stop start OPEL KARL 2016 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2016, Model line: KARL, Model: OPEL KARL 2016Pages: 232, PDF Size: 5.77 MB
Page 75 of 232

OPEL Karl Owner Manual (GMK-Localizing-EU LHD-9231167) - 2016 - crc -
9/10/15
74 Instrumenten en knoppen
Storing in het startbeveiligingssys-
teem. De motor kan niet worden
gestart.
Lampje Motorvermogen
verminderd
w
brandt geel.
Het motorvermogen is beperkt. De
hulp van een werkplaats inroepen.
Lampje groot licht aan
3
brandt blauw.
Brandt bij ingeschakeld grootlicht en
bij lichtsignaal
0Lichtschakelaar
0 90
ii.
Mistlamp voor
#
brandt groen.
De voorste mistlampen zijn
ingeschakeld
0Mistlampen voor
0 92
ii.
Mistachterlicht
s
brandt geel. Het mistachterlicht is ingeschakeld
0Mistachterlicht
092ii.
Controlelampje voor de
achterlichten
;
brandt groen.
De rijverlichting is ingeschakeld
0
Lichtschakelaar 090ii.
Lampje cruise control
I
brandt wit of groen.
Brandt wit
Het systeem is ingeschakeld.
Brandt groen
Een bepaalde snelheid wordt
opgeslagen.
Cruisecontrol
0Cruise control
0 158
ii.
Lampje motorkap open
i
gaat branden wanneer de
motorkap open is.
Automatische motorstop/startfunctie
0Stop/start-systeem 0146ii.
Lampje portier open
U
brandt rood.
Een portier of de achterklep
staat open.
Page 79 of 232

OPEL Karl Owner Manual (GMK-Localizing-EU LHD-9231167) - 2016 - crc -
9/10/15
78 Instrumenten en knoppen
Rijtijd
Deze modus geeft de totale
rijtijd aan.
De rijtijd wordt vanaf de laatste
rijtijdterugstelling steeds bijgewerkt,
ook wanneer er niet met de auto
wordt gereden.
Stop of start de rijtijd door opSET/
CLR te drukken.
Zet de rijtijd terug door enkele
seconden op SET/CLRte drukken.
Aanwijzing
De gemiddelde snelheid, de rijaf-
stand met de resterende brandstof
en het gemiddeld brandstofverbruik kunnen afwijken van de werkelijke
waarden als gevolg van de rijom-
standigheden, het rijpatroon of de
voertuigsnelheid.
Dagteller
De dagteller geeft de afgelegde
afstand vanaf een bepaalde
reset weer.
Zet terug door enkele seconden op
SET/CLR
te drukken.
Actueel brandstofverbruik
Weergave van het actuele verbruik.
Page 83 of 232

OPEL Karl Owner Manual (GMK-Localizing-EU LHD-9231167) - 2016 - crc -
9/10/15
82 Instrumenten en knoppen
258 Parkeerhulp Uit
Waarschuwingszoemers
Er klinkt slechts één geluidssignaal
tegelijk.
Het geluidssignaal voor niet
gedragen veiligheidsgordels geniet
de prioriteit boven alle andere
geluidssignalen.
Bij het starten van de motor of
tijdens het rijden
.Wanneer de veiligheidsgordel
niet is omgedaan.
. Wanneer bij het wegrijden een
van de portieren of de achterklep
niet goed gesloten is.
. Wanneer u met aangetrokken
handrem een bepaalde snelheid
overschrijdt.
. Wanneer u een geprogram-
meerde snelheid overschrijdt.
. Er verschijnt een waarschu-
wingstekst of waarschuwings-
code op het Driver Information
Center. .
Wanneer de parkeerhulp een
obstakel detecteert.
. Na het inschakelen van de
achteruitversnelling en het
uittrekken van de achterdrager.
. Bij een storing in de automati-
sche vergrendeling.
Bij het parkeren van de auto
en / of het openen van het
bestuurdersportier
.Bij ingeschakelde rijverlichting.
Tijdens een Autostop
.Als het bestuurdersportier
geopend is.
Batterijspanning
Wanneer de accuspanning laag is,
verschijnt er een waarschuwingsbe-
richt of waarschuwingscode 174 in
het bestuurdersinformatiecentrum.
1. Schakel onmiddellijk alle elektrische verbruikers uit die
niet nodig zijn voor een veilige
rit, bijv. de stoelverwarming,
achterruitverwarming of andere
hoofdverbruikers. 2. Laad de accu op door een tijdje
te rijden of door een oplaadap-
paraat te gebruiken.
Het waarschuwingsbericht of de
waarschuwingscode verdwijnen
nadat de motor twee keer na elkaar
is gestart zonder een spanningsval.
Als de accu niet kan worden
opgeladen, moet u de oorzaak van
de storing in een werkplaats laten
verhelpen.
Page 127 of 232

