding wordt
weergegeven als u de startknop
indrukt terwijl de
waarschuwingsmelding "Key notdetected" (sleutel niet gedetecteerd)
wordt weergegeven. Het controlelampje startblok
-
keersysteem gaat dan knipperen.
Druk opnieuw op de START
knop (Smart Key-systeem)
Deze waarschuwingsmelding wordt
weergegeven als de motor niet
gestart wordt terwijl u de startknop
indrukt.
Probeer de motor in dat geval te
starten door nogmaals op de
startknop te drukken.
Als de waarschuwingsmelding
verschijnt telkens wanneer u de
startknop indrukt, raden wij u aan deauto te laten controleren door een
officiële HYUNDAI-dealer.
Controleer zekering "BRAKESWITCH" (auto's met SmartKey-systeem en Double clutch-
transmissie)
Deze waarschuwingsmelding wordt
weergegeven als de zekering
BRAKE SWITCH is doorgebrand. U moet de zekering door een nieuw
exemplaar vervangen. Als dat niet
mogelijk is, kunt u de motor starten
door de startknop 10 seconden
ingedrukt te houden in stand ACC.
Kies P of N voor starten (auto's
met Smart Key-systeem en Double clutch-transmissie)
Deze waarschuwingsmelding wordt
weergegeven als u probeert de
motor te starten terwijl deselectiehendel niet in stand P
(parkeren) of N (neutraal) staat.
Informatie
U kunt de motor starten als de
selectiehendel in stand N (Neutraal)
staat. Voor uw eigen veiligheid is het
echter raadzaam de motor te starten
als de selectiehendel in stand P
(parkeren) staat.
i
Page 165 of 540

3-81
Kenmerken van uw auto
3
• Auto ontgrendelen
- Uitschakelen: de automatischeportierontgrendeling wordt
uitgeschakeld.
- Auto uitgeschakeld: alle portieren worden automatisch ontgrendeldals het contact in de stand OFF
wordt gezet. (indien uitgerust met
Smart Key)
- Bij verwijderen sleutel: alle portieren worden automatisch
ontgrendeld als de contactsleutel
uit het contactslot wordt
verwijderd. (indien uitgerust metafstandsbediening)
- In stand P zetten: Alle portieren worden automatisch ontgrendeld
wanneer de selectiehendel van de
in stand P (parkeren) wordt gezet.
-
Bestuurdersportier ontgrendeld: alle
portieren worden automatisch
ontgrendeld als het
bestuurdersportier wordt ontgrendeld.
• Terugkoppeling claxon
Per attivare o disattivare l'avviso
blocco porte.
Als de terugkoppeling door de claxon is
geactiveerd, klink nadat de portieren
zijn vergrendeld met de vergrendeltoets
van de afstandsbediening, wanneer u
deze toets binnen 4 seconden
nogmaals indrukt eenmaal een
geluidssignaal ter bevestiging dat alle
portieren zijn vergrendeld (indien
uitgerust met afstandsbediening).
4. Lichten
• One-touch passeerknipperlicht
- Uit: De functie one-touch passeerknipperlicht wordt uitge-
schakeld.
- 3, 5, 7 keer knipperen: De richtingaanwijzers knipperen 3, 5 of
7 keer wanneer de combischakelaar
iets omhoog of omlaag wordt
bewogen.
Zie "Verlichting" in dit hoofdstuk
voor meer informatie. • Follow me home-verlichting
In- en uitschakelen van de follow me
home-functie.
Zie "Verlichting" in dit hoofdstuk
voor meer informatie.
5. Geluid
• Volume parkeerhulpsysteem
- Zachter/Louder
Instellen volume parkeerhulpsysteem.
• Welkomstgeluid
In- en uitschakelen van het
welkomstgeluid.
6. Handig
• Welkom spiegel
In- en uitschakelen van de functie
"Welkom spiegel".
Wanneer alle portieren (en de
achterklep) zijn gesloten en
vergrendeld, worden de
buitenspiegels uitgeklapt wanneer
het onderstaande wordt gedaan.
Page 260 of 540

