airbag MAZDA MODEL CX-30 2019 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: MAZDA, Model Year: 2019, Model line: MODEL CX-30, Model: MAZDA MODEL CX-30 2019Pages: 759, PDF Size: 15.45 MB
Page 74 of 759

Ga niet te dichtbij de airbags van
bestuurder en voorpassagier zitten:
Het te dichtbij de airbagmodules van
bestuurder en voorpassagier zitten of
er handen of voeten op plaatsen is
uiterst gevaarlijk. De airbags van
bestuurder en voorpassagier worden
met grote kracht en snelheid
opgeblazen. Als iemand er zich te
dichtbij bevindt kan dit ernstig letsel
veroorzaken. De bestuurder dient
altijd alleen de rand van het stuurwiel
vast te houden. De passagier op de
voorzitting dient beide voeten op de
vloer te houden. De inzittenden van de
voorzitting dienen hun zittingen zover
mogelijk naar achteren af te stellen en
altijd rechtop tegen de rugleuningen te
zitten en op de juiste wijze gebruik te
maken van de veiligheidsgordels.
Ga in het midden van de zitting zitten
en draag de veiligheidsgordels op de
juiste wijze:
Het te dichtbij de zij-airbagmodules
zitten of er handen op plaatsen of
tegen het portier geleund slapen of uit
de ramen hangen is uiterst gevaarlijk.
De zij- en gordijn-airbags worden met
grote kracht en snelheid direct langs
het portier aan de zijde waar de auto
geraakt is opgeblazen. Ernstig letsel
kan worden veroorzaakt als iemand te
dicht bij het portier zit of tegen een
raam leunt of als passagiers op de
achterzitting zich aan de zijkanten van
de rugleuningen van de voorzittingen
vasthouden. Geef de zij- en
gordijn-airbags voldoende ruimte om
te functioneren door tijdens het rijden
in het midden van de zitting plaats te
nemen en de veiligheidsgordels op de
juiste wijze te dragen.Bevestig geen voorwerpen op of in de
buurt van de plaats waar de airbags
van bestuurder en voorpassagier
geactiveerd worden:
Het bevestigen van een voorwerp aan
de airbagmodules van bestuurder en
voorpassagier of iets voor de modules
plaatsen is gevaarlijk. Bij een aanrijding
zou het voorwerp de activering van de
voor-airbag kunnen hinderen en aan
de inzittenden letsel kunnen
toebrengen.
Bevestig geen voorwerpen op of in de
buurt van de plaats waar een
zij-airbag geactiveerd wordt:
Het bevestigen van voorwerpen aan de
voorzitting op zodanige manier dat de
buitenste zijde van de zitting op
enigerlei wijze wordt afgedekt, is
gevaarlijk. Bij een aanrijding zou het
voorwerp de werking van de zij-airbag
welke vanuit de buitenste zijde van de
rugleuning van de voorzitting wordt
opgeblazen kunnen hinderen,
waardoor de aanvullende beveiliging
van het zij-airbagsysteem ongedaan
gemaakt wordt of de airbag in een
richting kunnen sturen die gevaarlijk is.
Verder bestaat de kans dat de airbag
opengesneden wordt en dat het gas
ontsnapt.
Hang geen opbergnetten, kaartzakjes
of rugzakken met riemen aan de
voorzittingen. Gebruik nooit
zittinghoezen op de voorzittingen.
Houd de zij-airbagmodules in uw
voorzittingen steeds vrij van obstakels,
zodat de zij-airbags bij een botsing
vanaf de zijkant ongehinderd in
werking kunnen treden.
