ESP Hyundai Santa Fe 2010 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2010, Model line: Santa Fe, Model: Hyundai Santa Fe 2010Pages: 409, PDF Size: 30.88 MB
Page 312 of 409

Onderhoud
8
7
ONDERHOUDSSCHEMA
G040000AAM
Volg het “Onderhoudsschema bij normaal
gebruik” wanneer de auto
normaalgesproken wordt gebruikt onder
andere dan de hieronder vermelde
omstandigheden. Volg in de onderstaande
gevallen het “Onderhoudsschema bij
verzwaard gebruik”.
Veel korte ritten.
Rijden in extreem stoffige of zanderige gebieden.
Intensief gebruik van het remsysteem.
Rijden in gebieden waar veel zout of andere agressieve stoffen worden
gebruikt.
Rijden op ruwe, modderige wegen.
Rijden in heuvelachtige gebieden.
Langdurig stationair draaien of rijden met lage toerentallen.
Gedurende lange tijd rijden bij lage temperaturen en/of in een extreem
vochtig klimaat.
Voor meer dan 50% rijden in druk stadsverkeer bij temperaturen boven
de 32°C.
Wanneer uw auto wordt gebruikt onder
een van de bovenstaandeomstandigheden dienen voor hetcontroleren, vervangen en verversen
kortere intervallen te wordenaangehouden dan aangegeven in het“Onderhoudsschema bij normaal
gebruik”. Volg het voorgeschrevenonderhoudsschema op. Let op deTijdsinterval/Kilometerstand. Hiervoorgeldt, welke het eerst wordt bereikt!
Page 350 of 409

Onderhoud
46
7
OPMERKING
Een te lage bandenspanning
resulteert ook in overmatigeslijtage, slechterijeigenschappen en eenverhoogd brandstofverbruik. Vervorming van de band isook mogelijk. Houd de bandenop de juiste spanning. Laateen band controleren door een officiële HYUNDAI ErkendReparateur wanneer erregelmatig lucht bij moet.
Een te hoge bandenspanning heeft een negatieve invloed ophet rijcomfort en zorgt vooreen verhoogde slijtage in hetmidden van het loopvlak. Bovendien bestaat er eengrotere kans op beschadigingdoor oneffenheden in het wegdek.
WAARSCHUWING - Bandenspanning
Een te hoge of een te lage
bandenspanning reduceert de
levensduur van de banden,
beïnvloedt de rijeigenschappen
van de auto in negatieve zin en
kan tot onverwachte
bandproblemen leiden.
Hierdoor bestaat de kans dat u
de macht over de auto verliesten letsel oploopt.OPMERKING
Wanneer banden warm zijn, zal de bandenspanningnormaalgesproken 0,3 tot 0,4bar hoger zijn dan wanneer zekoud zijn. Laat om de banden op de juiste spanning tebrengen geen luchtontsnappen uit warmebanden. Hierdoor zal de bandenspanning te laagworden.
Vergeet niet de ventieldopjes terug te plaatsen. Zonder hetventieldopje kan er vuil en vocht in het ventiel komen,waardoor lucht kanontsnappen. Zorg bij verlies van een ventieldopje zo snelmogelijk voor een nieuwexemplaar.
Page 352 of 409

