stop start JEEP GRAND CHEROKEE 2020 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: JEEP, Model Year: 2020, Model line: GRAND CHEROKEE, Model: JEEP GRAND CHEROKEE 2020Pages: 412, PDF Size: 7.51 MB
Page 10 of 412

QUADRA-LIFT — INDIEN AANWEZIG......... 180Omschrijving................... 180
Standen van de luchtvering.......... 182
Berichten Display in instrumentengroep . . . 183
Bediening..................... 183
SELEC-TERRAIN — INDIEN AANWEZIG....... 184Selec-Terrain-modus selecteren........ 184
Berichten Display in instrumentengroep . . . 185
SELEC-TRACK — INDIEN AANWEZIG (SRT)..... 186Custom....................... 186
Actief dempingssysteem............ 187
Launch Control— Indien aanwezig...... 187
Richtlijnen voor gebruik op het circuit.... 189
STOP/START-SYSTEEM - INDIEN AANWEZIG.... 190Automatische modus.............. 191
Mogelijke oorzaken waarom de motor niet
automatisch stopt................ 191
De motor starten in de stand autostop.... 192
Het Stop/Start-systeem handmatig
uitschakelen................... 192
Het Stop/Start-systeem handmatig
inschakelen.................... 193
Systeemstoring.................. 193
CRUISECONTROL — INDIEN AANWEZIG....... 193Activeren..................... 194
De gewenste snelheid instellen........ 194
Snelheid hervatten............... 194
Deactiveren.................... 194
ADAPTIEVE CRUISECONTROL (ACC) —
INDIEN AANWEZIG.................. 195
De functie in- of uitschakelen......... 195
Gewenste ACC-snelheid instellen....... 195
Hervatten..................... 196
Ingestelde snelheid aanpassen........ 196
Volgafstand instellen in ACC.......... 198
PARKSENSE PARKEERSENSOREN ACHTER —
INDIEN AANWEZIG................... 198
ParkSense sensoren............... 198
ParkSense waarschuwingsscherm....... 198
ParkSense in- en uitschakelen......... 199
Voorzorgsmaatregelen bij gebruik van
ParkSense..................... 199
PARKSENSE PARKEERSENSOREN VOOR EN
ACHTER — INDIEN AANWEZIG............ 200
ParkSense sensoren............... 201
ParkSense in- en uitschakelen......... 201
ACTIEF PARKEERHULPSYSTEEM PARKSENSE —
INDIEN AANWEZIG................... 202
Het actieve parkeerhulpsysteem ParkSense
in- en uitschakelen............... 202
RIJSTROOKDETECTIE — INDIEN AANWEZIG.... 203Werking van rijstrookdetectie.......... 203
Rijstrookdetectie in- of uitschakelen..... 204
Waarschuwingsbericht rijstrookdetectie . . . 204
Status van rijstrookdetectie wijzigen..... 205
PARKVIEW ACHTERUITRIJCAMERA — INDIEN
AANWEZIG....................... 205
BRANDSTOF TANKEN — BENZINEMOTOR...... 207
Noodontgrendeling voor brandstofvulklep . . 209
BRANDSTOF TANKEN — DIESELMOTOR....... 210Gebruik van verontreinigde brandstof
vermijden..................... 212
AdBlue
®(UREUM) — indien aanwezig . . . 212
TREKKEN VAN EEN AANHANGER........... 215Trekgewichten (maximale
aanhangergewichten) — niet-SRT....... 215
Trekgewichten (maximale
aanhangergewichten) — SRT......... 217
Trekhaakkap verwijderen
(Summit-modellen) — indien aanwezig . . . 218Trekhaakkap verwijderen (SRT-modellen) —
indien aanwezig................. 219
DE AUTO SLEPEN ACHTER EEN CAMPER...... 221Slepen van deze auto achter een ander
voertuig...................... 221
Slepen achter een camper — modellen met
tweewielaandrijving............... 222
Slepen achter een camper — Quadra-Trac I
(tussenbak met één versnelling) modellen met
vierwielaandrijving................ 222
Slepen achter een camper — Quadra–Trac
II/Quadra–Drive II modellen met
vierwielaandrijving................ 223
IN GEVAL VAN NOOD/PECH
