USB OPEL MOVANO_B 2020 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2020, Model line: MOVANO_B, Model: OPEL MOVANO_B 2020Pages: 373, PDF Size: 9.36 MB
Page 173 of 373

Infotainmentsysteem171Om de meest actuele realtime
verkeersinformatie te ontvangen,
neemt u een abonnement op de Live
diensten.
Let op
Alleen beschikbaar bij
NAVI 80 IntelliLink.
Werking van het
navigatiesysteem
Het navigatiesysteem gebruikt
sensoren om de positie en beweging
van de auto te bepalen.
De afgelegde afstand wordt bepaald
door het signaal van de snelheidsme‐ ter van de auto en richtingveranderin‐
gen bij bochten worden door een
gyrosensor bepaald. De positie wordt
bepaald door GPS-satellieten (Global Positioning System).
Door deze sensorsignalen te vergelij‐ ken met de digitale kaarten van het
navigatiesysteem, is het mogelijk om
nauwkeurig de positie van de auto te
bepalen.
Wanneer de auto voor het eerst wordt
gebruikt of na een tocht op een veer‐
boot enz., zal het systeem zichzelf
kalibreren. Het is daarom normaal dathet niet de exacte locatie aangeeft tot
de auto een bepaalde afstand heeft
afgelegd.
Nadat u de bestemming of nuttige plaats (eerstvolgend tankstation,
hotel enz.) hebt ingevoerd, wordt de
route vanaf uw huidige positie naar de gekozen bestemming berekend.
Routebegeleiding wordt geleverd via
stembegeleiding en het display‐
scherm.9 Waarschuwing
Gebieden zoals eenrichtingsstra‐
ten en voetgangerszones zijn niet
op de kaart van het navigatiesys‐
teem aangegeven. In dergelijke
gebieden kan het systeem een
waarschuwing geven die geac‐
cepteerd moet worden. Let
daarom in het bijzonder op
eenrichtingsstraten en andere
wegen en inritten waar u niet mag inrijden.
Let op
Afhankelijk van het Infotainmentsys‐
teem kan de radio-ontvangst tijdens
stembegeleiding en vóór elke rich‐
tingsverandering worden onderbro‐
ken.
USB-geheugenstick
(NAVI 50 IntelliLink)
Het navigatiesysteem heeft een USB- geheugenstick nodig die, onder meer,
een digitale kaart van de steden en
wegen in uw land bevat.
Let op
Gebruik een USB-geheugenstick,
geformatteerd in FAT32-formaat,
met minimaal 4 GB en maximaal
32 GB opslagcapaciteit.
Na het afleggen van de eerste 100 km kunt u binnen een periode van 90
dagen op gratis digitale kaartupdates
controleren.
Let op
Gebruik alleen een compatibele
USB-geheugenstick om het naviga‐
tiesysteem te gebruiken en te upda‐ ten, dit om eventuele technische
problemen te voorkomen. Plaats de
Page 174 of 373

172InfotainmentsysteemUSB-geheugenstick niet in een
ander apparaat (zoals een digitale
camera of mobiele telefoon) of in
een ander voertuig.
Software-installatie
Om de digitale kaarten bij te werken
en van de exclusieve downloaddien‐
sten te profiteren, moet u op de
website opel.naviextras.com een account aanmaken en de gratis soft‐
ware installeren.Account aanmaken
Maak uw internetaccount aan via de
opel.naviextras.com-website. Selec‐
teer bijv. de optie "Registreren" op de webpagina en voer de betreffende
gegevens in.Software installeren
Installeer de software op uw compu‐
ter door deze van
opel.naviextras.com te downloaden.
Volg de instructies op het scherm om
de software te installeren en start de
online toepassing.Navigatiesysteem registreren
U moet het navigatiesysteem regi‐
streren met uw nieuwe internetac‐
count.Plaats een lege USB-geheugenstick
in de USB-poort van het navigatie‐
systeem. Raak 7 aan en selecteer
dan ýNav , gevolgd door Opties en
dan Kaartupdate .