Belangrijke veiligheidsuitrusting
SRS-airbags
2-54
Page 75 of 759

Bevestig geen voorwerpen op of in de
buurt van de plaats waar een
gordijn-airbag geactiveerd wordt:
Het bevestigen van voorwerpen op
plaatsen waar de gordijn-airbags
geactiveerd worden zoals op de
voorruit, de zijportierruit, op de
voorruit- en achterruitstijlen en langs
de dakrand en op de steungrepen is
gevaarlijk. Bij een aanrijding zou het
voorwerp de werking van de
gordijn-airbag die vanuit de voorruit-
en achterruitstijlen en langs de
dakrand wordt opgeblazen kunnen
hinderen, waardoor de aanvullende
beveiliging van de
gordijn-airbagsystemen ongedaan
gemaakt wordt of de airbag in een
richting kunnen sturen die gevaarlijk is.
Verder bestaat de kans dat de airbag
opengesneden wordt en dat het gas
ontsnapt.
Geen kleerhangers of andere
voorwerpen aan de steungrepen
ophangen. Bij het ophangen van
kleding, deze rechtstreeks aan de
kledinghaak hangen. Houd de
gordijn-airbags steeds vrij van
obstakels, zodat deze bij een
zijdelingse botsing , of als de auto over
de kop slaat, ongehinderd in werking
kunnen treden.
Raak nadat de airbags zijn
opgeblazen de onderdelen van het
aanvullend beveiligingssysteem niet
aan:
Aanraken van de onderdelen van het
aanvullend beveiligingssysteem nadat
de airbags zijn opgeblazen is
gevaarlijk. Onmiddellijk na het
opblazen zijn deze bijzonder heet.
Hierdoor bestaat de kans op
brandwonden.Monteer dus nooit uitrusting aan de
voorzijde van uw wagen:
Monteren van uitrusting aan de
voorzijde van de wagen, zoals een
frontale crashbar (kangoeroe crashbar,
vee crashbar, aanduwstang, of
dergelijke), sneeuwploeg of lieren is
gevaarlijk. Dit kan een nadelige invloed
hebben op het systeem van de
impactsensoren van de airbag.
Hierdoor zouden de airbags
onvoorzien geactiveerd kunnen
worden of wordt verhinderd dat de
airbags tijdens een aanrijding worden
opgeblazen. De inzittenden voorin
zouden als gevolg hiervan ernstig letsel
kunnen oplopen.
Geen wijzigingen aan de vering
aanbrengen:
Wijzigen van de vering van de wagen is
gevaarlijk. Als de hoogte van de auto
of de vering veranderd wordt, zal de
auto een botsing , of over de kop slaan,
niet meer correct kunnen registreren,
hetgeen een onjuiste of onverwachte
activering van de airbag tot gevolg kan
hebben waarbij de kans bestaat op
ernstig letsel.
Belangrijke veiligheidsuitrusting
SRS-airbags
2-55
Page 76 of 759

Breng geen wijzigingen aan een
voorportier aan en laat geen
beschadigingen onhersteld. Laat een
beschadigd voorportier altijd door
een deskundige reparateur (bij
voorkeur een officiële
Mazda-reparateur) inspecteren:
Het aanbrengen van wijzigingen aan
een voorportier of het niet herstellen
van beschadigingen is gevaarlijk. Elk
van de voorportieren is voorzien van
een zij-impactsensor welke onderdeel
vormt van het aanvullend
beveiligingssysteem. Als gaten worden
geboord in een voorportier, een
portierluidspreker blijvend wordt
verwijderd, of een beschadigd portier
niet wordt hersteld, kan de werking
van de sensor nadelig beïnvloed
worden zodat deze de druk van de
impact van een zijdelingse botsing niet
meer correct kan bespeuren. Als een
sensor een zijdelingse botsing niet
correct kan bespeuren, bestaat de kans
dat de zij- en gordijn-airbags en de
veiligheidsgordelvoorspanners niet
normaal functioneren, waardoor de
inzittenden ernstig letsel kunnen
oplopen.Breng geen wijzigingen aan in het
aanvullend beveiligingssysteem:
Het aanbrengen van wijzigingen in de
onderdelen of de bedrading van het
aanvullend beveiligingssysteem is
gevaarlijk. U kunt het per ongeluk in
werking stellen of buiten gebruik
stellen. Breng geen enkele wijziging
aan in het aanvullend
beveiligingssysteem. Hieronder vallen
het aanbrengen van stuurbekleding ,
etiketten of wat dan ook op de
airbagmodules. Hieronder valt ook het
installeren van extra elektrische
apparatuur op of nabij de onderdelen
en de bedrading van het systeem. Een
deskundige reparateur (bij voorkeur
een officiële Mazda-reparateur) kan de
speciale aandacht besteden die bij het
uitbouwen en inbouwen van de
voorzittingen nodig is. Het is van
belang de bedrading en de
aansluitingen van de airbag te
beschermen om er voor te zorgen dat
de airbags niet per ongeluk in werking
treden en dat de
bestuurdersstoelpositiesensor niet
beschadigd wordt en de
airbag-aansluiting van de zittingen
onbeschadigd blijft.
