ESP Peugeot 206 CC 2003.5 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2003.5, Model line: 206 CC, Model: Peugeot 206 CC 2003.5Pages: 132, PDF Size: 1.74 MB
Page 103 of 132

PRAKTISCHE INFORMATIE103
LEKKE BAND Deze auto heeft geen reservewiel, in plaats daarvan is in het ge•soleerdeopbergvak
1, dat met een riem aan
de rechterzijde van de bagageruim-te gemonteerd is, een reparatieset(2 spuitbussen) aangebracht voorhet tijdelijk repareren van de band. Gebruik van spuitbusbandenreparatie (Zie ook de instructies op de spuit- bussen).
Verwijder de oorzaak van de lekke band voor zover mogelijk en laatde band eventueel leeglopen.
Draai het wiel tot het ventielevenwijdig met de grond staat.
Schud de spuitbus goed voorgebruik (verwarm de spuitbusenkele minuten met uw handenals het erg koud is).
Bevestig de aansluiting van despuitbus recht op het ventiel.
Trek het ventiel tegen de randvan het ventielgat, houd gelijktij-dig de spuitbus verticaal en spuithem leeg.
Houd de spuitbus 1 minuut stevigop het ventiel gedrukt.
Maak de aansluiting los en maakonmiddellijk een rit van ten min-ste 5 km.
Controleer daarna indien moge-lijk de bandenspanning.
Rijd dan direct rustignaar de
dichtstbijzijnde garage.
De spuitbussen dienenslechts voor tijdelijkereparatie (maximumsnelheid 80 km/h).
Na gebruik van de spuitbussenmoet de band vervangen wor-den. De spuitbussen staan onderdruk, stel ze daarom niet blootaan temperaturen boven 50 ¡C. Bewaar de spuitbussen in het ge•soleerde opbergvak.
08-12-2003
Page 112 of 132

PRAKTISCHE INFORMATIE
112
08-12-2003
Zekeringkast dashboard Draai de schroef een kwart omwen- teling met een muntstuk los en ver-wijder de afdekplaat om bij de zeke-ringen te komen. De reservezekeringen en de tang
A
zijn aangebracht aan de binnenkant van het deksel van de zekeringkastonder het dashboard. Verwijderen en plaatsen van een zekering
Voordat een zekering wordt vervangen, moet eerst de oorzaak van de storing opgespoord en verholpen worden. De nummers van de zekeringen zijn aange-geven op de zekeringkast. Gebruik de tang
A.
Vervang een defecte zekering (stroomsterkte vermeld op zekering) altijd door een zekering met dezelfde stroomsterkte.
Goed Defect
ZEKERINGEN VERVANGEN De zekeringkasten bevinden zich onder het dashboard en onder demotorkap.
TangA
Page 113 of 132

PRAKTISCHE INFORMATIE
112
08-12-2003
Zekeringkast dashboard Draai de schroef een kwart omwen- teling met een muntstuk los en ver-wijder de afdekplaat om bij de zeke-ringen te komen. De reservezekeringen en de tang
A
zijn aangebracht aan de binnenkant van het deksel van de zekeringkastonder het dashboard. Verwijderen en plaatsen van een zekering
Voordat een zekering wordt vervangen, moet eerst de oorzaak van de storing opgespoord en verholpen worden. De nummers van de zekeringen zijn aange-geven op de zekeringkast. Gebruik de tang
A.
Vervang een defecte zekering (stroomsterkte vermeld op zekering) altijd door een zekering met dezelfde stroomsterkte.
Goed Defect
ZEKERINGEN VERVANGEN De zekeringkasten bevinden zich onder het dashboard en onder demotorkap.
TangA
Page 114 of 132