Selecteer Opties en Update om er
zeker van te zijn dat alle informatie in het geheugen van het navigatiesys‐
teem is opgeslagen. Wacht tot de
update is voltooid voordat u de USB-
geheugenstick verwijdert.
Plaats de USB-geheugenstick vervol‐
gens in de USB-poort van uw compu‐
ter met internetverbinding. Wanneer
de online-toepassing wordt gestart en de USB-geheugenstick wordt
herkend, verschijnt de naam van het
systeem (of de software) in het
toepassingsvenster. Het navigatie‐
systeem wordt in uw gebruikersprofiel
geregistreerd.
Na de eerste installatie wordt de
USB-geheugenstick automatisch
herkend door het navigatiesysteem
en door de online-toepassing.USB-geheugenstick en
navigatiesysteem updaten
Er komen regelmatig updates uit, bijv.
voor revisies van kaarten en flits‐
locaties.
Let op
In bepaalde landen is het downloa‐
den en inschakelen van de camera‐
waarschuwingsoptie illegaal en kan
dat resulteren in een vervolging.
Deze updates zijn alleen beschikbaar
via de catalogus met online-toepas‐ singen, die toegankelijk is via de
USB-geheugenstick.
Met de online-toepassing is het
mogelijk om:
● het navigatiesysteem (kaarten, flitslocaties enz.) te updaten
● te upgraden naar premium content voor nuttige plaatsen
● gegevens toe te voegen of te verwijderen
● het systeem aan te passen
De menu's van de online-toepassing leiden u stap voor stap door deze
handelingen.
Page 175 of 373

Infotainmentsysteem173Systeem bijwerken
Voer regelmatig updates uit om het
beste uit uw navigatiesysteem te halen.
Update het systeem door de auto te
starten en schakel de motor niet uit
terwijl de gegevens worden geladen.
Plaats de USB-geheugenstick in de USB-sleuf van het navigatiesysteem.
Het navigatiesysteem detecteert of er
updates op de USB-geheugenstick
beschikbaar zijn en het 'Update'-
scherm verschijnt dan automatisch.
Selecteer Update om de updates in
het navigatiesysteem te gaan instal‐
leren.
Let op
Het navigatiesysteem kan tijdens
het updaten automatisch opnieuw
starten.
Let op
Raak r aan om naar het vorige
scherm terug te gaan.
Of raak 7 aan, gevolgd door ýNav ,
Opties en dan Kaartupdate . Selecteer
vervolgens Opties, gevolgd door
Update om updates in het navigatie‐
systeem te installeren.Wacht tot de update is voltooid voor‐ dat u een andere handeling uitvoert of
de USB-geheugenstick verwijdert.
SD-kaart (NAVI 80 IntelliLink) Bij het navigatiesysteem wordt een
SD-kaart geleverd die, onder meer,
een digitale kaart van de steden en wegen in het land bevat.
Raadpleeg een werkplaats om een
nieuwe SD Card met een bijgewerkte digitale kaart te kopen.
Let op
Gebruik alleen een compatibele SD-
kaart om het navigatiesysteem te
gebruiken, dit om eventuele techni‐
sche problemen te voorkomen.
Plaats de SD-kaart niet in een ander apparaat (zoals een digitale camera
of mobiele telefoon) of in een ander
voertuig.Gebruik
USB-stick
NAVI 50 IntelliLinkUSB-stick plaatsen
Schakel het navigatiesysteem uit en
plaats de USB-stick in de USB-poort
op het paneel van het Infotainment‐
systeem. De USB-stick is kwetsbaar.
Ga er daarom voorzichtig mee om.USB-stick verwijderen
Schakel het navigatiesysteem uit en
verwijder de USB-stick uit de USB-
poort op het paneel van het Infotain‐
mentsysteem.
