airbag JEEP PATRIOT 2019 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: JEEP, Model Year: 2019, Model line: PATRIOT, Model: JEEP PATRIOT 2019Pages: 294, PDF Size: 6.66 MB
Page 48 of 294

De raamairbag drukt de buitenrand van de
hemelbekleding opzij en bedekt het zijraam.
De airbag wordt in ca. 30 milliseconden opge-
blazen (ongeveer een kwart van de tijd die
nodig is om met de ogen te knipperen). Dit
gebeurt met zoveel kracht dat u letsel kunt
oplopen als u niet correct op uw stoel zit en/of
uw gordel niet (correct) vastgemaakt heeft of
als de gordijnzij-airbag bij het opblazen een
voorwerp in uw richting wegdrukt. Dat geldt
vooral voor kinderen. De gordijn-zijairbag is in
opgeblazen toestand slechts ongeveer 9 cm
dik.
Omdat airbag-sensors de vertraging van het
voertuig schatten, zijn de snelheid van het
voertuig en de schade geen goede indicatoren
voor de noodzaak van het wel of niet opblazen
van een airbag.
OPMERKING:
Wanneer het voertuig over de kop slaat,
kunnen de gordelspanners en/of de extra
zijairbags in de voorstoelen en de extra
gordijn-zijairbags worden geactiveerd aan
beide zijden van de auto.Sensors frontale en zijbotsingen
Bij frontale en zijdelingse botsingen kunnen de
botsingsensors het ORC helpen bij het bepalen
van de juiste reactie op de botsingen.
Verbeterd ongelukkenresponssysteem
Bij een botsing die leidt tot het opblazen van de
zij-airbags zal de ORC, als het communicatie-
netwerk en de voeding intact blijven en afhan-
kelijk van de aard van de botsing, bepalen of
het verbeterde ongelukkenresponssysteem de
volgende functies uitvoert:
•De brandstoftoevoer naar de motor afsluiten.
•De alarmknipperlichten laten knipperen zo-
lang er accuspanning is of tot het contact
wordt verbroken met de contactsleutel .
•De binnenverlichting inschakelen zolang de
accu werkt of totdat de contactsleutel wordt
verwijderd.
•De deuren automatisch ontgrendelen.
Als een airbag wordt opgeblazen
De voor-airbags zijn zo ontworpen dat ze na het
opblazen onmiddellijk weer leeglopen.OPMERKING:
De voor- en/of zij-airbags worden niet bij alle
botsingen opgeblazen. Dit houdt echter niet
in dat het airbagsysteem niet werkt.
Bij een aanrijding waarbij de airbags worden
opgeblazen, kan zich het volgende voordoen:
•Het nylon van de airbag kan soms schaaf-
wonden en/of een rode huid veroorzaken bij
de bestuurder en de voorpassagier tijdens
het opblazen van de airbags. De schaafwon-
den lijken op de wonden die u oploopt als u
zich schaaft aan een touw, de vloerbedek-
king of op de vloer van een gymnastiekzaal.
Deze schaafwonden worden niet veroor-
zaakt door contact met chemische produc-
ten. De schaafwonden zijn niet blijvend en
genezen normaal gesproken snel. Als uw
schaafwonden echter na enkele dagen nog
niet zijn genezen of als u last hebt van
blaren, ga dan onmiddellijk naar uw huisarts.
•Terwijl de airbags leeglopen ziet u misschien
rondvliegende stofdeeltjes die op rook lijken.
Dit stof is een normaal bijproduct van het
activeringsproces voor het niet-giftige op-
blaasgas. Deze rondzwevende stofdeeltjes
44
Page 49 of 294

kunnen de huid, ogen, neus of keel irriteren.
Spoel met koud water als u last hebt van
geïrriteerde ogen of huid. Zorg voor frisse
lucht bij neus- of keelirritaties. Raadpleeg uw
huisarts als de irritatie zich blijft voordoen.
Als deze deeltjes op uw kleding terechtko-
men, volg dan de gebruikelijke wasvoor-
schriften van de kledingfabrikant om de kle-
ding te reinigen.
Rijd niet in uw auto nadat de airbags opgebla-
zen zijn geweest. Als u opnieuw bij een aanrij-
ding betrokken raakt, zullen de airbags geen
enkele bescherming bieden.
