radio OPEL ANTARA 2015 Handleiding Infotainment (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2015, Model line: ANTARA, Model: OPEL ANTARA 2015Pages: 157, PDF Size: 2.88 MB
Page 94 of 157

94InleidingInleidingAlgemene aanwijzingen...............94
Antidiefstalfunctie ......................... 95
Overzicht ...................................... 96
Bediening ..................................... 99
Geluidsinstellingen ....................106
Volume-instellingen ...................107Algemene aanwijzingen
Het infotainmentsysteem biedt u eer‐
steklas infotainment voor in uw auto.
De radio heeft negen geheugenposi‐
ties voor het automatisch opslaan van zenders voor elk frequentiebereik:
FM, AM en DAB (indien beschikbaar).
De geïntegreerde audiospeler onder‐ houdt u met audio- en MP3-cd’s.
U kunt ook externe gegevensopslag‐
apparaten, zoals een iPod, MP3-spe‐
ler of USB-stick of een draagbare cd-
speler als externe audiobron op het
Infotainmentsysteem aansluiten.
U heeft toegang tot de boordcompu‐
ter via het Infotainmentsysteem.
Raadpleeg het Instructieboekje bij uw auto voor nadere details.
De digitale soundprocessor biedt u di‐ verse standaard equalizerinstellingen
waarmee u het geluid kunt optimali‐
seren.
Eventueel kunt u het Infotainmentsys‐
teem met de knoppen op het stuur‐
wiel bedienen.Het Infotainmentsysteem kan ook
worden uitgerust met een mobiele te‐ lefoonportaal.
Door het goeddoordachte design van de bedieningselementen en de hel‐
dere displays kunt u het systeem ge‐
makkelijk en intuïtief bedienen.
Let op
Deze handleiding beschrijft alle voor
de diverse Infotainmentsystemen beschikbare opties en functies. Be‐
paalde beschrijvingen, zoals die
voor display- en menufuncties, gel‐
den vanwege de modelvariant,
landspecifieke uitvoeringen, speci‐
ale uitrusting en toebehoren wellicht
niet voor uw auto.
Belangrijke informatie over de
bediening en de
verkeersveiligheid9 Waarschuwing
Het infotainment-systeem moet
worden gebruikt zodat er te allen
tijde veilig met de auto kan worden gereden. Zet bij twijfel uw auto aan
Page 95 of 157

Inleiding95de kant en bedien het
infotainment-systeem terwijl u stil‐ staat.
Radio-ontvangst
Tijdens de radio-ontvangst kan gesis,
geruis, signaalvervorming of signaal‐
uitval optreden door:
■ wijzigingen in de afstand tot de zen‐
der,
■ ontvangst van meerdere signalen tegelijk door reflecties,
■ obstakels.
Antidiefstalfunctie
Het infotainmentsysteem is voorzien
van een elektronisch beveiligingssys‐ teem dat het systeem tegen diefstalbeveiligt.
Het Infotainmentsysteem functio‐
neert daarom alleen in uw auto en is
waardeloos voor een dief.
Page 97 of 157

Inleiding97
1e-knop ................................. 99
Kort drukken: Infotain‐
mentsysteem in-/
uitschakelen .......................... 99
Draaien: volume
aanpassen ............................ 99
2 TUNER ................................ 109
Schakelen tussen FM en
AM ....................................... 109
Als er een DAB-ontvanger
aangesloten is: Schakelen tussen analoge en digitale
ontvangst ............................ 109
3 MEDIA ................................. 122
Wisselen tussen
audiobronnen (behalve
radio) ................................... 122
4 MAIN ..................................... 99
Hoofdmenu ........................... 99
5 Multifunctionele toets ............99
Draaien: functie selecteren ...99
Indrukken: functie
bevestigen ............................. 996 INFO ..................................... 99
Informatiepagina ...................99
7 SOUND ............................... 106
Programma klankfunctie
selecteren ........................... 106
8 BC......................................... 96
Boordcomputer .....................96
9 1...9 ..................................... 109
Radio: nummertoetsen,
zendertoetsen .....................109
10 Audio/MP3-CD-lade ............122
11 INSTELLINGEN ....................99
Contextspecifieke
instellingen ............................ 9912Kruistuimelschakelaar .........122
Radio: mn automatisch
zender zoeken, dc
handmatig zender zoeken (niet DAB) ........................... 109
Cd, USB, iPod: mn
titelselectie/snel vooruit/
snel terugspoelen, dc
albumselectie (niet iPod),
c nummer herhalen, d cd/
USB scannen (niet iPod) ....122
13 TP....................................... 114
Verkeersinformatie ..............114
14 j Cd uitwerpen ...................122
Page 98 of 157