4-19
Multimediasysteem
4
• Het gebruik van USB-accessoires,zoals laders of verwarming die
gebruikmaken van USB I/F, kan de
prestaties van het product negatief
beïnvloeden of storingen
veroorzaken. Gebruik de USB-
apparaten en -accessoires niet voor
deze doeleinden.
• Het gebruik van USB-aansluitingen en verlengkabels kan ertoe leiden
dat het audiosysteem van de auto
uw USB-apparaat niet herkent.
Sluit het USB-apparaat rechtstreeks
aan op de multimedia-aansluiting
van uw auto.
• Wanneer u USB-apparaten met een hoge capaciteit gebruikt met
afzonderlijke logische stations,
kunnen er alleen bestanden worden
afgespeeld die op het hoogste
logische station zijn opgeslagen. Als
er applicaties op een USB-apparaat
zijn opgeslagen, kan er mogelijk
niet worden afgespeeld.
• Sommige MP3-spelers, mobiele telefoons, digitale camera's, enz.
(USB-apparaten die niet worden
herkend als apparaat voor mobiele
opslag) werken mogelijk niet goed
wanneer ze worden aangesloten. • Het opladen via de USB-aansluiting
wordt door sommige mobiele
apparaten mogelijk niet
ondersteund.
• Alleen voor standaard USB- apparaten (Metal Cover Type)
wordt de werking gegarandeerd.
• De werking van HDD-, CF- en SD- apparatuur en van USB-sticks wordt
niet gegarandeerd.
• DRM-bestanden (Digital Rights Management) kunnen niet worden
afgespeeld.
• USB-apparaten van het SD- of CF- type en andere USB-apparaten
waarbij een adapter moet worden
gebruikt voor het aansluiten,
worden niet ondersteund.
• Wanneer er USB-HDD's of USB- apparaten worden gebruikt
waarvan de aansluitingen losraken
als gevolg van de trillingen van de
auto (iStick, enz.), kan een juiste
werking ervan niet worden
gegarandeerd. • USB-producten die als
sleutelhangers of
accessoires voor de
mobiele telefoon worden
gebruikt, kunnen de USB-aansluiting
beschadigen en het juist afspelen van
bestanden negatief beïnvloeden.
Gebruik deze niet. Gebruik alleen
producten met een stekkeraansluiting
zoals in de afbeelding aangegeven.
• Wanneer MP3-apparaten of mobiele telefoons tegelijkertijd
worden aangesloten in de AUX-, BT
Audio- of USB-modus, hoort u
mogelijk een knal of doet zich een
storing voor.
Page 285 of 540

5-7
Rijden met uw auto
5
CONTACT
Contactslot
(indien van toepassing)
Als één van de voorportieren wordt
geopend, gaat de contactslotverlichting
branden, mits het contact niet in stand
ON staat. De verlichting gaat direct uit
als het contact in stand ON wordt gezet
of 30 seconden nadat het portier is
gesloten. (indien van toepassing)
Gebruik nooit niet-originele
sleutelafdekplaatjes. Dat kan leiden
tot startproblemen als gevolg van
een communicatiestoring.
AANWIJZING
Om de kans op ERNSTIG
LETSEL te beperken, moeten de
volgende voorzorgsmaatregelen
getroffen worden:
•Laat kinderen en mensen die niet bekend zijn met de auto het contactslot en
aanverwante onderdelen
NOOIT aanraken. De auto kan
onverwacht en plotseling in
beweging komen.
•Steek NOOIT tijdens het rijden uw hand door het stuurwielom het contactslot of andere
bedieningsorganen te
bedienen. Anders kunt u de
controle over de auto
verliezen, wat kan leiden tot
een ongeval.
WAARSCHUWING
OAE056172L
LOCK
ACC
ON
START
•Zet het contact NOOIT in stand
LOCK of ACC terwijl de auto
rijdt, uitgezonderd in een
noodgeval.
Als u dat wel doet, wordt de
motor uitgezet, waardoor de
stuur- en rembekrachtiging
wegvallen. Hierdoor kunt u de
controle over de besturing
verliezen en neemt de
remvertraging af, wat tot een
ongeval kan leiden.
•Controleer voordat u de auto verlaat altijd of deselectiehendel in de 1e
versnelling (auto met
handgeschakelde transmissie)
of stand P (parkeren, Double
clutch-transmissie) staat,
activeer de parkeerrem en zethet contact in stand LOCK.
Als deze voorzorgsmaatregelen
niet worden opgevolgd, kan de
auto onverwacht in beweging
komen.
WAARSCHUWING
Page 286 of 540

