air condition MAZDA MODEL 6 2015 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: MAZDA, Model Year: 2015, Model line: MODEL 6, Model: MAZDA MODEL 6 2015Pages: 841, PDF Size: 7.87 MB
Page 460 of 841

qOntdooien en ontwasemen van de
voorruit
Druk op de
voorruitontwasemingsschakelaar.
In deze stand wordt de stand voor aanvoer
van buitenlucht automatisch gekozen en
wordt de airconditioning automatisch
ingeschakeld. De airconditioning voert
dan ontvochtig de lucht naar de voorruit
en de zijruiten (pagina 5-4). De
hoeveelheid luchtstroming zal toenemen.
WAARSCHUWING
Zet bij het ontwasemen de
temperatuurregelaar in de stand voor
hete of warme lucht (stand):
Gebruik van de stand
met de
temperatuurregelaar in de stand voor
koude lucht is gevaarlijk, aangezien
dit het beslaan van de voorruit kan
veroorzaken. Uw uitzicht wordt dan
belemmerd, hetgeen een ernstig
ongeluk tot gevolg kan hebben.
OPMERKING
Gebruik de temperatuurregelknop om
de temperatuur van de luchtstroom te
verhogen en de ruit sneller te
ontwasemen.
qZonlicht/Temperatuursensor
De functie van de volautomatische
airconditioning meet de binnen- en
buitentemperatuur en het zonlicht. Op
basis hiervan wordt vervolgens de
temperatuur van het interieur ingesteld.
OPGELET
Zorg ervoor dat geen van de sensors
gehinderd wordt, anders zal de
automatische airconditioning niet juist
functioneren.
Zonlichtsensor
Interieurtemperatuursensor
5-14
Interieurvoorzieningen
Klimaatregelsysteem
Page 559 of 841

OPMERKING
lHet Bluetooth®handsfree systeem is
gebruiksklaar enkele seconden nadat
het contact op ACC of ON is gezet
(minder dan 15 seconden vereist).
lBij bediening van de audio-installatie
of de airconditioning kunnen tijdens
het gebruik van Bluetooth
®
handsfree de pieptonen of de
gesproken begeleiding (audio-
installatie) niet worden gehoord.
Begeleiding
In de begeleiding wordt het gebruik van
Bluetooth
®handsfree verklaard. Doe het
volgende om de begeleiding te activeren:
1. Druk de opnementoets of sprekentoets
kort in.
2.Zeg:[Geluidssignaal]“Handleiding”
3. Volg de prompts voor het verkrijgen
van de juiste gesproken begeleiding.
Opdrachten die tijdens
spraakherkenning steeds gebruikt
kunnen worden
“Help”of“Terug”zijn opdrachten die
tijdens spraakherkenning steeds kunnen
worden gebruikt.
Gebruik van de helpfunctie
De helpfunctie informeert de gebruiker
over alle beschikbare spraakopdrachten
onder de huidige omstandigheden.
1.Zeg:[Geluidssignaal]“Help”
2. Volg de prompts voor het verkrijgen
van de juiste gesproken begeleiding.Terug naar vorige bedieningsmodus
Deze opdracht is om vanuit de
spraakherkenningsmodus terug te keren
naar de vorige bedieningsmodus.
Zeg:[Geluidssignaal]“Terug”
Let op de volgende punten om
vermindering van de spraakherkenning
en spraakkwaliteit te voorkomen:
lTijdens de gesproken begeleiding of
het klinken van de zoemer is gebruik
van de spraakherkenning niet
mogelijk. Wacht totdat de gesproken
begeleiding of de pieptoon is
beëindigd alvorens uw opdrachten
uit te spreken.
lDialecten of een andere bewoording
dan de handsfree oproepen kunnen niet
door de spraakherkenning worden
herkend. Spreek in de bewoording
zoals voorgeschreven door de
spraakopdrachten.
lHet is niet nodig recht voor de
microfoon te gaan zitten of er naar toe
over te leunen. Spreek de
spraakopdrachten uit en houd daarbij
een veilige rijpositie aan.
lSpreek niet te langzaam of te luid.
lSpreek duidelijk, zonder te pauzeren
tussen woorden en getallen.
lSluit bij gebruik van Bluetooth®
handsfree de ramen en/of het schuifdak
om harde geluiden van buiten de auto
te verminderen of stel de luchtstroming
van het airconditioningsysteem lager
af.
lZorg er voor dat de luchtroosters de
luchtstroom niet omhoog naar de
microfoon richten.