WAARSCHUWINGSKNIPPERLICHTEN........ 227
GLOEILAMPEN VERVANGEN.............. 227
Vervangingslampen............... 227
Lampen vervangen................ 229
ZEKERINGEN...................... 233Algemene informatie.............. 233
Zekeringen onder de motorkap......... 233
WIELEN VERWISSELEN EN GEBRUIK VAN DE KRIK . 240Run-flat-banden — SRT-modellen...... 240
Bergplaats krik.................. 241
Opbergruimte reservewiel........... 241
Voorbereidingen voor het opkrikken..... 241
Instructies bij opkrikken............ 242
Origineel wiel monteren............. 246
Verklaring van conformiteit........... 246
Voorzorgsmaatregelen voor gebruik van de
krik......................... 249
STARTEN MET STARTKABELS............ 250Voorbereiding voor het starten met
startkabels..................... 250
INHOUD
8
Page 16 of 412

SLEUTELS
Sleutelhouder
Uw auto werkt met een startcontact zonder
sleutel. Het contactsysteem bestaat uit een
sleutelhouder met afstandsbediening en een
toets START/STOP. Het portierontgrende-
lingssysteem met afstandsbediening bestaat
uit een sleutelhouder en de functie Keyless
Enter-N-Go indien aanwezig.
OPMERKING:
De sleutelhouder kan mogelijk niet worden
gevonden als deze zich naast een mobiele
telefoon, laptop of andere elektronische ap-
paraten bevindt. Deze apparaten kunnen het
draadloze signaal van de sleutelhouder blok-
keren.
Met de sleutelhouder kunt u met behulp van
een losse sleutelhouder de portieren en ach-
terklep vergrendelen of ontgrendelen vanaf
een afstand tot maximaal 20 m (66 ft). U
hoeft de sleutelhouder niet op de auto te
richten om het systeem te activeren.OPMERKING:
• Als het contact is ingeschakeld en de rij-
snelheid 8 km/h (5 mph) bedraagt, zijn alle
commando's van de sleutelhouder met af-
standsbediening uitgeschakeld.
LET OP!
De elektrische componenten in de sleutel-
houder kunnen beschadigen als de sleu-
telhouder wordt blootgesteld aan sterke
elektrische schokken. Vermijd blootstel-
ling van de sleutelhouder aan direct zon-
licht voor volledige efficiëntie van de elek-
tronische apparaten van de sleutelhouder.
Wanneer de contactschakelaar na het indruk-
ken van een toets niet reageert, is de batterij
van de sleutelhouder mogelijk bijna leeg of
geheel leeg. Een bijna lege batterij van de
Sleutelhouder
1 — Achterklep
2 — Ontgrendelen
3 — Vergrendelen
4 — Remote start (starten op afstand)UW VOERTUIG LEREN KENNEN
14
Page 18 of 412

CONTACTSCHAKELAAR
Keyless Enter-N-Go — Contact
Met deze functie kan de bestuurder de con-
tactschakelaar bedienen door op een toets te
drukken, zolang de sleutelhouder zich in de
passagiersruimte bevindt.
Keyless Push Button Ignition biedt verschil-
lende standen, die worden aangeduid door
een label en door een lampje dat gaat bran-
den wanneer de stand is gekozen. Deze stan-
den zijn OFF, ACC, RUN en START.
OPMERKING:
Wanneer de contactschakelaar na het indruk-
ken van een toets niet reageert, is de batterij
van de sleutelhouder mogelijk bijna leeg of
leeg. Als dit het geval is, kan de contactscha-
kelaar ook op een andere manier worden
bediend. Druk de voorzijde (zijde tegenover
de noodsleutel) van de sleutelhouder tegen
de toets ENGINE START/STOP om de con-
tactschakelaar te bedienen.De contactschakelaar in de vorm van een
drukknop kan in de volgende modi worden
gezet:
OFF (UIT)
• De motor wordt uitgeschakeld.
• Sommige elektrische apparaten (bijv. cen-
trale vergrendeling, alarm, enz. ) zijn nog
steeds beschikbaar.ACC
• Motor is niet gestart.
• Sommige elektrische apparaten zijn
beschikbaar.