WAARSCHUWING!
Ooit geactiveerde airbags en gordelspanners
hebben geen enkel effect bij een volgende
aanrijding. Laat de airbags, gordelspanners
en rolautomaat van de veiligheidsgordels
voorin zo snel mogelijk vervangen door een
erkende dealer. U moet ook het ORC-
systeem laten nakijken.Onderhoud aan het airbagsysteem
WAARSCHUWING!
•Wijzigingen aan delen van het airbagsys-
teem kunnen tot gevolg hebben dat het
systeem bij een aanrijding niet functioneert.
U kunt gewond raken doordat de airbag
niet werkt en u niet beschermt. Breng geen
wijzigingen aan de onderdelen of bedra-
ding aan en plak nooit emblemen of stic-
kers op het afdekpaneel op het stuur of aan
de rechterzijde van het instrumentenpa-
neel. Breng geen wijzigingen aan op de
voorbumper of de carrosseriestructuur en
monteer geen los verkrijgbare treeplanken.
•Het is gevaarlijk zelf onderdelen van het
airbagsysteem te repareren. Waarschuw
iedereen die aan uw auto werkt dat de auto
is uitgerust met airbags.
(Vervolgd)
WAARSCHUWING!(Vervolgd)
•Probeer geen enkel onderdeel van het air-
bagsysteem te wijzigen. De airbag kan per
ongeluk worden opgeblazen of werkt mo-
gelijk niet goed meer als deze wordt gewij-
zigd. Breng de auto naar een erkende
dealer voor onderhoud aan het airbagsys-
teem. Breng de auto naar een erkende
dealer als onderhoud nodig is aan de au-
tostoel, waaronder het afdekpaneel en het
kussen (ook voor het verwijderen of losser/
strakker maken van de bevestigingsbou-
ten). Er mogen alleen door de fabrikant
goedgekeurde stoelaccessoires worden
gebruikt. Neem contact op met een er-
kende dealer als het airbagsysteem moet
worden aangepast voor personen met een
handicap.
45
Page 50 of 294

Waarschuwingslampje voor het
airbagsysteem
De airbags moeten bedrijfsklaar
zijn om bij een aanrijding onmid-
dellijk op te blazen en u te be-
schermen. Het waarschuwings-
lampje voor het airbagsysteem
controleert de interne circuits en
de bedrading verbonden met elektrische com-
ponenten van het airbagsysteem. Hoewel het
airbagsysteem onderhoudsvrij is, moet u het
systeem onmiddellijk laten controleren door
een erkende dealer als zich het volgende voor-
doet.
•Het waarschuwingslampje voor het airbag-
systeem brandt niet gedurende de vier tot
acht seconden nadat het contact voor het
eerst is aangezet.
•Het waarschuwingslampje voor het airbag-
systeem blijft branden na de periode van
vier tot acht seconden.
•Het waarschuwingslampje voor het airbag-
systeem gaat af en toe branden of blijft
branden tijdens het rijden.OPMERKING:
Als de snelheidsmeter, toerenteller of an-
dere meters voor motorfuncties niet werken,
is het mogelijk dat het beschermingssys-
teem voor de inzittenden ook niet werkt. Het
kan zijn dat de airbags niet gereed zijn om u
te beschermen. Controleer onmiddellijk de
zekeringen op doorgeslagen zekeringen.
Raadpleeg het label aan de binnenkant van
het deksel van het zekeringenblok voor de
juiste airbagzekeringen. Laat uw erkende
dealer controleren of de zekering nog goed
is.
EDR (Event Data Recorder,
Gebeurtenisrecorder)
Deze auto is uitgerust met een gebeurtenisre-
corder (EDR). De belangrijkste taak van de
EDR is het registreren van gegevens die dui-
delijk maken hoe een voertuigsysteem zich
heeft gedragen in bepaalde ongevals- of ge-
lijksoortige situaties, zoals de activering van
een airbag of een botsing tegen een obstakel.
De EDR is ontworpen om kortstondig, meestal
30 seconden of minder, gegevens te registre-
ren die verband houden met de dynamiek en
veiligheidssystemen van de auto. De EDR indeze auto is ontworpen om onder andere de
volgende gegevens te registreren:
•Hoe hebben diverse systemen in uw auto
zich gedragen?