Page 186 of 373

184Infotainmentsysteem●Kaarten
● Plaatsen
● Verkeersinformatie
● Adrespunten
Het is mogelijk om specifieke content of alle content voor kaarten bij te
werken. Selecteer eerst een van de
opties of tik Opties aan, gevolgd door
Update . Wacht totdat de update is
voltooid.
Raadpleeg "USB-stick"
(NAVI 50 IntelliLink), "USB-stick en
navigatiesysteem bijwerken" in het
hoofdstuk "Algemene informatie"
3 170.Verkeer
Selecteer Verkeer om de volgende
instellingen voor verkeersinformatie
te wijzigen:
● Verkeersinfo (Aan/Uit)
● Omleiding
● Gebeurtenistypen
Verkeersinfo : Er worden waarschu‐
wingen gegeven voor incidenten die
zich langs de route voordoen.Omleiding : Bespaar tijd door een
alternatieve route te gebruiken
wanneer zich langs de huidige route een verkeersopstopping of een onge‐
val voordoet. Selecteer "Aan/Uit"
naast "Bevestig aangeboden route?"
zo nodig.
Zo nodig kunt u de tijdwaarde voor de optie "Bied omleiding als de bere‐kende route meer bespaart dan:"
(bijv. vijf minuten) bijwerken door k/
l aan te tikken.
Gebeurtenistypen : Selecteer het type
gebeurtenissen dat tijdens routebe‐
geleiding wordt weergegeven, bijv.
alle gebeurtenissen, verkeersstroom‐
gebeurtenissen, afgesloten en opge‐
stopte wegen, ongelukken.
NAVI 80 IntelliLink
Om vanuit de startpagina naar het
navigatie-instellingenmenu te gaan,
raakt u MENU aan, gevolgd door
Navigatie en Instellingen . De
volgende submenu's voor de instel‐
lingen verschijnen:
● Stembegeleiding uitschakelen :
Schakel de stembegeleiding in of
uit tijdens de navigatie.● Routeplanning :
Instellingen voor routetype,
tolwegen, veerboten, route-over‐ zicht, carpoolstroken en onver‐
harde wegen.
Selecteer het gewenste plan‐
ningstype. Het wordt aanbevolen om "Snelste route" te gebruiken.
De eco-route is bedoeld om zo zuinig mogelijk te rijden.
Schakel daarna "iQ routes™" in/
uit, indien nodig. iQ routes™
zorgt ervoor dat routes worden berekend op basis van het
gemiddelde verkeersaanbod op
een bepaalde dag en tijd, en dat
de beste route wordt gekozen op
basis van de huidige snelheid
van het verkeer.
● Nuttige plaats op de kaart
weergeven :
Categorieën van POI-markerin‐
gen op de kaart tonen of verber‐
gen.
● Nuttige plaatsen beheren :
POI's of POI-categorieën toevoe‐
gen, aanpassen of verwijderen.
● Stem (afhankelijk van versie):
Page 207 of 373

Infotainmentsysteem205Bediening van displayscherm
Radio 15 USB ● In het display omhoog/omlaag bewegen: Draai OK.
● Handelingen bevestigen: Druk op OK .
● Handelingen annuleren (en terug
naar vorige menu): Druk op /.
NAVI 50 IntelliLink
Om naar het scherm Telefoonmenu
te gaan selecteert u 7, gevolgd door
y Telefoon .
De volgende submenu's zijn beschik‐ baar:
● Telefoonboek
● Gesprekkenlijsten
● Bellen
Raak = in de linkerbovenhoek aan
om tussen submenu's te wisselen.● In het display omhoog/omlaag bewegen: Tip R of S aan.
● Handelingen bevestigen: Selec‐ teer OK.
● Handelingen annuleren (en terug
naar vorige menu/startpagina):
Raak r/7 aan.
Ga voor meer informatie naar "Bedie‐
ning met touchscreen" 3 139.