RUN
• Rijpositie.
• Alle elektrische apparaten zijn
beschikbaar.
START
• De motor start.
WAARSCHUWING!
• Verwijder altijd de sleutelhouder uit het
voertuig bij het verlaten van het voertuig
en sluit het voertuig af.
• Laat nooit kinderen alleen in een auto
achter of in de buurt van een auto die
niet is afgesloten.
• Het achterlaten van kinderen zonder
toezicht in een auto is om verschillende
redenen gevaarlijk. Kinderen of derden
lopen dan het risico op ernstig of zelfs
dodelijk letsel. Waarschuw kinderen dat
START/STOP-contactschakelaar
UW VOERTUIG LEREN KENNEN
16
Page 19 of 412

WAARSCHUWING!
ze niet aan de handrem, het rempedaal
of de schakelhendel mogen komen.
• Laat de sleutelhouder niet achter in of in
de buurt van het voertuig (of op een voor
kinderen bereikbare plaats) en laat het
contact van een voertuig met Keyless
Enter-N-Go niet in de stand ON/RUN
staan. Een kind zou de knoppen van de
elektrische raambediening of andere
schakelaars kunnen bedienen of de auto
in beweging kunnen zetten.
• Laat nooit kinderen of dieren achter in
een geparkeerde auto bij warm weer. De
warmte in het interieur kan ernstige ge-
zondheidsproblemen veroorzaken en
zelfs dodelijk zijn.
LET OP!
Een niet-afgesloten voertuig is een uitno-
diging voor dieven. Verwijder altijd de sleu-
telhouder uit het voertuig en vergrendel
alle portieren wanneer u het voertuig zon-
der toezicht achterlaat.OPMERKING:
Raadpleeg de paragraaf "De motor starten" in
het hoofdstuk "Starten en rijden" in het in-
structieboekje voor meer informatie.
STARTSYSTEEM MET
AFSTANDSBEDIENING —
INDIEN AANWEZIG
• Druk twee keer binnen vijf seconden op de
toets remote start (starten op afstand) op de
sleutelhouder. Door een derde keer op de
toets remote start (starten op afstand) te
drukken wordt de motor uitgeschakeld.
• Met Remote Start (starten op afstand)
draait de motor slechts 15 minuten (time-
out), tenzij het contact in de stand ON/RUN
is gezet.
• Het voertuig moet handmatig worden ge-
start door op de toets contact START/STOP
(contact aan/uit) te drukken na twee opeen-
volgende time-outs.
WAARSCHUWING!
• Laat een motor niet in een gesloten
garage of afgesloten ruimte draaien.
Uitlaatgas bevat koolmonoxide (CO),
hetgeen geurloos en kleurloos is. Kool-
monoxide is giftig en kan bij inademing
leiden tot erstig of dodelijk letsel.
• Houd sleutelhouders buiten het bereik
van kinderen. Door met de afstandsbe-
diening de motor te starten of de ra-
men, portiersloten of andere onderde-
len te bedienen kunt u of kunnen
anderen ernstig gewond raken of om
het leven komen.
Starten met afstandsbediening
• Druk tweemaal binnen vijf seconden op de
toets Remote Start (starten op afstand) op
de sleutelhouder. Door een derde keer op
de toets Remote Start (starten op afstand)
te drukken, wordt de motor uitgeschakeld.
• Met Remote Start (starten op afstand)
draait de motor slechts 15 minuten (time-
out), tenzij het contact in de stand ON/RUN
is gezet.
17
Page 20 of 412

• Het voertuig moet handmatig worden ge-
start door op de toets contact START/STOP
(contact aan/uit) te drukken na twee opeen-
volgende time-outs.
Aan alle volgende voorwaarden moet worden
voldaan om de motor met de afstandsbedie-
ning te kunnen starten:
• Schakelhendel in de stand PARK
• Portieren gesloten
• Motorkap gesloten
• Achterklep gesloten
• Schakelaar waarschuwingsknipperlichten
uit
• Remschakelaar niet geactiveerd (rempe-
daal niet ingetrapt)
• Accu voldoende geladen
• Systeem niet uitgeschakeld door eerder
starten met de afstandsbediening
• Controlelampje alarmsysteem knippert
• Contactschakelaar in de stand STOP/OFF
• Brandstofniveau voldoet aan de minimale
vereistenWAARSCHUWING!