•Waren de veiligheidsgordels van de bestuur-
der en passagier vastgegespt?
•Hoe ver (indien van toepassing) trapte de
bestuurder het gas- en/of rempedaal in?
•Hoe snel reed de auto?
Deze gegevens kunnen bijdragen tot een beter
inzicht in de omstandigheden waarin botsingen
en letsel ontstaan.
OPMERKING:
De EDR-gegevens worden uitsluitend tij-
dens extreme ongevalssituaties geregis-
treerd. Onder normale rijomstandigheden
registreert de EDR geen privé- of overige
gegevens, zoals naam, geslacht, leeftijd en
ongevalslocatie. Het is echter wel mogelijk
dat anderen, bijvoorbeeld de politie, de
EDR-gegevens combineren met de per-
soonsgegevens die standaard worden op-
gevraagd na ongevallen.
46
Page 52 of 294

•Kinderen die zwaarder zijn dan 9 kg en
ouder zijn dan één jaar kunnen in de auto
voorwaarts gericht meerijden. In de voor-
waarts gericht geplaatste kinderzitjes en in
die positie geplaatste veelzijdig bruikbare
kinderzitjes zijn bedoeld voor kinderen die
tussen 9 tot 18 kg wegen en die ouder zijn
dan één jaar. Deze typen kinderzitjes zet u
tevens in de auto vast met een driepuntsgor-
del of het ISOFIX-bevestigingssysteem van
het kinderzitje. Raadpleeg “ISOFIX — Be-
vestigingssysteem voor kinderzitjes”.
•Het verhogingszitje met gordelbevestiging is
bedoeld voor kinderen met een gewicht van
meer dan 18 kg en die nog te klein zijn om
goed in het autogordelsysteem te passen.
Als het kind terwijl het met de rug tegen de
rugleuning zit niet de knieën om het kussen
kan buigen om de benen te laten afhangen,
moet een verhogingszitje worden gebruikt.
Het kinder- en het verhogingszitje worden
bevestigd met behulp van de driepuntsgor-
del.WAARSCHUWING!
•Een achterstevoren te bevestigen kinder-
zitje mag u NOOIT op de voorstoel gebrui-
ken als uw auto is uitgerust met een voor-
airbag aan passagierszijde. Bij opblazen
kan de airbag dan ernstig en zelfs dodelijk
letsel toebrengen aan de baby.
•Een foutief aangebracht kinder- of baby-
zitje kan op het kritieke ogenblik dienst
weigeren. Het kan losschieten bij een aan-
rijding. Het kind kan zo ernstig of zelfs
dodelijk letsel oplopen. Volg daarom bij de
bevestiging van een kinderzitje de aanwij-
zingen van de fabrikant nauwgezet op.
•Een achterstevoren te bevestigen kinder-
zitje mag u alleen gebruiken op de achter-
bank. In een achterstevoren te bevestigen
kinderzitje kan de baby ernstig of zelfs
dodelijk gewond raken wanneer u het zitje
op de voorstoel heeft gezet en de passa-
giersairbag wordt opgeblazen.Oudere kinderen en kinderzitjes
Kinderen die zwaarder zijn dan 9 kg en ouder
zijn dan één jaar kunnen in de auto voorwaarts
gericht meerijden. In de voorwaarts gericht
geplaatste kinderzitjes en in die positie ge-
plaatste veelzijdig bruikbare kinderzitjes zijn
bedoeld voor kinderen die tussen 9 tot 18 kg
wegen en die ouder zijn dan één jaar. Deze
typen kinderzitjes zet u tevens in de auto vast
met een driepuntsgordel of het ISOFIX-
bevestigingssysteem van het kinderzitje. Raad-
pleeg “ISOFIX — Bevestigingssysteem voor
kinderzitjes”.
Het verhogingszitje met gordelbevestiging is
bedoeld voor kinderen met een gewicht van
meer dan 18 kg en die nog te klein zijn om
goed in het autogordelsysteem te passen. Als
het kind met de rug tegen de rugleuning op de
zitting zit en de knieën niet kan buigen om de
benen te laten afhangen, moet het kind een
verhogingszitje met gordelbevestiging gebrui-
ken. Het kind en het verhogingszitje met gor-
delbevestiging worden bevestigd met behulp
van de driepuntsgordel.
