ESP Lancia Flavia 2012 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: LANCIA, Model Year: 2012, Model line: Flavia, Model: Lancia Flavia 2012Pages: 257, PDF Size: 2.8 MB
Page 199 of 257

EEN VASTZITTENDE
AUTO WEER
VRIJKRIJGENWanneer u met de auto vast komt te
zitten in modder of sneeuw, kunt u de
auto meestal door een heen en weer
gaande beweging los krijgen. Draai het
stuur links- en rechtsom om de voor-
wielen vrij te maken. Schakel vervol-
gens tussen DRIVE en REVERSE. Trap
het gaspedaal net voldoende in om de
heen en weer gaande beweging van de
auto op gang te houden, zonder dat de
wielen doorslippen.LET OP!Het overmatig laten oplopen van het
toerental van de motor of het laten
doorslippen van de wielen kan leiden
tot oververhitting en beschadiging
van de versnellingsbak. Laat de motor
ten minste één minuut stationair
draaien met de keuzehendel in de
stand NEUTRAL telkens nadat de
auto vijf keer heen en weer is bewo-
gen. Zo voorkomt u oververhitting en
vermindert u het risico op schade aan
de versnellingsbak bij langdurige po-
gingen om de auto vrij te krijgen.
OPMERKING:
Als uw auto is uitgerust met een
elektronisch stabiliteitsregelssys-
teem (ESP), schakel dan het sys-
teem gedeeltelijk uit voordat u
probeert de auto los te schomme-
len. Raadpleeg de paragraaf
"Elektronische remregeling" in
het hoofdstuk "Starten en rijden"
voor meer informatie hierover.LET OP!
Wanneer u een vastzittende autoheen en weer beweegt door snel te
schakelen tussen DRIVE en RE-
VERSE, mogen de wielen nooit
sneller doorslippen dan 24 km/u,
omdat anders schade kan ont-
staan aan de aandrijflijn.
Het overmatig laten oplopen van
het toerental van de motor of het
te snel laten doorslippen van de
wielen kan leiden tot oververhit-
ting en beschadiging van de ver-
snellingsbak. Ook kunnen de ban-
den beschadigd raken. Laat de
wielen niet met meer dan 48 km/u
doorslippen in een versnelling
(zonder schakelen).
WAARSCHUWING!
Het laten doorslippen van de wielen
is gevaarlijk. De krachten die vrijko-
men bij te hoge wielsnelheden kun-
nen de banden en assen, zelfs onher-
stelbaar, beschadigen. Er kan een
band exploderen, waardoor iemand
gewond kan raken. Laat de wielen
van uw auto niet met een hogere
snelheid dan 48 km/u of langer dan
30 seconden continu doorslippen.
Zorg er ook voor dat er geen perso-
nen aanwezig zijn in de nabijheid
van een doorslippend wiel, ongeacht
de snelheid waarmee het wiel rond-
draait.
KEUZEHENDEL
ONTGRENDELEN
Als zich een storing voordoet en de
schakelhendel niet uit de stand PARK
kan worden bewogen, dan kunt u de
volgende procedure uitvoeren om de
schakelhendel tijdelijk te kunnen be-
wegen:
1. Trek de handrem stevig aan.
2. Verwijder de voering van de beker-
houder.
192
Page 207 of 257

BOORDDIAGNOSE-
SYSTEEM — OBD II
Uw auto is uitgerust met een geavan-
ceerd diagnosesysteem genaamd OBD
II (On-Board Diagnostic). Dit systeem
bewaakt de regelsystemen voor uit-
laatgasemissie, de motor en de auto-
matische versnellingsbak. Als deze
systemen correct werken, zal uw auto
uitstekende prestaties leveren, brand-
stof besparen en lage emissiewaarden
hebben die aan de strengste eisen vol-
doen.
Als een van deze systemen onderhoud
nodig heeft, zorgt OBD II ervoor dat
het storingslampje gaat branden.