PRAKTISCHE INFORMATIE113
Zekering Amp
Functies
1 15 A Stoelverwarming - sirene alarm
4 20 A Multifunctioneel display - elektronische eenheid navigatiesysteem - verlichting bagageruimte - autoradio - elektronische eenheid wegklapbaar dak - stuurkolomschakelaars - trekhaak
5 15 A Diagnosesysteem automatische transmissie
6 10 A Koelvloeistofniveaumeter - automatische transmissie - autoradio - stuurwielsensor (ESP)
7 15 A Naderhand ingebouwd alarmsysteem
9 30 A Hydraulische pomp
10 40 A Verwarming buitenspiegels 11 15 A Ruitenwissers
12 30 A Elektrisch bediende ruiten voor
14 10 A Servicecentrale motor - airbags - stuurkolomschakelaars - regensensor
15 15 A
Instrumentenpaneel - multifunctioneel display - elektronische eenheid navigatiesysteem - airconditioning - autoradio
16 30 A Bediening centrale portiervergrendeling
20 10 A Remlicht rechts
21 15 A Remlicht links - derde remlicht
22 20 A Plafonnier voor - verlichting dashboardkastje - aansteker
S1 Shunt Shunt parc
08-12-2003
Page 115 of 132

PRAKTISCHE INFORMATIE
114
08-12-2003
Zekering Amp Functies
1* 20 A Motorventilateur
2* 60 A ABS/ESP
3* 30 A ABS/ESP
4* 70 A Voeding intelligente servicecentrale
5* 70 A Voeding intelligente servicecentrale
6* Ð Vrij
7* 30 A Voeding stuur-/contactslot
8* Ð Vrij
Zekeringkast motorruimte Maak het deksel los om de zekeringkast (naast de accu) in de motorruimte te openen. Sluit na de werkzaamheden het deksel zorgvuldig.
Bij het ontwerp van het
elektrische circuit van uw auto is reeds rekeninggehouden met de monta-ge van zowel de stan-
daarduitrusting als eventu-ele opties.
Raadpleeg uw PEUGEOT-service-punt voordat u andere elektrischevoorzieningen of accessoires in deauto monteert of laat monteren. Sommige elektrische accessoires zelf, of de wijze waarop die zijngemonteerd, kunnen de werkingvan de elektrische systemen vande auto nadelig be•nvloeden (deelektronische bedieningssyste-men, het audiosysteem en hetlaadcircuit. PEUGEOT is niet aansprakelijk voor kosten die voortvloeien uithet verhelpen van storingen ver-oorzaakt door het monteren vanextra accessoires die niet doorPEUGEOT aanbevolen en gele-verd worden. Dit geldt ook voorvoorzieningen die niet volgens devoorschriften van PEUGEOT zijngemonteerd en met name voorapparatuur met een stroomver-bruik van meer dan 10 mA.
* De hoofdzekeringen zorgen voor een extra beveiliging van de elektrische installatie. Werkzaamheden aan de zekeringen dienen door een PEUGEOT-servicepunt uitgevoerd te worden.
of
Page 116 of 132

PRAKTISCHE INFORMATIE115
Zekering Amp
Functies
1 10 A Schakelaar achteruitrijlicht - snelheidssensor
2 15 A Elektroklep absorptievat - brandstofpomp
3 10 A Elektronische eenheid motor ABS/ESP - remlichtschakelaar ESP
4 10 A Elektronische eenheid automatische transmissie - elektronische eenheid motor
5 Ð Vrij
6 15 A Mistlampen v——r
7 20 A Pomp koplampsproeiers
8 20 A Relais motorventilateur - elektronische eenheid motor - elektroklep motorcontrole
9 15 A Dimlicht links
10 15 A Dimlicht rechts
11 10 A Grootlicht links
12 15 A Grootlicht rechts
13 15 A Claxon
14 10 A Pomp ruitensproeiers voor
15 30 A Voorverwarming smoorklephuis - lambdasonde - elektronische eenheid motor - bobine -
elektroklep motorcontrole - verstuivers
16 30 A Relais luchtpomp
17 30 A Hoge en lage snelheid ruitenwissers
18 40 A Aanjager
08-12-2003
Page 120 of 132