Belangrijke veiligheidsuitrusting
SRS-airbags
2-56
Page 77 of 759

Plaatsen geen bagage of overige
voorwerpen onder de voorzittingen:
Het plaatsen van bagage of overige
voorwerpen onder de voorzittingen is
gevaarlijk. De kans bestaat dat
onderdelen die essentieel zijn voor de
werking van het aanvullend
beveiligingssysteem beschadigd
worden en in het geval van een botsing
aan de zijkant is het mogelijk dat de
bijbehorende airbags niet geactiveerd
worden, hetgeen ernstig of dodelijk
letsel tot gevolg kan hebben. Om
beschadiging van onderdelen die
essentieel zijn voor de werking van het
aanvullend beveiligingssysteem te
voorkomen, geen bagage of andere
voorwerpen onder de voorzittingen
plaatsen.
Rijd niet met een auto met
beschadigde onderdelen van het
systeem van airbag/
veiligheidsgordelvoorspanners:
Geactiveerde of beschadigde
componenten van het airbag/
veiligheidsgordelvoorspannersysteem
dienen na elke botsing waarbij deze
geactiveerd of beschadigd werden te
worden vernieuwd. Alleen een
getrainde deskundige reparateur (bij
voorkeur een
officiële
Mazda-reparateur) kan deze systemen
volledig beoordelen om te zien of deze
bij een volgend ongeval zullen
functioneren. Rijden met een
geactiveerde of beschadigde airbag of
voorspannermodule geeft u
verminderde beveiliging bij een
volgend ongeval, waardoor de kans
bestaat op ernstig of dodelijk letsel.De airbagonderdelen in het interieur
niet verwijderen:
Het verwijderen van onderdelen zoals
de voorzittingen, het voordashboard,
het stuurwiel of delen van de voorruit-
en achterruitstijlen en langs de
dakrand die airbagonderdelen of
sensoren bevatten is gevaarlijk. In deze
onderdelen zijn belangrijke
airbagcomponenten ingebouwd. De
airbag zou onvoorzien geactiveerd
kunnen worden en daardoor ernstig
letsel kunnen veroorzaken. Laat deze
onderdelen uitsluitend door een
deskundige reparateur (bij voorkeur
een officiële Mazda-reparateur)
verwijderen.
Ruim het airbagsysteem op de juiste
wijze op:
Het op ondeskundige wijze opruimen
van een airbag of slopen van een auto
met airbags die onder stroom staan,
kan uiterst gevaarlijk zijn. Ernstig letsel
kan het gevolg zijn wanneer niet alle
veiligheidsmaatregelen in acht worden
genomen. Laat een deskundige
reparateur (bij voorkeur een officiële
Mazda-reparateur) het airbagsysteem
veilig opruimen of een auto uitgerust
met een airbagsysteem slopen.
OPMERKING
xDe activering van een airbag gaat
gepaard met een hard opblaasgeluid
en enige rookontwikkeling. Beide
veroorzaken echter geen letsel,
alhoewel de weefselstructuur van de
airbags als gevolg van wrijving lichte
huidverwondingen kan veroorzaken
op lichaamsdelen die niet door
kleding beschermd zijn.