5-8
Rijden met uw auto
Standen contact
Stand
contactActieOpmerkingen
LOCK
Om het contact in stand LOCK te zetten, moet de sleutel in stand
ACC worden ingedrukt en vervolgens naar stand LOCK worden
gedraaid.
Als het contact in stand LOCK staat, kan de contactsleutel worden
verwijderd.
Het stuurslot beschermt de auto tegen diefstal (indien van toepassing).
ACC
Bepaalde elektrische accessoires kunnen worden gebruikt.
Het stuurslot ontgrendelt.Draai het stuurwiel iets naar links en naar
rechts om het contact gemakkelijker in stand
ACC te kunnen zetten als het verdraaien
van de contactsleutel moeilijk gaat.
ON
Dit is de normale stand waarin het contact staat nadat de motor
gestart is.
Alle systemen en accessoires kunnen worden gebruikt.
De waarschuwingslampjes kunnen worden gecontroleerd als u
het contact van stand ACC in stand ON zet.Laat het contact niet in stand ON staan als
de motor niet draait, om te voorkomen dat
de accu leegraakt.
STARTDraai de contactsleutel in stand START om de motor te starten.
Als u de sleutel loslaat keert hij terug naar stand ON.De startmotor draait totdat u de sleutel loslaat.
Page 287 of 540

5-9
Rijden met uw auto
5
Starten van de motor Starten van de benzinemotor
Auto met handgeschakelde
transmissie:
1. Controleer of de parkeerrem isgeactiveerd.
2. Controleer of de selectiehendel in de vrijstand staat.
3. Trap het koppelingspedaal en het rempedaal in.
4. Draai de contactsleutel in stand START. Houd de sleutel in deze stand (maximaal 10 seconden)
totdat de motor aanslaat. Laat de
sleutel vervolgens los. Auto met Double clutch-transmissie:
1. Controleer of de parkeerrem is
geactiveerd.
2. Zorg ervoor dat de selectiehendel in stand P (parkeren) staat.
3. Trap het rempedaal in.
4. Draai de contactsleutel in stand START. Houd de sleutel in deze stand (maximaal 10 seconden)
totdat de motor aanslaat. Laat de
sleutel vervolgens los.
•Draag altijd geschikte
schoenen tijdens het rijden.
Ongeschikte schoenen, zoals
hoge hakken, skischoenen,
sandalen, teenslippers, enz.
kunnen het bedienen van het
rempedaal, het gaspedaal en
het koppelingspedaalbemoeilijken.
•Start de auto niet terwijl het
gaspedaal wordt ingetrapt. De
auto kan in beweging komen,wat kan leiden tot een
ongeval.
•Wacht totdat het
motortoerental normaal is. Deauto kan plotseling in
beweging komen als het
rempedaal wordt losgelatenbij een hoog toerental.
WAARSCHUWING
Page 288 of 540