• Laat een motor niet in een gesloten
garage of afgesloten ruimte draaien.
Uitlaatgas bevat koolmonoxide (CO),
hetgeen geurloos en kleurloos is. Kool-
monoxide is giftig en kan bij inademing
leiden tot erstig of dodelijk letsel.
• Houd sleutelhouders buiten het bereik
van kinderen. Door met de afstandsbe-
diening de motor te starten of de ra-
men, portiersloten of andere onderde-
len te bedienen kunt u of kunnen
anderen ernstig gewond raken of om
het leven komen.
De modus starten met afstandsbediening
activeren
Druk tweemaal binnen vijf seconden op de
toets Remote Start (starten op afstand) op de
sleutelhouder. De portieren worden vergren-
deld, de richtingaanwijzers knipperen en de
claxon klinkt twee keer. De motor start en het
voertuig blijft 15 minuten in de modus voor
starten met afstandsbediening.OPMERKING:
• Als er sprake is van een storing in de motor
of het brandstofpeil te laag is, slaat de
motor aan en vervolgens binnen 10 secon-
den weer af.
• De parkeerlichten gaan branden en blijven
tijdens de modus starten met afstandsbe-
diening branden.
• Om veiligheidsredenen, kunnen de elek-
trisch bedienbare ramen niet worden be-
diend wanneer de modus starten met af-
standsbediening actief is.
• De motor kan tweemaal achter elkaar met
de sleutelhouder worden gestart (twee cycli
van 15 minuten). Voordat u de startproce-
dure een derde keer kunt herhalen moet het
contact echter eerst in de stand ON/RUN
worden gezet.SENTRY KEY
De Sentry Key startonderbreker voorkomt on-
geoorloofd gebruik van de auto door derden
door de motor te blokkeren. U hoeft het
systeem niet te activeren of in te schakelen.
Dit systeem werkt automatisch, ongeacht of
de auto is afgesloten.
UW VOERTUIG LEREN KENNEN
18
Page 24 of 412

te doen, drukt u drie keer op de vergrendel-
toets van de sleutelhouder binnen 15 se-
conden nadat het systeem is ingeschakeld
(terwijl het controlelampje van het alarm-
systeem snel knippert).
Alarm uitschakelen
Het alarmsysteem kan op de volgende manie-
ren worden uitgeschakeld:
• Druk op de ontgrendeltoets op de sleutel-
houder.
• Pak de Passive Entry-portiergreep om het
portier te ontgrendelen, raadpleeg de para-
graaf "Portieren" in het hoofdstuk "Uw voer-
tuig leren kennen" in het instructieboekje
voor meer informatie.
• Draai de contactschakelaar uit de stand
OFF.
– Als uw voertuig is uitgerust met
Keyless Enter-N-Go — Passive Entry,
druk dan op de Start/Stop-
contactschakelaar (hiertoe dient mini-
maal één geldige sleutelhouder aanwe-
zig te zijn in het voertuig).– Wanneer uw voertuig niet is uitgerust
met Keyless Enter-N-Go — Passive En-
try, steek dan een geldige sleutel in de
contactschakelaar en draai de sleutel
naar de stand ON.
OPMERKING:
• Het alarmsysteem kan niet worden in- of
uitgeschakeld via de slotcilinder van het
bestuurdersportier of de achterklepknop op
de sleutelhouder.
• Het alarmsysteem blijft actief wanneer de
elektrisch bediende achterklep wordt ge-
opend. Als u op de achterklepknop drukt,
wordt het alarmsysteem niet uitgescha-
keld. Als iemand de auto binnendringt via
de achterklep en een portier opent, gaat het
alarm af.
• Als het alarmsysteem is geactiveerd, kunt u
de portieren niet ontgrendelen met de
schakelaars voor de centrale portierver-
grendeling in het interieur.
• De ultrasone inbraaksensor (bewegingsde-
tector) bewaakt uw auto actief elke keer
wanneer u het alarmsysteem inschakelt.