Belangrijke veiligheidsuitrusting
SRS-airbags
2-57
Page 79 of 759

Deactiveringsschakelaar van voorpassagiersairbag*
▼Deactiveringsschakelaar van voorpassagiersairbag
WAARSCHUWING
De voorpassagiersairbag niet onnodig deactiveren:
Onnodig uitschakelen van de voorpassagiersairbag is gevaarlijk. Als de airbag
onnodig wordt uitgeschakeld, zal de voorpassagier niet de extra beveiliging van de
airbag kunnen ontvangen. Dit kan ernstig letsel met mogelijk dodelijke afloop
veroorzaken. Behalve bij het installeren van een kinderzitje op de
voorpassagierszitting , de deactiveringsschakelaar van de airbag niet in de stand OFF
zetten.
De deactiveringsschakelaar van de voorpassagiersairbag dient gebruikt te worden
wanneer een kinderzitje op de voorpassagierszitting wordt geplaatst om de voor- en
zij-airbags en ook het systeem van de veiligheidsgordelvoorspanner van de
voorpassagierszitting buiten werking stellen.
Wanneer het contact op ON wordt gezet, gaan beide indicatielampjes van de
deactiveringsschakelaar van de voorpassagiersairbag branden, ongeacht de stand
van de deactiveringsschakelaar van de voorpassagiersairbag. Het indicatielampje
Belangrijke veiligheidsuitrusting
SRS-airbags
*Bepaalde modellen.2-59
Page 80 of 759

gaat na een bepaalde periode uit en gaat vervolgens aan/uit afhankelijk van de
condities zoals aangegeven in onderstaande tabel.
Deactiveringsschakelaar van
voorpassagiersairbagWerkingstoestand van voorpas-
sagiersairbag/zij-airbag, veilig-
heidsgordelvoorspanner van
voorpassagierszittingAirbag-uitgeschakeld indicatie-
lampje van de voorpassagiers-
airbag
OFF stand
Deactiveren
ON stand
Gereed
Deze worden na een korte perio-
de van tijd uitgeschakeld.
OPMERKING
Laat de deactiveringsschakelaar van de voorpassagiersairbag door een deskundige
reparateur (bij voorkeur een officiële Mazda-reparateur) inspecteren wanneer een
van deze gevallen zich voordoet:
xHet airbag-uitgeschakeld indicatielampje van de voorpassagiersairbag gaat niet
gedurende een bepaalde periode branden wanneer het contact op ON gezet
wordt.
xHet airbag-uitgeschakeld indicatielampje van de voorpassagiersairbag gaat niet na
een korte periode van tijd uit wanneer het contact op ON gezet wordt
(deactiveringsschakelaar van de voorpassagiersairbag staat in de stand ON).
▼Schakelaarstanden
Controleer alvorens te gaan rijden
altijd met de hulpsleutel of de
deactiveringsschakelaar van de
voorpassagiersairbag in de juiste stand
staat al naargelang uw vereisten.
Belangrijke veiligheidsuitrusting
SRS-airbags
2-60
Page 81 of 759

WAARSCHUWING
Laat de sleutel niet in de
deactiveringsschakelaar van de
voorpassagiersairbag zitten:
Onbedoeld uitschakelen van de
deactiveringsschakelaar van de
voorpassagiersairbag is gevaarlijk. Bij
een ongeluk zal de voorpassagier niet
goed beveiligd zijn. Dit kan ernstig
letsel met mogelijk dodelijke afloop
veroorzaken. Gebruik om onbedoeld
uitschakelen te voorkomen voor het
bedienen van de
deactiveringsschakelaar van de
voorpassagiersairbag altijd de
hulpsleutel die bewaard wordt in de
zenderbehuizing die op dat moment
gebruikt wordt. Plaats na het
deactiveren van de airbag de
hulpsleutel terug in de
zenderbehuizing. Op deze manier blijft
de sleutel niet in de
deactiveringsschakelaar van de
voorpassagiersairbag zitten.