98Inleiding
Audiobedieningsknoppen aan
stuurwiel
1 Draaischijf ............................. 99
Draaien: Cursor
verplaatsen ........................... 99
Indrukken: een keuze
bevestigen ............................. 99
2 q-toets ............................... 109
Radio: volgende
opgeslagen zender .............109
3 p-toets .............................. 122
Wisselen tussen
audiobronnen ...................... 122
Radio: TA- en PTY31-
berichten stoppen ...............109
Als er een DAB-ontvanger
aangesloten is:
omschakelen tussen
analoge en digitale
ontvangst ............................ 109
4 d-toets ................................. 109
Radio: naar boven
zoeken, vooruitscrollen in
het zendergeheugen ...........109
Berichten TA en PTY31
stoppen .............................. 109
Cd, USB, iPod: Één
nummer vooruit
overslaan, snel vooruit ........122
5 c-toets ................................. 109
Radio: naar onder zoeken,
terugscrollen in het
zendergeheugen .................109Berichten TA en PTY31
stoppen .............................. 109
Cd, USB, iPod: Één
nummer achteruit
overslaan,
zendergeheugen snel
achteruit .............................. 122
6 Draaien: volume aanpassen . 96
Page 99 of 157

Inleiding99BedieningBedieningselementen
Het Infotainmentsysteem wordt be‐
diend met behulp van functietoetsen,
multifunctieknoppen en op het display weergegeven menu's.
Invoer kan naar keuze plaatsvinden via:
■ de centrale bedieningseenheid op het instrumentenpaneel 3 96
■ knoppen op het stuur 3 96.
Het Infotainmentsysteem in- of
uitschakelen
Druk de e-knop kort in.
De laatst ingestelde audiobron wordt afgespeeld.
In- en uitschakelen met de
contacttoets (inschakelautomaat)
Bij een geactiveerde inschakelauto‐
maat kan het Infotainmentsysteem ook met het contact uit- en opnieuw
ingeschakeld worden.Deze verbinding tussen de radio en
het contact is vooringesteld in de fa‐
briek, maar kan worden uitgescha‐
keld.
■ Als de automatische schakelaar uit‐
geschakeld is, kan het Infotain‐
mentsysteem alleen ingeschakeld
worden met de e-schakelaar en
met de j-knop voor uitwerpen van
cd en uitgeschakeld met de e-
knop.
■ Als het Infotainmentsysteem wordt uitgeschakeld wanneer het contact
wordt uitgezet, ongeacht de huidige
instelling van de automatische in‐
schakeling, kan het alleen inge‐
schakeld worden met de e-knop
en met de j-knop voor uitwerpen
van cd.
■ De automatische start wordt altijd geactiveerd nadat het infotainment‐systeem van de bedrijfsspanning
werd losgekoppeld en weer aange‐
sloten.
Inschakelautomaat in-/uitschakelen
Druk op de SETTINGS-knop in het
hoofdmenu.Het systeem- Instellingen -menu ver‐
schijnt.
Aantikvak inschakelautomaat aan/
uitzetten.
Aangezet: aan de rechterkant van het
display verschijnt het bericht "Radio
aan-/uitzetten via inschakelauto‐
maat".
Uitgezet: aan de rechterkant van het
display verschijnt het bericht: "Radio
alleen aanzetten via AAN/UIT-knop".
Automatisch uitschakelen
Het Infotainmentsysteem zet zichzelf
na één uur automatisch uit als u het
aanzet terwijl het contact uitstaat.
Volume instellen
Draai aan de e-knop.
■ Het Infotainmentsysteem speelt met het laatst ingestelde volume,
op voorwaarde dat het volume la‐
ger was dan het maximale inscha‐
kelvolume 3 107.
Page 100 of 157

