reset OPEL VIVARO 2014 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2014, Model line: VIVARO, Model: OPEL VIVARO 2014Pages: 179, PDF Size: 4.26 MB
Page 70 of 179

68Instrumenten en bedieningsorganen
Verplaatsbare asbak
Asbak voor gebruik op verschillende
plaatsen in de auto. Voor gebruik,
deksel openen.
Waarschuwingslamâ
pen, meters en
controlelampen
Snelheidsmeter
Aanduiding van de rijsnelheid.
Maximumsnelheid kan door een snelâ heidsregelaar beperkt zijn. In dat geâ
val zit er een waarschuwingslabel op
het instrumentenpaneel.
Er klinkt gedurende 10 seconden een
waarschuwingszoemer bij kort overâ
schrijden van de ingestelde snelheid.
Let op
In bepaalde omstandigheden (bijv.
op steile aflopende hellingen) kan de
rijsnelheid de ingestelde grens overâ
schrijden.
Kilometerteller
Geeft de gemeten afstand aan.
Dagteller
De dagteller verschijnt onder de kiloâ
meterteller een toont de afstand die
sinds de laatste reset is afgelegd.
Page 73 of 179

Instrumenten en bedieningsorganen71
Service-display terugzetten
Na de onderhoudsbeurt moet het serâ vice-display worden gereset. Afstand
vóór onderhoudsbeurt selecteren op
het service-display van het bestuurâ
dersinformatiecentrum, indien aanâ
wezig. Vervolgens de knop aan het
uiteinde van de ruitenwisserhendel
gedurende ongeveer 10 seconden inâ
gedrukt houden totdat de afstand vóór de onderhoudsbeurt ononderâ
broken verschijnt. Boordcomputer
3 79.
Driver Information Center 3 77.
Service-informatie 3 151.Versnellingsbakdisplay
De modus of ingeschakelde versnelâ
ling van de geautomatiseerde verâ
snellingsbak verschijnt op het beâ
stuurdersinformatiecentrum.
R=AchteruitversnellingN=Neutrale standA=Automatische moduskg=BeladingsmodusV=WintermodusT=Rempedaal intrappenW=VersnellingsbakelektronicaGeautomatiseerde versnellingsbak
3 100.
Controlelampen
De beschreven controlelampen zijn
niet in alle auto's aanwezig. Deze beâ schrijving geldt voor alle instrumentâ
uitvoeringen.
Afhankelijk van de apparatuur kan de
plaats van de Controlelampen variĂ«â
ren.
Bij het inschakelen van de ontsteking
lichten de meeste controlelampen
korte tijd op bij wijze van functietest.
Betekenis kleuren controlelampen:Rood
bereik=gevaar, belangrijke herâ
inneringGeel=waarschuwing, aanwijâ
zing, storingGroen=inschakelbevestigingBlauw
bereik=inschakelbevestiging
Page 81 of 179

Instrumenten en bedieningsorganen79
Bij het parkeren van de auto en/of het openen van het
bestuurdersportier: â Als de sleutel nog in het contact zit.
â Bij ingeschakelde rijverlichting.
â Als de auto een geautomatiseerde versnellingsbak heeft, de neutrale
stand niet is geselecteerd of het
rempedaal niet wordt bediend.
Motoroliepeil
Als het minimum motoroliepeil wordt
bereikt, verschijnt gedurende
30 seconden na inschakeling van het
contact het bericht OIL op het beâ
stuurdersinformatiecentrum. Oliepeil
controleren 3 121.
Het bericht voor het oliepeil wordt alâ
leen gereset als het contact langer
dan 2 minuten uitgeschakeld is geâ
weest.
Voor een nauwkeuriger weergave
van het oliepeil moet u de toets aan
het uiteinde van de ruitenwisserhenâ
del binnen 30 seconden na inschakeâ ling van het contact indrukken. Peilâ
sensor motorolie 3 70.Tripcomputer
De boordcomputer geeft informatie over rijgegevens die voortdurend geâ
registreerd en elektronisch verwerkt
worden.
Afhankelijk van het specifieke model
zijn de volgende functies te selecteâ
ren door de knop op het uiteinde van
de wisserhendel meerdere malen in
te drukken.
â Brandstofverbruik
â Gemiddeld verbruik
â Momentaan verbruik
Page 82 of 179

80Instrumenten en bedieningsorganen
â Actieradius
â Afgelegde weg
â Gemiddelde snelheid
â Afstand vóór onderhoudsbeurt
â Klok
â Opgeslagen snelheid cruise control
en snelheidsbegrenzer
â Storings- en informatieberichten
Brandstofverbruik
Geeft de hoeveelheid brandstof aan
die verbruikt is sinds de laatste reset.
De meting kan te allen tijde opnieuw
worden gestart door de knop ingeâ
drukt te houden.
Gemiddeld verbruik
De waarde verschijnt na het afleggen van een afstand van 400 meter.
Het gemiddelde verbruik wordt aanâ
gegeven op basis van de afgelegde
afstand en de verbruikte brandstof
sinds de laatste reset.
De meting kan op ieder gewenst moâ
ment opnieuw gestart worden.Momentaan verbruik
De waarde verschijnt na het bereiken van een snelheid van 30 km/u.
Actieradius
De waarde verschijnt na het afleggen
van een afstand van 400 meter.
De actieradius wordt berekend op baâ sis van de huidige inhoud van de
brandstoftank en het gemiddelde verâ
bruik sinds de laatste reset.
De actieradius verschijnt niet als conâ
trolelampje Y op de instrumentenâ
groep 3 76 verschijnt.
De meting kan op ieder gewenst moâ
ment opnieuw gestart worden.
Afgelegde weg Geeft de afgelegde afstand sinds de
laatste reset aan.
De meting kan op ieder gewenst moâ
ment opnieuw gestart worden.
Gemiddelde snelheid
De waarde verschijnt na het afleggen
van een afstand van 400 meter.Geeft de gemiddelde snelheid sinds
de laatste reset aan.
De meting kan op ieder gewenst moâ
ment opnieuw gestart worden.
Ritonderbrekingen waarbij het conâ
tact wordt uitgeschakeld niet meegeâ
rekend.
Informatie boordcomputerresetten Boordcomputer terugzetten door een
van de functies ervan te selecteren en
de knop aan het uiteinde van de ruiâ
tenwisserhendel ingedrukt te houden.
De volgende informatie op de boordâcomputer wordt gereset:
â Brandstofverbruik
â Gemiddeld verbruik
â Actieradius
â Afgelegde weg
â Gemiddelde snelheid
Bij het overschrijden van de maxiâ
mumwaarde van een van de parameâ
ters wordt de boordcomputer automaâ
tisch teruggezet.