ruit OPEL COMBO E 2019.75 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2019.75, Model line: COMBO E, Model: OPEL COMBO E 2019.75Pages: 291, PDF Size: 10.55 MB
Page 98 of 291

96Instrumenten en bedieningsorganenWis- en wasinstallatieachterruit
AchterruitwisserOFF:uitINT:onderbroken werking
Niet inschakelen wanneer de achter‐
ruit bevroren is.
Uitschakelen in wasstraten.
Als de voorruitwisser aanstaat, wordt
de achterruitwisser bij het inschake‐
len van de achteruitversnelling auto‐
matisch ingeschakeld.
In- of uitschakeling van deze functie
kunt u wijzigen in met menu Persoon‐ lijke instellingen 3 120.
Achterruitsproeier
Hendel van u af duwen.
Er wordt sproeiervloeistof op de
achterruit gespoten en de ruitenwis‐
ser maakt enkele slagen.
De achteruitsproeier wordt gedeacti‐
veerd wanneer het vloeistofpeil te
laag is.
Sproeiervloeistof 3 224.
Buitentemperatuur
Een dalende temperatuur wordt
onmiddellijk aangeduid, een stij‐
gende temperatuur met enige vertra‐
ging.
De afbeelding laat een voorbeeld
zien.
Als de buitentemperatuur tot 3 °C
daalt, verschijnt er een waarschu‐ wingsbericht op het Driver Informa‐
tion Center.
Page 101 of 291

Instrumenten en bedieningsorganen99
Het op te laden draagbare apparaat
moet compatibel zijn met de Qi-norm,
hetzij qua ontwerp hetzij met behulp
van een compatibele houder of
schaal. De oplaadzone is herkenbaar aan het Qi-symbool.
Voor het opladen van een apparaat
moet het contact ingeschakeld zijn.
Een mobiel apparaat opladen: 1. Haal alle voorwerpen van de opla‐
der.
2. Leg het mobiele apparaat met het
display omhoog op de oplader in
het opbergvak.
De led geeft de oplaadstatus aan:
deze licht groen op, wanneer het
mobiele apparaat wordt opgeladen.
Een beschermcover voor het mobiele
apparaat kan het inductief opladen
bemoeilijken.
Draai de mobiele telefoon als deze
niet goed oplaadt 180° en leg deze
weer op de oplader.
Aansteker
De aansteker is vrij toegankelijk.
Afhankelijk van de versie zit de
aansteker mogelijk achter de klep van
het opbergvak. Druk op het klepje om het te openen.
Aansteker induwen. Zodra de spiraal
gloeit, wordt de aansteker automa‐
tisch uitgeschakeld. Trek de aanste‐
ker eruit.
AsbakkenVoorzichtig
Alleen voor as en niet voor brand‐ baar afval.
Page 113 of 291

Instrumenten en bedieningsorganen111Grootlichtassistentie
f brandt groen.
De grootlichtassistentie is geacti‐ veerd 3 127.
LED-koplampen
C licht op en er verschijnt een
waarschuwingsbericht op het Driver
Information Center.
De hulp van een werkplaats inroepen.
Mistlampen voor > brandt groen.
De voorste mistlampen zijn ingescha‐
keld 3 130.
Mistachterlicht
r brandt geel.
Het mistachterlicht is ingeschakeld 3 131.
Regensensor < brandt groen.Brandt bij inschakeling van de regen‐
sensorstand van de ruitenwisserhen‐
del.
Cruise control
m brandt wit of groen.
Brandt wit
Het systeem is ingeschakeld.
Brandt groen De cruise control is actief. De inge‐
stelde snelheid wordt in het Driver
Information Center aangegeven.
Cruise control 3 173.
Adaptieve cruise control
m brandt wit of groen.
C brandt op het Driver Information
Centre.
m brandt wit
Het systeem is ingeschakeld.m brandt groen
De adaptieve cruisecontrol is inge‐
schakeld.
Wanneer adaptieve cruisecontrol aan of actief is, verschijnt C met de inge‐
stelde snelheid op het Driver Informa‐ tion Center.
Adaptieve cruisecontrol 3 178.
Voorligger gedetecteerd A brandt groen.
Brandt groen
Er is een voertuig in dezelfde rijstrook gedetecteerd.
Adaptieve cruisecontrol 3 178.
Frontaanrijdingswaarschuwing
3 185.
Dodehoeksysteem
B brandt continu groen op de instru‐
mentengroep.
Het systeem is actief 3 199.
Page 117 of 291

