display Peugeot 208 2014 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2014, Model line: 208, Model: Peugeot 208 2014Pages: 336, PDF Size: 10.17 MB
Page 36 of 336

34
Controle tijdens het rijden
Dimmer dashboardverlichting
U kunt de lichtsterkte van de verlichting van het dashboard en het touchscreen handmatig aanpassen aan het licht van de omgeving.
Twee knoppen
Druk, als de verlichting brandt, op de knop B om de dashboardverlichting en de sfeerverlichting sterker te laten branden of op de knop A om de verlichting te dimmen. Laat de knop los zodra de gewenste lichtsterkte is bereikt.
Eén knop
Actief Druk op de knop om de sterkte van de dashboardverlichting te variëren, laat de knop los zodra de gewenste lichtsterkte is bereikt.
Touchscreen
Druk op MENU om het "HOOFDMENU"weer te geven en selecteer vervolgens "Instellingen" . Selecteer "Systeemconfiguratie" en vervolgens "Lichtsterkte" . Druk op "Display uitschakelen" . Het touchscreen wordt volledig uitgeschakeld. Druk nogmaals op het touchscreen (op een willekeurig gedeelte) om het in te schakelen.
Niet actief De dashboardverlichting kan niet worden ingesteld als de verlichting van de auto is uitgeschakeld of, bij auto's met dagrijverlichting, in de dagstand staat.
Page 37 of 336

1
35
Controle tijdens het rijden
Onderhoudsindicator
De afstand tot de eerstvolgende beurt is meer dan 3000 km
Als het contact wordt aangezet, verschijnt er geen onderhoudsinformatie op het display.
De onderhoudsindicator geeft aan hoeveel kilometer u nog ver wijderd bent van de eerstvolgende onderhoudscontrole volgens het onderhoudsschema van de fabrikant. Deze afstand wordt berekend vanaf de laatste nulstelling van de onderhoudsindicator op basis van twee parameters: - het aantal afgelegde kilometers, - de verstreken tijd sinds de laatste onderhoudscontrole.
De afstand tot de eerstvolgende beurt is 1000 tot 3000 km
Als het contact wordt aangezet, gaat gedurende 7 seconden de onderhoudssleutel branden. De kilometerteller geeft de resterende kilometers tot de eerstvolgende onderhoudscontrole aan. Voorbeeld: de afstand tot de eerstvolgende onderhoudscontrole bedraagt 2800 km. Als het contact wordt aangezet, geeft het display gedurende 7 seconden het volgende aan:
7 seconden na het aanzetten van het contact verdwijnt de sleutel ; de teller geeft weer de kilometerstand en de stand van de dagteller aan.
De afstand tot de eerstvolgende beurt is minder dan 1000 km
Voorbeeld: de afstand tot de eerstvolgende onderhoudscontrole bedraagt 900 km. Als het contact wordt aangezet, geeft het display gedurende 7 seconden het volgende aan:
7 seconden na het aanzetten van het contact treedt de kilometerteller weer in werking en blijft de sleutel branden om aan te geven dat er binnenkort onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd moeten worden.
Page 38 of 336

36
Controle tijdens het rijden
De afstand tot de eerstvolgende beurt is overschreden De afstand tot de eerstvolgende beurt is overschreden De afstand tot de eerstvolgende
Als het contact wordt aangezet, gaat gedurende 7 seconden de sleutel knipperen om aan te geven dat de onderhoudswerkzaamheden zo spoedig mogelijk uitgevoerd moeten worden. Voorbeeld: u hebt de afstand tot de eerstvolgende onderhoudsbeurt met 300 km overschreden. Als het contact wordt aangezet, geeft het display gedurende 7 seconden het volgende aan:
De factor tijd kan worden meegewogen bij de nog af te leggen kilometers, afhankelijk van de rijgewoonten van de bestuurder. De sleutel kan dus ook gaan branden als de tijd sinds de laatste onderhoudsbeurt, zoals aangegeven in het garantie- en onderhoudsboekje , is overschreden.
Als u na deze handeling de accu wilt loskoppelen, vergrendel dan de auto en wacht minimaal 5 minuten. Het op 0zetten van de onderhoudsindicator zal
anders niet worden opgeslagen.
Op 0 zetten van de onderhoudsindicator
De onderhoudsindicator moet na elke onderhoudsbeurt op 0 gezet worden. Voer dit als volgt uit: zet het contact af, druk op de resetknop van de dagteller en houd deze ingedrukt, zet het contact aan; de kilometerteller begint terug te tellen, laat de knop los als het display "=0"aangeeft; de sleutel verdwijnt.
Opnieuw weergeven van de onderhoudsinformatie
U kunt op elk moment de onderhoudsinformatie weergeven. Druk op de knop voor nulstelling van de dagteller. De onderhoudsinformatie wordt enkele seconden weergegeven en verdwijnt vervolgens weer.
7 seconden na het aanzetten van het contact treedt de kilometerteller weer in werking en blijft de sleutel branden .
Page 39 of 336