Interieurvoorzieningen
Bluetooth®
5-113
Page 567 of 841

lBedien de commanderschakelaar of de
middendisplay (alleen wanneer de auto
stilstaat).
Overslaan van de gesproken
begeleiding (voor sneller gebruik)
Druk de sprekentoets in en laat deze los.
Storingzoeken voor spraakherkenning
Zeg“Instructieprogramma”of“Help”als
u in de spraakherkenningsmodus een
bedieningsmethode niet begrijpt.
Opdrachten die tijdens
spraakherkenning steeds gebruikt
kunnen worden
“Ga terug”en“Annuleren”zijn
opdrachten die tijdens spraakherkenning
steeds kunnen worden gebruikt.
Terug naar vorige bedieningsmodus
Zeg“Ga terug”in de
spraakherkenningsmodus om terug te
keren naar de vorige bediening.
Annuleren
Zeg“Annuleren”in de
spraakherkenningsmodus om het
Bluetooth
®handsfree-systeem op de
standbymodus in te stellen.
Let op de volgende punten om
vermindering van de spraakherkenning
en spraakkwaliteit te voorkomen:
lTijdens de gesproken begeleiding of
het klinken van de zoemer is gebruik
van de spraakherkenning niet
mogelijk. Wacht totdat de gesproken
begeleiding of de pieptoon is
beëindigd alvorens uw opdrachten
uit te spreken.
lOpdrachten die verband houden met de
telefoon zijn alleen beschikbaar
wanneer uw telefoon is aangesloten via
Bluetooth
®. Zorg er voor dat uw
telefoon via Bluetooth®is aangesloten
alvorens u gesproken opdrachten geeft
die verband houden met de telefoon.
lOpdrachten voor muziekweergave,
zoals Artiest afspelen en Album
afspelen kunnen alleen in de USB
audiomodus gebruikt worden.
lSpreek niet te langzaam of te luid (geen
luide stem).
lSpreek duidelijk, zonder te pauzeren
tussen woorden en getallen.
lDialecten of een andere bewoording
dan de handsfree oproepen kunnen niet
door de spraakherkenning worden
herkend. Spreek in de bewoording
zoals voorgeschreven door de
spraakopdrachten.
lHet is niet nodig recht voor de
microfoon te gaan zitten of er naar toe
over te leunen. Spreek de
spraakopdrachten uit en houd daarbij
een veilige rijpositie aan.
lSluit bij gebruik van Bluetooth®
handsfree de ramen en/of het schuifdak
om harde geluiden van buiten de auto
te verminderen of stel de luchtstroming
van het airconditioningsysteem lager
af.
lZorg er voor dat de luchtroosters de
luchtstroom niet omhoog naar de
microfoon richten.
Interieurvoorzieningen
Bluetooth®
5-121
Page 607 of 841

Problemen die verband houden met de spraakherkenning
Probleem Oorzaak Oplossingsmethode
Slechte spraakherkenning
lBuitengewoon langzame spraak.
lBuitengewoon harde spraak
(schreeuwen).
lSpreken alvorens de pieptoon is
beëindigd.
lHarde geluiden
(gepraat of lawaai van buiten/bin-
nen de auto).
lLuchtstroom van airconditioning
blaast tegen de microfoon.
lSpreken in niet-standaard
uitdrukkingen (dialect).Betreffende de oorzaken die links
worden aangegeven, letten op de
manier waarop u spreekt. Ook
wanneer getallen achter elkaar
worden uitgesproken verbetert de
spraakherkenning als er tussen de
getallen geen pauze wordt ingelast. Verkeerde herkenning van nummers
Slechte spraakherkenning Er is een defect in de microfoon.Er is mogelijk een slechte verbinding
of een defect in de microfoon.