48
Page 53 of 294

Kinderen die te groot zijn voor een
verhogingszitje
Grote kinderen die gemakkelijk een schouder-
gordel dragen en zulke lange benen hebben
dat deze vanaf de knie omlaag hangen als ze
met de rug tegen de rugleuning steunen, moe-
ten de driepuntsgordels gebruiken en op de
achterbank plaatsnemen.
•Zorg dat het kind rechtop in de stoel zit.
•Leg de heupgordel laag over de heupen en
trek de gordel zo strak mogelijk aan.
•Controleer regelmatig of de autogordel goed
past. Door de bewegingen van het kind kan
de autogordel een foutieve positie aanne-
men.
•Als de schoudergordel het gezicht of de hals
raakt, plaats het kind dan verder naar het
midden van de auto toe. Sta nooit toe dat
een kind de schoudergordel onder de arm
door of achter de rug langs draagt.WAARSCHUWING!
•Een foutief aangebracht kinder- of baby-
zitje kan op het kritieke ogenblik dienst
weigeren. Het kan losschieten bij een aan-
rijding. Het kind kan zo ernstig of zelfs
dodelijk letsel oplopen. Volg daarom bij de
bevestiging van een kinderzitje de aanwij-
zingen van de fabrikant nauwgezet op.
•Een achterstevoren te bevestigen kinder-
zitje mag u alleen gebruiken op de achter-
bank. In een achterstevoren te bevestigen
kinderzitje kan de baby ernstig of zelfs
dodelijk gewond raken wanneer u het zitje
op de voorstoel heeft gezet en de passa-
giersairbag wordt opgeblazen.
Enkele tips om uw kinderzitje optimaal te
gebruiken:
•Controleer voor de aanschaf van een kinder-
zitje of op een sticker is vermeld dat het zitje
voldoet aan alle van toepassing zijnde vei-
ligheidsnormen. Chrysler Group LLC raadt
ook aan om vóór de aanschaf te controleren
of het zitje goed te bevestigen is in de auto
waarin het zal worden gebruikt.•Het kinderzitje moet zijn afgestemd op het
gewicht en de lengte van uw kind. Contro-
leer de sticker op het zitje en let op de
grenswaarden voor gewicht en lengte.
•Volg nauwkeurig de instructies op van de
fabrikant wanneer u een kinderzitje instal-
leert. Als u het zitje niet op de juiste wijze
installeert, functioneert het misschien niet
juist wanneer dat nodig is.
•Gesp het kind in het zitje vast volgens de
aanwijzingen van de fabrikant van het zitje.
Kinderzitjes installeren met de autogordels
De veiligheidsgordels op de passagierszit-
plaatsen zijn voorzien van oprolautomaten met
automatische vergrendeling (ALR), die worden
gebruikt voor het veilig bevestigen van een
kinderzitje (CRS). Bij beide gordeltypen kan het
heupgedeelte stevig rond het kinderzitje wor-
den getrokken, zodat geen borgclip hoeft te
worden gebruikt. De ALR produceert een rate-
lend geluid als u de gordel helemaal uit de
rolautomaat trekt en vervolgens de gordel te-
rugrollen in de rolautomaat. Zie onderAutoma-
tische rolvergrendelingvoor meer informatie
over de ALR. In onderstaande tabel worden de
49
Page 58 of 294

een ankerband, een haak en een versteller
voor het afstellen van de strakheid in de band.
In het algemeen maakt u eerst de versteller aan
de onderste banden en de ankerbanden los,
zodat u gemakkelijker de haak of het koppel-
stuk aan de onderste ankerpunten en bandan-
kers kunt vastmaken. Haal de ankerband mid-
dendoor via de hoofdsteun en bevestig deze
aan het ankerpunt aan de achterkant van de
rugleuning. Maak vervolgens alle drie de ban-
den vast terwijl u het kinderzitje naar achteren
duwt en omlaag drukt in de zitting.Niet alle kinderzitjes worden geïnstalleerd vol-
gens deze beschrijving. Nogmaals: volg nauw-
gezet de aanwijzingen van de fabrikant op
wanneer u een kinderzitje installeert.
OPMERKING:
Als het kinderzitje niet compatibel is met het
ISOFIX-bevestigingssysteem, bevestigt u
het zitje met behulp van de autogordels.
WAARSCHUWING!
