dashboard Lancia Musa 2009 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: LANCIA, Model Year: 2009, Model line: Musa, Model: Lancia Musa 2009Pages: 218, PDF Size: 7 MB
Page 98 of 218

97
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNI-
SCHE
GEGEVENS
ALFABE-
TISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN
BEDIENING
VEILIGHEID
SBR-systeem
De auto is uitgerust met het SBR-sys-
teem (Seat Belt Reminder), dat be-
staat uit een akoestisch waarschu-
wingssysteem dat, samen met het
knipperende lampje
schuwt als de veiligheidsgordel niet is
omlegd.
Het akoestische signaal kan tijdelijk
(totdat de motor wordt uitgezet) wor-
den uitgeschakeld. Ga hiervoor als
volgt te werk:
❒maak de veiligheidsgordel aan be-
stuurderszijde vast;
❒draai de contactsleutel in stand
MAR;
❒wacht langer dan 20 seconden en
maak dan ten minste een van de
veiligheidsgordels los.
Voor permanente uitschakeling, dient
u zich tot de Lancia-dealer te wenden.
Het SBR-systeem kan uitsluitend weer
worden ingeschakeld in het setup-
menu (zie de paragraaf “niet omge-
legde veiligheidsgordels” in het hoofd-
stuk “Lampjes en berichten”).HOOGTEVERSTELLING VAN DE
VEILIGHEIDSGORDELS VOOR
(indien aanwezig)
De hoogte van de gordel moet altijd
worden aangepast aan het postuur
van de inzittende: zo wordt de kans
op letsel bij een ongeval aanzienlijk
verkleind.
De gordel is goed afgesteld als hij over
de schouder halverwege tussen nek en
uiteinde van de schouder ligt.
Druk om de hoogte te regelen knop
A-fig. 4van het blokkeermechanisme
in en verplaats tegelijkertijd het be-
vestigingspunt B in de gewenste rich-
ting.
Bedenk dat achterpassa-
giers die geen gordel dra-
gen, tijdens een ernstig ongeval niet
alleen zelf aan gevaar worden
blootgesteld maar ook gevaar op-
leveren voor de inzittenden voor.
ATTENTIE
fig. 4L0D0128m
De veiligheidsgordels mo-
gen alleen worden versteld
als de auto stilstaat.
ATTENTIE
Controleer na het afstellen
altijd of de beugel vergren-
deld is in een van de vaste standen.
Laat hiervoor de knop los en trek
de gordel omlaag, zodat het beves-
tigingspunt blokkeert, als dit nog
niet heeft plaatsgevonden.
ATTENTIE
Page 99 of 218

98
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNI-
SCHE
GEGEVENS
ALFABE-
TISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN
BEDIENING
VEILIGHEID
GEBRUIK VAN DE
VEILIGHEIDSGORDEL VAN DE
ZITPLAATS MIDDENACHTER
De veiligheidsgordel is uitgerust met
twee sluitingen en twee gespen.
Voor het gebruik van de veiligheids-
gordel moet u de gespen uit de zittin-
gen Hen P-fig. 5van de rolautomaat
halen en de gordel voorzichtig en rus-
tig uittrekken om te voorkomen dat
de gordelband draait. Druk vervol-
gens de gesp G-fig. 6in de sluiting L
die voorzien is van een knop M.
Om de gordel om te leggen, moet de
gordel nog iets verder worden uitge-
trokken en de gesp I-fig. 6in de slui-
ting Nworden gestoken.
Gordel losmaken: druk op de knop O-
fig. 6. Begeleid de gordel tijdens het
teruglopen om te voorkomen dat de
gordelband draait.
Bagageruimte vergroten: maak de
sluiting los door op de knop M-fig. 6
te drukken en begeleid de gordel tij-
dens het teruglopen om te voorkomen
dat de gordelband draait; plaats de
gesp Iin de zitting P-fig. 5en de gesp
G-fig. 6in de zitting H-fig. 5 in de
rolautomaat.