Raadpleeg een deskundige
reparateur, bij voorkeur een officiële
Mazda reparateur.
Spraakherkenning verband houdend
met de telefoon is uitgeschakeldEr is een probleem met de
verbinding tussen de Bluetooth
®
eenheid en het apparaat.Controleer op problemen met de
paring van de apparatuur of met de
verbinding, als er na het controleren
van de paringsituatie een defect is.
Namen in het telefoonboek worden
niet gemakkelijk herkendHet Bluetooth
®systeem is in een
toestand welke herkenning moeilijk
maakt.Door het nemen van de volgende
maatregelen wordt de
spraakherkenning verbeterd.
lWis het geheugen uit een
telefoonboek dat niet vaak
gebruikt wordt.
lVermijd verkorte namen, gebruik
volledige namen.
(Herkenning verbetert naarmate
de naam langer is. Door geen na-
men te gebruiken als“Moeder”,
“Vader”, wordt de herkenning
verbeterd.)
Bij bediening van de audio, wordt de
naam van een muziekstuk niet
herkend.Namen van muziekstukken kunnen
door de spraakherkenning niet
worden herkend.―
U wilt de begeleiding overslaan―De begeleiding kan overgeslagen
worden door de sprekentoets snel in
te drukken en los te laten.
Interieurvoorzieningen
Bluetooth®
5-161
Page 628 of 841

Opmerkingen:
*1 Inspecteer in onderstaande landen de bougies elke 10.000 km of 12 maanden alvorens deze bij de genoemde
interval te vernieuwen.
Albanië, Bosnië en Herzegovina, Bulgarije, Kroatië, Letland, Macedonië, Moldavië, Montenegro, Roemenië,
Servië, Oekraïne
*2 Indien de auto gebruikt wordt in gebieden met veel zand of stof, dient het luchtfilter vaker gereinigd en indien
nodig vernieuwd te worden dan bij de normaal aanbevolen intervallen.
*3 Voer de correctie voor de hoeveelheid brandstofinspuiting uit.
*4 Tap het water in het brandstofsysteem af als het indikatielampje AAN is.
*5 De aandrijfriemen van de airconditioning, indien voorzien, eveneens inspecteren.
Indien de auto hoofdzakelijk onder de volgende omstandigheden gebruikt wordt, de aandrijfriemen elke
20.000 km of 12 maanden inspecteren.
a) Gebruik in bijzonder stoffige gebieden
b) Wanneer men de motor vaak langdurig stationair laat draaien of veelvuldig met lage snelheden rijdt
c) Bij het rijden gedurende lange perioden bij lage buitentemperaturen of het regelmatig rijden van korte
afstanden
d) Rijden bij extreme hitte
e) Voortdurend rijden in bergachtige gebieden
*6 Alleen in bepaalde landen van Europa kan er bij SKYACTIV-G 2.0 EN SKYACTIV-G 2.5 voertuigen een
flexibele instelling worden geselecteerd. Raadpleeg een officiële Mazda reparateur voor details. Een flexibele
instelling kan worden ingesteld als het voertuig hoofdzakelijk wordt gebruikt op plaatsen waar geen van
onderstaande condities van toepassing zijn.
a) Gebruiksdoel van het voertuig is als politieauto, taxi of rijschoolauto.
b) Gebruik in bijzonder stoffige gebieden
c) Wanneer men de motor vaak langdurig stationair laat draaien of veelvuldig met lage snelheden rijdt
Als flexibel onderhoud wordt geselecteerd, berekent het voertuig de resterende gebruiksduur van de olie op
basis van de gebruiksomstandigheden van de motor en wordt u op de hoogte gesteld wanneer een
olieverversingsbeurt nodig is door het oplichten van het moersleutelindikatielampje in de instrumentengroep.
Vervang de motorolie en het filter wanneer het bericht/moersleutelindikatielampje verschijnt. Deze dienen
tenminste eenmaal per jaar of binnen de 20.000 km nadat de motorolie en het filter de laatste keer zijn
vervangen vernieuwd te worden.
