koplamp Hyundai Kona 2018 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2018, Model line: Kona, Model: Hyundai Kona 2018Pages: 540, PDF Size: 9.01 MB
Page 381 of 540

5-103
Rijden met uw auto
5
• Kijk niet rechtstreeks in dekoplampen van tegemoetkomende
auto's. U kunt daardoor tijdelijk
verblind raken en het duurt enkele
seconden voordat uw ogen weer
aan de duisternis gewend zijn.
Rijden in de regen
Regen en natte wegen kunnen het
rijden gevaarlijk maken. Hier volgt
een aantal aandachtspunten voor
het rijden in de regen of op een glad
wegdek:
• Verlaag uw snelheid en bewaarmeer afstand tot uw voorligger.
Door hevige regenval zal het zicht
beperkt worden en de remweg
groter worden.
• Schakel de cruise control (indien van toepassing) UIT.
• Vervang de ruitenwisserbladen als ze strepen achterlaten of bepaalde
stukken overslaan. • Zorg ervoor dat de banden
voldoende profiel hebben.
Wanneer uw banden niet
voldoende profiel hebben, kunnende wielen bij hard remmen op een
nat wegdek gaan slippen waardoor
een ongeval kan ontstaan. Zie
“Profiel" in hoofdstuk 7.
• Schakel uw koplampen in zodat anderen u beter kunnen zien.
• Te snel door grote waterplassen rijden kan uw remmen aantasten.
Als u door plassen moet rijden,probeer dit dan langzaam te doen.
• Trap het rempedaal tijdens het rijden licht in totdat de remmen
weer normaal werken wanneer u
vermoedt dat uw remmen nat
geworden zijn.
Aquaplaning
Als er voldoende water op het
wegdek ligt en u hard genoeg rijdt,kan het contact tussen uw auto en
het wegdek grotendeels of geheel
verloren gaan, waardoor op het
water rijdt. Het beste advies is
LANGZAMER te gaan rijden als de
weg nat is. De kans op aquaplaning neemt
toe naarmate de profieldiepte van
de banden vermindert, zie
“Profiel” in hoofdstuk 7.
Page 450 of 540

7
Zekeringen ............................................................7-36Vervangen zekering zijpaneel......................................7-37
Vervangen zekering motorruimte ...............................7-39
Zekering-/relaiskast ......................................................7-41
Gloeilampen ..........................................................7-54 Vervangen van gloeilamp koplamp,
Statische verlichting Low Beam Assist, parkeerlicht,
richtingaanwijzer en dagrijverlichting .......................7-55
Mistlampen voor..............................................................7-59
Afstellen van koplamp en mistlamp voor (Europa) 7-59
Lamp richtingaanwijzer opzij vervangen ..................7-64
Vervangen van lamp achterlicht ..................................7-64
Gloeilamp derde remlicht vervangen..........................7-66
Vervangen van gloeilamp kentekenplaatverlichting7-66
Gloeilamp interieurverlichting vervangen .................7-67
Onderhoud exterieur ...........................................7-68 Exterieur, onderhoud .....................................................7-68
Onderhoud interieur .......................................................7-73
Emissieregelsysteem............................................7-76 Carterventilatiesysteem .................................................7-76
Brandstofdampafzuigsysteem .....................................7-77
Emissieregelsysteem ......................................................7-77
Page 455 of 540

