alarm PEUGEOT 2008 2021 Instructieboekje (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2021, Model line: 2008, Model: PEUGEOT 2008 2021Pages: 260, PDF Size: 7.71 MB
Page 128 of 260

126
Rijden
– Wanneer u een voertuig inhaalt en het verschil in
snelheid minder dan 10 km/h is.
–
W
anneer u door een ander voertuig wordt ingehaald
en het verschil in snelheid minder dan 25
km/h is.
–
Het verkeer stroomt vloeiend door
.
–
De inhaalmanoeuvre duurt langer dan normaal en
het ingehaalde voertuig blijft in de dode hoek.
–
U rijdt in een rechte lijn of in een flauwe bocht.
–
Uw auto trekt geen aanhanger of caravan enzovoort.
Werkingslimieten
In de volgende gevallen wordt er geen waarschuwing
gegeven:
–
W
anneer stilstaande objecten (zoals geparkeerde
auto's, vangrails, lantaarnpalen) aanwezig zijn.
–
Bij tegemoetkomende voertuigen.
–
Op kronkelige wegen of bij scherpe bochten.
–
Bij het inhalen of ingehaald worden door een erg
lang voertuig (zoals een vrachtwagen, bus) dat wordt
gedetecteerd in een dode hoek aan de achterzijde en
dat tegelijkertijd aanwezig is in het gezichtsveld van de
bestuurder.
–
Bij een snelle inhaalmanoeuvre.
–
Bij erg druk verkeer: de voertuigen die voor en achter
worden gedetecteerd, worden aangezien voor een
vrachtwagen of een stilstaand object.
–
W
anneer de functie Park Assist wordt ingeschakeld.
Storing
Bij een storing gaat dit waarschuwingslampje op het instrumentenpaneel branden en wordt er
een melding weergegeven.
Laat het systeem controleren door een PEUGEOT-
dealer of door een gekwalificeerde werkplaats.
Onder bepaalde weersomstandigheden (zoals regen, hagel) werkt het systeem mogelijk
tijdelijk niet goed.
Vooral het rijden op een nat wegdek of het van een
droog wegdek op een nat wegdek terechtkomen
kan tot een vals alarm leiden (zo kan een wolk
waterdruppels in de dode hoek worden aangezien
voor een voertuig).
Let er bij slecht weer en in de winter altijd op dat
de sensoren niet met modder, sneeuw of ijs bedekt
zijn.
Plak geen stickers of andere voorwerpen op
het gedeelte van de buitenspiegels waar het
waarschuwingsgebied zich bevindt of op de
detectiezones op de voor- en achterbumper, omdat
de dodehoekbewaking dan mogelijk niet goed
werkt.
Active Safety Brake met Collision Risk
Alert en Intelligente
noodremassistentie
Raadpleeg de algemene adviezen over het
gebruik van de rij- en parkeerhulpsystemen
voor meer informatie.
Dit systeem:
– Waarschuwt de bestuurder wanneer er een risico
bestaat op een aanrijding met de voorligger, een
voetganger of, afhankelijk van de uitvoering, een fietser.
– Vermindert de snelheid van de auto om een
aanrijding te voorkomen of de ernst van de aanrijding
te beperken.
De snelheid wordt verlaagd met maximaal 25 km/h bij uitvoeringen met alleen camera of
met maximaal 50 km/h bij uitvoeringen met camera
en radar.
Het systeem houdt tevens rekening met motorfietsen en dieren, maar dieren kleiner
dan 0,5 m en voorwerpen op de weg worden niet
altijd gedetecteerd.
Dit systeem heeft drie functies:
Page 168 of 260

166
In geval van pech
Gevarendriehoek
Deze reflecterende en inklapbare voorziening moet
langs de kant van de weg worden geplaatst bij pech of
schade aan de auto.
Voordat u uit de auto staptSchakel de alarmknipperlichten in en doe het
veiligheidsvest aan. Zet dan de gevarendriehoek in
elkaar en plaats deze.
Opbergruimte
In de binnenbekleding van de achterklep bevindt zich
een opbergvak voor de gevarendriehoek.
►
Open de achterklep en maak de afdekking los door
de schroef een kwart naar links te draaien.
Uitvouwen en plaatsen van de
gevarendriehoek
Zie de bovenstaande afbeelding voor uitvoeringen met
een originele gevarendriehoek.
Raadpleeg bij andere gevarendriehoeken de instructies
voor het uitvouwen in de gebruiksaanwijzing van de
gevarendriehoek.
►
Plaats de gevarendriehoek achter de auto, houd u
daarbij aan de ter plaatse geldende regels.
Brandstoftank leeg (diesel)
Bij een auto met dieselmotor moet het
brandstofsysteem worden ontlucht als de brandstoftank
leeg is.
Voordat u begint met het ontluchten van het
systeem, is het van groot belang om minimaal 5 liter
diesel in de brandstoftank te gieten.
Zie het betreffende deel voor meer informatie over het tanken en de tankbeveiliging
(diesel).
1.5 BlueHDi-motoren
► Zet het contact aan (zonder de motor te starten).
► W acht ongeveer 1 minuut en zet het contact af.
►
Start de motor
.
Als de motor niet direct aanslaat, beëindig dan uw
startpoging en herhaal de procedure.
Boordgereedschap
Gereedschapsset die bij de auto wordt geleverd.
De samenstelling ervan is afhankelijk van de uitrusting
van uw auto:
–
Bandenreparatieset.
–
Reservewiel.
Toegang tot het gereedschap
Afhankelijk van de uitvoering is het boordgereedschap
opgeborgen in een tas of in een opbergvak in de
bagageruimte.
Page 170 of 260