BELANGRIJK Als de zitplaatsen weer
in de normale stand staan, moet de
gordel weer gebruiksklaar zijn (zoals
hiervoor beschreven).
fig. 5L0D0311m
fig. 6L0D0310m
Bedenk dat achterpassa-
giers die geen gordel dra-
gen, tijdens een ernstig ongeval niet
alleen zelf aan gevaar worden
blootgesteld maar ook gevaar op-
leveren voor de inzittenden voor.
ATTENTIE
Page 100 of 218

99
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNI-
SCHE
GEGEVENS
ALFABE-
TISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN
BEDIENING
VEILIGHEID
GORDELSPANNERS
Voor een nog effectievere bescherming
zijn de veiligheidsgordels voor van de
auto voorzien van gordelspanners. Dit
systeem trekt bij een heftige botsing
de gordel enige centimeters aan. Op
deze wijze worden de inzittenden veel
beter op hun plaats gehouden en
wordt de voorwaartse beweging be-
perkt.
Het blokkeren van de veiligheidsgor-
del geeft aan dat de gordelspanner in
werking is geweest; de gordel wordt
niet meer opgerold, ook niet als hij
wordt begeleid.De gordelspanner werkt
slechts eenmaal. Als de
gordelspanners hebben gewerkt,
moet u zich tot de Lancia-dealer
wenden om ze te laten vervangen.
De geldigheid van het systeem
staat vermeld op een plaatje dat
zich in het bovenste dashboard-
kastje aan passagierszijde bevindt:
laat voor het verstrijken van deze
termijn het systeem door de Lan-
cia-dealer vervangen.
ATTENTIE
Werkzaamheden waarbij
stoten, sterke trillingen
of verhitting (maximaal
100°C gedurende ten hoog-
ste 6 uur) optreden, kunnen de
gordelspanners beschadigen of acti-
veren: bij die omstandigheden horen
niet trillingen die voortgebracht
worden door een slecht wegdek of
door contacten met kleine obstakels
zoals trottoirbanden. Wendt u altijd
tot de Lancia-dealer.
BELANGRIJK Voor een maximale be-
scherming door de gordelspanner
moet de veiligheidsgordel zo worden
omgelegd dat hij goed aansluit op
borst en bekken.
Er kan een beetje rook ontsnappen.
Deze rook is niet schadelijk en duidt
niet op brand.
De gordelspanner behoeft geen enkel
onderhoud of smering.
Elke verandering van de oorspronke-
lijke staat zal de doelmatigheid ver-
minderen.
Als de gordelspanner door extreme
natuurlijke omstandigheden (bijv.
overstromingen, vloedgolven) met wa-
ter en modder in contact is geweest,
dan moet de spanner worden vervan-
gen.
Page 101 of 218

100
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNI-
SCHE
GEGEVENS
ALFABE-
TISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN
BEDIENING
VEILIGHEID
TREKKRACHTBEGRENZERS
Om de bescherming van de inzitten-
den bij een ongeval te vergroten, zijn
de oprolautomaten van de gordels
voor voorzien van trekkrachtbegren-
zers die tijdens een frontale aanrijding
de piekbelasting op de borst en schou-
ders beperken.ALGEMENE OPMERKINGEN
OVER HET GEBRUIK VAN
VEILIGHEIDSGORDELS
De bestuurder is verplicht zich te hou-
den aan de wettelijke voorschriften
met betrekking tot het verplichte ge-
bruik van de veiligheidsgordels (en de
inzittenden erop attent te maken).
Leg de veiligheidsgordel altijd om
voordat u vertrekt.
Ook vrouwen die in verwachting zijn
moeten een gordel dragen: ook voor
hen (zowel voor de aanstaande moe-
der als het kind) is de kans op letsel
bij een ernstig ongeval kleiner als ze
een gordel dragen.
