radio JEEP GRAND CHEROKEE 2017 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: JEEP, Model Year: 2017, Model line: GRAND CHEROKEE, Model: JEEP GRAND CHEROKEE 2017Pages: 414, PDF Size: 6.11 MB
Page 179 of 414

tuigsnelheid hoger wordt dan 40 km/u
(25 mph), wordt de voertuighoogte auto-
matisch verlaagd naar de stand OR1.
Raadpleeg de paragraaf “Tips voor het
rijden" in het hoofdstuk "Starten en rijden"
voor meer informatie.
•Aero-modus (verlaagt het voertuig ongeveer
15 mm (0,6 inch))– Deze stand verbetert
de aerodynamica door het voertuig te ver-
lagen. De stand Aero wordt automatisch
ingeschakeld wanneer de auto langer dan
20 seconden tussen de 83 km/u en
90 km/u (52 mph en 56 mph) rijdt of als
de auto sneller dan 90 km/u (56 mph)
gaat rijden. Het voertuig keert terug vanuit
de stand Aero naar de stand NRH wanneer
de voertuigsnelheid gedurende langer dan
20 seconden tussen 32 km/u (20 mph) en
40 km/u (25 mph) blijft, of de voertuig-
snelheid lager wordt dan 32 km/u
(20 mph). Het voertuig wordt ongeacht de
voertuigsnelheid in de stand Aero gezet,
wanneer het voertuig zich in de "SPORT"
bevindt.•Instappen/uitstappen (Entry/Exit) (verlaagt
het voertuig ongeveer 40 mm (1,6 inch))–
Deze stand verlaagt het voertuig zodat
passagiers gemakkelijker kunnen in- en
uitstappen en verlaagt de achterkant van
het voertuig voor gemakkelijker in- en uit-
laden. Om de stand Instappen/uitstappen
in te stellen, drukt u eenmaal op de toets
"DOWN" (omlaag) terwijl de voertuigsnel-
heid lager is dan 40 km/u (25 mph). Zodra
de voertuigsnelheid lager is dan 24 km/u
(15 mph), begint de voertuighoogte af te
nemen. Als de voertuigsnelheid gedu-
rende langer dan 60 seconden tussen
24 km/u (15 mph) en 40 km/u (25 mph)
blijft, of als de voertuigsnelheid hoger
wordt dan 40 km/u (25 mph), wordt het
instellen van de stand Instappen/
uitstappen geannuleerd. Om de stand
Instappen/uitstappen te verlaten, drukt u
vanuit de stand Instappen/uitstappen een-
maal op de knop "Omhoog" of rijdt u met
het voertuig sneller dan 24 km/u
(15 mph).OPMERKING:
Automatisch verlagen van het voertuig in de
stand Instappen/uitstappen kan worden inge-
schakeld via de Uconnect Radio met aan-
raakscherm. Als deze stand is ingeschakeld,
wordt het voertuig alleen verlaagd als de
schakelhendel in de stand "PARK" staat, het
terrein-schakelaar in de stand "AUTO" staat,
de tussenbak in de stand "AUTO" staat, en de
niveauregeling van het voertuig in de stand
Normaal of Aero staat. Het voertuig zal niet
automatisch worden verlaagd als de luchtve-
ring in de stand Terreinrijden 2 of Terreinrij-
den 1 staat. Als het voertuig is uitgerust met
een inbraakdiefstalmodule (ITM), wordt het
verlagen onderdrukt wanneer het contact uit-
geschakeld is en het portier open is om te
voorkomen dat het alarm afgaat.
De Selec-Terrain-schakelaar stelt het voertuig
automatisch in op de juiste rijhoogte aan de
hand van de stand van de Selec-Terrain-
schakelaar. De hoogte kan worden veranderd
vanuit de Selec-Terrain-standaardinstelling
door normaal gebruik van de knoppen van het
luchtveringssysteem. Raadpleeg de para-
graaf "Selec-Terrain" in het hoofdstuk "Star-
ten en rijden" voor meer informatie hierover.
177
Page 180 of 414

Voor alle veranderingen aan het systeem
moet de motor draaien. Voor het verlagen van
het voertuig moeten alle portieren, inclusief
de achterklep, gesloten zijn. Als een portier
wordt geopend op enig moment terwijl het
voertuig wordt verlaagd, wordt het verlagen
pas voltooid nadat het geopende portier weer
gesloten is.