Daarnaast slaat het systeem diagnos-
tische codes en andere gegevens op die
monteurs kunnen helpen bij het uit-
voeren van reparaties. Hoewel u dan
meestal nog met de auto kunt rijden
en niet gesleept hoeft te worden, dient
u toch zo spoedig mogelijk uw dealer
te bezoeken voor service.
LET OP!
Als u lange tijd blijft rijden meteen brandend storingslampje kan
het emissieregelsysteem verder
beschadigd raken. Het kan ook
van invloed zijn op het brandstof-
verbruik en het rijgedrag. De auto
vereist onderhoud om emissietests
te kunnen uitvoeren.
Als het storingslampje knippert
terwijl de motor draait, treden
schade aan de katalysator en ver-
mogensverlies op. Raadpleeg dan
onmiddellijk uw dealer.
VERVANGENDE
ONDERDELEN
Het gebruik van originele onderdelen
voor normaal/periodiek onderhoud
en voor reparaties wordt ten zeerste
aanbevolen om zeker te zijn van de
gespecificeerde prestaties.
Schade of storingen die worden ver-
oorzaakt door het gebruik van onder-
delen die niet van dezelfde kwaliteit
zijn als originele onderdelen voor on- derhoud en reparatie, worden niet ge-
dekt door de garantie van de fabri-
kant.
ONDERHOUDS-
PROCEDURES
De volgende pagina's bevatten de
vereiste
onderhoudswerkzaamheden
zoals vastgesteld door de fabrikant
van uw auto.
Naast de onderhoudsaspecten die
worden vermeld in het onderhouds-
schema zijn er mogelijk ook andere
componenten die op een later tijdstip
onderhoud vereisen of vervangen
moeten worden.
LET OP!
Onvoldoende onderhoud van uw auto of het achterwege laten van
benodigde beurten en reparaties
kan leiden tot duurdere repara-
ties, schade aan andere onderde-
len of slechtere prestaties van de
auto. Laat mogelijke storingen
onmiddellijk onderzoeken bij een
erkende dealer of garagebedrijf.
(Vervolgd)
200
Page 217 of 257

Het is de taak van de eigenaar van de
auto om de concentratie van de koel-
vloeistof aan te passen aan de buiten-
temperatuur.
OPMERKING:
Het mengen van verschillende ty-
pen motorkoelvloeistof (antivries)
verkort de levensduur van de koel-
vloeistof (antivries) en leidt tot
kortere verversingsintervallen.
Vuldop van het koelsysteem
Draai de vuldop goed vast, zodat
wordt voorkomen dat er koelvloeistof
(antivries) wordt gemorst en de koel-
vloeistof (antivries) terugloopt naar
de radiateur via het koelvloeistofre-
servoir.
Controleer de vuldop en reinig deze
grondig wanneer er afzettingen zicht-
baar zijn op het sluitvlak.
WAARSCHUWING!
Als waarschuwing is de tekst "DONOT OPEN HOT" (NIET OPE-
NEN, HEET) op de vuldop van
het koelsysteem aangebracht. Vul
nooit koelvloeistof (antivries) bij
als de motor oververhit is. Draai
nooit de vuldop los om een over-
verhitte motor te laten afkoelen.
Door de hitte komt het koelsys-
teem onder druk te staan. Om
brandwonden en ander letsel te
voorkomen, mag u nooit de vul-
dop verwijderen van een koelcir-
cuit dat heet is of onder druk
staat.
Gebruik geen andere vuldop dan
de voorgeschreven vuldop voor
uw auto. Dit kan leiden tot per-
soonlijk letsel of motorschade.
Afvoeren van afgewerkte
koelvloeistof
Afgewerkte koelvloeistof (antivries)
op basis van ethyleenglycol is een af-
valstof die conform de milieuvoor-
schriften moet worden afgevoerd.
Raadpleeg de gemeentelijke instanties
over de juiste wijze van afvoeren. Om inslikken door kinderen of dieren te
voorkomen, dient u koelvloeistof (an-
tivries) met ethyleenglycol nooit in
open reservoirs te bewaren. Laat de
vloeistof ook nooit in plassen op de
grond terechtkomen. Schakel onmid-
dellijk medische hulp in als een kind
of huisdier koelvloeistof heeft inge-
slikt. Verwijder gemorste vloeistof on-
middellijk.