Instrumenten en bedieningsorganen115Weergave van de gemiddelde snel‐
heid. De meting kan op elk moment opnieuw worden gestart.
Gemiddeld brandstofverbruik
Weergave van het gemiddelde
verbruik. De meting kan altijd
opnieuw worden ingesteld en begint
met een standaardwaarde.
Afgelegde afstand
Geeft de actuele afstand aan voor dagteller 2 sinds de reset.
De waarden voor pagina dagteller 2
zijn te resetten door enkele seconden
op SET/CLR te drukken.
Pagina digitale snelheid
Digitale weergave van de huidige snelheid.
Teller stop- en starttijden
Een teller houdt tijdens een rit de tijd
in de STOP-modus bij. Bij inschake‐
ling van het contact wordt de teller op
nul gezet.
Kompaspagina
Geeft de geografische rijrichting aan.Lege pagina
Er verschijnt geen rit-/verbruiksinfor‐ matie.
AdBlue Druk net zolang op CHECK totdat het
AdBlue-menu verschijnt.
Actieradius AdBlue
Geeft een schatting van het AdBlue-
peil. Een melding geeft aan of het peil
in orde of te laag is.
3 158.
Info-Display
Het Info-Display zit in het instrumen‐
tenpaneel bij de instrumentengroep.
Afhankelijk van de configuratie is de
auto uitgevoerd met een
● Graphic-Info-Display
of
● Colour-Info-Display met touch‐
screenfunctionaliteitOp de Info-Displays kan het volgende worden aangegeven:
● tijd 3 97
● buitentemperatuur 3 96
● datum 3 97
● Infotainmentsysteem, zie beschrijving in de handleidingInfotainment
● weergave van achteruitkijkca‐ mera 3 204
● panoramazichtsysteem 3 201
● weergave van parkeerhulpin‐ structies 3 191
● navigatie, zie beschrijving in de handleiding Infotainment
● auto- en systeemberichten 3 119
● persoonlijke instellingen 3 120
Page 120 of 291

118Instrumenten en bedieningsorganenTaalU stelt de voorkeurstaal in het menu
Persoonlijke instellingen in 3 120.
Eenheden
Eenheden zijn te wijzigen in het menu Persoonlijke instellingen 3 120.
Verzorging van head-updisplay
Reinig het scherm van het head-
updisplay met een zachte doek
bevochtigd met glasreiniger. Wrijf de
lens voorzichtig af en droog deze.
Systeembeperkingen Het head-updisplay werkt mogelijk
niet goed wanneer:
● De lens op het instrumentenpa‐ neel wordt afgedekt door objec‐
ten of niet schoon is.
● Het display te veel gedimd of te helder is.
● Het beeld niet op de juiste hoogte
afgesteld is.
● De bestuurder een zonnebril met
gepolariseerde glazen draagt.Neem als het beeld van het head-
updisplay om andere redenen niet
juist is contact op met een werkplaats.
Achteruitkijkscherm Het achteruitkijkscherm zit op de plek
van de achteruitkijkspiegel.
Het scherm biedt de volgende
aanzichten:
● standaardachteraanzicht 3 42
● achteraanzicht dichtbij 3 204
● zijaanzicht passagierszijde 3 200
InschakelenDruk op m en bevestig het bericht met
p .
Een aanzicht selecteren
Selecteer het standaardachteraan‐
zicht of het zijaanzicht passagiers‐
zijde door op p aan de onderkant
te drukken.
Het achteraanzicht dichtbij wordt
automatisch ingeschakeld wanneer
de achteruitversnelling wordt inge‐
schakeld.
Uitschakelen
Druk op m.
Page 123 of 291