Onderhoud
48
7
G200400AXM Wielen verwisselen
Om de banden zo gelijkmatig
mogelijk te laten slijten wordt
aangeraden de wielen iedere 12.000
km (7.500 mijl) of eerder, indien het
slijtagepatroon daartoe aanleiding
geeft, te verwisselen.
Controleer bij het verwisselen van de
wielen tevens de balans. Controleer de banden bij het
verwisselen van de wielen opongelijkmatige slijtage en
beschadigingen. Abnormale slijtage
wordt meestal veroorzaakt door eenonjuiste bandenspanning, een
onjuiste wieluitlijning, onbalans,
veelvuldig hard remmen en snelle
bochten. Controleer het profiel en de
zijkant van de band op zwellingen.
Vervang de band wanneer u deze
aantreft. Vervang de band als het
canvas of de koordlagen zichtbaar
zijn. Breng na het verwisselen van dewielen de banden op de juistespanning en controleer of de
wielmoeren vastzitten.
Zie "Banden en velgen" in hoofdstuk 8.
WAARSCHUWING
Controleer de bandenspanning regelmatig.
Controleer de banden
daarnaast op slijtage en
beschadigingen. Gebruikaltijd een
bandenspanningsmeter.
Banden met een te hoge of een te lage spanning hebben
een negatieve invloed op het
rijgedrag en kunnen ervoor
zorgen dat u de macht over de
auto verliest, waardoor eenaanrijding met (ernstig) letsel
het gevolg kan zijn. De
aanbevolen bandenspanningstaat in dit instructieboekje enop het bandenspanningslabel
op de middenstijl aan
bestuurderszijde.
(Vervolg)(Vervolg)
Versleten banden kunnenongelukken veroorzaken.
Vervang banden die
(ongelijkmatig) versleten of
beschadigd zijn.
Controleer de bandenspanning van het
reservewiel. HYUNDAI wordt
aanbevolen om bij het
controleren van de
bandenspanning ook die van
het reservewiel te
controleren.
Page 353 of 409

749
Onderhoud
Controleer bij het verwisselen van dewielen tevens de remblokken opslijtage.
✽✽ AANWIJZING
Verwissel radiaalbanden met een
asymmetrisch profiel alleen van
voren naar achteren en niet van
links naar rechts.
G200500AUN
Uitlijnen en balanceren van de wielen
De wielen van uw auto zijn af fabriek
zorgvuldig uitgelijnd en
gebalanceerd voor een lange
levensduur van de banden en
optimale prestaties.
Normaalgesproken is het niet nodig
de wielen nogmaals uit te lijnen. In
het geval de banden van uw auto
echter abnormale slijtage vertonenof als de auto naar één kant trekt,kan het zijn dat de auto opnieuw
moet worden uitgelijnd.
Wanneer de auto tijdens het rijden
op een vlakke weg trilt, kan het zijndat de wielen opnieuw moeten
worden gebalanceerd.
OPMERKING
De verkeerde balanceergewichtjes kunnen delichtmetalen velgen van uw autobeschadigen.
Gebruik alleen goedgekeurdebalanceergewichtjes.
WAARSCHUWING
Gebruik het reservewiel niet voor het roteren van de wielen
Gebruik nooit diagonaal- en radiaalbanden door elkaar.
Anders kan de auto moeilijker
onder controle te houden zijn,wat kan leiden tot ernstig
letsel of schade aan de auto.
S2BLA790
S2BLA790A
CBGQ0707A
Zonder reservewiel
Met een volwaardig reservewiel
(indien van toepassing)
Banden met een specifieke draairichting
(indien van toepassing)
Page 355 of 409

751
Onderhoud
G200601AUN
Band compact reservewiel vervangen(indien van toepassing)
De levensduur van de band van een
compact reservewiel is korter dan
die van een conventionele band.
Vervang de band van het compacte
reservewiel als de slijtage-
indicatoren zichtbaar zijn. De nieuwe
band voor het compacte reservewiel
moet dezelfde maat hebben en van
hetzelfde type zijn als de
oorspronkelijke band, en dient op de
velg van het originele compacte
reservewiel te worden geplaatst. De
band voor het compacte reservewiel
is niet ontworpen voor normale
velgen, en de velg van het compacte
reservewiel is niet ontworpen voor
normale banden. G200700AUN
Velgen vervangen Als u om de een of andere reden de
velgen wilt vervangen, dient u erop
te letten dat de nieuwe velgen
gelijkwaardig zijn aan de originele
velgen voor wat betreft diameter,
velgbreedte en offset (wielbolling).
WAARSCHUWING
Een velg van de verkeerde maat
heeft een negatieve invloed op
de levensduur van de velg en
van het wiellager, de remweg,
de rijeigenschappen, de
grondspeling, de ruimte tussen
de band en de carrosserie, de
ruimte bij het gebruik van
sneeuwkettingen, de kalibratie
van de snelheidsmeter of
kilometerteller, de
koplampafstelling en de
bumperhoogte.
(Vervolg)
Het is het beste om alle vier de banden gelijktijdig te
vervangen. Vervang als dit niet
mogelijk of nodig is alleen de
twee voor- of achterbanden.
De rijeigenschappen van de
auto kunnen ernstig beïnvloed
worden wanneer slechts één
band wordt vervangen.
Het ABS vergelijkt de snelheidvan de wielen. De bandenmaat
heeft invloed op de snelheid
van de wielen. Zorg er bij het
vervangen van de banden
voor dat ze dezelfde maathebben als de originele
banden. Wanneer banden van
een ander formaat worden
gebruikt, werken het ABS
(antiblokkeersysteem) en het
ESP (voertuigstabiliteitsregeling)
(indien van toepassing)
mogelijk niet goed meer.
Page 356 of 409