Het Quadra-Lift-luchtveringssysteem maakt
gebruik van een verhogings-/verlagingspatroon
dat voorkomt dat de koplampen tegenliggers
verblindt. Bij het verhogen van het voertuig,
gaat eerst de achterkant van het voertuig om-
hoog en daarna de voorkant. Bij het verlagen
van het voertuig, gaat eerst de voorkant omlaag
en daarna de achterkant.
Nadat de motor is uitgezet, kunt u merken
dat het luchtveringssysteem kort werkt. Dit is
normaal. Het systeem corrigeert de stand van
het voertuig zodat het er goed uitziet.
Om het monteren van het reservewiel te ver-
gemakkelijken heeft het Quadra-Lift-
luchtveringssysteem een functie waarin de
automatische niveauregeling wordt uitge-schakeld. Raadpleeg de paragraaf "Instellin-
gen van Uconnect" in het hoofdstuk "Multi-
media" voor meer informatie.
OPMERKING:
Indien uitgerust met een radio met aanraak-
scherm, moeten het inschakelen/
uitschakelen van alle standen van de lucht-
vering worden gedaan via de radio.
Raadpleeg de paragraaf "Instellingen van
Uconnect" in het hoofdstuk "Multimedia"
voor meer informatie.
WAARSCHUWING!
Het luchtveringssysteem gebruikt pers-
lucht om het systeem te bedienen. Neem
contact op met uw erkende dealerbedrijf
voor service, teneinde persoonlijk letsel of
schade aan het systeem te voorkomen.
Standen van de luchtvering
Het luchtveringssysteem heeft meerdere
standen om het systeem te beschermen in
unieke situaties:Stand Band/krik
Om het monteren van het reservewiel te ver-
gemakkelijken heeft het luchtveringssysteem
een functie waarin de automatische niveau-
regeling wordt uitgeschakeld. Raadpleeg de
paragraaf "Instellingen van Uconnect" in het
hoofdstuk "Multimedia" voor meer informa-
tie.
OPMERKING:
Deze stand is bedoeld om te worden inge-
schakeld met draaiende motor.
Auto Entry/Exit Mode (modus automatisch in-/
uitstappen)
Om te helpen bij het in- en uitstappen, is het
luchtveringssysteem uitgerust met een func-
tie die het voertuig automatisch verlaagt tot
de instap-/uitstaphoogte. Raadpleeg de para-
graaf "Instellingen van Uconnect" in het
hoofdstuk "Multimedia" voor meer informa-
tie.
OPMERKING:
Deze stand is bedoeld om te worden inge-
schakeld met draaiende motor.
STARTEN EN RIJDEN
178
Page 181 of 414

Transportstand
Om het mogelijk te maken de auto op een
oplegger te trekken, heeft het luchtverings-
systeem een functie waarmee de auto in
instap-/uitstaphoogte wordt gezet en de auto-
matische niveauregeling wordt uitgescha-
keld. Raadpleeg de paragraaf "Instellingen
van Uconnect" in het hoofdstuk "Multimedia"
voor meer informatie.
OPMERKING:
Deze stand is bedoeld om te worden inge-
schakeld met draaiende motor.
Suspension Display Messages Mode (scherm-
berichten voor modus van luchtvering)
Met de modus "Suspension Display Messa-
ges" (schermberichten voor luchtvering) kunt
u alleen luchtveringswaarschuwingen weer-
geven. Raadpleeg de paragraaf "Instellingen
van Uconnect" in het hoofdstuk "Multimedia"
voor meer informatie.
OPMERKING:
Deze stand is bedoeld om te worden inge-
schakeld met draaiende motor.Stand Wheel Alignment (wieluitlijning)
Alvorens de wielen uit te lijnen, moet deze
stand worden ingeschakeld. Raadpleeg de
paragraaf "Instellingen van Uconnect" in het
hoofdstuk "Multimedia" voor meer informa-
tie.
OPMERKING:
Deze stand is bedoeld om te worden inge-
schakeld met draaiende motor.
Indien uitgerust met een radio met aanraak-
scherm, moeten het inschakelen/uitschakelen
van alle standen van de luchtvering worden
gedaan via de radio. Raadpleeg de paragraaf
"Instellingen van Uconnect" in het hoofdstuk
"Multimedia" voor meer informatie.
Berichten Display in instrumentengroep
Onder de juiste omstandigheden verschijnt
een bericht in de instrumentengroep. Raad-
pleeg de paragraaf "Display in de instrumen-
tengroep" in het hoofdstuk "Uw Instrumen-
tenpaneel leren kennen" voor meer
informatie hierover.