OPEL Karl Owner Manual (GMK-Localizing-EU LHD-9231167) - 2016 - crc -
9/10/15
126 Infotainmentsysteem
ondersteund door dit apparaat
" weer op het display (bijv. het
apparaat kan de draaiknop
MENUniet bedienen).
Als u het abnormale apparaat
aansluit, werkt het systeem wellicht
niet goed.
Voordat u de modus Bluetooth--
muziek gebruikt
. De modus Bluetooth-audio kan
alleen worden gebruikt als er
een Bluetooth-audioapparaat is
aangesloten.
. Als er nog geen muziek wordt
afgespeeld vanaf uw mobiel
apparaat nadat u bent overge-
schakeld naar de modus audio
streamen (Bluetooth Audio) van
het mobiele toestel zelf, moet u
proberen het afspelen van de
muziek te starten door nogmaals
op de Afspeeltoets te drukken.
. Controleer of er muziek wordt
afgespeeld vanaf het Bluetooth--
apparaat nadat u naar de modus
audio streamen bent overge-
schakeld. De functie audio streamen wordt mogelijk niet
ondersteund door sommige
mobiele telefoons.
. Als de Bluetooth-telefoon losge-
koppeld wordt terwijl de modus
Bluetooth audio actief is, zal de
muziek ook stoppen.
. Bluetooth audio streamen wordt
mogelijk niet ondersteund door
sommige mobiele telefoons.
. Als het controlelampje van
Bluetooth niet brandt, is er geen
Bluetooth-apparaat aangesloten
of is de kwaliteit van de verbin-
ding slecht.
. Deze eenheid kan tot 5
Bluetooth-apparaten koppelen.
Bluetooth koppelen
Het Bluetooth-apparaat aanmelden
Meld het te koppelen Bluetooth-ap-
paraat aan bij het infotainment-
systeem.
Stel eerst in het menu Bluetooth-in-
stellingen het te koppelen
Bluetooth-apparaat in, zodat andere
apparaten kunnen zoeken naar het
Bluetooth-apparaat. Druk op
TELEFOON om naar de
Telefoonapplicatiemodus te gaan.
Om Koppelen te selecteren drukt u
op -. De informatie "Naam:
apparaatnaam / PIN: 0000 "
verschijnt op het display waarna de
voortgang van de koppeling begint.
. Als er geen telefoonbron is
aangesloten, geeft het status-
veld "Geen apparaat gekoppeld
" weer.
. Om de PIN te veranderen, drukt
u op -en selecteert u Nieuwe
Pin in het Koppelingsmenu.
Draai en druk op MENUom de
PIN te veranderen.
Zoek vanuit het Bluetooth-apparaat
naar deze eenheid en koppel het
apparaat. 1. Zet Bluetooth aan op uw telefoon.
2. Zoek en selecteer apparaat "Apparaatnaam " in het
Bluetooth-menu.
3. Voer dit item in uw telefoon in.
Page 129 of 232