168
In geval van pech
Met bandenreparatieset
4.Een 12V-compressor, een flacon afdichtmiddel en
een sticker met de snelheidslimiet
Voor het tijdelijk repareren en het op spanning
brengen van een band.
Zie het betreffende deel voor meer informatie over de
bandenreparatieset.
Uitvoeringen met reservewiel
5. Wielsleutel
Hiermee kunt u de wielbouten verwijderen.
6. Krik met geïntegreerde slinger
Hiermee kan de auto worden opgekrikt.
7. Gereedschap voor het verwijderen van sierdoppen
van wielbouten (afhankelijk van de uitvoering)
Hiermee kunnen de sierdoppen bij lichtmetalen
velgen van de wielbouten worden verwijderd.
Zie het betreffende deel voor meer informatie over het
reservewiel.
Bandenreparatieset
Scan de QR-code op pagina 3 om verklarende video's te bekijken.
U kunt de band tijdelijk repareren met een
compressor en een flacon met afdichtmiddel zodat u
naar de dichtstbijzijnde garage kunt rijden.
Ontworpen om algemene lekkages op het loopvlak van
een band te repareren.
De compressor kan via de 12 V-aansluiting lang genoeg op het elektrische systeem van
de auto worden aangesloten om een lekke band
weer op te pompen.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer informatie over de gereedschapsset.
Op deze sticker staat de bandenspanning aangegeven.
Zie het betreffende hoofdstuk voor meer informatie
over de identificatie, vooral dit label.
Als de spanning van één of meer banden is aangepast, moet het
bandenspanningscontrolesysteem worden gereset.
Raadpleeg de desbetreffende
rubriek voor meer informatie over het
bandenspanningscontrolesysteem.
Reparatiemethode
Verwijder het voorwerp (zoals een spijker of schroef) dat de lekkage heeft veroorzaakt niet
uit de band.
►
Parkeer de auto zonder het verkeer te belemmeren
en schakel de parkeerrem in.
►
V
olg de veiligheidsinstructies (alarmknipperlichten,
gevarendriehoek, verkeersveiligheidsvest enz.) volgens
de regelgeving in het land waar u rijdt.
►
Zet het contact af.
►
Haal het dopje van het ventiel van de lekke band en
bewaar het op een schone plaats.
Page 182 of 260

180
In geval van pech
Beperkingen bij slepen
Type auto
(motor / versnellingsbak) Voorwielen op de grond Achterwielen op de grond
Dieplader4 wielen op de grond met
sleepstang
Verbrandingsmotor / Handgeschakeld
Verbrandingsmotor / Automaat
Elektrisch
Bij een storing in de accu of elektrische parkeerrem is het essentieel d\
at u contact opneemt met een professioneel bedrijf dat gebruikmaakt van autoambulances
(behalve bij een handgeschakelde versnellingsbak).
Toegang tot het gereedschap
Zie het betreffende hoofdstuk voor meer informatie over
toegang tot het gereedschap.
Slepen van de auto
Toegang tot de sleepoogaansluiting aan de voorzijde:
► Maak het afdekplaatje los door op het linkergedeelte
te drukken.
►
V
erwijder het afdekplaatje door het naar rechts en
vervolgens omlaag te bewegen.
Voor het slepen van uw auto:
► Draai het sleepoog vast tot de aanslag.
► Bevestig de sleepstang.
►
Zet de versnellingsbak in de neutraalstand.
Wanneer deze instructie niet in acht wordt genomen, kunnen bepaalde onderdelen (zoals
de remmen en de transmissie) beschadigd raken en
kan het zijn dat de rembekrachtiging niet werkt
wanneer de motor een volgende keer wordt gestart.
Automatische transmissie Sleep de auto nooit met de aangedreven
wielen op de grond terwijl de motor is afgezet.
►
Ontgrendel het stuurwiel en zet de parkeerrem vrij.
► Schakel de alarmknipperlichten op beide voertuigen
in overeenstemming met de geldende wetgeving in het
land waar u rijdt.
► Rijd voorzichtig weg en houd zowel de snelheid als
de af te leggen afstand beperkt.
Slepen van een andere auto
Toegang tot de sleepoogaansluiting aan de achterzijde:
► Maak het afdekplaatje los door op het
rechtergedeelte te drukken.
► Beweeg het afdekplaatje omlaag.
Voor het slepen van een andere auto:
► Draai het sleepoog vast tot de aanslag.
► Bevestig de sleepstang.
► Schakel de alarmknipperlichten van beide auto's in.
► Rijd voorzichtig weg en houd zowel de snelheid als
de af te leggen afstand beperkt.
Page 183 of 260