Bediening
De indicatielampjes 3 tot en met 6 gaan
branden om de huidige positie van het voer-
tuig aan te geven. Knipperende indicatie-
lampjes geven de positie aan die door het
systeem bereikt wil worden. Als tijdens het
verhogen meerdere indicatielampjes op de
knop “Omhoog” knipperen, geeft het hoogste
knipperende indicatielampje de positie aan
die door het systeem bereikt wil worden. Als
tijdens het verlagen meerdere indicatielamp-
jes op de knop “Omhoog” knipperen, geeft
het laagste brandende indicatielampje de po-
sitie aan die door het systeem bereikt wil
worden.
Door eenmaal op de knop "Omhoog" te druk-
ken wordt de vering vanuit de huidige hoogte
één stand hoger ingesteld, er vanuit gaande
dat aan alle voorwaarden wordt voldaan
(d.w.z. de motor draait, de snelheid ligt onder
de drempelwaarde, enz.). Er kan meerdere
keren op de knop “Omhoog” worden gedrukt,
waarna na iedere druk op de knop de ge-
vraagde hoogte met één stand toeneemt tot
179
Page 196 of 414

Het ParkSense waarschuwingsscherm be-
vindt zich in het display in de instrumenten-
groep. Het zorgt voor visuele waarschuwingen
om de afstand tussen de achterzijde - bum-
per en het gedetecteerde obstakel weer te
geven. Raadpleeg de paragraaf "Display In-
strumentengroep" in het hoofdstuk "Uw In-
strumentenpaneel leren kennen" voor meer
informatie hierover.
Voorzorgsmaatregelen bij gebruik van
ParkSense
OPMERKING:
• Zorg ervoor dat de achterbumper vrij is van
sneeuw, ijs, modder en vuil om te zorgen
dat het ParkSense systeem correct werkt.
• Drilboren, grote vrachtwagens en andere
bronnen van trillingen kunnen de werking
van ParkSense nadelig beïnvloeden.
• Wanneer u ParkSense uitschakelt, wordt
in de instrumentengroep de melding
"PARKSENSE OFF" (parkeerhulp uitge-
schakeld) weergegeven. Zodra u Park-Sense uitschakelt, blijft het systeem bo-
vendien uitgeschakeld totdat u het weer
inschakelt, zelfs als u het contact uit- en
inschakelt.
• Als u de schakelhendel in REVERSE zet
en ParkSense is uitgeschakeld, wordt op
het display in de instrumentengroep de
melding "PARKSENSE OFF" (ParkSense
uitgeschakeld) weergegeven zolang de
schakelhendel in REVERSE staat.
• ParkSense, indien ingeschakeld, zal het
volume van de radio verlagen wanneer het
systeem een geluidssignaal voortbrengt.
• Reinig de ParkSense sensoren regelmatig,
maar let daarbij op dat u geen krassen of
andere schade toebrengt. De sensoren
mogen niet bedekt zijn met ijs, sneeuw,
modder, vuil of afval. Verontreiniging van
de sensoren kan ertoe leiden dat het sys-
teem niet goed werkt. Het ParkSense sys-
teem kan obstakels achter de auto/bumper
over het hoofd zien of abusievelijk aange-
ven dat er een obstakel achter de auto/
bumper aanwezig is.•
Gebruik de ParkSense schakelaar om het
ParkSense systeem uit te schakelen wan-
neer voorwerpen, zoals fietsendragers, trek-
haken, enz., op minder dan 30 cm (12 inch)
vanaf de achterkant/achterbumper worden
geplaatst. Als dit wel het geval is, zal het
systeem een nabijgelegen object mogelijk
interpreteren als een sensorprobleem en
verschijnt de melding "PARKSENSE UNA-
VAILABLE SERVICE REQUIRED" (parkeer-
hulp niet beschikbaar, onderhoud noodza-
kelijk) op het display in de
instrumentengroep.
• ParkSense moet worden uitgeschakeld
wanneer de achterklep in de open stand
staat en de achteruitversnelling is inge-
schakeld. Een open achterklep zou ten
onrechte kunnen worden aangezien voor
een obstakel achter de auto.
STARTEN EN RIJDEN
194
Page 226 of 414

• De instrumentengroep geeft een bericht
weer en een waarschuwingslampje om u
erop te attenderen contact op te nemen
met het servicenetwerk.