Het systeem moet telkens wanneer de motorolie is vernieuwd worden teruggesteld, ongeacht het verschijnen
van het bericht/moersleutelindikatielampje.
*7 Indien de auto hoofdzakelijk onder de volgende omstandigheden gebruikt wordt, is het aan te bevelen elke
10.000 km of korter de motorolie te verversen en het oliefilter te vernieuwen.
a) Gebruiksdoel van het voertuig is als politieauto, taxi of rijschoolauto.
b) Gebruik in bijzonder stoffige gebieden
c) Wanneer men de motor vaak langdurig stationair laat draaien of veelvuldig met lage snelheden rijdt
d) Bij het rijden gedurende lange perioden bij lage buitentemperaturen of het regelmatig rijden van korte
afstanden
e) Rijden bij extreme hitte
f) Voortdurend rijden in bergachtige gebieden
*8 Bij SKYACTIV-D 2.2, na het verversen van de motorolie de motoroliegegevens terugstellen.
*9 Bij het vervangen van de motorkoelvloeistof wordt het gebruik van FL-22 aanbevolen. Gebruik van andere
motorkoelvloeistof dan FL-22 kan ernstige schade aan de motor en het koelsysteem toebrengen.
*10 Inspecteer het elektrolietniveau van de accu, het soortelijk gewicht en het uiterlijk van de accu. Bij de
onderhoudsvrije accu is alleen een inspectie van het uiterlijk vereist.
*11 Indien u een intensief gebruik van de remmen maakt (bijvoorbeeld, regelmatig met hoge snelheid of in
berggebieden rijdt), of wanneer de auto in zeer vochtige klimaten gebruikt wordt, de remvloeistof jaarlijks
verversen.
6-6
Onderhoud en verzorging
Periodieke onderhoudsbeurten
Page 631 of 841

OnderhoudsfrequentieAantal maanden of kilometers,naargelang de situatie welke zich het eerst
voordoet
Maanden 12 24 36 48 60 72 84 96 108 120 132 144
×1000 km 15 30 45 60 75 90 105 120 135 150 165 180
Cabineluchtfilter (indien voorzien)RRRRRRRRRRRR
Banden (inclusief reservewiel)
(met afstelling van de bandenspanning)
*7IIIIIIIIIIII
Tabelsymbolen:
I:Inspecteren: Inspecteren en reinigen, repareren, afstellen, bijvullen of indien nodig vernieuwen.
R:Vernieuwen
C:Reinigen
T:Vastdraaien
Opmerkingen:
*1 De aandrijfriemen van de airconditioning, indien voorzien, eveneens inspecteren.
Indien de auto hoofdzakelijk onder de volgende omstandigheden gebruikt wordt, de aandrijfriemen elke
10.000 km of korter inspecteren.
a) Gebruik in bijzonder stoffige gebieden
b) Wanneer men de motor vaak langdurig stationair laat draaien of veelvuldig met lage snelheden rijdt
c) Bij het rijden gedurende lange perioden bij lage buitentemperaturen of het regelmatig rijden van korte
afstanden
d) Rijden bij extreme hitte
e) Voortdurend rijden in bergachtige gebieden
*2 Indien de auto hoofdzakelijk onder de volgende omstandigheden gebruikt wordt, is het aan te bevelen elke
10.000 km of korter de motorolie te verversen en het oliefilter te vernieuwen.
a) Gebruik in bijzonder stoffige gebieden
b) Wanneer men de motor vaak langdurig stationair laat draaien of veelvuldig met lage snelheden rijdt
c) Bij het rijden gedurende lange perioden bij lage buitentemperaturen of het regelmatig rijden van korte
afstanden
d) Rijden bij extreme hitte
e) Voortdurend rijden in bergachtige gebieden
*3 Indien de auto gebruikt wordt in gebieden met veel zand of stof, dient het luchtfilter vaker gereinigd en indien
nodig vernieuwd te worden dan bij de normaal aanbevolen intervallen.