Instrumenten en bedieningsorganen121Welkomstverlichting: Activeert of
deactiveert de functie en past de
duur aan.
Meesturende koplampen : Acti‐
veert of deactiveert de functie.
● Comfort
Sfeerverlichting : Past de helder‐
heid van de sfeerverlichting aan.
Achterruitwisser bij
achteruitversnelling : Activeert of
deactiveert automatische inscha‐ keling achterruitwisser bij inscha‐
kelen achteruitversnelling.
● Auto
Alleen bagageruimte
ontgrendelen : Activering/deacti‐
vering.
Alleen bestuurdersdeur
ontgrendelen : Bestuurdersdeur /
alle deuren.
● Beveiliging
Vermoeidheidsdetectie : Acti‐
veert of deactiveert de vermoei‐ dheidsdetectie.
● Bestuurdersondersteuning
Snelheidsadvisering : Activeert of
deactiveert de functie.Colour-Info-Display Multimedia
Druk op : om het menu Instellingen
te openen.
Gebruik de aanraakknoppen voor
bediening van het display.
Eenheidsinstellingen
Kies Systeemconfiguratie .
Verander de eenheden voor Afstand
en verbruik en Temperatuur .
Taalinstellingen
Kies Taal.
Wijzig de taal door de optie van uw
keuze aan te tikken.
Snelkoppelingen
Í indrukken.
Kies Snelkoppelingen .
In de bijbehorende submenu's kunt u
de volgende instellingen veranderen:
● Park Assist : Activeert geavan‐
ceerde parkeerhulp, waarna een
parkeermanoeuvre te selecteren
is.
● Parkeerhulp : Activeert of deacti‐
veert de parkeersensoren.
● Dodehoekbewaking : Activeert of
deactiveert de dodehoekdetec‐
tie.
● Bandenspan.contr. : Initialiseert
het detectiesysteem voor
bandenspanningsverlies.
● Diagnose : Toont waarschu‐
wingsberichten voor het diagno‐
sesysteem.
Page 124 of 291

122Instrumenten en bedieningsorganenInstellingen van de auto.
Í indrukken.
Kies Instellingen van de auto. .
In de bijbehorende submenu's kunt u
de volgende instellingen veranderen:
● Parkeren
Blokkering inklappen
buitenspiegels : Activeert of deac‐
tiveert het automatisch uit-/
inklappen van de buitenspiegels.
Ruitenwisser achter bij
inschakelen achteruit : activeert
of deactiveert automatische
inschakeling achterruitwisser bij
inschakelen achteruitversnelling.
● Verlichting
Follow me home-verlichting : Acti‐
veert of deactiveert de functie en past de duur aan.
Instapverlichting : Activeert of
deactiveert de functie en past de
duur aan.
Bochtverlichting : Activeert of
deactiveert de bochtverlichting.
● Comfort
Sfeerverlichting : Past de helder‐
heid van de sfeerverlichting aan.
● Beveiliging
Herkenning/advies
snelheidslimiet : Activeert of
deactiveert de snelheidslimietin‐
formatie middels verkeersbord‐
herkenning.
Active safety brake : Activeert of
deactiveert de actieve noodrem, de waarschuwingsafstand voor
een dreigende botsing kan
worden geselecteerd.
Buitensp. afstellen bij
inschakelen achteruit : Past de
buitenspiegels aan bij inschake‐
ling van de achteruitversnellingvoor een beter zicht op het trot‐
toir.
Driver Alert : Activeert of deacti‐
veert de vermoeidheidsdetectie.
Colour-Info-Display
Multimedia Navi Pro
Druk op : om het menu Instellingen
te openen.
Gebruik de aanraakknoppen voor
bediening van het display.
Eenheidsinstellingen
Kies Systeemparam. .
Verander de eenheden voor Afstand
en verbruik en Temperatuur .
Page 125 of 291

Instrumenten en bedieningsorganen123Bevestig met G.
Taalinstellingen
Kies Talen .
Wijzig de taal door de optie van uw keuze aan te tikken.
Bevestig met G.
Besturingsfuncties
Í indrukken.
Kies Besturingsfuncties .
In de bijbehorende submenu's kunt u
de volgende instellingen veranderen:
● Park Assist : Activeert geavan‐
ceerde parkeerhulp, waarna een
parkeermanoeuvre te selecteren
is.
● Parkeerhulp : Activeert of deacti‐
veert de parkeersensoren.
● Dodehoekbewaking : Activeert of
deactiveert de dodehoekdetec‐
tie.● Bandenspan.contr. : Initialiseert
het detectiesysteem voor
bandenspanningsverlies.
● Diagnose : Toont waarschu‐
wingsberichten voor het diagno‐ sesysteem.
Instellingen van de auto.
Í indrukken.
Kies Instellingen van de auto. .
In de bijbehorende submenu's kunt u
de volgende instellingen veranderen:
● Parkeren
Ruitenwisser achter bij
inschakelen achteruit : activeert
of deactiveert automatische
inschakeling achterruitwisser bij inschakelen achteruitversnelling.
Vergrendeling inklapmecha‐
nisme buitenspiegels : Activeert
of deactiveert het automatisch
uit-/inklappen van de buitenspie‐
gels.
● Verlichting
Follow me home-verlichting : Acti‐
veert of deactiveert de functie en past de duur aan.
Instapverlichting : Activeert of
deactiveert de functie en past de
duur aan.
Bochtverlichting : Activeert of
deactiveert de bochtverlichting.
● Comfort
Sfeerverlichting : Past de helder‐
heid van de sfeerverlichting aan.
● Beveiliging
Verkeersbordherkenning : Acti‐
veert of deactiveert de snelheids‐
limietinformatie middels
verkeersbordherkenning.
Active safety brake : Activeert of
deactiveert de actieve noodrem, de waarschuwingsafstand voor
Page 126 of 291