NAVI 80 IntelliLink
Om vanuit de startpagina naar het
menu "Telefoon" te gaan, selecteert u MENU , gevolgd door gTelefoon .
De volgende submenu's zijn beschik‐
baar:
● Telefoonboek
● Gesprekkenlijsten
● Een nummer kiezen
● Voicemail
● Instellingen● In het display omhoog/omlaag
bewegen: Raak ↑ of ↓ aan.
● Handelingen annuleren (en/of terug naar vorige menu): Raak
r aan.
● Pop-upmenu openen (bijv. om contactpersonen toe te voegen
aan een favorietenlijst): Raak <
aan.
Let op
U hebt op elk moment toegang tot de
favorieten door op de startpagina op
f te drukken.
Ga voor meer informatie naar "Bedie‐ ning met touchscreen" 3 139.
Toetsenborden in het display
bedienen
Radio 15 USB
Binnen het numerieke toetsenbord op het displayscherm bewegen en
tekens erop invoeren: Draai aan en
druk op OK.
Ingevoerde gegevens kunnen
worden gecorrigeerd met het toets‐
enbordteken ←.
Page 209 of 373

Infotainmentsysteem207Als de verbinding mislukt:● controleer of de telefoon inge‐ schakeld is
● controleer of de batterij van de telefoon niet leeg is
● controleer of de telefoon reeds gekoppeld is
De Bluetooth-functie van de mobiele
telefoon en van het handsfree-tele‐
foonsysteem moet ingeschakeld zijn
en de mobiele telefoon moet geconfi‐
gureerd zijn om het verbindingsver‐
zoek van het systeem te accepteren.
Handmatige verbinding
Radio 15 USB
Om te wisselen tussen de telefoons
die op het handsfree-telefoonsys‐
teem zijn aangesloten drukt u op
TEL en selecteert u het menu
Selecteer apparaat . De apparatenlijst
toont de telefoons die al gekoppeld
zijn.
Selecteer de gewenste telefoon uit de lijst en bevestig door op OK te druk‐
ken. Een displaybericht bevestigt de telefoonaansluiting.NAVI 50 IntelliLink
Om te wisselen tussen de telefoons
die op het handsfree-telefoonsys‐
teem zijn aangesloten, raakt u 7 aan,
gevolgd door ÿInstellingen en dan
Connectiviteit (of selecteer Telefoon
op de startpagina).
Selecteer vervolgens Bluetooth-
apparatenlijst bekijken . De appara‐
tenlijst toont de telefoons die al
gekoppeld zijn.
Selecteer de gewenste telefoon uit de lijst en bevestig door OK aan te
tikken. Afhankelijk van de versie verschijnt J naast de geselecteerde
telefoon om de verbinding aan te geven.
NAVI 80 IntelliLink
Om vanuit de startpagina de telefoon te wijzigen die met het handsfree-
telefoonsysteem is verbonden, tikt u
MENU aan, gevolgd door gTelefoon
en Instellingen .
Selecteer vervolgens Apparaten
beheren . De apparatenlijst toont de
telefoons die al gekoppeld zijn. Kies
de gewenste telefoon uit de lijst.Telefoonkoppeling verbreken
Wanneer de mobiele telefoon uitge‐
schakeld wordt, wordt de koppeling
tussen de telefoon en het handsfree-
telefoonsysteem verbroken.
Als tijdens het verbreken van de
koppeling een gesprek reeds aan de
gang is, wordt de conversatie auto‐
matisch naar de mobiele telefoon
geschakeld.
Radio 15 USB
Voor het verbreken van de koppeling
van een telefoon van het Infotain‐
mentsysteem drukt u op TEL (of
SETUP ) en selecteert u Bluetooth-
verbinding . Selecteer het gewenste
apparaat uit de apparatenlijst en selecteer vervolgens Apparaat
loskoppelen door aan OK te draaien
en deze in te drukken. Een display‐
bericht bevestigt het verbreken van
de koppeling van de telefoon.