181
In geval van pech
8► Schakel de alarmknipperlichten op beide voertuigen
in overeenstemming met de geldende wetgeving in het
land waar u rijdt.
►
Rijd voorzichtig weg en houd zowel de snelheid als
de af te leggen afstand beperkt.
Slepen van een andere auto
Toegang tot de sleepoogaansluiting aan de achterzijde:
► Maak het afdekplaatje los door op het
rechtergedeelte te drukken.
►
Beweeg het afdekplaatje omlaag.
V
oor het slepen van een andere auto:
►
Draai het sleepoog vast tot de aanslag.
►
Bevestig de sleepstang.
►
Schakel de alarmknipperlichten van beide auto's in.
►
Rijd voorzichtig weg en houd zowel de snelheid als
de af te leggen afstand beperkt.
Page 231 of 260

229
Trefwoordenregister
3D digitaal instrumentenpaneel 10
12V-accu
155, 159–160, 176, 176–178
A
Aanhanger 69, 149
Aanhangergewichten
182–183, 185
Aanraakgevoelige leeslampjes
54
Aansluiting 12 V
52
ABS
68
Accessoires
65
Accu laden
177–178
Achterbank
45
Achterlichten
175
Achterruitverwarming
50
Achteruitrijcamera
106, 132–133
Actieradius AdBlue®
20, 159
Active Safety Brake
127, 129
Adaptieve cruise control met Stop-functie
109–110
Adaptieve snelheidsregelaar
11 4
AdBlue®
20, 161
AdBlue® bijvullen
162
AdBlue®-reservoir
162
Advanced Grip Control
70
Afmetingen
187
Afstandsbediening
28–31, 33
Afstellen van de koplamphoogte
58
Afzetten van de motor
88, 90
Airbags
74–76, 78
Airbags vóór
75–76, 78
Airconditioning
46, 48–49
Airconditioning (handbediend)
47
Alarmknipperlichten 65, 166
Alarmsysteem
36–37
Algemeen menu
26
Allesdragers
153
Android Auto verbinding
195, 213
Antiblokkeersysteem (ABS)
68
Antidiefstalsysteem/Startblokkering
29
Antispinregeling (ASR) ~ Antislipregeling
68–69
Apple®-speler
194, 217
Apple CarPlay verbinding
195, 212
Apps
213
Audiokabel
217
Audioversterker
52
Automatische airconditioning ~ Airconditioning,
automatische
48, 50
Automatische ruitenwissers
63
Automatische transmissie ~ Versnellingsbak,
automatische
94, 96–99, 102, 160, 177
Automatisch inschakelen verlichting
58
Automatisch noodremsysteem
127, 129
AUX-aansluiting
194, 217
B
Bagageruimte 35, 55
Banden
161, 187
Banden oppompen
161, 187
Bandenreparatieset
167–168
Bandenspanning
161, 168, 170, 187
Bandenspanningscontrole (met set)
168–169
Bandenspanning te laag (detectie)
104
Batterij afstandsbediening ~ Afstandsbediening,
batterij
33–34
Batterij afstandsbediening vervangen ~
Afstandsbediening, batterij vervangen
33
Bediening autoradio aan stuurkolom ~
Autoradio, bedieningen aan stuurkolom
189, 202
Beladen
153
Benzinemotor
157, 183
Bijvullen AdBlue®
159, 162
Binnenspiegel
44
BlueHDi
20, 159, 166
Bluetooth (handsfree set)
196, 218–219
Bluetooth (telefoon)
196–197, 218–219
Bluetooth-verbinding
196–197, 213–214, 218–219
Bochtverlichting, statisch
60
Boordcomputer
24
Boordgereedschap
55, 166–168
Brandstof
7, 139
Brandstofadditief
160
Brandstofniveaumeter
139
Brandstoftank
139–140
Brandstof tanken
139–140
Brandstoftank leeg (diesel)
166
Brandstofverbruik
7
Brandstofvuldop ~ Brandstoftankdop
139
Brandstofvulklep ~ Brandstoftankklep
139–140
Buitenspiegels
43, 50, 125
Buitenverlichting
59
C
Carrosserie 165