Koelvloeistofpeil
Viercilindermotoren –
aan het koel-
vloeistofreservoir kunt u snel en dui-
delijk zien of er voldoende koelvloei-
stof (antivries) in het koelsysteem
aanwezig is. Bij stationair toerental en
warme motor moet het koelvloeistof-
peil (antivries) in het reservoir tussen
de lijnen "ADD" en "FULL" op het
reservoir staan.
Omdat de radiateur normaal gespro-
ken volledig gevuld blijft, is het niet
nodig de radiateurdop te verwijderen,
tenzij u de koelvloeistof (antivries)
wilt controleren op vriespunt of wilt
verversen. Maak uw monteur hierop
attent. Zolang de bedrijfstemperatuur
van de motor in orde is, hoeft u het
koelvloeistofreservoir slechts eenmaal
210
Page 218 of 257

per maand te controleren. Als de koel-
vloeistof (antivries) moet worden bij-
gevuld, doet u dit via de vulopening
van het koelvloeistofreservoir. Vul
nooit te veel vloeistof bij.
Belangrijk
OPMERKING:
Wanneer u na enkele kilometers
de auto tot stilstand brengt, ziet u
mogelijk waterdamp opstijgen
vanuit de voorzijde van het motor-
compartiment. Dit is meestal het
gevolg van een hoge luchtvochtig-
heid, of van regen of sneeuw die op
de radiator is achtergebleven en
verdampt wanneer de thermo-
staatklep opengaat, zodat er hete
koelvloeistof (antivries) in de radi-
ator kan stromen.
Wanneer bij een inspectie van het mo-
torcompartiment blijkt dat de radi-
ateur en de slangen geen defecten ver-
tonen, kunt u gerust met de auto gaan
rijden. De damp zal snel verdwijnen.
Vul niet te veel vloeistof bij in hetkoelvloeistofreservoir.
Controleer het vriespunt van de koelvloeistof (antivries) in de radi- ateur en in het koelvloeistofreser-
voir. Als de koelvloeistof (antivries)
moet worden bijgevuld, moet ook
de inhoud van het expansiereser-
voir worden beschermd tegen be-
vriezing.
Als u regelmatig koelvloeistof (an- tivries) moet bijvullen of het vloei-
stofpeil in het koelvloeistofreservoir
niet daalt wanneer de motor af-
koelt, moet het koelsysteem door
middel van een druktest op lekkage
worden gecontroleerd.
Zorg altijd voor een concentratie van minimaal 50% motorkoelvloei-
stof (antivries) en gedistilleerd wa-
ter, voor optimale corrosiebescher-
ming van de aluminium onderdelen
van uw motor.
Zorg ervoor dat de overloopslangen van de radiateur en het koelvloei-
stofreservoir niet geknikt of geblok-
keerd zijn.
Houd de voorzijde van de radiateur schoon. Als uw auto is uitgerust met
airconditioning, houd dan de voor-
zijde van de condensor schoon. Vervang nooit de thermostaat door
een zomer- of wintertype. Wanneer
vervanging noodzakelijk is, mag
UITSLUITEND het voorgeschre-
ven type thermostaat worden inge-
bouwd. Andere modellen kunnen
onvoldoende koelprestaties leveren
en een hoger brandstofverbruik en
hogere emissiewaarden teweeg-
brengen.
REMSYSTEEM
Om altijd optimale remprestaties te
waarborgen, moeten alle onderdelen
van het remsysteem regelmatig wor-
den gecontroleerd. Raadpleeg het
hoofdstuk "Onderhoudsschema"
voor de juiste onderhoudsintervallen.
WAARSCHUWING!Rijden met uw voet op het rempedaal
is gevaarlijk en kan leiden tot een
aanrijding. Rijden met uw voet op het
rempedaal veroorzaakt abnormaal
hoge remtemperaturen, verhoogt de
slijtage van de remvoering en kan
leiden tot schade aan het remsys-
teem. U beschikt dan in noodgevallen
niet over het volledige remvermogen.