100Inleiding
■ Verkeersberichten en externe au‐diobronnen worden ingevoegd aan
een vooringesteld minimumvolume 3 107.
■ Als de respectieve bron aanstaat, kunt u het volume van de verkeers‐
berichten, de externe audiobron‐
nen en de radio en CD afzonderlijk
aanpassen.
Voor snelheid gecompenseerde
volumebediening (SDVC)
Na inschakeling van SDVC 3 107
wordt het volume automatisch zoda‐
nig aangepast dat u geen geluid van
het wegdek of van de rijwind hoort.
Externe bron
Er kan een externe bron (bijv. mobiele
telefoon, navigatiesysteem) op het In‐ fotainmentsysteem worden aange‐
sloten.
In dit geval verschijnt Extern in in de
display.
We bevelen aan dat de toestellen door een erkende Opel-partner wor‐den gemonteerd.AUX-ingang
Een externe audiobron, bijv. een
draagbare cd-speler, kan via de AUX-
ingang van uw auto worden aange‐
sloten. Via de luidsprekers van het In‐ fotainmentsysteem hoort u het ste‐
reogeluid van deze bron.
Plaats van AUX-ingangsconnector
3 126.
Zet de externe audiobron voor de best mogelijke audiokwaliteit altijd op
het maximale volume. Bij modules
met lijnuitgang is het audioniveau van het uitgangssignaal stabiel en kan
niet worden gewijzigd.
Om overstuur bij de AUX-ingang te
voorkomen moet de effectieve uit‐
gangsspanning van de externe audi‐
obron lager zijn dan 1,5 V.
Menuconcept De menustructuur van het Infotain‐
ment System bestaat uit verschil‐
lende soorten menuschermen:
■ Bladerschermen
■ Standschermen
■ InstelschermenDe diverse schermen hebben ver‐
schillende functionaliteiten:
Bladerschermen
Bladerschermen hebben een selec‐
tiemenu met een voorvertoning van
elk menu-item in de linkse marge van
het scherm. Bladerschermen leiden u
naar standschermen of instelscher‐
men.
Het Audio -menu is een voorbeeld
van een bladerscherm.
Page 101 of 157

Inleiding101
Standschermen
Standschermen zijn menuschermen
waarop u blijft staan, vb. wanneer u naar de radio of een cd luistert.
Ook op standschermen zijn er me‐
nuopties die kunnen worden uitge‐
voerd en die naar verdere stand- of
instelschermen leiden.
Het radiomenu is een voorbeeld van
een standscherm.
Instelschermen
Instelschermen zijn menuschermen
waarop u instellingen kunt maken,
bijv. klankinstellingen, enz.
Het CD extra's -menu is een voor‐
beeld van een instelscherm.
Menuniveaus
De menu's van het Infotainmentsys‐
teem zijn verdeeld in niveaus. Het
huidige menu wordt weergegeven
met verticale lijnen aan de rand van
het scherm (vb. hoofddisplay= geen lijn, standscherm radio= 1 lijn, enz.).
Selecteren uit een menu
De items binnen een menu worden
geselecteerd met behulp van een cur‐
sor die u met de multifunctionele knop kunt verplaatsen. De cursor heeft de
vorm van een kader (balk). De cursor
duidt aan welk menu-item geselec‐
teerd is.
Draai aan de multifunctionele knop tot het gewenste menu-item gemarkeerd
is.
Druk op de multifunctionele knop.
De bijhorende functie wordt uitge‐
voerd of er verschijnt een ander
menu.
■ In de volgende hoofdstukken van de bedieningsinstructies worden de
Page 103 of 157

Inleiding103
In het hoofdmenu selecteren
Doe het volgende om in het hoofd‐
menu te gaan:
Toets MAIN indrukken.
Het systeemmenu verschijnt.
of:
Draai de multifunctionele knop naar rechts tot het menu-item Main in de
voettekst verschijnt.
Druk op de multifunctionele knop.
Het systeemmenu verschijnt.
of:
Herhaal de volgende stappen tot het
hoofdmenu verschijnt:
Draai de multifunctionele knop naar
links tot menu-item Terug in de titel‐
balk verschijnt.
Druk op de multifunctionele knop.
In het radiomenu selecteren
Toets TUNER indrukken.
Het radiomenu verschijnt.
De zender waarop het laatste is afge‐ stemd, verschijnt.
U beluistert de laatst afgestemde
zender.
Het CD -menu selecteren Druk eenmaal of meerdere malen op
de toets MEDIA totdat het menu CD
verschijnt.
Als geen cd geplaatst is, verschijnt
een dienovereenkomstig bericht.
De laatst afgespeelde CD-track wordt getoond.
U beluistert de laatst afgespeelde
CD-track.
Het Audio -menu selecteren
Wissel in het menu Audio tussen de
frequentiebereiken FM, AM, DAB (in‐
dien aanwezig) en CD, USB, AUX om naar het menu Sound te gaan.
Doe het volgende om het Audio -
menu te selecteren:
In het menu Radio, Audiobron of
Sound :
Page 104 of 157