Onderhoud
52
7
G200800AUN Grip
De grip van de banden kan
verslechteren als de banden
versleten zijn of niet op de juistespanning zijn, of als u op een glad
wegdek rijdt. Banden moeten
worden vervangen als de slijtage-
indicatoren zichtbaar zijn. Pas uwsnelheid aan als er regen, sneeuw of
ijzel op de weg ligt om de kans te
verkleinen dat u de controle over de
auto verliest.
G200900AUN
Onderhoud van banden Naast een juiste bandenspanning,
draagt een juiste wieluitlijning bij tot
het beperken van de bandenslijtage.
Laat uw Erkend Reparateur dewieluitlijning controleren als een
band ongelijkmatig afgesleten is.
Zorg ervoor dat nieuwe wielen
uitgebalanceerd zijn. Dit komt het
rijcomfort en de levensduur van de
banden ten goede. Balanceer een
wiel ook altijd wanneer de band van
de velg verwijderd is geweest. G201000AUN
Label op de wang van de band
Deze informatie bestaat uit de
basiseigenschappen van de band en
het identificatienummer voor
veiligheidscertificatie. Het
identificatienummer kan worden
gebruikt om de band te identificeren
bij een terugroepactie.G201001ACM
1. Fabrikant of merknaam
Fabrikant of merknaam wordt
aangegeven. G201002AFD
2. Aanduiding bandenmaat
De bandenmaat staat aangegeven
op de wang van de banden. Deze
informatie zal nodig zijn bij de
aanschaf van nieuwe banden voor
uw auto. De letters en cijfers in de
aanduiding van de bandenmaat
hebben de volgende betekenis.
Voorbeeld aanduiding bandenmaat:
(Deze maat dient slechts ter
illustratie; de bandenmaat van uw
auto is afhankelijk van de uitvoering.) P235/60R18 102H
P - Geschikt soort voertuig (banden
gemerkt met het voorvoegsel "P"
zijn bestemd voor gebruik op
personenauto's en bestelwagens;
echter niet alle banden maken
gebruik van deze markering).
235 - Breedte band in millimeter.
60 - Hoogte-/breedteverhouding. De hoogte van de wang van de band
als percentage van de breedte.
I030B04JM
1
1
23
4
5,6
7
Page 365 of 409