124Instrumenten en bedieningsorganeneen dreigende botsing kan
worden geselecteerd.
Buitensp. afstellen bij
inschakelen achteruit : Past de
buitenspiegels aan bij inschake‐
ling van de achteruitversnelling
voor een beter zicht op het trot‐
toir.
Driver Alert : Activeert of deacti‐
veert de vermoeidheidsdetectie.Telematicaservices
Opel Connect
Opel Connect is een nieuwe manier
om onderweg verbonden en veilig te
blijven.
Beschikbare functies bij
Opel Connect zijn:
● noodoproepfunctie
● oproepfunctie voor bij pech
Wanneer de auto is uitgerust met Opel Connect, zijn deze functies
automatisch geactiveerd. De Alge‐
mene Voorwaarden zijn van toepas‐
sing.
Opel Connect werkt via de knoppen
in de dakconsole.
Let op
Opel Connect is niet op alle markten verkrijgbaar. Neem contact op met
uw werkplaats voor meer informatie.
Noodoproepfunctie
Bij auto's met de noodoproepfunctie
zit er een rode SOS-knop in de
dakconsole.Via de noodoproepfunctie wordt u
doorverbonden met de dichtstbij‐
zijnde meldkamer (PSAP). Er wordt
een minimale hoeveelheid gegevens
naar de meldkamer verzonden, waar‐ onder auto- en locatiegegevens.
Let op
Een noodoproep doen is wellicht
niet mogelijk in gebieden met onvol‐
doende netwerkdekking of als
gevolg van schade aan hardware tijdens een ongeluk.
Automatische botsingsmelding
Bij een ongeval waarbij airbags
worden geactiveerd wordt er een
automatische noodoproep gedaan en wordt er een automatische botsings‐
melding verzonden naar de dichtstbij‐ zijnde meldkamer.
Noodhulp
In een noodsituatie kunt u ook hand‐
matig een noodoproep doen door de
rode SOS-knop gedurende meer dan
twee seconden in te drukken. De led
knippert om aan te geven dat er
verbinding met de dichtstbijzijnde
Page 128 of 291

126VerlichtingVerlichtingRijverlichting.............................. 126
Lichtschakelaar .......................126
Automatische verlichting .........127
Grootlicht ................................. 127
Grootlichtassistentie ................127
Lichtsignaal ............................. 128
Koplampverstelling ..................129
Koplampinstelling in het buitenland ............................... 129
Dagrijlicht ................................. 129
Bochtverlichting .......................129
Alarmknipperlichten .................129
Richtingaanwijzers ..................130
Mistlampen voor ......................130
Mistachterlicht ......................... 131
Parkeerlichten ......................... 131
Achteruitrijlichten .....................131
Beslagen lampglazen ..............131
Binnenverlichting .......................132
Regelbare instrumentenverlichting .........132
Leeslampen ............................. 132
Verlichting zonneklep ..............133
Verlichtingsfuncties ....................133
Verlichting middenconsole ......133Instapverlichting ......................133
Uitstapverlichting .....................133
Autozoekverlichting .................134
Wegverlichting ......................... 134
Ontlaadbeveiliging accu ..........134Rijverlichting
Lichtschakelaar
Lichtschakelaar draaien:
AUTO:automatische verlichting
schakelt automatisch
tussen dagrijlicht en
koplamp8:zijmarkeringslichten9:dimlicht of grootlicht
Wanneer u de ontsteking inschakelt,
is de automatische verlichting actief.
Controlelamp 8 3 110.