211
Page 221 of 257

geen vloeibare afdichtmiddelen, aan-
gezien deze juist schade aan afdich-
tingen kunnen toebrengen.LET OP!
Spoel de versnellingsbak niet met
chemicaliën, omdat deze de versnel-
lingsbak kunnen beschadigen. Der-
gelijke schade wordt niet gedekt
door de standaardgarantie.
Vloeistofpeil controleren
Het is niet nodig om het vloeistofpeil
regelmatig te controleren, en om die
reden is geen peilstok aanwezig. Uw
erkende dealer kan het vloeistofpeil in
uw automatische transmissie contro-
leren met behulp van een speciale
peilstok.
Als u merkt dat er sprake is van vloei-
stoflekkage of een defect in de ver-
snellingsbak, neemt u onmiddellijk
contact op met een erkende dealer om
het transmissievloeistofpeil te laten
controleren. Als het voertuig wordt
gebruikt met een verkeerd vloeistof-
peil, kan ernstige schade aan de auto-
matische versnellingsbak worden toe-
gebracht. Transmissievloeistof verversen en
filter vervangen
Raadpleeg het hoofdstuk "Onder-
houdsschema" voor de juiste onder-
houdsintervallen.
Ververs de vloeistof en vervang het
filter ook als de versnellingsbak om
welke reden dan ook wordt gedemon-
teerd.
LET OP!
Laat het onderhoud van uw auto
over aan een LANCIA-dealer. Voor
routine-onderhoud en klein onder-
houd dat u zelf wilt uitvoeren, raden
wij u aan om het juiste gereedschap,
originele reserveonderdelen van
LANCIA en de vereiste vloeistoffen
te gebruiken. Voer geen onderhoud
uit als u geen ervaring hebt.
VERZORGING VAN DE
AUTO EN BESCHERMING
TEGEN ROEST
Carrosserie en lak beschermen
tegen roest
De aandacht die aan de carrosserie
moet worden besteed is sterk afhan-
kelijk van de weersinvloeden en het gebruik van de auto. Strooizout in de
winter en chemische producten die in
andere seizoenen op bomen en in weg-
bermen gespoten worden, hebben een
sterk corrosieve invloed op de carros-
serie. Buiten parkeren en blootstelling
aan schadelijke stoffen in de atmo-
sfeer en op de wegen, extreem warm
of koud weer en andere extreme om-
standigheden kunnen de lak, de sier-
lijsten en de beschermende laag aan
de onderzijde van de auto aantasten.
De onderstaande onderhoudsadvie-
zen helpen om de carrosserie van uw
auto gedurende lange tijd in optimale
conditie te houden.
Oorzaken van corrosie
Corrosie ontstaat als de lak en be-
schermende coatings op uw auto zijn
aangetast of loslaten.
De meest voorkomende oorzaken zijn:
Strooizout, vuil en achterblijven
van vocht.
Steenslag.
Insectenresten, boomvocht en teer.
Zilte lucht in kuststreken.
214
Page 222 of 257

Zure regen en industriële vervui-ling.
Wassen
Was uw auto regelmatig. Was uw auto altijd in de schaduw en ge-
bruik een milde autoshampoo.
Spoel de auto zorgvuldig af met
schoon water.
Gebruik een hoogwaardige was om olieaanslag en vlekken te verwijde-
ren en de laklaag te beschermen.
Zorg dat u geen krassen maakt op
de lak.
Gebruik geen schurende producten en polijstmiddelen die de glans of
de dikte van de laklaag kunnen
aantasten.LET OP!
Gebruik nooit schurende of sterke
reinigingsmiddelen zoals staalwol of
schuurpoeder. Deze veroorzaken
krassen op het metaal en de lak.
Speciale verzorging
Spuit de onderzijde van de auto regelmatig schoon (minstens één keer per maand) wanneer u op be-
pekelde of stoffige wegen of in kust-
streken rijdt.