5-10
Rijden met uw auto
Informatie
• Breng de motor niet op bedrijfstemperatuur door hem
stationair te laten draaien.
Ga rijden met gematigde motor-
toerentallen. (Vermijd krachtig
accelereren en decelereren.)
• Trap altijd het rempedaal in bij het starten van de motor. Trap niet op
het gaspedaal bij het starten van de
motor. Laat de motor niet met een te
hoog toerental draaien om hem op
bedrijfstemperatuur te brengen. Om schade aan de auto te
voorkomen:
• Houd de contactsleutel niet
langer dan 10 seconden in stand
START. Wacht 5 tot 10 seconden
alvorens u een nieuwe
startpoging waagt.
• Zet het contact niet in stand START terwijl de motor draait.
Anders raakt de startmotor
mogelijk beschadigd.
• Als het veilig is met het oog op het overige verkeer, kunt u deselectiehendel tijdens het rijden
in stand N zetten en kunt u de
motor opnieuw proberen te
starten door het contact in stand
START te draaien.
• Probeer de motor niet te starten door de auto aan te duwen ofaan te slepen.Toets Engine Start/Stop
(indien van toepassing)
Wanneer het voorportier wordt
geopend, gaat de verlichting van de
startknop branden. 30 seconden
nadat het portier gesloten is, gaat de
verlichting uit.
AANWIJZINGi
OOS057001
Page 309 of 540

5-31
Rijden met uw auto
5
4. Steek gereedschap (bijv. eensleufkopschroevendraaier) in de
opening en druk dit naar beneden.
5. Beweeg de selectiehendel terwijl de schroevendraaier naar
beneden gedrukt wordt.
6. Verwijder het gereedschap uit de opening voor het uitschakelen van
de schakelblokkering en plaats
het afdekkapje.
7. Trap het rempedaal in en start vervolgens de motor.
We adviseren u het systeem direct te laten controleren door een
officiële HYUNDAI-dealer als u de
schakelblokkering ongedaan heeft
moeten maken.
Sleutelblokkeersysteem (indien van toepassing)
De sleutel kan alleen uit het
contact worden genomen als deselectiehendel in stand P staat.
Parkeren
Breng de auto volledig tot stilstand
en blijf het rempedaal ingetrapt
houden. Zet de selectiehendel in
stand P (parkeren), activeer de
parkeerrem en zet het contact in
stand LOCK/OFF. Neem de sleutel
met u mee wanneer u de auto
verlaat.
Goede rijgewoonten
• Houd het gaspedaal nooit ingetrapt als de selectiehendel van stand P
of N in een andere stand wordt
gezet.
• Zet de selectiehendel nooit in stand P als de auto nog niet
volledig tot stilstand is gekomen.
Zorg ervoor dat de auto volledig tot
stilstand is gekomen voordat stand
R of D wordt ingeschakeld.
• Zet de selectiehendel tijdens het rijden niet in stand N (neutraal). Als
u dat wel doet kan er een ongevalontstaan omdat er niet meer op
de motor afgeremd kan worden.
Bovendien kan de transmissie
beschadigd raken.
• Laat tijdens het rijden uw voet niet op het rempedaal rusten. Zelfs
een lichte, maar permanente
pedaaldruk kan leiden tot
oververhitting in het remsysteem,
voortijdige slijtage en zelfs het
weigeren van de remmen.
Wanneer u in de auto blijft
terwijl de motor draait, zorg er
dan voor dat u het gaspedaal
niet gedurende langere tijd
ingetrapt houdt. Anders kan demotor of het uitlaatsysteem
oververhit raken en brandontstaan. Het uitlaatgas en het
uitlaatsysteem zijn zeer heet.
Blijf uit de buurt van onderdelen
van het uitlaatsysteem. Stop of parkeer de auto nooit
boven brandbare materialen
zoals droog gras, papier,
bladeren, enz. Deze zouden
vlam kunnen vatten waardoor erbrand zou kunnen ontstaan.
WAARSCHUWING
Page 333 of 540