OPEL Karl Owner Manual (GMK-Localizing-EU LHD-9231167) - 2016 - crc -
9/10/15
128 Infotainmentsysteem
Druk meermaals opMEDIAom de
modus Bluetooth-muziek te selec-
teren.
. Het muziekbestand in het
Bluetooth-apparaat zal automa-
tisch één keer worden
afgespeeld en "Bluetooth-mu-
ziek " verschijnt in het display.
. Als er nog geen muziek wordt
afgespeeld vanaf uw mobiel
apparaat nadat u bent overge-
schakeld naar de modus audio
streamen (Bluetooth-muziek)
van het mobiele toestel zelf,
moet u proberen het afspelen
van de muziek te starten door
nogmaals op de Afspeeltoets te
drukken.
Tijdens het afspelen drukt u op
g/
dom naar het vorige of volgende
nummer te gaan.
. Deze functie werkt alleen met
Bluetooth-apparaten die Audio
Video Remote Control Profile
(AVRCP) versie 1.0 of hoger
ondersteunen. Afhankelijk van
de opties van het Bluetooth-ap-
paraat kunnen sommige
apparaten aangeven dat Audio Video Remote Control Profile
(AVRCP) voor de eerste verbin-
ding wordt verbonden.
. Als het Bluetooth-apparaat wordt
losgekoppeld terwijl er
Bluetooth-muziek wordt
afgespeeld, zal de muziek ook
stoppen.
De afspeelfuncties van de
Bluetooth-muziek worden op
dezelfde wijze bediend als bij het
afspelen van USB-bestanden.
Het menu Bluetooth-muziek
gebruiken
Druk tijdens het afspelen op MENU
om naar het menu Bluetooth-audio
te gaan. Draai aan MENUom naar
de gewenste menuoptie te gaan en
druk op de knop MENUom de
betreffende optie te selecteren of
naar het detailmenu van de optie
te gaan.
. Blader naar "Naam apparaat" :
Selecteer een optie in de lijst
van bladernamen. Als de
Bluetooth-profielen niet overeen- komen, wordt "Actie niet door
apparaten ondersteund
"
getoond door het systeem.
Profielondersteuningsversie:
Audio Video Remote Control
Profile (AVRCP) 1.4.
. -Shuffle : Zet de shuffle-functie
aan of uit.
. Bluetooth-apparaten beheren :
Ga naar het menu Telefoonlijst.
Noodoproep
{Waarschuwing
Het tot stand brengen van de
verbinding kan niet onder alle
omstandigheden worden
gegarandeerd. Vertrouw daarom
niet alleen op een mobiele
telefoon bij gesprekken van
levensbelang (bijv. bij het
inroepen van medische hulp).
Voor sommige netwerken kan het
noodzakelijk zijn dat er op de
juiste manier een geldige
simkaart in de mobiele telefoon is
aangebracht.
Page 136 of 232

OPEL Karl Owner Manual (GMK-Localizing-EU LHD-9231167) - 2016 - crc -
9/10/15
Klimaatregeling 135
0:Naar de voorruit en de ruiten
van de voorportieren, waarbij een
geringe hoeveelheid lucht naar de
zijdelingse luchtroosters wordt
geleid.
Luchtdebiet
Luchtdebiet instellen door de venti-
latorknop in de gewenste stand te
zetten.
Ontwasemen en ontdooien
. Draai de luchtverdeelknop naar
ONTDOOIEN
0.
. Draaiknop voor temperatuur in
hoogste stand zetten.
. Zet de aanjagerknop op de
hoogste snelheid voor snelle
ontwaseming.
. Verwarming achterruit R
1
inschakelen.
. Zijdelingse luchtroosters openen
naar wens en op de zijruiten
richten. Aanwijzing
Als de instellingen voor ontwa-
semen en ontdooien zijn geselec-
teerd, is er geen Autostop mogelijk.
Als de instellingen voor ontwa-
semen en ontdooien zijn geselec-
teerd terwijl de motor in een
Autostop is, zal de motor automa-
tisch herstarten.
Aanwijzing
Als de modusknop op Ontdooi-
modus
0staat, werkt de airco en
wordt de recirculatiemodus
vastgezet op buitenluchtmodus,
ongeacht de status van het controle-
lampje.
Stop/Start-systeem
0Stop/Start--
systeem 0146
ii.
Airconditioning
De airconditioning heeft
regelingen voor:
Airco : Koeling
W:Luchtrecirculatie
Koeling
Druk op A/Com de koeling in te
schakelen. De activering wordt
aangeduid door de LED in de toets.
Koeling werkt alleen bij een draai-
ende motor en ingeschakelde
aanjager van de klimaatregeling.
Druk nogmaals op A/Com de
koeling uit te schakelen. De aircon-
ditioning koelt en ontvochtigt
Page 138 of 232