Als u dat wenst, kunt u de ultrasone in-
braaksensor uitschakelen wanneer hetalarmsysteem wordt ingeschakeld. Om dit
te doen, drukt u drie keer op de vergrendel-
toets van de sleutelhouder binnen 15 se-
conden nadat het systeem is ingeschakeld
(terwijl het controlelampje van het alarm-
systeem snel knippert).
Het alarmsysteem is bedoeld om uw voertuig
te beveiligen, maar er zijn omstandigheden
die een ongewenst alarm veroorzaken. Als
een van de eerder beschreven procedures
voor het inschakelen van het alarm is uitge-
voerd, zal het alarmsysteem worden inge-
schakeld, ongeacht of u zich in de auto
bevindt. Wanneer u dan in de auto blijft
zitten en vervolgens een portier opent, gaat
het alarm af. Als deze situatie zich voordoet,
schakel dan het alarmsysteem uit.
Wanneer het alarmsysteem is geactiveerd en
de accu wordt losgekoppeld, blijft het alarm-
systeem actief nadat de accu weer is aange-
sloten; de buitenlampen knipperen en de
claxon geeft een geluidssignaal. Als deze
situatie zich voordoet, schakel dan het alarm-
systeem uit.
UW VOERTUIG LEREN KENNEN
22
Page 63 of 412

Klembeveiliging
Deze functie zorgt ervoor dat obstakels bij het
sluiten van het zonnedak worden gedetec-
teerd bij gebruik van de functie Snel sluiten.
Als een obstakel in de baan van het zonnedak
wordt gedetecteerd, trekt het zonnedak zich
automatisch terug. Verwijder het obstakel als
dit gebeurt.
OPMERKING:
Wanneer drie opeenvolgende pogingen om
het dak te sluiten zijn onderbroken door de
klembeveiliging, schakelt de klembeveiliging
uit en moet het zonnedak in de handmatige
modus worden gesloten.
Ventilatiestand zonnedak — snel
Als u op de knop "Vent" (ventilatie) drukt en
deze binnen een halve seconde loslaat, wordt
het zonnedak geopend tot aan de ventilatie-
stand. Dit is de functie "Snel naar ventilatie-
stand", die werkt vanuit elke stand van het
zonnedak. De functie Snel naar ventilatie-
stand zorgt dat bij iedere beweging van de
schakelaar het zonnedak stopt.
Onderhoud van zonnedak
Gebruik voor het reinigen van het glaspaneel
uitsluitend niet-schurende schoonmaakmid-
delen en een zachte doek.
Procedure voor opnieuw inleren
Voor voertuigen die zijn uitgerust met een
eendelig zonnedak bestaat een procedure
voor opnieuw inleren waarmee u het zonne-
dak kunt resetten wanneer de functie "Snel
openen" niet meer werkt. Volg onderstaande
stappen om het zonnedak te resetten:
1. Zet het contactslot in de stand ACC of
ON/RUN.
2. Zorg ervoor dat het zonnedak volledig is
gesloten.
3. Houd de schakelaar van het zonnedak
naar voren gedrukt. Het zonnedak sluit
volledig en beweegt na 10 seconden naar
de ventilatiestand.
4. Laat de schakelaar van het zonnedak los
en houd de schakelaar vervolgens binnen
5 seconden weer naar voren gedrukt omhet inleerproces te starten. Het zonnedak
voert een volledige cyclus uit en keert
terug naar de volledig gesloten stand.
OPMERKING:
Als de schakelaar van het zonnedak op
enig moment tijdens de inleercyclus
wordt losgelaten, moet de procedure
vanaf de eerste stap worden herhaald.
5. Zodra het zonnedak in de volledig geslo-
ten stand staat, laat u de schakelaar van
het zonnedak los. Het zonnedak is nu
gereset en klaar voor gebruik.
COMMANDVIEW
ZONNEDAK MET
ELEKTRISCH BEDIENDE
ZONWERING — INDIEN
AANWEZIG
De schakelaar voor het CommandView zonne-
dak bevindt zich links op de dakconsole tus-
sen de zonnekleppen.
De schakelaar voor de elektrisch bediende
zonwering bevindt zich rechts op de dakcon-
sole tussen de zonnekleppen.