NAVI 50 IntelliLink
Om de koppeling tussen een telefoon en het Infotainmentsysteem te
verbreken, raakt u, afhankelijk van de
versie, 7 aan, gevolgd door
Page 210 of 373

208InfotainmentsysteemÿInstellingen en dan Connectiviteit
(of selecteer yTelefoon op de start‐
pagina).
Selecteer vervolgens Bluetooth-
apparatenlijst bekijken . Selecteer in
de weergegeven lijst de telefoon
waarvan u de koppeling wilt verbre‐
ken; I verschijnt naast de telefoon
ter indicatie dat de koppeling ervan
wordt verbroken.
NAVI 80 IntelliLink
Om vanuit de startpagina de koppe‐
ling van een telefoon met het Infotain‐
mentsysteem te verbreken, tikt u
MENU aan, gevolgd door gTelefoon
en Instellingen .
Selecteer vervolgens Apparaten
beheren . Selecteer in de getoonde
lijst de telefoon waarvan de koppeling verbroken moet worden.
Telefoon met voorrang definiëren
Radio 15 USB
De telefoon met voorrang is de laatst
verbonden telefoon.Na het inschakelen van het contact
zal het handsfree-telefoonsysteem
eerst naar de telefoon met voorrangs‐
koppeling gaan zoeken. Het zoeken
gaat door tot een gekoppelde tele‐
foon is gevonden.
Bluetooth-verbinding
Bluetooth is een radiografische norm
voor het draadloos verbinden van
bijv. een telefoon met andere appa‐
ratuur.
Informatie zoals een contactlijst voor
de mobiele telefoon en gesprekken‐
lijsten kunnen worden overgedragen. Welke functies er beschikbaar zijn,
hangt af van het model telefoon.
Voorwaarden Aan de volgende voorwaarden moetworden voldaan om een Bluetooth-compatibele mobiele telefoon via hetInfotainmentsysteem te regelen:
● De Bluetooth-functie van het Infotainmentsysteem moet geac‐tiveerd zijn.● De Bluetooth-functie van de Bluetooth-compatibele mobiele
telefoon moet worden geacti‐
veerd (zie gebruiksaanwijzing van de mobiele telefoon).
● Afhankelijk van de mobiele tele‐ foon kan het nodig zijn om het
apparaat op "zichtbaar" in te stel‐
len (zie de bedieningsinstructies
van de mobiele telefoon).
● De mobiele telefoon moet aan/op
het Infotainmentsysteem gekop‐
peld en aangesloten zijn.
Bluetooth-functie van het
Infotainmentsysteem activeren
Radio 15 USB
Om het Infotainmentsysteem een
Bluetooth-compatibele mobiele tele‐ foon te laten herkennen en bedienen
moet de Bluetooth-functie eerst geac‐
tiveerd zijn. Deactiveer de functie als
deze niet nodig is.
Druk op TEL en selecteer Bluetooth
door aan OK te draaien en deze in te
drukken.
Selecteer AAN of UIT en bevestig
door op de knop te drukken.
Page 212 of 373

210InfotainmentsysteemWanneer het koppelen voltooid is,
wordt een bericht met de naam van
de gekoppelde telefoon op het
displayscherm van het Infotainment‐
systeem getoond en wordt de tele‐
foon automatisch met het handsfree-
telefoonsysteem verbonden. De
mobiele telefoon kan dan via de
bedieningselementen van het Info‐
tainmentsysteem worden bediend.
Let op
Wanneer een Bluetooth-verbinding
actief is, wordt bij gebruik van het
handsfree-telefoonsysteem de
batterij van de mobiele telefoon
sneller ontladen.
Radio 15 USB
Koppel een telefoon aan het hands‐
free-telefoonsysteem door op TEL te
drukken en selecteer Apparaat
koppelen door aan OK te draaien en
deze in te drukken. Het scherm
Gereed voor koppelen verschijnt.