Uiteraard moeten zwangere vrouwen
het onderste deel van de gordel meer
naar beneden omleggen, zodat de gor-
del over het bekken en onder de buik
langs loopt (zoals in fig. 7is aange-
geven).
fig. 7L0D0133m
fig. 8L0D0134m
fig. 9L0D0135m
De gordelband mag nooit
gedraaid zijn. Het diagonale
gordelgedeelte moet via het midden
van de schouder schuin over de borst
liggen. Het horizontale gordelgedeelte
moet over het bekken en niet over de
buik liggen. Gebruik geen voorwer-
pen (wasknijpers, klemmen enz.) die
een goed aansluiten van de gordel op
het lichaam verhinderen.
ATTENTIE
Het is streng verboden on-
derdelen van de veilig-
heidsgordels of gordelspanners te
demonteren of open te maken.
Werkzaamheden aan de veilig-
heidsgordels en gordelspanners
moeten worden uitgevoerd door ge-
kwalificeerd personeel. Wendt u
altijd tot de Lancia-dealer.
ATTENTIE
Voor maximale veiligheid
moet u de rugleuning
rechtop zetten, tegen de leuning aan
gaan zitten en de gordel goed laten
aansluiten op borst en bekken.
Draag altijd veiligheidsgordels zo-
wel voor als achter in de auto! Rij-
den zonder veiligheidsgordels ver-
groot het risico op ernstig letsel of
dodelijke afloop bij een ongeval.
ATTENTIE
Page 102 of 218

101
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNI-
SCHE
GEGEVENS
ALFABE-
TISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN
BEDIENING
VEILIGHEID
HOE U DE
VEILIGHEIDSGORDELS IN
OPTIMALE STAAT HOUDT
❒Zorg dat de gordel goed uitge-
trokken en niet gedraaid is; con-
troleer ook of de oprolautomaat
zonder haperingen werkt.
❒Vervang de gordels na een onge-
val, ook al zijn ze ogenschijnlijk
niet beschadigd. Vervang de gor-
dels ook als de gordelspanners in
werking zijn geweest.
❒U kunt de gordels met de hand
wassen met water en een neutrale
zeep. Spoel ze uit en laat ze in de
schaduw drogen. Gebruik geen
bijtende, blekende of kleurende
middelen. Vermijd het gebruik van
alle chemische producten die het
weefsel van de gordel kunnen aan-
tasten.
❒Voorkom dat vocht in de oprol-
automaat komt: de werking van
de oprolautomaten is alleen gega-
randeerd, als ze niet nat zijn ge-
weest.
❒Vervang de gordel bij tekenen van
slijtage of beschadigingen.KINDEREN VEILIG
VERVOEREN
Voor optimale bescherming bij een
ongeval moeten alle inzittenden zit-
tend reizen en beschermd worden
door goedgekeurde veiligheidssyste-
men.
Dit geldt met name voor kinderen.
Dit is een wettelijk voorschrift volgens
richtlijn 2003/20/EU in alle lidstaten
van de Europese Unie.
Het hoofd van kleine kinderen is in
verhouding met de rest van het li-
chaam groter en zwaarder dan dat
van volwassenen, terwijl spieren en
botstructuur nog niet volledig zijn
ontwikkeld. Daarom moeten kleine
kinderen door andere systemen be-
schermd worden dan door de veilig-
heidsgordels.
Als de gordel aan een
zware belasting wordt
blootgesteld (bijvoorbeeld tijdens
een ongeval), dan moet de gordel
samen met de verankeringen, be-
vestigingspunten en de gordelspan-
ner worden vervangen. Ook als de
schade niet zichtbaar is, dan kan
de gordel toch verzwakt zijn.
ATTENTIE
Iedere gordel dient slechts
ter bescherming van een
enkel persoon: gebruik de gordel
niet voor een kind dat bij een vol-
wassene op schoot zit, waarbij de
gordel beiden zou moeten bescher-
men. Plaats bovendien geen enkel
voorwerp tussen de gordel en het
lichaam van een inzittende.