Door een verkeerd vastgemaakte ankerband
zal het kind het hoofd misschien te veel
kunnen bewegen en kan het kind letsel oplo-
pen. Gebruik alleen het ankerpunt pal achter
het kinderzitje om de ankerband voor het
kinderzitje vast te maken.
Vervoer van huisdieren
Een huisdier kan letsel oplopen als een voor-
airbag wordt opgeblazen. Een niet-aangelijnd
huisdier kan bij een noodstop of botsing als
projectiel door de auto worden geslingerd en
letsel oplopen of een passagier verwonden.Huisdieren moeten aangelijnd meerijden op de
achterbank of in een speciale reismand die is
bevestigd met de autogordels.
AANBEVELINGEN BIJ INRIJDEN
VAN DE MOTOR
De motor en aandrijflijn (versnellingsbak en as) van
uw auto hebben geen lange inrijperiode nodig.
Rij gedurende de eerste 500 km niet te snel. Na
de eerste 100 km kunt u snelheden tot 80 of
90 km/h aanhouden.
Terwijl u met constante snelheid rijdt, vormt nu
en dan kort accelereren met plankgas, binnen
de grenzen van de geldende verkeersregels,
een goede bijdrage tot het inrijden. Accelere-
ren met plankgas in een lage versnelling kan
slecht zijn en moet worden vermeden.
De transmissieolie die de fabriek in de motor
heeft aangebracht, is een energiebesparend
smeermiddel van een hoge kwaliteit. Houd bij
het olie verversen rekening met de te verwach-
ten klimaatomstandigheden. RaadpleegOn-
derhoudsproceduresinOnderhoud van uw
autovoor de aanbevolen viscositeit en kwali-
Ankers voor de gordels op de achterbank
54
Page 60 of 294

De beste bescherming tegen koolmonoxide-
vergiftiging is een goed onderhouden uitlaat-
systeem.
Wanneer enige verandering in het uitlaatgeluid
is waar te nemen, als u uitlaatgassen in het
interieur ruikt of als de onder- of achterzijde van
de auto is beschadigd, is er mogelijk sprake
van lekkage in het uitlaatsysteem. Laat een
vakbekwaam monteur het volledige uitlaatsys-
teem en de naburige carrosseriedelen contro-
leren op breuk, schade, slijtage of verkeerde
montage. Open naden of losse verbindingen
kunnen zorgen dat uitlaatgas binnendringt in
het interieur. Laat het uitlaatsysteem ook altijd
controleren wanneer de auto op een hefbrug
wordt gezet voor smering of bij olieverversing.
Laat indien nodig delen van het uitlaatsysteem
vervangen.
Veiligheidscontroles in de auto
Veiligheidsgordels
Controleer regelmatig de autogordels op
scheuren, rafels en losse delen. Laat bescha-
digde onderdelen direct vervangen. Probeer
niet zelf de gordels aan te passen of uit elkaar
te halen.De autogordelsystemen voorin moeten na een
aanrijding worden vervangen. De autogordels
moeten onmiddellijk worden vervangen als na
een aanrijding blijkt dat er beschadigingen zijn
ontstaan (verbogen gordelspanner, ge-
scheurde gordelband, etc.). Wanneer er ook
maar enige twijfel bestaat over de toestand van
de gordels of de rolautomaten, laat de gordel
dan vervangen.
Waarschuwingslampje voor het
airbagsysteem
Het lampje moet ter controle van de gloeilamp
ongeveer vier tot acht seconden gaan branden
wanneer de contactschakelaar de eerste keer
naar de stand ON wordt gedraaid. Ga naar uw
erkende dealer als het lampje tijdens het star-
ten niet oplicht. Wanneer het lampje blijft bran-
den, knippert of gaat branden tijdens het rij-
den, laat het systeem dan door een erkende
dealer controleren.
Ruitverwarming
Controleer de werking door de ontdooistand te
selecteren en de aanjager op de hoogste snel-
heid te zetten. U moet nu de lucht kunnen
voelen die langs de voorruit geblazen wordt.Bezoek uw erkende servicedealer als het ont-
dooimechanisme niet werkt.