Het is belangrijk dat de afvoerope- ningen onder in de portieren, in de
dorpellijsten en in de bagageruimte
open worden gehouden.
Als u steenslag of krassen in de lak bespeurt, werk dergelijke plekken
dan meteen bij. Voor de kosten van
dergelijke reparaties is de eigenaar
van de auto verantwoordelijk.
Wanneer de auto door bijvoorbeeld een ongeval schade heeft opgelopen
aan de lak en de beschermende coa-
ting, moet u deze zo spoedig moge-
lijk laten repareren. Voor de kosten
van dergelijke reparaties is de eige-
naar van de auto verantwoordelijk.
Wanneer u speciale ladingen met chemicaliën, kunstmest, zout, enz.,
vervoert, let dan goed op of alles
goed is verpakt en afgesloten.
Wanneer u vaak op grindwegen rijdt, raden wij u aan spatlappen bij
ieder wiel te laten aanbrengen. Gebruik Touch Up Paint of een ge-
lijkwaardig product om krassen zo
snel mogelijk bij te werken. Uw er-
kende dealer heeft de lakstift die
overeenkomt bij uw lakkleur.
Verzorging van velgen en
wieldoppen
Alle wielen en wieldoppen moeten re-
gelmatig worden gereinigd met milde
zeep en water om corrosie tegen te
gaan. Dit geldt vooral wanneer een
coating van aluminium of chroom is
aangebracht. Gebruik een niet-
schurend en zuurvrij reinigingsmid-
del om hardnekkige modder en/of
overvloedige remstof te verwijderen.
Gebruik geen schuursponsen, staal-
wol, een harde borstel of metaalpoets.
Gebruik geen ovenreiniger. Maak
geen gebruik van automatische was-
straten waarin bijtende reinigingspro-
ducten of harde borstels worden ge-
bruikt. Deze kunnen de
beschermende coating van de velgen
beschadigen.
215
Page 224 of 257

bruik in geen geval reinigingsalcohol
of bijtende of schurende reinigings-
middelen. Verwijder de zeep met een
schone, vochtige doek.
2. Drogen met een zachte doek.
Verzorging van autogordels
Bleek of verf de gordels nooit en reinig
ze niet met chemische oplosmiddelen
of schurende reinigingsmiddelen. De
gordelband kan hierdoor worden aan-
getast. Ook zonnestraling kan de stof
aantasten.
Als u de gordels moet reinigen, ge-
bruik dan een lauw sopje van zachte
zeep. Verwijder de gordels hiertoe niet
uit de auto. Drogen met een zachte
doek.
Laat de gordels vervangen wanneer ze
rafels of slijtplekken vertonen of wan-
neer de gespsluitingen niet goed func-
tioneren.
BEKERHOUDERS IN DE
MIDDENCONSOLE
REINIGEN
Verwijderen
Pak het rubberen deel van de beker-
houder vast en trek hem omhoog.Reiniging
Leg de rubberen voering van de be-
kerhouder in een sopje van warm
kraanwater en een theelepel mild
vloeibaar vaatwasmiddel. Laat het
rubber ongeveer een uur weken. Haal
het rubber na een uur uit het water en
dompel het vervolgens nog een keer of
zes onder. Nog achtergebleven vuil zal
zo gemakkelijk loslaten. Spoel de voe-
ring grondig af onder warm stromend
water. Schud achtergebleven drup-
pels af en droog de buitenkant met
een schone en zachte doek.
Aanbrengen
Breng de voering in lijn met de beker-
houder en druk hem stevig naar bene-
den.
VERZORGING VAN
CABRIOLETDAK
LET OP!
Het negeren van de volgende waar-
schuwingen kan leiden tot water-
schade, vlekken of schimmel op het
materiaal van het dak:
(Vervolgd)
LET OP!(Vervolgd)
Vermijd wasstraten waar auto's
onder hoge druk worden gewas-
sen om beschadiging van het ma-
teriaal van het dak te voorkomen.
Bovendien kan bij een hoge water-
druk water de auto binnendringen
via de afdichtstrippen.