1
37
Controle tijdens het rijden
Motorolieniveaumeter *
Te weinig olie
Als het motorolieniveau te laag is, gaat het symbool " OIL " knipperen of wordt een melding OIL " knipperen of wordt een melding OILop het instrumentenpaneel weergegeven. Controleer het olieniveau met de peilstok. Als blijkt dat het olieniveau te laag is, moet olie worden bijgevuld om te voorkomen dat ernstige motorschade ontstaat.
Storing motorolieniveaumeter
Als de motorolieniveaumeter defect is, gaat het symbool " OIL _ _ " knipperen of wordt OIL _ _ " knipperen of wordt OIL _ _een melding op het instrumentenpaneel weergegeven. Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Oliepeilstok
Raadpleeg de rubriek "Onderhoud" voor de plaats van de peilstok en het bijvullen van
motorolie voor het motortype van uw auto. 2 merktekens op de peilstok:
Op het display wordt in het gedeelte A de totale kilometerstand en in het gedeelte B de dagteller weergegeven.
Druk, als de dagteller wordt weergegeven, enkele seconden op de knop.
Kilometerteller
Nulstelling dagteller
De motorolieniveaumeter geeft aan of het motorolieniveau in orde is. Bij het aanzetten van het contact wordt eerst de onderhoudsindicator weergegeven en vervolgens gedurende enkele seconden het motorolieniveau.
Een controle van het olieniveau is alleen betrouwbaar als de auto op een vlakke, horizontale ondergrond staat en de motor minstens 30 minuten niet heeft gedraaid.
- A = maxi; het olieniveau mag nooit boven dit niveau uitkomen, - B = mini; als het olieniveau niet boven het niveau B uitkomt, moet het voor de motor van uw auto voorgeschreven type motorolie worden bijgevuld via de vuldop.
Olieniveau correct
* Volgens uitvoering.
Page 40 of 336

38
Controle tijdens het rijden
De boordcomputer geeft actuele informatie over het rijden (actieradius, brandstofverbruik...).
Boordcomputer
Display van het instrumentenpaneel
Weergave van de informatie
Druk op de toets op het uiteinde van de ruitenwisserschakelaar om ruitenwisserschakelaar om ruitenwisserschakelaarachtereenvolgens de verschillende functies weer te geven.
- Actuele informatie: ● a c t i e r a d i u s , ● actueel brandstofverbruik, ● de teller van het Stop & Start-systeem.
- Traject "1" : ● g e m i d d e l d e s n e l h e i d , ● gemiddeld brandstofverbruik, ● de afgelegde afstand, voor het eerste traject.
- Traject "2" : ● g e m i d d e l d e s n e l h e i d , ● gemiddeld brandstofverbruik, ● de afgelegde afstand, voor het tweede traject.
Page 44 of 336

42
Controle tijdens het rijden
Stop & Start-teller
(minuten/seconden of uren/minuten)
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of
een gekwalificeerde werkplaats als tijdens het rijden de streepjes continu worden weergegeven.
Deze functie wordt alleen weergegeven bij snelheden vanaf 30 km/h.
Deze waarde kan variëren door een gewijzigde rijstijl of het rijden op een helling, waardoor het momentele brandstofverbruik aanzienlijk kan wijzigen.
Boordcomputer, enkele definities
Actieradius
(km of miles) Aantal kilometers dat u nog met de resterende hoeveelheid brandstof kunt rijden (berekend op basis van het gemiddelde verbruik over de laatste afgelegde kilometers).
Als de actieradius minder dan 30 km bedraagt, verschijnen streepjes op het display. Na het tanken van minimaal 5 liter brandstof wordt de actieradius opnieuw berekend en weergegeven als deze meer dan 100 km bedraagt.
Huidig verbruik
(l/100 km, km/l of mpg) Berekend over de laatste verstreken seconden.
Gemiddeld verbruik
(l/100 km, km/l of mpg) Berekend sinds de laatste nulstelling van de trajectgegevens.
Gemiddelde snelheid
(km/h of mph) Berekend sinds de laatste nulstelling van de trajectgegevens.
Afgelegde afstand
(km of miles) Berekend sinds de laatste nulstelling van de trajectgegevens.
Als uw auto is uitgerust met Stop & Start, registreert een teller hoelang de STOP-stand tijdens een traject is geactiveerd. De teller wordt, elke keer als u het contact met de sleutel aanzet, weer op nul gezet.
Page 45 of 336

1
43
Controle tijdens het rijden
Instrumentenpaneel met LCD-display
Druk deze toets in om achtereenvolgens de volgende parameters weer te geven: - uren, - minuten, - tijdsaanduiding in 12 of 24 uur.
Datum en tijd instellen
Druk op MENU om het " HOOFDMENU " weer te geven en selecteer " Instellingen ". Selecteer " Datum Tijd ".
Selecteer de datum of tijd die wordt weergegeven, gebruik het toetsenbord om de instellingen te wijzigen en selecteer " Bevestigen ".
Touchscreen
Selecteer " Systeemconfiguratie ".
Page 49 of 336