7-7
7
Onderhoud
Twee keer per jaar:(in het voorjaar en in het najaar)
• Controleer de radiateurslangen en de slangen van de verwarming en de airconditioning op lekkage enbeschadigingen.
• Controleer de werking van de ruitenwissers en -sproeiers. Reinig
de ruitenwisserbladen met een
schone, met ruitensproeiervloei-stof doordrenkte doek.
• Controleer de stand van de koplampen.
• Controleer de dempers, de uitlaatpijpen, de hitteschilden en
de bevestigingen van de uitlaat.
• Controleer de werking van de veiligheidsgordels en controleer op
slijtage.
Ten minste eenmaal per jaar:
• Reinig de afvoeropeningen aan deonderzijde van de portieren en de
dorpels.
• Smeer alle portierscharnieren en motorkapscharnieren.
• Smeer de portier- en motorkapsloten, - vergrendelingen.
• Smeer de portierrubbers.
• Controleer vóór de zomer de werking van de airconditioning.
• Controleer en smeer het bedieningsmechanisme van de.
• Reinig de accu en de accupolen.
• Controleer het remvloeistofniveau.Motorolie en oliefilter
De motorolie moet worden ververst
en het filter moet worden vervangen
volgens de intervallen van het
onderhoudsschema. Als er onderongunstige omstandigheden
gereden wordt, moet de olie vaker
ververst en het filter vaker vervangen
worden.
Aandrijfriemen
Controleer alle aandrijfriemen op
tekenen van sneetjes, scheurtjes,
overmatige slijtage of verzadiging
met olie en vervang indien nodig.
De spanning van de aandrijfriemen
moet periodiek wordengecontroleerd en indien nodig
worden afgesteld.
UITLEG BIJ
ONDERHOUDSSCHEMA
Wanneer u de riem controleert,
zet dan het contact in stand
LOCK/OFF of ACC.
OPMERKING
Page 486 of 540

7-38
Onderhoud
7. Plaats een nieuwe zekering metdezelfde stroomsterkte en
controleer of hij stevig in de
klemmen zit. Neem contact op met
een officiële HYUNDAI-dealer als de
zekering niet goed vastzit.
Als u geen reservezekering hebt,
kunt u in een noodgeval de zekering
van een ander circuit gebruiken dat
niet nodig is om te kunnen rijden,
bijvoorbeeld van de aansteker, mits
de zekering dezelfde stroomsterkteheeft.
Controleer de zekeringkast in de
motorruimte wanneer de koplampen
of andere elektrische componenten
niet werken en de zekeringen in orde
zijn. Vervang een doorgebrande
zekering door een zekering voor
dezelfde stroomsterkte.Zekeringschakelaar
Zet de zekeringschakelaar altijd instand ON.
Als u de schakelaar in stand OFF
zet, moeten sommige onderdelen,
zoals het audiosysteem en de
digitale klok, worden gereset en
werkt de Smart Key mogelijk nietgoed. Informatie
Als de zekeringschakelaar in stand
OFF staat, verschijnt de melding
"Schakel de FUSE SWITCH in".
(indien van toepassing)
• Zet de zekeringschakelaar tijdens het rijden altijd in stand ON.
• Beweeg de zekeringschakelaar niet herhaaldelijk. De
zekeringschakelaar kan hierdoor
beschadigd raken.
AANWIJZING
i
OOS077027OPDE046119
Page 490 of 540

7-42
Onderhoud
Zekeringkast bestuurderszijde
Naam zekeringSymboolStroomsterkte zekeringBeschermd circuit
MODULE5MODULE57,5A
Controlelampje selectiehendel automatische transmissie, elektrochromatische
binnenspiegel, audiosysteem, AMP, koplamp rechts, hoofdunit audio-, video- en
navigatiesysteem, module klimaatregeling, stuurkussenschakelaar, koplamp links,
ISG DC-DC-converter, module automatische koplamphoogteregeling, module
stoelventilatiesysteem voor, module stoelverwarming voor
MODULE3MODULE37,5ARemlichtschakelaar, BCM, selectiehendel automatische transmissie
SCHUIF-
KANT.DAK20AModule schuif-/kanteldak
A.KLEP10ARelais achterklep
P/WDW LHLH25ARelais elektrisch bediende ruit links, module elektrisch bedienbare ruit
bestuurderszijde met klembeveiliging (LHD)
MultimediaMULTI
MEDIA15AISG DC-DC-converter, audiosysteem, hoofdunit audio-, video- en navigatiesysteem
P/WDW RHRH25ARelais elektrisch bediende ruit rechts, module elektrisch bedienbare ruit
bestuurderszijde met klembeveiliging (RHD)
DR/P/StoelDRV25ASchakelaar handmatige verstelling bestuurdersstoel
PS/P/StoelPASS25ASchakelaar handmatige verstelling passagiersstoel
MODULE4MODULE 47,5AModule Blind-Spot Collision Warning links/rechts, Active Air Flap, BCM, zoemer
Parking Distance Warning, module Lane Keeping Assist (rijstrookmarkering), 4WD-ECM
PDM337,5ASmart Key-module, startblokkeringsmodule
Page 499 of 540