Zoek op de mobiele telefoon naar Bluetooth-apparaten in de buurt van
het apparaat.
Selecteer My Radio (d.w.z. de naam
van het handsfree-telefoonsysteem)
uit de lijst op de mobiele telefoon envoer via het toetsenbord van de
mobiele telefoon de koppelingscode
in die op het displayscherm van het
Infotainmentsysteem staat weerge‐
geven.
Als het koppelen mislukt, gaat het
systeem terug naar het vorige menu
en verschijnt er een dienovereenkom‐
stig bericht. Herhaal de procedure zo
nodig.
NAVI 50 IntelliLink
Raak 7 aan, gevolgd door
ÿ Instellingen .
Selecteer Connectiviteit , gevolgd
door Bluetooth-apparaat zoeken of
Extern apparaat goedkeuren .
Eventueel kunt u op het menuscherm Telefoon de optie y aantikken.
Zoek op de mobiele telefoon naar
Bluetooth-apparaten in de buurt van
het apparaat.
Selecteer de naam van het hands‐
free-telefoonsysteem (bijv.
MEDIA-NAV ) uit de lijst op de mobiele
telefoon en voer dan (zo nodig) via
het toetsenbord van de mobiele tele‐foon de koppelingscode in die op het
displayscherm van het Infotainment‐
systeem staat weergegeven.
Let op
De koppelingscode wordt wellicht
alleen korte tijd op het display van
het Infotainmentsysteem weergege‐ ven.
De standaard koppelingscode is
0000 . Selecteer Wachtwoord
wijzigen om deze koppelingscode te
wijzigen voordat de koppelingsproce‐
dure wordt gestart.
Herhaal zo nodig de procedure als
het koppelen mislukt.
NAVI 80 IntelliLink
Om vanuit de startpagina naar het
menu Telefooninstellingen te gaan,
tikt u MENU aan, gevolgd door
g Telefoon en Instellingen .
Selecteer Apparaten beheren uit de
lijst met opties. Op het display
verschijnt een bericht waarin u wordt
gevraagd om een Bluetooth-verbin‐
ding tussen uw apparaat en het Info‐
tainmentsysteem tot stand te bren‐
gen. Selecteer Ja om door te gaan.
Het Infotainmentsysteem gaat
Page 213 of 373

Infotainmentsysteem211zoeken naar Bluetooth-apparatuur in
de buurt en toont vervolgens een lijst
met apparaten.
Selecteer uw apparaat uit de
getoonde lijst. Afhankelijk van het
telefoonmodel bevestigt u het koppe‐ lingsverzoek of voert u de koppelings‐
code in op het toetsenblok van de
mobiele telefoon om de koppeling
met het Infotainmentsysteem tot
stand te brengen.
Om andere apparaten te koppelen,
tikt u op het scherm Apparaten
beheren de optie < aan om een pop-
upmenu te openen. Hier selecteert u
Toevoegen om andere apparaten op
dezelfde wijze te koppelen.
Herhaal zo nodig de procedure als het koppelen mislukt.
Koppeling tussen mobiele
telefoon en het handsfree-
telefoonsysteem verbreken
Wanneer de lijst met gekoppelde tele‐
foons vol is, kan een nieuwe telefoon
alleen gekoppeld worden wanneer de bestaande koppeling van een tele‐
foon wordt verbroken.Let op
Bij het ontkoppelen van een telefoon
worden alle gedownloade contacten en de belgeschiedenis in het tele‐
foonboek van het handsfree tele‐
foonsysteem gewist.
Radio 15 USB
Voor het verbreken van de koppeling,
d.w.z. een telefoon uit het geheugen
van het handsfree-telefoonsysteem
te verwijderen, drukt u op TEL en
selecteert u Apparaat verwijderen .
Selecteer de gewenste telefoon uit de apparatenlijst en druk op OK om het
verwijderen te bevestigen wanneer
daarom wordt gevraagd.