47
2
Toegang tot de auto
Elektronische startblokkering
In de sleutel is een chip aangebracht die over een specifieke code beschikt. Om te kunnen
starten, moet bij het aanzetten van het contact de code van de sleutel worden herkend door de startblokkering. Deze elektronische startblokkering blokkeert het motormanagementsysteem zodra het contact wordt afgezet en voorkomt zo het starten van de motor bij een inbraak.
Druk op het symbooltje van het gesloten hangslot om de eerder vergrendelde auto te lokaliseren op een parkeerplaats.
Lokaliseren van de auto
De plafonniers gaan branden en de
richtingaanwijzers knipperen gedurende enkele seconden.
Follow me home-verlichting
Houd deze toets ingedrukt om de follow me home-verlichting te activeren (inschakelen van het parkeerlicht, het dimlicht en de kentekenplaatverlichting).
Door de toets een tweede keer in te drukken ter wijl de verlichting nog brandt, wordt de follow me home-verlichting weer uitgeschakeld.
Diefstalbeveiliging
Bij een storing in het systeem wordt u gewaarschuwd door dit verklikkerlampje in combinatie met een geluidssignaal en een melding op het display. De auto kan dan niet gestart worden. Raadpleeg zo snel mogelijk het PEUGEOT-netwerk.
Bewaar de sticker die u bij de aflevering van uw auto samen met de sleutels is overhandigd zorgvuldig op een plaats buiten de auto.
Page 50 of 336

48
Toegang tot de auto
Vergrendelen / ontgrendelen van binnenuit
Druk op de knop. De portieren en de bagageruimte worden ver- of ontgrendeld.
Het rijden met vergrendelde portieren kan bij een noodgeval de toegang tot de auto voor de hulpdiensten belemmeren.
Als één van de portieren is geopend of niet goed is gesloten, werkt de centrale vergrendeling niet.
Bij vergrendeling / supervergrendeling van buitenaf Als de auto van buitenaf is vergrendeld of als de supervergrendeling van buitenaf is ingeschakeld, is de knop buiten werking. Trek de portierhandgreep aan de binnenzijde naar u toe om de auto te ontgrendelen. Als de supervergrendeling is ingeschakeld moet de afstandsbediening of de sleutel worden gebruikt om de auto te ontgrendelen.
Automatische centrale vergrendeling van de portieren
De portieren kunnen tijdens het rijden automatisch worden vergrendeld (bij een snelheid hoger dan 10 km/h). Om deze functie in of uit te schakelen (standaard is deze ingeschakeld): druk op de knop tot een geluidssignaal klinkt en/of een melding op het display wordt weergegeven.
Page 51 of 336

49
2
Toegang tot de auto
Noodbediening Hiermee kunt u de portieren mechanisch vergrendelen en ontgrendelen in het geval van een storing in de centrale vergrendeling of van de accu.
Bestuurdersportier
Steek de sleutel in het slot om het portier te vergrendelen of ontgrendelen.
Overige portieren
Controleer bij de achterportieren of de kinderbeveiliging is uitgeschakeld. Ver wijder met de sleutel het zwarte afdekkapje op de zijkant van het portier. Steek de sleutel zonder te forceren in de
opening en duw vervolgens, zonder te draaien, de nok het portier in. Ver wijder de sleutel en plaats het afdekkapje terug.
Batterij vervangen
Batterij ref.: CR1620 / 3 V.
Gooi de lege batterijen van de afstandsbediening niet weg: ze bevatten metalen die schadelijk zijn voor het milieu. Lever lege batterijen in bij een speciaal verzamelpunt.
Storing afstandsbediening
Synchroniseren
Zet het contact af. Zet de sleutel in de stand 2 (Contact) . Druk zo snel mogelijk gedurende enkele seconden op de vergrendelknop (gesloten hangslot) van de afstandsbediening. Zet het contact af en ver wijder de sleutel uit het contactslot. De afstandsbediening werkt nu weer.
Na het losnemen en weer aansluiten van de accukabels, het vervangen van de batterij van de afstandsbediening of een storing in de afstandsbediening kan de auto niet meer met de afstandsbediening ontgrendeld, vergrendeld en gelokaliseerd worden. Ontgrendel of vergrendel de auto eerst met de sleutel in het slot.
Synchroniseer vervolgens de afstandsbediening. Raadpleeg zo snel mogelijk het PEUGEOT-netwerk als de storing niet is verholpen.
Als de batterij van de afstandsbediening leeg is, wordt u gewaarschuwd door dit lampje op het dashboard, een geluidssignaal, en een melding op het display.
Wip het deksel los door een kleine schroevendraaier in de uitsparing te steken. Til de deksel op. Ver wijder de lege batterij. Plaats de nieuwe batterij in de juiste richting. Klik het deksel vast.