*4 Bij het vervangen van de motorkoelvloeistof wordt het gebruik van FL-22 aanbevolen. Gebruik van andere
motorkoelvloeistof dan FL-22 kan ernstige schade aan de motor en het koelsysteem toebrengen.
*5 Inspecteer het elektrolietniveau van de accu, het soortelijk gewicht en het uiterlijk van de accu. Bij de
onderhoudsvrije accu is alleen een inspectie van het uiterlijk vereist.
*6 Indien u een intensief gebruik van de remmen maakt (bijvoorbeeld, regelmatig met hoge snelheid of in
berggebieden rijdt), of wanneer de auto in zeer vochtige klimaten gebruikt wordt, de remvloeistof jaarlijks
verversen.
*7 Het initialiseren van het bandenspanningcontrolesysteem (TPMS) moet zodanig worden uitgevoerd dat het
systeem normaal functioneert (indien voorzien).
Onderhoud en verzorging
Periodieke onderhoudsbeurten
6-9
Page 633 of 841

OnderhoudsfrequentieAantal maanden of kilometers,naargelang de situatie welke zich het eerst
voordoet
Maanden 12 24 36 48 60 72 84 96 108 120 132 144
×1000 km 15 30 45 60 75 90 105 120 135 150 165 180
Banden (inclusief reservewiel)
(met afstelling van de bandenspanning)
*9*10IIIIIIIIIIII
Lekke band noodreparatieset
(indien voorzien)
*11Jaarlijks inspecteren.
Tabelsymbolen:
I:Inspecteren: Inspecteren en reinigen, repareren, afstellen, bijvullen of indien nodig vernieuwen.
R:Vernieuwen
C:Reinigen
T:Vastdraaien
L:Smeren
Opmerkingen:
*1 De aandrijfriemen van de airconditioning, indien voorzien, eveneens inspecteren.
Indien de auto hoofdzakelijk onder de volgende omstandigheden gebruikt wordt, de aandrijfriemen elke 7500
km of 6 maanden inspecteren.
a) Gebruik in bijzonder stoffige gebieden
b) Wanneer men de motor vaak langdurig stationair laat draaien of veelvuldig met lage snelheden rijdt
c) Bij het rijden gedurende lange perioden bij lage buitentemperaturen of het regelmatig rijden van korte
afstanden
d) Rijden bij extreme hitte
e) Voortdurend rijden in bergachtige gebieden
*2 Indien de auto hoofdzakelijk onder de volgende omstandigheden gebruikt wordt, is het aan te bevelen elke
7500 km of 6 maanden de motorolie te verversen en het oliefilter te vernieuwen.
a) Gebruiksdoel van het voertuig is als politieauto, taxi of rijschoolauto.
b) Gebruik in bijzonder stoffige gebieden
c) Wanneer men de motor vaak langdurig stationair laat draaien of veelvuldig met lage snelheden rijdt
d) Bij het rijden gedurende lange perioden bij lage buitentemperaturen of het regelmatig rijden van korte
afstanden
e) Rijden bij extreme hitte
f) Voortdurend rijden in bergachtige gebieden
*3 Indien de auto hoofdzakelijk onder de volgende omstandigheden gebruikt wordt, de motorolie elke 2500 km of
3 maanden verversen.
a) Gebruiksdoel van het voertuig is als politieauto, taxi of rijschoolauto.
b) Gebruik in bijzonder stoffige gebieden
c) Wanneer men de motor vaak langdurig stationair laat draaien of veelvuldig met lage snelheden rijdt
d) Bij het rijden gedurende lange perioden bij lage buitentemperaturen of het regelmatig rijden van korte
afstanden
e) Rijden bij extreme hitte
f) Voortdurend rijden in bergachtige gebieden
Onderhoud en verzorging
Periodieke onderhoudsbeurten
6-11
Page 637 of 841

Onderhoudsfrequentie
Aantal maanden of kilometers,naargelang de situatie welke zich het eerst voordoet.