Veiligheidsinformatie over vloermatten
Plaats uitsluitend vloermatten die overeenko-
men met de afmetingen van het voetenge-
deelte van uw auto. U mag alleen vloermatten
gebruiken die het gebied rondom de pedalen
vrijlaten en stevig vastliggen, zodat de matten
niet kunnen verschuiven, de baan van de pe-
dalen kunnen belemmeren of de veilige wer-
king van uw auto op een andere manier kunnen
verstoren.
WAARSCHUWING!
Als de pedalen niet vrij kunnen bewegen, kunt
u de controle over de auto verliezen, waar-
door gevaar voor ernstig letsel ontstaat.
•Controleer altijd of de vloermatten op de
juiste wijze zijn vastgemaakt aan de beves-
tigingspunten voor de matten.
(Vervolgd)
56
Page 130 of 294

7. Waarschuwingslampje voor het
airbagsysteem
Dit lampje licht bij wijze van test
gedurende vier tot acht seconden
op wanneer het contact de eerste
keer in de stand ON/RUN wordt
gedraaid. Wanneer het lampje niet
brandt tijdens het starten, continu
blijft branden of pas gaat branden tijdens het
rijden, moet het systeem zo snel mogelijk door
een erkende dealer worden nagekeken. Raad-
pleegGordelsystemeninWat u moet weten
voordat u de auto startvoor meer informatie.
8. Controlelampje richtingaanwijzers
De pijltjes gaan samen met de knipper-
lichten knipperen als de richtingaanwijzer
is ingeschakeld.
Als u meer dan ongeveer 1,6 km rijdt met een
van beide richtingaanwijzers ingeschakeld,
hoort u een geluidssignaal om u erop te atten-
deren dat u de richtingaanwijzers uit moet
zetten. Wanneer een van de controlelampjes
snel gaat knipperen, controleer dan of de gloei-
lamp in de richtingaanwijzer misschien defect
is.9. Controlelampje grootlicht
Deze indicator geeft aan dat grootlicht
ingeschakeld is. Druk de hendel van
de richtingaanwijzers van het stuur af
om de koplampen van groot- of dimlicht te
schakelen.
10. Anti-blokkeersysteem (ABS) — indien
aanwezig
Dit lampje controleert het antiblok-
keersysteem (ABS). Het lampje
gaat branden wanneer u het con-
tact in de stand ON/RUN draait en
kan daarna nog vier seconden blij-
ven branden.
Als het ABS-lampje tijdens het rijden aan blijft
of gaat branden, wijst dit erop dat het ABS-
gedeelte van het remsysteem niet functioneert
en dat onderhoud nodig is. Het gewone rem-
systeem zal echter normaal functioneren, zo-
lang het BRAKE- waarschuwingslampje niet
brandt.
Wanneer het ABS-lampje brandt, moet u het
remsysteem zo spoedig mogelijk laten contro-
leren om weer van de voordelen van ABS te
profiteren. Wanneer het ABS-lampje niet gaatbranden bij het inschakelen van het contact,
moet het lampje worden gecontroleerd bij een
erkende dealer.
11. Controlelampje autogordel
Wanneer het contact de eerste keer in
de stand ON/RUN wordt gedraaid, zal
dit lampje vier tot acht seconden bran-
den om de werking van de gloeilamp
te testen. Als tijdens deze test de autogordel
voor de bestuurdersstoel wordt losgegespt,
hoort u een geluidssignaal. Als na controle van
het gloeilampje of tijdens het rijden de autogor-
del van de bestuurder niet is vastgemaakt, gaat
het waarschuwingslampje ter herinnering aan
en klinkt er een geluidssignaal. Raadpleeg
GordelsystemeninWat u moet weten voordat
u de auto startvoor meer informatie.
12. Toerenteller
Op de schaalverdeling wordt voor elke versnel-
ling het toegestane motortoerental aangege-
ven in omwentelingen per minuut (omw/min x
1000). Neem gas terug voordat de rode zone
bereikt wordt, om motorschade te voorkomen.
