door lock PEUGEOT 108 2018 Instructieboekje (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2018, Model line: 108, Model: PEUGEOT 108 2018Pages: 180, PDF Size: 7.18 MB
Page 22 of 180

20
Boordcomputer, enkele
definities
Actieradius
(km of miles)
De actieradius geeft aan hoeveel kilometer u nog
met de resterende hoeveelheid brandstof kunt
rijden (berekend op basis van het gemiddelde
verbruik over de laatste afgelegde kilometers).
Deze waarde kan schommelen door een
gewijzigde rijstijl of het rijden op een helling,
waardoor het actuele brandstofverbruik
aanzienlijk kan wijzigen.
Als het brandstofniveau erg laag is, wordt de
melding "Lo FUEL" weergegeven.
Als het brandstofniveau erg laag is, wordt de
actieradius niet meer herberekend.
Actueel brandstofverbruik
(l/100 km, km/l of mpg)
B erekend over de laatste seconden.
Gemiddeld brandstofverbruik
(l/100 km, km/l of mpg)
B erekend sinds de laatste nulstelling van de
trajectgegevens.
Gemiddelde snelheid
(km/h of mph)
Berekend sinds de laatste nulstelling van de
trajectgegevens.
Teller Stop & Start
(minuten/seconden of uren/minuten)
Als uw auto is uitgerust met het Stop & Start-
systeem, houdt een teller bij hoelang de STOP-
stand tijdens een rit is geactiveerd.
De teller wordt elke keer als u
het contact aanzet
weer op nul gezet.
Tijd instellen
Radio
De tijd kan worden ingesteld met de draaiknop
" MENU ":
-
d
ruk op de draaiknop om toegang te krijgen
tot de menu's en een gemaakte keuze te
bevestigen,
-
d
raai aan de draaiknop om een functie of een
onderdeel in de lijst te selecteren.
U kunt altijd terugkeren naar de vorige stap door
op de toets " Back" te drukken.
F
D
ruk op de draaiknop om toegang te krijgen
tot de menu's.
F
D
raai aan de draaiknop om " CLOCK" te
selecteren.
F
D
ruk op de draaiknop om te bevestigen. De
cijfers van de uren knipperen.
F
D
raai aan de draaiknop om de uren in te
stellen.
F
D
ruk op de draaiknop om te bevestigen. De
cijfers van de minuten knipperen.
F
D
raai aan de draaiknop om de minuten in te
stellen.
F
D
ruk op de draaiknop om te bevestigen en het
menu te verlaten.
Instrumentenpaneel
Page 75 of 180

73
Starten/afzetten van de
motor met de sleutel
Contactslot
1.Stand LOCK. Het stuurslot wordt
vergrendeld.
2. Stand ACC. De accessoires (audiosysteem,
12
V-aansluiting, enz.) kunnen gebruikt
worden.
3. Stand ON. Contact aanzetten.
4. Stand START. Starten van de motor.
Als u
langere tijd accessoires gebruikt (met
de sleutel in stand 2
of 3), dan loopt u
het
risico dat de accu ontladen raakt. Starten
van uw auto is dan niet meer mogelijk. Let
hierop.
Starten van de motor
F Steek de sleutel in het contactslot.
F Z et de sleutel in de stand 2.
F
o
ntgrendel het stuurslot door licht aan het
stuurwiel te draaien.
In bepaalde gevallen is veel kracht nodig bij
het draaien aan het stuurwiel (bijvoorbeeld
als de wielen niet rechtuit staan).
F
T
rap bij uitvoeringen met een
handgeschakelde versnellingsbak het
koppelingspedaal volledig in en zet de
versnellingshendel vervolgens in neutraal.
F
T
rap bij uitvoeringen met een ETG -
versnellingsbak het rempedaal stevig in
en zet de selectiehendel vervolgens in de
stand N .
F
B
edien de startmotor door de sleutel in de
stand 4 (S TA R T ) te draaien.
F
L
aat de sleutel los zodra de motor is
aangeslagen. Het contactslot keert
automatisch terug naar de stand 3 (ON) .
Afzetten van de motor
F Breng de auto tot stilstand.
F
Z
et bij uitvoeringen met een handgeschakelde
versnellingsbak de versnellingshendel in de
neutraalstand.
F
Z
et bij uitvoeringen met een ETG -
versnellingsbak de selectiehendel in de
stand N . F
Z
et de sleutel in de stand 2 (ACC)
.
F
D
uw de sleutel naar binnen en zet de sleutel in
de stand 1 (LOCK) .
F
V
er wijder de sleutel uit het contactslot.
F
D
raai het stuur wiel tot het stuurslot wordt
vergrendeld.
Hang geen zware voor werpen aan de
sleutel: dit kan namelijk storingen aan het
contactslot veroorzaken.
Starten/afzetten van de
motor met het systeem
Keyless entry and start
Stand van het contact
wijzigen
6
Rijden
Page 95 of 180