OPMERKING
Plaats na het bedienen van
deactiveringsschakelaar van de
voorpassagiersairbag de hulpsleutel
terug in de zenderbehuizing.
UIT
De voor-airbag , zij-airbag en
veiligheidsgordelvoorspanners van de
voorpassagierszitting zijn buiten
werking.
Overschakelen naar de OFF positie
1. Steek de sleutel in de
deactiveringsschakelaar van de
voorpassagiersairbag en draai de
sleutel rechtsom totdat de sleutel
naar OFF wijst.
2. Verwijder de sleutel.
3. Kijk of het airbag-uitgeschakeld
indicatielampje blijft branden
wanneer het contact op ON staat.
De voor- en zij-airbags van de
voorpassagierszitting en ook het
voorspannersysteem van de
veiligheidsgordels blijven uitgeschakeld
totdat de deactiveringsschakelaar van
de voorpassagiersairbag naar de stand
ON gedraaid wordt.
AAN
De voor-airbag, zij-airbag en
veiligheidsgordelvoorspanners van de
voorpassagierszitting zijn in werking.
Activeer het systeem enkel wanneer op
de voorpassagierszitting geen
kinderzitje is geplaatst.
Overschakelen naar de ON positie
1. Steek de sleutel in de
deactiveringsschakelaar van de
voorpassagiersairbag en draai de
sleutel linksom totdat de sleutel
naar ON wijst.
2. Verwijder de sleutel.
3. Kijk of het airbag-uitgeschakeld
indicatielampje blijft branden
wanneer het contact op ON staat.
Het airbag-uitgeschakeld
indicatielampje gaat na een korte
periode van tijd uit.
Belangrijke veiligheidsuitrusting
SRS-airbags
2-61
Page 82 of 759

Onderdelen van het aanvullend beveiligingssysteem
▼Onderdelen van het aanvullend beveiligingssysteem
1. Veiligheidsgordelvoorspanners voor/achter* (pagina 2-28)
2. Zij- en gordijngasgeneratoren en airbags
3. Zij-impactsensors
4. Gasgeneratoren en airbags van bestuurder/voorpassagier
5. Waarschuwingsindicatie/waarschuwingslampje voor systeem van airbag/
veiligheidsgordelvoorspanner (pagina 7-64)
6. Gasgenerator en knie-airbag van bestuurder
7. Voorpassagiersairbag-uitgeschakeld indicatielampje
* (pagina 2-59)
8. Voorste airbagsensors
9. Deactiveringsschakelaar van voorpassagiersairbag
*(pagina 2-59)
10.Rolsensor*, impactsensoren en diagnosemodule (SAS eenheid)
11.Bestuurdersstoelpositiesensor* (pagina 2-63)
Belangrijke veiligheidsuitrusting
SRS-airbags
2-62*Bepaalde modellen.
Page 83 of 759

Werking van de
SRS-airbags
▼Werking van de
SRS-airbags
Uw Mazda is uitgerust met de
volgende typen
SRS-airbags.
SRS-airbags zijn ontworpen om te
werken in combinatie met de
veiligheidsgordels om letsel tijdens een
ongeval te helpen verminderen.
De
SRS-airbags zijn ontworpen om als
aanvulling op de
veiligheidsgordelfuncties de passagiers
extra bescherming te bieden. Draag de
veiligheidsgordels op de juiste wijze.
▼Voorspanners van
veiligheidsgordels
De voorspanners functioneren
verschillend afhankelijk van met welke
typen airbags de auto is uitgerust. Zie
voor meer bijzonderheden over de
werking van de
veiligheidsgordelvoorspanners,
“Criteria voor SRS airbag activering”
(pagina 2-66).