7-51
7
Onderhoud
Naam zekeringSymboolStroomsterkte zekeringBeschermd circuit
SENSOR3S310AVerbindingsblok motorruimte (RLY.7)
ECU4E415AECM
KOPLAMP10ARelaiskast PCB (relais koplamp (grootlicht))
CLAXON15ARelaiskast PCB (claxonrelais)
Zekeringkast motorruimte
■ Kappa 1.0 T-GDI
Naam zekeringSymboolStroomsterkte zekeringBeschermd circuit
SENSOR2S210ARelaiskast PCB (relais A/CON), verbindingsblok motorruimte (RLY.9),
RCV-magneetklep, magneetklep dampafvoer, oliedrukregelklep #1 - #3
ECU2E210AECM
ECU1E120AECM
INJECTORINJECTOR15A-
SENSOR1S115ALambdasensor (voor), lambdasensor (na)
Page 500 of 540

7-52
Onderhoud
Naam zekeringSymboolStroomsterkte zekeringBeschermd circuit
IGN COILIGN COIL20ABobine #1- #3
ECU3E315AECM
A/CON10ARelaiskast PCB (relais A/CON)
ECU5E510AECM
SENSOR4S415A-
ABS3310AMultifunctionele servicestekker, ESC-module
TCM2T215A-
SENSOR3S310AVerbindingsblok motorruimte (RLY.7)
ECU4E415AECM
KOPLAMP10ARelaiskast PCB (relais koplamp (grootlicht))
CLAXON15ARelaiskast PCB (claxonrelais)
Page 502 of 540

7-54
Onderhoud
GLOEILAMPEN
Neem voor de vervanging van de
gloeilampen van de meeste
verlichting contact op met een
officiële Hyundai-dealer. Het zelf
vervangen van gloeilampen kan
problemen opleveren vanwege het
feit dat om bij de lamp te kunnen
komen, eerst andere onderdelen
verwijderd dienen te worden. Dat
geldt vooral voor het verwijderen van
de koplampunit om bij de
gloeilamp(en) te kunnen komen.
Het verwijderen en plaatsen van de
koplampunit kan leiden tot
beschadigingen aan de auto.Zorg ervoor dat de doorgebrande
lamp vervangen wordt door een
met dezelfde wattage. Anders kan
de zekering of het elektrische
bedradingssyteem beschadigdraken.
Informatie
Na zware regenval of het wassen van
de auto kan het lijken alsof er vocht in
de koplampen en achterlichten zit.
Dit wordt veroorzaakt door het
temperatuurverschil tussen de
binnenzijde en de buitenzijde van het
lampglas. Dit is vergelijkbaar met het
beslaan van de ruiten bij het rijden
onder regenachtige omstandigheden
en duidt niet op een probleem met uw
auto. Als er sprake is van
waterlekkage in het elektrische
gedeelte van de lamp, adviseren we u
het systeem te laten controleren door
een officiële HYUNDAI-dealer. Informatie
De koplamp moet na een ongeval of na
het opnieuw monteren worden
afgesteld door een officiële
HYUNDAI-dealer.
Informatie
- Wisselen tussen links enrechts rijdend verkeer
(Europa)
De dimlichtbundel is asymmetrisch.
Als u naar een land gaat waar het
verkeer links rijdt, kan dit
asymmetrische deel tegemoetkomend
verkeer verblinden. Om verblinding
te voorkomen schrijft het ECE-
Reglement verschillende technische
oplossingen voor (bijv. een
automatisch aanpassingssysteem,
afplakken of de koplampen lager
afstellen). Deze koplampen zijn zo
ontworpen dat ze tegemoetkomend
verkeer niet erblinden. Daarom hoeft
u de koplampafstelling niet te
veranderen als u in een land rijdt
waar het verkeer aan de andere kant
rijdt.
i
i
i
Zet, voordat u lampen gaat
vervangen, de parkeerrem
stevig vast, controleer of hetcontact in stand LOCK/OFF
staat en schakel de verlichting
uit om te voorkomen dat de
auto plotseling in beweging
komt, dat u zich brandt of dat u
een elektrische schok krijgt.
WAARSCHUWING
AANWIJZING
Page 503 of 540