ATTENTIE
Page 103 of 218

102
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNI-
SCHE
GEGEVENS
ALFABE-
TISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN
BEDIENING
VEILIGHEID
De resultaten van onderzoek naar de
optimale bescherming van kleine kin-
deren zijn verwerkt in de Europese
ECE/R44-voorschriften die wettelijk
verplicht zijn. De systemen zijn on-
derverdeeld in vijf groepen:
Groep 0 gewicht tot aan 10 kg
Groep 0+ gewicht tot aan 13 kg
Groep 1 gewicht: 9-18 kg
Groep 2 gewicht: 15-25 kg
Groep 3 gewicht: 22-36 kg
Zoals u ziet is er een gedeeltelijke
overlapping tussen de groepen;
daarom zijn in de handel systemen
verkrijgbaar die geschikt zijn voor
verschillende gewichtsgroepen.
Alle systemen moeten zijn voorzien
van de typegoedkeuring en van een
goed vastgehecht plaatje met het con-
trolemerk, dat absoluut niet mag wor-
den verwijderd.
Kinderen met een lengte van meer
dan 1,50 m worden, met betrekking
tot de veiligheidssystemen, gelijkge-
steld met volwassenen en moeten dan
ook normaal de veiligheidsgordels
omleggen.
In het Lancia Lineaccessori-pro-
gramma zijn kinderzitjes opgenomen
voor elke gewichtsgroep. Deze zijn
speciaal ontworpen en ontwikkeld
voor de Lancia-modellen.
ZEER GEVAARLIJK:
Monteer absoluut geen
kinderzitje achterstevoren op de
passagiersstoel voor als de front-
airbag aan passagierszijde is in-
geschakeld. Als bij een ongeval de
airbag in werking treedt (op-
blaast), kan dit ernstig letsel en
zelfs de dood tot gevolg hebben. Wij
raden u aan kinderen altijd op de
zitplaatsen achter te vervoeren,
omdat die plaatsen bij een ongeval
de meeste bescherming bieden.
Kinderzitjes moeten dus niet op de
zitplaats voor gemonteerd worden
bij auto’s die zijn uitgerust met een
airbag aan passagierszijde. Als de
airbag in werking treedt (op-
blaast), kan dit ernstig letsel en
zelfs de dood tot gevolg hebben, on-
afhankelijk van de zwaarte van het
ongeluk.
ATTENTIE
Indien noodzakelijk kun-
nen kinderen op de passa-
giersstoel voor worden
vervoerd bij auto’s die zijn
uitgerust met een uitscha-
kelbare frontairbag aan
passagierszijde. In dit geval moet
u er absoluut zeker van zijn dat de
airbag is uitgeschakeld door te
controleren of het gele waarschu-
wingslampje op het instrumenten-
paneel brandt (zie “Frontairbag
aan passagierszijde” in de para-
graaf “Frontairbags en zij-air-
bags”). Bovendien moet de stoel zo
ver mogelijk naar achteren zijn ge-
schoven om te voorkomen dat het
kinderzitje eventueel in aanraking
komt met het dashboard.
ATTENTIE
Page 104 of 218

103
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNI-
SCHE
GEGEVENS
ALFABE-
TISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN
BEDIENING
VEILIGHEID
GROEP 0 en 0+ fig. 10
Baby’s tot 13 kg moeten in wiegjes
worden vervoerd die achterstevoren
zijn geplaatst, waardoor het achter-
hoofd wordt gesteund en bij plotseling
remmen de nek niet wordt belast.