OPEL Karl Owner Manual (GMK-Localizing-EU LHD-9231167) - 2016 - crc -
9/10/15
Klimaatregeling 137
Als1wordt ingedrukt terwijl de
motor in een Autostop is, zal de
motor automatisch herstarten.
Aanwijzing
Als de modusknop op Ontdooi-
modus
1staat, werkt de airco en
wordt de recirculatiemodus
vastgezet op buitenluchtmodus,
ongeacht de status van het controle-
lampje.
Stop/Start-systeem
0Stop/Start--
systeem 0146
ii.
Elektronisch klimaatregel-
systeem
Bedieningsorganen voor:
.
temperatuur
. luchtverdeling
. luchtdebiet
. automatische modus
. luchtrecirculatie
. ontwasemen en ontdooien
Temperatuur
De temperatuur instellen door aan
de knop te draaien.
Rood : Warm
Blauw : Koud
De verwarming werkt pas optimaal
als de motor op de normale bedrijfs-
temperatuur is gekomen.
Luchtverdeling
E: Naar hoofdhoogte via de
verstelbare luchtroosters.
): Naar hoofdhoogte en voeten-
ruimte.
[: Naar de voetenruimte, waarbij
een geringe hoeveelheid lucht naar
de voorruit, de ruiten van de
voorportieren en de zijdelingse
luchtroosters wordt geleid.
-: Naar de voorruit en voeten-
ruimte, waarbij een geringe hoeveel-
heid lucht naar de ruiten van de
voorportieren en de zijdelingse
luchtroosters wordt geleid.
0: Naar de voorruit en de ruiten
van de voorportieren, waarbij een
geringe hoeveelheid lucht naar de
zijdelingse luchtroosters wordt
geleid.
Luchtdebiet
Luchtdebiet instellen door de venti-
latorknop in de gewenste stand te
draaien.
Om aan of uit te zetten, drukt u op
Pof past u de aanjagerknop aan.
Automatische modus
Het systeem regelt automatisch de
ventilatorsnelheid, luchtverdeling,
airconditioning en recirculatie om de
auto tot de gewenste temperatuur te
verwarmen of koelen. Wanneer het
Page 139 of 232

OPEL Karl Owner Manual (GMK-Localizing-EU LHD-9231167) - 2016 - crc -
9/10/15
138 Klimaatregeling
AUTO-controlelampje brandt, werkt
het systeem volledig automatisch.
Als de instelling van luchtlever-
modus, ventilatietoerental, recircu-
latie of airco werd aangepast, dooft
het controlelampje AUTO. Voor een
beter brandstofverbruik en snellere
koeling van de auto kan de recircu-
latie bij warm weer automatisch
worden geselecteerd. Het recircula-
tielampje gaat niet branden. Druk op
Wom de recirculatiefunctie te
kiezen; druk nogmaals op de knop
om voor luchtaanvoer van buiten te
kiezen. Om het systeem uit te
zetten, drukt u op stroom
P.
Basisinstelling voor maximaal
comfort:
. Druk op AUTO.
. Open alle luchtroosters voor
optimale luchtdistributie in de
automatische modus.
. Druk op A/C voor het inscha-
kelen van optimale koeling en
ontwaseming. De activering
wordt aangeduid door de LED in
de toets.
. Gewenste temperatuur instellen.
Temperatuur selecteren
De temperatuur kan naar wens
worden ingesteld. Als de minimum-
temperatuur Lo is ingesteld, levert
de klimaatregeling maximale
koeling, indien de koeling A/C wordt
ingeschakeld. Wanneer u de
maximumtemperatuur Hi instelt,
zorgt het klimaatregelsysteem voor
een maximale verwarming. De
aanbevolen temperatuur is 22 °C.
Aanwijzing
Als A/C wordt ingeschakeld, kan
door het verlagen van de ingestelde
temperatuur de motor vanuit een
Autostop opnieuw worden gestart of
kan een Autostop
0Stop/Start-sys-
teem 0146
iiworden belemmerd.
Luchtrecirculatiesysteem
De luchtrecirculatiestand wordt in- of
uitgeschakeld met
W. Aan een
brandend controlelampje is te zien
dat de recirculatiefunctie is
ingeschakeld.
Recirculatiemodus uitschakelen
door weer op
Wte drukken.
{Waarschuwing
Schakel regelmatig over op
buitenlucht. In de luchtrecircula-
tiemodus wordt er minder verse
lucht aangezogen. Bij het gebruik
zonder koeling neemt de lucht-
vochtigheid toe waardoor de
ruiten kunnen beslaan. De kwali-
teit van de lucht in het passa-
gierscompartiment neemt af,
waardoor de inzittenden van de
auto zich slaperig kunnen voelen.
Ruiten ontwasemen en
ontdooien
.0indrukken. De activering
wordt aangeduid door de LED in
de toets. En de recirculatie-
modus wordt automatisch op de
buitenluchtmodus ingesteld en
vastgezet. De airconditioning
werkt, maar een controlelampje
verandert niet.
. Temperatuur en luchtverdeling
worden automatisch ingesteld,
de aanjager draait met een hoge
snelheid.
Page 140 of 232