Zelfs als het SOS-Emergency Call-systeem
goed werkt, kunnen externe of onbeheersbare
factoren ervoor zorgen dat het systeem niet
werkt of stopt met werken. Dit kunnen de
volgende factoren zijn:
• De sleutelhouder is uit het voertuig verwij-
derd en de vertraagde accessoiremodus is
actief.
• De contactschakelaar staat in de stand
OFF.
• De elektrische systemen van het voertuig
zijn defect.
• De software en/of hardware van het SOS-
Emergency Call systeem is beschadigd tij-
dens een aanrijding.
• Er zijn netwerkproblemen die de werking
van het systeem kunnen beperken of be-
lemmeren (bijv. fout van de medewerker
van de alarmcentrale, druk netwerk, slecht
weer, enz.).Als de aansluiting van de accu niet werkt als
gevolg van een botsing of een ongeval, kan
het systeem gedurende een beperkte tijd een
SOS-Emergency Call ondersteunen. Als de
accu wordt losgekoppeld voor onderhoud,
wordt het systeem uitgeschakeld. In dit geval
kunt u alleen een SOS-Emergency Call plaat-
sen wanneer de accu opnieuw wordt aange-
sloten op het elektrische systeem van het
voertuig.
Systeemvereisten
• Deze functie is alleen beschikbaar voor
voertuigen die worden verkocht in de Rus-
sische douane-unie.
• Het voertuig moet een werkende 3G-
netwerkverbinding (gegevens) hebben.
• Het voertuig moet worden gevoed door een
goed functionerend elektrisch systeem.
• Het contact moet in de stand RUN of ACC
staan, of de stand OFF tot de achtergrond-
verlichting blijft branden.WAARSCHUWING!
• Plaats nooit voorwerpen op of in de
buurt van 3G (gegevens) en GPS-
antennes van het voertuig. Dat zou de
ontvangst van het 3G (gegevens)- en
GPS-signaal kunnen verhinderen, waar-
door uw voertuig mogelijk geen noodop-
roep meer kan plaatsen. Een werkende
3G (gegevens)-netwerkverbinding en
een GPS-signaal zijn nodig voor de
goede werking van het SOS-Emergency
Call systeem.
• Breng later geen elektrische apparatuur
aan in het elektrisch systeem van de
auto. Dit kan ertoe leiden dat uw auto
geen noodoproepsignaal meer kan uit-
zenden. Om storing te voorkomen die tot
uitval van het SOS-Emergency Call sys-
teem kan leiden, dient u nooit later
apparatuur (bijv. mobiele zend- en ont-
vangstapparatuur of CB-radio, datare-
corder, etc.) in het elektrisch systeem
van uw voertuig aan te brengen of de
antennes te veranderen. ALS UW VOER-
TUIG OM EEN OF ANDERE REDEN AC-
IN GEVAL VAN NOOD/PECH
224
Page 250 of 414

WAARSCHUWING!
• Pas op voor de radiateurventilator wan-
neer de motorkap is geopend. Als het
contact is ingeschakeld, kan deze venti-
lator op elk moment gaan draaien. Er
bestaat gevaar voor letsel door draaiende
ventilatorbladen.
• Verwijder alle metalen sieraden zoals
ringen, horloges en armbanden die on-
bedoeld elektrisch contact kunnen ma-
ken. Dit kan ernstig letsel veroorzaken.
• Accu's bevatten zwavelzuur dat in uw
huid en ogen kan branden en ze produ-
ceren waterstofgas dat ontvlambaar en
explosief is. Houd open vuur of vonken
uit de buurt van de accu.
OPMERKING:
Zorg ervoor dat de niet aangesloten uiteinden
van de kabels elkaar niet raken wanneer ze
nog zijn aangesloten op een van de voertui-
gen.1. Trek de handrem aan, zet de automati-
sche versnellingsbak in de stand PARK en
zet de contactschakelaar in de stand
LOCK.
2. Schakel de verwarming, de radio en alle
overbodige stroomverbruikers uit.
3. Verwijder de beschermkap van de posi-
tieve(+)accupool. Trek de afdekking om-
hoog om deze te verwijderen.
4. Wanneer u de accu van een ander voertuig
gebruikt voor het starten met startkabels,
parkeer de auto dan zo, dat de accu met
de startkabels bereikbaar is, trek de hand-
rem aan en zorg ervoor dat de contact-
schakelaar in de stand OFF staat.
WAARSCHUWING!
Zorg ervoor dat beide voertuigen geen con-
tact kunnen maken. Hierdoor kan een
massaverbinding ontstaan met mogelijk
persoonlijk letsel als gevolg.