PRAKTISCHE INFORMATIE119
TREKKEN VAN EEN AANHANGER Gebruik uitsluitend een door PEUGEOT goedgekeurde trekhaak. Laat een trekhaak alleen door een
PEUGEOT-servicepunt monteren. Uw auto is hoofdzakelijk bedoeld voor het vervoer van personen enbagage, maar is tevens geschiktvoor het trekken van een aanhan-
ger. Het rijden met een aanhanger heeft veel invloed op het rijgedrag van deauto en vergt daarom extra aan-
dacht van de bestuurder. Door een geringere luchtdichtheid nemen de prestaties van de motor afals men op grotere hoogte boven de
zeespiegel komt. Trek boven de
1 000 m 10 %
van het maximum
aanhanger-gewicht af en herhaal ditvoor elke volgende 1 000 m. Adviezen Gewichtsverdeling:
verdeel het
gewicht in de caravan/aanhanger gelijkmatig en houd u aan de toege-stane kogeldruk. Koeling: het trekken van een aan-
hanger op een helling veroorzaakt een hogere koelvloeistoftempera-
tuur. De koelventilator wordt elektrisch bediend en is niet afhankelijk vanhet motortoerental. Gebruik daarom een zo hoog moge- lijke versnelling om het toerental tebeperken en pas uw snelheid aan. Het maximum aanhangergewicht is afhankelijk van het hellingspercen-tage en de temperatuur van de bui-tenlucht. Let in elk geval goed op de aanwij- zing van de koelvloeistoftempera-
tuurmeter. Als het verklikkerlampje van de koel- vloeistoftemperatuur gaat branden,stop dan zo snel mogelijk en zet demotor af. Banden:
controleer de banden-
spanning van de auto en de aan-hanger en breng deze indien nodigop de juiste waarde. Remmen: het trekken van een aan-
hanger vergroot de remweg.
Verlichting: controleer de verlich-
ting van de aanhanger.Zijwind: houd er rekening mee dat
de zijwindgevoeligheid van de auto groter is.
08-12-2003
Page 121 of 132

PRAKTISCHE INFORMATIE
120
08-12-2003
ONDERHOUD VAN DE CARROSSERIE Om de lak en de kunststof delen van de carrosserie in optimale conditiete houden adviseren wij u om deauto regelmatig,
Ð met de hand te wassen of,
Ð gebruik te maken van een was-
straat, maar let op: herhaaldelijk gebruik van slecht onderhoudenwasstraten kan haarkrasjes ver-oorzaken wat de lak, vooral zicht-baar bij donkere tinten, een mataspect geeft,
Ð met een hogedrukspuit te was- sen: volg de voorschriften die opde installaties zijn aangebracht(druk en spuitafstand). Richt de hogedrukspuit niet op
beschadigde plekken (bijv. inkleur gespoten bumpers of kop-lampen): was deze delen met dehand.
Vermijd ook het binnendringenvan water in de sloten.
Raadpleeg uw PEUGEOT-service-punt om te weten welke middelen de
beste, de meest doeltreffende, deminst gevaarlijke en de milieuvrien-delijkste zijn. ÐVerwijder vogeluitwerpse-
len, hars, teer- en olievlek-ken zo snel mogelijk (dezebevatten agressieve stoffendie de lak sterk aantasten).
Ð Reinig de koplampen nooit met een droge doek of een schuurmiddel engebruik geen luchtige stoffen ofoplosmiddelen; de koplampglazenzijn vervaardigd van polycarbonaaten voorzien van een vernislaag.
Ð Gebruik geen benzine, petroleum of ontvetter voor het reinigen vande lak of van kunststof delen vande carrosserie.
Ð Laat kleine lakbeschadigingen (steenslag, pitjes enz.) zo snelmogelijk bijwerken om corrosie-vorming te voorkomen.