Voordat u het dak opent, moet u
eerst eventuele waterplassen op
het dak verwijderen en het dak
droogmaken. Als u het dak be-
dient of een portier of raam opent
terwijl het dak nat is, kan er water
in uw auto komen.
Was de auto altijd voorzichtig. Bij
waterdruk op de afdichtstrippen
kan er water de auto binnendrin-
gen.
Wij raden u aan om eventueel vuil
altijd zo snel mogelijk te verwijderen.
Als u het dak regelmatig schoon-
maakt, gaat het langer mee, blijft het
mooier en houdt u het makkelijker
schoon. Laat het dak niet te warm
worden. Zuig het dak en de opberg-
ruimte regelmatig schoon met een
stofzuiger.
217
Page 228 of 257

Locatie Patroonzekering MinizekeringOmschrijving
31 —10 A roodKoplampsproeier (voor bepaalde uitvoeringen/
landen)
32 30 A roze —Automatische uitschakeling (ASD), relais 1
33 —10 A roodRij schakelaars / diagnose-aansluiting / regel-
module aandrijflijn (PCM)
34 30 A roze —ABS-module (voor bepaalde uitvoeringen/
landen)/elektronisch stabiliteitsregelsysteem
ESP (voor bepaalde uitvoeringen/landen)
35 40 A groen —ABS-module (voor bepaalde uitvoeringen/
landen)/elektronisch stabiliteitsregelsysteem
ESP (voor bepaalde uitvoeringen/landen)
36 30 A roze —Module passagiersportier (PDM) / module be-
stuurdersportier (DDM)
37 —25 A blancoPower Top-module (voor bepaalde
uitvoeringen/landen)
LET OP!
Let erop dat de kap van de geïn
tegreerde voedingsmodule tijdens
het aanbrengen in de juiste stand
wordt geplaatst en volledig wordt
vergrendeld. Als dit wordt nagela-
ten, kan er water in de geïnte
greerde voedingsmodule komen,
waardoor mogelijk storing in het
elektrische systeem optreedt.
(Vervolgd)
LET OP!(Vervolgd)
Vervang zekeringen uitsluitend
door exemplaren met dezelfde
ampèrewaarde. Wanneer u een ze-
kering vervangt door een zekering
met een hogere ampèrewaarde,
kan het elektrische systeem ge-
vaarlijk overbelast raken. Als
nieuwe zekeringen met de juiste
ampèrewaarde meteen doorbran-
den, is er een defect in het circuit
dat gerepareerd moet worden.
221
Page 242 of 257

Periodieke controles
Na elke1.000 km of voorafgaand aan
lange ritten het volgende controleren
en indien nodig bijvullen:
koelvloeistof;
remvloeistof;
ruitensproeiervloeistof;
bandenspanning en staat van de banden;
werking van verlichting (koplam- pen, richtingaanwijzers, waarschu-
wingsknipperlichten, enz.);
werking van ruitenwissers/- sproeiers, stand en slijtage van
voor- en achterwisserbladen.
Na elke 3.000 km het motoroliepeil
controleren en indien nodig bijvullen. Gebruik van auto onder
zware omstandigheden
Als de auto hoofdzakelijk onder een
van de volgende omstandigheden
wordt gebruikt:
trekken van aanhanger of caravan;
stoffige wegen;
herhaaldelijke korte ritten (minder
dan 7-8 km) bij temperaturen on-
der het vriespunt;
motor draait vaak stationair, rijden van lange afstanden met lage snel-
heden of langere perioden zonder
gebruik.
U dient de volgende inspecties vaker
uit te voeren dan is aangegeven in het
onderhoudsschema:
remblokken vóór op conditie en slijtage contoleren;
controleren of sloten van motorkap en scharnieren schoon en vol-
doende gesmeerd zijn; visuele controle uitvoeren van con-
ditie van: motor, versnellingsbak,
pijpen en leidingen (uitlaat -
brandstofsysteem - remmen) en
rubberdelen (hoezen - manchetten
- bussen - enz.);
accustatus en het accuvloeistofni- veau (elektrolyt) controleren;
visuele controle uitvoeren van de conditie van de hulpaandrijfrie-
men;
motorolie controleren en indien no- dig verversen en oliefilter vervan-
gen;
pollenfilter controleren en indien nodig vervangen;
luchtfilter controleren en indien no- dig vervangen.