Maanden 6 12 18 24 30 36 42 48 54 60 66 72 78 84 90 96
×1000 km 10 20 30 40 50 60 70 80 90 100 110 120 130 140 150 160
Toestand van carrosserie
(op roest, corrosie en perforatie)Jaarlijks inspecteren.
Cabineluchtfilter (indien voorzien) R R R R R R R R
Banden (inclusief reservewiel)
(met afstelling van de bandenspan-
ning)
*12IIIIIIIIIIIIIIII
Onderling verwisselen van de
banden
*12Elke 10.000 km onderling verwisselen.
Lekke band noodreparatieset
(indien voorzien)
*13Jaarlijks inspecteren.
Tabelsymbolen:
I:Inspecteren: Inspecteren en reinigen, repareren, afstellen, bijvullen of indien nodig vernieuwen.
R:Vernieuwen
C:Reinigen
T:Vastdraaien
Opmerkingen:
*1 Inspecteer in onderstaande landen de bougies elke 10.000 km of 1 jaar alvorens deze bij de genoemde interval
te vernieuwen.
Angola, Chili, El Salvador, Guatemala, Honduras, Hongkong, Iran, Jordanië Macau, Nigeria, Papua Nieuw
Guinea, Peru, Syrië, Vietnam, Armenië, Georgië, Cambodja, Myanmar
*2 Voer de correctie voor de hoeveelheid brandstofinspuiting uit.
*3 De aandrijfriemen van de airconditioning, indien voorzien, eveneens inspecteren.
Indien de auto voornamelijk onder de volgende omstandigheden gebruikt wordt, de aandrijfriemen vaker
inspecteren dan de normaal aanbevolen intervallen.
a) Gebruik in bijzonder stoffige gebieden
b) Wanneer men de motor vaak langdurig stationair laat draaien of veelvuldig met lage snelheden rijdt
c) Bij het rijden gedurende lange perioden bij lage buitentemperaturen of het regelmatig rijden van korte
afstanden
d) Rijden bij extreme hitte
e) Voortdurend rijden in bergachtige gebieden
*4 Indien de auto voornamelijk onder de volgende omstandigheden gebruikt wordt, is het aan te bevelen de
motorolie vaker te verversen en het oliefilter vaker te vernieuwen dan de normaal aanbevolen intervallen.
a) Gebruiksdoel van het voertuig is als politieauto, taxi of rijschoolauto.
b) Gebruik in bijzonder stoffige gebieden
c) Wanneer men de motor vaak langdurig stationair laat draaien of veelvuldig met lage snelheden rijdt
d) Bij het rijden gedurende lange perioden bij lage buitentemperaturen of het regelmatig rijden van korte
afstanden
e) Rijden bij extreme hitte
f) Voortdurend rijden in bergachtige gebieden
*5 Bij SKYACTIV-D 2.2, na het verversen van de motorolie de motoroliegegevens terugstellen.
*6 Bij het vervangen van de motorkoelvloeistof wordt het gebruik van FL-22 aanbevolen. Gebruik van andere
motorkoelvloeistof dan FL-22 kan ernstige schade aan de motor en het koelsysteem toebrengen.
*7 Indien de auto gebruikt wordt in gebieden met veel zand of stof, dient het luchtfilter vaker gereinigd en indien
nodig vernieuwd te worden dan bij de normaal aanbevolen intervallen.