NAVI 50 IntelliLink
Voor het verbreken van de koppeling,
d.w.z. een telefoon uit het geheugen van het handsfree-telefoonsysteem
te verwijderen, raakt u 7 aan,
gevolgd door ÿInstellingen .
Selecteer Connectiviteit en
Bluetooth-apparatenlijst bekijken .
Selecteer de gewenste telefoon uit de apparatenlijst en tik ë aan om het
apparaat te verwijderen. Verwijder zo
nodig alle apparaten door Opties teselecteren, gevolgd door Alles
verwijderen . Bevestig de keuze door
OK aan te tikken.
NAVI 80 IntelliLink
Voor het verbreken van de koppeling,
d.w.z. dat een telefoon uit het geheu‐
gen van het handsfree-telefoonsys‐
teem wordt verwijderd, gaat u naar
het scherm Apparaten beheren .
Tik op de startpagina MENU daarna
g Telefoon aan, gevolgd door
Instellingen .
Selecteer Apparaten beheren en tik
< aan om een pop-upmenu te
openen. Selecteer vervolgens
Verwijderen en verwijder het geselec‐
teerde apparaat van de lijst.
Noodoproep9 Waarschuwing
Beëindig het gesprek pas als de
alarmcentrale u daarom vraagt.
Page 214 of 373

212InfotainmentsysteemNAVI 50 IntelliLinkHet alarmnummer voor de huidige
locatie zien: raak 7 aan, gevolgd
door sKAART (beschikbaar afhan‐
kelijk van de versie).
Selecteer Opties en Waar ben ik? .
Wanneer het scherm Waar ben ik?
verschijnt, raakt u Opties gevolgd
door Landinformatie aan: Het alarm‐
nummer (bijv. 112) verschijnt op het display.
Bediening Inleiding
Wanneer een Bluetooth-verbinding
tot stand is gebracht tussen een
mobiele telefoon en het handsfree-
telefoonsysteem, kunnen bepaalde
functies van de mobiele telefoon via
de bedieningselementen van het info‐ tainmentsysteem of het display
worden bediend.
Het is dan bijv. mogelijk om de
contacten en telefoonnummers die op de mobiele telefoon zijn opgeslagen,
in het handsfree-telefoonsysteem te
importeren.Let op
Het geheugen van het Infotainment‐ systeem is beperkt en sommigecontacten worden mogelijk niet
gedownload van de mobiele tele‐
foon.
De contacten die op de simkaart in
de mobiele telefoon zijn opgeslagen, zijn niet zichtbaar. Alleen op de tele‐
foon opgeslagen contacten zijn
zichtbaar.
Nadat de verbinding tot stand is
gebracht, worden de gegevens van
de mobiele telefoon naar het hands‐
free-telefoonsysteem gezonden.
Afhankelijk van het model telefoon
kan dit enige tijd duren. Tijdens de
gegevensoverdracht is het bedienen van de mobiele telefoon via het Info‐
tainmentsysteem slechts beperkt
mogelijk.
Let op
Niet elke mobiele telefoon onder‐
steunt de functies van het hands‐
free-telefoonsysteem. Daarom kan
het bereik aan beschreven functies afwijken.Menu Telefoon
Het Telefoon -menu weergeven:
● druk op 6TEL
- of -
● druk op TEL
- of -
● raak 7 aan, gevolgd door
y Telefoon (NAVI 50 IntelliLink)
raak op de startpagina
MENU aan, gevolgd door
g Telefoon (NAVI 80 IntelliLink)
Volumeregeling Radio 15 USB
Draai tijdens een oproep aan m of
druk op ! of # (op de knoppen op de
stuurkolom) om het volume van de
oproep te wijzigen.
NAVI 50 IntelliLink
Druk tijdens een oproep op ! of #
met de knoppen op de stuurkolom om het volume van de oproep te wijzigen.