61
Page 65 of 412

Handmatige Modus
Om het zonnedak te openen, drukt u de
schakelaar naar achteren en houdt u de scha-
kelaar in deze stand. Het zonnedak wordt
automatisch gestopt in de comfortstopstand.
Druk de schakelaar opnieuw naar achteren en
houd hem vast, en het zonnedak wordt ge-
opend tot de volledig geopende stand en
stopt automatisch. Als u de schakelaar los-
laat, stopt de beweging. Het zonnedak en de
zonwering blijven gedeeltelijk geopend totdat
de schakelaar opnieuw naar achteren wordt
gedrukt.
OPMERKING:
Als de zonwering is gesloten wanneer de
functie Snel of Handmatig openen wordt ge-
start, zal de zonwering automatisch tot hal-
verwege openen voordat het zonnedak wordt
geopend.
Zonnedak sluiten
Snel sluiten
Als u de schakelaar kort (korter dan een halve
seconde) naar voren duwt, wordt het zonne-
dak automatisch vanuit elke positie gesloten.Tijdens de functie Snel sluiten zorgt elke
verdere bediening van de schakelaar ervoor
dat het zonnedak in een gedeeltelijk ge-
opende positie stopt.
Handmatig sluiten
Duw de schakelaar naar voren en het zonne-
dak sluit vanuit elke positie en stopt bij een
volledig gesloten stand. Als u de schakelaar
los laat terwijl het zonnedak in beweging is,
stopt het schuifdak in een gedeeltelijk ge-
opende stand.
Openen Elektrisch Bediende Zonwering
De zonwering heeft twee geprogrammeerde
standen, de half geopende en de volledig
geopende stand. Bij de bediening van de
zonwering vanuit de gesloten stand stopt de
zonwering altijd op de half geopende stand,
ongeacht de bediening voor snel of handma-
tig openen. De schakelaar moet weer worden
bediend om door te gaan naar de volledig
geopende stand.
Snel openen
Duw de zonweringsschakelaar naar achteren
en laat hem snel (binnen een halve seconde)los. De zonwering wordt geopend tot de half
geopende stand en stopt automatisch. Druk
kort nogmaals op de schakelaar van de half
geopende stand. De zonwering wordt ge-
opend tot de volledig geopende stand en
stopt automatisch. Tijdens de functie Snel
openen zorgt elke verdere bediening van de
schakelaar ervoor dat de zonwering stopt.
Handmatig openen
Houd de zonweringsschakelaar naar achteren
ingedrukt. De zonwering opent tot de half
geopende stand en stopt automatisch. Houd
zonweringsschakelaar opnieuw ingedrukt. De
zonwering opent tot de volledig geopende
stand. Als u de schakelaar los laat terwijl de
zonwering in beweging is, stopt deze in een
gedeeltelijk geopende stand.
Elektrisch bediende zonwering sluiten
Indien het zonnedak open of in de ventilatie-
stand staat, kan de zonwering niet verder dan
de half geopende stand gesloten worden. Als
u op de schakelaar voor het sluiten van de
zonwering drukt wanneer het zonnedak open
is/met ventilatieopening en de zonwering
staat in de half geopende stand, dan wordt
63
Page 76 of 412

• Druk op de toets met de pijlomhoogom
omhoog te bladeren door de hoofdmenu's
(snelheidsmeter, mph/km/u, voertuiginfor-
matie, terrein, bestuurderhulp, brandstof-
verbruik, dagteller A, dagteller B, Stop/
Start, Audio, Navigatie, opgeslagen
meldingen, scherm instellen en snelheids-
waarschuwing).
• Druk op de toets met de pijlomlaagom
omlaag te bladeren door het hoofdmenu en
de submenu's (snelheidsmeter, mph/km/u,
voertuiginformatie, terrein, bestuurder-
hulp, brandstofverbruik, dagteller A, dag-
teller B, Stop/Start, Audio, Navigatie, opge-slagen meldingen, scherm instellen en
snelheidswaarschuwing).
• Druk op de toets met de pijlnaar rechtsvoor
toegang tot de informatieschermen of sub-
menuschermen van een optie in het hoofd-
menu.
• Druk op de toets met de pijlnaar linksvoor
toegang tot de informatieschermen of sub-
menuschermen van een optie in het hoofd-
menu.