104Inleiding
Draai de multifunctionele knop naar
links tot menu-item Terug in de titel‐
balk verschijnt.
Druk op de multifunctionele knop.
Het Audio -menu verschijnt.
Het klankmenu selecteren
Toets SOUND indrukken.
Het Sound -menu verschijnt.
Verlaten van een menu Er zijn twee manieren om het menu te
verlaten:
Een menu verlaten met de
multifunctionele knop
Draai de multifunctionele knop naar
links tot menu-item Terug in de titel‐
balk verschijnt.
Druk op de multifunctionele knop.
Het volgende hoger gerangschikte
menu wordt getoond.
Deze mogelijkheid is niet beschikbaar
in het hoofdmenu.
of:
Draai de multifunctionele knop naar
rechts tot menu-item Main in de balk
onderaan verschijnt.
Druk op de multifunctionele knop.
Het systeemmenu verschijnt.
Deze mogelijkheid is niet beschikbaar
in lijsten, invoermenu's en in het
hoofdmenu.
De functieknoppen gebruiken om een menu te verlaten
U kunt de MEDIA, TUNER ,
SETTINGS , SOUND of MAIN -func‐
tieknoppen gebruiken om een menu
te verlaten.
■ Toets MEDIA indrukken.
Een audiobronmenu verschijnt.
■ Toets TUNER indrukken.
Het radiomenu verschijnt.
■ Toets SETTINGS indrukken.
Het Instellingen -menu verschijnt.
Menu's die u met de SETTINGS-
knop hebt geopend, kunt u ook met
deze knop verlaten.
■ Toets SOUND indrukken.
Het Sound -menu verschijnt.
■ Toets MAIN indrukken.
Het systeemmenu verschijnt.
Page 105 of 157

Inleiding105
Hoofdmenu
Het hoofdmenu is de display die al‐
leen informatie geeft. U kunt drie ver‐
schillende hoofdmenuweergaven se‐
lecteren: audio, mobiele telefoonpor‐ taal en boordcomputer.
Om in het hoofdmenu te gaan, volgt u de hierboven beschreven stappen.
De onderstaande informatie kan wor‐
den weergegeven:
Boordcomputerinformatie
Weergave van boordcomputergege‐
vens die met de BC-knop geselec‐
teerd werden. Raadpleeg de gebrui‐
kershandleiding van uw auto.
Mobiele telefoonportaal-informatie
Weergave van de informatie die ge‐
leverd wordt als een mobiele tele‐
foonportaal is aangesloten. Zie de be‐ dieningsinstructies van het mobiele
telefoonportaal.
Audio-informatie
De volgende audioinformatie wordt
getoond:
■ Geheugenpositie van huidige zen‐ der.
■ Naam of frequentie van huidige zender, albumnaam, tracknaam ennaam van uitvoerder of titelnummer en tracktijd.
■ Als de analoge radio ingeschakeld is, wordt FM, AM of FMDAB ge‐
toond 3 109.
■ Als de digitale radio ingeschakeld is, wordt DABFM of DAB en de
naam van het ensemble en de
dienst getoond 3 118.
■ Als de regionale functie is inge‐ schakeld, wordt REG getoond
3 114.■ Als het AS-geheugen actief is,
wordt AS getoond 3 113.
■ De programmanaam wordt aange‐ duid als de RDS-functie actief is
3 114.
■ Als de verkeersberichten ingescha‐
keld zijn, wordt, [TP] of [ ] getoond
3 114.
■ Bij het plaatsen van een cd ver‐ schijnt CD in. Als er een CD met
MP3-muziekbestanden wordt afge‐
speeld, wordt MP3 ook getoond
3 122.
■ Als Random CD , Random USB of
Random album is ingeschakeld,
wordt g getoond 3 122.
■ Als Repeat track is ingeschakeld,
wordt i getoond 3 122.
■ Als Scan CD of Scan USB is inge‐
schakeld, wordt k getoond 3 122.
Buitentemperatuur
Aanduiding van de huidige buiten‐
temperatuur. Raadpleeg de gebrui‐
kershandleiding van uw auto.