Het wiegje moet op zijn plaats worden
gehouden door de veiligheidsgordel
van de auto, en het kind moet op zijn
beurt worden beschermd door de gor-
dels van het wiegje zelf.GROEP 1 fig. 11
Kinderen met een gewicht tussen 9 en
18 kg moeten worden vervoerd in
kinderzitjes met een kussen die naar
voren zijn gekeerd, waarbij de veilig-
heidsgordel van de auto zowel het
kinderzitje als het kind op zijn plaats
moet houden.
fig. 11L0D0137mfig. 12L0D0138mfig. 10L0D0136m
De afbeelding dient alleen ter illustratie van de bevestiging. Houdt
u voor de montage van het kinderzitje aan de instructies. De fa-
brikant is verplicht deze instructies bij te leveren.
ATTENTIE
Er bestaan kinderzitjes die geschikt zijn voor de gewichtsgroepen 0 en
1 die uitgerust zijn met een bevestigingspunt achter. Deze kinderzitjes
hebben zelf gordels om het kind te beschermen. Vanwege het gewicht kan het
gevaarlijk zijn als ze verkeerd worden gemonteerd (bijvoorbeeld als een kus-
sen tussen het kinderzitje en de veiligheidsgordels van de auto wordt geplaatst).
Houdt u voor de montage strikt aan de bijgeleverde instructies.
ATTENTIE
GROEP 2 fig. 12
Kinderen met een gewicht tussen 15
en 25 kg kunnen direct door de vei-
ligheidsgordels van de auto worden
beschermd. Kinderen moeten zo in de
kinderzitjes worden geplaatst, dat het
diagonale gordelgedeelte schuin over
de borst en niet langs de nek ligt. Het
horizontale gordelgedeelte moet over
het bekken en niet over de buik van
het kind liggen.
De afbeelding dient alleen
ter illustratie van de be-
vestiging. Houdt u voor de montage
van het kinderzitje aan de instruc-
ties. De fabrikant is verplicht deze
instructies bij te leveren.
ATTENTIE
Page 105 of 218

104
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNI-
SCHE
GEGEVENS
ALFABE-
TISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN
BEDIENING
VEILIGHEID
fig. 13L0D0139m
GROEP 3 fig. 13
Bij kinderen met een gewicht tussen
22 en 36 kg is de borstomvang van
dien aard dat ze niet meer in een kin-
derzitje hoeven te worden vervoerd.
In de figuur wordt een voorbeeld ge-
geven van de juiste positie van het
kind op de achterbank.
Kinderen die langer zijn dan 1,50 m
kunnen net zoals volwassenen de vei-
ligheidsgordels omleggen.
De afbeelding dient alleen
ter illustratie van de be-
vestiging. Houdt u voor de montage
van het kinderzitje aan de instruc-
ties. De fabrikant is verplicht deze
instructies bij te leveren.
ATTENTIE
GESCHIKTHEID VAN DE ZITPLAATSEN VOOR HET GEBRUIK VAN
DE KINDERZITJES
De auto voldoet aan de nieuwe Europese 2000/3/EU-richtlijnen voor de montage
van kinderzitjes op de verschillende plaatsen in de auto. Zie de volgende tabel:
ZITPLAATS
Groep Gewicht Passagier Passagier Passagier
voor achter in het midden
aan de zijkant (indien
aanwezig)
Groep 0, 0+ tot 13 kg U U *
Groep 1 9-18 kg U U *
Groep 2 15-25 kg U U *
Groep 3 22-36 kg U U *
Legenda:
U = geschikt voor “Universele” kinderzitjes overeenkomstig de Europese
ECE/R44-voorschriften voor de aangegeven “groepen”.
* Op de middelste zitplaats achter kan geen enkel type kinderzitje worden ge-
monteerd.
Page 106 of 218

105
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNI-
SCHE
GEGEVENS
ALFABE-
TISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN
BEDIENING
VEILIGHEID
Hieronder zijn de richtlijnen
voor een veilig vervoer van
kinderen aangegeven. U dient
zich hieraan te houden.
❒Plaats het kinderzitje bij voorkeur
op een van de zitplaatsen achter
omdat deze plaatsen bij een onge-
val de meeste bescherming bieden.