93
F Controleer als u een compressor in
de auto hebt (bijvoorbeeld die van de
bandenreparatieset) de spanning van de vier
banden. Rijd voorzichtig en langzaam verder
als het niet mogelijk is om deze controle
onmiddellijk uit te voeren.
of
F
G
ebruik in het geval van een lekke band
de bandenreparatieset of het reservewiel
(afhankelijk van de uitvoering).
De waarschuwing blijft actief tot het systeem
wordt gereset.
Reset
Controleer voordat u het systeem gaat
r esetten of de spanning van de vier banden
overeenkomstig de gebruiksomstandigheden
van de auto en de voorschriften op de
sticker met de bandenspanningen is.
Het bandenspanningscontrolesysteem
is alleen betrouwbaar als de vier banden
tijdens het resetten de juiste spanning
hebben.
Het bandenspanningscontrolesysteem geeft
geen meldingen als de bandenspanning bij
het resetten onjuist is. Het systeem moet worden gereset bij aangezet
contact
(schakelaar in de stand " ON" of de
modus " ON") en stilstaande auto.
F
O
pen het dashboardkastje.
F
D
ruk op de toets voor het resetten.F
W
anneer het verklikkerlampje in
het instrumentenpaneel 3
keer
knippert, is de reset voltooid.
F
W
acht enkele minuten voordat u het contact
uitzet (schakelaar in de stand " ACC" of
" LOCK " of de modus " OFF").
De nieuwe opgeslagen
bandenspanningsparameters worden door het
systeem als referentiewaarden beschouwd.
Sneeuwkettingen
Het systeem hoeft niet gereset te worden
na het aanbrengen of verwijderen van
sneeuwkettingen.
Het bandenspanningscontrolesysteem
is alleen betrouwbaar als de vier banden
tijdens het resetten de juiste spanning
hebben.
Elke keer nadat u
een of meer banden op
spanning hebt gebracht en na het verwisselen
van een of meer wielen, moet u
het systeem
resetten.
Er is een sticker op de middenstijl aan de
bestuurderszijde aangebracht om u
hierop attent
te maken.
6
Rijden
Page 98 of 180

96
Brandstoftank
De inhoud van de brandstoftank bedraagt
ongeveer 35 liter.
Te laag brandstofniveau
Als de brandstof in de tank een laag
niveau bereikt, gaat dit verklikkerlampje
op het instrumentenpaneel branden in
combinatie met een geluidssignaal.
Op het display wordt de melding "LO FUEL" (laag
brandstofniveau) weergegeven in plaats van het
rijbereik.
Er zit er nog ongeveer 5
liter brandstof in de tank.
Onder bepaalde rijomstandigheden en afhankelijk
van de motor in uw auto kan het rijbereik minder dan
50
km bedragen.
Als de brandstof opraakt, kan het
waarshuwingslampje van de emissieregeling
op het instrumentenpaneel gaan branden.
Dit gaat automatisch uit na diverse
motorstarts.
Vullen
Er mag alleen worden getankt met de motor
en het contact uitgezet (contactslot in de stand
"LOCK " of "OFF"). Bij het openen van de brandstofvulklep kan een
aanzuiggeluid van lucht hoorbaar zijn. Dit is
normaal en komt doordat de afdichting van het
brandstofcircuit een onderdruk veroorzaakt.
Om veilig te tanken:
F
z
et de motor en het contact af (contactslot
in stand LOCK of OFF) .
F
t
rek aan de hendel aan het onderste deel
van het dashboard (bestuurderszijde) om de
tankklep te ontgrendelen.
F
o
pen de brandstofvulklep.
Een etiket aan de binnenzijde van de tankklep
geeft aan welke brandstof u moet tanken voor het
type motor in uw auto.
Als u
minder dan 5 liter brandstof tankt, wordt de
stijging van het brandstofniveau niet weergegeven
op de brandstofniveaumeter. F
d
raai de vuldop open en plaats deze op de
steun (aan de klep).
F
s
teek het vulpistool tot de aanslag in de
vulopening alvorens het vulpistool te bedienen
(kans op spatten).
F
h
oud het vulpistool tijdens het vullen van de
brandstoftank in deze positie.
Als u klaar bent met tanken:
F
d
raai de vuldop weer vast tot een klik hoorbaar
is. Wanneer u de dop loslaat, draait deze iets
in de tegenovergestelde richting.
F
d
ruk de brandstoftankklep dicht.
Laat het vulpistool bij het aftanken van de
auto nooit meer dan 3 keer automatisch
uitspringen. Indien dit wel gebeurt kunnen er
storingen optreden.
Uw auto is voorzien van een katalysator die de
schadelijke bestanddelen in de uitlaatgassen
vermindert.
Door de vernauwde vulpijp kan alleen loodvrije
benzine worden getankt.
Praktische informatie