Starten met startkabels
WAARSCHUWING!
Als u deze procedure voor starten met
startkabels niet volgt, kan dit persoonlijk
letsel en schade aan eigendommen tot
gevolg hebben door het exploderen van de
accu.
LET OP!
Het niet opvolgen van deze procedure kan
leiden tot schade aan het laadsysteem van
het voertuig dat de starthulp biedt, of van
de auto met de lege accu.
OPMERKING:
Zorg er altijd voor dat ongebruikte uiteinden
van startkabels tijdens het aansluiten elkaar
of een van de voertuigen niet raken.
Wanneer uw auto vaak met behulp van start-
kabels moet worden gestart, dient u de accu
en het laadsysteem door een erkende dealer
te laten testen.
IN GEVAL VAN NOOD/PECH
248
Page 321 of 414

MULTIMEDIA
CYBERVEILIGHEID...........321
TERREINRIJDENPAGINA'S —
INDIEN AANWEZIG..........322
Statusbalk terreinpagina's.........322
Aandrijflijn..................323
Vering.....................323
Hellingshoek en rol — indien aanwezig .324
Accessoiremeters..............324
Selec-Terrain — indien aanwezig.....325
TIPS BEDIENINGSELEMENTEN
EN ALGEMENE INFORMATIE . . .325
Stuurbedieningselementen
geluidsinstallatie..............325
Ontvangstkwaliteit..............326
Verzorging en onderhoud..........326
Beveiliging tegen diefstal.........326
UCONNECT LIVE — indien
aanwezig .................327
UCONNECT 5.0.............328
Bedieningselementen op het
frontpaneel..................328Klok instellen................329
Equalizer, Balans (links/rechts) en
Fade (balans voor/achter).........329
Radiomodus.................330
Media-modus.................331
Bluetooth-bron................333
Ondersteuning bediening iPod/USB/
SD-kaart/AUX/mediaspeler.........335
Bediening USB/Audio-aansluiting
(AUX) /Bluetooth..............335
Telefoonmodus................335
UCONNECT 8.4/8.4 NAV......339
Uconnect 8.4/8.4 NAV, overzicht. . . .339
Persoonlijke menubalk...........341
Radiomodus.................341
Media-modus.................342
INSTELLINGEN VAN
UCONNECT................343
BEDIENING IPOD/USB/
SD-KAART/MEDIASPELER. . . .344
Audio-aansluiting (AUX)..........344
USB-poort..................344SD-kaart....................345
Bluetooth Streaming Audio........345
UCONNECT REAR SEAT ENTER-
TAINMENT (RSE) SYSTEEM —
INDIEN AANWEZIG..........345
Beginnen...................345
Dual Video Screen (systeem met twee
videoschermen)...............347
Blu-ray-speler................347
Games spelen................349
NAVIGATIE................349
Volume van gesproken aanwijzingen
van het navigatiesysteem wijzigen. . . .350
Nuttige plaatsen vinden..........350
Een locatie vinden door de naam in
te voeren...................350
Gesproken bestemming invoeren in
één stap....................351
Uw thuisadres instellen..........351
Go Home (naar huis)............351
Een tussenstop invoegen..........352
Een omleiding volgen............352
MULTIMEDIA
319
Page 322 of 414

UCONNECT PHONE.........352
Bediening...................352
Functies van Uconnect Phone......353
Uconnect Phone (Handsfree bellen met
Bluetooth)..................353
Uw mobiele telefoon koppelen (draadloos
verbinden) met het Uconnect systeem .354
Algemene telefoonopdrachten
(voorbeelden)................358
Microfoon uitschakelen (of inschakelen)
tijdens gesprek...............358
Actieve gesprekken doorverbinden tussen
handset en voertuig............358
Telefoonboek.................358
Tips voor spraakbediening.........358
Het volume wijzigen............358
Do Not Disturb (niet storen) gebruiken .359
Binnenkomende SMS-berichten.....359
Gesproken tekstberichten beantwoorden
(niet compatibel met iPhone)......361
Handige tips en veelgestelde vragen voor
het verbeteren van de Bluetooth-prestaties
met uw Uconnect systeem.........362
SNELLE TIPS VOOR SPRAAKHER-
KENNING UCONNECT........363
Introductie van Uconnect.........363
Aan de slag.................366
Basisspraakcommando's..........367
Radio.....................367
Media.....................368
Phone (telefoon)..............369
Beantwoording gesproken
tekstberichten................369
Klimaatregeling (8.4 /8.4 NAV).....370
Navigatie (8.4/8.4 NAV)..........371
Siri Eyes Free — indien aanwezig. . . .371
Do Not Disturb (niet storen)........373
Meer informatie...............374
MULTIMEDIA
320
Page 328 of 414

• Druk op de toets in het midden om naar de
volgende vooraf ingestelde zender te gaan
(radio) of om een andere cd te kiezen (als
de auto is uitgerust met een cd-speler).