OPEL Karl Owner Manual (GMK-Localizing-EU LHD-9231167) - 2016 - crc -
9/10/15
Klimaatregeling 139
.Verwarming achterruit R1
inschakelen.
. Vorige modus opnieuw inscha-
kelen: Druk
0om de automati-
sche modus opnieuw in te
schakelen: druk op AUTO
Aanwijzing
Als
0wordt ingedrukt terwijl de
motor loopt, wordt een Autostop
verhinderd totdat er opnieuw op
0
wordt gedrukt.
Als
0wordt ingedrukt terwijl de
motor in een Autostop is, zal de
motor automatisch herstarten.
Stop/Start-systeem
0Stop/Start--
systeem 0146
ii.
Handmatige instellingen
U kunt de instellingen van het
klimaatregelsysteem als volgt met
de toetsen en draaiknoppen veran-
deren.
Wanneer u een instelling verandert,
wordt de automatische modus
gedeactiveerd.
Luchtdebiet
Luchtdebiet instellen door de venti-
latorknop in de gewenste stand te
zetten. U herkent de gekozen aanja-
gersnelheid aan het aantal
segmenten op het display. Als de
aanjager wordt uitgeschakeld, wordt
ook de airconditioning gedeacti-
veerd.
Om de automatische modus
opnieuw in te schakelen, drukt u
op AUTO.
Luchtverdeling
Druk op de betreffende knop voor
de gewenste afstelling. De active-
ring wordt aangeduid door de LED
in de toets.
E:Naar hoofdhoogte via de
verstelbare luchtroosters.
): Naar hoofdhoogte en voeten-
ruimte.
[: Naar de voetenruimte, waarbij
een geringe hoeveelheid lucht naar
de voorruit, de ruiten van de
voorportieren en de zijdelingse
luchtroosters wordt geleid.
Page 141 of 232

OPEL Karl Owner Manual (GMK-Localizing-EU LHD-9231167) - 2016 - crc -
9/10/15
140 Klimaatregeling
-:Naar de voorruit en voeten-
ruimte, waarbij een geringe hoeveel-
heid lucht naar de ruiten van de
voorportieren en de zijdelingse
luchtroosters wordt geleid.
0: Naar de voorruit en de ruiten
van de voorportieren, waarbij een
geringe hoeveelheid lucht naar de
zijdelingse luchtroosters wordt
geleid.
Om terug te keren naar de automati-
sche luchtverdeling: Druk op AUTO
Koeling
Druk op A/C om de koeling in te
schakelen. De activering wordt
aangeduid door de LED in de toets.
Koeling werkt alleen bij een draai-
ende motor en ingeschakelde
aanjager van de klimaatregeling.
Druk nogmaals op A/C om de
koeling uit te schakelen. De aircon-
ditioning koelt en ontvocht (droogt)
de lucht vanaf een bepaalde buiten-
temperatuur. Er kan zich dan
condens vormen en onder de auto
op de grond druppelen. Als geen
koeling of droging gewenst is, moet
u omwille van het brandstofverbruik
de koeling uitschakelen.
Geactiveerde koeling kan Autostops
0Stop/Start-systeem 0146iiverhin-
deren.
Luchtrecirculatiesysteem
Luchtrecirculatiemodus metW
inschakelen. De activering wordt
aangeduid door de LED in de toets.
Recirculatiemodus uitschakelen
door weer op
Wte drukken.
{Waarschuwing
In de luchtrecirculatiemodus wordt
er minder verse lucht aange-
zogen. Bij gebruik zonder koeling
neemt de luchtvochtigheid toe,
zodat de ruiten aan de binnenkant
kunnen beslaan. De kwaliteit van
de lucht in het passagierscompar-
timent neemt af, waardoor de
inzittenden van de auto zich
slaperig kunnen voelen.
Wanneer de omgevingslucht warm
en zeer vochtig is, kan de voorruit
aan de buitenkant aandampen
wanneer er koud lucht naartoe
stroomt. Als de voorruit aan de
buitenkant aandampt, moet u de
ruitenwisser aanzetten.
Maximaal koelen
Ruiten kortstondig openen zodat de
warme lucht snel kan ontsnappen.
. Schakel de koeling A/C in.
. Recirculatiesysteem
W
inschakelen.