7-55
7
Onderhoud
Vervangen van gloeilamp
koplamp, Statische verlichting
Low Beam Assist, parkeerlicht,
richtingaanwijzer en
dagrijverlichting
Type A
(1) Koplamp (grootlicht)
(2) Koplamp (dimlicht)
(3) Dagrijverlichting (indien vantoepassing)/parkeerlicht
(4) Richtingaanwijzer
(5) Mistlampen voor (indien van toepassing) • Behandel halogeenlampen altijd
voorzichtig om krassen te
voorkomen. Voorkom contact met
vloeistoffen wanneer de lampen
branden.
• Raak het glas nooit met de vingers aan. Door achtergebleven vet kan
de lamp te heet worden en
knappen wanneer deze brandt.
• De lamp mag alleen in gemonteerde toestand worden
ingeschakeld.
• Vervang een beschadigde of gebarsten lamp direct en gooi deze
niet zomaar weg.
•Behandel halogeenlampen
voorzichtig. Halogeenlampen
bevatten gas onder druk,zodat er kleine glasdeeltjes
vrijkomen die letsel kunnen
veroorzaken als de lampbreekt.
•Draag bij het vervangen van een lamp een veiligheidsbril.
Laat de lamp alvorens hem te
vervangen afkoelen.
WAARSCHUWING
OLMB073042L
OOS077033
Page 504 of 540
![Hyundai Kona 2018 Handleiding (in Dutch) 7-56
Onderhoud
[1] : Grootlicht, [2] : Dimlicht
Koplamp en parkeerlicht
1. Open de motorkap.
2. Neem de minpool los van de accu.
3. Verwijder de afdekkap van degloeilamp door de kap linksom te
draai Hyundai Kona 2018 Handleiding (in Dutch) 7-56
Onderhoud
[1] : Grootlicht, [2] : Dimlicht
Koplamp en parkeerlicht
1. Open de motorkap.
2. Neem de minpool los van de accu.
3. Verwijder de afdekkap van degloeilamp door de kap linksom te
draai](/img/35/16237/w960_16237-503.png)
7-56
Onderhoud
[1] : Grootlicht, [2] : Dimlicht
Koplamp en parkeerlicht
1. Open de motorkap.
2. Neem de minpool los van de accu.
3. Verwijder de afdekkap van degloeilamp door de kap linksom te
draaien.
4. Neem de stekker van de lampfitting los. (dimlicht en
grootlicht)
5. Verwijder de gloeilamp uit de koplampunit.
6. Plaats een nieuwe lamp.
7. Sluit de stekker van de gloeilamp aan. (dimlicht en grootlicht) 8. Plaats de afdekkap van de
gloeilamp door hem rechtsom te
draaien.
Richtingaanwijzer
1. Open de motorkap.
2. Neem de minpool los van de accu.
3. Verwijder de fitting (1) uit delichtunit door deze linksom te
draaien tot de nokjes van de fitting
in lijn liggen met de uitsparingen
van de lichtunit. 4. Verwijder de lamp uit de fitting
door de lamp in te drukken en te
draaien tot de nokjes van de lamp
in lijn liggen met de uitsparingen
van de fitting. Trek de lamp uit defitting.
5. Plaats een nieuwe lamp in de fitting en draai de lamp tot hij
vastzit.
6. Plaats de fitting in de lichtunit door de nokjes op de fitting in lijn te
brengen met de uitsparingen in delichtunit.
7. Duw de fitting in de unit en draai de fitting rechtsom.
Dagrijverlichting
We adviseren u, als de LED-
verlichting niet werkt, de auto te latencontroleren door een officiële
Hyundai-dealer.
OOS077034
OOS077038