Ontvangstkwaliteit
De ontvangstkwaliteit verandert steeds tijdens
het rijden door de wisselende omstandighe-
den. De ontvangstkwaliteit kan negatief wor-
den beïnvloed door de aanwezigheid van ber-
gen, gebouwen of bruggen, met name wanneer
u zich op grote afstand van de zender bevindt.
Het volume kan worden verhoogd bij de ont-
vangst van verkeersinformatie en nieuwsbe-
richten.
Verzorging en onderhoud
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in
acht om te verzekeren dat het systeem volle-
dig operationeel is:
• De lens mag niet in contact komen met
scherpe of harde objecten die het opper-
vlak van de lens kunnen beschadigen;
gebruik een zachte, droge antistatische
doek om de lens schoon te maken en oefen
geen druk uit op de doek.• Gebruik nooit alcohol, benzine of deriva-
ten om de lens schoon te maken.
• Voorkom dat vloeistof het systeem binnen-
dringt; hierdoor kan het onherstelbaar wor-
den beschadigd.
Beveiliging tegen diefstal
Het systeem is uitgerust met een antidiefstal-
systeem dat is gebaseerd op informatie-
uitwisseling met de elektronische regeleen-
heid (carrosseriecomputer) van het voertuig.
Dit garandeert een maximale veiligheid en
voorkomt dat de geheime code wordt inge-
voerd nadat de voeding is losgekoppeld.
Als de controle een juist resultaat geeft, zal
het systeem in werking treden; als de verge-
lijkingscodes echter niet overeenkomen of als
de elektronische regeleenheid (carrosserie-
computer) is vervangen, wordt de gebruiker
gevraagd de geheime code in te voeren vol-
gens de procedure die hierna is beschreven.
De geheime code invoeren
Wanneer het systeem is ingeschakeld, wordt
op het moment dat de code wordt gevraagd
op het display de melding "Please Enter Anti-Theft Code" (voer a.u.b. anti-diefstalcode in),
gevolgd door de weergave van een toetsen-
blok op het scherm waarop u de geheime
code kunt invoeren.
De geheime code heeft vier cijfers van nul tot
negen: draai aan de draaiknop BROWSE/
ENTER (bladeren/enter) om de codecijfers in
te voeren en druk erop om het te bevestigen.
Na het invoeren van het vierde cijfer begint
het systeem te werken.
Als een verkeerde code wordt ingevoerd,
geeft het systeem "Incorrect Code" (onjuiste
code) weer om de gebruiker erop te attende-
ren dat deze de juiste code moet invoeren.
Na de drie beschikbare pogingen om de code in
te voeren, geeft het systeem het volgende be-
richt weer: "Incorrect Code. Radio locked. Wait
for 30 minutes" (Onjuiste code. Radio vergren-
deld. Wacht 30 minuten.). Nadat de tekst is
verdwenen, kan de procedure voor het invoeren
van de code opnieuw worden gestart.
MULTIMEDIA
326
Page 329 of 414

Autoradiopaspoort
Dit document is uw certificering dat u eige-
naar bent van het systeem. Het autoradiopas-
poort bevat het systeemmodel, het serienum-
mer en de geheime code.
Als u het radiopaspoort verliest, gaat u naar
het Assistance Network van Jeep met een ID
en de voertuigdocumenten.
Bewaar het autoradiopaspoort op een veilige
plaats, zodat u de informatie aan de verant-
woordelijke instanties kunt verstrekken als
het systeem is gestolen.
UCONNECT LIVE — indien
aanwezig
De Uconnect LIVE app is beschikbaar in de
Apple Store of Google Play Store. Een hele
reeks apps kan worden bekeken en bediend via
het aanraakscherm van het Uconnect systeem.
De apps zijn ontworpen om ervoor te zorgen dat
de bestuurder zich op het rijden blijft concen-
treren.
Raadpleeg voor meer informatie over
Uconnect Live de aanvulling op de gebrui-
kershandleiding van Uconnect.
327