761
Onderhoud
Zekeringkast zijpaneel bestuurderszijdeOmschrijving Stroomsterkte
zekering Beveiligd onderdeel
START 10A Relais alarmsysteem
P/WDW LH 25A Hoofdschakelaar ruitbediening, schakelaar ruitbediening achter (links)
P/WDW RH 25A Hoofdschakelaar ruitbediening, schakelaar ruitbediening rechts voor, schakelaar ruitbediening rechts achter
S/ROOF 20A S/ROOF Motor van het schuif-/kanteldak
P/SEAT 30A Schakelaar handmatige verstelling bestuurders-/passagiersstoel, schakelaar lendensteun bestuurdersstoel
SAFETY PWR 25A Module elektrisch bedienbare ruit met klembeveiliging MIRR HTD 10A Schakelaar achterruitverwarming, elektrisch verstelbare buitenspiegel links/rechts
A/BAG #1 15A Airbagmodule
ROOM LP 10A Instrumentenpaneel (IND.), portierverlichting links/rechts, leeslampje, interieurverlichting, bagageruimteverlichting,
schakelaar make-upspiegelverlichting links/rechts, interieurverlichting achter links/rechts
A/CON 10A Module klimaatregeling voor, ionisator, Incar-sensor, regensensor, elektrochromatische spiegel, motor van het
schuif-/kanteldak, schakelaar airconditioning achter, ICM-relaiskast (aircorelais achter, koplampsproeierrelais)
aanjagerrelais, GM02 (massa)
H/LP WASHER 25A ICM-relaiskast (koplampsproeierrelais) P/AMP 30A Audioversterker
P/OUTLET CTR 25A Centrale 12V-aansluiting P/OUTLET 25A 12V-aansluiting en aansteker voor, 12V-aansluiting achter
C/LIGHTER 15A 12V-aansluiting voor en aansteker
DR/LOCK 20A Relais vergrendelen/ontgrendelen portier, ICM-relaiskast (deadlock-relais), BCM Servo centrale vergrendeling
links/rechts voor, servo centrale vergrendeling links/rechts achter, Servo achterklepvergrendeling, GM01 (massa)
A/BAG IND 10A Instrumentenpaneel (IND.), afsluitschakelaar PAB, digitale klok
ESC SW 10A ESP-schakelaar, stuurhoekschakelaar, ICM-relaiskast (P/N-relais) Module stoelverwarming bestuurders-
/passagiersstoel, Multifunctionele schakelaar (Remocon)
T/SIG 10A Schakelaar alarmknipperlichten
RR FOG 15A ICM-relaiskast (relais mistachterlicht)
Page 367 of 409

763
Onderhoud
OmschrijvingStroomsterkte
zekering Beveiligd onderdeel
ALT 175A Draadzekering - BLR, B+ 2, P/WDW, ABS 1, ABS 2 Zekering - DEICER, RR HTD, A/CON, FR FOG, H/LP LO LH H/LP LO RH
IGN 1 40A Contactslot (ACC, IG 1), Relaiskast PDM (relais IGN 1)
ABS 1 40A Multifunctionele servicestekker, ABS-module ESP-module
CON FAN 2 50A Relais condensorventilator (High)
ABS 2 20A ABS-module, ESP-moduleBLR 40A Zekering - BLR
P/WDW 40A Relais elektrisch bedienbare ruiten, zekering - klembeveiliging
B+2 50A Zekering - B/ALARM HORN, P/SEAT, TPMS, RR A/CON S/WARMER, S/ROOF, RR FOG, PDM #2,
P/AMP H/LP WASHER
IGN 2 40A Contactslot (START, IG 2), startrelais Relaiskast PDM (relais IGN 1)
B+ 1 50A FUSE - DR/LOCK, HAZARD, ATM, PDM #1, FUEL LID STOP,
POWER CONNECTOR (BCM #3, CLOCK ROOM LP, AUDIO #1)
CON FAN 1 40A Relais condensorventilator (LOW) ECU MAIN 40A Motorrelais
1 DEICER 15A Relais ruitenwisserontdooier voor
2 RR HTD 30A Relais achterruitverwarming
3- - -
4 H/LP LO RH 15A Relais dimlicht rechts
5 HORN 15A Claxonrelais
6 H/LP LO LH 15A Relais dimlicht links
7 H/LP HI IND 10A Instrumentenpaneel (grootlicht IND.)
8 ALT DSL 10A -
9 A/CON 10A Aircorelais
10 ATM 15A Motor-ECU 4WD (G4KE/G6DC/D4HB handgeschakeld), relais achteruitrijlicht
Motorruimte
Page 368 of 409