126
Page 243 of 294

Loca-
tiePa-
troon-
zeke-
ringMinize-
keringOmschrijving
25 10 amp
RoodVerwarmde bui-
tenspiegel – in-
dien aanwezig
26 15 amp
Licht-
blauwRelais automati-
sche uitschake-
ling
27 10 amp
RoodAirbagregelmo-
dule
28 10 amp
RoodAirbagregel-
module/Module
classificatie inzit-
tenden
29 Hot Car (Geen
zekering vereist)
30 20 amp
GeelStoelverwarming
– indien aanwe-
zig
31 10 amp
RoodKoplampsproeier
– Indien aanwe-
zigLoca-
tiePa-
troon-
zeke-
ringMinize-
keringOmschrijving
32 30 amp
RozeRelais automati-
sche uitschake-
ling
33 10 amp
RoodJ1962 Conn/
Aandrijfregelings-
module
34 30 amp
RozeABS-klep
35 40 amp
GroenABS-pomp
36 30 amp
RozeKoplamp/
Sproeiregeling/
Smart Glass (in-
dien aanwezig)
37 25 amp
BlancoDieselverwarmer
— indien aanwe-
zigLET OP!
•Bij terugplaatsen is het belangrijk dat het
IPM-deksel op de juiste plaats wordt aan-
gebracht en volledig vergrendeld wordt.
Anders kan er water binnendringen in de
IPM en bestaat er kans op een elektrische
storing.
•Vervang zekeringen uitsluitend door exem-
plaren met dezelfde ampèrewaarde. Wan-
neer u een zekering vervangt door een met
een hogere ampèrewaarde, kan het elek-
trische systeem zo gevaarlijk overbelast
raken. Als nieuwe zekeringen met de juiste
ampèrewaarde meteen doorbranden, is er
een defect in het circuit dat gerepareerd
dient te worden.
STALLEN VAN DE AUTOAls u meer dan 21 dagen geen gebruik maakt
van uw auto, wilt u misschien voorzorgsmaat-
regelen nemen ter bescherming van de accu.
•De minizekering gelabeld IOD (Ignition Off-
Draw) verwijderen uit de stroomverdeelkast.
239
Page 284 of 294

Aanhangergewicht.............193
Aanhangwagen..............191
Bedrading................196
Gewicht trailer en dissel........194
Minimumvereisten............194
Tips....................198
Tips voor koeling............199
Trekhaak.................199
ABS (antiblokkeersysteem)........173
Accu....................224
Achteraandrijfsysteem...........233
Achteras (differentieel)..........233
Achterklep (sedan).............25
Achterlichten................241
Achtermistlamp..............133
Achterruit, onderdelen...........115
Achterruitontdooiing............116
Achterste mistlampen...........133
Achterste ruitenwisser/sproeier......115
Achteruitkijkspiegels, elektrisch
bediend...................64
Additieven, brandstof...........189
Afstandsbediening
Alarmsysteem...............16
Portiersloten................18
Afstandsbediening autoradio.......148Afstandsbediening autoradio op
stuurwiel..................148
Afstandsbediening deurslot,
programmering...............15
Afstellen, koplampen...........101
Afvalverwijdering
Antivries (motorkoelvloeistof)......229
Motorolie.................223
Airbag..................37,43
Airbag-
waarschuwingslampje....42,43,46,56,126
Airbag, onderhoud.............45
Airbag, ontplooien van...........44
Airbag, raam (zijgordijn).......39,41,43
Airco ....................149
Airco, bediening..............149
Airco, gebruikstips.............158
Airco, koelvloeistof.............225
Airco, onderhoud.............225
Aircofilter..................157
Aircosysteem...........149,152,225
Alarminstallatie van het voertuig
(beveiliging).................16
Alarmlampje................128
Alarmsysteem (beveiliging)........16
Alarmsysteem (diefstalbeveiliging)....16
Algemene informatie..........15,20Antiblokkeersysteem (ABS)........173
Antidiefstalalarm (diefstalbeveiliging) . . . 16
Antivries (motorkoeling).....228,243,244
Afvalverwijdering............229
Capaciteiten...............243
Automatisch dimmen van de spiegel . . . 64
Automatische portiervergrendelingen . . . 22
Automatische temperatuurregeling
(ATC) ....................152
Automatische
versnellingsbak.....13,163,166,204,232
Keuze van de smeervloeistof.....232
Oververhitting..............204
Schakelen................167
Speciale additieven...........232
Vergrendelingssysteem.........167
Vloeistofpeil controleren........233
Autostick..................169
Bagage laden.............111,239
Bagagerek (dakdrager)..........116
Bagageruimte, voorzieningen.......112
Bagageverlichting.............112
Banden.................57,180
Algemene informatie..........180
Bandenspanning............180
280