5-55
Rijden met uw auto
5
Deactiveren van het ISG-systeem
• Druk op de ISG OFF-knop om hetISG-systeem te deactiveren. Dan gaat het controlelampje in de ISG
OFF-knop branden en wordt de
melding "Auto Stop uit”
weergegeven in het LCD-display.
• Druk nogmaals op de ISG OFF- knop om het ISG-systeem weer
te activeren. Dan gaat hetcontrolelampje in de ISG OFF-
knop UIT.
Storing ISG-systeem
Het ISG-systeem werkt mogelijk
niet:
Als er een storing is in de ISG- sensoren of het ISG-systeem.
Het volgende gebeurt als er een
storing is in het ISG-systeem:
•Het controlelampje AUTO STOP
( ) in het instrumentenpaneel
knippert geel.
• Het lampje in de ISG OFF-knop zalgaan branden. Informatie
• Als u het controlelampje in de ISG OFF-knop niet UIT kunt zetten
door op de ISG OFF-knop te
drukken of als de storing in het ISG-
systeem blijft bestaan, adviseren we
u contact op te nemen met een
officiële HYUNDAI-dealer.
• U kunt het controlelampje in de toets ISG OFF UIT zetten door 2
uur lang met een snelheid van meer
dan 80 km/h te rijden met de
aanjagersnelheid in een lagere stand
dan stand 2. Als het controlelampje
in de toets ISG OFF blijft branden,
adviseren we u contact op te nemen
met een officiël HYUNDAI-dealer.
Deactiveren van accusensor
[A] : Accusensor
De accusensor wordt gedeactiveerd
als voor onderhoudswerkzaam
-
heden de minkabel van de accu is losgenomen.
In dat geval werkt het ISG-systeem
beperkt omdat de accusensor is
gedeactiveerd. Daarom moet de
bestuurder de volgende procedures
volgen om de accusensor te
reactiveren na het losnemen van deaccukabel.
i
Als de motor in de Auto Stop-
modus staat, kan de motor
mogelijk opnieuw gestart
worden. Zet de motor uit
alvorens de auto te verlaten of de
motorruimte te gaan controlerendoor het contact in stand
LOCK/OFF te zetten of door decontactsleutel te verwijderen.
WAARSCHUWING
OOS057015L
Page 387 of 540

5-109
Rijden met uw auto
5
Controleer de accu en de ccukabels
Winterse temperaturen hebben
invloed op de accuprestaties.
Controleer de accu en de kabels,
zoals beschreven in hoofdstuk 7.
De ladingstoestand van de accu kan
worden gecontroleerd door een
officiële HYUNDAI-dealer of een
garagebedrijf. Laat de motor indien nodig vullen
met een speciale “winterolie”
In sommige regio's wordt geadviseerd in de winter speciale
winterolie te gebruiken met een
lagere viscositeit. Zie hoofdstuk 8
voor meer informatie. Neem contact
op met een officiële HYUNDAI-
dealer als u niet weet welk type
winterolie u moet gebruiken.Controleer de bougies en hetntstekingssysteem
Controleer de bougies, zoals
beschreven in hoofdstuk 7.
Vervang ze indien nodig. Controleer
ook de bedrading en de onderdelen
van het ontstekingssysteem op
scheuren, slijtage en andere vormen
van beschadiging.
Voorkom bevriezing van de sloten
Spuit een goedgekeurde
slotontdooier of glycerine in het
sleutelgat om bevriezing van de
sloten te voorkomen. Verwijder het ijs
van een bevroren slot door het in te
spuiten met een goedgekeurde
slotontdooier. Als een slot inwendig
bevroren is, kunt u het proberen te
ontdooien met een verwarmde
sleutel. Zorg ervoor dat u zich niet
brandt aan de verwarmde sleutel.Gebruik goedgekeurde
ruitensproeierantivries
Vul het ruitensproeierreservoir met
goedgekeurde ruitensproeierantivries,
zoals voorgeschreven op het
reservoir, om bevriezing van de
ruitensproeiervloeistof te voorkomen.
Ruitensproeierantivries is verkrijgbaar
bij een officiële HYUNDAI-dealer en
de meeste automaterialenzaken.
Gebruik geen koelvloeistof of andere
soorten antivries omdat deze de lakkunnen beschadigen.