Voor
De veiligheidsgordelvoorspanners van
de voorzittingen zijn ontworpen om in
werking te treden bij gematigde of
ernstige frontale of bijna frontale
botsingen.
Bovendien worden de voorspanners
geactiveerd wanneer een zijdelingse
botsing wordt gedetecteerd of als de
auto over de kop slaat (met rolsensor).
Portierzijde achter
*
De veiligheidsgordelvoorspanners van
de buitenste zitplaatsen van de
achterzitting zijn ontworpen om in
werking te treden bij gematigde of
ernstige frontale of bijna frontale
botsingen.
▼Bestuurdersairbag
De bestuurdersairbag is in het
stuurwiel ingebouwd.
Wanneer de impactsensoren van een
airbag een frontale botsing met meer
dan gematigde kracht registreren,
wordt de bestuurdersairbag snel
opgeblazen om letsel aan
hoofdzakelijk het hoofd of de borst
van de bestuurder te helpen
verminderen dat veroorzaakt wordt
door een directe slag tegen het
stuurwiel.
Zie voor nadere bijzonderheden over
airbag activering , “Criteria voor SRS
airbag activering” (pagina 2-66).
(Met deactiveringsschakelaar van
voorpassagiersairbag)
Bij de tweetraps bestuurdersairbag
wordt het opblazen van de airbag op
twee krachtniveaus geregeld,
afhankelijk van de positie van de
bestuurdersstoel. De
bestuurdersstoelpositiesensor bevindt
zich onder de bestuurdersstoel. De
sensor bepaalt of de bestuurdersstoel
zich voor of achter een bepaalde
referentiepositie bevindt en stuurt de
stoelpositie naar de diagnosemodule
(SAS eenheid). De SAS eenheid
bestuurt de activering van de
bestuurdersairbag, afhankelijk van de
afstand van de bestuurdersstoel tot het
stuurwiel.
Tijdens een gematigde botsing wordt
de bestuurdersairbag met minder
kracht opgeblazen, terwijl tijdens meer
ernstige botsingen en wanneer de
bestuurdersstoel achter de
Belangrijke veiligheidsuitrusting
SRS-airbags
*Bepaalde modellen.2-63
Page 84 of 759

referentiepositie staat de airbag met
meer kracht wordt opgeblazen.
▼Voorpassagiersairbag
De voorpassagiersairbag is ingebouwd
in het instrumentenpaneel aan de
voorpassagierszijde.
Het opblaasmechanisme voor de
voorpassagiersairbag is hetzelfde als bij
de bestuurdersairbag.
Zie voor nadere bijzonderheden over
airbag activering , “Criteria voor SRS
airbag activering” (pagina 2-66).
▼Knie-airbag van bestuurder
De knie-airbag bevindt zich onder het
instrumentenpaneel.
Wanneer de impactsensoren van de
airbag een frontale botsing met meer
dan gematigde kracht registreren,
wordt de knie-airbag direct
opgeblazen om letsel aan de benen
van de bestuurder te verminderen.
Zie voor nadere bijzonderheden over
airbag activering , “Criteria voor SRS
airbag activering” (pagina 2-66).
▼Zij-airbags
De zij-airbags zijn ingebouwd in de
buitenste zijden van de rugleuningen
van de voorzittingen.
Wanneer de impactsensoren van een
airbag een zijdelingse botsing met
meer dan gematigde kracht registreren,
blaast het systeem enkel de zij-airbag
op aan de zijde waar de auto geraakt
is. De zij-airbag wordt snel opgeblazen
om letsel aan de borst van de
bestuurder of de voorpassagier te
helpen verminderen dat veroorzaakt
wordt door een directe slag tegen
interieuronderdelen zoals een portier
of raam.
Zie voor nadere bijzonderheden over
airbag activering , “Criteria voor SRS
airbag activering” (pagina 2-66).
Belangrijke veiligheidsuitrusting
SRS-airbags
2-64