Onderhoud en verzorging
Periodieke onderhoudsbeurten
6-15
Page 695 of 841

BESCHRIJVINGZEKERINGCA-
PACITEITBEVEILIGD ONDERDEEL
18 WIPER 20 A Voorruitenwisser en ruitensproeier
19 HEATER 40 A Airconditioning
20 DCDC REG 30 A Voor beveiliging van diverse circuits
í
21 ENGINE.IG1 7,5 A Motorbesturingssysteem
22 C/U IG1 15 A Voor beveiliging van diverse circuits
23H/L LOW L
HID L15 A Koplamp (dimlicht) (Links)
24 H/L LOW R 15 A Koplamp (dimlicht) (Rechts)
25 ENGINE3 15 A Motorbesturingssysteem
26 ENGINE2 15 A Motorbesturingssysteem
27 ENGINE1 15 A Motorbesturingssysteem
28 AT 15 A Transmissieregelsysteem
í, contactschakelaar
29 H/CLEAN 20 A Koplampsproeierí
30 A/C 7,5 A Airconditioning
31 AT PUMP 15 A Transmissiebesturingssysteemí
32 STOP 10 A Remlichten, mistlamp achterí
33 R.WIPER 15 A Achterruitenwisserí
34 H/L HI 20 A Koplampen (grootlicht)
35 HID R 15 A―
36 FOG 15 A Mistlampen voor
í
377,5 A Motorbesturingssysteem
38 AUDIO2 7,5 A Audio-installatie
39 GLOW SIG 5 A Motorbesturingssysteem
í
40 METER2 7,5 A Instrumentengroepí
41 METER1 10 A Instrumentengroep
42 SRS1 7,5 A Airbag
43 BOSE 25 A Model uitgerust met Bose
®geluidsinstallatieí
44 AUDIO1 15 A Audio-installatie
45 ABS/DSC S 30 A ABS, regelsysteem voor dynamische stabiliteit
46 FUEL PUMP 15 A Brandstofsysteem
í
47 FUEL WARM 25 A Brandstofverwarmerí
48 TAIL 15 A Achterlichten, kentekenplaatlampen
49 FUEL PUMP2 25 A―
50 HAZARD 25 AWaarschuwingsknipperlichten, richtingaanwijzers, achterlichten,
positielampen, kentekenplaatverlichting
51 DRL 15 A―
52 R.OUTLET2 15 A Stekkerbussen voor accessoires
53 HORN 15 A Claxon
54 ROOM 15 A Plafondlamp
Onderhoud en verzorging
Zelf uit te voeren onderhoud
6-73íBepaalde modellen.
Page 743 of 841

Oververhitting
Indien het waarschuwingslampje voor
hoge motorkoelvloeistoftemperatuur gaat
branden, de auto vermogen verliest of u
een luid tikkend of pingelend geluid
hoort, is de motor waarschijnlijk
oververhit.
WAARSCHUWING
Zet het contact uit en let er op dat
de ventilator niet draait alvorens te
proberen in de buurt van de
koelventilator te werken:
Werken in de buurt van de
koelventilator wanneer deze draait is
gevaarlijk. Als de motor is stopgezet en
de temperatuur in de motorruimte
hoog is, kan de ventilator gedurende
onbepaalde tijd blijven draaien. U zou
door de ventilator ernstige
verwondingen kunnen oplopen.
Geen van de
koelsysteemdoppen verwijderen
wanneer de motor en de radiateur heet
zijn:
Wanneer de motor en de radiateur
heet zijn, kan kokend hete
koelvloeistof en stoom onder druk
naar buiten spuiten en ernstig letsel
veroorzaken.
WAARSCHUWING
De motorkap UITSLUITEND openen
nadat er geen stoom meer uit de
motorruimte komt:
Stoom van een oververhitte motor is
gevaarlijk. De ontsnappende stoom
kan ernstige brandwonden
veroorzaken.
Als het waarschuwingslampje voor hoge
motorkoelvloeistoftemperatuur gaat
branden:
1. Rijd naar de kant van de weg en breng
de auto op een veilige plaats tot
stilstand.
2. Schakel bij een automatische
transmissie in stand P (parkeren) of
schakel bij een handgeschakelde
versnellingsbak in de neutraalstand.
3. Trek de handrem aan.
4. Schakel de airconditioning uit.
5. Controleer of er koelvloeistof of stoom
uit de motorruimte ontsnapt.
Als er stoom uit de motorruimte
komt:
Niet te dicht in de buurt van de
voorzijde van de auto komen. Zet de
motor stop.
Wacht totdat er geen stoom meer naar
buiten komt, open vervolgens de
motorkap en start de motor.
Indien er geen kokende koelvloeistof
of stoom naar buiten komt:
De motorkap openen en de motor
stationair laten draaien om deze
geleidelijk te laten afkoelen.
Als er zich een probleem voordoet
Oververhitting
7-33