• Druk op de toetsOKvoor toegang tot en
selectie op de informatieschermen of sub-
menuschermen van een hoofdmenu. Houd
de toetsOKgedurende twee seconden inge-
drukt om weergegeven/geselecteerde func-
ties te resetten waarvoor dat mogelijk is.
Indicator voor olieverversing — indien
aanwezig
Uw auto is uitgerust met een indicator voor
olieverversing. De melding "Oil Change Due"
(olie verversen) wordt vijf seconden op het
display van de instrumentengroep getoond na
één geluidsignaal om de volgende oliebeurt
aan te geven. De indicator voor olieverversingis gebaseerd op de belasting van de motor,
wat betekent dat de periodieke oliebeurten
afhankelijk zijn van uw persoonlijke rijstijl.
Als dit bericht niet wordt gereset, verschijnt
dit bericht telkens wanneer u het contact in
de stand ON/RUN zet. Raadpleeg een er-
kende dealer om het bericht tijdelijk uit te
schakelen of om de motorolie te laten vervan-
gen.
Selecteerbare items op display in
instrumentengroep
Het display in de instrumentengroep kan wor-
den gebruikt voor weergave van de opties van
het hoofdmenu voor verschillende functies.
Gebruik de pijltoetsenomhoogenomlaagom
te bladeren door de menuopties van het in-
teractieve display voor de bestuurder totdat
het gewenste menu wordt bereikt.
OPMERKING:
Afhankelijk van de voertuigopties kunnen de
functie-instellingen variëren.
Bedieningselementen display in
instrumentengroep
UW INSTRUMENTENPANEEL LEREN KENNEN
74
Page 77 of 412

Snelheidsmeter Dagteller
Accessibility (toegan-
kelijkheid) — indien
aanwezigAudio
Vehicle Info (voer-
tuiginformatie)Opgeslagen meldin-
gen
Bestuurderhulp Screen Setup
(scherm instellen)
Stop/Start — indien
aanwezigTerrain (terrein) —
indien aanwezig
Prestatiepagina's —
indien aanwezigDiagnose - indien
aanwezig
Brandstofverbruik Snelheidswaarschu-
wing
Raadpleeg de paragraaf "Display in de instru-
mentengroep" in het hoofdstuk "Uw instru-
mentenpaneel leren kennen" in het instruc-
tieboekje voor meer informatie.
Menu-items van het display
SRT-prestatiekenmerken in display in de
instrumentengroep
Het display in de instrumentengroep kan wor-
den gebruikt om de volgende prestatieken-
merken te programmeren.•
Druk voor toegang kort op de toets met de pijl
omhoogofomlaagtot "SRT" verschijnt in het
display in de instrumentengroep, en vervol-
gens kort op de toets met de pijl naar
rechts
om door de kenmerken te lopen. Druk op de
toetsOKom een kenmerk te selecteren.
0-100 km/u (0-60 mph)Huidige G-kracht
0-161 km/u (0-100 mph)Hoogste G-kracht
Timer 1/8 mijl Rondetimer
Timer 1/4 mijl
Rondegeschiedenis
Timer 60 ft Topsnelheid
Remweg
Uconnect SRT-prestatiekenmerken
WAARSCHUWING!
Meting van voertuiggegevens met Pefor-
mance Pages is uitsluitend bedoeld voor
gebruik buiten openbare wegen en bij ter-
reinrijden en mag nooit op openbare we-
gen worden gebruikt. Het wordt aanbevo-
len deze functies alleen te gebruiken op
een circuit of speciaal terrein en binnen de
toegestane wetgeving. Gebruik de moge-
lijkheden van een auto met Performance
Pages nooit op een roekeloze of gevaarlijke
wijze die de veiligheid van de bestuurder
of anderen in gevaar brengt. Alleen een
oplettende en bekwame bestuurder met
een veilige rijstijl kan ongelukken voorko-
men.
• Om SRT-prestatiekenmerken te openen,
kiest u de schermtoets "Apps" en vervol-
gens de schermtoets "Performance Pages"
(prestatiepagina's).
Bedieningselementen SRT-
prestatiekenmerken
75