Onderhoud
64
7
Omschrijving Stroomsterkte
zekering Beveiligd onderdeel
11 - - -
12 TAIL RH 10A Achterlichtunit (In)/(Out) rechts, parkeerlicht rechts, Lamp dashboardkastje, ICM-relaiskast (DRL-relais)
13 FR FOG 10A Relais mistlampen voor
14 SENSOR 3 15A G4KE - inspuitventiel 1 - 4, magneetklep dampafvoer, G6DC - PCM, oliedrukregelklep 1/2 (uitlaat/inlaat)
Magneetklep dampafvoer, Klep 1/2 variabel inlaatspruitstuk, D4HB - Motor-ECU
15 TAIL LH 10A Kentekenplaatverlichting, achterlichtunit (In) links Achterlichtunit (Out) links, parkeerlicht links
16 FUEL PUMP 15A Brandstofpomprelais
17 FR WIPER 25A Regensensorrelais, relais ruitenwissers voor, motor ruitenwissers voor Multifunctionele schakelaar (ruitenwissers)
18 TCU 15A PCM (G4KE/G6DC), transmissie-ECU (D4HB), motor-ECU 4WD (D4HB, automaat) Accusensor
19 ABS 10A Multifunctionele servicestekker, ABS-module, motor-ECU 4WD ESP-module, remlichtschakelaar (G6DC),
giersensor, Draadzekeringkast (relais verwarming brandstoffilter)(D4HB), Sensor waarschuwingslampje
brandstoffilter (D4HB)
20 COOLING 10A Relais condensorventilator (G6DC), Voorgloeirelaisunit (D4HB)
21 B/UP LP 10A Relais achteruitrijlicht, schakelaar achteruitrijlicht (G4KE/D4HB)
22 H/LP 10A Relais dimlicht links/rechts, relais mistlampen voor, Relais grootlicht, sensor automatische
koplampverstelling, Servo koplampverstelling links/rechts
23 ECU 10A PCM (G4KE/G6DC), motor-ECU/transmissie-ECU (D4HB), dynamo (G6DC)
Luchtmassameter (D4HB), transmissiestandschakelaar
24 H/LP HI 20A Relais grootlicht
25 SENSOR 1 10A G4KE - remlichtschakelaar, module startblokkering, aircorelais, Brandstofpomprelais, Relais condensorventilator
(Low/High), Krukassensor, oliedrukregelklep 1/2, Nokkenassensor 1/2, lambdasensor (voor) Klep variabel
inlaatspruitstuk G6DC - PCM, aircorelais, brandstofpomprelais, inspuitventiel 1 - 6 D4HB - remlichtschakelaar,
module startblokkering, aircorelais Brandstofpomprelais, Relais condensorventilator (Low/High) Lambdasensor,
regelklep raildruk, Draadzekeringkast (relais 1 verwarmingselement)
Page 384 of 409

Onderhoud
80
7
Roestgevoelige gebieden
Als u in een gebied woont waar uw auto
regelmatig wordt blootgesteld aan
factoren die roestvorming bevorderen, is
bescherming tegen roest uitermate
belangrijk. Een aantal veel voorkomende
oorzaken van versnelde corrosie zijn
strooizout, stofwerende chemicaliën,
zeelucht en luchtverontreiniging. Vocht werkt roest in de hand
Vocht creëert omstandigheden
waaronder roestvorming gemakkelijk
optreedt. Roestvorming wordt
bijvoorbeeld bevorderd door een hoge
luchtvochtigheid, met name als de
temperatuur net boven het vriespunt ligt.
Onder zulke omstandigheden blijven
agressieve stoffen in contact met de auto
omdat het vocht langzaam verdampt.
Modder is zeer corrosief omdat het
langzaam droogt en vocht in contact
houdt met de auto. Hoewel de modder
droog lijkt te zijn, zit er nog steeds vocht
in dat roestvorming bevordert.
Hoge temperaturen versnellen ook het
roesten van delen die niet goed
geventileerd waardoor het vocht niet
wordt afgevoerd. Daarom is het zeer
belangrijk uw auto schoon en vrij te
houden van modder en andere
vuilophopingen. Dit geldt niet alleen voor
zichtbare oppervlakken maar met name
ook voor de onderkant van de auto.
Voorkomen van roest
U kunt een bijdrage leveren aan het
voorkomen van roest door in eerste
instantie te letten op het volgende:Houd uw auto schoon De beste manier om roest tegen te gaan
is uw auto schoon te houden en vrij van
agressieve stoffen. Aandacht voor de
onderkant van de auto is zeer belangrijk.
Als u in een gebied woont waar de
kans op roestvorming groot is - waar
strooizout wordt gebruikt, dicht bij de
zee, gebied met luchtverontreiniging,
etc.-, dient u extra aandacht te
besteden aan het voorkomen van
roest. Spuit de onderkant van de autoin de winter ten minste eenmaal per
maand schoon en reinig de onderkant
aan het einde van de winter grondig.