❒Als de frontairbag aan passagiers-
zijde (indien aanwezig) buiten
werking wordt gesteld, moet altijd
gecontroleerd worden of het be-
treffende gele lampje “op het in-
strumentenpaneel continu brandt.
❒Houdt u bij de montage van het
kinderzitje strikt aan de instruc-
ties. De fabrikant is verplicht deze
instructies bij te leveren. Bewaar
de instructies samen met het in-
structieboekje in de auto. Monteer
geen gebruikte kinderzitjes waar-
van de gebruiksaanwijzingen ont-
breken.
❒Controleer of de gordels goed zijn
vastgemaakt door aan de gordel-
band te trekken.❒Ieder veiligheidssysteem is bedoeld
voor slechts één kind: vervoer
nooit twee kinderen in één sys-
teem.
❒Controleer altijd of de gordel niet
langs de nek van het kind loopt.
❒Zorg er tijdens de rit voor dat het
kind geen afwijkende houding
aanneemt of de gordels losmaakt.
❒Vervoer kinderen nooit in uw ar-
men, ook geen pasgeboren kinde-
ren. Niemand is sterk genoeg om
ze bij een ongeval vast te houden.
❒Na een ongeval moet het zitje door
een nieuw exemplaar worden ver-
vangen. MONTAGEVOOR-
BEREIDING VOOR
ISOFIX-
KINDERZITJE
De auto is voorbereid op de montage
van “Isofix Universeel”-kinderzitjes;
een nieuw gestandaardiseerd Euro-
pees systeem voor het vervoeren van
kinderen.
Er kan ook een mengvorm worden
gekozen, een traditioneel kinderzitje
en een Isofix-kinderzitje.
In fig. 14is een voorbeeld gegeven
van het kinderzitje.
Het Isofix Universeel-kinderzitje is er
voor de gewichtsgroep: 1.
Voor de andere groepen is er een spe-
cifiek Isofix-kinderzitje dat alleen kan
worden gebruikt als het speciaal voor
deze auto is ontworpen, getest en
goedgekeurd (zie de lijst met auto’s
die bij het kinderzitje geleverd wordt).
Monteer absoluut geen kin-
derzitje op de voorstoel aan
de passagierszijde als deze is uit-
gerust met een airbag, omdat kin-
deren nooit op de voorstoel vervoerd
mogen worden.
ATTENTIE
Page 107 of 218

106
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNI-
SCHE
GEGEVENS
ALFABE-
TISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN
BEDIENING
VEILIGHEID
fig. 14L0C0425m
Vanwege het verschillende bevesti-
gingssysteem, moet het kinderzitje
aan de daarvoor bestemde onderste
metalen beugels A-fig. 15worden be-
vestigd. Deze bevinden zich tussen de
rugleuning en zitting van de achter-
bank. Bevestig daarna de bovenste
gordel (bij het kinderzitje geleverd)
aan de beugel D-fig. 16aan de ach-
terzijde van de rugleuning bij het kin-
derzitje.
fig. 15L0C0140m
Bedenk dat bij Isofix Universeel-kin-
derzitjes, alle zitjes gebruikt kunnen
worden die goedgekeurd zijn volgens
de ECE R44/03-richtlijn “Isofix Uni-
verseel”.In het Lancia Lineaccessori-pro-
gramma is een “Duo Plus” Isofix Uni-
verseel-kinderzitje beschikbaar.
Zie voor meer informatie over de
montage en/of het gebruik van het
kinderzitje, de “Gebruiksaanwijzing”
die bij het kinderzitje wordt geleverd.
fig. 16L0D0143m
Monteer het kinderzitje al-
leen als de auto stilstaat.
Het kinderzitje is op de juiste wijze
aan de beugels bevestigd als u het
hoort vergrendelen. Houdt u in ie-
der geval aan de instructies voor de
montage, de demontage en de
plaatsing. De fabrikant van het
kinderzitje is verplicht deze in-
structies bij te leveren.
ATTENTIE