235
Page 248 of 257

Klokje instellen . . . . . . . . . . . 137
Kniebescherming . . . . . . . . . . . 33
Knipperlichten . . . . . . . . . . . 182Richtingaanwijzers
. . 52,103,224
Waarschuwings-
knipperlichten . . . . . . . . . . 182
Knipperlichten,
richtingaanwijzers . . . 52,103,224
Koelmiddel . . . . . . . . . . . . . . 204
Koelsysteem . . . . . . . . . . . . . 208 Belangrijke punten . . . . . . . 211
Controle . . . . . . . . . . . . . . 210
Inhoud
koelvloeistofreservoir . . . . . 225
Keuze van de koelvloeistof
(antivries) . . . . . . . 209,225,226
Koelvloeistof bijvullen
(antivries) . . . . . . . . . . . . . 209
Koelvloeistofpeil . . . . . 208,210
Oude koelvloeistof
verwijderen . . . . . . . . . . . . 210
Radiatordop . . . . . . . . . . . . 210
Vloeistof laten aflopen en
nieuw bijvullen . . . . . . . . . 209
Vuldop expansievat . . . . . . . 210
Koelvloeistof (antivries)
toevoegen . . . . . . . . . . . . . . . 209
Koelvloeistofdop
(Radiatorvuldop) . . . . . . . . . . 210 Kofferdeksel . . . . . . . . . . . . 22,23
Kofferdeksel, elektrische
ontgrendeling . . . . . . . . . . . . . 22
Kofferdeksel,
noodontgrendeling . . . . . . . . . . 23
Kofferdekselslot
Ontgrendeling, Noodgevallen . . 23
Kompas . . . . . . . . . . . . . . . . 131
Kompas kalibreren . . . . . . . . . 132
Kompas, afwijkingen . . . . . . . 132
Kompasafwijkingen . . . . . . . . 132
Koolstofmonoxide,
waarschuwing . . . . . . . . . . . . . 50
Koplampen . . . . . . . . . . . 100,223
Automatisch . . . . . . . . . . . 101
Grootlicht . . . . . . . . . . . . . 128
Grootlichtschakelaar/
dimmerschakelaar
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 103
Inschakelen met
ruitenwissers . . . . . . . . 101,107
Inschakelvertraging . . . . . . 101
Lampen vervangen . . . . . . . 223
Passeersignaal . . . . . . . . . . 103
Reiniging . . . . . . . . . . . . . . 216
Schakelaar . . . . . . . . . . . . . 100
Uitschakelvertraging . . . . . . 101
Verstelling . . . . . . . . . . . . . 104
Vervangen . . . . . . . . . . . . . 223 Waarschuwingssignaal
ingeschakelde lichten . . . . . 101
Krukkastontluchting . . . . . . . . 16
Laden van het voertuig . . 178,179
Lage
bandenspanningsysteem . . . . . 171
Lampje elektronische
snelheidsregeling . . . . . . . . . . 123
Lampjes . . . . . . . . . . . . . . 52,100 Accubesparing . . . . . . . . . . 105
Airbag . . . . . . . . . 36,39,51,120
Automatische koplampen . . 101
Bandenspannings-
controle . . . . . . . . . . . 125,171
Boordspanning . . . . . . . . . . 119
Buitenverlichting . . . . . . . . . 52
Diefstalalarm
(beveiliging) . . . . . . . . . . . 124
Dimschakelaar,
koplamp . . . . . . . . . . . 100,103
Elektronisch
Stabiliteitsprogramma
(ESP) . . . . . . . . . . . . . . . . 165
Grootlicht . . . . . . . . . . . . . 103
Grootlicht/dimmer . . . . . . . 103
Indicatielampje grootlicht . . 128
Instapverlichting . . . . . . . . . 16
Instrumentenpaneel . . . . . . 100
241